Vrije Sector Huurovereenkomst
Burgerlijk Wetboek artt. 7:232–7:282; Wet betaalbare huur 2024; art. 7:261a BW waarborgsom
VRIJE SECTOR HUUROVEREENKOMST
Gebaseerd op Burgerlijk Wetboek art. 7:232 jo. art. 7:247 (liberalisatiegrens); Wet betaalbare huur 2024; art. 7:261a BW (waarborgsom)
Partijen
DE ONDERGETEKENDEN:
1. De verhuurder:
[Verhuurder Naam]
Adres: [Verhuurder Adres]
KvK-nummer: [Verhuurder Kvk]
IBAN: [Verhuurder Iban]
hierna te noemen: de Verhuurder
2. De huurder:
[Huurder Naam]
Huidig adres: [Huurder Adres Huidig]
BSN: [Huurder Bsn]
Medehuurder: [Mede Huurder]
hierna te noemen: de Huurder
VERKLAREN het volgende te zijn overeengekomen:
Artikel 1 — Het Gehuurde
ARTIKEL 1 — HET GEHUURDE
1.1 De Verhuurder verhuurt aan de Huurder, en de Huurder huurt van de Verhuurder, de woonruimte gelegen aan [Woning Adres], type: [Woning Type], woonoppervlak [Woning Oppervlak] m² (conform NEN 2580).
1.2 Tot het gehuurde behoren tevens: [Bijbehorende Ruimten].
1.3 WWS-puntenscore: [Wws Score] punten. De aanvangshuurprijs bedraagt meer dan de liberalisatiegrens ex art. 7:247 BW, zodat de huurprijsbepalingsbepalingen van de Huurprijzenwet woonruimte niet van toepassing zijn.
1.4 Het gehuurde is uitsluitend bestemd voor bewoning door de Huurder en eventuele medehuurder.
Artikel 2 — Looptijd en Opzegging
ARTIKEL 2 — LOOPTIJD EN OPZEGGING
2.1 Deze huurovereenkomst is aangegaan als [Soort Looptijd] en gaat in op [Ingangsdatum].
2.2 Bij tijdelijke huur eindigt de overeenkomst van rechtswege op [Einddatum Tijdelijk], mits de Verhuurder de Huurder minimaal een maand maar niet meer dan drie maanden voor de einddatum schriftelijk informeert ex art. 7:271 lid 4 BW. Zonder tijdige kennisgeving wordt de overeenkomst omgezet naar onbepaalde tijd.
2.3 Bij een overeenkomst voor onbepaalde tijd kan de Huurder opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van minimaal een maand (art. 7:272 BW) door middel van een aangetekende brief of deurwaardersexploot.
2.4 De Verhuurder kan slechts opzeggen op de in art. 7:274 BW limitatief genoemde gronden, met inachtneming van een opzegtermijn van minimaal drie maanden, plus een maand per vol bewoningsjaar tot een maximum van zes maanden.
Artikel 3 — Huurprijs, Servicekosten en Indexering
ARTIKEL 3 — HUURPRIJS, SERVICEKOSTEN EN INDEXERING
3.1 De kale huurprijs bedraagt € [Kale Huurprijs] per maand, te voldoen uiterlijk op de eerste dag van iedere kalendermaand op IBAN [Verhuurder Iban].
3.2 De Huurder betaalt maandelijks een voorschot op de servicekosten van € [Servicekosten Voorschot]. De Verhuurder stelt jaarlijks een gespecificeerde afrekening op conform art. 7:259 BW.
3.3 De kale huurprijs wordt jaarlijks per de jaarverjaardag van de ingangsdatum geindexeerd op basis van het CPI alle huishoudens (CBS), referentiemaand: [Indexering Referentiemaand]. Tot 1 mei 2028 geldt de maximering van art. 10 Wet betaalbare huur (CPI+1% of CAO-loon, de laagste).
Artikel 4 — Waarborgsom
ARTIKEL 4 — WAARBORGSOM
4.1 De Huurder betaalt bij ondertekening, uiterlijk op de ingangsdatum, een waarborgsom van € [Waarborgsom] (maximaal twee maanden kale huur ex art. 7:261a BW).
4.2 De Verhuurder betaalt de waarborgsom binnen veertien dagen na het einde van de huurovereenkomst terug, onder verrekening van eventuele onbetaalde huur, servicekosten of aantoonbare schade buiten normale slijtage.
Artikel 5 — Onderhoud en Gebruik
ARTIKEL 5 — ONDERHOUD EN GEBRUIK
5.1 De Verhuurder is verantwoordelijk voor groot onderhoud (casco, dak, fundering, riolering, hoofdleidingen) op grond van art. 7:206 BW.
5.2 De Huurder is verantwoordelijk voor kleine herstellingen conform art. 7:217 BW en het Besluit kleine herstellingen (Stb. 2003, 168).
5.3 Onderverhuur en toeristische verhuur zijn verboden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Verhuurder.
ONDERTEKENING
Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend te [Plaats Ondertekening] op [Datum Ondertekening].
De Verhuurder: [Verhuurder Naam]
Handtekening: _________________________
De Huurder: [Huurder Naam]
Handtekening: _________________________
Medehuurder: [Mede Huurder]
Handtekening: _________________________
Verhuurder
________________
Signature
Huurder
________________
Signature
Wat is Vrije Sector Huurovereenkomst?
De Vrije Sector Huurovereenkomst in Nederland regelt de huur van een geliberaliseerde woning waarvan de aanvangshuurprijs boven de liberalisatiegrens ligt, waardoor de wettelijke huurprijsbescherming niet geldt, op grond van het huurrecht van Burgerlijk Wetboek art. 7:232 en de liberalisatiegrens van BW art. 7:247. Een woning valt in de vrije sector wanneer zij op grond van het woningwaarderingsstelsel boven het gereguleerde puntenaantal scoort; de huurder behoudt wel de algemene huurbescherming tegen opzegging, maar de huurprijs is in beginsel vrij overeen te komen.
Het Nederlandse huurrecht onderscheidt drie segmenten: sociale huur (aanvangshuurprijs onder liberalisatiegrens, WWS-score 142 punten of lager), het middensegment (WWS-score 144-186 punten, gereguleerd via de Wet betaalbare huur 2024), en de vrije sector (WWS-score 187 punten of meer). Een Vrije Sector Huurovereenkomst wordt gesloten voor woningen die op grond van het woningwaarderingsstelsel (WWS) van de Huurprijzenwet woonruimte 187 of meer punten scoren en waarbij de aanvangshuurprijs boven de liberalisatiegrens ligt.
De juridische grondslag van de Vrije Sector Huurovereenkomst is gelegen in BW Titel 7:4 (huur en verhuur, artt. 7:201-310), in het bijzonder afdeling 5 (huur van woonruimte, artt. 7:232-282). Art. 7:232 definieert woonruimte als een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan die als zelfstandige of onzelfstandige woning is verhuurd. Art. 7:247 regelt wanneer de huurprijsbescherming niet van toepassing is (vrije sector). Art. 7:271 regelt de bijzondere opzeggingsregels voor tijdelijke overeenkomsten van maximaal twee jaar.
Een Vrije Sector Huurovereenkomst biedt verhuurders meer contractsvrijheid dan sociale huur: de aanvangshuurprijs mag vrij worden bepaald (mits niet excessief op grond van art. 7:264 BW), de indexeringsclausule mag worden afgestemd op marktprijzen, en er geldt geen Huurcommissie-toetsing voor de huurprijs zolang het middensegment niet van toepassing is. De huurder geniet echter dezelfde opzeggingsbescherming als sociale huurders: de verhuurder mag slechts op limitatieve gronden ex art. 7:274 BW opzeggen.
Sinds de inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur op 1 juli 2024 is het begrip vrije sector strikter geworden. Verhuurders van middensegmentwoningen (144-186 WWS-punten) moeten de huurprijs aanpassen aan de maximale middenhuurprijstabel. Alleen echte vrije sector woningen (187+ WWS-punten) zijn volledig vrijgesteld van huurprijsregulering. De WWS-puntentelling wordt jaarlijks herzien door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Bij institutionele verhuurders — pensioenfondsen, woningbeleggers, beursgenoteerde vastgoedfondsen (REIT's) — is de Vrije Sector Huurovereenkomst het standaardinstrument voor de verhuur van nieuwbouwappartementen en gerenoveerde woningen in het hoge segment. De Nederlandse vastgoedmarkt telt jaarlijks tienduizenden vrije sector huurcontracten, met name in de steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. De Hoge Raad der Nederlanden heeft in meerdere uitspraken geoordeeld dat de opzeggingsbescherming van Boek 7 BW ook geldt voor vrije sector woningen, ook als de verhuurder dat contractueel heeft proberen uit te sluiten; afwijkingen ten nadele van de huurder zijn nietig op grond van art. 7:242 BW.
Wanneer heeft u Vrije Sector Huurovereenkomst nodig?
Een Vrije Sector Huurovereenkomst is nodig wanneer een particuliere verhuurder, een vastgoedinvesteerder of een institutionele belegger een woning verhuurt met een aanvangshuurprijs boven de liberalisatiegrens van € 900,07 per maand (2025) in Nederland. Zonder schriftelijke huurovereenkomst is er geen juridische duidelijkheid over de looptijd, de huurprijs, de waarborgsom en de onderhoudsverdeling, wat leidt tot juridische geschillen bij de Kantonrechter.
Een vrije sector huurovereenkomst is vereist wanneer een woning via een NVM- of VBO-makelaar of via een platform als Pararius of Funda wordt aangeboden voor een huurprijs boven de liberalisatiegrens. Makelaars zijn verplicht een schriftelijke huurovereenkomst op te stellen en kunnen aansprakelijk worden gesteld als zij een mondelinge overeenkomst bemiddelen die later tot geschil leidt.
Institutionele beleggers en pensioenfondsen die nieuwbouwwoningen in het vrije segment verhuren, zijn op grond van de Woningwet 2015 en de Wet betaalbare huur 2024 verplicht een schriftelijke huurovereenkomst te sluiten met vermelding van de WWS-score, de aanvangshuurprijs, de indexeringsclausule en de waarborgsom. De RVO controleert op naleving.
Bij tijdelijke verhuur van een vrije sector woning (maximaal twee jaar op grond van art. 7:271 lid 1 BW), bijvoorbeeld bij tijdelijk verblijf in het buitenland of bij verbouwing van een koopwoning, is een schriftelijke huurovereenkomst met duidelijke einddatum onmisbaar. Zonder de vereiste kennisgeving aan de huurder minimaal een maand voor het einde wordt de tijdelijke huur automatisch omgezet in een huur voor onbepaalde tijd, waarna de huurder volledige opzeggingsbescherming geniet.
Verhuurders die een vrije sector woning verhuren via een verhuurmakelaar of property manager, moeten een huurovereenkomst sluiten die voldoet aan de vereisten van de Wet financieel toezicht (Wft) voor vastgoedbeheer en de AVG voor de verwerking van persoonsgegevens van de huurder. Een schriftelijke overeenkomst is in deze gevallen zowel wettelijk vereist als commercieel noodzakelijk.
Eigenaren die een koopwoning tijdelijk willen verhuren terwijl ze in het buitenland wonen (expats), hebben in het bijzonder baat bij een goed opgestelde Vrije Sector Huurovereenkomst. De overeenkomst moet een tijdelijke huurclausule bevatten (art. 7:271 BW), een duidelijke kennisgevingsprocedure voor beëindiging, en afspraken over het beheer van de woning door de verhuurder of een property manager conform het bestuur van het gebouw en de regels van de Vereniging van Eigenaren (VvE) ex art. 5:112 BW.
Wat moet er in uw Vrije Sector Huurovereenkomst staan?
Een deugdelijke Vrije Sector Huurovereenkomst in Nederland bevat minimaal de volgende elementen die elk afzonderlijk van juridisch belang zijn.
Partijen en identificatie: de volledige naam, het adres en het BSN of KvK-nummer van verhuurder en huurder(s). Bij een verhuurder die als BV of vastgoedfonds optreedt, moet het KvK-uittreksel worden gevoegd. De Belastingdienst gebruikt het BSN van de huurder voor de inkomstenbelasting, box 3 (belasting over spaargeld en beleggingen) en de Wet op de huurtoeslag.
Omschrijving van de woning: het volledige adres, het perceelnummer bij het Kadaster, de verdieping, het type woning (appartement, eengezinswoning, studio), het woonoppervlak in m² (gemeten conform NEN 2580) en de bijbehorende ruimten (berging, parkeerplaats, tuin). Een nauwkeurige omschrijving voorkomt geschillen over wat tot het gehuurde behoort.
WWS-score en liberalisatiegrensverklaring: de huurovereenkomst moet verwijzen naar de WWS-puntentelling (ten minste 187 punten voor volledige vrije sector) en verklaren dat de aanvangshuurprijs boven de liberalisatiegrens van art. 7:247 BW ligt. Dit beschermt de verhuurder bij een eventuele toetsing door de Huurcommissie.
Huurprijs, betalingsverplichting en indexering: de kale huurprijs per maand in euro's (EUR), de uiterste betaaldatum (eerste van de maand), het IBAN van de verhuurder en de indexeringsclausule (CPI alle huishoudens CBS, referentiemaand, formule). De tijdelijke wettelijke maximering van CPI+1% of CAO-loon geldt tot 1 mei 2028 op grond van art. 10 Wet betaalbare huur.
Waarborgsom: het bedrag (maximaal twee maanden kale huur op grond van art. 7:261a BW, ingevoerd per 1 juli 2023), de stortingstermijn en de terugbetalingstermijn van veertien dagen na einde huur. Vermelding van de gronden waarop de verhuurder de waarborgsom mag inhouden (onbetaalde huur, schade buiten normale slijtage).
Looptijd en opzegging: of de overeenkomst voor onbepaalde tijd of tijdelijk (maximaal twee jaar ex art. 7:271 BW) wordt gesloten; de opzegtermijn voor de huurder (minimaal een maand op grond van art. 7:272 BW); de opzeggingsgronden voor de verhuurder (limitatief, art. 7:274 BW); de schriftelijke kennisgevingsverplichting bij tijdelijke huur (minimaal een maand voor einde).
Onderhoud en reparaties: verdeling van groot onderhoud (verhuurder, art. 7:206 BW) en kleine herstellingen (huurder, art. 7:217 BW en het Besluit kleine herstellingen). Vermelding van de procedure bij gebreken (schriftelijke melding, hersteltermijn, recht op huurvermindering bij ernstige gebreken).
Gebruiksregels en bestemming: uitsluitend gebruik als woning voor eigen gebruik door de huurder(s); verbod op onderverhuur zonder schriftelijke toestemming; verbod op bedrijfsmatige activiteiten; regels voor toeristische verhuur (Airbnb). Verwijzing naar gemeentelijke regels en de reglementen van een eventuele Vereniging van Eigenaren (VvE) op grond van BW 5:112.
Huurders die een Vrije Sector Huurovereenkomst willen opstellen, kunnen het gratis modelcontract van forms-legal.com gebruiken dat voldoet aan de vereisten van de Wet betaalbare huur 2024 en de AVG. Het model is ook geschikt als basis voor de Huurdersinformatie Formulier (HIF) en het Opleveringsrapport Woning. Op forms-legal.com vindt u een compleet en juridisch actueel model voor de vrije sector huurovereenkomst, inclusief alle verplichte clausules en bijlagen.
Hoe vult u uw Vrije Sector Huurovereenkomst in?
Het invullen van een Vrije Sector Huurovereenkomst gaat stap voor stap en vereist informatie van zowel verhuurder als huurder.
Stap 1 — Gegevens verhuurder: vul de volledige statutaire naam of volledige naam in, het correspondentieadres, en bij een rechtspersoon het KvK-nummer (acht cijfers, te vinden op het KvK-uittreksel via kvk.nl). Bij een beleggingsfonds de naam van de tekenbevoegde bestuurder.
Stap 2 — Gegevens huurder(s): vul de volledige namen in van alle huurders (bij partners beiden), het huidige adres, en het BSN (burgerservicenummer, te vinden op paspoort of rijbewijs). Het BSN is nodig voor de Wet op de huurtoeslag als de huurder huurtoeslag aanvraagt bij de Belastingdienst.
Stap 3 — Woningomschrijving: vul het volledige adres in inclusief postcode en woonplaats, de perceelsinformatie van het Kadaster (op te vragen via mijn.kadaster.nl), het woonoppervlak in m² (conform NEN 2580) en de bijbehorende ruimten.
Stap 4 — WWS-score en segmentverklaring: vermeld de WWS-puntentelling. Een puntentelling boven 186 punten bevestigt de vrije sector status. Verhuurders kunnen de puntentelling zelf uitrekenen via de Huurprijscheck van de Huurcommissie of via een NVM-taxateur.
Stap 5 — Huurprijs en indexering: vul de kale maandhuurprijs in als geheel getal of met twee decimalen in euro's (bijv. € 1.250,00). Kies de referentiemaand voor de CPI-indexering (gebruikelijk: de maand voor de jaarverjaardag van de ingangsdatum). Vul het IBAN van de verhuurder in (formaat NL99 BANK 0123 4567 89).
Stap 6 — Waarborgsom: vul het bedrag in, maximaal twee maanden kale huur. Vermeld het rekeningnummer waarop de waarborgsom moet worden gestort en de uiterste stortingsdatum (doorgaans voor of op de ingangsdatum).
Stap 7 — Looptijd en opzegging: kies voor onbepaalde tijd of tijdelijk (maximaal 24 maanden). Bij tijdelijke huur: vul de exacte einddatum in en vermeld de verplichting van de verhuurder om de huurder minimaal een maand van tevoren schriftelijk te informeren.
Stap 8 — Datum en handtekeningen: vul de plaats en datum van ondertekening in (formaat DD-MM-JJJJ). Beide partijen ondertekenen in persoon; bij volmacht een volmachtbewijs meesturen. Sla een kopie op voor beide partijen.
Stap 9 — Bijzondere bedingen vastleggen: vermelding van eventuele huisdierenclausule, rookverbod of specifieke afspraken over de tuin of berging. Verwijzing naar de regels van de Vereniging van Eigenaren (VvE) als het een appartement betreft. Maak twee identieke exemplaren, een voor elke partij.
Wettelijke vereisten voor Vrije Sector Huurovereenkomst
Een Vrije Sector Huurovereenkomst in Nederland kent een aantal wettelijke vereisten die verhuurders en huurders in acht moeten nemen.
Schriftelijkheidsvereiste: hoewel een mondelinge huurovereenkomst voor woonruimte rechtsgeldig is, zijn tijdelijke huurovereenkomsten ex art. 7:271 lid 1 BW en huurovereenkomsten die afwijken van de wettelijke beschermingsregels alleen geldig als ze schriftelijk zijn vastgelegd en door de Kantonrechter zijn goedgekeurd (art. 7:291 lid 2 BW analoog). In de praktijk eisen banken, hypotheekverstrekkers en de Belastingdienst altijd een schriftelijke huurovereenkomst.
Waarborgsomlimiet: per 1 juli 2023 is het maximum voor een woningwaarborgsom via art. 7:261a BW gesteld op twee maanden kale huurprijs. Een hogere waarborgsom is van rechtswege nietig. De verhuurder dient de waarborgsom binnen veertien dagen na einde huur terug te betalen tenzij hij verrekening schriftelijk en gespecificeerd onderbouwt.
Wet betaalbare huur compliance: verhuurders moeten per 1 januari 2024 een WWS-puntentelling opstellen en aan de huurder verstrekken. Woningen in het middensegment (144-186 punten) moeten worden verhuurd voor ten hoogste de maximale middenhuurprijs. De RVO en gemeenten controleren via steekproeven.
AVG en persoonsgegevens: screening van huurders vereist een rechtmatige grondslag ex art. 6 AVG (toestemming of gerechtvaardigd belang). De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft richtlijnen gepubliceerd voor huurscreening die bepalen welke gegevens wel (inkomen, ID-bewijs) en niet (religie, gezondheidsstatus) mogen worden verzameld. Gegevens mogen niet langer worden bewaard dan noodzakelijk.
Notariele verplichting: een reguliere Vrije Sector Huurovereenkomst voor woonruimte hoeft niet via een notaris te worden verleden. Echter, de inschrijving van een huurrecht langer dan twee jaar in het Kadaster (art. 7:3 BW) vereist een notariele akte en beschermt de huurder bij overdracht van de woning (koop breekt geen huur, art. 7:226 BW).
Meldingsplicht hypotheekverstrekker: de verhuurder die zijn eigen woning verhuurt terwijl er nog een hypotheek op rust, is verplicht de hypotheekverstrekker te informeren en toestemming te verkrijgen. Verhuur zonder toestemming kan leiden tot renteopslagen of zelfs opeising van de hypotheek op grond van de hypotheekakte. De Belastingdienst kan de huurinkomsten in box 3 (vermogensrendementsheffing, art. 5.3 Wet IB 2001) belasten als het pand tot het privevermogen behoort.
Veelgemaakte fouten bij uw Vrije Sector Huurovereenkomst
Bij het opstellen of sluiten van een Vrije Sector Huurovereenkomst in Nederland worden regelmatig vermijdbare fouten gemaakt die leiden tot nietigheid, onnodige geschillen of schade.
Fout 1 — Te hoge waarborgsom: verhuurders vragen soms drie maanden huur als waarborgsom. Per 1 juli 2023 is het maximum op grond van art. 7:261a BW twee maanden kale huurprijs. Een hogere waarborgsom is van rechtswege nietig; de huurder kan het meerdere terugvorderen. De kale huurprijs omvat niet de servicekosten.
Fout 2 — Ontbreken WWS-puntentelling: verhuurders vermelden de WWS-score niet in de huurovereenkomst. Zonder WWS-opgave kan de huurder binnen zes maanden de Huurcommissie verzoeken de huurprijs te toetsen; woningen in het middensegment riskeren huurverlaging als de afgesproken huurprijs boven de maximale middenhuurprijs ligt.
Fout 3 — Onjuiste opzegtermijn bij tijdelijke huur: bij tijdelijke huurovereenkomsten ex art. 7:271 BW vergeten verhuurders de huurder minimaal een maand en uiterlijk drie maanden voor het einde schriftelijk te informeren. Zonder deze kennisgeving wordt de tijdelijke huur automatisch omgezet in een overeenkomst voor onbepaalde tijd.
Fout 4 — Onjuiste CPI-indexeringsformule: verhuurders passen de indexering toe zonder de correcte CPI-reeks (alle huishoudens, CBS) of vergeten de tijdelijke wettelijke maximering van CPI+1% of CAO-loon toe te passen. Een onjuist huurverhogingsbericht kan door de Huurcommissie worden teruggedraaid.
Fout 5 — Geen ondertekening door alle huurders: als meerdere personen de woning huren en slechts een persoon tekent, zijn de andere bewoners niet gebonden aan de huurovereenkomst en kunnen zij aanspraken op huurdersbescherming claimen als zelfstandige bewoner. Alle huurders moeten de overeenkomst ondertekenen.
Fout 6 — Onduidelijke bestemming: het omschrijven van de bestemming als 'woning' zonder meer is onvoldoende. Vermeld uitdrukkelijk of kamerverhuur, onderverhuur of thuiswerken (kantoor aan huis) is toegestaan of verboden, en verwijs naar gemeentelijke regels voor toeristische verhuur.
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Vrije Sector Huurovereenkomst (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/real-estate/leases/vrijesectorhuur-overeenkomst
"Vrije Sector Huurovereenkomst (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/real-estate/leases/vrijesectorhuur-overeenkomst.
@misc{formslegal-vrijesectorhuur-overeenkomst,
author = {{Forms Legal}},
title = {Vrije Sector Huurovereenkomst (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/real-estate/leases/vrijesectorhuur-overeenkomst}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
De liberalisatiegrens is de huurprijs waarboven een zelfstandige woonruimte niet langer in de sociale huur valt en dus buiten het puntenstelsel en de huurprijsbescherming van de Huurcommissie valt. Per 1 januari 2025 ligt de liberalisatiegrens op € 900,07 per maand (CBS-geindexeerd). Woningen met een aanvangshuurprijs gelijk aan of hoger dan de liberalisatiegrens op de ingangsdatum van de huurovereenkomst vallen in de vrije sector op grond van art. 7:247 BW. Voor vrije sector woningen geldt dat de verhuurder de aanvangshuurprijs en toekomstige indexering vrij mag bepalen, mits de huurprijs niet onredelijk hoog is in de zin van art. 7:264 BW (excessieve huurprijs). Woningen die op grond van het woningwaarderingsstelsel (WWS) meer dan 143 punten scoren, mogen in principe als vrije sector worden aangeboden. Sociale huurwoningen van woningcorporaties onder de liberalisatiegrens vallen altijd onder het beschermde regime, ongeacht de afgesproken huurprijs.
Per 1 juli 2024 is de Wet betaalbare huur in werking getreden, die het middenhuursegment reguleert. Woningen met een WWS-score van 144 tot 186 punten vallen in het middensegment en mogen maximaal de bij die punten behorende maximale huurprijs worden verhuurd. Woningen met een WWS-score van 187 punten of meer blijven volledig vrije sector en kennen geen maximale huurprijs. Verhuurders in het middensegment moeten de huurprijs per 1 juli 2024 aanpassen aan de maximale middenhuurprijs als de bestaande huurprijs daarboven liegt. De Huurcommissie is bevoegd om te toetsen of de overeengekomen huurprijs de maximale huurprijs voor het middenhuursegment overschrijdt, ook als de woning formeel boven de liberalisatiegrens zit. Huurders in het middensegment kunnen binnen zes maanden na ingangsdatum de Huurcommissie verzoeken de huurprijs te toetsen op grond van art. 7:254 BW. Voor echte vrije sector woningen (187+ WWS-punten) geldt de Wet betaalbare huur niet en blijft de huurprijs volledig vrij bepaalbaar.
In de vrije sector (187+ WWS-punten) mag de verhuurder de huurprijs jaarlijks indexeren op basis van de in de huurovereenkomst overeengekomen indexeringsformule, meestal: nieuwe huurprijs = oude huurprijs x (CPI nieuwe maand / CPI referentiemaand). Het consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle huishoudens wordt maandelijks gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Tot 1 mei 2028 geldt een tijdelijke wettelijke maximering van de huurverhoging in de vrije sector op grond van art. 10 lid 1 Wet betaalbare huur: de huurverhoging mag niet meer bedragen dan de laagste van inflatie (CPI) + 1% of CAO-loonstijging. De verhuurder moet de huurverhoging minimaal twee maanden van tevoren schriftelijk aankondigen. Gaat de huurder niet akkoord, dan kan hij naar de Kantonrechter maar heeft weinig succes als de verhuurder de overeengekomen indexeringsformule volgt. Een boetebeding voor te late betaling is toegestaan maar mag op grond van art. 7:264 BW niet onredelijk hoog zijn.
Een waarborgsom bij een vrije sector huurovereenkomst dient als zekerheid voor de verhuurder dat de huurder zijn verplichtingen nakomt. De maximale waarborgsom bij woninghuur bedraagt op grond van art. 7:261a BW (ingevoerd per 1 juli 2023) twee maanden kale huurprijs. Een hogere waarborgsom is nietig. De verhuurder mag de waarborgsom alleen aanwenden voor verrekening van onbetaalde huur, openstaande servicekosten en aantoonbare schade aan de woning buiten normale slijtage. Na het einde van de huurovereenkomst heeft de verhuurder veertien dagen de tijd om de waarborgsom terug te betalen of schriftelijk te specificeren welk deel hij inhoudt en waarom. Een langere inhouding zonder onderbouwing leidt tot een verplichting tot vergoeding van wettelijke rente ex art. 6:119 BW. De waarborgsom is geen betaling vooruit voor de huur en mag niet als zodanig worden verrekend.
Bij een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd in de vrije sector kan de verhuurder opzeggen op grond van de in art. 7:274 BW genoemde gronden: a) de huurder gedraagt zich niet als goed huurder; b) dringend eigen gebruik door de verhuurder of zijn naaste familie; c) de huurder weigert een redelijk aanbod tot een nieuwe huurovereenkomst; d) de verhuurder wil het verhuurde overeenkomstig een bestemmingsplan realiseren; e) een combinatie van omstandigheden. De opzegtermijn voor de verhuurder is minimaal drie maanden, plus een maand extra voor elk vol jaar dat de huurder de woning heeft bewoond tot maximaal zes maanden. Bij tijdelijke huurovereenkomsten voor niet langer dan twee jaar (op grond van art. 7:271 lid 1 BW) eindigt de huur van rechtswege na de overeengekomen termijn, mits de verhuurder de huurder minimaal een maand maar niet meer dan drie maanden voor het einde schriftelijk informeert. Stelt de verhuurder de huurder niet tijdig in kennis, dan wordt de overeenkomst automatisch omgezet in een overeenkomst voor onbepaalde tijd met volledige huurbescherming op grond van art. 7:271 lid 4 BW.
Servicekosten bij woninghuur zijn geregeld in art. 7:259 BW. De verhuurder mag alleen servicekosten in rekening brengen voor diensten die daadwerkelijk worden geleverd, zoals stookkosten, schoonmaak van gemeenschappelijke ruimten, huismeester, lift, tuin, glasverzekering, en waterverbruik. De hoogte van de servicekosten moet redelijk zijn; bij onenigheid kan de huurder de Huurcommissie verzoeken de redelijkheid van de servicekosten te beoordelen op grond van art. 7:260 BW, ook in de vrije sector. De Huurcommissie toetst aan de werkelijke kosten van de aangeboden services. De verhuurder is verplicht jaarlijks een gespecificeerde afrekening te verstrekken met inzagerecht in de onderliggende facturen. Bedragen die in rekening worden gebracht voor niet of onvoldoende geleverde diensten zijn nietig op grond van art. 7:259 lid 2 BW en moeten worden terugbetaald.
Onderverhuur van gehuurde woonruimte is in beginsel verboden tenzij de huurovereenkomst dit uitdrukkelijk toestaat of de verhuurder schriftelijke toestemming geeft op grond van art. 7:221 BW. Verhuurt de huurder zonder toestemming, dan kan de verhuurder op grond van art. 7:274 lid 1 sub a BW wegens wanprestatie of slecht huurderschap opzeggen. Een bijzondere uitzondering geldt voor kamerverhuur: als de huurder zelf ook in de woning woont en een kamer verhuurt, kan de verhuurder onder omstandigheden gehouden zijn toestemming te verlenen op grond van de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 BW). Airbnb-verhuur van een gehuurde vrije sector woning is in vrijwel alle gevallen verboden op grond van de huurovereenkomst of het verbod op korte termijn verhuur in gemeentelijke verordeningen. De Gemeente Amsterdam en andere grote steden hanteren een registratieplicht en maximaal 30 nachten per jaar voor toeristische verhuur.
Bij het sluiten van een vrije sector huurovereenkomst in Nederland vragen verhuurders en professionele vastgoedbeheerders doorgaans de volgende documenten: een geldig identiteitsbewijs (paspoort, rijbewijs of identiteitskaart) van alle huurders; een werkgeversverklaring of recente arbeidsovereenkomst ter verificatie van het inkomen; de laatste drie loonstroken of jaaropgave van de Belastingdienst; bij zelfstandigen (ZZP): de meest recente jaarrekening en inkomensverklaring van de accountant of belastingadviseur; bij buitenlandse werknemers: een arbeidsvergunning of verblijfsvergunning indien van toepassing. Verhuurders mogen op grond van de AVG (Verordening 2016/679) en de uitvoeringswet UAVG alleen persoonsgegevens verwerken die noodzakelijk zijn voor de screening van de huurder. Een screening via een erkend verhuurmakelaar of via de Huurdersinformatie Formulier (HIF) van forms-legal.com is gebruikelijk om de verwerking GDPR-conform te documenteren. Na de screening mogen gegevens niet langer dan noodzakelijk worden bewaard.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Huurovereenkomst Woonruimte
Schriftelijke huurovereenkomst voor zelfstandige woonruimte in Nederland conform Burgerlijk Wetboek Boek 7, Titel 4, afdeling 5 (artt. 7:232–7:282) en de Wet doorstroming huurmarkt 2016.
Huuropzegging door Verhuurder
Schriftelijke opzegging van de huurovereenkomst woonruimte door de verhuurder voor Nederland conform Burgerlijk Wetboek artt. 7:271 tot 7:274 BW; alleen op limitatieve gronden, opzegtermijn drie tot zes maanden, per deurwaardersexploot of aangetekende brief.
Huuropzegging door Huurder
Schriftelijke opzegging van de huurovereenkomst woonruimte door de huurder voor Nederland conform Burgerlijk Wetboek artt. 7:228 en 7:271 BW; opzegtermijn van één maand, per aangetekende brief of deurwaardersexploot.
Opleveringsrapport Woning
Opleveringsrapport woning voor Nederland conform Burgerlijk Wetboek artt. 7:224 (oplevering huurwoning) en 7:218 (gebreken); Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb).