Garage/Parkeerplaats Huur
Burgerlijk Wetboek art. 7:230a (overige bedrijfsruimte); artt. 7:201-228 BW (algemene huurbepalingen)
HUUROVEREENKOMST GARAGE/PARKEERPLAATS
Gebaseerd op Burgerlijk Wetboek art. 7:230a (overige bedrijfsruimte); artt. 7:201-228 BW (algemene huurbepalingen)
Partijen
DE ONDERGETEKENDEN:
1. Verhuurder:
[Verhuurder Naam], adres: [Verhuurder Adres], KvK: [Verhuurder Kvk], IBAN: [Verhuurder Iban]
hierna te noemen: de Verhuurder
2. Huurder:
[Huurder Naam], adres: [Huurder Adres]
hierna te noemen: de Huurder
VERKLAREN het volgende te zijn overeengekomen:
Artikel 1 — Het Gehuurde
ARTIKEL 1 — HET GEHUURDE
1.1 De Verhuurder verhuurt aan de Huurder, en de Huurder huurt van de Verhuurder, de [Garage Type] gelegen aan [Garage Adres], oppervlak [Garage Oppervlak] m².
1.2 Bijzonderheden: [Bijzonderheden].
1.3 Het gehuurde is bestemd voor stalling van voertuigen en/of opslag van privegoederen (geen gevaarlijke stoffen ex BRZO 2015).
Artikel 2 — Huurprijs en Indexering
ARTIKEL 2 — HUURPRIJS EN INDEXERING
2.1 De maandelijkse huurprijs bedraagt € [Maand Huurprijs], te voldoen uiterlijk de eerste van iedere maand op IBAN [Verhuurder Iban].
2.2 De huurprijs wordt jaarlijks geindexeerd op basis van het CPI alle huishoudens (CBS), referentiemaand: [Indexering Referentiemaand].
2.3 Waarborgsom: € [Waarborgsom], te voldoen bij ondertekening.
Artikel 3 — Looptijd en Opzegging
ARTIKEL 3 — LOOPTIJD EN OPZEGGING
3.1 Looptijd: [Looptijd Type]. Ingangsdatum: [Ingangsdatum]. Einddatum (bij bepaalde tijd): [Einddatum].
3.2 Bij onbepaalde tijd: wederzijdse opzegtermijn [Opzegtermijn] maand(en), per aangetekende brief of deurwaardersexploot.
3.3 Bij opzegging door de Verhuurder heeft de Huurder recht op verlenging van de ontruimingstermijn van twee maanden ex art. 7:230a lid 2 BW door een verzoek aan de Kantonrechter.
Artikel 4 — Gebruik en Aansprakelijkheid
ARTIKEL 4 — GEBRUIK EN AANSPRAKELIJKHEID
4.1 De Huurder gebruikt het gehuurde uitsluitend als garage/parkeerplaats. Opslag van gevaarlijke stoffen, explosieve materialen of brandgevaarlijke goederen is verboden.
4.2 De Huurder is aansprakelijk voor schade aan het gehuurde ex art. 7:218 BW, tenzij hij aantoont dat de schade hem niet toerekenbaar is.
4.3 Onderverhuur is verboden zonder schriftelijke toestemming van de Verhuurder.
ONDERTEKENING
Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend te [Plaats Ondertekening] op [Datum Ondertekening].
Verhuurder: [Verhuurder Naam]
Handtekening: _________________________
Huurder: [Huurder Naam]
Handtekening: _________________________
Verhuurder
________________
Signature
Huurder
________________
Signature
Wat is Garage/Parkeerplaats Huur?
De Garage/Parkeerplaats Huurovereenkomst in Nederland is een schriftelijke overeenkomst voor de verhuur van een afzonderlijke garagebox, een overdekte of open parkeerplaats, of een bergingstoom, die valt onder Burgerlijk Wetboek art. 7:230a (huur overige bedrijfsruimte) als de ruimte los van een woning wordt verhuurd. Woonruimtehuurregels (art. 7:232 BW) en het middenstandsbedrijfsruimteregime (art. 7:290 BW) zijn niet van toepassing op zelfstandige garages en parkeerplaatsen.
Een garage of parkeerplaats die zelfstandig wordt verhuurd en niet als aanhorigheid bij een woning is bedoeld, kwalificeert als 'overige bedrijfsruimte' in de zin van art. 7:230a BW: een gebouwde onroerende zaak of een gedeelte daarvan die niet is bestemd voor bewoning of voor publiek toegankelijke kleinhandel. Dit regime kent minder dwingend huurrecht dan woonruimte; de huurprijs is volledig vrij en er is geen Huurcommissie-toetsing. De huurder geniet wel de ontruimingsbescherming van art. 7:230a lid 2 BW bij opzegging door de verhuurder.
In de Nederlandse praktijk worden garages en parkeerplaatsen verhuurd door particuliere eigenaren, vastgoedbeheerders, parkeerondernemers (zoals Q-Park, Apcoa Parking, Parking Nederland) en woningcorporaties als onderdeel van het woningcomplexbeheer. De Vereniging van Eigenaren (VvE) speelt een rol bij parkeerplaatsen in appartementengebouwen op grond van de splitsingsakte (art. 5:106 BW).
Sinds de invoering van de Wet betaalbare huur (2024) en de Omgevingswet (2024) zijn gemeenten ook actief op het terrein van parkeerplaatsbeleid via het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning (art. 5.1 Omgevingswet). Garageboxen op bedrijventerreinen vallen onder de omgevingsvergunning bouw (voormalig art. 2.1 Wabo).
De wettelijke grondslag omvat art. 7:230a BW (overige bedrijfsruimte), art. 7:201-228 BW (algemene huurbepalingen), art. 6:248 BW (redelijkheid en billijkheid) en de regels van de Vereniging van Eigenaren (art. 5:106-148 BW). Parkeerplaatsen op publiek terrein zijn gereguleerd via de Wegenverkeerswet 1994 en gemeentelijke parkeerverordeningen. De huurovereenkomst voor een garage of parkeerplaats in Nederland valt onder artikel 7:230a van het Burgerlijk Wetboek (BW), de specifieke regeling voor overige bedrijfsruimte en niet-woonruimte. Dit onderscheidt de overeenkomst fundamenteel van een reguliere huurovereenkomst voor woonruimte: de huurbescherming is beperkter, de opzegtermijnen zijn anders en de Huurcommissie heeft geen bevoegdheid bij geschillen over de huurprijs. De Wet betaalbare huur 2024 is evenmin van toepassing op garages en parkeerplaatsen die niet als aanhorigheid bij een woning worden verhuurd. Partijen hebben daardoor meer contractsvrijheid, maar moeten wel duidelijke afspraken maken over gebruik, onderhoud en aansprakelijkheid om conflicten te voorkomen. Bij verhuur van een garagebox gelden specifieke regels rondom de oplevering en inspectie. De huurder heeft recht op een inspectierapport bij aanvang, zodat eventuele gebreken zoals scheuren in muren of een niet-functionerende deuropener schriftelijk zijn vastgelegd.
Wanneer heeft u Garage/Parkeerplaats Huur nodig?
Een Garage/Parkeerplaats Huurovereenkomst is nodig wanneer een verhuurder en een huurder een afzonderlijke garage of parkeerplaats huren buiten de context van een woonruimtehuurovereenkomst. Zonder schriftelijke overeenkomst bestaat er onduidelijkheid over de prijs, de looptijd, de opzegtermijn en de verantwoordelijkheid voor onderhoud en schade.
Een huurovereenkomst is vereist wanneer een particulier zijn garage aan een buurman of kennisse verhuurt. Zelfs bij een informele huurrelatie is een schriftelijke overeenkomst aanbevolen om de Belastingdienst inzicht te geven in de huurinkomsten (box 3, vermogensrendementsheffing, Wet IB 2001, art. 5.3) en om aansprakelijkheid bij schade te regelen.
Parkeerondernemers en vastgoedbeheerders die een garagecomplex exploiteren, moeten voor elke huurder een huurovereenkomst sluiten om toegangsrechten, betaalverplichtingen en aansprakelijkheid te documenteren. De Belastingdienst vereist dat de huurinkomsten correct worden aangegeven.
Voertuigbezitters die een garagebox huren om dure of klassieke auto's, motoren of campers op te slaan, hebben baat bij een schriftelijke overeenkomst met een specifieke bepaling over de opslag van voertuigen, de aansprakelijkheid voor diefstal en de vereiste verzekering (WA-verzekering).
Bij verhuur van een garagebox met een elektrische laadpaal is een schriftelijke overeenkomst onmisbaar om de verdeling van de elektriciteitskosten en de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de laadpaal te regelen. De RVO-subsidie voor laadpalen vereist documentatie van het gebruiksrecht van de huurder. Een schriftelijk contract is ook verplicht wanneer de verhuurder btw wil verrekenen over de huur, wat mogelijk is als de huurder de parkeerplaats zakelijk gebruikt. Gebruik bij professionele verhuur altijd een overeenkomst die voldoet aan de eisen van de Belastingdienst en de Kamer van Koophandel. Bij verhuur via een Vereniging van Eigenaars (VvE) moeten de regels van het splitsingsreglement worden gevolgd en dient de overeenkomst consistent te zijn met het huishoudelijk reglement van de VvE. Een notarieel geregistreerde overeenkomst biedt de meeste zekerheid bij langdurige verhuur. Zorg altijd voor schriftelijke vastlegging, ook bij informele afspraken tussen vrienden of familieleden.
Wat moet er in uw Garage/Parkeerplaats Huur staan?
Een geldige Garage/Parkeerplaats Huurovereenkomst in Nederland bevat de volgende elementen.
Partijen: volledige naam en adres van verhuurder en huurder. Bij een rechtspersoon het KvK-nummer. Voor garages in een VvE-complex: vermelding van de VvE-naam en het splitsingsregisternummer van het appartementencomplex bij het Kadaster.
Omschrijving: volledig adres, boxnummer of plaatnummer, oppervlak (m²), type (gesloten garagebox, overdekte parkeerplaats, open parkeerplaats), verdieping bij een parkeergarage, kadastrale aanduiding. Bijzonderheden zoals laadpaal, wateraansluiting, stopcontact en opbergruimte.
Huurprijs en betalingsregeling: de maandhuur in euro's, de betalingsdatum (bijv. eerste van de maand), het IBAN van de verhuurder, de jaarlijkse indexering op basis van het CPI alle huishoudens (CBS). Er geldt geen wettelijk maximum voor garages ex art. 7:230a BW.
Looptijd en opzegging: of de overeenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd wordt gesloten. Bij onbepaalde tijd: een wederzijdse opzegtermijn (gebruikelijk een maand per aangetekende brief). Bij bepaalde tijd: einddatum en verlenging-clausule. Ontruimingsbescherming huurder ex art. 7:230a lid 2 BW bij opzegging door verhuurder.
Gebruiksregels: uitsluitend gebruik als garage/parkeerplaats voor toegestane voertuigen; verbod op opslag van gevaarlijke stoffen, explosieve materialen, brandgevaarlijke goederen (Opslag gevaarlijke stoffen BRZO 2015); verbod op commerciele activiteiten zonder toestemming; regels voor laden en lossen en laadpaalgebruik.
Waarborgsom: een maand huur is gebruikelijk; geen wettelijk maximum voor 7:230a-ruimten. Teruggave binnen veertien dagen na einde huur. Verwijs voor aanvullende documenten naar de Huurovereenkomst Woonruimte op forms-legal.com voor gevallen waarbij de garage als aanhorigheid bij een woning wordt verhuurd.
Onderhoud: de verhuurder draagt zorg voor casco-onderhoud (garagedeur, dakdichting, fundering); de huurder voor klein onderhoud van het interieur. Meldplicht bij gebreken conform art. 7:206 BW. De overeenkomst dient tevens te regelen wat er gebeurt bij diefstal, vandalisme of schade aan voertuigen. Bepaal of de verhuurder aansprakelijkheid uitsluit (gebruikelijk bij parkeergarages) of beperkte aansprakelijkheid aanvaardt. Voeg een clausule toe over toegangsrechten: tijdens welke uren is de garage of parkeerplaats toegankelijk en wie heeft een sleutel of toegangspas. Beschrijf de spelregels bij onderhoud en reparaties: wie betaalt voor grote reparaties (verhuurder) en wie voor dagelijks onderhoud (huurder). Geef ook aan of de huurder een eigen slot mag plaatsen en wie beschikt over een reservesleutel. Benoem de regels omtrent stroomverbruik als er een oplaadpunt voor elektrische voertuigen aanwezig is. Op forms-legal.com kunt u een kant-en-klaar modelcontract voor garage- en parkeerverhuur downloaden, volledig afgestemd op het Nederlandse recht en de actuele jurisprudentie op grond van BW 7:230a. Voeg ook een bepaling toe over de bestemming van de ruimte: mag de huurder de garage uitsluitend gebruiken voor het stallen van voertuigen, of ook voor opslag van goederen? Sluit gevaarlijke stoffen en werkzaamheden uit die de brandveiligheid kunnen compromitteren. Neem een contactclausule op voor noodsituaties, zoals lekkage of brand, zodat de verhuurder snel bereikbaar is. Beschrijf de procedure bij opzegging door beide partijen en de vereiste opzegtermijn conform BW 7:230a.
Hoe vult u uw Garage/Parkeerplaats Huur in?
Het invullen van een Garage/Parkeerplaats Huurovereenkomst verloopt als volgt.
Stap 1 — Verhuurder: vul de volledige naam of statutaire naam en het adres in. Bij een parkeeronderneming of VvE het KvK-nummer en de naam van de tekenbevoegde bestuurder.
Stap 2 — Huurder: vul volledige naam en adres in. Als de huurder de garage huurt in combinatie met een woning bij dezelfde verhuurder, vermeld dan de nummers van beide overeenkomsten.
Stap 3 — Garadomschrijving: vul het volledige adres in (straat, huisnummer, postcode, woonplaats). Bij een garagebox in een complex: het boxnummer en de verdieping. Bij een open parkeerplaats: het plaatnummer of de kadastrale omschrijving.
Stap 4 — Huurprijs: vul de maandelijkse huurprijs in (bijv. € 150,00 voor een open parkeerplaats, € 280,00 voor een gesloten garagebox in Amsterdam). Kies de referentiemaand voor CPI-indexering. Vul het IBAN van de verhuurder in.
Stap 5 — Looptijd: kies bepaalde tijd (bijv. een jaar, met automatische verlenging) of onbepaalde tijd. Bij bepaalde tijd: vul de ingangsdatum (DD-MM-JJJJ) en de einddatum in. Bij onbepaalde tijd: vul de ingangsdatum en de wederzijdse opzegtermijn (in maanden) in.
Stap 6 — Waarborgsom: vul het bedrag in (gebruikelijk een maand huur). Vermeld de stortingsdatum.
Stap 7 — Bijzondere bepalingen: noteer eventuele bijzonderheden over laadpaalgebruik, opslagbeperkingen en VvE-reglement. Vul plaats en datum in (DD-MM-JJJJ) en beide partijen ondertekenen. Controleer na het invullen of de beschrijving van de parkeerplaats overeenkomt met de gegevens in de eigendomsakte of het splitsingsreglement van de VvE. Controleer ook of het kadasterperceel correct is vermeld als de parkeerplaats een zelfstandig kadastraal object is. Laat beide partijen initialen plaatsen op elke pagina van de overeenkomst om latere discussies over de inhoud te voorkomen. Maak kopieën voor beide partijen en bewaar de originelen op een veilige plek. Als de verhuurder btw berekent, voeg dan het btw-identificatienummer toe en verwijs naar de btw-optie zoals beschreven in de Wet op de omzetbelasting 1968. Laat indien nodig een juridisch adviseur de overeenkomst controleren voordat u tekent. Geef in de overeenkomst ook duidelijk aan wie verantwoordelijk is voor het melden van schade aan de verhuurder en binnen welke termijn dit dient te gebeuren om discussies achteraf te voorkomen.
Wettelijke vereisten voor Garage/Parkeerplaats Huur
De Garage/Parkeerplaats Huurovereenkomst in Nederland is onderworpen aan de volgende wettelijke vereisten.
Toepasselijk recht: art. 7:230a BW geldt voor zelfstandige garages en parkeerplaatsen. Het woonruimteregime (art. 7:232 BW) is van toepassing als de garage als aanhorigheid bij een woning wordt gehuurd. De Kantonrechter beslist bij een classificatiegeschil.
Ontruimingsbescherming: bij opzegging door de verhuurder kan de huurder van een 7:230a-ruimte de Kantonrechter verzoeken de ontruimingstermijn met maximaal twee maanden te verlengen (art. 7:230a lid 2 BW). Dit verzoek moet worden ingediend binnen twee maanden na ontvangst van de opzegging. De Kantonrechter weegt de belangen van de verhuurder (dringend eigen gebruik, sloop) en de huurder (moeilijkheid alternatief te vinden).
Brandveiligheid en opslag: het opslaan van gevaarlijke stoffen (benzine, LPG, accu's zonder ventilatie) in een garagebox is verboden op grond van het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (BRZO) en de gemeentelijke bouwverordening. Elektrische auto-accu's en laadpalen vallen onder de NEN-norm 1010 en de eisen van de Wet milieubeheer.
Belastingaangifte: huurinkomsten uit garages zijn voor de verhuurder belastbaar in box 3 (vermogensrendementsheffing, art. 5.3 Wet IB 2001) als de garage tot het privevermogen behoort, of in box 1 (winst uit onderneming) als de verhuur als onderneming kwalificeert. De Belastingdienst beschouwt verhuur van meer dan vijf panden als ondernemer.
VvE-beperkingen: verhuur van een parkeerplaats in een VvE-complex is gebonden aan de regels van de splitsingsakte en het huishoudelijk reglement. Sommige VvE's vereisen toestemming van de vergadering voor verhuur aan externen. Vergeet niet dat bij verhuur van een parkeerplaats als onderdeel van een appartementencomplex ook de regels van het splitsingsreglement en de modelreglementen van de VvE gelden. De verhuurder is verplicht een Energieprestatiecertificaat (EPC) te verstrekken als de garage een zelfstandig gebouw is met een oppervlakte groter dan 50 m². Bij twijfel over de juridische kwalificatie van de ruimte raadpleeg altijd een notaris of gespecialiseerd huurrechtadvocaat.
Veelgemaakte fouten bij uw Garage/Parkeerplaats Huur
Bij de verhuur van garages en parkeerplaatsen in Nederland worden veelgemaakte fouten geconstateerd die leiden tot juridische problemen.
Fout 1 — Geen schriftelijke overeenkomst: informele mondelinge afspraken zijn moeilijk bewijsbaar bij een geschil over de opzegtermijn, de huurprijs of schade. Een schriftelijke overeenkomst is altijd aanbevolen, ook bij korte huurperioden.
Fout 2 — Ontbreken beschrijving van de staat bij aanvang: verhuurders vergeten de aanvangsconditie van de garagebox te documenteren (foto's, conditierapport). Zonder dit bewijs is de aansprakelijkheid van de huurder voor schade moeilijk aantoonbaar bij de Kantonrechter.
Fout 3 — Onjuiste kwalificatie als woonruimte: verhuurders van garages die bij een woning horen, sluiten een zelfstandig 7:230a-contract in plaats van de garage als aanhorigheid in de woonruimtehuurovereenkomst op te nemen. Dit heeft gevolgen voor de huurprijsbescherming en de opzeggingsregels.
Fout 4 — Geen indexeringsclausule: verhuurders vergeten een CPI-indexeringsclausule op te nemen, waardoor de huurprijs jarenlang niet wordt verhoogd en de reele waarde van de huurinkomsten daalt.
Fout 5 — Te late ontruimingsprocedure: verhuurders starten de ontruimingsprocedure bij de Kantonrechter te laat nadat de opzegtermijn is verstreken. De huurder heeft recht op twee maanden verlenging bij een verzoek ex art. 7:230a lid 2 BW, wat betekent dat het feitelijk vier tot vijf maanden kan duren voor de huurder de garage heeft ontruimd.
Fout 6 — Geen brandveiligheidsclausule: bij verhuur van garages met laadpalen of opslag van accu's worden geen afspraken gemaakt over brandveiligheid en ventilatie, wat bij brand kan leiden tot aansprakelijkheid van de verhuurder. Controleer altijd de VvE-regels voor onderverhuur. Wees nauwkeurig.
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Garage/Parkeerplaats Huur (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/real-estate/leases/garage-parkeerplaats-huur
"Garage/Parkeerplaats Huur (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/real-estate/leases/garage-parkeerplaats-huur.
@misc{formslegal-garage-parkeerplaats-huur,
author = {{Forms Legal}},
title = {Garage/Parkeerplaats Huur (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/real-estate/leases/garage-parkeerplaats-huur}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
Een zelfstandige garage of parkeerplaats die los van een woning wordt verhuurd, valt doorgaans onder art. 7:230a BW (overige bedrijfsruimte), niet onder het woonruimteregime van art. 7:232 BW of het middenstandsbedrijfsruimteregime van art. 7:290 BW. Art. 7:230a BW betreft alle gebouwde onroerende zaken die niet kwalificeren als woonruimte of 7:290-bedrijfsruimte, zoals kantoren, loodsen, garages en bergingen. Voor 7:230a BW-ruimten geldt geen bijzondere huurprijsbescherming (geen Huurcommissie-toetsing) en geen dwingende opzegtermijnen anders dan die in de overeenkomst zijn bepaald; bij beëindiging door de verhuurder geldt echter de ontruimingsbescherming van art. 7:230a lid 2 BW: de rechter kan de ontruiming twee maanden uitstellen als de huurder dat verzoekt. Een parkeerplaats die onderdeel is van een huurovereenkomst voor woonruimte (bijv. als aanhorigheid bij een appartement), volgt het regime van de woonruimtehuur ex art. 7:232 BW. De juridische kwalificatie is afhankelijk van de feitelijke situatie en de bedoeling van partijen; bij twijfel beslist de Kantonrechter.
Voor garages en parkeerplaatsen die vallen onder art. 7:230a BW geldt geen wettelijke minimale opzegtermijn. Partijen zijn vrij een opzegtermijn overeen te komen in de huurovereenkomst. In de praktijk hanteren veel verhuurders een opzegtermijn van een maand. Als de huurovereenkomst geen opzegtermijn vermeldt, geldt de redelijkheid en billijkheid van art. 6:248 BW en de rechtspraak van de Kantonrechter, die doorgaans een maand als redelijk beschouwt voor garages van particuliere verhuurders. Bij beëindiging door de verhuurder kan de huurder op grond van art. 7:230a lid 2 BW de Kantonrechter verzoeken de ontruimingstermijn met maximaal twee maanden te verlengen. De huurder kan dit verzoek slechts eenmaal doen; de Kantonrechter weegt de belangen van beide partijen. Bij een huurovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt de huur van rechtswege op de overeengekomen einddatum zonder opzegging, tenzij de overeenkomst anders bepaalt.
De huurder van een garage of parkeerplaats mag in beginsel niet onderverhuren tenzij de huurovereenkomst dit uitdrukkelijk toestaat of de verhuurder schriftelijke toestemming geeft op grond van art. 7:221 BW. Dit geldt ook bij garages die vallen onder art. 7:230a BW; het onderverhuurverbod is voor alle categorieën huur van toepassing, tenzij contractueel anders is bepaald. In de praktijk verbieden verhuurders en beheerders van parkeergarages onderverhuur om te voorkomen dat de huurder de parkeerplaats als P+R-plek commercieel exploiteert. Gemeenten (zoals Amsterdam en Rotterdam) hanteren een vergunningssysteem voor openbare parkeerplaatsen waarbij onderverhuur van een gehuurde parkeerplaats voor commerciele doeleinden verboden is zonder exploitatievergunning van de gemeente op grond van de Algemene plaatselijke verordening (APV). Bij overtreding van het onderverhuurverbod kan de verhuurder de huurovereenkomst ontbinden wegens wanprestatie (art. 6:265 BW) en ontruiming vorderen bij de Kantonrechter.
De huurprijs van een garage of parkeerplaats die valt onder art. 7:230a BW, is volledig vrij te bepalen door de verhuurder; er geldt geen wettelijk maximum en er is geen Huurcommissie-toetsing mogelijk. De huurprijs wordt bepaald door de markt: ligging (centrum versus buitenwijk), type (gesloten garagebox versus open parkeerplaats), afmetingen en aanwezigheid van stroom, wateraansluiting of opslagfaciliteiten. In Amsterdam, Rotterdam en Den Haag variëren maandelijkse huurprijzen voor een garagebox van circa € 150 tot € 600 per maand; voor een parkeerplaats in een parkeergarage van € 100 tot € 350 per maand (2024). Jaarlijkse indexering op basis van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle huishoudens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is gebruikelijk en toegestaan. Als de parkeerplaats onderdeel is van een Vereniging van Eigenaren (VvE)-complex, is de VvE-bijdrage (art. 5:112 BW) een additionele kostenpost die naast de huurprijs wordt geheven.
De huurder van een garage of parkeerplaats is op grond van art. 7:218 BW aansprakelijk voor alle schade aan de gehuurde ruimte die is veroorzaakt door hem, zijn huisgenoten, zijn gasten of zijn voertuigen, tenzij hij aantoont dat de schade niet aan hem toerekenbaar is. De omkeringsregel van art. 7:218 lid 2 BW bepaalt dat brand die tijdens de huur is ontstaan wordt vermoed te zijn veroorzaakt door de huurder, tenzij hij aantoont dat de brand door overmacht (art. 6:75 BW) of een andere oorzaak is veroorzaakt. De huurder is ook aansprakelijk voor schade door lekkage van olie of andere vloeistoffen van zijn voertuig die de vloer of de afvoer van de garage beschadigen. Schade door derden of door normaal gebruik en slijtage (bijv. kleurverbleking muren) is voor rekening van de verhuurder. De verhuurder is verplicht de garage beschikbaar te stellen in deugdelijke staat (art. 7:203 BW); gebreken die het gebruik belemmeren (bijv. kapotte garagedeur, wateroverlast) moeten door de verhuurder worden hersteld.
Een garage of parkeerplaats die onderdeel is van een appartementencomplex, kan worden toebedeeld aan een individuele appartementseigenaar als een privégedeelte op grond van de splitsingsakte (art. 5:106-148 BW) en het splitsingsreglement van de Vereniging van Eigenaren (VvE). De eigenaar van een dergelijke parkeerplaats mag zijn parkeerplaats verhuren aan derden, maar de splitsingsakte of het huishoudelijk reglement van de VvE kan beperkingen stellen: sommige VvE's staan alleen verhuur toe aan medegebruikers van het gebouw. De Kantonrechter heeft meermaals bepaald dat een VvE-reglement dat verhuur aan externen verbiedt, geldig is op grond van de vergaande regelbevoegdheid van de VvE ex art. 5:112 BW. De huurder van een parkeerplaats in een VvE-complex moet zich houden aan de reglementen van de VvE, ook als hij geen eigenaar is. Stemmingsbesluiten van de VvE over het parkeerregelement zijn bindend voor alle gebruikers, ook huurders, als de beslissing rechtsgeldig is genomen met de vereiste meerderheid ex art. 5:126 BW.
In gemeente met een betaald parkeergebied (zoals Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht) kan een huurder van een garagebox of privéparkeerplaats op grond van de Wegenverkeerswet 1994 (art. 149) en de gemeentelijke parkeerverordening een bewonersvergunning of ondernemersvergunning aanvragen bij de gemeente. De aanvraag verloopt via het gemeentelijke digitale loket (e-formulier, DigiD-inlog). De gemeente beoordeelt of het adres van de garage in de vergunningzone ligt. Een bewonersvergunning geldt voor het parkeren in de openbare ruimte in de vergunningzone; een garagebox of privéparkeerplaats zelf vereist geen vergunning voor eigen gebruik. Als de verhuurder de gemeente huurt van een woningcorporatie of de gemeente zelf (gemeentelijk vastgoed), zijn de huurprijzen en toewijzingsregels vastgelegd in de gemeentelijke verordening en de prestatieafspraken met de woningcorporatie op grond van de Woningwet 2015. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft subsidieregeling voor elektrische laadpalen in garages.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Huurovereenkomst Woonruimte
Schriftelijke huurovereenkomst voor zelfstandige woonruimte in Nederland conform Burgerlijk Wetboek Boek 7, Titel 4, afdeling 5 (artt. 7:232–7:282) en de Wet doorstroming huurmarkt 2016.
Huurovereenkomst Bedrijfsruimte (art. 7:290 BW)
Schriftelijke huurovereenkomst bedrijfsruimte (winkel, horeca, ambachtsbedrijf) voor Nederland conform Burgerlijk Wetboek Boek 7, Titel 4, afdeling 6 (artt. 7:290 tot 7:310 BW).
Vrije Sector Huurovereenkomst
Huurovereenkomst voor vrije sector woonruimte in Nederland conform BW 7:232 en buiten het sociale huurprijsregime van de Huurprijzenwet woonruimte.