Huurovereenkomst Bedrijfsruimte (art. 7:290 BW)
Burgerlijk Wetboek artt. 7:290–7:310; ROZ-model 2022; Wet OB 1968
HUUROVEREENKOMST BEDRIJFSRUIMTE
conform Burgerlijk Wetboek Boek 7, Titel 4, afdeling 6, artt. 7:290–7:310; ROZ-model 2022
Partijen
DE ONDERGETEKENDEN:
1. De verhuurder:
[Verhuurder Naam] ([Verhuurder Type])
Adres: [Verhuurder Adres]
KvK: [Verhuurder Kvk] — BTW: [Verhuurder Btw]
Vertegenwoordigd door: [Verhuurder Tekenbevoegde]
hierna te noemen: de Verhuurder
2. De huurder:
[Huurder Naam] ([Huurder Rechtsvorm])
Adres: [Huurder Adres]
KvK: [Huurder Kvk] — BTW: [Huurder Btw]
Vertegenwoordigd door: [Huurder Tekenbevoegde]
Persoonlijke borgstelling bestuurder: [Persoonlijke Borg]
hierna te noemen: de Huurder
VERKLAREN te zijn overeengekomen als volgt, met integrale toepasselijkverklaring van de Algemene Bepalingen ROZ 2022 voor 7:290-bedrijfsruimte, die als bijlage onderdeel uitmaken van deze overeenkomst:
Artikel 1 — Het Gehuurde
ARTIKEL 1 — HET GEHUURDE
1.1 De Verhuurder verhuurt aan de Huurder, en de Huurder huurt van de Verhuurder, de middenstandsbedrijfsruimte gelegen aan [Adres Gehuurde], kadastraal bekend [Kadastrale Aanduiding].
1.2 Verkoopvloeroppervlak (VVO): [Vvo] m²; bruto vloeroppervlak (BVO): [Bvo] m², beide gemeten volgens NEN 2580.
1.3 Aanhorigheden: [Aanhorigheden].
1.4 Het gehuurde is bestemd voor en zal door de Huurder uitsluitend worden gebruikt voor: [Bestemming]. Het gehuurde omvat een voor het publiek toegankelijk lokaal, zodat de overeenkomst kwalificeert als middenstandsbedrijfsruimte ex art. 7:290 BW.
1.5 Ander gebruik dan voornoemde bestemming (detournement van gebruik) is zonder schriftelijke toestemming van de Verhuurder verboden.
Artikel 2 — Duur en Verlenging
ARTIKEL 2 — DUUR EN VERLENGING
2.1 Deze huurovereenkomst is aangegaan als [Soort Overeenkomst] en gaat in op [Ingangsdatum]; de eerste periode eindigt op [Einddatum].
2.2 Bij een standaard 5+5 jaar overeenkomst wordt de huur na het verstrijken van de eerste vijfjaarsperiode van rechtswege verlengd met vijf jaar tot een totaal van tien jaar ex art. 7:292 BW, tenzij door een der partijen tijdig (minimaal een jaar voor het einde) is opgezegd per deurwaardersexploot of aangetekende brief, met opgave van een opzeggrond uit art. 7:296 BW (verhuurder) of een gemotiveerde opzegging door de huurder.
2.3 Bij een pop-up overeenkomst ex art. 7:301 BW eindigt de huur van rechtswege op de overeengekomen einddatum zonder opzegging, mits de duur uiterlijk twee jaar minus een dag bedraagt.
2.4 Na het verstrijken van de tien jaar geldt de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd en kan zij door de Verhuurder slechts op de in art. 7:296 BW genoemde gronden worden opgezegd.
Artikel 3 — Huurprijs en Indexering
ARTIKEL 3 — HUURPRIJS EN INDEXERING
3.1 De kale huurprijs bedraagt € [Kale Huurprijs] per jaar, te voldoen in twaalf gelijke maandelijkse termijnen van € [Huurper Maand], uiterlijk op de eerste werkdag van iedere maand.
3.2 Geopteerd voor BTW-belaste verhuur (art. 6a Wet OB 1968): [Btw Optie]. Bij JA is over de huurprijs en de servicekosten 21% BTW verschuldigd; de Huurder verklaart het gehuurde voor ten minste 90% te gebruiken voor BTW-belaste prestaties.
3.3 Eventuele huurvrije periode (rent-free): [Rent Free Periode] maanden vanaf de ingangsdatum, ter inrichting van het gehuurde.
3.4 De huurprijs wordt jaarlijks per de jaarverjaardag van de ingangsdatum geindexeerd op basis van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle huishoudens van het Centraal Bureau voor de Statistiek, met als referentiemaand [Indexering Maand].
3.5 Betaling geschiedt op IBAN [Bankrekening].
3.6 Na vijf jaar (of bij verlenging na tien jaar) kan elk der partijen aan de Kantonrechter verzoeken de huurprijs aan te passen aan de gemiddelde huurprijzen van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse op grond van art. 7:303 BW.
Artikel 4 — Servicekosten
ARTIKEL 4 — SERVICEKOSTEN
4.1 De Huurder betaalt maandelijks een voorschot op de servicekosten van € [Servicekosten Voorschot], vermeerderd met BTW indien artikel 3.2 daarin voorziet.
4.2 De servicekosten omvatten onder meer: [Servicekosten Inhoud].
4.3 De verdeelsleutel is: [Verdeelsleutel].
4.4 De Verhuurder stelt jaarlijks een gespecificeerde eindafrekening op met inzagerecht in de onderliggende facturen; overschot wordt teruggestort, tekort wordt bijbetaald binnen dertig dagen.
Artikel 5 — Waarborg
ARTIKEL 5 — WAARBORGSOM OF BANKGARANTIE
5.1 De Huurder stelt bij ondertekening, uiterlijk op de ingangsdatum, een zekerheid in de vorm van een [Waarborg Vorm] voor een bedrag van € [Waarborg Bedrag], ter zekerheid van de nakoming van zijn verplichtingen.
5.2 Bij bankgarantie betreft het een ongelimiteerde, op eerste verzoek opvraagbare garantie van een Nederlandse systeembank conform de model-tekst van de ROZ 2022 Algemene Bepalingen.
5.3 De waarborg wordt na het einde van de huurovereenkomst binnen drie maanden teruggegeven onder verrekening van openstaande huur, servicekosten, indexering en schade.
Artikel 6 — Onderhoud
ARTIKEL 6 — ONDERHOUD
6.1 De Verhuurder is verantwoordelijk voor het casco-onderhoud (gevel, dak, fundering, dragende constructie, hoofdriolering, hoofdleidingen gas, water, elektra en data) op grond van art. 7:206 BW en de Algemene Bepalingen ROZ 2022.
6.2 De Huurder is verantwoordelijk voor het binnenonderhoud (afwerking, sanitair, eigen installaties, kleine herstellingen) en voor de inrichting van het gehuurde overeenkomstig de bestemming.
6.3 Gebreken moeten zo spoedig mogelijk schriftelijk door de Huurder aan de Verhuurder worden gemeld.
Artikel 7 — Bijzondere Bepalingen
ARTIKEL 7 — BIJZONDERE BEPALINGEN
7.1 Toestemming voor onderverhuur: [Onderverhuur]. Onderverhuur zonder schriftelijke toestemming is verboden en leidt tot ontruiming wegens slecht huurderschap.
7.2 Branchebescherming: [Branchebescherming].
7.3 Persoonlijke borgstelling van de bestuurder (art. 7:850 BW): [Persoonlijke Borg].
Artikel 8 — Geschillen en Toepasselijk Recht
ARTIKEL 8 — GESCHILLEN EN TOEPASSELIJK RECHT
8.1 Op deze huurovereenkomst is Nederlands recht van toepassing.
8.2 Geschillen worden in eerste aanleg voorgelegd aan de Kantonrechter van de Rechtbank van het arrondissement waar de bedrijfsruimte is gelegen ex art. 93 Rv; hoger beroep bij het Gerechtshof, cassatie bij de Hoge Raad der Nederlanden.
8.3 Voor 7:290-bedrijfsruimte is de Huurcommissie niet bevoegd.
ONDERTEKENING
Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend te [Plaats Ondertekening] op [Datum Ondertekening].
De Verhuurder: [Verhuurder Naam]
Naam tekenbevoegde: [Verhuurder Tekenbevoegde]
Handtekening: _________________________
De Huurder: [Huurder Naam]
Naam tekenbevoegde: [Huurder Tekenbevoegde]
Handtekening: _________________________
Verhuurder
________________
Signature
Huurder
________________
Signature
Wat is Huurovereenkomst Bedrijfsruimte (art. 7:290 BW)?
De Huurovereenkomst Bedrijfsruimte in Nederland regelt de huur van winkel-, horeca- of ambachtsruimte (middenstandsbedrijfsruimte) en geeft de huurder een sterke wettelijke positie wegens de aan de locatie verbonden goodwill, dwingend geregeld in Burgerlijk Wetboek art. 7:290 tot 7:310. Kenmerkend zijn de termijnbescherming van vijf plus vijf jaar onder BW art. 7:292, de mogelijkheid tot huurprijsherziening via de kantonrechter onder BW art. 7:303 en de beperkte opzeggingsgronden voor de verhuurder onder BW art. 7:296.
De overeenkomst wordt gesloten tussen een verhuurder (eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter of beheerder) en een huurder die doorgaans een rechtspersoon of een eenmanszaak is, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De Nederlandse wetgever heeft de huurder van 7:290-bedrijfsruimte een sterke beschermde positie gegeven vanwege de relatie tussen het gehuurde en de goodwill van de onderneming: de huurder investeert in de inrichting, het klantenbestand en de naamsbekendheid van zijn vestiging, en is afhankelijk van een langdurige huurverhouding voor de terugverdiening van die investering.
De wettelijke kaders waaraan de huurovereenkomst 7:290-bedrijfsruimte moet voldoen zijn semidwingend van aard ter bescherming van de huurder. Tot de dwingendrechtelijke bepalingen behoren: de minimumduur van vijf jaar voor de eerste periode met automatische verlenging tot tien jaar (art. 7:291 jo. 7:292 BW); de limitatieve opzeggronden voor de verhuurder (art. 7:296 BW); de huurprijsherziening na vijf jaar via de Kantonrechter (art. 7:303 BW); de bescherming bij overdracht (art. 7:226 BW, koop breekt geen huur); de onderhoudsverplichting van de verhuurder voor het casco (art. 7:206 BW). Afwijking ten nadele van de huurder vereist goedkeuring van de Kantonrechter ex art. 7:291 lid 2 BW. Voor afwijking ten voordele van de huurder is geen goedkeuring nodig.
De huurovereenkomst 7:290-bedrijfsruimte regelt de essentialia van de huurverhouding: identificatie van partijen met statutaire naam, vestigingsadres en KvK-nummer; nauwkeurige omschrijving van het gehuurde met kadastrale aanduiding en bruikbaar vloeroppervlak in vierkante meters volgens NEN 2580; bestemming (winkel, horeca, ambacht) met expliciete vermelding van het toegestane gebruik; ingangsdatum en duur (standaard vijf jaar met automatische verlenging vijf jaar); kale huurprijs in euro met jaarlijkse indexering op basis van CPI alle huishoudens van het Centraal Bureau voor de Statistiek; servicekosten met voorschot en jaarlijkse afrekening; waarborgsom of bankgarantie (gebruikelijk drie maanden bruto huur); onderhoudsverdeling (verhuurder casco, huurder binnenzijde); verbod op onderverhuur zonder schriftelijke toestemming; bevoegdheid van de Kantonrechter voor geschillen. In de Nederlandse vastgoedmarkt wordt vrijwel universeel het ROZ-model 2022 met de bijbehorende algemene bepalingen gebruikt. Deze modelovereenkomst voor de Nederlandse markt voldoet aan de eisen van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en is geschikt voor zowel particuliere als institutionele verhuurders.
Wanneer heeft u Huurovereenkomst Bedrijfsruimte (art. 7:290 BW) nodig?
Een huurovereenkomst bedrijfsruimte op grond van art. 7:290 BW voor Nederland is nodig zodra een eigenaar, vruchtgebruiker of erfpachter een middenstandsbedrijfsruimte aan een ondernemer of rechtspersoon ter beschikking stelt voor de uitoefening van een kleinhandelsbedrijf, een horecabedrijf, een ambacht of een dienstverlening met een voor het publiek toegankelijk lokaal. De schriftelijke vorm is niet dwingend voorgeschreven, maar in de praktijk onontbeerlijk vanwege de termijnbescherming, de huurprijsherziening en de financierings- en investeringscondities die zowel de verhuurder als de huurder vraagt.
Verhuur van een winkelpand in een winkelgebied of winkelcentrum: in dit klassieke geval is de schriftelijke huurovereenkomst de grondslag voor de gehele huurverhouding gedurende minimaal vijf jaar met automatische verlenging vijf jaar. De overeenkomst bepaalt de exacte bestemming (bijvoorbeeld 'verkoop van mode en accessoires' of 'kleinhandel in levensmiddelen'), de jaarlijkse indexering, de servicekosten voor het winkelcentrumbeheer (Vereniging van Winkeliers), de openingstijdenregeling en de eventuele branchebeschermingsclausules. De schriftelijke vastlegging is essentieel voor de financiering van de inrichting door de huurder en voor de waardebepaling van het pand door de verhuurder.
Verhuur van horecabedrijfsruimte (restaurant, cafe, snackbar, afhaalrestaurant): voor horecaverhuur gelden naast art. 7:290 BW ook de Drank- en Horecawet 2013 en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente. De schriftelijke huurovereenkomst moet de horecabestemming expliciet vermelden, de verplichte vergunningen (Drank- en Horecavergunning, terrasvergunning, exploitatievergunning) opsommen en de verantwoordelijkheid voor de aanvraag en het behoud van de vergunningen verdelen tussen verhuurder en huurder. Voor terrassen wordt vaak een aparte gebruiksovereenkomst gesloten omdat het terras in eigendom is van de gemeente.
Verhuur van een ambachtsbedrijfsruimte (kapsalon, schoonheidssalon, schoenmakerij, bloemenwinkel): voor ambachtsbedrijven met een voor het publiek toegankelijke werkplaats geldt het 7:290-regime; voor ambachtsbedrijven zonder publieke toegankelijkheid (een werkplaats voor stoffering, een drukkerij) geldt het 7:230a-regime. De kwalificatie wordt door de feitelijke inrichting bepaald, niet door de tekst van de overeenkomst, op grond van rechtspraak van de Hoge Raad. Bij twijfel verdient het aanbeveling om in de schriftelijke overeenkomst expliciet de bestemming als 7:290-bedrijfsruimte op te nemen.
Verhuur als pop-up store voor maximaal twee jaar op grond van art. 7:301 BW: deze contractvorm vereist een schriftelijke overeenkomst waarin uitdrukkelijk de korte duur, de tijdelijke aard en de uitsluiting van de 5+5 jaar termijnbescherming zijn opgenomen, alsmede de verwijzing naar art. 7:301 BW. Een dag langer dan twee jaar maakt de overeenkomst automatisch een vijfjaarscontract op grond van art. 7:291 BW.
Verhuur van een franchiselocatie: voor franchiseondernemingen waarbij de franchisegever het pand huurt en aan de franchisenemer in onderhuur geeft, moet de schriftelijke huurovereenkomst de mogelijkheid van onderverhuur expliciet vermelden of de hoofdhuurovereenkomst rechtstreeks tussen verhuurder en franchisenemer worden gesloten. Voor de financiering door de bank van de franchisenemer wordt vaak een directe huurovereenkomst geeist met een tripartiete clausule.
Verhuur in een winkelcentrum onder beheer van een winkelcentrumbeheerder: hier geldt naast de huurovereenkomst ook een huishoudelijk reglement van de winkelcentrumbeheerder (Vereniging van Winkeliers, ook wel 'shopping mall management') met regels over openingstijden, gevelreclame, etalages, gemeenschappelijke schoonmaak en evenementen. De schriftelijke huurovereenkomst verklaart het huishoudelijk reglement van toepassing en regelt de bijdrage aan de winkelcentrumbeheerder als onderdeel van de servicekosten.
Overdracht van een lopende huurovereenkomst bij verkoop van het pand: op grond van art. 7:226 BW (koop breekt geen huur) gaat de huurovereenkomst van rechtswege over op de koper van het pand. Bij overdracht aan een nieuwe verhuurder is een schriftelijke overdrachtsverklaring met opgave van de lopende huurovereenkomst, de huurprijs, de waarborgsom of bankgarantie en eventuele achterstanden noodzakelijk om de bewijspositie en de risico-overgang te regelen.
Wat moet er in uw Huurovereenkomst Bedrijfsruimte (art. 7:290 BW) staan?
De huurovereenkomst 7:290-bedrijfsruimte voor Nederland moet een aantal essentiele bestanddelen bevatten om rechtsgeldig en handhaafbaar te zijn onder Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en in lijn met het ROZ-model 2022 dat in de Nederlandse vastgoedmarkt vrijwel universeel wordt gebruikt. De volgende elementen vormen de kern van een degelijke overeenkomst en zijn opgenomen in de modeltekst die op forms-legal.com beschikbaar is voor de Nederlandse markt.
Identificatie van partijen: voor een rechtspersoon-verhuurder: statutaire naam, vestigingsadres en KvK-nummer (Kamer van Koophandel), met overlegging van een KvK-uittreksel niet ouder dan een maand en een aanwijzing van de tekenbevoegde bestuurder. Voor een particuliere verhuurder: voor- en achternaam, geboortedatum, woonadres en BSN. Voor de huurder hetzelfde: statutaire naam, vestigingsadres en KvK-nummer voor een rechtspersoon, of voor- en achternaam, geboortedatum, woonadres en BSN voor een eenmanszaak met handelsnaam.
Omschrijving van het gehuurde: nauwkeurige aanduiding van het adres met postcode en huisnummer; kadastrale aanduiding (gemeente, sectie, perceelnummer) volgens de Kadasterwet 1989; bij appartementsrecht het indexnummer uit de splitsingsakte; bruikbaar vloeroppervlak in vierkante meters volgens NEN 2580; verkoopvloeroppervlak (VVO) en bruto vloeroppervlak (BVO); aanwezigheid van een voor het publiek toegankelijk lokaal (essentieel voor de kwalificatie als 7:290-bedrijfsruimte); plattegrond als bijlage; eventuele aanhorigheden (kelderbox, opslagruimte, parkeerplaats, terras).
Bestemming en gebruik: expliciete vermelding van het toegestane gebruik (bijvoorbeeld 'kleinhandel in mode en accessoires' of 'restaurant met afhaaldienst' of 'kapsalon met schoonheidsbehandelingen') om de kwalificatie als 7:290-bedrijfsruimte te onderbouwen; verbod op andere bedrijfsuitoefening zonder schriftelijke toestemming van de verhuurder; eventuele branchebeschermingsclausules ten gunste van de huurder in een winkelcentrum (concurrentiebescherming).
Duur en ingangsdatum: standaard vijf jaar voor de eerste periode op grond van art. 7:291 lid 1 BW, automatisch verlengd met vijf jaar tot een totaal van tien jaar tenzij tijdig opgezegd; alternatief een pop-up overeenkomst voor maximaal twee jaar op grond van art. 7:301 BW; ingangsdatum (formaat DD-MM-JJJJ); de overeengekomen einddatum van de eerste periode en de eerste verlenging.
Huurprijs en indexering: kale huurprijs per jaar of per maand in euro; eventueel verhuiskostenvergoeding of huurvrije periode (rent-free) bij aanvang voor de inrichting; jaarlijkse indexering op basis van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle huishoudens van het Centraal Bureau voor de Statistiek met referentiemaand de maand voorafgaand aan de jaarverjaardag; betalingstermijn (gebruikelijk een maand vooraf); IBAN-nummer voor de overboeking; verschuldigde BTW op grond van art. 6a Wet OB 1968 indien voor BTW-belast verhuur is geopteerd door beide partijen.
Servicekosten: opsomming van de servicekosten (schoonmaak gemeenschappelijke ruimtes, glasverzekering, gevelbewassing, bewaking, onderhoud installaties, afvalverwerking, energie en water gemeenschappelijke ruimtes, eventuele winkelcentrumbeheerder); voorschot per maand; jaarlijkse afrekening met inzagerecht in de onderliggende facturen; verdeelsleutel op basis van het gehuurd vloeroppervlak of een specifieke sleutel per kostencategorie.
Waarborgsom of bankgarantie: gebruikelijk drie maanden bruto huur (kale huur plus servicekosten plus BTW); voorkeur voor bankgarantie van een Nederlandse systeembank boven waarborgsom; eventueel aanvullende persoonlijke borgstelling van de bestuurder of aandeelhouder van de rechtspersoon-huurder op grond van art. 7:850 BW.
Onderhoudsverdeling: de verhuurder is verantwoordelijk voor het casco-onderhoud (gevel, dak, fundering, dragende constructie, hoofdriolering, hoofdleidingen voor gas water elektra en data) op grond van art. 7:206 BW; de huurder is verantwoordelijk voor het onderhoud aan de binnenzijde (afwerking, sanitair, keukenuitrusting, eigen installaties, kleine herstellingen op grond van het Besluit kleine herstellingen Stb. 2003, 168 voor zover van toepassing). Onderverhuur zonder schriftelijke toestemming is verboden.
Opzegging en geschillenregeling: opzegging door de verhuurder is alleen rechtsgeldig op de in art. 7:296 BW genoemde gronden met een opzegtermijn van minimaal een jaar per deurwaardersexploot of aangetekende brief; opzegging door de huurder tegen het einde van een huurperiode met een opzegtermijn van een jaar; huurprijsherziening na vijf jaar via de Kantonrechter ex art. 7:303 BW; geschillen worden voorgelegd aan de Kantonrechter van de Rechtbank van het arrondissement waar de bedrijfsruimte is gelegen, met hoger beroep bij het Gerechtshof. Voor verwante situaties zie ook de modellen huurovereenkomst woonruimte en koopovereenkomst onroerend goed op forms-legal.com.
Hoe vult u uw Huurovereenkomst Bedrijfsruimte (art. 7:290 BW) in?
Het invullen van een huurovereenkomst 7:290-bedrijfsruimte voor Nederland vergt zorgvuldigheid om latere geschillen met de Kantonrechter te voorkomen en om de termijnbescherming en huurprijsherziening correct te regelen. Volg de onderstaande stappen om alle wettelijk vereiste gegevens correct te verwerken.
Stap 1 — Vul de partijen volledig in. Voor een rechtspersoon-verhuurder en -huurder: statutaire naam, vestigingsadres, KvK-nummer (acht cijfers), naam en functie van de tekenbevoegde bestuurder volgens een KvK-uittreksel niet ouder dan een maand; voeg het KvK-uittreksel als bijlage toe. Voor een particuliere verhuurder of een eenmanszaak-huurder: voor- en achternaam, geboortedatum (formaat DD-MM-JJJJ), woonadres, BSN, handelsnaam en KvK-nummer.
Stap 2 — Omschrijf het gehuurde nauwkeurig. Geef het volledige adres (straat, huisnummer met eventuele toevoeging, postcode, gemeente). Vermeld de kadastrale aanduiding in de vorm gemeente sectie perceelnummer (op te vragen via Mijn Kadaster). Voor een appartementsrecht: vermeld het indexnummer en de aanduiding uit de splitsingsakte. Geef het bruikbaar vloeroppervlak in vierkante meters volgens NEN 2580, het verkoopvloeroppervlak (VVO) en het bruto vloeroppervlak (BVO). Voeg een plattegrond met afmetingen als bijlage toe.
Stap 3 — Bepaal en vermeld de bestemming. Vermeld expliciet het toegestane gebruik (bijvoorbeeld 'kleinhandel in damesmode en accessoires' of 'restaurant met afhaaldienst voor 60 couverts'). Een vage of te brede bestemming ('detailhandel in het algemeen') kan in de praktijk leiden tot conflicten over branchebescherming en is voor de kwalificatie als 7:290-bedrijfsruimte minder geschikt. Vermeld dat het gehuurde een voor het publiek toegankelijk lokaal omvat (essentieel voor de 7:290-kwalificatie).
Stap 4 — Bepaal de duur en de ingangsdatum. Kies tussen de standaard vijfjaarsovereenkomst met automatische verlenging vijf jaar (art. 7:291 jo. 7:292 BW), of een pop-up overeenkomst voor maximaal twee jaar (art. 7:301 BW). Vermeld de ingangsdatum (formaat DD-MM-JJJJ) en de einddatum van de eerste periode. Bij een afwijkende duur is goedkeuring van de Kantonrechter vereist op grond van art. 7:291 lid 2 BW.
Stap 5 — Vul de huurprijs in. Geef de kale huurprijs per jaar of per maand in euro met twee decimalen (€ 36.000,00 per jaar of € 3.000,00 per maand). Eventueel een rent-free periode voor de inrichting (bijvoorbeeld de eerste drie maanden) of een gefaseerde huur (lagere huur in jaar 1, oplopend in jaar 2 en 3). Vermeld de jaarlijkse indexering op basis van CPI alle huishoudens met referentiemaand (gebruikelijk: maand voorafgaand aan de jaarverjaardag). Vermeld of er BTW van toepassing is (art. 6a Wet OB 1968 bij geopteerde belaste verhuur) en het BTW-tarief van 21%.
Stap 6 — Vul de servicekosten in. Geef het voorschot per maand in euro (bijvoorbeeld € 250,00). Vermeld de gedekte servicekosten (schoonmaak, glasverzekering, gevelbewassing, onderhoud installaties, afvalverwerking, energie en water gemeenschappelijke ruimtes, winkelcentrumbeheerder). Vermeld de verdeelsleutel (gehuurd vloeroppervlak in m², specifieke verdeelsleutel per kostencategorie) en de jaarlijkse afrekening met inzagerecht.
Stap 7 — Vul de waarborgsom of bankgarantie in. Geef het bedrag (gebruikelijk drie maanden bruto huur, dus drie maal kale huur + servicekosten + BTW). Vermeld de termijn voor de stelling (uiterlijk bij overhandiging van de sleutels) en de vorm (waarborgsom op derdengeldenrekening van de notaris of beheerder, dan wel bankgarantie van een Nederlandse systeembank). Bij rechtspersoon-huurder eventueel aanvullend persoonlijke borgstelling van de bestuurder op grond van art. 7:850 BW.
Stap 8 — Vul de onderhoudsverdeling en bijzondere bepalingen in. Verklaar de algemene bepalingen ROZ 2022 van toepassing als bijlage. Vermeld de casco-onderhoudsverplichting van de verhuurder (art. 7:206 BW) en de binnenonderhoudsverplichting van de huurder. Vermeld het verbod op onderverhuur zonder schriftelijke toestemming, het verbod op detournement van gebruik (afwijken van de bestemming) en eventuele branchebeschermingsclausules.
Stap 9 — Onderteken en bewaar. Beide partijen ondertekenen het contract in tweevoud, ieder een origineel. Vermeld de plaats van ondertekening en de datum (DD-MM-JJJJ). Voeg als bijlagen toe: KvK-uittreksel van beide rechtspersonen; kopie identiteitsbewijs van de tekenbevoegde bestuurders; kadastraal uittreksel; plattegrond van het gehuurde; algemene bepalingen ROZ 2022; eventueel persoonlijke borgstelling; bankgarantie of bewijs van waarborgsomstorting; eventueel huishoudelijk reglement van de winkelcentrumbeheerder.
Wettelijke vereisten voor Huurovereenkomst Bedrijfsruimte (art. 7:290 BW)
De huurovereenkomst 7:290-bedrijfsruimte voor Nederland kent een grotendeels semidwingend wettelijk kader dat is uitgewerkt in Boek 7, Titel 4, afdeling 6 van het Burgerlijk Wetboek (artt. 7:290 tot 7:310 BW) ter bescherming van de huurder. Afwijking ten nadele van de huurder vereist goedkeuring van de Kantonrechter ex art. 7:291 lid 2 BW; afwijking ten voordele van de huurder is zonder goedkeuring toegestaan.
Kwalificatie als middenstandsbedrijfsruimte op grond van art. 7:290 BW: het gehuurde moet bestemd zijn voor de uitoefening van een kleinhandelsbedrijf, een restaurant- of cafebedrijf, een afhaal- of besteldienst of een ambachtsbedrijf, mits een voor het publiek toegankelijk lokaal voor de rechtstreekse levering van roerende zaken of voor dienstverlening aanwezig is. De kwalificatie wordt bepaald door het feitelijk gebruik, niet door de tekst van de overeenkomst, op grond van vaste rechtspraak van de Hoge Raad. Een 'kantoorclausule' in een overeenkomst voor een feitelijke winkel kan door de Kantonrechter terzijde worden gesteld.
Minimumduur en automatische verlenging op grond van art. 7:291 jo. art. 7:292 BW: de huurovereenkomst geldt voor minimaal vijf jaar voor de eerste periode en wordt na het verstrijken van rechtswege verlengd met vijf jaar tot een totaal van tien jaar, tenzij tijdig opgezegd. Een kortere overeengekomen duur wordt automatisch verlengd tot vijf jaar, tenzij de Kantonrechter de afwijking goedkeurt op grond van art. 7:291 lid 2 BW (afwijking ten voordele van de huurder) of art. 7:301 BW (pop-up overeenkomst voor maximaal twee jaar). Na het verstrijken van de tien jaar geldt de overeenkomst voor onbepaalde tijd.
Opzegging door de verhuurder op grond van art. 7:295 jo. art. 7:296 BW: de opzegging moet minimaal een jaar voor het einde van de huurperiode bij deurwaardersexploot of aangetekende brief worden gedaan met expliciete opgave van de opzeggrond. De gronden zijn limitatief: slecht huurderschap; dringend eigen gebruik door de verhuurder of een familielid; niet instemmen met een redelijk aanbod tot een nieuwe huurovereenkomst; wijziging van de bestemming overeenkomstig een geldend bestemmingsplan; belangenafweging (alleen bij verlenging na tien jaar). Stemt de huurder niet in binnen zes weken, dan moet de verhuurder een ontruimingsprocedure bij de Kantonrechter starten.
Huurprijsherziening op grond van art. 7:303 BW: na vijf jaar (of bij verlenging na tien jaar) kan elk van de partijen aan de Kantonrechter verzoeken de huurprijs aan te passen aan de gemiddelde huurprijzen van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse, op basis van een rapport van een door beide partijen of door de Kantonrechter benoemde deskundige (gebruikelijk NRVT-erkende taxateur). De uitspraak werkt terug tot de datum van het verzoek met wettelijke rente ex art. 6:119 BW.
Koop breekt geen huur op grond van art. 7:226 BW: bij verkoop van het verhuurde gaat de huurovereenkomst van rechtswege over op de nieuwe verhuurder, inclusief alle rechten en plichten en de waarborgsom of bankgarantie. De huurder behoudt zijn huurbescherming.
Onderhoudsverdeling op grond van art. 7:206 BW: de verhuurder is verantwoordelijk voor het casco-onderhoud (gevel, dak, fundering, dragende constructie, hoofdriolering, hoofdleidingen); de huurder voor het binnenonderhoud, met dien verstande dat het Besluit kleine herstellingen (Stb. 2003, 168) bij 7:290-bedrijfsruimte slechts beperkt analoog wordt toegepast.
BTW-regime op grond van art. 11 Wet OB 1968 jo. art. 6a Wet OB: verhuur van onroerend goed is in beginsel vrijgesteld van BTW; partijen kunnen op grond van art. 6a Wet OB opteren voor BTW-belaste verhuur indien de huurder het verhuurde gebruikt voor met BTW belaste prestaties voor ten minste 90%. De keuze moet in de huurovereenkomst worden vastgelegd en gemeld bij de Belastingdienst.
Bevoegde rechter: geschillen worden voorgelegd aan de Kantonrechter van de Rechtbank van het arrondissement waar de bedrijfsruimte is gelegen op grond van art. 93 Rv (sector Kanton voor huurzaken); voor 7:290-bedrijfsruimte is de Huurcommissie niet bevoegd. Hoger beroep is mogelijk bij het Gerechtshof en cassatie bij de Hoge Raad der Nederlanden.
ROZ-model 2022: in de Nederlandse vastgoedmarkt wordt vrijwel universeel het ROZ-model 2022 met de bijbehorende algemene bepalingen gebruikt; het model is geen wettelijk verplicht model maar wordt door de Hoge Raad als uitgangspunt voor de interpretatie van bedrijfsruimtehuurcontracten erkend.
Veelgemaakte fouten bij uw Huurovereenkomst Bedrijfsruimte (art. 7:290 BW)
Bij het opstellen van een huurovereenkomst 7:290-bedrijfsruimte in Nederland worden veelvoorkomende fouten gemaakt die kunnen leiden tot verlies van termijnbescherming, vernietigbaarheid van bepalingen of het verbeuren van een boete. Onderstaande fouten komen het meest voor in de jurisprudentie van de Kantonrechters en het Gerechtshof.
Fout 1 — Onjuiste kwalificatie als 7:230a in plaats van 7:290. Een verhuurder kwalificeert een feitelijke winkel of horecabedrijfsruimte ten onrechte als 'overig bedrijfsruimte 7:230a BW' (om de termijnbescherming en huurprijsherziening te ontlopen). Op grond van vaste rechtspraak van de Hoge Raad wordt de kwalificatie bepaald door het feitelijk gebruik, niet door de tekst van de overeenkomst; de Kantonrechter kan op verzoek van de huurder de overeenkomst herkwalificeren als 7:290-bedrijfsruimte met als gevolg automatische verlenging tot vijf jaar en alle huurbescherming. Voorkom dit door de feitelijke bestemming nauwkeurig en correct te vermelden en bij twijfel expliciet 7:290 BW te kiezen.
Fout 2 — Pop-up overeenkomst van een dag langer dan twee jaar. Een verhuurder en huurder spreken een pop-up overeenkomst voor twee jaar en een week af op grond van art. 7:301 BW, in de veronderstelling dat de overeenkomst aan het einde automatisch eindigt. Op grond van art. 7:301 BW geldt de regeling echter alleen voor overeenkomsten van maximaal twee jaar; een dag langer maakt de overeenkomst automatisch een vijfjaarscontract met alle termijnbescherming. Voorkom dit door de einddatum strikt op uiterlijk twee jaar minus een dag te zetten en de tijdelijke aard expliciet te vermelden met verwijzing naar art. 7:301 BW.
Fout 3 — Geen of ontoereikende opzegging door de verhuurder. Een verhuurder zegt de huurovereenkomst op zonder opgave van een opzeggrond, met een kortere termijn dan een jaar, of zonder gebruik van een deurwaardersexploot of aangetekende brief. Op grond van art. 7:295 lid 1 BW is de opzegging niet rechtsgeldig en wordt de huurovereenkomst van rechtswege verlengd met vijf jaar. Voorkom dit door de opzegging tijdig (minimaal een jaar voor het einde) per deurwaardersexploot of aangetekende brief te versturen met expliciete opgave van de limitatieve opzeggrond uit art. 7:296 BW.
Fout 4 — Te late inroeping van de huurprijsherziening. Een huurder of verhuurder verzoekt na meer dan een jaar na het verstrijken van de eerste vijfjaarsperiode om huurprijsherziening op grond van art. 7:303 BW, in de veronderstelling dat de termijn nog open staat. Op grond van vaste rechtspraak werkt de uitspraak van de Kantonrechter terug tot de datum van het verzoek, en is een te laat verzoek slechts vooruitwerkend; de verhuurder of huurder mist dan een jaar of meer aan huurprijsverschil. Voorkom dit door tijdig (binnen drie tot zes maanden na het verstrijken van de vijfjaarsperiode) een huurprijsherzieningsverzoek bij de Kantonrechter in te dienen.
Fout 5 — Vage of brede bestemmingsomschrijving. Een verhuurder neemt een vage bestemmingsclausule op zoals 'detailhandel in het algemeen' of 'commerciele activiteiten'. Bij geschillen over detournement van gebruik (afwijken van de bestemming) of branchebescherming heeft de verhuurder geen sterke positie. Voorkom dit door de bestemming nauwkeurig te omschrijven met vermelding van de specifieke branche, de aangeboden producten of diensten en eventuele uitsluitingen.
Fout 6 — Geen schriftelijke toestemming voor onderverhuur. De huurovereenkomst verbiedt onderverhuur zonder schriftelijke toestemming maar de verhuurder geeft mondelinge of stilzwijgende toestemming, met als gevolg dat bij ontruiming of overdracht de bewijspositie verloren is. Voorkom dit door alle wijzigingen, toestemmingen en aanvullingen schriftelijk vast te leggen in een addendum dat door beide partijen wordt ondertekend.
Fout 7 — Geen of ontoereikende waarborgsom of bankgarantie. De verhuurder vraagt geen of een te lage waarborgsom of bankgarantie, met als gevolg dat bij wanbetaling van de huurder de verhuurder zonder zekerheid staat. Voorkom dit door standaard drie maanden bruto huur (kale huur plus servicekosten plus BTW) als waarborgsom op derdengeldenrekening of als ongelimiteerde, op eerste verzoek opvraagbare bankgarantie van een Nederlandse systeembank te vragen.
Fout 8 — Onjuiste BTW-keuze. Partijen verzuimen te kiezen voor BTW-belaste verhuur op grond van art. 6a Wet OB 1968, terwijl de huurder het gehuurde gebruikt voor BTW-belaste prestaties (winkel, horeca, ambacht); de verhuurder kan dan geen BTW op investeringen en onderhoud terugvorderen, hetgeen tot kosten leidt die uiteindelijk in de huurprijs verdisconteerd moeten worden. Voorkom dit door bij de aanvang van de huur de BTW-keuze te maken, in de overeenkomst vast te leggen en bij de Belastingdienst aan te melden door middel van een gezamenlijke verklaring.
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Huurovereenkomst Bedrijfsruimte (art. 7:290 BW) (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/real-estate/commercial/huurovereenkomst-bedrijfsruimte
"Huurovereenkomst Bedrijfsruimte (art. 7:290 BW) (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/real-estate/commercial/huurovereenkomst-bedrijfsruimte.
@misc{formslegal-huurovereenkomst-bedrijfsruimte,
author = {{Forms Legal}},
title = {Huurovereenkomst Bedrijfsruimte (art. 7:290 BW) (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/real-estate/commercial/huurovereenkomst-bedrijfsruimte}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
Het Burgerlijk Wetboek onderscheidt twee regimes voor commerciele verhuur die ingrijpend van elkaar verschillen wat betreft huurbescherming en termijnen. Artikel 7:290 BW betreft de zogenoemde middenstandsbedrijfsruimte: een gebouwde onroerende zaak (of een gedeelte daarvan) die krachtens overeenkomst is bestemd voor de uitoefening van een kleinhandelsbedrijf, een restaurant- of cafebedrijf, een afhaal- of besteldienst of een ambachtsbedrijf, een en ander indien in de verhuurde ruimte een voor het publiek toegankelijk lokaal voor rechtstreekse levering van roerende zaken of voor dienstverlening aanwezig is. Voor 7:290-bedrijfsruimte geldt dwingende termijnbescherming van 5+5 jaar (art. 7:291 BW) en bescherming bij opzegging door de verhuurder op grond van limitatieve gronden (art. 7:296 BW), alsmede een huurprijsherzieningsmogelijkheid na vijf jaar via de Kantonrechter (art. 7:303 BW). Artikel 7:230a BW betreft alle overige bedrijfsruimte zoals kantoren, magazijnen, fabrieken, opslag en praktijkruimten van vrije beroepen (advocaten, artsen, accountants); hier gelden geen dwingende termijnen en geen bijzondere huurbescherming, alleen de algemene ontruimingsbescherming van art. 7:230a BW (twee maanden uitstel mogelijk). De kwalificatie is dwingend en wordt bepaald door het feitelijk gebruik op grond van rechtspraak van de Hoge Raad; een 'kantoorclausule' in een overeenkomst voor een winkel kan de Kantonrechter terzijde stellen wegens kennelijke 7:290-bestemming.
Op grond van art. 7:291 BW jo. art. 7:292 BW geldt voor middenstandsbedrijfsruimte een dwingende minimumduur van vijf jaar voor de eerste periode, gevolgd door een verlenging van rechtswege met nogmaals vijf jaar tot een totaal van tien jaar, tenzij de huurovereenkomst tijdig en op de juiste wijze door de verhuurder of de huurder wordt opgezegd. Een kortere overeengekomen duur (bijvoorbeeld twee jaar) wordt door de wet automatisch verlengd tot vijf jaar, tenzij de Kantonrechter de overeenkomst goedkeurt op grond van art. 7:291 lid 2 BW (afwijking ten voordele van de huurder) of art. 7:301 BW (overeenkomst voor maximaal twee jaar, pop-up huur). Na het verstrijken van de eerste vijfjaarsperiode wordt de overeenkomst van rechtswege verlengd met nogmaals vijf jaar. Na het verstrijken van de tien jaar geldt de overeenkomst voor onbepaalde tijd en kan zij door de verhuurder slechts op de in art. 7:296 BW genoemde gronden worden opgezegd: a) bedrijfsvoering huurder is in strijd met goed huurderschap; b) dringend eigen gebruik door de verhuurder; c) niet instemmen met een redelijk aanbod tot een nieuwe huurovereenkomst; d) verhuurder wil de bestemming van het pand wijzigen overeenkomstig een geldend bestemmingsplan. De opzegtermijn voor de verhuurder bedraagt minimaal een jaar, per deurwaardersexploot of aangetekende brief, met opgave van de gronden.
De huurovereenkomst voor 7:290-bedrijfsruimte bevat doorgaans een jaarlijkse indexeringsclausule waarbij de huur per de jaarverjaardag van de ingangsdatum wordt aangepast op basis van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle huishoudens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), met als referentiemaand de maand voorafgaand aan de jaarverjaardag. De indexering vindt automatisch plaats zonder afzonderlijke kennisgeving en zonder mogelijkheid van bezwaar. Naast de indexering bestaat de mogelijkheid tot huurprijsherziening door de Kantonrechter op grond van art. 7:303 BW: na vijf jaar (of bij verlenging na tien jaar) kan elk van de partijen aan de Kantonrechter verzoeken de huurprijs aan te passen aan de gemiddelde huurprijzen van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse, op basis van een rapport van een door beide partijen aangewezen of door de Kantonrechter benoemde deskundige (gebruikelijk een Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT) erkende taxateur). De huurprijsherziening kan ook na de eerste vijf jaar plaatsvinden indien de overeenkomst voor onbepaalde tijd of voor een langere termijn dan vijf jaar is aangegaan en de huurprijs niet meer in overeenstemming is met de marktwaarde. De Kantonrechter weegt onder meer de gemiddelde huurprijzen van ten minste vijf vergelijkbare panden in een referentieperiode van vijf jaar. De uitspraak werkt terug tot de datum van het verzoek, met wettelijke rente ex art. 6:119 BW over het verschil.
Het ROZ-model voor 7:290-bedrijfsruimte is een door de Raad voor Onroerende Zaken (ROZ) ontwikkelde modelovereenkomst die in de Nederlandse vastgoedmarkt vrijwel universeel wordt gebruikt. Het meest recente model is ROZ 2022, met algemene bepalingen versie 2022. Het model bestaat uit een hoofdovereenkomst (de eigenlijke huurovereenkomst met alle variabele gegevens: partijen, gehuurde, huurprijs, looptijd) en een set algemene bepalingen die op de overeenkomst van toepassing zijn. Het ROZ-model is geen wettelijk verplicht model, en partijen zijn vrij van het model af te wijken; echter, het ROZ-model is door de Hoge Raad meermaals als uitgangspunt voor de interpretatie van Nederlandse bedrijfsruimtehuurcontracten erkend, en banken, makelaars en taxateurs werken vrijwel uitsluitend met het ROZ-model. Belangrijke bepalingen in het ROZ-model zijn: de jaarlijkse indexering op basis van CPI; de huurbetalingsclausule met betalingstermijn van een maand vooraf; de servicekostenclausule met jaarlijkse verrekening; de waarborgsom- of bankgarantieclausule (gebruikelijk drie maanden bruto huur of een bankgarantie van een Nederlandse bank); de onderhoudsverdeling (verhuurder casco-onderhoud, huurder onderhoud aan binnenzijde); de bestemmingsclausule (vermelding van het toegestane gebruik en de verboden activiteiten); de onderverhuurclausule (verbod op onderverhuur zonder schriftelijke toestemming). De algemene bepalingen ROZ 2022 zijn vrij beschikbaar via de website van de ROZ en moeten als bijlage bij de huurovereenkomst worden gevoegd.
De opzegging door de verhuurder van een 7:290-bedrijfsruimte na de eerste vijfjaarsperiode is dwingendrechtelijk geregeld in artt. 7:295 tot 7:300 BW en is alleen rechtsgeldig op een limitatief aantal gronden. De opzegging moet ten minste een jaar voor het einde van de huurperiode bij deurwaardersexploot of aangetekende brief worden gedaan, met expliciete opgave van de opzeggrond op grond van art. 7:295 lid 1 BW. De gronden zijn limitatief: a) de bedrijfsvoering van de huurder is niet geweest zoals een goed huurder betaamt (wanbetaling, ernstige overlast, illegale activiteiten); b) de verhuurder maakt aannemelijk dat hij het verhuurde zelf duurzaam in gebruik wil nemen of door echtgenoot, partner, ouder of kind in gebruik wil geven (dringend eigen gebruik); c) de huurder stemt niet in met een redelijk aanbod tot een nieuwe huurovereenkomst niet alleen wat betreft de huurprijs maar ook wat betreft de overige bedingen; d) de verhuurder wil het verhuurde een bestemming geven overeenkomstig een geldend bestemmingsplan; e) belangenafweging waarbij de belangen van de verhuurder bij ontruiming zwaarder wegen dan die van de huurder bij voortzetting (alleen bij verlenging na tien jaar). Stemt de huurder niet in met de opzegging binnen zes weken, dan moet de verhuurder een ontruimingsprocedure bij de Kantonrechter starten. De Kantonrechter beslist op basis van de gronden en de redelijkheid en kan een tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten van de huurder toekennen op grond van art. 7:297 BW. Tegen het vonnis van de Kantonrechter staat hoger beroep open bij het Gerechtshof.
Een pop-up huurovereenkomst is een tijdelijke huurovereenkomst voor maximaal twee jaar 7:290-bedrijfsruimte op grond van art. 7:301 BW, ingevoerd om de leegstand van winkelpanden in stadscentra tegen te gaan. De wettelijke termijnbescherming van 5+5 jaar uit art. 7:291 BW wordt voor dergelijke kortlopende contracten buiten toepassing verklaard, zodat de huurder geen automatische verlenging tot vijf jaar krijgt. Vereisten voor een geldige pop-up overeenkomst zijn: een schriftelijke huurovereenkomst voor maximaal twee jaar (een dag langer maakt de overeenkomst automatisch een vijfjaarscontract); duidelijke vermelding van de tijdelijke aard en de einddatum; uitdrukkelijke verwijzing naar art. 7:301 BW; aanwijzing van het gehuurde als 7:290-bedrijfsruimte; betaling van een marktconforme huurprijs. De overeenkomst eindigt van rechtswege op de afgesproken einddatum zonder dat opzegging is vereist. Na het verstrijken van de twee jaar kan dezelfde huurder niet opnieuw een pop-up overeenkomst aangaan voor hetzelfde gehuurde; een vervolgcontract moet voldoen aan de gewone 5+5 jaar regels van art. 7:291 BW. Pop-up overeenkomsten zijn populair voor seizoensgebonden winkels (kerstwinkels, ijssalons), proefwinkels van merken die de markt willen testen, en tijdelijke vestigingen tijdens verbouwing of bouw van de definitieve locatie. Voor de huurprijs en de servicekosten gelden de gewone regels en is jaarlijkse indexering toegestaan.
De servicekosten in een 7:290-bedrijfsruimtehuurovereenkomst betreffen de bijdragen van de huurder aan kosten die de verhuurder maakt voor diensten of leveringen die ten goede komen aan het gehuurde, doorgaans geregeld in de algemene bepalingen ROZ 2022 art. 14. Tot de servicekosten kunnen behoren: schoonmaak van gemeenschappelijke ruimtes (entree, trappenhuis, lift); kosten van glasverzekering en gevelbewassing; bewaking en toezicht (camerabewaking, beveiligingspersoneel); onderhoud van gemeenschappelijke installaties (lift, verlichting, brandmeldinstallatie); afvalverwerking; sneeuwruimen en tuinonderhoud; energie- en watervoorziening van gemeenschappelijke ruimtes; eventueel een huismeester of beheerder. De huurder betaalt maandelijks een voorschot op de servicekosten samen met de huur; de verhuurder is verplicht jaarlijks een specifieke afrekening op te stellen waarin de werkelijke kosten worden verdeeld op basis van een verdeelsleutel (gebruikelijk gehuurd vloeroppervlak in vierkante meters of een specifieke verdeelsleutel per kostencategorie). Bij overschot wordt het verschil teruggestort aan de huurder; bij tekort wordt het verschil bijbetaald. De huurder heeft op grond van art. 7:259 BW (analoog toegepast op 7:290-bedrijfsruimte via de redelijkheid en billijkheid) recht op inzage in de onderliggende facturen. Geschillen over de servicekostenafrekening worden voorgelegd aan de Kantonrechter van de Rechtbank van het arrondissement waar de bedrijfsruimte is gelegen; voor 7:290-bedrijfsruimte is de Huurcommissie niet bevoegd.
Bij een 7:290-bedrijfsruimtehuurovereenkomst is het gebruikelijk dat de huurder een zekerheid stelt voor de nakoming van zijn verplichtingen, doorgaans bestaande uit een waarborgsom of een bankgarantie. De omvang bedraagt typisch drie maanden bruto huur (kale huur plus servicekosten plus BTW), eventueel meer afhankelijk van de financiele soliditeit van de huurder en de looptijd van de overeenkomst. De bankgarantie heeft de voorkeur boven een waarborgsom omdat de huurder zijn werkkapitaal niet hoeft te bevriezen; gebruikelijk wordt een ongelimiteerde, op eerste verzoek opvraagbare bankgarantie van een Nederlandse systeembank gevraagd. Bij een rechtspersoon-huurder vraagt de verhuurder vaak een aanvullende persoonlijke borgstelling van de bestuurder of aandeelhouder op grond van art. 7:850 BW; voor consumenten geldt dat de borgstelling notarieel moet worden bekrachtigd op grond van art. 7:859 BW. Bij overdracht van het verhuurde gaat de waarborgsom of bankgarantie van rechtswege over op de nieuwe verhuurder ex art. 7:226 BW. Na het einde van de huurovereenkomst is de verhuurder verplicht binnen een redelijke termijn (gebruikelijk twee tot drie maanden) een eindafrekening op te stellen en de waarborgsom terug te storten onder verrekening van openstaande huur, servicekosten of schade aan het gehuurde. Wettelijke rente ex art. 6:119 BW is verschuldigd vanaf de overschrijding van de redelijke termijn. Bij niet-terugbetaling kan de huurder een procedure bij de Kantonrechter starten.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Huurovereenkomst Woonruimte
Schriftelijke huurovereenkomst voor zelfstandige woonruimte in Nederland conform Burgerlijk Wetboek Boek 7, Titel 4, afdeling 5 (artt. 7:232–7:282) en de Wet doorstroming huurmarkt 2016.
Koopovereenkomst Onroerend Goed
Schriftelijke koopovereenkomst onroerend goed voor Nederland conform Burgerlijk Wetboek Boek 7, artt. 7:2 (schriftelijkheidsvereiste), 7:17 (conformiteit) en de Kadasterwet 1989.