Erfdienstbaarheid Perceel (Privaat)
BW 5:70-5:84 (erfdienstbaarheid); BW 3:89 (vestiging); Kadasterwet 1994; Wet op het notarisambt (Wna)
AKTE VAN VESTIGING ERFDIENSTBAARHEID
Op grond van BW 5:70-5:84 j° BW 3:89; Kadasterwet 1994; Wet op het notarisambt (Wna)
Datum: [Datum Passering] — Gemeente: [Plaats Passering]
Partijen en Percelen
HEERSEND ERF
Adres: [Heersende Erf Adres]
Kadastrale aanduiding: [Heersende Erf Kadaster]
Eigenaar: [Heersende Erf Eigenaar Naam] (BSN: [Heersende Erf Eigenaar B S N])
DIENEND ERF
Adres: [Dienend Erf Adres]
Kadastrale aanduiding: [Dienend Erf Kadaster]
Eigenaar: [Dienend Erf Eigenaar Naam] (BSN: [Dienend Erf Eigenaar B S N])
Art. 1 — Vestiging Erfdienstbaarheid
ARTIKEL 1 — VESTIGING ERFDIENSTBAARHEID (BW 5:72)
Type: [Type Erfdienstbaarheid]
Omschrijving:
[Nauwkeurige Omschrijving]
Art. 2 — Onderhoud en Vergoeding
ARTIKEL 2 — ONDERHOUD (BW 5:74) EN VERGOEDING
Onderhoudsplicht: [Onderhoud]
Vergoeding: [Vergoeding]
Art. 3 — Toepasselijk Recht
ARTIKEL 3 — TOEPASSELIJK RECHT EN FORUM
Op deze erfdienstbaarheid is Nederlands recht van toepassing (BW Boek 5). Geschillen worden voorgelegd aan de bevoegde Rechtbank van het arrondissement waar het dienende erf is gelegen, tenzij partijen in onderling overleg kiezen voor mediation.
ONDERTEKENING
Eigenaar heersend erf: [Heersende Erf Eigenaar Naam]
Handtekening: _________________________
Eigenaar dienend erf: [Dienend Erf Eigenaar Naam]
Handtekening: _________________________
Gepasseerd te [Plaats Passering] op [Datum Passering] ten overstaan van een KNB-notaris. Inschrijving in de openbare registers van het Kadaster conform artikel 3:89 BW en Kadasterwet 1994 volgt na passering.
Eigenaar Heersend Erf
________________
Signature
Eigenaar Dienend Erf
________________
Signature
Wat is Erfdienstbaarheid Perceel (Privaat)?
De Erfdienstbaarheid Perceel in Nederland is de notariële vestiging van een zakelijk recht tussen twee naburige percelen waarbij de eigenaar van het dienende erf iets moet dulden of nalaten ten gunste van het heersende erf, op grond van Burgerlijk Wetboek art. 5:70 tot 5:84. Het recht strekt op grond van BW art. 5:70 lid 2 tot voordeel van het heersende erf als zodanig en niet persoonlijk voor de eigenaar, en wordt na de notariële akte ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster.
Een erfdienstbaarheid bestaat uit twee elementen. Het heersende erf is het perceel ten gunste waarvan de erfdienstbaarheid geldt: de eigenaar heeft het recht de erfdienstbaarheid te gebruiken. Het dienende erf is het perceel dat de last draagt: de eigenaar moet iets dulden of nalaten. Artikel 5:70 lid 2 BW bepaalt dat de erfdienstbaarheid strekt tot voordeel van het heersende erf als zodanig, niet persoonlijk voor de eigenaar.
De meest voorkomende typen erfdienstbaarheden in de Nederlandse vastgoedpraktijk zijn: recht van overpad (erfdienstbaarheid van weg, BW 5:74 jo. 5:71 lid 2), recht van licht en lucht (uitzichtservituut), recht van goot of leiding (voor riolering, kabels, leidingen), recht van steun (buur mag zijn constructie laten rusten op de muur van de buurman), recht van inhoud (verbod op bebouwing boven een bepaalde hoogte), en negatieve erfdienstbaarheden (verbod op bebouwing van een perceel).
Kadasterregistratie maakt de erfdienstbaarheid kenbaar aan alle potentiële kopers van het dienende of heersende erf. Bij overdracht van een perceel gaan de lasten en lusten van de erfdienstbaarheid automatisch over op de nieuwe eigenaar. De eigenaar van het dienende erf kan de erfdienstbaarheid niet eenzijdig opheffen; opheffing vereist medewerking van de eigenaar van het heersende erf via een notariele doorhalingsakte, of een rechterlijk besluit ex artikel 5:79 BW op grond van onvoorziene omstandigheden of verjaring.
Een erfdienstbaarheid door verjaring kan in Nederland ontstaan op grond van artikel 3:105 BW jo. artikel 5:72 lid 1 BW: bij uitoefening van een erfdienstbaarheid te goeder trouw gedurende tien jaar, of bij bezit van de erfdienstbaarheid te kwader trouw gedurende twintig jaar. In de praktijk stelt het Kadaster echter inschrijving in de openbare registers als vereiste voor derdenwerking.
Wanneer heeft u Erfdienstbaarheid Perceel (Privaat) nodig?
Een erfdienstbaarheid perceel in Nederland is aangewezen in een reeks praktische situaties waarbij twee naburige percelen afhankelijk van elkaar zijn.
Ontsluitingsrecht via het buurperceel: wanneer een perceel geen directe aansluiting heeft op de openbare weg of een openbare watergang, kan een erfdienstbaarheid van weg (recht van overpad) worden gevestigd over het aangrenzende buurperceel. Zonder dit recht is het ingesloten perceel feitelijk onbereikbaar. Artikel 5:57 BW (gedoogplicht uitweg) biedt een wettelijke basis maar een notariele erfdienstbaarheid biedt meer zekerheid.
Riolering en ondergrondse leidingen: wanneer riolering, gasleidingen, waterleiding, elektriciteitskabels of telecommunicatiekabels over het perceel van de buurman moeten lopen, is een erfdienstbaarheid van leiding (servitude for utilities) de geeigende constructie. Dit is gebruikelijk bij nieuwbouwprojecten waarbij één buurperceel dient als doorvoer voor de aansluiting op het hoofdriool.
Gebouwde constructies die over de perceelgrens steken: wanneer een aanbouw, balkon, dakgoot, of steun van een gebouw over de eigendomsgrens steekt op het buurperceel, wordt dit gelegaliseerd via een erfdienstbaarheid van uitbouw, dakgoot of steun. Zonder notariele erfdienstbaarheid is de constructie formeel onrechtmatig en kan de buurman verwijdering vorderen.
Bouwhoogtebeperking ten gunste van uitzicht: een perceel aan het water of met een bijzonder panorama kan een erfdienstbaarheid van hoogtebegrenzing vestigen op het aangrenzende perceel, waarmee de buurman zich verplicht geen bebouwing boven een bepaalde hoogte op te richten. Dit beschermt het uitzicht van het heersende erf.
Splitsing van groter perceel bij verkoop: wanneer een eigenaar een groter perceel splitst en één deel verkoopt, worden de onderlinge afhankelijkheden (gemeenschappelijke oprit, gemeenschappelijk riool, gedeelde parkeerplaats) via wederzijdse erfdienstbaarheden geregeld in de akte van splitsing bij het Kadaster.
Bestaande situaties die juridisch moeten worden vastgelegd: in oude buurtsituaties worden overpadrechten, gootrechten en uitzichtrechten vaak al decennialang uitgeoefend zonder notariele vestiging. Bij verkoop van het dienende of heersende erf, of bij de aanvraag van een bouwvergunning bij de gemeente (Omgevingswet 2024), wordt vastlegging via een notariele akte noodzakelijk.
Wat moet er in uw Erfdienstbaarheid Perceel (Privaat) staan?
De akte van vestiging van een erfdienstbaarheid naar BW 5:70-5:84 bevat de volgende essentiele elementen voor rechtsgeldigheid en Kadasterinschrijving.
Identificatie heersend erf: adres, gemeente, Kadaster sectie en perceelnummer, oppervlakte, en naam van de eigenaar. Het heersende erf heeft het recht van de erfdienstbaarheid; zijn eigenaar heeft de bevoegdheid de erfdienstbaarheid te gebruiken.
Identificatie dienend erf: zelfde gegevens als het heersende erf. Het dienende erf draagt de last; zijn eigenaar moet iets dulden of nalaten. Bij overdracht van het dienende erf gaat de last automatisch over op de nieuwe eigenaar (BW 5:82 lid 1).
Omschrijving van de erfdienstbaarheid: nauwkeurige beschrijving van wat de eigenaar van het dienende erf moet dulden (bv. gebruik van het pad over zijn perceel) of nalaten (bv. het perceel niet bebouwen boven 6 meter). Artikel 5:73 BW bepaalt dat de erfdienstbaarheid niet verder reikt dan uit de akte blijkt.
Locatie en afbakening van de erfdienstbaarheid: voor ruimtelijke erfdienstbaarheden (overpad, leiding) is een kadastrale tekening essentieel die de exacte ligging van de erfdienstbaarheidszone aangeeft. De tekening wordt als bijlage bij de notariele akte gevoegd.
Wijze van uitoefening: praktische regels over hoe de erfdienstbaarheid wordt uitgeoefend: breedte van het pad, tijden waarop het overpad mag worden gebruikt, onderhoudsplicht van de weg, recht van de eigenaar van het dienende erf om de erfdienstbaarheid te verleggen (BW 5:73 lid 2).
Vergoeding (kwalitatieve plicht): is de erfdienstbaarheid om niet of heeft de eigenaar van het heersende erf een retributie (vergoeding) betaald? De hoogte en betalingstermijnen. Een om niet gevestigde erfdienstbaarheid kan schenkbelasting triggeren (Successiewet 1956).
Onderhoudsplicht (BW 5:74): wie draagt de kosten van onderhoud van het pad, de leiding of de constructie waarop de erfdienstbaarheid betrekking heeft? De akte moet dit regelen, anders geldt de wettelijke standaard.
Notariele vestiging en Kadasterinschrijving: de akte wordt gepasseerd door een KNB-notaris en ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster op grond van artikel 3:89 BW jo. Kadasterwet 1994. Zonder inschrijving heeft de erfdienstbaarheid geen werking tegenover derden. Op forms-legal.com is het Nederlandse model voor erfdienstbaarheid perceel beschikbaar als voorbereiding. Verwante documenten zijn de eigendomsoverdrachtsakte, de koopovereenkomst onroerend goed en de hypotheekakte.
Hoe vult u uw Erfdienstbaarheid Perceel (Privaat) in?
Het vestigen van een erfdienstbaarheid in Nederland verloopt via de volgende stappen met verplichte notariele tussenkomst en Kadasterinschrijving.
Stap 1 — Identificeer de betrokken percelen. Zoek via het Kadasterregister (kadaster.nl of Mijn Kadaster) de exacte gegevens van beide percelen op: adres, gemeente, sectie, perceelnummer, oppervlakte, en de tenaamstelling (wie is eigenaar). Let op: soms zijn eigendomsgrenzen anders dan de feitelijk in gebruik genomen grenzen.
Stap 2 — Omschrijf de erfdienstbaarheid nauwkeurig. Wat moet de eigenaar van het dienende erf dulden of nalaten? Gebruik specifieke taal: het recht van doorgang voor personen en voertuigen over een strook grond van 3 meter breed gelegen aan de westzijde van het perceel, zoals gearceerd op de aangehechte kadastrale tekening. Vaagheid leidt later tot conflicten over de reikwijdte.
Stap 3 — Laat een kadastrale tekening maken. Voor ruimtelijke erfdienstbaarheden (overpad, leiding) is een nauwkeurige kadastrale tekening noodzakelijk. Een landmeter (kadastermeter of gecertificeerd surveyingbureau) maakt de tekening op schaal conform de Kadasterwet-vereisten.
Stap 4 — Bepaal de vergoeding. Is de erfdienstbaarheid om niet of betaalt de eigenaar van het heersende erf een eenmalige vergoeding of een jaarlijkse retributie? Bepaal de hoogte, de betalingstermijnen, en de jaarlijkse indexering (CBS-prijsindex).
Stap 5 — Regel de onderhoudsplicht. Wie onderhoudt het pad, de leiding of de constructie? Wie betaalt de kosten van reparatie bij storm- of vorstschade? Leg dit vast in de akte voor later gebruik.
Stap 6 — Notariele passering. De akte van vestiging wordt gepasseerd door een KNB-notaris. Beide eigenaren (heersend erf en dienend erf) moeten aanwezig zijn of vertegenwoordigd via een notariele volmacht. De notaris identificeert beide partijen conform de Wwft.
Stap 7 — Kadasterinschrijving. De notaris draagt zorg voor inschrijving in de openbare registers van het Kadaster conform artikel 3:89 BW en de Kadasterwet 1994. Na inschrijving is de erfdienstbaarheid kenbaar aan alle toekomstige kopers van het dienende erf. Kosten Kadaster circa 100 tot 200 euro.
Stap 8 — Informeer de hypotheekhouder. Wanneer het dienende erf is belast met een hypotheek (ABN AMRO, ING, Rabobank), moet de hypotheekhouder doorgaans vooraf toestemming verlenen voor de vestiging van de erfdienstbaarheid. Controleer de hypotheekakte.
Stap 9 — Bewaar de akte en tekening. Bewaar een afschrift van de notariele akte en de kadastrale tekening bij de eigendomsdocumenten. Bij toekomstige verkoop van het perceel is de erfdienstbaarheidsakte onderdeel van het Kadaster-uittreksel dat aan de koper wordt verstrekt.
Wettelijke vereisten voor Erfdienstbaarheid Perceel (Privaat)
De erfdienstbaarheid perceel in Nederland is onderworpen aan de volgende juridische vereisten op grond van Boek 5 BW, Boek 3 BW en de Kadasterwet.
Wettelijke grondslag en definitie (BW 5:70): een erfdienstbaarheid is een last op een onroerend goed (het dienende erf) ten behoeve van een ander onroerend goed (het heersende erf). De last verplicht de eigenaar van het dienende erf iets te dulden of na te laten. Actieve verplichtingen (iets te doen) kunnen slechts als kwalitatieve verplichting ex artikel 6:252 BW worden verbonden aan een erfdienstbaarheid.
Vestigingsvereiste (BW 5:72 jo. BW 3:89): een erfdienstbaarheid wordt gevestigd door een notariele akte en inschrijving in de openbare registers van het Kadaster. Zonder Kadasterinschrijving heeft de erfdienstbaarheid geen werking tegenover derden die het dienende erf verkrijgen.
Notariele akte vereist: de akte van vestiging moet worden opgemaakt door een KNB-notaris conform de Wet op het notarisambt (Wna). De notaris identificeert partijen, verifieert eigendom via het Kadaster, en zorgt voor de inschrijving.
Reikwijdte (BW 5:73): de reikwijdte van de erfdienstbaarheid wordt bepaald door de vestigingsakte, aangevuld door de plaatselijke gewoonte. De erfdienstbaarheid reikt niet verder dan uit de akte blijkt.
Overgang bij overdracht (BW 5:82): bij overdracht van het heersende of dienende erf gaan de respectieve rechten en lasten van de erfdienstbaarheid van rechtswege over op de nieuwe eigenaar. De koper neemt de erfdienstbaarheid over zonder uitdrukkelijke akte.
Opheffing (BW 5:79): de eigenaar van het dienende erf kan de Rechtbank verzoeken de erfdienstbaarheid op te heffen op grond van onvoorziene omstandigheden waardoor de eigenaar van het heersende erf geen redelijk belang meer heeft bij de erfdienstbaarheid. De rechter weegt de belangen af.
Verjaring van erfdienstbaarheden (BW 3:105): erfdienstbaarheden kunnen worden verkregen door verjaring: te goeder trouw bij bezit van de bevoegdheid gedurende tien jaar (BW 3:99), of te kwader trouw gedurende twintig jaar (BW 3:105 jo. 3:306). Verjaring geeft aanspraak op vestiging via een rechterlijke uitspraak of notariele akte.
Belastingimplicaties: vestiging van een erfdienstbaarheid om niet kan schenkbelasting triggeren op grond van de Successiewet 1956. Vestiging onder bezwarende titel (met vergoeding) valt doorgaans buiten de schenkbelasting. Raadpleeg de Belastingdienst of een belastingadviseur.
Toestemming hypotheekhouder: een perceel dat is bezwaard met een hypotheek kan slechts worden belast met een erfdienstbaarheid na toestemming van de hypotheekhouder (bank), tenzij de hypotheekakte anders bepaalt.
Veelgemaakte fouten bij uw Erfdienstbaarheid Perceel (Privaat)
Bij het vestigen van een erfdienstbaarheid in Nederland worden regelmatig fouten gemaakt die later tot conflicten of juridische onzekerheid leiden.
Fout 1 — Te vage omschrijving van de erfdienstbaarheid. De reikwijdte van de erfdienstbaarheid wordt bepaald door de akte (BW 5:73). Vage formuleringen als het recht om gebruik te maken van de achtertuin zijn onvoldoende: wat is het gebruik (doorgang, opslag), wat zijn de grenzen (welk deel van de tuin), welke tijden, en voor welke doeleinden?
Fout 2 — Geen kadastrale tekening bijgevoegd. Voor ruimtelijke erfdienstbaarheden (overpad, leiding) is een nauwkeurige kadastrale tekening op schaal onmisbaar. Zonder tekening is de locatie van het overpad of de leiding onvoldoende bepaald, wat bij bouwactiviteiten of verkoop van het perceel conflicten veroorzaakt.
Fout 3 — Vergeten van Kadasterinschrijving. Zonder inschrijving in de openbare registers van het Kadaster heeft de erfdienstbaarheid geen werking tegenover een derde die het dienende erf te goeder trouw verkrijgt (BW 3:86). De koper kan de erfdienstbaarheid dan negeren.
Fout 4 — Geen toestemming hypotheekhouder. Wanneer het dienende erf een hypotheek heeft en de hypotheekhouder geen toestemming heeft verleend voor de erfdienstbaarheid, kan de bank bij executieveiling de erfdienstbaarheid in bepaalde omstandigheden aan de koper niet overdragen.
Fout 5 — Geen afspraken over onderhoud en herstel. Bij een erfdienstbaarheid van weg (overpad) verzorgt de eigenaar van het heersende erf normaal gesproken het onderhoud (BW 5:74). Maar wat als het pad wordt beschadigd door een zwaar voertuig van de eigenaar van het heersende erf? Leg dit expliciet vast.
Fout 6 — Onjuiste veronderstelling over de duur. Een eenmaal gevestigde erfdienstbaarheid is in beginsel eeuwigdurend tenzij de akte een termijn bepaalt, tenzij de eigenaar van het heersende erf de erfdienstbaarheid opgeeft via een notariele akte van opheffing, of tenzij de Rechtbank opheffing beveelt ex artikel 5:79 BW. Partijen die denken dat de erfdienstbaarheid na een zekere periode automatisch vervalt, komen bedrogen uit.
Fout 7 — Verwarring met kwalitatieve verplichting. Een erfdienstbaarheid verplicht de eigenaar van het dienende erf tot dulden of nalaten, niet tot actief handelen. Voor een actieve verplichting (onderhoud plegen, een brug bouwen) is een kwalitatieve verplichting ex artikel 6:252 BW nodig die gekoppeld wordt aan de erfdienstbaarheid. Verwar de twee instrumenten niet.
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Erfdienstbaarheid Perceel (Privaat) (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/real-estate/property/erfdienstbaarheid-perceel
"Erfdienstbaarheid Perceel (Privaat) (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/real-estate/property/erfdienstbaarheid-perceel.
@misc{formslegal-erfdienstbaarheid-perceel,
author = {{Forms Legal}},
title = {Erfdienstbaarheid Perceel (Privaat) (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/real-estate/property/erfdienstbaarheid-perceel}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
Een erfdienstbaarheid in Nederland is een beperkt zakelijk recht op een onroerend goed (het dienende erf) ten behoeve van een ander onroerend goed (het heersende erf), op grond van artikel 5:70 BW. De eigenaar van het dienende erf moet iets dulden (bv. dat de buurman zijn perceel doorgaat via een overpad) of iets nalaten (bv. geen gebouwen boven 6 meter optrekken). De erfdienstbaarheid kleeft aan het perceel: bij overdracht gaat ze automatisch over op de nieuwe eigenaar van het dienende erf (de last) en het heersende erf (het recht). Vestiging vereist een notariele akte en inschrijving in de openbare registers van het Kadaster ex artikel 5:72 BW. Zonder Kadasterinschrijving heeft de erfdienstbaarheid geen werking tegenover derden die het perceel in goed vertrouwen kopen. De meest voorkomende erfdienstbaarheden in de Nederlandse praktijk zijn: recht van overpad, recht van leiding (riool, kabel), recht van uitzicht (bouwhoogtebeperking), en recht van goot (dakwaterafvoer).
Vestiging van een erfdienstbaarheid in Nederland verloopt via een notariele akte die wordt opgemaakt door een KNB-notaris en vervolgens wordt ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster op grond van artikel 3:89 BW jo. Kadasterwet 1994. Beide partijen (eigenaar heersend erf en eigenaar dienend erf) moeten meewerken aan de vestiging. De akte omschrijft de erfdienstbaarheid nauwkeurig; bij ruimtelijke erfdienstbaarheden is een kadastrale tekening als bijlage vereist. De notariskosten liggen doorgaans tussen 500 en 1.000 euro; de Kadasterinschrijvingskosten zijn circa 100 tot 200 euro. Na inschrijving is de erfdienstbaarheid kenbaar via het Kadasteruittreksel voor alle potentiële kopers. Bij bestaande hypotheek op het dienende erf is toestemming van de hypotheekhouder (bank) nodig.
Een erfdienstbaarheid in Nederland kan worden opgeheven op drie manieren. Allereerst door onderlinge overeenkomst: de eigenaar van het heersende erf geeft de erfdienstbaarheid op via een notariele opheffingsakte die wordt ingeschreven in het Kadaster. Ten tweede door niet-gebruik gedurende dertig jaar (verjaring van de erfdienstbaarheid ex artikel 3:306 BW). Ten derde via een rechterlijke uitspraak ex artikel 5:79 BW: de eigenaar van het dienende erf kan de Rechtbank verzoeken de erfdienstbaarheid op te heffen op grond van onvoorziene omstandigheden waardoor de eigenaar van het heersende erf geen redelijk belang meer heeft bij de uitoefening van de erfdienstbaarheid, tenzij het belang van de eigenaar van het dienende erf bij opheffing onvoldoende opweegt. De rechter weegt de belangen af. Eenzijdige opheffing door de eigenaar van het dienende erf is niet mogelijk; hij kan alleen via de rechter ageren.
Een erfdienstbaarheid en een recht van erfpacht zijn beide beperkte zakelijke rechten op onroerend goed maar hebben een fundamenteel andere werking. Een erfdienstbaarheid (BW 5:70 e.v.) betreft een beperkte bevoegdheid: de eigenaar van het dienende erf moet slechts dulden of nalaten — het recht is beperkt tot een specifieke activiteit (doorgang, leiding, uitzicht). Een recht van erfpacht (BW 5:85 e.v.) geeft de erfpachter het volledig gebruiksrecht van het perceel van de grondeigenaar voor een langere periode (doorgaans 50 jaar of eeuwigdurend), tegen betaling van een jaarlijkse canon. De erfpachter kan de grond bebouwen en exploiteren als ware hij eigenaar. Erfdienstbaarheden zijn beperkter van aard en worden vaker gebruikt om specifieke rechten of lasten tussen buurpercelen te regelen; erfpacht is de geijkte constructie bij gemeentelijke gronduitgifte in Amsterdam en andere steden, en bij projectontwikkeling.
Ja, een erfdienstbaarheid kan in Nederland door verjaring worden verkregen op grond van artikel 3:99 BW (te goeder trouw, tien jaar bezit) of artikel 3:105 BW jo. 3:306 BW (te kwader trouw, twintig jaar bezit). In de praktijk betekent dit dat een perceel eigenaar die gedurende twintig jaar aantoonbaar gebruik heeft gemaakt van een overpad over het perceel van de buurman, een beroep kan doen op verjaring om de erfdienstbaarheid te laten vaststellen via een rechterlijke uitspraak of een notariele akte van erkenning. Voorwaarden zijn: bezit van de bevoegdheid (feitelijke uitoefening), continuïteit, en de verjaringstermijn. Verjaring geeft een aanspraak op vestiging maar is geen automatische vestiging; inschrijving in het Kadaster is nodig voor derdenwerking. Bij bestaande maar niet-ingeschreven erfdienstbaarheden is het raadzaam ze alsnog notarieel te vestigen en in te schrijven bij het Kadaster.
De onderhoudsplicht bij een erfdienstbaarheid wordt in beginsel bepaald door de vestigingsakte (BW 5:74). Als de akte niets bepaalt, geldt de wettelijke standaard: de eigenaar van het heersende erf (de gebruiker van het overpad) draagt de kosten van gewoon onderhoud van de weg. De eigenaar van het dienende erf draagt slechts kosten voor zover hij zelf belang heeft bij het onderhoud. Schade die de gebruiker van het overpad zelf veroorzaakt (rijschade door zwaar voertuig, beschadiging bestrating) moet door de gebruiker worden hersteld. Om conflicten te voorkomen is het sterk aanbevolen de onderhoudsplicht, kostenverdeling, en aansprakelijkheid voor schade expliciet in de vestigingsakte te regelen. Bij gedeeld gebruik van het overpad door meerdere buren (bv. drie woningen langs een achterpad) is een VvE-achtige regeling of een onderlinge overeenkomst over kostenverdeling wenselijk.
De kosten van vestiging van een erfdienstbaarheid in Nederland bestaan uit: (1) notaristarieven: doorgaans 500 tot 1.200 euro inclusief BTW afhankelijk van complexiteit, de tijd die de notaris besteedt aan onderzoek en bespreking, en het uurtarief van het notariskantoor. Notarissen in Nederland zijn vrij in hun tariefstelling op grond van de Wna (vrije markt). Complexere erfdienstbaarheden (meerdere percelen, leidingrechten met kadastrale tekening) kosten tot 1.500 euro; (2) Kadasterinschrijvingskosten: circa 100 euro voor een nieuwe inschrijving in de openbare registers (tarief Kadaster 2026, afhankelijk van het type inschrijving); (3) kadastrale tekenaar: een gecertificeerd surveyingbureau rekent 300 tot 700 euro voor een kadastrale tekening op schaal voor het aanleverformaat van het Kadaster; (4) eventueel honorarium van een landmeter (Kadastermeter) voor grensbepaling op het terrein indien er twijfel is over de perceelgrenzen: 500 tot 1.000 euro. Totale kosten voor een eenvoudige erfdienstbaarheid van overpad: circa 700 tot 1.500 euro. Vraag altijd meerdere offertes op bij KNB-notarissen in de regio.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Akte van Levering
Notariele akte van levering (transportakte) voor Nederland conform Burgerlijk Wetboek artt. 3:84 en 3:89, Kadasterwet 1989 en Wet op het notarisambt.
Koopovereenkomst Onroerend Goed
Schriftelijke koopovereenkomst onroerend goed voor Nederland conform Burgerlijk Wetboek Boek 7, artt. 7:2 (schriftelijkheidsvereiste), 7:17 (conformiteit) en de Kadasterwet 1989.
Hypotheekakte
Notariele hypotheekakte voor Nederland conform Burgerlijk Wetboek artt. 3:260 tot 3:275, Kadasterwet 1989 en Wet financieel toezicht (Wft).
Erfpachtakte
Notariele erfpachtakte voor Nederland conform Burgerlijk Wetboek artt. 5:85 tot 5:100, Kadasterwet 1989 en Wet op het notarisambt (Wna).