Hypotheekakte
Burgerlijk Wetboek artt. 3:260 tot 3:275; Kadasterwet 1989; Wet financieel toezicht
HYPOTHEEKAKTE
conform Burgerlijk Wetboek artt. 3:260 tot 3:275; Kadasterwet 1989; Wet financieel toezicht (Wft)
Partijen
DE ONDERGETEKENDEN:
1. De hypotheekgever:
[Hypotheekgever Naam], geboren op [Hypotheekgever Geboortedatum]
Adres: [Hypotheekgever Adres]
BSN: [Hypotheekgever Bsn]
Echtgenoot of geregistreerd partner: [Hypotheekgever Echtgenoot]
hierna te noemen: de Hypotheekgever
2. De hypotheekhouder (de Bank):
[Bank Naam]
Adres: [Bank Adres]
KvK: [Bank Kvk]
Leningnummer: [Leningnummer]
hierna te noemen: de Bank
VERKLAREN te zijn overeengekomen als volgt:
Artikel 1 — Vestiging van de Hypotheek
ARTIKEL 1 — VESTIGING VAN DE HYPOTHEEK
1.1 De Hypotheekgever verleent aan de Bank, die aanvaardt, een hypotheek op het onroerend goed gelegen aan [Adres Onroerend Goed], kadastraal bekend [Kadastrale Aanduiding], soort [Soort Onroerend Goed], met een marktwaarde volgens taxatierapport van € [Waarde Onroerend Goed].
1.2 De hypotheek wordt gevestigd tot zekerheid van de terugbetaling van de hoofdsom, de renten, de boeten en de kosten van de lening.
1.3 De hypotheek wordt ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster op grond van art. 3:89 BW jo. art. 3:260 BW.
Artikel 2 — Hoofdsom, Rente en Looptijd
ARTIKEL 2 — HOOFDSOM, RENTE EN LOOPTIJD
2.1 De Bank verstrekt aan de Hypotheekgever een hoofdsom van € [Hoofdsom], met een inschrijfbedrag in de openbare registers van € [Inschrijfsom] ter dekking van renten, boeten en kosten op grond van art. 3:267 BW.
2.2 Rente: [Rentepercentage]. Effectieve jaarrente conform Wet financieel toezicht (Wft); rentewijzigingsclausule overeenkomstig de algemene voorwaarden van de Bank.
2.3 Looptijd: [Looptijd] jaar; aflossingsvorm: [Aflossingsvorm].
2.4 Voor renteaftrek box 1 op grond van art. 3.119a Wet IB 2001 is volledige aflossing binnen 30 jaar vereist (annuitair of lineair); aflossingsvrije hypotheek tot maximaal 50% van de marktwaarde komt niet voor renteaftrek in aanmerking.
2.5 Nationale Hypotheek Garantie: [Nhg].
Artikel 3 — Voorwaarden voor de Hypotheekgever
ARTIKEL 3 — VOORWAARDEN VOOR DE HYPOTHEEKGEVER
3.1 Verplichte opstalverzekering: [Verzekeringsplicht]. Bij JA moet de Hypotheekgever het onroerend goed gedurende de gehele looptijd verzekerd houden tegen brand, storm en andere schade op naam van de Bank als begunstigde voor de herbouwwaarde.
3.2 Huurverbod: [Huurverbod]. Bij JA mag de Hypotheekgever het onroerend goed niet verhuren zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Bank op straffe van opeising van de lening (art. 3:264 BW).
3.3 Boete bij voortijdige aflossing: [Boete Voortijdig]. Bij JA kan de Bank een vergoeding voor renteverlies (boeterente) in rekening brengen bij voortijdige aflossing buiten de boetevrije marge van 10% per jaar.
3.4 De Hypotheekgever is verplicht het onroerend goed te onderhouden en in goede staat te houden, op straffe van opeising van de lening.
Artikel 4 — Verzuim en Executie
ARTIKEL 4 — VERZUIM EN EXECUTIE
4.1 De Hypotheekgever is in verzuim indien hij gedurende drie maanden achterstallig is met de betaling van renten of aflossing, na schriftelijke ingebrekestelling door de Bank per aangetekende brief of deurwaardersexploot.
4.2 Bij verzuim is de gehele hoofdsom met renten, boeten en kosten onmiddellijk opeisbaar (art. 6:265 BW).
4.3 Eigenmachtige verkoop bij verzuim: [Executie Clausule]. Bij JA is de Bank op grond van art. 3:268 BW bevoegd het onroerend goed te laten verkopen via openbare veiling door een notaris, dan wel onderhands met toestemming van de voorzieningenrechter van de Rechtbank.
4.4 De Hypotheekgever moet het onroerend goed leeg en bezemschoon opleveren binnen drie maanden na de executieverkoop, op straffe van uitzetting door de deurwaarder.
Artikel 5 — Rangorde en Andere Hypotheken
ARTIKEL 5 — RANGORDE EN ANDERE HYPOTHEKEN
5.1 De Hypotheekgever garandeert dat het onroerend goed vrij is van eerdere hypothecaire inschrijvingen en beslagen, anders dan vermeld in deze akte.
5.2 Het is de Hypotheekgever verboden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Bank een tweede of latere hypotheek op het onroerend goed te vestigen.
5.3 De rangorde van de hypotheken wordt bepaald door de datum van inschrijving in de openbare registers van het Kadaster op grond van art. 3:262 BW.
Artikel 6 — Toezicht en Klachten
ARTIKEL 6 — TOEZICHT EN KLACHTEN
6.1 De Bank staat onder prudentieel toezicht van De Nederlandsche Bank (DNB) en onder gedragstoezicht van de Autoriteit Financiele Markten (AFM) op grond van de Wet financieel toezicht (Wft).
6.2 Klachten over de hypotheek of de bank kunnen worden ingediend bij de interne klachtenfunctie van de Bank en, bij ongegrondverklaring, bij het Klachteninstituut Financiele Dienstverlening (Kifid).
Artikel 7 — Toepasselijk Recht en Geschillen
ARTIKEL 7 — TOEPASSELIJK RECHT EN GESCHILLEN
7.1 Op deze akte is Nederlands recht van toepassing.
7.2 Geschillen worden in eerste aanleg beslecht door de Rechtbank van het arrondissement waar het onroerend goed is gelegen (art. 103 Rv); cassatieberoep is mogelijk bij de Hoge Raad der Nederlanden.
ONDERTEKENING
Aldus opgemaakt te [Plaats Ondertekening] op [Datum Ondertekening], ten overstaan van [Notaris Naam].
De Hypotheekgever: [Hypotheekgever Naam]
Handtekening: _________________________
Voor de Bank: [Bank Naam]
Handtekening tekenbevoegde: _________________________
De Notaris: [Notaris Naam]
Handtekening en zegel: _________________________
Hypotheekgever
________________
Signature
Bank
________________
Signature
Wat is Hypotheekakte?
De Hypotheekakte in Nederland is de notariële akte waarmee een geldnemer ten gunste van een geldverstrekker een hypotheekrecht op een registergoed vestigt als zekerheid voor de lening, op grond van Burgerlijk Wetboek art. 3:260 tot 3:275. Het recht ontstaat pas door inschrijving van de akte in de openbare registers van het Kadaster en geeft de bank bij betalingsverzuim het recht van parate executie onder BW art. 3:268 om het onderpand te verkopen en zich met voorrang op de opbrengst te verhalen.
De hypotheek geeft de bank het recht om bij verzuim van de hypotheekgever het onroerend goed te laten verkopen via een openbare veiling onder leiding van een notaris (zoals geregeld in de Wet op het notarisambt), of via een onderhandse verkoop met toestemming van de voorzieningenrechter van de Rechtbank, en zich met voorrang op de opbrengst te verhalen voor de gehele hoofdsom, renten, boeten en kosten op grond van art. 3:268 BW. De hoofdsom wordt door de bank verstrekt aan de hypotheekgever conform de hypotheekofferte; de bank staat onder prudentieel toezicht van De Nederlandsche Bank (DNB) en onder gedragstoezicht van de Autoriteit Financiele Markten (AFM) op grond van de Wft.
De wettelijke kaders waaraan een hypotheekakte in Nederland moet voldoen zijn deels dwingendrechtelijk van aard ter bescherming van de consument. Tot de dwingende bepalingen behoren: het vormvereiste van een notariele akte op grond van art. 3:260 BW jo. art. 2 Wna; de inschrijving in de openbare registers van het Kadaster voor derdenwerking en rangorde op grond van art. 3:262 BW; het inschrijfbedrag dat doorgaans 125% van de hoofdsom bedraagt ter dekking van renten, boeten en kosten (art. 3:267 BW); de toestemming van de echtgenoot of geregistreerd partner voor de verhypothekering van de echtelijke woning op grond van art. 1:88 BW; de bescherming van de consument-hypotheekgever via de Wft en de Tijdelijke regeling hypothecair krediet die de loan-to-value en loan-to-income normen bepaalt.
De hypotheekakte regelt de essentialia van de zekerheidsverhouding en is de juridische grondslag voor de gehele looptijd van de lening. Tot de standaardbestanddelen behoren: identificatie van partijen met naam, adres en BSN (particuliere hypotheekgever) of statutaire naam, vestigingsadres en KvK-nummer (bank); nauwkeurige omschrijving van het onroerend goed met adres en kadastrale aanduiding; de hoofdsom van de lening en het inschrijfbedrag; het rentepercentage en de rentevaste periode; de looptijd (doorgaans dertig jaar voor consumenten); de aflossingsvorm (annuitair, lineair, aflossingsvrij of combinatie); de eventuele Nationale Hypotheek Garantie (NHG); de bijzondere voorwaarden (boete bij voortijdige aflossing, huurverbod, verzekeringsplicht, eigenmachtige verkoop bij verzuim ex art. 3:268 BW); de notariele bevestiging en de inschrijving bij het Kadaster. Deze modelakte voor de Nederlandse markt voldoet aan de eisen van Burgerlijk Wetboek Boek 3, de Kadasterwet 1989, de Wet op het notarisambt en de Wet financieel toezicht en is geschikt voor zowel woninghypotheken als zakelijke hypotheken.
Wanneer heeft u Hypotheekakte nodig?
Een hypotheekakte voor Nederland is nodig zodra een eigenaar van een onroerende zaak een geldlening van een bank of een andere geldgever wenst af te sluiten en daarvoor het onroerend goed als zekerheid wenst te verstrekken. Het hypotheekrecht ontstaat uitsluitend door middel van een notariele akte ten overstaan van een in Nederland gevestigde notaris op grond van art. 3:260 BW; mondelinge afspraken, onderhandse contracten of digitale ondertekeningen zonder notariele bekrachtiging vestigen geen hypotheekrecht.
Aankoop van een eigen woning door een particulier: in het klassieke geval wordt de hypotheekakte gepasseerd op dezelfde dag als de notariele transportakte van de eigendomsoverdracht, zodat de bank direct na de overdracht het zekerheidsrecht verkrijgt. De koper neemt een hypotheek op de woning voor maximaal 100% van de marktwaarde volgens de Tijdelijke regeling hypothecair krediet, met de kosten koper (overdrachtsbelasting 2%, notariskosten, taxatie) uit eigen middelen. De hypotheek wordt verstrekt door een Nederlandse bank zoals ABN AMRO, ING, Rabobank, Triodos Bank of een hypotheekaanbieder zoals Aegon of NIBC, gekwalificeerd op grond van de Wet financieel toezicht (Wft).
Oversluiting naar een nieuwe geldgever met lagere rente: indien de hypotheekgever een lagere rente kan verkrijgen bij een andere bank dan zijn huidige geldgever, kan hij zijn hypotheek oversluiten door bij de nieuwe bank een nieuwe hypotheek af te sluiten en de oude hypotheek af te lossen. Bij oversluiting tijdens een vaste-renteperiode is de hypotheekgever vaak boeterente verschuldigd aan de oude bank, die kan worden meegefinancierd in de nieuwe hypotheek; de terugverdientijd bedraagt doorgaans drie tot zeven jaar afhankelijk van het rentevoordeel.
Financiering van verbouwing of energiebesparende voorzieningen: voor een verbouwing (uitbreiding, dakkapel, badkamerrenovatie) of energiebesparende voorzieningen (warmtepomp, zonnepanelen, isolatie, vloerverwarming) kan de hypotheekgever een aanvullende hypotheek (verbouwingshypotheek of tweede hypotheek) afsluiten op het onroerend goed. Bij energiebesparende voorzieningen biedt het Nibud extra leenruimte (peildatum 2024: tot EUR 26.000 extra naast de standaard hypotheek) en de rente is doorgaans aftrekbaar in box 1 op grond van art. 3.119a Wet IB 2001.
Financiering van een tweede woning of vakantiewoning: voor een vakantiewoning in Nederland, recreatiewoning of beleggingswoning kan de hypotheekgever een hypotheek afsluiten op het tweede object, vaak met minder gunstige voorwaarden dan de eerste hypotheek (hogere rente 0,5% tot 1,5%, lagere LTV maximaal 70% tot 90%) omdat de NHG niet beschikbaar is en het risico voor de bank groter is. Voor beleggingsobjecten in box 3 is de renteaftrek beperkt.
Aankoop van een bedrijfspand of bedrijfsmatige hypotheek: ondernemers en rechtspersonen kunnen een hypotheek afsluiten op een bedrijfspand voor de financiering van de aankoop of de verbouwing. Voor bedrijfsmatige hypotheken geldt geen Wft-consumentenbescherming en gelden andere LTV-normen (maximaal 70% tot 80% van de marktwaarde) en hogere rentes. De bank toetst de kredietwaardigheid van de onderneming op basis van jaarrekeningen, prognose en zekerheden.
Vestiging van een tweede hypotheek voor overwaarde: indien de hypotheekgever overwaarde heeft in zijn onroerend goed (huidige marktwaarde minus uitstaande hypotheekschuld), kan hij een tweede hypotheek afsluiten voor de financiering van consumptieve uitgaven, een onderneming, alimentatie of de aflossing van duurdere kredieten. De tweede hypotheek staat in rangorde achter de eerste op grond van art. 3:262 BW en heeft doorgaans een hogere rente.
Wijziging van bestaande hypotheek door rentemiddeling of verlengen rentevast: bij rentemiddeling herziet de bank de huidige rente naar het gemiddelde van de huidige rente en de actuele marktrente, waarbij de boeterente wordt vervangen door een opslag op de nieuwe rente; bij verlengen rentevast kiest de hypotheekgever voor een nieuwe rentevaste periode aan het einde van de oude. Voor beide wijzigingen is geen nieuwe notariele akte vereist mits de hoofdsom en het inschrijfbedrag niet wijzigen; bij verhoging van de hypotheek is wel een nieuwe akte nodig.
Wat moet er in uw Hypotheekakte staan?
De hypotheekakte voor Nederland moet een aantal essentiele bestanddelen bevatten om rechtsgeldig en handhaafbaar te zijn onder Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet op het notarisambt en de Wet financieel toezicht. De volgende elementen vormen de kern van een degelijke akte en zijn opgenomen in het modeldocument dat op forms-legal.com beschikbaar is voor de Nederlandse markt.
Identificatie van partijen: volledige naam, geboortedatum, adres en BSN van de particuliere hypotheekgever, of statutaire naam, vestigingsadres en KvK-nummer (Kamer van Koophandel) van een rechtspersoon. Voor gehuwde hypotheekgevers of geregistreerd partners: toestemming van de andere echtgenoot of partner voor de verhypothekering van de echtelijke woning op grond van art. 1:88 BW, op straffe van vernietigbaarheid binnen drie jaar. Voor de bank: statutaire naam (bijvoorbeeld ABN AMRO Bank N.V. KvK 34334259, ING Bank N.V. KvK 33031431, Cooperatieve Rabobank U.A. KvK 30046259), vestigingsadres en de naam van de tekenbevoegde medewerker volgens KvK-uittreksel of volmacht.
Omschrijving van het onroerend goed: nauwkeurige aanduiding van het adres met postcode en huisnummer, aangevuld met de kadastrale aanduiding (gemeente, sectie, perceelnummer) volgens de Kadasterwet 1989; voor een appartementsrecht aangevuld met het indexnummer uit de splitsingsakte en de aanduiding van het appartement. Vermeld het soort onroerend goed (eengezinswoning, appartementsrecht, bedrijfspand, recht van erfpacht) en de marktwaarde volgens een gevalideerd taxatierapport van een NWWI of NRVT erkende taxateur niet ouder dan zes maanden.
Hoofdsom en inschrijfbedrag: vermeld de hoofdsom van de lening in euro (bijvoorbeeld EUR 400.000,00) en het inschrijfbedrag in de openbare registers (doorgaans 125% van de hoofdsom, bijvoorbeeld EUR 500.000,00) ter dekking van renten, boeten en kosten op grond van art. 3:267 BW. Vermeld of de hoofdsom volledig wordt verstrekt op de overdrachtsdatum of in tranches bij bouwhypotheek; vermeld de uitkeringscondities bij verbouwingshypotheek.
Rente en looptijd: vermeld het rentepercentage per jaar als effectieve jaarrente conform de Wet financieel toezicht (Wft), met vermelding of vast (en zo ja, de rentevaste periode van een, vijf, tien, twintig of dertig jaar) of variabel. Vermeld de looptijd in jaren (standaard dertig voor consumenten) en de aflossingsvorm: annuitair (verplicht voor renteaftrek box 1), lineair, aflossingsvrij (maximaal 50% van de marktwaarde, geen renteaftrek), of combinatie (annuitair plus aflossingsvrij).
Nationale Hypotheek Garantie (NHG): vermeld of NHG van toepassing is, en zo ja, het garantienummer toegekend door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). NHG is beschikbaar voor woningen tot de kostengrens EUR 435.000 (peildatum 2024, eventueel EUR 461.100 inclusief energiebesparende voorzieningen) en biedt een korting op de hypotheekrente van 0,3% tot 0,6% plus betalingsbescherming bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. De hypotheekgever betaalt eenmalig een borgtochtprovisie van 0,4% over de hoofdsom.
Verzekeringsplicht, huurverbod en boetebeding: vermeld de verplichting tot opstalverzekering op naam van de bank als begunstigde voor de herbouwwaarde gedurende de gehele looptijd; vermeld het verbod op verhuur van het onroerend goed zonder voorafgaande toestemming van de bank op straffe van opeising van de lening (art. 3:264 BW); vermeld het beding inzake boete bij voortijdige aflossing buiten de boetevrije marge van 10% per jaar (Gedragscode Hypothecaire Financiering).
Uitwinningsclausule en eigenmachtige verkoop (art. 3:268 BW): vermeld de bevoegdheid van de bank om bij verzuim van de hypotheekgever het onroerend goed te laten verkopen via openbare veiling onder leiding van een notaris of via onderhandse verkoop met toestemming van de voorzieningenrechter van de Rechtbank. Vermeld de procedure: schriftelijke ingebrekestelling per aangetekende brief of deurwaardersexploot, ontruimingstermijn van drie maanden na de executieverkoop, restschuldregeling.
Rangorde en verbod op latere hypotheken: vermeld de rangorde van de hypotheek (eerste, tweede) op grond van art. 3:262 BW (de datum van inschrijving in de openbare registers van het Kadaster bepaalt de rangorde); vermeld het verbod op het vestigen van een tweede of latere hypotheek zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de bank. Voor verwante zaken zie de modeldocumenten koopovereenkomst onroerend goed, akte van levering en geldleningsovereenkomst op forms-legal.com.
Hoe vult u uw Hypotheekakte in?
Het invullen van een hypotheekakte voor Nederland vereist nauwgezetheid en samenwerking met de bank en de notaris, omdat het zekerheidsrecht voor een lange duur (doorgaans dertig jaar) wordt gevestigd en betrekking heeft op grote financiele belangen. Volg de onderstaande stappen om alle wettelijk vereiste gegevens correct te verwerken.
Stap 1 — Identificeer de partijen. Voor de particuliere hypotheekgever: vermeld voor- en achternaam volgens paspoort, geboortedatum (formaat DD-MM-JJJJ), adres en BSN. Bij gehuwden of geregistreerd partners: vermeld de naam van de andere partner en voeg een ondertekende toestemmingsverklaring ex art. 1:88 BW als bijlage toe. Voor de bank: vermeld de statutaire naam (ABN AMRO Bank N.V., ING Bank N.V., Cooperatieve Rabobank U.A.), het vestigingsadres en het KvK-nummer; vermeld het leningnummer of dossiernummer toegekend in de hypotheekofferte.
Stap 2 — Omschrijf het onroerend goed. Vermeld het volledige adres (straat, huisnummer met eventuele toevoeging, postcode, gemeente). Vermeld de kadastrale aanduiding in de vorm gemeente sectie perceelnummer (op te vragen via Mijn Kadaster of de notaris). Voor appartementsrecht: vermeld het indexnummer en de aanduiding uit de splitsingsakte. Vermeld de marktwaarde volgens een gevalideerd taxatierapport van een NWWI of NRVT erkende taxateur niet ouder dan zes maanden.
Stap 3 — Vul de hoofdsom en het inschrijfbedrag in. Vermeld de hoofdsom van de lening in euro met twee decimalen (EUR 400.000,00). Vermeld het inschrijfbedrag in de openbare registers (doorgaans 125% van de hoofdsom, EUR 500.000,00) ter dekking van renten, boeten en kosten op grond van art. 3:267 BW. Bij bouwhypotheek: vermeld de tranches (eerste tranche bij overdracht, tweede tranche bij bouwopname).
Stap 4 — Vul de rente, looptijd en aflossingsvorm in. Rente: vermeld het percentage per jaar (bijvoorbeeld 4,50%) als effectieve jaarrente conform Wft, met vermelding of vast (rentevaste periode van 1, 5, 10, 20 of 30 jaar) of variabel. Looptijd: standaard 30 jaar voor consumenten. Aflossingsvorm: kies tussen annuiteit (verplicht voor renteaftrek box 1 op grond van art. 3.119a Wet IB 2001), lineair, aflossingsvrij (maximaal 50% van de marktwaarde), of combinatie. Voor renteaftrek box 1 is volledige aflossing binnen 30 jaar vereist.
Stap 5 — Vermeld de Nationale Hypotheek Garantie. NHG: kies JA of NEE. Bij JA: vermeld het garantienummer toegekend door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Beschikbaar voor woningen tot de kostengrens EUR 435.000 (peildatum 2024). Hypotheekgever betaalt eenmalig een borgtochtprovisie van 0,4% over de hoofdsom. Voordelen: rentekorting 0,3% tot 0,6% en betalingsbescherming bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid.
Stap 6 — Vul de bijzondere voorwaarden in. Verplichte opstalverzekering: JA (standaard) of NEE. Bij JA: hypotheekgever moet het onroerend goed verzekerd houden tegen brand en storm op naam van de bank als begunstigde voor de herbouwwaarde. Huurverbod: JA (standaard) of NEE. Bij JA: verhuur zonder toestemming bank is grond voor opeising van de lening op grond van art. 3:264 BW. Boete bij voortijdige aflossing: JA (standaard bij vaste rente) of NEE. Boetevrije marge: 10% per kalenderjaar (sommige banken 15% of 20%).
Stap 7 — Vermeld de uitwinningsclausule. Eigenmachtige verkoop bij verzuim (art. 3:268 BW): JA (standaard) of NEE. Bij JA: bank mag bij verzuim het onroerend goed laten verkopen via openbare veiling onder leiding van een notaris, of onderhandse verkoop met toestemming van de voorzieningenrechter van de Rechtbank. Bij verzuim na drie maanden achterstand stuurt de bank een schriftelijke ingebrekestelling per aangetekende brief of deurwaardersexploot.
Stap 8 — Kies de notaris en bereid de afspraak voor. De notaris wordt vrij gekozen door de hypotheekgever, moet in Nederland zijn gevestigd op grond van art. 2 Wet op het notarisambt. Vermeld de naam en het kantooradres van de notaris. Notarieel honorarium voor hypotheekakte: EUR 600 tot EUR 1.200 inclusief BTW, plus kadastraal recht EUR 150. Beide partijen verschijnen op de afspraakdatum, identificeren zich met paspoort of identiteitskaart (Wwft 2018), en ondertekenen de akte ten overstaan van de notaris. De notaris biedt de akte direct na ondertekening ter inschrijving aan bij de openbare registers van het Kadaster te Apeldoorn; de inschrijving wordt doorgaans binnen vijf werkdagen verwerkt.
Wettelijke vereisten voor Hypotheekakte
De hypotheekakte voor Nederland kent een dwingend wettelijk kader dat is uitgewerkt in Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek (artt. 3:260 tot 3:275), de Kadasterwet 1989, de Wet op het notarisambt (Wna), de Wet financieel toezicht (Wft) en de Tijdelijke regeling hypothecair krediet. De volgende wettelijke vereisten zijn van toepassing en bieden bescherming aan de consument-hypotheekgever.
Vormvereiste op grond van art. 3:260 BW jo. art. 2 Wna: de vestiging van een hypotheek moet op straffe van nietigheid plaatsvinden bij notariele akte ten overstaan van een in Nederland gevestigde notaris. De akte moet de identiteit van partijen, de omschrijving van het onroerend goed, de hoofdsom en het inschrijfbedrag, de rente en de looptijd, en de bijzondere voorwaarden bevatten. Mondelinge afspraken of onderhandse contracten zonder notariele bekrachtiging vestigen geen hypotheekrecht en kunnen niet worden ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster.
Inschrijving en rangorde op grond van art. 3:262 BW: de hypotheek verkrijgt derdenwerking en rangorde vanaf het moment van inschrijving in de openbare registers van het Kadaster te Apeldoorn. De rangorde wordt bepaald door de datum van inschrijving: eerst ingeschreven, eerst in rang. Bij gedwongen verkoop kan een hogere rang zich eerst verhalen op de opbrengst; lagere rangen ontvangen wat resteert. Voor wijzigingen van de hypotheek (verhoging hoofdsom, wijziging rente) is opnieuw een notariele akte en inschrijving vereist.
Inschrijfbedrag van 125% op grond van art. 3:267 BW: het inschrijfbedrag dat in de openbare registers wordt vermeld is doorgaans 125% van de hoofdsom, ter dekking van renten, boeten en kosten van de bank bij gedwongen verkoop. Het inschrijfbedrag is de maximumgrens voor de zekerheidsuitkering aan de bank; uitkeringen boven het inschrijfbedrag komen ten goede aan latere hypotheekhouders of de hypotheekgever.
Toestemming van de echtgenoot op grond van art. 1:88 BW: bij gehuwden of geregistreerd partners is voor de verhypothekering van de echtelijke woning de schriftelijke toestemming van de andere echtgenoot of partner vereist, op straffe van vernietigbaarheid binnen drie jaar. De toestemming moet ondertekend als bijlage bij de hypotheekakte worden gevoegd; bij ontbreken kan de andere partner de hypotheek laten vernietigen met als gevolg dat de bank haar zekerheidsrecht verliest.
Verzuim en eigenmachtige verkoop op grond van art. 3:268 BW: bij verzuim van de hypotheekgever (drie maanden achterstand) is de bank bevoegd het onroerend goed te laten verkopen via een openbare veiling onder leiding van een notaris (zoals geregeld in het Reglement notariele veiling), of via een onderhandse verkoop met toestemming van de voorzieningenrechter van de Rechtbank op verzoek. De hypotheekgever ontvangt schriftelijke ingebrekestelling per aangetekende brief of deurwaardersexploot, gevolgd door een ontruimingstermijn van drie maanden na de executieverkoop.
Wet financieel toezicht (Wft) en consumentenbescherming: voor consumenten-hypotheekgevers geldt uitgebreide bescherming via de Wft en de Tijdelijke regeling hypothecair krediet, met loan-to-value (LTV) van maximaal 100% (peildatum 2024) en loan-to-income (LTI) op basis van Nibud-normen. De bank moet een passend advies geven aan de consument na een inkomenstoets en een schuldtoets; de hypotheekadviseur moet gekwalificeerd zijn (Wft-diploma's Hypothecair Krediet en Vermogen) en ingeschreven in het AFM-register.
Renteaftrek box 1 op grond van art. 3.119a Wet IB 2001: voor renteaftrek box 1 (tarief 36,93% in 2024) is sinds 1 januari 2013 verplicht dat de hypotheek binnen dertig jaar volledig wordt afgelost (annuitair of lineair); aflossingsvrije hypotheek tot maximaal 50% van de marktwaarde komt niet voor renteaftrek in aanmerking. De renteaftrek wordt jaarlijks afgebouwd; in 2024 is het maximum tarief 36,93%.
Gedragscode Hypothecaire Financiering en boetevrije aflossing: de Gedragscode Hypothecaire Financiering bepaalt dat de hypotheekgever elk kalenderjaar boetevrij mag aflossen tot maximaal 10% van de oorspronkelijke hoofdsom (sommige banken 15% of 20%). Boven de boetevrije marge of bij algehele aflossing tijdens een vaste-renteperiode is boeterente verschuldigd, te berekenen volgens een transparante formule die de bank op verzoek schriftelijk verstrekt.
Klachten en geschillen: klachten over de hypotheek of de bank kunnen worden ingediend bij de interne klachtenfunctie van de bank; bij ongegrondverklaring kan de consument zich richten tot het Klachteninstituut Financiele Dienstverlening (Kifid) voor een onafhankelijke beoordeling. Geschillen worden in eerste aanleg beslecht door de Rechtbank van het arrondissement waar het onroerend goed is gelegen op grond van art. 103 Rv; cassatieberoep is mogelijk bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Veelgemaakte fouten bij uw Hypotheekakte
Bij het opstellen en aangaan van een hypotheekakte in Nederland worden veelvoorkomende fouten gemaakt die kunnen leiden tot nietigheid, vernietigbaarheid, financiele schade door onnodige boetes, of zelfs verlies van de woning bij gedwongen verkoop. Onderstaande fouten komen het meest voor in de jurisprudentie van de Hoge Raad, de Gerechtshoven en de Rechtbanken.
Fout 1 — Verzuim van toestemming van de echtgenoot bij verhypothekering van de echtelijke woning. Een gehuwde hypotheekgever ondertekent de hypotheekakte zonder de schriftelijke toestemming van de andere echtgenoot of geregistreerd partner, terwijl het de echtelijke woning betreft. Op grond van art. 1:88 BW is de hypotheek vernietigbaar op verzoek van de andere partner binnen drie jaar, met als gevolg dat de bank haar zekerheidsrecht kan verliezen en de hypotheekgever met een onbetaalbare schuld blijft zitten. Voorkom dit door bij gehuwde hypotheekgever standaard een toestemmingsverklaring van de echtgenoot of partner te vragen en als bijlage bij de hypotheekakte te voegen.
Fout 2 — Onderhandse hypotheekvestiging zonder notariele akte. Een grondeigenaar en een geldgever leggen mondeling of bij onderhands contract een hypotheekrecht vast, in de veronderstelling dat de afspraak rechtsgeldig is. Op grond van art. 3:260 BW is de vestiging van een hypotheek echter nietig zonder notariele akte en kan de geldgever geen zekerheid voor de lening tegenwerpen bij wanbetaling van de hypotheekgever. Voorkom dit door altijd een notaris in te schakelen voor de vestiging, ook bij familieleningen en private hypotheken.
Fout 3 — Onjuiste keuze van aflossingsvorm met verlies van renteaftrek. Een hypotheekgever kiest voor een aflossingsvrije hypotheek voor 100% van de hoofdsom in plaats van annuitair of lineair, in de veronderstelling dat de lagere maandlasten voordelig zijn. Op grond van art. 3.119a Wet IB 2001 komt de aflossingsvrije hypotheek echter niet voor renteaftrek box 1 in aanmerking voor het deel boven 50% van de marktwaarde, met als gevolg dat de hypotheekgever jaarlijks duizenden euro renteaftrek mist. Voorkom dit door bij de keuze van de aflossingsvorm advies in te winnen van een gekwalificeerd hypotheekadviseur en de fiscale gevolgen door te rekenen.
Fout 4 — Verzuim van inschrijving in het Kadaster met verlies van rangorde. De notariele hypotheekakte wordt opgesteld en ondertekend, maar de notaris verzuimt of vergeet de akte direct ter inschrijving aan te bieden bij het Kadaster. De hypotheek heeft pas derdenwerking en rangorde vanaf het moment van inschrijving op grond van art. 3:262 BW; intussen kan een opvolgende geldgever een eigen hypotheek vestigen en inschrijven die voorrang krijgt. Voorkom dit door binnen vijf werkdagen na ondertekening bij de notaris na te vragen of de inschrijving heeft plaatsgevonden en het kadastraal bewijs te ontvangen.
Fout 5 — Overschrijden van de boetevrije aflossingsmarge zonder bewustzijn van boeterente. Een hypotheekgever lost meer dan 10% van de oorspronkelijke hoofdsom per kalenderjaar af (bijvoorbeeld bij verkoop van een tweede woning of erfenis) zonder zich bewust te zijn van de boeterente die de bank in rekening brengt. De boeterente kan bij een grote hypotheek met hoge oorspronkelijke rente oplopen tot enkele tienduizenden euro. Voorkom dit door voorafgaand aan een grote aflossing bij de bank een offerte voor de boeterente op te vragen en de aflossing eventueel te spreiden over meerdere kalenderjaren binnen de boetevrije marge.
Fout 6 — Verhuur van het onroerend goed zonder toestemming van de bank. De hypotheekgever verhuurt zijn woning aan een huurder zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de bank, in de veronderstelling dat de bank dat niet zal merken. Indien de bank van de verhuur op de hoogte raakt (bijvoorbeeld door een melding van de Belastingdienst over huurinkomsten), kan de bank op grond van art. 3:264 BW en het huurverbod in de hypotheekakte de gehele lening opeisen, met als gevolg dat de hypotheekgever de schuld onmiddellijk moet aflossen of geconfronteerd wordt met executoriale verkoop. Voorkom dit door bij verhuur altijd vooraf schriftelijke toestemming van de bank te vragen, met opgave van de huurprijs en de huurder.
Fout 7 — Te lage opstalverzekering met onderdekking bij brand of storm. De hypotheekgever sluit een opstalverzekering af met een te lage verzekerde som (bijvoorbeeld op basis van de marktwaarde in plaats van de herbouwwaarde), met als gevolg dat bij grote schade door brand of storm de uitkering niet voldoende is om het onroerend goed te herbouwen. De bank loopt zekerheidsrisico en kan de hypotheekgever aanspreken op aanvullende dekking. Voorkom dit door de opstalverzekering te baseren op de herbouwwaarde (taxatie of indexering) en de polis jaarlijks te toetsen.
Fout 8 — Geen tijdige actie bij dreigende betalingsachterstand. De hypotheekgever raakt in financiele problemen (werkloosheid, scheiding, ziekte) en betaalt de hypotheek niet meer, maar verzuimt tijdig contact op te nemen met de bank voor een betalingsregeling. Na drie maanden achterstand stuurt de bank een schriftelijke ingebrekestelling; bij doorlopende wanbetaling volgt executoriale verkoop met restschuld. Voorkom dit door bij de eerste betalingsproblemen direct contact op te nemen met de bank (afdeling Bijzonder Beheer of Klantenmanagement) voor een betalingsregeling, een tijdelijke renteverlaging of een verkoop op rustige basis; bij grote financiele problemen aanvraag indienen bij de gemeente voor schuldhulpverlening of WSNP-procedure (Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen) bij de Rechtbank.
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Hypotheekakte (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/real-estate/property/hypotheekakte
"Hypotheekakte (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/real-estate/property/hypotheekakte.
@misc{formslegal-hypotheekakte,
author = {{Forms Legal}},
title = {Hypotheekakte (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/real-estate/property/hypotheekakte}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
Een hypotheek in Nederland is een beperkt zakelijk recht waarmee de hypotheekgever (de eigenaar van een onroerende zaak) aan de hypotheekhouder (doorgaans een bank) een zekerheidsrecht verstrekt op het onroerend goed tot zekerheid van de terugbetaling van een geldlening, geregeld in Burgerlijk Wetboek artt. 3:260 tot 3:275 BW. De hypotheek geeft de bank het recht om bij verzuim van de hypotheekgever het onroerend goed te laten verkopen via een openbare veiling of een onderhandse verkoop met toestemming van de Rechtbank, en zich met voorrang op de opbrengst te verhalen voor de gehele hoofdsom, renten, boeten en kosten. Op grond van art. 3:260 BW en de Wet op het notarisambt (Wna) moet de vestiging van een hypotheek op straffe van nietigheid plaatsvinden bij notariele akte ten overstaan van een in Nederland gevestigde notaris; de notaris stelt de akte op, controleert de identiteit en handelingsbevoegdheid van partijen, voert kadastraal onderzoek uit en biedt de akte direct na ondertekening ter inschrijving aan bij de openbare registers van het Kadaster te Apeldoorn. Pas vanaf het moment van inschrijving heeft de hypotheek derdenwerking en rangorde ten opzichte van andere schuldeisers. De kosten van de hypotheekakte (notarieel honorarium EUR 600 tot EUR 1.200 inclusief BTW, plus kadastraal recht EUR 150) zijn voor rekening van de hypotheekgever en worden via de notaris uit de hypotheekuitkering ingehouden.
De drie hoofdaflossingsvormen voor een Nederlandse hypotheek bepalen de wijze waarop de hypotheekgever zijn schuld aan de bank in de loop van de tijd vermindert en hebben grote gevolgen voor de maandlasten, de renteaftrek en de uiteindelijke schuld aan het einde van de looptijd. Bij een annuiteitenhypotheek betaalt de hypotheekgever gedurende de gehele looptijd (doorgaans dertig jaar) een vast bruto maandbedrag dat bestaat uit een steeds groter aflossingsdeel en een steeds kleiner rentedeel; in de beginjaren is de rentecomponent dominant en valt de renteaftrek hoog uit, in de eindjaren is de aflossing dominant. Bij een lineaire hypotheek betaalt de hypotheekgever elke maand een vast aflossingsbedrag (hoofdsom gedeeld door looptijd in maanden) plus rente over het uitstaande saldo; de maandlasten beginnen hoog en dalen geleidelijk over de looptijd. Bij een aflossingsvrije hypotheek betaalt de hypotheekgever alleen rente en geen aflossing; aan het einde van de looptijd moet de gehele hoofdsom in een keer worden afgelost (door verkoop van de woning, eigen middelen of een nieuwe hypotheek). Voor hypotheekrenteaftrek in box 1 op grond van art. 3.119a Wet IB 2001 is sinds 1 januari 2013 verplicht dat de hypotheek binnen dertig jaar volledig wordt afgelost (annuitair of lineair); aflossingsvrije hypotheek voor het deel boven 50% van de marktwaarde komt niet voor renteaftrek in aanmerking. In de praktijk kiezen veel kopers voor een combinatiehypotheek: 50% annuitair (renteaftrek) en 50% aflossingsvrij (lage maandlast) tot maximaal de marktwaarde.
De Nationale Hypotheek Garantie (NHG) is een door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) afgegeven garantie aan de bank dat de bank de hypotheekschuld krijgt terugbetaald indien de hypotheekgever in gebreke blijft en de gedwongen verkoop van de woning niet voldoende opbrengt om de schuld te dekken. De NHG is beschikbaar voor woningen tot de kostengrens (peildatum 2024: EUR 435.000, eventueel EUR 461.100 inclusief energiebesparende voorzieningen) en biedt de hypotheekgever twee belangrijke voordelen: ten eerste een korting op de hypotheekrente van 0,3% tot 0,6% gedurende de gehele looptijd, wat over dertig jaar op een hoofdsom van EUR 350.000 kan oplopen tot EUR 30.000 tot EUR 60.000 voordeel; ten tweede betalingsbescherming bij werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of echtscheiding, waardoor de WEW de restschuld kwijtscheldt indien de gedwongen verkoop niet voldoende oplevert. De hypotheekgever betaalt eenmalig een borgtochtprovisie aan de WEW van 0,4% over de hoofdsom (peildatum 2024); een hoofdsom van EUR 350.000 kost dus EUR 1.400 aan provisie. De NHG is doorgaans voordelig voor woningen tot de kostengrens, vooral voor starters en huishoudens met een gemiddeld of lager inkomen die zekerheid wensen over hun woonlasten en bescherming tegen restschuld. Boven de kostengrens of voor beleggingsobjecten is NHG niet beschikbaar; de hypotheekgever betaalt dan de marktrente zonder korting. De voorwaarden van de NHG (kostengrens, premie, vereisten aan inkomen en woning) wijzigen jaarlijks per 1 januari en zijn gepubliceerd op de website van het WEW (Nationalehypotheekgarantie.nl).
Wanneer de hypotheekgever zijn maandelijkse rente- en aflossingsverplichting niet nakomt, treedt een gefaseerd proces van verzuim en executie in werking dat de hypotheekgever uiteindelijk zijn woning kan kosten en met een restschuld kan opzadelen. Bij de eerste gemiste betaling stuurt de bank een schriftelijke herinnering met betalingsverzoek binnen veertien dagen; bij twee gemiste betalingen volgt een aanmaning met een laatste termijn van dertig dagen voor herstel. Bij drie of meer gemiste betalingen (drie maanden achterstand) stuurt de bank een schriftelijke ingebrekestelling per aangetekende brief of deurwaardersexploot, waarmee de hypotheekgever in verzuim raakt op grond van art. 6:82 BW. Vanaf het verzuim is de gehele hoofdsom met renten, boeten en kosten onmiddellijk opeisbaar op grond van art. 6:265 BW (vervalbeding in de algemene voorwaarden van de bank). De bank kan vervolgens op grond van art. 3:268 BW het hypotheekrecht uitwinnen door middel van een openbare veiling onder leiding van een notaris, of door middel van een onderhandse verkoop na verkregen toestemming van de voorzieningenrechter van de Rechtbank. Indien de opbrengst van de gedwongen verkoop niet voldoende is om de hypotheekschuld en de kosten van de executie te dekken, blijft de hypotheekgever met een restschuld zitten waarop hij persoonlijk aansprakelijk is (tenzij NHG, in welk geval de WEW de restschuld kwijtscheldt onder bepaalde voorwaarden). De hypotheekgever moet de woning leeg en bezemschoon opleveren binnen drie maanden na de executieverkoop, op straffe van uitzetting door de deurwaarder. Bij dreiging van executie kan de hypotheekgever een schuldhulpverleningstraject aanvragen bij de gemeente of een WSNP-procedure (Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen) starten bij de Rechtbank.
De maximale hypotheek in Nederland wordt bepaald door twee onafhankelijke toetsen: de loan-to-value (LTV) op basis van de marktwaarde van de woning, en de loan-to-income (LTI) of debt-to-income op basis van het bruto inkomen van de hypotheekgever. De LTV wordt geregeld in de Tijdelijke regeling hypothecair krediet (sinds 2018: maximaal 100% van de marktwaarde, geen extra leenruimte voor verbouwing zoals in voorgaande jaren); dit betekent dat de hypotheekgever altijd minimaal de kosten koper (overdrachtsbelasting 2%, notariskosten EUR 1.500, taxatie EUR 400, advies EUR 2.500, kadastraal recht EUR 200, totaal ongeveer 5% tot 6%) uit eigen middelen moet financieren. De LTI wordt geregeld door het Nibud op verzoek van de minister van Financien en gepubliceerd in de jaarlijkse Regeling hypothecair krediet; de norm is afhankelijk van het bruto inkomen, de gezinssamenstelling, de rentetype (vast of variabel) en de aanvullende verplichtingen (consumptief krediet, alimentatie, lease-auto). Voor een tweeverdienershuishouden met een inkomen van EUR 100.000 per jaar zonder andere verplichtingen is de maximale hypotheek ongeveer EUR 500.000 (5 keer het inkomen) bij een tienjaarsrente; voor eenverdiener EUR 60.000 ongeveer EUR 285.000. Bij Nationale Hypotheek Garantie (NHG, kostengrens EUR 435.000 voor 2024) geldt iets ruimere financiering en de hierboven genoemde rentekorting. Voor de berekening kunnen consumenten een orienterend bedrag opvragen via Berekenhet.nl van het Nibud of een offerte aanvragen bij een onafhankelijk hypotheekadviseur (gekwalificeerd op grond van de Wft, ingeschreven in het AFM-register).
De hypotheekgever heeft in Nederland het recht om zijn hypotheek geheel of gedeeltelijk voortijdig af te lossen, maar afhankelijk van het rentetype kan de bank een boetebedrag (boeterente) in rekening brengen ter compensatie van het renteverlies bij voortijdige aflossing. De Wet financieel toezicht (Wft) en de Gedragscode Hypothecaire Financiering bepalen dat de hypotheekgever elk kalenderjaar boetevrij mag aflossen tot maximaal 10% van de oorspronkelijke hoofdsom (sommige banken bieden 15% of 20% boetevrij); de boetevrije marge geldt cumulatief per kalenderjaar en wordt niet overgeheveld naar het volgende jaar. Bij aflossing boven de boetevrije marge of bij algehele aflossing tijdens een vaste-renteperiode is de bank gerechtigd boeterente in rekening te brengen, te berekenen volgens een formule die rekening houdt met het verschil tussen de afgesloten rente en de actuele vergelijkbare rente, de resterende rentevaste periode, en het af te lossen bedrag. De boeterente kan oplopen tot enkele tienduizenden euro voor een grote hypotheek met een hoge oorspronkelijke rente; de bank moet de berekening transparant maken en op verzoek schriftelijk verstrekken. Bij variabele rente (rente die elk kwartaal of jaar wordt aangepast) is in beginsel geen boete verschuldigd bij voortijdige aflossing. Bij oversluiting (overstap naar een andere bank met lagere rente) kan de boeterente vaak worden meegefinancierd in de nieuwe hypotheek; de hypotheekgever moet dan rekenen op een terugverdientijd in jaren voordat het netto voordeel positief is. Sinds 1 januari 2018 mag de bank de boete niet meer doorbelasten als brutorente, maar moet de boete als bedrag bij aflossing worden voldaan en is mogelijk fiscaal aftrekbaar als rentelast box 1 in het jaar van betaling (Belastingdienst toetst per geval).
Voor een hypotheekaanvraag en de uiteindelijke notariele hypotheekakte heeft de bank en de notaris een uitgebreide set documenten en gegevens nodig die de hypotheekgever bijtijds moet aanleveren om vertraging in het proces te voorkomen. Voor de bank: een geldig identiteitsbewijs (paspoort of identiteitskaart) van beide partners; recente loonstroken (laatste drie maanden) en werkgeversverklaring; jaaropgaven van de laatste twee jaar; intentieverklaring van de werkgever bij contract bepaalde tijd; bankafschriften van de laatste drie maanden van alle bankrekeningen; een opgave van bestaande verplichtingen (consumptief krediet, alimentatie, studieschuld DUO, lease-auto); bewijs van eigen middelen op een Nederlandse bankrekening (waarborgsom 10% en kosten koper 5%); bij ondernemers (ZZP, eenmanszaak, BV) de jaarcijfers van de laatste drie jaar en de prognose. Voor de notaris: een geldig identiteitsbewijs (paspoort of identiteitskaart) op grond van de Wwft 2018; de definitieve koopovereenkomst van het onroerend goed; de definitieve hypotheekofferte van de bank; eventueel de huwelijkse voorwaarden of het partnerschapsregister; een uittreksel uit de basisregistratie personen (BRP); bij gehuwde partners de toestemmingsverklaring ex art. 1:88 BW voor de verhypothekering van de echtelijke woning. Bij appartementsrechten ook het splitsingsreglement en het huishoudelijk reglement van de Vereniging van Eigenaren met een opgave van eventuele achterstallige bijdragen. Bij erfpacht ook de erfpachtakte met de gemeentelijke Algemene Bepalingen. De notaris voert kadastraal onderzoek uit naar bestaande hypothecaire inschrijvingen, beslagen en beperkte rechten en stelt de afrekening op met alle kosten en belastingen. Het hele proces van aanvraag tot ondertekening van de notariele akte duurt doorgaans zes tot tien weken; bij goede voorbereiding kan dit worden bekort tot vier tot zes weken.
Een tweede hypotheek (ook wel overwaardehypotheek genoemd) is een aanvullende hypotheek die wordt gevestigd op een onroerend goed dat reeds met een eerste hypotheek is bezwaard, en die in rangorde achter de eerste hypotheek staat op grond van art. 3:262 BW. De rangorde wordt bepaald door de datum van inschrijving in de openbare registers van het Kadaster, met als gevolg dat bij gedwongen verkoop de eerste hypotheekhouder zich eerst kan verhalen op de opbrengst en de tweede hypotheekhouder pas wat resteert. Een tweede hypotheek is mogelijk indien er overwaarde is in het onroerend goed (huidige marktwaarde minus uitstaande eerste hypotheekschuld) en wordt vaak ingezet voor: financiering van een verbouwing of energiebesparende voorzieningen (warmtepomp, zonnepanelen, isolatie); aankoop van een tweede woning of vakantiewoning; aflossing van duurdere consumptieve kredieten; financiering van een onderneming. Voor de hypotheekgever zijn de voor- en nadelen: voordeel is doorgaans een lagere rente dan een persoonlijke lening of consumptief krediet (omdat de woning als onderpand dient), en mogelijk renteaftrek box 1 indien de tweede hypotheek wordt gebruikt voor verbouwing of energiebesparing (art. 3.119a Wet IB 2001). Nadeel is dat de tweede hypotheek de schuld op het onroerend goed verhoogt en het risico van restschuld bij waardedaling toeneemt; bij oversluiting van de eerste hypotheek moet de tweede ook worden meegenomen of opnieuw onderhandeld. De rente van een tweede hypotheek is doorgaans 0,3% tot 1,0% hoger dan de eerste hypotheek, in verband met het hogere risico voor de bank. Voor de aanvraag van een tweede hypotheek gelden dezelfde LTV (maximaal 100% gecombineerd) en LTI normen als voor de eerste hypotheek; de Nationale Hypotheek Garantie is niet beschikbaar voor tweede hypotheken.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Koopovereenkomst Onroerend Goed
Schriftelijke koopovereenkomst onroerend goed voor Nederland conform Burgerlijk Wetboek Boek 7, artt. 7:2 (schriftelijkheidsvereiste), 7:17 (conformiteit) en de Kadasterwet 1989.
Akte van Levering
Notariele akte van levering (transportakte) voor Nederland conform Burgerlijk Wetboek artt. 3:84 en 3:89, Kadasterwet 1989 en Wet op het notarisambt.
Geldleningsovereenkomst Nederland
Schriftelijke overeenkomst van verbruikleen tussen uitlener en lener met hoofdsom, rente, aflossing en zekerheid conform BW Boek 7 titel 2C art. 129-134.