Overdrachtsbelasting Aangifte
Wet op belastingen van rechtsverkeer art. 2; Algemene wet inzake rijksbelastingen
AANGIFTE OVERDRACHTSBELASTING
conform Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR) art. 2, art. 9 en art. 14-15; Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) art. 8
Partijen
DE VERKRIJGER (BELASTINGPLICHTIGE):
Naam: [Verkrijger Naam]
Geboortedatum: [Verkrijger Geboortedatum]
Adres: [Verkrijger Adres]
BSN: [Verkrijger Bsn]
DE VERKOPER (VERVREEMDER):
Naam: [Verkoper Naam]
Artikel 1 — Omschrijving van de Verkrijging
ARTIKEL 1 — OMSCHRIJVING VAN DE VERKRIJGING
1.1 De verkrijger verklaart op [Datum Akte] het navolgende onroerend goed te hebben verkregen van de verkoper, conform de notarieel vastgelegde transportakte:
Object: [Soort Object]
Adres: [Adres Verkregen Goed]
Kadastrale aanduiding: [Kadastrale Aanduiding]
Artikel 2 — Maatstaf van Heffing en Belastingbedrag
ARTIKEL 2 — MAATSTAF VAN HEFFING EN BELASTINGBEDRAG
2.1 Koopsom (tegenprestatie conform koopovereenkomst): € [Koopsom]
2.2 WOZ-waarde (meest recente beschikking): € [Woz Waarde]
2.3 Maatstaf van heffing (de hogere van koopsom of WOZ-waarde conform art. 9 lid 1 WBR): zie berekening notaris.
2.4 Toepasselijk tarief: [Tarief]% op grond van de Wet op belastingen van rechtsverkeer.
2.5 Motivering tarief of vrijstelling: [Vrijstelling Motivering]
Artikel 3 — Verklaring van de Verkrijger
ARTIKEL 3 — VERKLARING VAN DE VERKRIJGER
3.1 De verkrijger verklaart dat alle in deze aangifte vermelde gegevens naar beste weten juist en volledig zijn.
3.2 De verkrijger is ervan op de hoogte dat onjuiste opgave kan leiden tot een naheffingsaanslag, een vergrijpboete van maximaal 100% (AWR art. 67f) en strafrechtelijke vervolging.
3.3 Bij toepassing van de startersvrijstelling (0%-tarief) verklaart de verkrijger: (a) op datum akte jonger te zijn dan 35 jaar; (b) de woning als hoofdverblijf te betrekken; (c) de vrijstelling nog niet eerder te hebben benut. De verkrijger is zich bewust dat de Belastingdienst de naleving toetst via de Basisregistratie Personen (BRP).
ONDERTEKENING
Opgesteld te [Plaats Ondertekening] op [Datum Akte] ten overstaan van [Notaris Naam].
De Verkrijger: [Verkrijger Naam]
Handtekening: _________________________
De Notaris (voor afdracht): [Notaris Naam]
Handtekening en zegel notaris: _________________________
Verkrijger
________________
Signature
Notaris
________________
Signature
Wat is Overdrachtsbelasting Aangifte?
De Overdrachtsbelasting Aangifte in Nederland is de opgave waarmee de over de verkrijging van onroerend goed verschuldigde overdrachtsbelasting wordt aangegeven en afgedragen, doorgaans verzorgd door de notaris bij de levering, op grond van de Wet op belastingen van rechtsverkeer art. 2. Het tarief bedraagt twee procent voor een eigen woning en hoger voor beleggingspanden, met als heffingsmaatstaf de waarde van de verkrijging onder WBR art. 9; de wet kent vrijstellingen zoals de startersvrijstelling en de samenloopvrijstelling met btw bij nieuwbouw onder WBR art. 14 en 15.
De wettelijke grondslag van de overdrachtsbelasting in Nederland is de Wet op belastingen van rechtsverkeer van 24 december 1970, die herhaaldelijk is gewijzigd. Artikel 2 WBR bepaalt dat belasting wordt geheven ter zake van de verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken of van rechten waaraan deze zijn onderworpen. Artikel 9 WBR stelt de maatstaf van heffing vast op de waarde van de verkregen zaak, ten minste gelijk aan de tegenprestatie. Artikel 14 en 15 WBR omschrijven de vrijstellingen, waaronder de samenloopvrijstelling bij nieuwbouw (samenloop met btw), de startersvrijstelling voor jonge kopers, vrijstelling bij verdeling van huwelijksgemeenschap, en diverse herstructureringsvrijstellingen.
De aangifte zelf wordt in de Nederlandse praktijk nagenoeg altijd verricht door de notaris die de transportakte passeert, conform de verplichte betrokkenheid van de notaris bij eigendomsoverdracht van registergoederen (art. 3:89 BW jo. art. 38 Wet op het notarisambt). De notaris dient de aangifte in bij de Belastingdienst via het digitale systeem van het Centraal Notariaat, houdt het belastingbedrag in bij de afrekening en draagt het af op dezelfde dag als het passeren van de akte. Hierdoor ziet de koper de overdrachtsbelasting als post op de notariële afrekening.
Het tarief kent voor 2026 drie categorieën: het 0%-tarief (startersvrijstelling voor kopers onder 35 jaar die zelfbewoning aantonen met een woningwaarde tot € 510.000 en die de vrijstelling nog niet eerder gebruikten, conform art. 15 lid 1 onderdeel p WBR); het 2%-tarief voor kopers die een woning kopen als hoofdverblijf en niet in aanmerking komen voor de startersvrijstelling; en het 10,4%-tarief voor alle overige verkrijgingen, waaronder beleggingspanden, vakantiehuizen, commercieel vastgoed en verkrijging door rechtspersonen.
De Belastingdienst heeft bijzondere controlebevoegdheden bij overdrachtsbelasting. Zo kan een naheffingsaanslag worden opgelegd als achteraf blijkt dat een vrijstelling ten onrechte is benut, of als de maatstaf van heffing te laag werd vastgesteld. Het recht van navordering verjaart vijf jaar na het tijdstip van de verkrijging (AWR art. 66). Bij fraude, zoals het opzettelijk onjuist opgeven van de koopsom om overdrachtsbelasting te ontwijken, kan de Belastingdienst een vergrijpboete opleggen en aangifte doen bij het Openbaar Ministerie (OM).
Voor ondernemers en vastgoedbeleggers is de wisselwerking met de btw (omzetbelasting) bijzonder relevant. Levering van nieuw onroerend goed is in beginsel belast met btw (21%) conform de Wet OB 1968 art. 11 lid 1 onderdeel a. Om dubbele heffing te voorkomen biedt art. 15 lid 1 onderdeel a WBR de samenloopvrijstelling, waardoor bij btw-belaste levering geen overdrachtsbelasting verschuldigd is, tenzij de koper de btw geheel kan verrekenen als voorbelasting. De afweging tussen btw-belaste levering en overdrachtsbelasting is maatwerk dat afstemming vereist met de Belastingdienst en een belastingadviseur.
De Overdrachtsbelasting Aangifte wijkt af van de Belastingaangifte Inkomstenbelasting (IB 2001): de OVB is een eenmalige indirecte belasting op de transactie, terwijl de inkomstenbelasting een periodieke heffing is op inkomen en vermogen. Beide kunnen samenvallen bij vastgoedbeleggingen in box 3 van de Wet IB 2001.
Wanneer heeft u Overdrachtsbelasting Aangifte nodig?
Een Overdrachtsbelasting Aangifte in Nederland is aan de orde bij iedere belastbare verkrijging van een in Nederland gelegen onroerende zaak of van een beperkt recht daarop. De volgende situaties vereisen een aangifte of een beoordeling van de verschuldigde overdrachtsbelasting.
Koop van een bestaande woning. De meest voorkomende situatie: particuliere koper koopt een bestaande eengezinswoning, appartement of woonboerderij van een verkoper. De notaris stelt de aangifte op, bepaalt het tarief (0%, 2% of 10,4%) op basis van de verklaringen van de koper en draagt de belasting af. Bij koop door twee kopers met verschillende leeftijden of omstandigheden kan een gesplitst tarief van toepassing zijn.
Verkrijging van beleggingsvastgoed. Vastgoedbeleggers die een verhuurde woning, een winkelunit, een kantoorpand of een logistiek gebouw kopen zijn overdrachtsbelasting verschuldigd. Afhankelijk van het type object en de kwalificatie als woning of niet-woning geldt 2% of 10,4%. Voor verkrijging van een woning die als belegging wordt aangehouden zonder zelfbewoning geldt altijd 10,4%.
Verkrijging via aandelentransactie in onroerendgoedlichaam (art. 4 WBR). Wanneer een partij aandelen verwerft in een rechtspersoon waarvan meer dan 50% van de bezittingen bestaat uit in Nederland gelegen onroerend goed, is op de waarde van het indirect verkregen onroerend goed overdrachtsbelasting verschuldigd. De aangifte loopt dan niet via een notaris maar rechtstreeks via de belastingplichtige zelf (AWR art. 8).
Verdeling van nalatenschap met onroerend goed. Bij boedelscheiding waarbij een mede-erfgenaam onroerend goed verkrijgt voor meer dan zijn erfdeel, is overdrachtsbelasting verschuldigd over de oververkrijging. De vrijstelling van art. 3 lid 1 WBR voor erfopvolging geldt immers alleen voor het aandeel naar het wettelijk erfdeel.
Verkrijging via schenking van onroerend goed. Schenking van onroerend goed is vrijgesteld van overdrachtsbelasting conform art. 3 lid 1 onderdeel b WBR. Combinatie met de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning (schenking eigen woning) vereist aandacht voor samenloopregels en de Wet op de huurtoeslag als sprake is van een huurder in de geschonken woning.
Verkrijging van erfpacht of opstalrecht. De eerste vestiging of de overdracht van een erfpachtrecht of opstalrecht op onroerend goed is een belastbare verkrijging voor de overdrachtsbelasting. De maatstaf van heffing is de waarde van het recht, inclusief de gekapitaliseerde erfpachtcanon (art. 9 lid 2 WBR).
Herstructurering van vastgoedconcern. Bij inbreng van onroerend goed in een BV, fusie, splitsing of juridische fusie met een onroerendgoedcomponent kan de vrijstelling van art. 15 lid 1 onderdelen h (fusie), i (splitsing) of e (inbreng bedrijfsmiddelen) van toepassing zijn, mits aan de strikte voorwaarden van de WBR en de uitvoeringsregelingen wordt voldaan.
Wat moet er in uw Overdrachtsbelasting Aangifte staan?
De Overdrachtsbelasting Aangifte Nederland bevat de volgende essentiële onderdelen die de Belastingdienst en de notaris verplicht verwerken voor correcte heffing en afdracht.
Identificatie van de belastingplichtige. Volledige naam, adres en BSN (Burgerservicenummer, 9 cijfers) van de koper of verkrijger. Bij rechtspersonen het KvK-nummer en de statutaire naam. Bij twee of meer verkrijgers worden alle partijen vermeld met hun respectieve aandelen in de verkrijging.
Omschrijving van het verkregen onroerend goed. Adres, postcode, gemeente, kadastrale aanduiding (gemeente, sectie, perceelnummer), soort object (woning, bedrijfspand, grond, recht van erfpacht) en kadastrale oppervlakte. De kadastraal aanduiding is op te vragen via het Kadaster of Mijn Kadaster en is essentieel voor registratie in de openbare registers.
Maatstaf van heffing. De koopsom (tegenprestatie) of de WOZ-waarde als die hoger is (art. 9 lid 1 WBR). Bij verkrijging via schenking of bestaand recht geldt de werkelijke waarde in het economische verkeer. De WOZ-waarde is op te vragen bij de gemeente via de WOZ-beschikking (Wet WOZ art. 29). Op de aangifte vermeldt de notaris zowel de koopsom als de WOZ-waarde zodat de Belastingdienst kan toetsen.
Toepasselijk tarief en motivering. Aanduiding of het tarief 0% (startersvrijstelling), 2% of 10,4% is, met onderbouwing. Bij startersvrijstelling wordt de ondertekende vrijstellingsverklaring van de koper bijgevoegd. Bij 2%-tarief wordt bevestigd dat zelfbewoning als hoofdverblijf is beoogd. Bij 10,4%-tarief worden de redenen vermeld (belegging, tweede woning, etc.).
Berekening van het belastingbedrag. Maatstaf van heffing vermenigvuldigd met het tarief, afgerond op eurocenten. Voorbeeld: koopsom € 350.000, tarief 2%, belasting € 7.000. Ander voorbeeld: beleggingspand € 250.000, tarief 10,4%, belasting € 26.000. De notaris houdt dit bedrag in bij de afrekening en draagt het uiterlijk op datum akte af aan de Belastingdienst.
Vrijstellingsonderbouwing indien van toepassing. Bij beroep op een vrijstelling (samenloopvrijstelling nieuwbouw, herstructureringsvrijstelling, verdeling huwelijksgemeenschap, ouder-kind schenking) worden de relevante bepaling, bewijsstukken en verklaring van de belastingplichtige bijgevoegd. De Belastingdienst kan de vrijstelling achteraf beoordelen en herroepen bij onjuiste toepassing.
Datum van de akte en registratie bij het Kadaster. De datum van de transportakte is het belastbaar moment (art. 2 jo. art. 9 WBR). De notaris biedt de transportakte ter inschrijving aan bij de openbare registers van het Kadaster; de inschrijvingsdatum bepaalt de rangorde van rechten (art. 3:17 BW). De forms-legal.com platform biedt verwante modellen voor de Koopovereenkomst Onroerend Goed, de Eigendomsoverdracht Akte en de Hypotheekakte voor een volledig overzicht van het vastgoedtransactieproces.
Verklaring zelfbewoning (bij 2%-tarief). Een door de koper ondertekende verklaring dat de woning voor hem of haar als hoofdverblijf zal dienen. Deze verklaring is verplicht voor het 2%-tarief en de startersvrijstelling. De notaris bewaart de verklaring in zijn dossier en de Belastingdienst kan deze opvragen bij controle.
Hoe vult u uw Overdrachtsbelasting Aangifte in?
Het invullen van de Overdrachtsbelasting Aangifte Nederland verloopt via de notaris, maar de koper moet de juiste informatie aanleveren en verklaringen ondertekenen. De volgende stappen beschrijven het proces.
Stap 1: Verzamel uw identiteitsgegevens. Zorg dat u een geldig paspoort of identiteitskaart beschikbaar heeft. De notaris heeft uw BSN nodig (te vinden op de identiteitskaart, paspoort of DigiD-gegevens bij de Belastingdienst). Bij koop samen met een partner: beide BSN-nummers en geboortedata zijn nodig.
Stap 2: Bepaal het toepasselijk tarief. Beantwoord de drie vragen: (a) Bent u op de datum van de akte jonger dan 35 jaar? (b) Koopt u de woning voor uw eigen bewoning als hoofdverblijf? (c) Heeft u de startersvrijstelling nooit eerder gebruikt? Zijn alle drie vragen met ja te beantwoorden en is de koopprijs maximaal € 510.000, dan heeft u recht op de startersvrijstelling (0%). Anders geldt 2% bij zelfbewoning of 10,4% bij belegging.
Stap 3: Onderteken de vrijstellingsverklaring of zelfbewoningsverklaring. Bij startersvrijstelling ontvangt u van de notaris een verklaring die u voor of bij het passeren van de akte ondertekent; de notaris bewaart dit document. Bij het 2%-tarief ondertekent u een verklaring dat u de woning als hoofdverblijf gebruikt. Valse verklaringen kunnen leiden tot naheffing plus boete.
Stap 4: Controleer de notariële afrekening. De notaris verstrekt vóór de aktepassage een concept-afrekening met de overdrachtsbelasting als separate post. Controleer: koopsom correct, tarief correct, berekend bedrag correct. Bij fouten direct contact opnemen met het notariskantoor.
Stap 5: Onderteken de transportakte bij de notaris. Op de afgesproken datum en tijd passeert u de transportakte ten overstaan van de notaris. De notaris leest de akte voor, vraagt u te bevestigen dat u de inhoud begrepen heeft en laat u tekenen. Na uw handtekening en die van de verkoper is de eigendomsoverdracht juridisch voltrokken.
Stap 6: De notaris dient de aangifte in en draagt de belasting af. Na de aktepassage verwerkt de notaris de aangifte digitaal en draagt de overdrachtsbelasting af aan de Belastingdienst. U ontvangt een definitieve afrekening met bewijs van betaling. Bij vragen over de aangifte kunt u de notaris raadplegen of rechtstreeks contact opnemen met de Belastingdienst (0800-0543).
Stap 7: Bewaar de documenten. Bewaar de notariële afrekening, de transportakte en de vrijstellingsverklaring minimaal zeven jaar voor belastingdoeleinden (AWR art. 52 bewaarplicht voor ondernemers; voor particulieren is vijf jaar aan te raden gezien de navorderingstermijn).
Wettelijke vereisten voor Overdrachtsbelasting Aangifte
De overdrachtsbelasting in Nederland kent strikte wettelijke vereisten die door de Belastingdienst en de notaris worden gehandhaafd.
Notariële verplichting. Eigendomsoverdracht van onroerend goed vereist een notariële transportakte conform BW 3:89 en inschrijving in de openbare registers van het Kadaster. De notaris is op grond van art. 38 Wet op het notarisambt (Wna) verplicht de overdrachtsbelasting in te houden en af te dragen. Particulieren kunnen de aangifte niet zelf doen bij notariële transacties.
Aangiftetermijn. De notaris dient de aangifte in op de dag van de aktepassage (of uiterlijk de eerste werkdag daarna conform de praktijkrichtlijnen van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, KNB). Bij verkrijging via aandelentransactie (art. 4 WBR) dient de belastingplichtige zelf aangifte te doen binnen twee maanden na de verkrijging (AWR art. 8 jo. uitvoeringsbesluit WBR).
WOZ-waarde als minimummaatstaf. De Belastingdienst accepteert alleen de koopsom als maatstaf als die gelijk is aan of hoger dan de WOZ-waarde. Is de koopsom lager (bijv. bij onderhandse familieverkoop), dan geldt de WOZ-waarde als maatstaf conform art. 9 lid 1 WBR. Bij nieuwbouw zonder WOZ-waarde geldt de verkrijgingsprijs inclusief BTW als maatstaf.
Vrijstellingseisen. Iedere vrijstelling heeft strikte voorwaarden. De startersvrijstelling vereist schriftelijke verklaring vóór de aktepassage; ontbreekt deze, dan geldt het reguliere tarief. De samenloopvrijstelling (nieuwbouw) vereist dat de levering btw-belast is (leverancier is ondernemer) en dat de koper de btw niet volledig als voorbelasting kan aftrekken (art. 15 lid 1 onderdeel a WBR). Herstructureringsvrijstellingen vereisen aanvullende goedkeuring van de Belastingdienst.
Bezwaar en beroep. Bezwaar tegen een naheffingsaanslag moet worden ingediend bij de Belastingdienst binnen zes weken na dagtekening (AWR art. 26). Beroep bij de Rechtbank (belastingkamer) staat open na afwijzing van het bezwaar, gevolgd door hoger beroep bij het Gerechtshof en cassatie bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Veelgemaakte fouten bij uw Overdrachtsbelasting Aangifte
Bij de aangifte overdrachtsbelasting in Nederland worden de volgende fouten regelmatig gemaakt, met soms aanzienlijke financiële gevolgen.
Onjuist gebruik van de startersvrijstelling. Kopers die al eerder de startersvrijstelling hebben benut, of die 35 jaar of ouder zijn, of die de woning niet als hoofdverblijf gebruiken, claimen ten onrechte de 0%-vrijstelling. De Belastingdienst toetst via de Basisregistratie Personen (BRP) en kan binnen vijf jaar naheffen, inclusief belastingrente en een boete van maximaal 100% bij opzet (AWR art. 67f). Oplossing: controleer uw leeftijd op de aktedatum, niet de datum van de koopovereenkomst.
Verkeerde tariefkeuze bij twee kopers met verschillende leeftijden. Bij koop door twee kopers waarbij één koper de startersvrijstelling kan claimen en de andere niet, geldt de vrijstelling alleen voor het aandeel van de jongere koper. Een veelgemaakte fout is het toepassen van de vrijstelling op de volledige koopsom. De koper voor wie de vrijstelling niet geldt, betaalt 2% of 10,4% over zijn aandeel.
Vergeten dat beleggingspanden 10,4% vereisen. Kopers die een verhuurde woning kopen als investering, maar in de vrijstellingsverklaring aangeven de woning zelf te bewonen, plegen belastingfraude. De Belastingdienst vergelijkt de BRP-inschrijving na de overdracht met de afgegeven verklaring. Bij afwijking volgt naheffing van 8,4% extra overdrachtsbelasting (verschil tussen 10,4% en 2%) plus belastingrente en boete.
Maatstaf van heffing op basis van te lage koopsom bij familieverband. Verkoop van onroerend goed aan een familielid voor een symbolisch bedrag leidt tot naheffing: de Belastingdienst past de werkelijke marktwaarde toe conform art. 9 lid 3 WBR. Combineer altijd een taxatierapport van een NWWI- of NRVT-erkende taxateur bij verkoop binnen de familie.
Vergeten aangifte bij verkrijging via aandelentransactie. Bij overname van aandelen in een onroerendgoedlichaam (art. 4 WBR) moet de verkrijger zelf aangifte doen binnen twee maanden. Veel kopers en hun adviseurs vergeten dit omdat er geen notaris betrokken is. Naheffing plus verzuimboete van 10% (AWR art. 67c) is het gevolg.
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Overdrachtsbelasting Aangifte (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/real-estate/property/overdrachtsbelasting-aangifte
"Overdrachtsbelasting Aangifte (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/real-estate/property/overdrachtsbelasting-aangifte.
@misc{formslegal-overdrachtsbelasting-aangifte,
author = {{Forms Legal}},
title = {Overdrachtsbelasting Aangifte (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/real-estate/property/overdrachtsbelasting-aangifte}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
Overdrachtsbelasting is een belasting die in Nederland verschuldigd is bij de verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken of van rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen, zoals erfpacht of opstal. De grondslag is geregeld in de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR), artikel 2. Het standaardtarief bedraagt 2% van de waarde van de verkregen zaak of van de tegenprestatie als die hoger is. Voor woningen die niet als hoofdverblijf dienen (beleggingspanden, tweede woningen, verhuurde woningen) geldt een tarief van 10,4% (geldend per 2026). Starters tot 35 jaar die een woning voor zelfbewoning kopen met een waarde onder de startersvrijstellingsgrens (€ 510.000 per 2024) kunnen vrijstelling krijgen. De overdrachtsbelasting is normaal voor rekening van de koper en wordt door de notaris ingehouden bij het passeren van de transportakte en direct afgedragen aan de Belastingdienst via de aangifte. De notaris verplicht aangifte te doen conform de Wet op het notarisambt art. 38 en de Algemene wet inzake rijksbelastingen art. 8. Bij koop door rechtspersonen gelden aanvullende regels voor samenloopvrijstelling met btw bij nieuwe gebouwen conform art. 15 WBR.
Er zijn drie tarieven in de Nederlandse overdrachtsbelasting voor 2026. Het tarief van 0% (startersvrijstelling) geldt voor kopers van 18 tot 35 jaar die een woning kopen als hoofdverblijf met een koopprijs van maximaal € 510.000 en die de vrijstelling nog nooit eerder hebben gebruikt; de koper ondertekent daarvoor een verklaring (art. 15 lid 1 onderdeel p WBR). Het tarief van 2% geldt voor kopers van 35 jaar en ouder of voor kopers jonger dan 35 jaar die boven de startersvrijstellingsgrens kopen, mits zij de woning als hoofdverblijf gebruiken. Het tarief van 10,4% geldt voor alle andere verkrijgingen: beleggingspanden, vakantiewoningen, garages, bedrijfspanden, grond zonder bebouwing als woonbestemming ontbreekt, en woningen die niet als hoofdverblijf worden ingenomen. Voor nieuwbouwwoningen die al aan btw zijn onderworpen, geldt de samenloopvrijstelling (art. 15 lid 1 onderdeel a WBR) mits het gaat om eerste levering binnen twee jaar na ingebruikneming. De maatstaf van heffing is de verkrijgingsprijs (koopsom) of de WOZ-waarde als die hoger is (art. 9 lid 1 WBR). Bij een gesimuleerde prijs past de Belastingdienst de werkelijke waarde toe conform art. 9 lid 3 WBR, wat bij familieverband bijzondere aandacht verdient.
De overdrachtsbelasting bij koop van onroerend goed wordt praktisch volledig afgewikkeld door de notaris die de transportakte passeert. De notaris is verantwoordelijk voor het opstellen van de aangifte, het inhouden van het belastingbedrag bij de afrekening en het afdragen aan de Belastingdienst, conform de Wet op het notarisambt (Wna) art. 38 en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) art. 8. De stappen zijn als volgt: ten eerste bepaalt de notaris de heffingsgrondslag op basis van de koopprijs en de meest recente WOZ-waarde (de hogere waarde is maatgevend conform art. 9 WBR); ten tweede controleert de notaris of de koper in aanmerking komt voor vrijstelling of een verlaagd tarief; ten derde stelt de notaris de aangifte op in het Centraal Notariaat Registratiesysteem (CNR) en dient deze in bij de Belastingdienst; ten vierde wordt het belastingbedrag ingehouden op de koopsom bij de notariële afrekening; ten vijfde draagt de notaris het bedrag af aan de Belastingdienst uiterlijk op de datum van de akte. De koper ontvangt een gespecificeerde afrekening met vermelding van de overdrachtsbelasting. Bij ontdekking van onjuistheden achteraf kan bezwaar worden ingediend via AWR art. 26 binnen zes weken na de aanslagdatum.
De startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting (art. 15 lid 1 onderdeel p WBR, ingevoerd per 1 april 2021) stelt kopers die voldoen aan vier cumulatieve voorwaarden vrij van de 2% overdrachtsbelasting. De vier voorwaarden zijn: de koper is ten minste 18 jaar oud; de koper is nog geen 35 jaar op datum van verkrijging (35e verjaardag valt niet op of vóór datum akte); de woning wordt door de koper zelf als hoofdverblijf gebruikt en daartoe bestemd (geen verhuur, vakantie of zakelijk gebruik); de koper heeft de vrijstelling nooit eerder gebruikt. Bewijs van de vrijstelling gebeurt via een vrijstellingsverklaring die de koper ondertekent en aan de notaris overhandigt vóór het passeren van de akte. De notaris controleert de geboortedatum via het identiteitsbewijs en registreert de gebruikte vrijstelling in de Basisregistratie Personen (BRP) via de aangifte. Gebruik van de vrijstelling terwijl niet aan de voorwaarden wordt voldaan, leidt tot een naheffingsaanslag met belastingrente en mogelijk vergrijpboete conform AWR art. 67f (opzet of grove schuld). De vrijstelling geldt per persoon: bij koop door twee kopers waarvan één 35 jaar of ouder is, geldt de vrijstelling alleen voor het aandeel van de jongere koper, betaalt de oudere koper 2% over zijn aandeel.
Vanaf 1 januari 2023 is het hoge tarief van overdrachtsbelasting vastgesteld op 10,4% voor alle verkrijgingen van onroerend goed die niet kwalificeren voor het 2%-tarief of de startersvrijstelling. Het hoge tarief geldt concreet voor: beleggingspanden (woningen die de koper niet zelf als hoofdverblijf betrekt, ook al is het een normale koopwoning); tweede woningen en vakantiehuizen; nieuwbouwappartementen die als belegging worden gekocht; garages, parkeerplaatsen en opslagruimte die afzonderlijk worden gekocht; commercieel vastgoed (kantoren, winkels, bedrijfspanden); grond zonder woningbestemming; verkrijging van aandelen in een onroerendgoedlichaam als bedoeld in art. 4 WBR wanneer het lichaam meer dan 50% van zijn bezittingen als onroerend goed heeft; verkrijging door rechtspersonen die de woning niet zelf bewonen. Voor vastgoedbeleggers die in 2026 een huurpand kopen voor € 400.000 bedraagt de overdrachtsbelasting dus € 41.600 (10,4%). Bij koop via aandelentransactie in een BV met vastgoed wordt getoetst of sprake is van een onroerendgoedlichaam (art. 4 WBR); zo ja, dan is overdrachtsbelasting over de waarde van het indirect verkregen onroerend goed verschuldigd. De Belastingdienst kan in gevallen van misbruik of belastingontwijking een beroep doen op het leerstuk van fraus legis conform HR 21 november 1984, BNB 1985/32.
Bezwaar tegen een aanslag overdrachtsbelasting is mogelijk conform de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Bij overdrachtsbelasting afgewikkeld door de notaris (verreweg het meest gebruikelijk) wordt geen afzonderlijke aanslag opgelegd; de belasting wordt direct afgedragen. Wil de koper de belasting terugvorderen (bijv. omdat achteraf een vrijstelling van toepassing bleek), dan dient een schriftelijk verzoek tot teruggaaf te worden ingediend bij de Belastingdienst (Belastingdienst/Centrale Administratie, Apeldoorn) binnen vijf jaar na het tijdstip van de verkrijging conform AWR art. 30. Bij een opgelegd naheffingsaanslag (bijv. bij onjuist gebruik van een vrijstelling) staat bezwaar open binnen zes weken na dagtekening (AWR art. 22j en art. 26). Het bezwaar schort de invordering niet op tenzij uitstel van betaling is gevraagd bij de Ontvanger (AWR art. 25a). Na afwijzing van het bezwaar staat beroep open bij de Rechtbank (sector belastingrecht), daarna hoger beroep bij het Gerechtshof (belastingkamer) en cassatie bij de Hoge Raad der Nederlanden. Rechtsbijstand door een belastingadviseur is aan te raden bij ingewikkelde kwesties, zoals samenloopvrijstelling bij nieuwbouw, of bij verkrijging via aandelentransactie.
Bij verkrijging van onroerend goed door erfopvolging (nalatenschap) is geen overdrachtsbelasting verschuldigd conform art. 3 lid 1 onderdeel a WBR; wel is successierecht (erfbelasting) verschuldigd op grond van de Successiewet 1956. Bij verkrijging van onroerend goed door schenking is eveneens geen overdrachtsbelasting verschuldigd conform art. 3 lid 1 onderdeel b WBR; wel is schenkbelasting verschuldigd op grond van de Successiewet 1956. Echter, bij een boedelscheiding of verdeling van gemeenschapsgoed kan wel overdrachtsbelasting verschuldigd zijn voor zover iemand meer verkrijgt dan zijn of haar aandeel in de gemeenschap. Bij een huwelijksgemeenschap die wordt ontbonden (echtscheiding, overlijden) waarbij een woning onderdeel is, is geen overdrachtsbelasting verschuldigd bij de verdeling die plaatsvindt binnen twee jaar na ontbinding van de gemeenschap (art. 3 lid 1 onderdeel b WBR). Verkrijging via economische eigendomsoverdracht (bijv. koop van aandelen in onroerendgoedlichaam, art. 4 WBR) kan echter wel belastbaar zijn. Bij twijfel over de kwalificatie is advies van een belastingadviseur of de Belastingdienst wenselijk. De samenwerking tussen overdrachtsbelasting en schenkbelasting vereist aandacht: onderhandse verkoop aan familieleden onder de marktwaarde kan leiden tot gecombineerde heffing van zowel overdrachtsbelasting (over de koopsom) als schenkbelasting (over de onderwaardering).
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Koopovereenkomst Onroerend Goed
Schriftelijke koopovereenkomst onroerend goed voor Nederland conform Burgerlijk Wetboek Boek 7, artt. 7:2 (schriftelijkheidsvereiste), 7:17 (conformiteit) en de Kadasterwet 1989.
Akte van Levering
Notariele akte van levering (transportakte) voor Nederland conform Burgerlijk Wetboek artt. 3:84 en 3:89, Kadasterwet 1989 en Wet op het notarisambt.
Hypotheekakte
Notariele hypotheekakte voor Nederland conform Burgerlijk Wetboek artt. 3:260 tot 3:275, Kadasterwet 1989 en Wet financieel toezicht (Wft).