Samenlevingsovereenkomst
BW Art. 6:217 (contractsvrijheid); BW Art. 1:86 (samenwoning); Pensioenwet 2006 art. 21
SAMENLEVINGSOVEREENKOMST
ex artikel 6:217 BW (contractsvrijheid); artikel 1:86 BW (samenwoning); Pensioenwet 2006 art. 21; Wet IB 2001 art. 1.2 (fiscaal partnerschap)
Vorm: [Vorm Overeenkomst]
Partners
PARTNERS
Partner 1:
Naam: [Partner1 Naam]
Geboren op: [Partner1 Geboortedatum] te [Partner1 Geboorteplaats]
Adres: [Partner1 Adres]
BSN: [Partner1 B S N]
Burgerlijke staat: [Partner1 Burgerlijke Staat]
Partner 2:
Naam: [Partner2 Naam]
Geboren op: [Partner2 Geboortedatum] te [Partner2 Geboorteplaats]
Adres: [Partner2 Adres]
BSN: [Partner2 B S N]
Burgerlijke staat: [Partner2 Burgerlijke Staat]
Art. 1 — Verklaring Samenwoning
ART. 1 — VERKLARING VAN DUURZAAM SAMENWONEN
Beide partners verklaren als levensgezellen samen te wonen op een gemeenschappelijk woonadres, een gezamenlijk huishouden te voeren en de intentie te hebben dit duurzaam voort te zetten.
Aanvangsdatum van de samenwoning: [Aanvangsdatum]
Wederzijdse zorgplicht: [Wederzijdse Zorgplicht]
Art. 2 — Verdeling Huishoudelijke Kosten
ART. 2 — VERDELING HUISHOUDELIJKE KOSTEN
Verdelingsmethode: [Verdeling Methode]
Toelichting: [Toelichting Kosten]
Gezamenlijke huishoudrekening: [Huishoudrekening]
Art. 3 — Eigendomsregeling Goederen
ART. 3 — EIGENDOMSREGELING GOEDEREN
Privegoederen Partner 1:
[Privegoederen Partner1]
Privegoederen Partner 2:
[Privegoederen Partner2]
Gemeenschappelijke goederen:
[Gemeenschappelijke Goederen]
Art. 4 — Pensioenpartnerverklaring
ART. 4 — PENSIOENPARTNERVERKLARING
Pensioenpartnerverklaring opgenomen: [Pensioenpartner Verklaring]
Partners verklaren elkaars partner te zijn in de zin van artikel 21 Pensioenwet 2006 en zullen elkaar tijdig aanmelden bij de hierna genoemde pensioenfondsen:
[Pensioenfonds]
Art. 5 — Verblijfsbeding bij Overlijden
ART. 5 — VERBLIJFSBEDING BIJ OVERLIJDEN
Verblijfsbeding opgenomen: [Verblijfsbeding]
Bij overlijden van een van de partners gaan de hierna genoemde goederen over naar de langstlevende partner:
[Verblijfsbeding Goederen]
Voor bredere vererving wordt aangeraden aanvullend een notarieel testament op te maken ex artikel 4:42 BW.
Art. 6 — Beeindiging en Geschiloplossing
ART. 6 — BEEINDIGING EN GESCHILOPLOSSING
Opzegtermijn bij eenzijdige beeindiging: [Opzegtermijn]
Geschiloplossing: [Geschil Oplossing]
Bij beeindiging volgt verdeling van de gemeenschappelijke goederen overeenkomstig artikel 3:182 BW; voor de huishoudelijke kosten wordt afgerekend tot de datum van beeindiging.
Art. 7 — Toepasselijk Recht en Forum
ART. 7 — TOEPASSELIJK RECHT EN BEVOEGDE RECHTER
Op deze overeenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. Geschillen worden voorgelegd aan de bevoegde Rechtbank (sector Kanton bij geschillen tot 25.000 euro) van het arrondissement waar beide partners samenwonen, conform artikel 93 e.v. Rv.
ONDERTEKENING
Plaats: [Plaats Ondertekening]
Datum: [Datum Ondertekening]
Partner 1: [Partner1 Naam]
Handtekening: _________________________
Partner 2: [Partner2 Naam]
Handtekening: _________________________
Indien notariele vorm: passering ten overstaan van een Nederlandse notaris conform de Wet op het notarisambt (Wna).
Partner 1
________________
Signature
Partner 2
________________
Signature
Wat is Samenlevingsovereenkomst?
De samenlevingsovereenkomst in Nederland is een schriftelijke overeenkomst tussen twee meerderjarige personen die ongehuwd zijn en geen geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, maar wel duurzaam samenwonen en een gezamenlijk huishouden voeren. De juridische grondslag ligt in artikel 6:217 BW (contractsvrijheid bij obligatoire overeenkomsten), aangevuld met artikel 1:86 BW dat de gevolgen van het samenwonen tussen ongehuwde partners beperkt, en artikel 21 van de Pensioenwet 2006 voor de erkenning van de partner voor het partnerpensioen.
In Nederland kiezen jaarlijks ruim 60.000 stellen voor een samenlevingsovereenkomst als alternatief voor het burgerlijk huwelijk of geregistreerd partnerschap. De redenen lopen uiteen: principiele bezwaren tegen de huwelijksinstitutie, fiscale planning, behoud van scheiding van vermogens uit eerdere relaties, eenvoud van afwikkeling bij beeindiging zonder gerechtelijke procedure ex artikel 1:151 BW, en flexibele aanpassing aan de eigen situatie zonder de wettelijke gevolgen van het huwelijk.
In tegenstelling tot het huwelijk en het geregistreerd partnerschap ontstaan tussen samenwoners geen wettelijke rechten en plichten op grond van het Burgerlijk Wetboek. Er is geen automatische gemeenschap van goederen (ook niet de beperkte gemeenschap sinds 2018), geen onderhoudsplicht na beeindiging ex artikel 1:157 BW, geen wettelijk erfrecht ex artikel 4:10 BW, en geen automatische pensioenaanspraak. Alle gevolgen die de partners onderling wensen te regelen moeten contractueel worden vastgelegd in de samenlevingsovereenkomst.
De inhoud van de samenlevingsovereenkomst is contractsvrij binnen de grenzen van Art. 3:40 BW (strijd met goede zeden, openbare orde of dwingend recht). In de praktijk regelt de overeenkomst: de verdeling van de huishoudelijke kosten op grond van de inkomensverhouding, de afspraken over gemeenschappelijke goederen en privegoederen, de gevolgen bij beeindiging van de samenleving (verdeling, vergoeding van inbreng, woonregeling), de gevolgen bij overlijden (verblijfsbeding), en de status als partner voor pensioenregelingen, hypothecaire leningen en zorgverzekeringen.
De samenlevingsovereenkomst is in beginsel vormvrij; een onderhandse versie volstaat. Voor bepaalde rechtsgevolgen is echter een notariele samenlevingsovereenkomst vereist of sterk aanbevolen. Voor de partnervrijstelling in de erfbelasting (Art. 32 Successiewet 1956) eist de Belastingdienst dat de partners minimaal zes maanden voor het overlijden notarieel zijn samengewoond met een notariele samenlevingsovereenkomst die wederzijdse zorgplicht bevat. Voor erkenning als partner voor het partnerpensioen door pensioenfondsen zoals ABP, PFZW, BPFBouw en PME geldt vaak hetzelfde vereiste van een notariele overeenkomst.
De samenlevingsovereenkomst kan worden gewijzigd, opgezegd of beeindigd door de partners gezamenlijk of door een van hen onder de in de overeenkomst overeengekomen voorwaarden. Bij beeindiging zonder regelingen ontstaan vaak conflicten over verdeling van inboedel, gezamenlijke spaarpotten, eigendom van de woning en zorgregeling voor eventuele kinderen. Een goed opgestelde overeenkomst voorkomt deze conflicten. Een verwante regeling voor kinderen volgt uit het ouderschapsplan ex artikel 1:252a BW, dat in een samenlevingscontext apart kan worden opgesteld.
Wanneer heeft u Samenlevingsovereenkomst nodig?
De samenlevingsovereenkomst in Nederland wordt opgesteld in een aantal duidelijke levenssituaties waarin partners zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap toch hun rechten en plichten contractueel willen regelen.
Start van samenwonen na verkering: jonge stellen die na enkele jaren relatie besluiten samen te gaan wonen, vaak na de aankoop of huur van een gemeenschappelijke woning, sluiten een samenlevingsovereenkomst om de praktische zaken te regelen: bijdrage in de huishoudelijke kosten, eigendomsverhouding van inboedel, verdeling van energierekeningen en boodschappen, en wat er gebeurt bij relatiebeeindiging. Zonder overeenkomst ontstaan bij conflict eindeloze discussies over wie wat heeft betaald.
Gekozen alternatief voor huwelijk of geregistreerd partnerschap: stellen die principieel of pragmatisch geen huwelijk of geregistreerd partnerschap wensen omdat zij de wettelijke gevolgen (gemeenschap van goederen, alimentatie ex artikel 1:157 BW, wettelijk erfrecht ex artikel 4:10 BW) ongewenst vinden, kiezen voor samenlevingsovereenkomst als flexibele variant. De overeenkomst kan precies die elementen overnemen die de partners wel willen, en de rest weglaten.
Gescheiden of weduwe/weduwnaar in tweede relatie: na een echtscheiding of overlijden van een partner kiezen veel mensen in een tweede relatie voor samenwonen zonder hertrouwen, vaak om financiele redenen (behoud alimentatie van eerste echtgenoot, behoud weduwen- of weduwnaarspensioen, geen vermenging met vermogen uit eerste huwelijk). De samenlevingsovereenkomst beschermt het in de eerste relatie opgebouwde vermogen en legt nieuwe afspraken vast.
Gezamenlijke aankoop van een woning: stellen die samen een eigen huis kopen (al dan niet met ongelijke financiele inbreng) sluiten een notariele samenlevingsovereenkomst met inbrengbeding en vergoedingsregelingen. Bij beeindiging van de relatie worden zo onenigheden over wie hoeveel terugkrijgt voorkomen. De notaris registreert de eigendomsverhouding in de notariele leveringsakte bij het Kadaster.
Gezamenlijk kind krijgen zonder huwelijk: ouders van een gezamenlijk kind die niet getrouwd zijn moeten naast de erkenning bij de gemeente en het opstellen van een ouderschapsplan ex artikel 1:252a BW ook hun onderlinge financiele verhouding regelen, met name de bijdrage in de kosten van de kinderen en de gevolgen bij relatiebeeindiging.
Fiscale planning voor partnerschap: voor de Belastingdienst kunnen samenwonende partners onder voorwaarden als fiscale partners worden aangemerkt (Art. 1.2 Wet IB 2001). Voor toegang tot bepaalde aftrekposten, gezamenlijke aangifte en optimale benutting van vrijstellingen is een geregistreerde samenlevingsovereenkomst nuttig.
Pensioenpartner erkenning: voor erkenning als partner voor het partnerpensioen door pensioenfondsen zoals ABP (ambtenaren), PFZW (zorg), BPFBouw (bouw) en bedrijfstakpensioenfondsen eisen de meeste fondsen een notariele samenlevingsovereenkomst met wederzijdse zorgplicht; aanmelding bij het pensioenfonds is daarnaast vereist binnen de aanmeldingstermijn (vaak zes maanden na aanvang samenwoning).
Bescherming bij overlijden via verblijfsbeding: zonder samenlevingsovereenkomst erft de partner niets van de overledene (Art. 4:10 BW kent alleen het wettelijk erfrecht aan echtgenoten en geregistreerde partners). Met een verblijfsbeding in de samenlevingsovereenkomst gaat de gemeenschappelijke inboedel of de woning bij overlijden over naar de langstlevende partner. Voor bredere vererving is daarnaast een notarieel testament noodzakelijk.
Wat moet er in uw Samenlevingsovereenkomst staan?
De samenlevingsovereenkomst naar Nederlands recht moet de volgende essentiele elementen bevatten om rechtsgeldig te zijn, opeisbaar tegenover derden zoals de Belastingdienst, pensioenfondsen en banken, en bruikbaar bij geschillen na beeindiging.
Identificatie van beide partners: volledige voornamen en achternaam, geboortedatum, geboorteplaats, nationaliteit, Burgerservicenummer (BSN), woonadres conform de Basisregistratie Personen (BRP) bij de gemeente, en gegevens van een geldig identiteitsbewijs (paspoort, ID-kaart of rijbewijs). Aanvullend de huidige burgerlijke staat (ongehuwd, gescheiden, weduwe/weduwnaar) om vooraf scheiding van vermogen uit eerdere relaties helder te maken.
Verklaring van duurzaam samenwonen: bevestiging dat beide partners als levensgezellen samenwonen op een gemeenschappelijk woonadres, een gezamenlijk huishouden voeren en de intentie hebben dit duurzaam voort te zetten. Voor de Belastingdienst en pensioenfondsen is deze verklaring essentieel.
Verdeling van de kosten van het gezamenlijk huishouden: regeling over wie welk percentage van de huur, hypotheeklasten, energiekosten, boodschappen, vakanties en andere huishoudelijke uitgaven draagt. Veelvoorkomend is een verdeling naar rato van het netto-inkomen, met jaarlijkse aanpassing op basis van de jaaropgaven van de Belastingdienst.
Eigendomsregeling van goederen: onderscheid tussen privegoederen (al voor aanvang samenleving bezit) en gemeenschappelijke goederen (na aanvang samen gekocht). Een nauwkeurige lijst van privegoederen voorkomt latere geschillen. Voor de woning kan worden vastgelegd of deze gezamenlijk eigendom is (gedeelde leveringsakte bij het Kadaster) of in eigendom van een van beiden met huurrecht voor de ander.
Gezamenlijke bankrekening en spaargeld: regeling van een huishoudrekening waarop beide partners maandelijks een bedrag storten, en de gevolgen bij beeindiging. Wie eigenaar is van het spaarsaldo (gelijk of naar rato van inbreng) en wie verantwoordelijk is voor opname tijdens en na de samenleving.
Pensioenpartnerverklaring: bepaling dat de partners elkaars partner zijn voor pensioendoeleinden, met de verklaring dat de overeenkomst aan de eisen van het partnerpensioen voldoet (notariele vorm en wederzijdse zorgplicht). Voor erkenning door pensioenfondsen zoals ABP, PFZW en BPFBouw moet de partner ook bij het pensioenfonds worden aangemeld binnen de geldende termijn.
Verblijfsbeding bij overlijden: clausule waarmee de gemeenschappelijke inboedel, het saldo van de huishoudrekening of de woning bij overlijden van een van de partners overgaat naar de langstlevende. Zonder verblijfsbeding erft de langstlevende niets omdat het wettelijk erfrecht ex artikel 4:10 BW alleen aan echtgenoten en geregistreerd partners toekomt.
Gevolgen bij beeindiging: regeling over de gronden voor beeindiging (eenzijdige opzegging, wederzijdse afspraak, scheiding van tafel en bed), de procedure (opzegtermijn, vorm van mededeling), de verdeling van de gemeenschappelijke goederen, de woonregeling (wie blijft tijdelijk in de woning bij koop of huur), en eventuele vergoedingen voor onevenredige inbreng. Een mediator of advocaat kan bij conflicten optreden.
Kinderen: indien de partners gezamenlijke kinderen hebben of krijgen, verwijzing naar een afzonderlijk ouderschapsplan ex artikel 1:252a BW met afspraken over zorgverdeling, alimentatie en informatie- en consultatieplicht ex artikel 1:377b BW.
Notariele vorm versus onderhands: forms-legal.com biedt het Nederlandse modelformat als basis voor zowel onderhandse als notariele overeenkomsten. Voor onderhandse versies volstaat ondertekening door beide partners. Voor notariele vorm passeert een Nederlandse notaris de akte na voorlezing en verzorgt registratie. Notariele vorm is noodzakelijk voor: erkenning door de Belastingdienst voor partnervrijstelling erfbelasting (Art. 32 Successiewet), erkenning door pensioenfondsen voor partnerpensioen, en koppeling aan vastgoedtransacties via het Kadaster. Verwante documenten zijn het Testament, het Ouderschapsplan, de Koopovereenkomst onroerend goed en het Echtscheidingsconvenant voor referentie bij beeindiging.
Hoe vult u uw Samenlevingsovereenkomst in?
Het invullen van een samenlevingsovereenkomst in Nederland verloopt via de volgende stappen, in samenspraak met de partner en bij voorkeur met een Nederlandse notaris of advocaat voor advies over de optimale variant.
Stap 1 — Bepalen van de vorm: onderhands of notarieel. Onderhands volstaat voor de praktische verdeling van kosten en inboedel; notarieel is vereist voor erkenning door de Belastingdienst voor de partnervrijstelling erfbelasting (Art. 32 Successiewet 1956) en door pensioenfondsen voor het partnerpensioen.
Stap 2 — Identificatiegegevens van beide partners invoeren. Volledige voornamen, achternaam, geboortedatum (formaat DD-MM-JJJJ), geboorteplaats, woonadres met postcode en gemeente, BSN (9-cijferig nummer) en gegevens van geldig identiteitsbewijs. Vermeld ook de huidige burgerlijke staat (ongehuwd, gescheiden, weduwe of weduwnaar) en verklaring dat geen huwelijk of geregistreerd partnerschap bestaat.
Stap 3 — Verklaring duurzaam samenwonen en gezamenlijk huishouden. Bevestig adres en aanvangsdatum van de samenwoning. Voor pensioenfondsen en Belastingdienst is de aanvangsdatum essentieel; bewijs kan zijn de inschrijving op hetzelfde adres bij de gemeente in de BRP.
Stap 4 — Kostenverdeling regelen. Bepaal hoe de huishoudelijke kosten (huur of hypotheek, energie, internet, boodschappen, vakanties) worden gedeeld. Veelvoorkomend is naar rato van het netto-inkomen volgens jaaropgaven van de Belastingdienst, of een vaste verhouding (50/50, 60/40). Bepaal jaarlijkse herziening en wijze van afrekening.
Stap 5 — Eigendomsregeling vastleggen. Maak onderscheid tussen privegoederen (eigendom voor aanvang samenleving of door erfenis of schenking verkregen) en gemeenschappelijke goederen (na aanvang samen verkregen). Voeg een lijst van waardevolle privegoederen toe (auto met kenteken, sieraden, antiek, kunst, beleggingen) met aanduiding wie de eigenaar is.
Stap 6 — Bankrekening en financiele administratie. Bepaal of een gezamenlijke huishoudrekening wordt geopend (bij ING, ABN AMRO of Rabobank), wie wat maandelijks bijdraagt, wie eigenaar is van het saldo, en de gevolgen bij beeindiging. Vermeld het rekeningnummer en de tekeningsbevoegden.
Stap 7 — Pensioenpartnerverklaring opnemen. Voor erkenning als partner door pensioenfondsen zoals ABP (ambtenaren), PFZW (zorg en welzijn), BPFBouw (bouw), Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT) en andere fondsen onder de Pensioenwet 2006 art. 21 moet de overeenkomst de wederzijdse zorgplicht bevatten en notarieel zijn opgemaakt. Vergeet niet om de partner ook bij het pensioenfonds aan te melden binnen de aanmeldingstermijn (vaak zes maanden).
Stap 8 — Verblijfsbeding bij overlijden formuleren. Bepaal welke goederen bij overlijden van een van de partners overgaan naar de langstlevende: gemeenschappelijke inboedel, saldo huishoudrekening, gemeenschappelijke woning of recht van bewoning. Zonder verblijfsbeding erft de langstlevende niets omdat het wettelijk erfrecht ex artikel 4:10 BW alleen aan echtgenoten en geregistreerde partners toekomt.
Stap 9 — Gevolgen bij beeindiging regelen. Bepaal: gronden voor beeindiging (eenzijdige opzegging mogelijk?), opzegtermijn en vorm van mededeling, verdeling van gemeenschappelijke goederen, woonregeling (wie blijft tijdelijk in de woning), eventuele vergoeding voor onevenredige inbreng, en geschiloplossing (mediator, advocaat, kantonrechter).
Stap 10 — Ondertekening en eventuele notarispassering. Voor onderhandse overeenkomst: beide partners ondertekenen in tweevoud, ieder bewaart een origineel. Voor notariele versie: afspraak bij notaris voor passering, identificatie, voorlezing en passering door notaris voor circa 300-600 euro inclusief btw. Bij gezamenlijke woningaankoop kan de notaris de samenlevingsovereenkomst koppelen aan de leveringsakte bij het Kadaster.
Wettelijke vereisten voor Samenlevingsovereenkomst
De samenlevingsovereenkomst in Nederland is onderworpen aan een aantal juridische vereisten en heeft specifieke rechtsgevolgen op grond van het Burgerlijk Wetboek, de Pensioenwet 2006, de Successiewet 1956 en de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001).
Contractsvrijheid en grenzen (Art. 6:217 BW en Art. 3:40 BW). De samenlevingsovereenkomst valt onder de algemene contractsvrijheid van het Nederlandse vermogensrecht. Beide meerderjarige partijen kunnen vrijelijk afspraken maken binnen de grenzen van Art. 3:40 BW (strijd met goede zeden, openbare orde of dwingend recht) en Art. 7:900 BW (vaststellingsovereenkomst). Niet toegestaan zijn afspraken die ingaan tegen de rechten van kinderen ex artikel 1:247 BW of die de wettelijke onderhoudsplicht jegens kinderen uitsluiten.
Vormvereiste algemene regel. Voor een samenlevingsovereenkomst geldt geen wettelijk vormvereiste; een onderhandse versie volstaat. Echter, voor specifieke rechtsgevolgen is een notariele vorm vereist of sterk aanbevolen.
Fiscaal partnerschap (Art. 1.2 Wet IB 2001). Voor erkenning als fiscaal partner door de Belastingdienst moeten samenwoners voldoen aan voorwaarden: gezamenlijke inschrijving op hetzelfde BRP-adres, en aanvullend tenminste een van de volgende: notariele samenlevingsovereenkomst, gezamenlijk kind, gezamenlijke eigendom van de woning, of pensioenpartnerregistratie. Fiscaal partnerschap geeft toegang tot gezamenlijke aangifte, hypotheekrenteaftrek over gezamenlijk woningvermogen, en optimale verdeling van box 3-vermogen.
Partnervrijstelling erfbelasting (Art. 32 Successiewet 1956). Voor de hoge partnervrijstelling in de erfbelasting (in 2026 circa 800.000 euro) eist de Belastingdienst dat de partners minimaal zes maanden voor het overlijden notarieel zijn samengewoond met een notariele samenlevingsovereenkomst die wederzijdse zorgplicht bevat. Zonder notariele overeenkomst geldt slechts de partnervrijstelling van circa 60.000 euro voor andere derden, met een hoge erfbelasting van 30 tot 40 procent over het meerdere.
Partnerpensioen (Art. 21 Pensioenwet 2006). Voor erkenning als partner door pensioenfondsen zoals ABP, PFZW, BPFBouw, Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT) en bedrijfstakpensioenfondsen geldt vaak een dubbele eis: notariele samenlevingsovereenkomst met wederzijdse zorgplicht en aanmelding van de partner bij het pensioenfonds binnen de aanmeldingstermijn (varieert per fonds, vaak zes maanden tot een jaar na aanvang samenwoning). Zonder aanmelding ontvangt de partner geen partnerpensioen bij overlijden van de werknemer.
Geen wettelijk erfrecht (Art. 4:10 BW). De samenlevingsovereenkomst maakt de partner niet automatisch erfgenaam. Het wettelijk erfrecht ex artikel 4:10 BW geldt alleen voor echtgenoten en geregistreerde partners. Voor vererving van het vermogen aan de samenwoner moet een notarieel testament worden opgemaakt waarin de samenwoner als erfgenaam of legataris wordt benoemd.
Geen wettelijke alimentatie na beeindiging. Anders dan bij echtscheiding (Art. 1:157 BW) of beeindiging geregistreerd partnerschap (Art. 1:80d BW) bestaat tussen samenwoners geen wettelijke onderhoudsplicht na beeindiging van de samenleving. Wel kan in de samenlevingsovereenkomst contractueel een alimentatieregeling worden opgenomen.
Goederenrechtelijke gevolgen. Anders dan bij huwelijk in beperkte gemeenschap (Art. 1:94 BW sinds 2018) ontstaan tussen samenwoners geen automatische goederengemeenschap. Elk blijft eigenaar van zijn eigen goederen. Voor gezamenlijke goederen geldt mede-eigendom ex artikel 3:166 BW met afspraken over verdeling bij beeindiging ex artikel 3:182 BW.
Zorg- en hulpverlening verzekeringen. Voor erkenning als partner door zorgverzekeraars (CZ, Zilveren Kruis, VGZ, Menzis), hypotheekverstrekkers en banken volstaat in de regel een onderhandse samenlevingsovereenkomst, maar sommige verstrekkers vragen om een notariele versie of om een uittreksel uit de gemeentelijke BRP.
Beeindiging en geschillen. Beeindiging is contractsvrij; vaak overeengekomen worden eenzijdige opzegging met opzegtermijn (drie of zes maanden) of beeindiging in onderlinge overeenstemming. Geschillen over verdeling, woonregeling of kinderen worden voorgelegd aan de bevoegde Rechtbank (sector Kanton voor geschillen tot 25.000 euro, civiele kamer daarboven) of via mediation bij MfN-gecertificeerde mediators.
Veelgemaakte fouten bij uw Samenlevingsovereenkomst
Bij het opstellen van een samenlevingsovereenkomst in Nederland worden door particulieren regelmatig fouten gemaakt die bij beeindiging of overlijden tot vermijdbare geschillen en hoge belastingaanslagen leiden.
Fout 1 — Geen notariele vorm voor partnervrijstelling erfbelasting. Een onderhandse samenlevingsovereenkomst geeft op grond van Art. 32 Successiewet 1956 geen recht op de hoge partnervrijstelling erfbelasting (in 2026 circa 800.000 euro); slechts de lage vrijstelling voor andere derden van circa 60.000 euro geldt. Bij overlijden van een vermogende partner kan dit een belastingaanslag van honderdduizenden euros betekenen. Een notariele samenlevingsovereenkomst met wederzijdse zorgplicht voorkomt dit.
Fout 2 — Geen aanmelding van de partner bij het pensioenfonds. Veel samenwoners denken dat een notariele samenlevingsovereenkomst automatisch leidt tot erkenning door het pensioenfonds. Dit is onjuist: naast de notariele overeenkomst eisen de meeste pensioenfondsen zoals ABP, PFZW en BPFBouw aanmelding van de partner binnen de aanmeldingstermijn (vaak zes maanden tot een jaar). Zonder aanmelding ontvangt de partner geen partnerpensioen bij overlijden, ook niet als de overeenkomst al jaren bestaat.
Fout 3 — Geen verblijfsbeding. Zonder verblijfsbeding erft de langstlevende partner niets bij overlijden omdat het wettelijk erfrecht ex artikel 4:10 BW alleen aan echtgenoten en geregistreerd partners toekomt. De gemeenschappelijke inboedel, het saldo van de huishoudrekening en eventueel de gezamenlijke woning gaan naar de wettelijke erfgenamen van de overledene (ouders, broers, zussen). De langstlevende kan dan zelfs uit de gezamenlijke woning worden gezet. Een verblijfsbeding in de overeenkomst combinied met een testament voorkomt dit.
Fout 4 — Geen onderscheid tussen privegoederen en gemeenschappelijke goederen. Zonder duidelijke lijst van privegoederen (eigendom voor aanvang samenleving, of door erfenis en schenking verkregen) ontstaan bij beeindiging eindeloze discussies over wie wat heeft ingebracht. Goede praktijk is een gedetailleerde inventarislijst bij ondertekening met waardeaanduiding voor antiek, sieraden, kunst, auto en beleggingen.
Fout 5 — Onduidelijke kostenverdeling. Wanneer de overeenkomst slechts vermeldt dat partijen de kosten naar evenredigheid dragen zonder concrete maatstaf, ontstaan bij geschillen onenigheid over wie wat heeft betaald en wie nog moet bijdragen. Goede praktijk is een vaste verdeling (50/50 of een vast percentage) of een naar rato van het netto-inkomen volgens jaaropgaven van de Belastingdienst, met jaarlijkse afrekening.
Fout 6 — Vergeten gevolgen bij gezamenlijke woningaankoop. Bij gezamenlijke aankoop van een woning is een notariele samenlevingsovereenkomst met inbrengbeding en vergoedingsregelingen essentieel. Wie 70 procent van de aankoopsom inbrengt maar samen 50/50 op de leveringsakte staat heeft zonder regelmatige vergoeding na verkoop slechts 50 procent van de opbrengst. Een Kantonrechter zal in beginsel de eigendomsverhouding uit de leveringsakte volgen, tenzij anders is overeengekomen.
Fout 7 — Geen periodieke herziening. Een samenlevingsovereenkomst opgesteld bij aanvang samenwoning kan jaren later niet meer aansluiten bij de actuele situatie (groter inkomensverschil, ondernemerschap, gezamenlijke kinderen, vastgoedaankoop, erfenis). Goede praktijk is periodieke herziening minimaal eens per vijf jaar of bij grote levensgebeurtenissen.
Fout 8 — Vergeten van ouderschapsplan bij kinderen. Voor partners met gezamenlijke kinderen geldt naast de samenlevingsovereenkomst de plicht tot opstellen van een ouderschapsplan ex artikel 1:252a BW dat de zorgverdeling, alimentatie en informatie- en consultatieplicht regelt. Bij beeindiging zonder ouderschapsplan moet de Rechtbank alsnog regelen wat de ouders zelf hadden moeten afspreken.
Fout 9 — Niet meenemen van eerdere relatie of erfenis. Voor gescheiden partners of weduwe of weduwnaars die in een nieuwe relatie samenwonen is bescherming van het uit de eerdere relatie verkregen vermogen essentieel. Zonder duidelijke afbakening in de samenlevingsovereenkomst kunnen claims ontstaan van de nieuwe partner of de kinderen uit de eerste relatie op het vermogen.
Fout 10 — Onduidelijke beeindigingsclausule. Zonder concrete regelingen over gronden voor beeindiging, opzegtermijn, vorm van mededeling, verdelingsregeling en woonregeling ontstaan bij conflict langdurige procedures bij de Rechtbank. Goede praktijk is een concrete clausule met mediation als eerste stap en de Kantonrechter als laatste redmiddel.
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Samenlevingsovereenkomst (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/personal/family/samenlevingsovereenkomst
"Samenlevingsovereenkomst (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/personal/family/samenlevingsovereenkomst.
@misc{formslegal-samenlevingsovereenkomst,
author = {{Forms Legal}},
title = {Samenlevingsovereenkomst (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/personal/family/samenlevingsovereenkomst}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
De samenlevingsovereenkomst, het geregistreerd partnerschap en het huwelijk in Nederland verschillen op drie hoofdpunten: ontstaan, gevolgen tijdens de relatie en gevolgen bij beeindiging of overlijden. De samenlevingsovereenkomst is een private overeenkomst tussen twee meerderjarigen op grond van Art. 6:217 BW, kan onderhands of notarieel worden opgemaakt, en kent geen automatische wettelijke gevolgen. De partners moeten alle gevolgen contractueel regelen. Het geregistreerd partnerschap (Wet geregistreerd partnerschap 1998, ingevoegd in Boek 1 BW) wordt gesloten bij de burgerlijke stand van de gemeente en geeft op grond van Art. 1:80a-1:80g BW vrijwel dezelfde rechtsgevolgen als het huwelijk: gemeenschap van goederen (Art. 1:94 BW, sinds 2018 in beperkte vorm), onderhoudsplicht ex Art. 1:80d BW, automatische pensioenpartner status, en wettelijk erfrecht ex Art. 4:10 BW. Het huwelijk is geregeld in Boek 1 BW Titel 5 (Art. 1:30-1:80) en kent eveneens beperkte gemeenschap van goederen, partneralimentatie ex Art. 1:157 BW, automatisch wettelijk erfrecht en uitgebreide procedurevoorschriften bij beeindiging via echtscheiding bij de Rechtbank. Voor stellen die maximale flexibiliteit willen is de samenlevingsovereenkomst geschikt; voor stellen die de wettelijke bescherming zonder kerkelijke vorm willen is geregistreerd partnerschap een goede tussenoptie; voor traditioneel huwelijk geldt het volledige huwelijksrecht.
Voor een samenlevingsovereenkomst in Nederland geldt geen wettelijk vormvereiste; een onderhandse versie op papier of digitaal ondertekend door beide partners is rechtsgeldig op grond van Art. 6:217 BW (contractsvrijheid). Echter, voor specifieke rechtsgevolgen is een notariele vorm vereist of sterk aanbevolen. Voor de partnervrijstelling in de erfbelasting ex Art. 32 Successiewet 1956 (in 2026 circa 800.000 euro) eist de Belastingdienst dat de partners minimaal zes maanden voor het overlijden notarieel zijn samengewoond met een notariele samenlevingsovereenkomst die wederzijdse zorgplicht bevat. Zonder notariele overeenkomst geldt slechts de partnervrijstelling voor andere derden van circa 60.000 euro, met een erfbelasting van 30 tot 40 procent over het meerdere. Voor erkenning als partner door pensioenfondsen zoals ABP (ambtenaren), PFZW (zorg) en BPFBouw eisen de meeste fondsen eveneens een notariele overeenkomst plus aanmelding van de partner. Voor gezamenlijke woningaankoop met inbrengverschillen is een notariele overeenkomst met vergoedingsregelingen essentieel om bij beeindiging eerlijke verdeling te garanderen. De kosten van een notariele samenlevingsovereenkomst liggen tussen 300 en 600 euro inclusief btw afhankelijk van complexiteit en notariskantoor.
Voor een gezamenlijke woning in een Nederlandse samenlevingsovereenkomst zijn meerdere zaken te regelen die bij beeindiging van de relatie tot grote financiele verschillen kunnen leiden. Ten eerste de eigendomsverhouding op grond van de leveringsakte bij het Kadaster: 50/50 (gelijk eigenaarschap), of een afwijkende verhouding (bijvoorbeeld 60/40 indien een van de partners meer eigen geld heeft ingebracht). Ten tweede de financiele inbreng: hoeveel eigen geld iedere partner inbrengt bij de aankoop, met vergoedingsregeling bij beeindiging zodat ongelijke inbreng wordt verrekend. Ten derde de hypotheek: wie tekent voor welk deel, wie betaalt de maandelijkse hypotheeklasten, en gevolgen bij beeindiging (overname door een van beiden, gezamenlijke verkoop, of huurconstructie). Ten vierde de woonregeling bij beeindiging: wie blijft tijdelijk in de woning wonen tot verkoop of overname, met huurregeling voor de vertrokken partner. Ten vijfde de waardestijging of -daling: hoe wordt de meerwaarde verdeeld bij verkoop, met of zonder vergoeding voor eigen investeringen in renovatie en onderhoud. Ten zesde een verblijfsbeding bij overlijden zodat de langstlevende partner het eigendomsaandeel van de overledene verkrijgt zonder erfbelasting via partnervrijstelling. Bij notariele samenlevingsovereenkomst wordt de regeling gekoppeld aan de leveringsakte; zonder notariele vorm volgt de Kantonrechter in geschil de leveringsakte zonder afwijkingen.
Een Nederlandse samenlevingsovereenkomst maakt de samenwonende partner niet automatisch erfgenaam. Het wettelijk erfrecht ex artikel 4:10 BW kent slechts erfrechtelijke aanspraken toe aan echtgenoten en geregistreerde partners, niet aan samenwoners. Wel kan in de samenlevingsovereenkomst een verblijfsbeding worden opgenomen waarmee specifieke goederen bij overlijden overgaan naar de langstlevende: bijvoorbeeld de gemeenschappelijke inboedel, het saldo van de huishoudrekening of het aandeel in de gezamenlijke woning. Dit verblijfsbeding werkt obligatoir; de erfgenamen van de overledene zijn verplicht het beding na te komen. Voor bredere vererving van het persoonlijke vermogen van de overledene aan de samenwoner moet een notarieel testament worden opgemaakt waarin de samenwoner als erfgenaam of legataris wordt benoemd (Art. 4:42 BW). Het testament kan worden gecombineerd met de samenlevingsovereenkomst in een gezamenlijke notarisafspraak voor circa 600 tot 1.200 euro. Voor de hoge partnervrijstelling in de erfbelasting (in 2026 circa 800.000 euro op grond van Art. 32 Successiewet 1956) moeten de samenwoners notarieel zijn samengewoond met wederzijdse zorgplicht minimaal zes maanden voor overlijden, anders geldt de lage vrijstelling voor andere derden met hoge belastingdruk.
Bij beeindiging van de samenleving in Nederland zonder samenlevingsovereenkomst ontstaan vaak vermijdbare conflicten en kostbare procedures bij de Rechtbank. Zonder overeenkomst gelden de algemene regels van het Burgerlijk Wetboek: ieder behoudt zijn eigen vermogen (geen automatische goederengemeenschap zoals bij huwelijk), gezamenlijke goederen moeten worden verdeeld via de regels van mede-eigendom ex artikel 3:166 BW met afdwingbare verdeling ex artikel 3:182 BW, en er bestaat geen wettelijke onderhoudsplicht na beeindiging anders dan bij echtscheiding ex artikel 1:157 BW. Praktische gevolgen: bij meningsverschil over wie welke goederen heeft ingebracht moet ieder zijn aandeel bewijzen met bonnetjes, bankafschriften en getuigen; voor gezamenlijke spaarpotten of beleggingen geldt 50/50 verdeling tenzij anders bewezen; voor de gezamenlijke woning geldt de eigendomsverhouding uit de leveringsakte bij het Kadaster, ongeacht ongelijke financiele inbreng; voor gezamenlijke schulden blijven beide partners hoofdelijk aansprakelijk jegens crediteuren. Voor kinderen geldt wel een ouderschapsplan ex artikel 1:252a BW als verplichting, met de Rechtbank als laatste redmiddel bij geschillen. De praktijk leert dat een vooraf opgesteld concept van samenlevingsovereenkomst met duidelijke beeindigingsclausules vele duizenden euros aan advocaat- en gerechtskosten bespaart bij eventuele scheiding.
De kosten van een notariele samenlevingsovereenkomst in Nederland varieren tussen 300 en 700 euro inclusief btw afhankelijk van complexiteit, regio en notariskantoor. Een standaard samenlevingsovereenkomst met kostenverdeling, eigendomsregeling en verblijfsbeding ligt aan de lagere kant rond 300 tot 450 euro. Een uitgebreide overeenkomst met gezamenlijke woningaankoop met vergoedingsregelingen, pensioenpartnerregeling, en testament bij dezelfde notarisafspraak kost 500 tot 1.200 euro. Sinds 1 oktober 1999 zijn de notaristarieven vrij op grond van de Wet op het notarisambt (Wna); er bestaat geen wettelijk vast tarief. Het is daarom raadzaam offertes bij minimaal drie notariskantoren op te vragen en te vergelijken. Voor inwoners met een laag inkomen biedt de Raad voor Rechtsbijstand gefinancierde rechtsbijstand voor bepaalde notariskosten, mits aan inkomens- en vermogensgrenzen wordt voldaan. Een onderhandse samenlevingsovereenkomst (zelf op papier) is in beginsel kosteloos; voor extra bewijskracht kan de handtekening worden gelegaliseerd door een notaris voor circa 50 tot 100 euro. De investering in een notariele overeenkomst weegt veelal op tegen de bespaarde erfbelasting bij overlijden (potentieel honderdduizenden euros) en de voorkomen advocaatkosten bij eventuele beeindiging.
Een Nederlandse samenlevingsovereenkomst kan worden gewijzigd of beeindigd onder de overeengekomen voorwaarden en met inachtneming van het Burgerlijk Wetboek. Voor wijziging is wederzijdse overeenstemming vereist; de partners stellen een aanvullend protocol of nieuwe overeenkomst op met de gewijzigde bepalingen. Bij notariele overeenkomst is voor wijziging een nieuwe notariele akte vereist; bij onderhandse overeenkomst volstaat ondertekening van een aanvullend document door beide partners. Voor beeindiging zijn verschillende routes mogelijk: (a) wederzijdse overeenstemming via een beeindigingsovereenkomst waarin verdeling, woonregeling en financiele afwikkeling worden vastgelegd, (b) eenzijdige opzegging door een van beide partners met inachtneming van de afgesproken opzegtermijn (vaak drie of zes maanden), (c) automatische beeindiging bij huwelijk of geregistreerd partnerschap met een ander, of (d) ontbinding door de Rechtbank bij geschil of gewijzigde omstandigheden. Bij beeindiging volgt verdeling van gemeenschappelijke goederen ex artikel 3:182 BW, vergoeding voor ongelijke inbreng en regeling voor de gezamenlijke woning. Voor partners met kinderen geldt aanvullend de plicht tot opstellen of actualiseren van een ouderschapsplan ex artikel 1:252a BW met afspraken over zorgverdeling, alimentatie en informatie- en consultatieplicht. Bij conflicten is mediation via een MfN-gecertificeerde mediator vaak goedkoper en sneller dan een procedure bij de Kantonrechter.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Testament (Nederland)
Notarieel Testament ex artikel 4:42 BW met aanwijzing erfgenamen, legaten, executeur (artikel 4:142 BW), voogd (artikel 1:292 BW) en eventuele tweetrapsmaking. Voor registratie bij Centraal Testamentenregister CTR via Notaris.
Huurovereenkomst Woonruimte
Schriftelijke huurovereenkomst voor zelfstandige woonruimte in Nederland conform Burgerlijk Wetboek Boek 7, Titel 4, afdeling 5 (artt. 7:232–7:282) en de Wet doorstroming huurmarkt 2016.
Koopovereenkomst Onroerend Goed
Schriftelijke koopovereenkomst onroerend goed voor Nederland conform Burgerlijk Wetboek Boek 7, artt. 7:2 (schriftelijkheidsvereiste), 7:17 (conformiteit) en de Kadasterwet 1989.
Echtscheidingsconvenant (Nederland)
Echtscheidingsconvenant ex artikel 1:150 BW met afspraken over partneralimentatie (BW 1:157), pensioenverevening (Wet VPS), verdeling huwelijksgemeenschap (BW 1:100) en echtelijke woning. Klaar voor indiening bij de Rechtbank.