Opleiding Persoonlijk Akkoord
BW 7:400-7:413 (opdracht); BW 7:611a (scholingsplicht); BW 6:217 (overeenkomst)
OPLEIDING PERSOONLIJK AKKOORD (STUDIEKOSTENBEDING)
ex BW 7:611a (scholingsplicht) | BW 7:400 (opdracht) | BW 6:217 (overeenkomst) | BW 6:91 (boetebeding)
Partijen
PARTIJEN
Werkgever / Opdrachtgever:
Naam: [Werkgever Naam]
KVK-nummer: [Werkgever K V K]
Adres: [Werkgever Adres]
Werknemer / Opdrachtnemer:
Naam: [Werknemer Naam]
Functie: [Werknemer Functie]
Arbeidsovereenkomst d.d.: [Arbeidsovereenkomst Datum]
Art. 1 — Opleiding
ART. 1 — OPLEIDING
Naam opleiding: [Opleiding Naam]
Onderwijsinstelling: [Opleiding Instelling]
Niveau: [Opleiding Niveau]
Startdatum: [Opleiding Startdatum]
Verwachte einddatum: [Opleiding Einddatum]
Totale opleidingskosten: € [Opleiding Totaal Kosten]
Door werkgever te vergoeden: € [Werkgever Vergoeding]
Art. 2 — Terugbetalingsregeling
ART. 2 — TERUGBETALINGSREGELING (STUDIEKOSTENBEDING)
Opleiding verplicht ex art. 7:611a BW (geen terugbetaling mogelijk): [Is Verplicht]
Terugbetalingsperiode na afstuderen: [Terugbetaling Periode] maanden
Terugbetalingsschema (glijdende schaal):
[Terugbetaling Schema]
Het terugbetalingsbeding vervalt bij ontslag door de werkgever zonder dringende reden ex art. 7:677-678 BW en bij bedrijfseconomisch ontslag (UWV-route).
Art. 3 — Studieverlof en Prestatie-eis
ART. 3 — STUDIEVERLOF EN PRESTATIE-EIS
Betaald studieverlof per week: [Studiedagen Per Week] dag(en)
Examendagen en herkansingen betaald verlof: [Examenverlof Betaald]
Minimumcijfer / slagingsvereiste: [Minimum Cijfer]
Bij niet-slagen voor de opleiding vervalt het recht op volledige vergoeding van herkansingskosten na meer dan één herkansing, tenzij partijen schriftelijk anders overeenkomen.
Art. 4 — Toepasselijk Recht en Forum
ART. 4 — TOEPASSELIJK RECHT EN BEVOEGDE RECHTER
Op dit opleiding persoonlijk akkoord is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. Geschillen worden voorgelegd aan de Kantonrechter van de bevoegde Rechtbank ex art. 93 sub c Rv.
ONDERTEKENING
Plaats: [Plaats Ondertekening]
Datum: [Datum Ondertekening]
Werkgever: [Werkgever Naam]
Handtekening: _________________________
Werknemer: [Werknemer Naam]
Handtekening: _________________________
Werkgever
________________
Signature
Werknemer
________________
Signature
Wat is Opleiding Persoonlijk Akkoord?
De Opleiding Persoonlijk Akkoord in Nederland is de overeenkomst tussen werkgever en werknemer over de vergoeding van opleidingskosten, een eventuele terugbetalingsverplichting en studieverlof, met als kaders de opdrachtregeling van Burgerlijk Wetboek art. 7:400 en de scholingsplicht van BW art. 7:611a. Sinds de uitvoering van de Europese richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden mogen kosten van een wettelijk of cao-verplichte opleiding niet op de werknemer worden verhaald; een terugbetalingsbeding is alleen geldig voor niet-verplichte, additionele scholing.
Artikel 7:611a BW, ingevoerd als gevolg van de Europese Richtlijn Transparante en Voorspelbare Arbeidsvoorwaarden (EU 2019/1152), verplicht de werkgever de werknemer in staat te stellen een door de werkgever verplicht gestelde opleiding te volgen. Kosten van verplichte opleidingen mogen niet op de werknemer worden verhaald; het terugbetalingsbeding is alleen rechtsgeldig voor niet-verplichte, additionele opleidingen waarvoor de werknemer zelf het initiatief heeft genomen of waarvoor geen wettelijke of cao-verplichting bestaat. Het beding is voorts nietig indien de opleiding verplicht is op grond van Europees of nationaal recht.
Het opleiding persoonlijk akkoord is in Nederland een apart document dat de arbeidsovereenkomst aanvult en doorgaans de volgende elementen bevat: (1) een beschrijving van de opleiding (naam, instelling, niveau, duur); (2) de totale kosten en de door de werkgever te vergoeden bedragen (collegegeld, cursusmateriaal, reiskosten); (3) de terugbetalingsregeling, doorgaans via een glijdende schaal op basis van het aantal maanden dat de werknemer na de opleiding in dienst blijft; (4) de studieverlofregeling (het recht op betaald of onbetaald verlof voor het volgen van de opleiding); en (5) de prestatie-eis (minimumcijfer of slagingsverplichting als voorwaarde voor volledige vergoeding).
De terugbetalingsclausule in het opleiding persoonlijk akkoord is onderwerp van uitgebreide jurisprudentie van de Hoge Raad der Nederlanden (onder meer HR 10 juni 1983, NJ 1983/796 en HR 18 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:459). Uit deze rechtspraak volgt dat een terugbetalingsbeding rechtsgeldig is mits het niet in strijd is met de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW), mits de duur van de terugbetalingsperiode evenredig is aan de opleiding, en mits het beding duidelijk en schriftelijk is overeengekomen vóór aanvang van de opleiding. Een terugbetalingsbeding dat onevenredig lang duurt, is vernietigbaar op grond van de algemene voorwaarden regeling (artikel 6:233 sub b BW) of op grond van strijd met artikel 7:611a lid 2 BW.
Niet alle opleidingsovereenkomsten in Nederland worden gesloten in de context van een arbeidsrelatie. Een ZZP-ondernemer kan met een opdrachtgever een opleidingsovereenkomst sluiten op grond van BW 7:400 (opdracht) waarbij de opdrachtgever de kosten van een specifieke certificering of cursus vergoedt als aanvulling op het uurtarief. In dat geval is artikel 7:611a BW niet van toepassing en gelden uitsluitend de contractuele bepalingen en de algemene beginselen van het verbintenissenrecht.
Een afzonderlijk aspect is het recht op studieverlof. Op grond van de Wet flexibel werken (Wfw) en sommige CAO's hebben werknemers recht op onbetaald of betaald verlof voor het volgen van opleidingen. De wet tot implementatie van de EU 2019/1152-richtlijn bevat per 2022 ook een recht op opleidingsverlof. Het opleiding persoonlijk akkoord legt vast of de studiedagen worden beschouwd als werktijd, als onbetaald verlof, of als een combinatie.
Wanneer heeft u Opleiding Persoonlijk Akkoord nodig?
Het opleiding persoonlijk akkoord in Nederland is aangewezen of verplicht in de volgende situaties, waarbij het verzuim van een schriftelijke overeenkomst leidt tot onafdwingbaarheid van de terugbetalingsregeling.
Verder studeren met werkgeversfinanciering: een werknemer die een dure opleiding (bijv. een masteropleiding aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, een registeraccountantstudie bij de NBA, een advocaatstudie bij de balie, of een technische certificering) wil volgen en daarvoor financiering vraagt bij zijn werkgever, heeft een schriftelijk opleidingsoverkomst nodig om aanspraak te kunnen maken op vergoeding én om de terugbetalingsregeling afdwingbaar te maken. Zonder schriftelijke overeenkomst heeft de werkgever in een latere procedure bij de Kantonrechter geen grond om de terugbetaling te vorderen.
Na afronding vertrek bij de werkgever: wanneer een werknemer korte tijd na afronding van een door de werkgever betaalde opleiding vertrekt — via opzegging, ontslag op eigen verzoek, of beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden (vaststellingsovereenkomst ex artikel 7:900 BW) — kan de werkgever de terugbetalingsverplichting alleen afdwingen als deze uitdrukkelijk in een schriftelijk beding is vastgelegd vóór aanvang van de opleiding. Het opleiding persoonlijk akkoord vormt die schriftelijke basis.
Sectoren met verplichte certificering: in sectoren waar wettelijke certificeringen zijn vereist — denk aan een BIG-registratie voor zorgverleners op grond van de Wet BIG 1993, een VCA-certificering voor veiligheidscoördinatoren, of een SKO-certificering in de beveiliging — spreekt de werkgever in het opleidingsoverkomst af welk deel van de kosten hij vergoedt en of de werknemer bij eerder vertrek moet terugbetalen.
Hogere functies en promoties: wanneer een werknemer wordt opgeleid voor een hogere functie (management, specialistenrol) en de werkgever daarin investeert, is het redelijk om een terugbetalingsbeding op te nemen voor het geval de werknemer direct na de opleiding de overstap maakt naar een concurrent. De Kantonrechter toetst de proportionaliteit van de terugbetalingstermijn: een termijn van twee jaar voor een opleiding van een jaar wordt in de rechtspraak doorgaans als redelijk beschouwd.
ZZP-ers met opdrachtgever-gefinancierde scholing: een zzp-er die op verzoek van de opdrachtgever een specifieke training volgt (bijv. een Salesforce-certificering, een Azure-cloudcertificaat, of een medisch-technische cursus) kan in zijn opdrachtovereenkomst of in een afzonderlijk opleidingsoverkomst op grond van BW 7:400 vastleggen dat de opdrachtgever de cursuskosten vergoedt en onder welke voorwaarden terugbetaling wordt gevraagd bij tussentijdse beëindiging van de opdracht.
Gemeentelijke subsidie voor scholing: wanneer een werkgever gebruik maakt van de STAP-subsidie van het UWV (tot EUR 1.000 per persoon per jaar voor erkende scholingsactiviteiten) of van een O&O-fonds (Opleidingsfonds) in zijn bedrijfstak-cao, legt hij via een opleiding persoonlijk akkoord vast aan welke voorwaarden de werknemer moet voldoen om de subsidie te benutten. Dit voorkomt terugvordering van subsidie door het UWV bij voortijdig stoppen.
Wat moet er in uw Opleiding Persoonlijk Akkoord staan?
Een rechtsgeldig opleiding persoonlijk akkoord in Nederland moet de volgende elementen bevatten; het ontbreken van een essentieel beding maakt het terugbetalingsbeding onafdwingbaar voor de werkgever.
Identificatie van partijen: de volledige namen en contactgegevens van de werkgever (of opdrachtgever) en de werknemer (of opdrachtnemer), de KVK-registratie van de werkgever, en het nummer van de arbeidsovereenkomst waarop het akkoord voortbouwt. Voor ZZP-ers: het KVK-nummer van de opdrachtnemer.
Omschrijving van de opleiding: de exacte naam van de opleiding, de aanbieder (naam instelling, bijv. Hogeschool van Amsterdam, Open Universiteit, Vrije Universiteit Amsterdam, LOI, of een private opleider), het CROHO-nummer voor HBO/WO-opleidingen bij het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs, de startdatum en verwachte einddatum, en de totale verwachte duur.
Kostenoverzicht en vergoeding: een gespecificeerd overzicht van alle te vergoeden kosten: collegegeld, examengeld, cursusmateriaal, reiskosten, en eventueel verblijfkosten bij meerdaagse sessies. Vermeld welk deel de werkgever vergoedt (100% of een percentage) en welk deel voor rekening van de werknemer blijft. Lening of voorschot: benoem of de werkgever de kosten voorschiet (terugbetaalbare lening) of subsidieert (niet terugbetaalbaar bij slagen).
Terugbetalingsregeling (studiekostenbeding): de terugbetalingsregeling op grond van de glijdende schaal. Richtlijn uit de rechtspraktijk: bij een opleiding van 1 jaar — 100% terugbetaling bij vertrek binnen 1 jaar na afstuderen, 50% bij vertrek in het tweede jaar, 0% daarna. De Kantonrechter toetst de terugbetalingsperiode op evenredigheid; bij opleidingen van meer dan twee jaar zijn langere periodes aanvaardbaar. Artikel 7:611a lid 2 BW verbiedt terugbetaling voor verplichte opleidingen.
Studieverlof en studietijdregeling: beschrijf hoeveel uren per week of studie-eenheden per periode als werktijd worden beschouwd. Vermeld of examendagen en herkansingen betaald studieverlof zijn, en of het akkoord wordt meegeteld in de arbeidstijdadministratie op grond van de Arbeidstijdenwet (ATW).
Prestatie-eis en gevolgen bij zakken: leg vast of een minimumcijfer (bijv. 6 of voldoende) of het behalen van het diploma een voorwaarde is voor volledige vergoeding. Bij zakken: worden herkansingskosten vergoed? Geldt een maximumaantal herkansingen? Wat zijn de gevolgen voor de terugbetalingsverplichting als de werknemer niet slaagt?
Eigendom van studiemateriaal en intellectueel eigendom: materiaal dat tijdens de opleiding wordt ontwikkeld — onderzoeksrapporten, scripties, case studies — behoort in beginsel toe aan de werknemer als intellectueel eigenaar op grond van de Auteurswet 1912; de werkgever kan echter in het akkoord bedingen dat materiaal ontwikkeld in opdracht van het bedrijf toekomt aan de werkgever.
Forumkeuze en toepasselijk recht: bij geschillen is de Kantonrechter bevoegd op grond van artikel 93 sub c Rv (geschillen uit arbeidsovereenkomst). Verwante documenten zijn de Arbeidsovereenkomst Onbepaalde Tijd en de Vaststellingsovereenkomst. forms-legal.com biedt het modelformulier als startpunt; raadpleeg een advocaat of de vakbond voor afwijkende cao-bepalingen.
Hoe vult u uw Opleiding Persoonlijk Akkoord in?
Het invullen van het opleiding persoonlijk akkoord in Nederland verloopt via de volgende stappen.
Stap 1 — Controleer of de opleiding verplicht is. Op grond van artikel 7:611a lid 2 BW is een terugbetalingsbeding nietig voor opleidingen die de werkgever wettelijk of op grond van cao verplicht is aan te bieden. Controleer de geldende cao voor uw sector via de website van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) of raadpleeg uw HR-adviseur. Alleen voor niet-verplichte additionele opleidingen is een terugbetalingsbeding rechtsgeldig.
Stap 2 — Vul de identificatiegegevens in. Vul de officiële naam van de werkgever in zoals geregistreerd bij de KVK (inclusief rechtsvorm: BV, NV, VOF, eenmanszaak). Voeg het KVK-nummer en het vestigingsadres toe. Vul voor de werknemer: volledige voornamen, achternaam, geboortedatum (DD-MM-JJJJ), adres, en het personeelsnummer of het nummer van de arbeidsovereenkomst.
Stap 3 — Beschrijf de opleiding precies. Vermeld de exacte naam van de opleiding zoals op de inschrijfbevestiging. Noteer de naam en het adres van de onderwijsinstelling, het opleidingsniveau (MBO, HBO, WO, beroepsopleiding, cursus), het CROHO-nummer voor geaccrediteerde HBO/WO-opleidingen, en de planning (startmaand, verwachte einddatum, aantal studiedagen per jaar).
Stap 4 — Specificeer alle kosten. Maak een volledig kostenoverzicht: collegegeld (bedrag per jaar in EUR), examengelden, verplicht studiemateriaal, reiskosten (reiskostenvergoeding of OV-jaarkaart). Vermeld het totaalbedrag dat de werkgever vergoedt en het deel dat de werknemer zelf betaalt.
Stap 5 — Formuleer de terugbetalingsregeling. Kies de glijdende schaal die past bij de duur van de opleiding. Richtlijn: voor een opleiding van 12 maanden geldt doorgaans een terugbetalingsperiode van 24 tot 36 maanden na afstuderen. Beschrijf de exacte schaal: percentage terugbetaling per maand na afstuderen. Vermeld ook dat de terugbetalingsverplichting vervalt bij ontslag door de werkgever zonder dringende reden.
Stap 6 — Leg studieverlof vast. Bepaal hoeveel uren per week als betaald studieverlof gelden. Vermeld of examendagen en herkansingen als betaald verlof worden aangemerkt. Stel een maximumaantal studiedagen per jaar in.
Stap 7 — Bepaal prestatie-eisen. Leg vast welk minimumscoreniveau vereist is voor volledige vergoeding. Vermeld de gevolgen bij zakken: vergoeding van één herkansing, of maximaal twee keer herkansingsgelden vergoed.
Stap 8 — Beide partijen ondertekenen. Het opleiding persoonlijk akkoord moet worden ondertekend vóór de startdatum van de opleiding door zowel de werknemer als de bevoegde vertegenwoordiger van de werkgever. Na ondertekening ontvangt elke partij een origineel exemplaar.
Stap 9 — Koppel aan de arbeidsovereenkomst. Verwijs in de arbeidsovereenkomst naar het opleiding persoonlijk akkoord of hecht het als bijlage bij de arbeidsovereenkomst. Het beding is pas rechtsgeldig als het uitdrukkelijk schriftelijk is overeengekomen vóór aanvang van de opleiding.
Wettelijke vereisten voor Opleiding Persoonlijk Akkoord
Het opleiding persoonlijk akkoord in Nederland is onderworpen aan de volgende juridische vereisten die voortvloeien uit het arbeidsrecht, het verbintenissenrecht, en Europese richtlijnen.
Scholingsplicht werkgever (artikel 7:611a BW): per 1 augustus 2022 is de scholingsplicht van de werkgever gecodificeerd in artikel 7:611a BW als implementatie van EU-Richtlijn 2019/1152 (transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden). De werkgever is verplicht de werknemer in staat te stellen opleidingen te volgen die noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van zijn functie. De kosten van dergelijke verplichte opleidingen komen volledig voor rekening van de werkgever en mogen niet worden teruggevorderd. Een studiekostenbeding voor verplichte opleidingen is nietig van rechtswege.
Studiekostenbeding: alleen voor niet-verplichte additionele opleidingen — die de werknemer zijn eigen inzicht zijn of die boven de functie-eisen uitgaan — is een terugbetalingsbeding rechtsgeldig, mits: (a) het schriftelijk is vastgelegd vóór aanvang van de opleiding; (b) de terugbetalingsperiode evenredig is aan de duur en de investering van de opleiding; (c) het beding vervalt bij ontslag door de werkgever zonder dringende reden; en (d) het beding niet in strijd is met de redelijkheid en billijkheid ex artikel 6:248 BW.
CAO-bepalingen: in veel bedrijfstak-cao's in Nederland zijn aanvullende bepalingen opgenomen over opleidingsvergoedingen, studieverlof, en terugbetalingsregelingen. De Wet op de cao 1927 bepaalt dat cao-bepalingen dwingend zijn en een individueel studiekostenbeding buiten toepassing laten als dat beding voor de werknemer minder gunstig is. Controleer de toepasselijke cao via het register van het Ministerie van SZW.
Algemene voorwaarden toetsing: wanneer het opleiding persoonlijk akkoord door de werkgever via een standaardformulier is opgesteld en de werknemer als consument kwalificeert, kan de Kantonrechter onredelijk bezwarende bedingen vernietigen op grond van artikel 6:233 sub b BW, onderdeel van de zwarte en grijze lijst van artikel 6:236 en 6:237 BW.
Privacyvereisten: bij registratie van studieresultaten door de werkgever (cijfers, aanwezigheidsregistraties, slagingspercentages) gelden de verplichtingen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG / UAVG 2018). De werkgever dient een verwerkingsgrondslag te hebben ex artikel 6 AVG (veelal: uitvoering van de overeenkomst of wettelijke verplichting) en de werknemer te informeren op grond van artikel 13 AVG.
Voorbehandeling bij Kantonrechter: geschillen over de uitvoering van het opleiding persoonlijk akkoord — bijv. de werkgever vordert terugbetaling, de werknemer betwist de geldigheid van het beding — worden behandeld door de Kantonrechter op grond van artikel 93 sub c Rv. De Kantonrechter toetst de redelijkheid van het beding ambtshalve en matigt de vordering als het beding onevenredig is.
Veelgemaakte fouten bij uw Opleiding Persoonlijk Akkoord
Bij het opstellen en uitvoeren van een opleiding persoonlijk akkoord in Nederland worden de volgende fouten regelmatig gemaakt, met als gevolg dat het beding ongeldig is of de werkgever de terugbetaling niet kan afdwingen.
Fout 1 — Terugbetalingsbeding voor een verplichte opleiding. De meest voorkomende fout is het opnemen van een terugbetalingsbeding voor een opleiding die de werkgever wettelijk of op grond van de cao verplicht is aan te bieden. Artikel 7:611a lid 2 BW maakt een dergelijk beding nietig van rechtswege. Controleer altijd eerst of de opleiding onder de scholingsplicht valt vóór het opstellen van het beding.
Fout 2 — Overeenkomst na aanvang van de opleiding. Een studiekostenbeding is alleen rechtsgeldig als het schriftelijk is overeengekomen vóór de startdatum van de opleiding. Een overeenkomst ondertekend nadat de opleiding al begonnen is, heeft geen rechtsgeldige terugbetalingsverplichting gecreëerd; de werknemer kan terugbetaling weigeren en de Kantonrechter zal hem daarin volgen.
Fout 3 — Te lange terugbetalingsperiode. Wanneer de terugbetalingsperiode langer duurt dan de opleiding zelf met een factor twee of meer, acht de Kantonrechter het beding disproportioneel en matigt de vordering. Praktijkrichtlijn: voor een opleiding van 1 jaar geldt een maximale terugbetalingsperiode van 2 tot 3 jaar als redelijk.
Fout 4 — Geen vervalbeding bij werkgeversontslag. Het studiekostenbeding moet een clausule bevatten dat de terugbetalingsverplichting vervalt wanneer de werkgever de werknemer ontslaat zonder dringende reden (artikel 7:677 BW). Zonder deze clausule riskeerde de werkgever vroeger misbruik (ontslaan na opleiding om terugbetaling te ontlopen); de rechtspraak heeft echter ook zonder expliciete clausule die route geblokkeerd via de redelijkheid en billijkheid, maar een uitdrukkelijke bepaling geeft meer rechtszekerheid.
Fout 5 — Geen specificatie van de kosten. Een beding dat slechts luidt "de werknemer betaalt de studiekosten terug" zonder een specificatie van welke kosten (collegegeld, examengeld, materialen) is te vaag voor rechtsgeldige afdwinging bij de Kantonrechter. Specificeer alle kostenposten met bedragen in EUR.
Fout 6 — Vergeten van cao-controle. In sectoren met een verplichte bedrijfstak-cao — denk aan de Technische Installatiesector (TI), de Bouwnijverheid (CAO Bouw), de Metaalindustrie (FME), de Zorg (CAO VVT) — bevatten de cao's uitgebreide bepalingen over opleidingsvergoedingen en studieverlof. Wanneer de individuele overeenkomst gunstiger is voor de werkgever dan de cao, is het individuele beding voor dat gunstiger deel nietig op grond van artikel 3 Wet op de cao 1927.
Fout 7 — Onduidelijkheid over studiematerialen en intellectueel eigendom. Wanneer de werknemer tijdens de studie een scriptie, rapport, of prototype maakt dat waarde heeft voor het bedrijf, is het raadzaam in het opleiding persoonlijk akkoord te vermelden aan wie de intellectuele eigendomsrechten toebehoren. Zonder regeling geldt het auteursrecht van de Auteurswet 1912 (art. 7-8): werken in dienstverband gemaakt voor de werkgever behoren toe aan de werkgever, maar die regel is niet altijd eenduidig van toepassing op hybride situaties.
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Opleiding Persoonlijk Akkoord (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/personal/family/opleiding-persoonlijk-akkoord
"Opleiding Persoonlijk Akkoord (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/personal/family/opleiding-persoonlijk-akkoord.
@misc{formslegal-opleiding-persoonlijk-akkoord,
author = {{Forms Legal}},
title = {Opleiding Persoonlijk Akkoord (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/personal/family/opleiding-persoonlijk-akkoord}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
Ja, een werkgever in Nederland mag studiekosten terugvorderen bij vertrek van een werknemer, maar alleen als er een schriftelijk studiekostenbeding is overeengekomen vóór aanvang van de opleiding, de opleiding niet verplicht was op grond van wet of cao (artikel 7:611a lid 2 BW), en de terugbetalingsperiode evenredig is aan de duur van de opleiding. Typisch gehanteerde schalen in de Nederlandse rechtspraktijk: 100% terugbetaling bij vertrek binnen 12 maanden na afstuderen, 50% bij vertrek in het tweede jaar, 25% in het derde jaar, en 0% daarna. De Kantonrechter van de Rechtbank matigt de terugbetaling als het beding disproportioneel is of als de werkgever de werknemer heeft ontslagen zonder dringende reden. Werknemers die door de werkgever worden ontslagen op grond van bedrijfseconomische redenen (UWV-ontslagvergunning) of die om goede reden zelf ontslag nemen door wangedrag van de werkgever, kunnen in de jurisprudentie met succes terugbetaling weigeren op grond van artikel 6:248 BW (redelijkheid en billijkheid). Het beding vervalt ook als de opleiding verplicht was in het kader van de scholingsplicht.
De werkgever mag in Nederland alleen de kosten terugvorderen die hij aantoonbaar heeft gemaakt en die in het schriftelijke studiekostenbeding zijn gespecificeerd. Dit betreft doorgaans: collegegeld, examengelden, verplicht studiemateriaal, en eventueel reiskosten of verblijfkosten voor meerdaagse sessies. Kosten die de werkgever niet heeft gemaakt of niet heeft gespecificeerd — zoals gederfde arbeidsproductiviteit, kosten van vervanging, of wervings- en selectiekosten voor de opvolger — kunnen niet worden teruggevorderd als onderdeel van het studiekostenbeding. De terugvordering is ook beperkt tot het percentage dat volgt uit de glijdende schaal: wanneer de werknemer twee jaar na afstuderen vertrekt en de schaal bepaalt dat 25% terugbetaald moet worden, kan de werkgever slechts 25% van de gespecificeerde kosten vorderen bij de Kantonrechter. BTW die de werkgever heeft betaald maar heeft teruggevorderd als aftrekbare voorbelasting, mag niet worden meegenomen in de terugvordering.
Artikel 7:611a BW, ingevoerd op 1 augustus 2022 als implementatie van de Europese Richtlijn Transparante en Voorspelbare Arbeidsvoorwaarden (EU-Richtlijn 2019/1152), legt de werkgever twee verplichtingen op. Ten eerste: de werkgever biedt de werknemer de mogelijkheid om opleidingen te volgen die noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van zijn functie of die verplicht zijn op grond van de wet of een cao. Ten tweede: de kosten van dergelijke verplichte opleidingen komen volledig voor rekening van de werkgever, worden beschouwd als werktijd indien de opleiding onder werktijd plaatsvindt, en mogen niet worden teruggevorderd — een terugbetalingsbeding voor verplichte opleidingen is nietig van rechtswege. De Memorie van Toelichting bij de wet verduidelijkt dat onder verplichte opleidingen ook vakdiploma's worden verstaan die nodig zijn om de functie te mogen uitoefenen, zoals het BIG-register voor verpleegkundigen, een VCA-certificaat voor veiligheidscoördinatoren, of een FSC-certificering voor houtbewerkers. Voor additionele, niet-verplichte opleidingen die de werknemer zijn eigen initiatief zijn of die boven de functie-eisen uitgaan, blijft een terugbetalingsbeding mogelijk.
Ja, een ZZP-ondernemer kan met zijn opdrachtgever een opleidingsovereenkomst of een opleiding persoonlijk akkoord sluiten op grond van de bepalingen over de overeenkomst van opdracht (BW 7:400 tot 7:413 BW). In dit geval is artikel 7:611a BW niet van toepassing — dat geldt uitsluitend voor werknemers in loondienst. De ZZP-er en de opdrachtgever zijn dus vrij om de voorwaarden volledig zelf te bepalen, inclusief de terugbetalingsregeling, de looptijd, en de wijze van financiering. In de praktijk sluiten opdrachtgevers vaak opleidingsovereenkomsten met ZZP-ers voor specifieke certificeringen die nodig zijn om een project uit te voeren, zoals een Salesforce-certificering, een ISO-auditorsopleiding, of een medische specialisatie. De terugbetalingsbedingen in dergelijke ZZP-opleidingsovereenkomsten worden getoetst aan de algemene beginselen van het verbintenissenrecht (redelijkheid en billijkheid ex artikel 6:248 BW) en niet aan de arbeidsrechtelijke bescherming van artikel 7:611a BW. De Kantonrechter is bevoegd bij geschillen ex artikel 93 sub c Rv.
De Wet flexibel werken (Wfw) en het Burgelijk Wetboek kennen geen wettelijk recht op een vast aantal studiedagen; het recht op studieverlof in Nederland wordt in de eerste plaats bepaald door de toepasselijke cao of de individuele arbeidsovereenkomst. Veel Nederlandse cao's bevatten bepalingen over studieverlof: de CAO Metalektro kent bijvoorbeeld betaald studieverlof tot 5 dagen per jaar voor erkende vakopleidingen; de CAO Ziekenhuizen kent studieverlof voor BIG-verplichte bij- en nascholing. Met de invoering van de EU-richtlijn 2019/1152 en het gewijzigde artikel 7:611a BW geldt dat de werkgever verplicht is studietijd die voor verplichte opleidingen nodig is als werktijd aan te merken wanneer de opleiding daarvoor in aanmerking komt. Voor vrijwillige additionele opleidingen is er geen wettelijk minimum aantal studiedagen; de werkgever en werknemer spreken dit af in het opleiding persoonlijk akkoord. In het akkoord wordt doorgaans een maximum aan onbetaald of betaald studieverlof vastgelegd om misbruik te voorkomen.
Wanneer een werkgever de werknemer ontslaat zonder dringende reden nadat de werknemer een door de werkgever gefinancierde opleiding heeft afgerond, kan de werkgever in de overgrote meerderheid van gevallen de studiekosten niet terugvorderen op grond van het studiekostenbeding. De Hoge Raad en de Kantonrechters hebben consequent geoordeeld dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW) onaanvaardbaar is dat de werknemer die door toedoen van de werkgever zijn baan verliest ook nog studiekosten moet terugbetalen voor een opleiding die de werkgever zelf heeft ingezet. Het studiekostenbeding bevat daarom ideaaliter een uitdrukkelijke clausule dat de terugbetalingsverplichting vervalt bij opzegging door de werkgever, ontslag wegens bedrijfseconomische redenen (UWV-route), of ontslag via ontbinding door de Kantonrechter wegens omstandigheden die in de risicosfeer van de werkgever liggen. Bij ontslag om een dringende reden (op staande voet ex artikel 7:677-678 BW) kan de werkgever in sommige gevallen wél terugbetaling vorderen, mits het beding dit uitdrukkelijk bepaalt en het ontslag terecht was.
Wanneer een werknemer weigert de terugbetalingsverplichting uit het opleiding persoonlijk akkoord na te komen, heeft de werkgever de volgende juridische stappen tot zijn beschikking in Nederland. Eerst: een schriftelijke aanmaning (ingebrekestelling ex artikel 6:82 BW), waarbij de werkgever de werknemer een redelijke termijn geeft om te betalen. Als betaling uitblijft: procedure bij de Kantonrechter van de bevoegde Rechtbank op grond van artikel 93 sub c Rv. De Kantonrechter beoordeelt de geldigheid van het studiekostenbeding ambtshalve: is er een schriftelijk beding vóór aanvang van de opleiding, is de opleiding niet verplicht, is de terugbetalingsperiode evenredig? Als de vordering wordt toegewezen, wordt een vonnis gewezen dat door een gerechtsdeurwaarder ten uitvoer kan worden gelegd via loonbeslag (artikel 475c Rv — beslagvrije voet) of bankbeslag. Voorlopige maatregelen (conservatoir beslag) zijn bij dit type vordering minder gebruikelijk gezien de geringe hoogte van de meeste studiekosten; een bodemprocedure is de gebruikelijke route. De advocaatkosten voor een procedure bij de Kantonrechter zijn voor vorderingen tot EUR 25.000 niet verplicht; partijen mogen zichzelf vertegenwoordigen.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Arbeidsovereenkomst voor Onbepaalde Tijd Nederland
Vaste arbeidsovereenkomst zonder einddatum tussen werkgever en werknemer conform Burgerlijk Wetboek Boek 7 art. 7:610 e.v. Bevat functie, loon, werktijden, proeftijd, vakantie, opzegging en CAO-bepalingen.
Arbeidsovereenkomst voor Bepaalde Tijd Nederland
Tijdelijke arbeidsovereenkomst met einddatum tussen werkgever en werknemer conform Burgerlijk Wetboek Boek 7 art. 7:667 en de ketenregeling van BW art. 7:668a. Bevat aanvangsdatum, einde van rechtswege, aanzegplicht, proeftijd, opzegging en transitievergoeding.