Skip to main content

Alimentatieovereenkomst

Alimentatieovereenkomst

BW Art. 1:157-1:160 (partneralimentatie); BW Art. 1:404 en 1:392 (kinderalimentatie); BW Art. 1:402a (indexering); Tremanormen LBIO

ALIMENTATIEOVEREENKOMST

ex artikel 1:157-1:160 BW (partneralimentatie); artikel 1:404 BW (kinderalimentatie); artikel 1:392 BW (familieverwantenonderhoud); artikel 1:402a BW (indexering); Tremanormen NVvR

Grondslag: [Grondslag]

Datum huwelijk/partnerschap: [Datum Huwelijk]

Datum scheiding/beeindiging: [Datum Scheiding]

Partijen

PARTIJEN

Alimentatieplichtige:

Naam: [Plichtige Naam]

Geboortedatum: [Plichtige Geboortedatum]

BSN: [Plichtige B S N]

Adres: [Plichtige Adres]

Netto-inkomen per maand: [Plichtige Inkomen]

Alimentatiegerechtigde:

Naam: [Gerechtigde Naam]

Geboortedatum: [Gerechtigde Geboortedatum]

BSN: [Gerechtigde B S N]

Adres: [Gerechtigde Adres]

IBAN: [Gerechtigde I B A N]

Netto-inkomen per maand: [Gerechtigde Inkomen]

Kinderen

KINDEREN (indien kinderalimentatie van toepassing)

Kinderen aanwezig: [Heeft Kinderen]

[Kinderen Lijst]

Art. 1 — Partneralimentatie

ART. 1 — PARTNERALIMENTATIE EX ART. 1:157 BW

Partneralimentatie van toepassing: [Heeft Partner Alimentatie]

Maandelijks bedrag: [Bedrag Partner Alimentatie]

Duur: [Duur Partner Alimentatie]

De alimentatie eindigt ex Art. 1:160 BW bij hertrouwen of geregistreerd partnerschap van Gerechtigde of bij samenleving als ware zij gehuwd, en bij overlijden van een van beide partijen.

Indexering ex Art. 1:402a BW jaarlijks per 1 januari: [Indexering Partner]

Fiscaal: aftrekbaar Plichtige in box 1 ex Wet IB 2001 art. 6.3; belast Gerechtigde in box 1 ex art. 3.101.

Art. 2 — Kinderalimentatie

ART. 2 — KINDERALIMENTATIE EX ART. 1:404 BW

Kinderalimentatie van toepassing: [Heeft Kinder Alimentatie]

Bedragen per kind per maand: [Bedragen Kinderen]

Duur: [Duur Kinder Alimentatie]

Berekening conform tabellen Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO); voortgezette onderhoudsverplichting bij jongmeerderjarigen 18-21 jaar ex Art. 1:395a BW bij studie of onvoldoende eigen inkomen.

Fiscaal: niet aftrekbaar Plichtige; niet belast bij ontvangende ouder.

Art. 3 — Wijze en Tijdstip Betaling

ART. 3 — WIJZE EN TIJDSTIP BETALING

Frequentie en tijdstip: [Frequentie Betaling]

Betaling op IBAN: [Gerechtigde I B A N]

Automatische incasso door Plichtige: [Automatische Incasso]

Art. 4 — Wijzigingsgronden en Geschillenregeling

ART. 4 — WIJZIGINGSGRONDEN EN GESCHILLENREGELING

Drempel voor wijziging bij inkomenswijziging: [Drempel Wijziging]

Op grond van Art. 1:401 BW kan herziening worden gevraagd bij aanmerkelijke wijziging van omstandigheden (ontslag, arbeidsongeschiktheid, salarisverandering, pensionering, samenwoning als ware zij gehuwd ex Art. 1:160 BW).

Geschillenregeling: [Geschillen Route]

Jaarlijkse informatieplicht over inkomenswijziging en samenwoning: [Informatie Plicht]

Art. 5 — Vorm en Executoriale Kracht

ART. 5 — VORM EN EXECUTORIALE KRACHT

Vorm overeenkomst: [Vorm Overeenkomst]

Aanmelding bij LBIO bij wanbetaling: [Lbio Aanmelding]

Notariele akte of bekrachtiging door Rechtbank geeft direct executoriale kracht ex Art. 430 Rv; bij wanbetaling kan inning worden overgedragen aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) of kan loonbeslag worden gelegd door een gerechtsdeurwaarder.

Art. 6 — Toepasselijk Recht en Bevoegde Rechter

ART. 6 — TOEPASSELIJK RECHT EN BEVOEGDE RECHTER

Op deze overeenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. Geschillen worden voorgelegd aan de Rechtbank, sector familie, van het arrondissement waar de alimentatiegerechtigde woont ex Art. 261 Rv. Voor procedures over alimentatie geldt advocaatverplichting ex Art. 79 lid 2 Rv.

ONDERTEKENING

Plaats: [Plaats Ondertekening]

Datum: [Datum Ondertekening]

Alimentatieplichtige: [Plichtige Naam]

Handtekening: _________________________

Alimentatiegerechtigde: [Gerechtigde Naam]

Handtekening: _________________________

Indien notariele vorm: passering ten overstaan van Nederlandse notaris conform de Wet op het notarisambt (Wna).

Alimentatieplichtige

________________

Signature

Alimentatiegerechtigde

________________

Signature

Wat is Alimentatieovereenkomst?

De alimentatieovereenkomst in Nederland is een schriftelijke overeenkomst tussen ex-echtgenoten, ex-geregistreerd partners of in sommige gevallen ex-samenwoners waarin de hoogte, duur, indexering en wijze van betaling van partneralimentatie en/of kinderalimentatie wordt vastgelegd. De juridische grondslag ligt voor partneralimentatie in artikel 1:157 tot en met 1:160 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en voor kinderalimentatie in artikel 1:404 BW (behoefte van het kind) in samenhang met artikel 1:392 BW (familieverwantenonderhoud).

In Nederland gaan jaarlijks circa 30.000 echtparen scheiden waarbij in een meerderheid van de gevallen alimentatieafspraken worden gemaakt. Deze afspraken worden idealiter vastgelegd in een alimentatieovereenkomst die deel uitmaakt van het echtscheidingsconvenant ex Art. 1:100 BW, of in een afzonderlijke overeenkomst voor ex-geregistreerd partners (Art. 1:80d BW) of ex-samenwoners (op contractuele basis ex Art. 6:217 BW). De overeenkomst regelt zowel partneralimentatie (onderhoud aan de ex-partner) als kinderalimentatie (onderhoud voor minderjarige en in sommige gevallen meerderjarige kinderen).

Voor de berekening van partneralimentatie gelden de zogenoemde Tremanormen, opgesteld door de werkgroep alimentatienormen van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR). Deze normen worden jaarlijks bijgesteld en vormen de standaard die rechters en advocaten gebruiken bij vaststelling van alimentatie. De berekening houdt rekening met behoefte van de alimentatiegerechtigde (huwelijkse welstand, eigen inkomen) en draagkracht van de alimentatieplichtige (netto-inkomen na aftrek van noodzakelijke kosten van levensonderhoud, woonlasten, premies). Voor kinderalimentatie wordt het aandeel van de ouders berekend naar evenredigheid van hun netto-inkomens met behulp van de tabellen van het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO).

De wettelijke maximale duur van partneralimentatie is sinds 1 januari 2020 op grond van de Wet herziening partneralimentatie aanmerkelijk verkort: voor huwelijken na 1 januari 2020 geldt een maximale duur van vijf jaar of de helft van de huwelijksduur, met een minimum van twee jaar en een maximum van vijf jaar (Art. 1:157 lid 4 BW). Voor huwelijken voor 1 januari 2020 geldt de oude regel van maximaal twaalf jaar. Voor partners met jonge kinderen (jongste kind onder twaalf jaar) loopt de duur door tot het jongste kind twaalf wordt; voor partners van 50 jaar of ouder met een huwelijk van vijftien jaar of langer loopt de duur door tot de AOW-leeftijd.

De alimentatieovereenkomst kan worden uitgevoerd via vrijwillige overschrijving door de alimentatieplichtige, via automatische incasso, of bij wanbetaling via inning door het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO). Het LBIO is een uitvoeringsorgaan van het Ministerie van Justitie en Veiligheid dat op verzoek van de alimentatiegerechtigde de inning overneemt, met executoriale bevoegdheden zoals loonbeslag, beslag op uitkering of teruggave belastingdienst. Een notarieel of door de Rechtbank bekrachtigde alimentatieovereenkomst heeft direct executoriale kracht ex Art. 430 Rv; een louter onderhandse overeenkomst kan via een verzoekschrift bij de Rechtbank executoriale kracht krijgen.

De alimentatieovereenkomst kan worden gewijzigd op grond van Art. 1:401 BW bij wijziging van omstandigheden: aanmerkelijke wijziging in het inkomen van een van beide partijen, samenleving van de alimentatiegerechtigde met een nieuwe partner als ware zij gehuwd (Art. 1:160 BW), pensionering, ontslag of arbeidsongeschiktheid. Wijziging gebeurt bij voorkeur in onderling overleg of via mediation; bij geschil door verzoek bij de Rechtbank, sector familie.

Wanneer heeft u Alimentatieovereenkomst nodig?

De alimentatieovereenkomst in Nederland wordt opgesteld in verschillende levenssituaties waarin onderhoudsverplichtingen tussen ex-partners of ouders en kinderen moeten worden geregeld. Onderstaande situaties verklaren wanneer een alimentatieovereenkomst aangewezen is.

Echtscheiding met onderhoudsverplichting tussen ex-echtgenoten: bij echtscheiding van een huwelijk waarin een van de partners verminderde verdiencapaciteit heeft (door zorg voor kinderen, onderbroken loopbaan, ziekte) of een aanzienlijk lager inkomen geniet dan de andere partner, ontstaat op grond van Art. 1:157 BW een onderhoudsverplichting. De alimentatieovereenkomst legt vast hoeveel maandelijks wordt betaald, voor welke periode (sinds 2020 maximaal vijf jaar of helft huwelijksduur), met welke indexering ex Art. 1:402a BW (jaarlijkse aanpassing volgens loonindex), en hoe de betaling plaatsvindt.

Beeindiging geregistreerd partnerschap met onderhoudsverplichting: ex-geregistreerd partners hebben op grond van Art. 1:80d BW een vergelijkbare onderhoudsverplichting als ex-echtgenoten, met dezelfde duur en hoogte berekend volgens de Tremanormen. De alimentatieovereenkomst wordt vastgelegd in de notariele beeindigingsovereenkomst ex Art. 1:80c BW of in een afzonderlijke overeenkomst bij ontbinding door de Rechtbank.

Echtscheiding met minderjarige kinderen — kinderalimentatie: voor minderjarige kinderen geldt op grond van Art. 1:404 BW een onderhoudsverplichting van beide ouders naar evenredigheid van hun netto-inkomens. De berekening verloopt volgens de tabellen van het LBIO; de behoefte van het kind is gebaseerd op het netto-gezinsinkomen tijdens het huwelijk en het aantal kinderen. De alimentatieovereenkomst is meestal onderdeel van het ouderschapsplan ex Art. 1:252a BW.

Meerderjarige kinderen onder 21 jaar: voor jongmeerderjarigen tussen 18 en 21 jaar bestaat op grond van Art. 1:395a BW een voortgezette onderhoudsverplichting van de ouders, mits het kind nog studeert of onvoldoende inkomen heeft. De alimentatieovereenkomst kan worden voortgezet of opnieuw vastgesteld voor deze periode, vaak met betaling rechtstreeks aan het kind in plaats van aan de andere ouder.

Beeindiging samenleving zonder huwelijk — contractuele alimentatie: voor ex-samenwoners zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap bestaat geen wettelijke onderhoudsverplichting, maar wel een mogelijk contractuele verplichting indien deze in de samenlevingsovereenkomst is opgenomen ex Art. 6:217 BW. Bij beeindiging kan een alimentatieovereenkomst worden opgesteld voor de duur die partijen overeenkomen, met name bij een van de partners die zijn carriere heeft opgegeven voor zorg voor de kinderen.

Wijziging van bestaande alimentatie wegens gewijzigde omstandigheden: na een eerder vastgestelde alimentatie kan op grond van Art. 1:401 BW wijziging worden gevraagd bij aanmerkelijke wijziging van omstandigheden: ontslag of arbeidsongeschiktheid van een van partijen, aanmerkelijke salarisverhoging of -verlaging, samenwoning van de alimentatiegerechtigde met een nieuwe partner als ware zij gehuwd (Art. 1:160 BW, gevolg: verlies alimentatie), pensionering of bereiken AOW-leeftijd. De wijzigingsovereenkomst legt de nieuwe alimentatie vast.

Nihilstelling of beeindiging in onderling overleg: partijen kunnen in onderlinge overeenstemming de alimentatie op nihil stellen (afkoop) of vervroegd beeindigen door een nieuwe alimentatieovereenkomst. Voor afkoop tegen een eenmalig bedrag is fiscaal relevant dat de afkoopsom voor de alimentatieplichtige nog steeds aftrekbaar is in box 1 en voor de alimentatiegerechtigde belast als inkomen. Een belastingadviseur kan adviseren over optimale structurering.

Grensoverschrijdende alimentatie: voor ex-partners waarbij een van beiden in het buitenland woont gelden aanvullende regels van het internationaal privaatrecht, vaak op grond van de Haagse Alimentatieconventie 2007 of de EG-Verordening 4/2009. De alimentatieovereenkomst moet rekening houden met internationale erkenning en executie, en wordt vaak vastgelegd in tweetalige vorm.

Vrijwillige alimentatie bij familieverwantenonderhoud: op grond van Art. 1:392 BW kunnen bloed- en aanverwanten in rechte lijn (ouders, grootouders, kinderen, kleinkinderen) onderhoudsplicht hebben jegens elkaar bij behoefte. Voor de uitvoering kan een vrijwillige alimentatieovereenkomst worden opgesteld die belastingvoordelen kan bieden via de aftrekpost specifieke zorgkosten ex Wet IB 2001 art. 6.17.

Wat moet er in uw Alimentatieovereenkomst staan?

De alimentatieovereenkomst naar Nederlands recht moet de volgende essentiele elementen bevatten om rechtsgeldig te zijn, fiscaal optimaal te werken en bij geschillen handhaafbaar te zijn voor de Rechtbank en het LBIO.

Identificatie van beide partijen: volledige voornamen en achternaam, geboortedatum, woonadres conform de Basisregistratie Personen (BRP) bij de gemeente, en BSN. Aanduiding van de hoedanigheid: alimentatieplichtige (de partij die betaalt) en alimentatiegerechtigde (de partij die ontvangt), met vermelding van de juridische grondslag (ex-echtgenoot, ex-geregistreerd partner of ex-samenwoner) en eventuele relatie tot kinderen.

Kinderen en hun gegevens (indien van toepassing): voor kinderalimentatie volledige namen en geboortedata van alle minderjarige en jongmeerderjarige kinderen, hoofdverblijfplaats van elk kind, en regeling van het ouderlijk gezag. Verwijzing naar het ouderschapsplan ex Art. 1:252a BW indien afzonderlijk opgesteld.

Vaststelling van de hoogte van partneralimentatie: maandelijks bedrag in euros, berekend volgens de Tremanormen (jaarlijks bijgesteld door de werkgroep alimentatienormen van de NVvR) of in afwijking daarvan in onderling overleg. De berekening moet rekening houden met behoefte van de alimentatiegerechtigde (gebaseerd op huwelijkse welstand en eigen inkomen) en draagkracht van de alimentatieplichtige (netto-inkomen minus noodzakelijke kosten van levensonderhoud, woonlasten en premies). Een onderbouwende draagkrachtberekening of behoefteberekening kan als bijlage worden meegegeven.

Vaststelling van de hoogte van kinderalimentatie: maandelijks bedrag per kind in euros, berekend volgens de tabellen van het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) op grond van Art. 1:404 BW. De berekening houdt rekening met de behoefte van de kinderen (gebaseerd op netto-gezinsinkomen tijdens huwelijk en aantal kinderen), en het aandeel van iedere ouder naar evenredigheid van het netto-inkomen.

Duur en einde van de alimentatieverplichting: voor partneralimentatie bij huwelijken na 1 januari 2020 maximaal vijf jaar of helft van de huwelijksduur (met minimum twee jaar en maximum vijf jaar ex Art. 1:157 lid 4 BW); voor huwelijken voor 1 januari 2020 maximaal twaalf jaar. Uitzonderingen voor partners met jongste kind onder twaalf jaar en voor partners van 50 jaar of ouder met huwelijk van vijftien jaar of langer. Voor kinderalimentatie loopt de verplichting tot de meerderjarigheid van het kind en eventueel door tot 21 jaar bij voortgezette studie (Art. 1:395a BW).

Indexering en aanpassing: jaarlijkse aanpassing van de alimentatie volgens de wettelijke indexering ex Art. 1:402a BW, gebaseerd op het indexcijfer van de loonstijging in de marktsector. De indexering geldt automatisch tenzij partijen uitdrukkelijk anders overeenkomen. Vaak wordt aanvullend afgesproken dat de alimentatie ook kan worden aangepast bij wijziging van omstandigheden op grond van Art. 1:401 BW (ontslag, ziekte, salarisverandering).

Wijze van betaling: betaling per overschrijving op een door de alimentatiegerechtigde aangewezen bankrekening (Nederlandse IBAN) op of voor de eerste van iedere maand. Vaak wordt automatische incasso door de alimentatieplichtige ingesteld. Bij wanbetaling kan de alimentatiegerechtigde inning vragen aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) dat dan met executoriale bevoegdheden (loonbeslag, beslag op uitkering, teruggave Belastingdienst) de betaling afdwingt.

Wijzigingsgronden en geschillenregeling: aanduiding van de gronden voor wijziging op grond van Art. 1:401 BW (wijziging van omstandigheden, samenwoning als ware zij gehuwd ex Art. 1:160 BW, pensionering) en de procedure: eerst in onderling overleg of via mediation, daarna door verzoek bij de Rechtbank sector familie. Mediation door een MfN-gecertificeerde mediator is vaak goedkoper en sneller dan een gerechtelijke procedure.

Fiscale aspecten en aftrekbaarheid: voor de alimentatieplichtige is partneralimentatie aftrekbaar in box 1 van de inkomstenbelasting als persoonsgebonden aftrek ex Wet IB 2001 art. 6.3. Voor de alimentatiegerechtigde is de ontvangen partneralimentatie belast in box 1 als inkomen ex Wet IB 2001 art. 3.101. Kinderalimentatie is voor de alimentatieplichtige niet aftrekbaar en voor de ontvangende ouder niet belast. Een fiscaal optimale structuur kan worden besproken met een belastingadviseur of de Belastingdienst.

Notariele of rechterlijke bekrachtiging: forms-legal.com biedt het basismodel voor onderhandse alimentatieovereenkomsten. Voor direct executoriale kracht ex Art. 430 Rv (mogelijkheid om bij wanbetaling onmiddellijk loonbeslag te leggen zonder eerst een rechterlijke uitspraak te halen) is opname in een notariele akte vereist of bekrachtiging door de Rechtbank in het echtscheidingsconvenant. Verwante documenten in onze bibliotheek zijn het Echtscheidingsconvenant, het Ouderschapsplan, de Samenlevingsovereenkomst en de Mediation-overeenkomst voor onderhandeling met begeleiding.

Hoe vult u uw Alimentatieovereenkomst in?

Het invullen van een alimentatieovereenkomst in Nederland verloopt via de volgende stappen, bij voorkeur in samenwerking met een familierechtadvocaat, een mediator of een notaris, en met behulp van een draagkracht- en behoefteberekening volgens de Tremanormen.

Stap 1 — Bepalen van de hoedanigheid van partijen. Vermeld in de aanhef wie de alimentatieplichtige is (de partij die betaalt) en wie de alimentatiegerechtigde (de partij die ontvangt). Geef de juridische grondslag aan: ex-echtgenoot (Art. 1:157 BW), ex-geregistreerd partner (Art. 1:80d BW), ex-samenwoner (contractueel ex Art. 6:217 BW), of ouder van kind (Art. 1:404 BW).

Stap 2 — Identificatiegegevens van beide partijen. Volledige voornamen en achternaam, geboortedatum (formaat DD-MM-JJJJ), geboorteplaats, BSN en huidig woonadres volgens de BRP. Vermeld ook een correspondentieadres en e-mailadres voor toezending van jaarlijkse indexering en eventuele wijzigingsvoorstellen.

Stap 3 — Kinderen en hun gegevens. Indien het verzoek kinderalimentatie betreft: volledige namen en geboortedata van alle minderjarige en jongmeerderjarige kinderen, hoofdverblijfplaats van elk kind, en regeling van het ouderlijk gezag. Verwijs naar het ouderschapsplan ex Art. 1:252a BW indien afzonderlijk opgesteld.

Stap 4 — Berekening van de hoogte van partneralimentatie. Voer een draagkrachtberekening uit volgens de Tremanormen op basis van: netto-inkomen alimentatieplichtige (loon, uitkering, bedrijfswinst), noodzakelijke kosten van levensonderhoud (Bijstandsnorm voor de leeftijdsgroep), woonlasten (hypotheek of huur), premies (zorgverzekering, AOV), reservering pensioenpremie (15-20 procent inkomen) en bijdrage aan kinderen. Vergelijk met behoefte alimentatiegerechtigde gebaseerd op huwelijkse welstand (60 procent van netto-gezinsinkomen tijdens huwelijk minus eigen inkomen alimentatiegerechtigde).

Stap 5 — Berekening van de hoogte van kinderalimentatie. Gebruik de tabellen van het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) op grond van Art. 1:404 BW. De behoefte van de kinderen wordt bepaald op basis van het netto-gezinsinkomen tijdens het huwelijk en het aantal kinderen, gevolgd door het aandeel van iedere ouder naar evenredigheid van het netto-inkomen. Bij co-ouderschap (gelijke verdeling zorg) gelden andere berekeningen.

Stap 6 — Bepalen van duur en einddatum. Voor partneralimentatie bij huwelijken na 1 januari 2020: maximaal vijf jaar of helft van de huwelijksduur (Art. 1:157 lid 4 BW); voor huwelijken voor 2020: maximaal twaalf jaar. Voor partners met jongste kind onder twaalf jaar: loopt door tot kind twaalf wordt. Voor partners van 50 jaar of ouder met huwelijk van vijftien jaar of langer: loopt door tot AOW-leeftijd. Voor kinderalimentatie: tot achttien jaar en eventueel door tot 21 jaar bij voortgezette studie (Art. 1:395a BW).

Stap 7 — Indexering en aanpassing. Standaard geldt jaarlijkse indexering op grond van Art. 1:402a BW volgens het indexcijfer van de loonstijging in de marktsector, met jaarlijkse bekendmaking door het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Partijen kunnen uitdrukkelijk anders overeenkomen (bijvoorbeeld vaste bedragen voor de gehele looptijd). Vermeld eveneens de mogelijkheid van tussentijdse aanpassing bij wijziging van omstandigheden op grond van Art. 1:401 BW.

Stap 8 — Wijze van betaling. Bepaal het Nederlandse IBAN bankrekeningnummer waarop de alimentatie wordt overgemaakt, de datum van betaling (vaak op of voor de eerste van iedere maand), en eventuele automatische incasso. Voor maximale zekerheid kan worden afgesproken dat de alimentatieplichtige binnen vijf werkdagen na betaling een betalingsbewijs verstrekt.

Stap 9 — Wijzigingsgronden en geschillenregeling. Bepaal de gronden voor wijziging (wijziging inkomen meer dan 15-20 procent, samenwoning als ware zij gehuwd ex Art. 1:160 BW, pensionering) en de geschillenregeling: eerst overleg, daarna mediation door MfN-gecertificeerde mediator, vervolgens als laatste redmiddel de Rechtbank sector familie.

Stap 10 — Ondertekening en eventuele bekrachtiging. Beide partijen ondertekenen in tweevoud, ieder bewaart een origineel. Voor direct executoriale kracht ex Art. 430 Rv: opname in een notariele akte bij een Nederlandse notaris (kosten 400-800 euro) of bekrachtiging door de Rechtbank in een echtscheidingsconvenant. Vermeld of een afschrift wordt verstuurd aan het LBIO voor eventuele toekomstige inning.

Veelgemaakte fouten bij uw Alimentatieovereenkomst

Bij het opstellen van een alimentatieovereenkomst in Nederland worden door particulieren regelmatig fouten gemaakt die tot fiscale nadelen, nietigheid of vermijdbare procedures bij de Rechtbank leiden.

Fout 1 — Geen draagkracht- en behoefteberekening volgens Tremanormen. Veel partijen spreken een willekeurig bedrag af zonder gebruik te maken van de standaardberekening volgens de Tremanormen van de werkgroep alimentatienormen van de NVvR. Bij latere wijziging op grond van Art. 1:401 BW kan dit tot herzieningen leiden waarbij de Rechtbank de berekening overdoet. Goede praktijk is van begin af aan een onderbouwende berekening op te nemen als bijlage; veel familierechtadvocaten en mediators bieden de berekening aan.

Fout 2 — Vergeten van wettelijke indexering ex Art. 1:402a BW. De jaarlijkse indexering volgens het indexcijfer van de loonstijging in de marktsector geldt automatisch tenzij partijen uitdrukkelijk anders overeenkomen. Veel partijen denken dat de indexering moet worden gevraagd of dat het bedrag voor de gehele looptijd vast is; in werkelijkheid wordt het bedrag per 1 januari van ieder jaar verhoogd. Vermeld de indexering expliciet in de overeenkomst voor duidelijkheid.

Fout 3 — Onjuiste duur partneralimentatie bij huwelijken na 2020. Sinds 1 januari 2020 op grond van de Wet herziening partneralimentatie geldt voor huwelijken na deze datum een maximale duur van vijf jaar of helft van de huwelijksduur (met minimum twee jaar en maximum vijf jaar). Veel partijen baseren zich op de oude regel van twaalf jaar uit Art. 1:157 BW van voor 2020, wat tot nietigheid van de afwijkende afspraak kan leiden bij toetsing door de Rechtbank.

Fout 4 — Vergeten clausule samenwoning als ware zij gehuwd (Art. 1:160 BW). Bij samenleving van de alimentatiegerechtigde met een nieuwe partner als ware zij gehuwd vervalt op grond van Art. 1:160 BW de alimentatieverplichting. Veel overeenkomsten vermelden deze beeindigingsgrond niet expliciet; bij geschil moet de alimentatieplichtige bewijs leveren via verklaringen, foto's, getuigen wat tijdrovend en kostbaar is. Goede praktijk is expliciete vermelding plus afspraak over informatieplicht van de alimentatiegerechtigde.

Fout 5 — Geen notariele bekrachtiging voor direct executoriale kracht. Een louter onderhandse alimentatieovereenkomst heeft op grond van Art. 430 Rv geen executoriale kracht. Bij wanbetaling moet de alimentatiegerechtigde eerst een verzoekschrift bij de Rechtbank indienen voor een bekrachtigingsuitspraak (duur 4-8 maanden), of een dagvaardingsprocedure beginnen voor inning. Notariele bekrachtiging kost 400-800 euro maar geeft direct toegang tot loonbeslag of inning door het LBIO.

Fout 6 — Vergeten fiscale aspecten van partneralimentatie. Voor de alimentatieplichtige is partneralimentatie aftrekbaar in box 1 als persoonsgebonden aftrek ex Wet IB 2001 art. 6.3; voor de alimentatiegerechtigde is het belast als inkomen in box 1 art. 3.101. Veel partijen onderhandelen op brutobedrag zonder rekening te houden met de fiscale aspecten; het netto-effect kan aanzienlijk afwijken van de bruto-afspraak. Een belastingadviseur of de Belastingdienst kan voorbeeldberekeningen maken.

Fout 7 — Geen onderscheid partneralimentatie en kinderalimentatie. Voor de Belastingdienst en het LBIO is het onderscheid essentieel: partneralimentatie is aftrekbaar en belast, kinderalimentatie niet. Veel overeenkomsten vermelden een totaalbedrag zonder uitsplitsing wat tot foutieve aangiften inkomstenbelasting en discussies bij latere wijziging kan leiden. Splitsing per categorie en per kind is verplicht voor LBIO-inning.

Fout 8 — Onjuiste hoofdverblijfplaats kinderen voor Belastingdienst. Voor toepassing van heffingskortingen en alleenstaande-ouderkorting wordt het kind voor de Belastingdienst toegerekend aan de ouder waar het hoofdverblijf is. Bij co-ouderschap met gelijke verdeling moet een keuze worden gemaakt; de keuze beinvloedt heffingskortingen, kindgebonden budget en eventueel zorgtoeslag. Maak de keuze expliciet en bevestig deze bij de Belastingdienst.

Fout 9 — Vergeten regeling voor wijziging bij aanmerkelijke omstandigheden. Veel overeenkomsten regelen niets over wijziging bij ontslag, arbeidsongeschiktheid of pensionering. Op grond van Art. 1:401 BW kan altijd wijziging worden gevraagd bij aanmerkelijke wijziging van omstandigheden, maar bij verzoek aan de Rechtbank moet de gewijzigde omstandigheid worden bewezen. Goede praktijk is concrete drempelwaarden in de overeenkomst (bijvoorbeeld wijziging inkomen meer dan 15 procent) en procedure voor mediation als eerste stap.

Fout 10 — Vergeten regeling voor afkoop bij pensionering. Bij pensionering van de alimentatieplichtige kan de alimentatieverplichting aanmerkelijk lager worden door verminderd inkomen. Voor de alimentatiegerechtigde kan dit grote financiele gevolgen hebben. Goede praktijk is bij vaststelling al rekening te houden met de pensioenleeftijd en mogelijk een afkoopregeling met eenmalige som voor de resterende termijn. Een belastingadviseur kan adviseren over fiscaal voordelige structurering.

Citeer deze pagina

Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:

APA

Forms Legal. (2026). Alimentatieovereenkomst (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/personal/family/alimentatieovereenkomst

MLA

"Alimentatieovereenkomst (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/personal/family/alimentatieovereenkomst.

BibTeX
@misc{formslegal-alimentatieovereenkomst,
  author       = {{Forms Legal}},
  title        = {Alimentatieovereenkomst (Nederland)},
  year         = {2026},
  howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/personal/family/alimentatieovereenkomst}},
  note         = {Free legal document template}
}

Veelgestelde vragen

Sjabloon met wetsverwijzingen — Sjabloon laatst gewijzigd in juni 2026

Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer

Een fout gevonden? Laat het ons weten