Geregistreerd Partnerschap
BW Art. 1:80a-1:80g (geregistreerd partnerschap); BW Art. 1:43 e.v. (ondertrouw, van overeenkomstige toepassing); Wet rechten burgerlijke stand (Wrbs)
AANGIFTE GEREGISTREERD PARTNERSCHAP
ex artikel 1:80a-1:80g BW; artikel 1:43 BW van overeenkomstige toepassing; Wet rechten burgerlijke stand (Wrbs)
Gemeente: [Gemeente Aangifte]
Datum aangifte: [Datum Aangifte]
Gewenste registratiedatum: [Gewenste Registratiedatum]
Locatie registratie: [Registratie Locatie]
Aspirant-Partners
ASPIRANT-PARTNERS
Partner 1:
Voornamen en achternaam: [Partner1 Naam]
Geboren op: [Partner1 Geboortedatum] te [Partner1 Geboorteplaats]
Nationaliteit: [Partner1 Nationaliteit]
BSN: [Partner1 B S N]
Adres: [Partner1 Adres]
Burgerlijke staat: [Partner1 Burgerlijke Staat]
Partner 2:
Voornamen en achternaam: [Partner2 Naam]
Geboren op: [Partner2 Geboortedatum] te [Partner2 Geboorteplaats]
Nationaliteit: [Partner2 Nationaliteit]
BSN: [Partner2 B S N]
Adres: [Partner2 Adres]
Burgerlijke staat: [Partner2 Burgerlijke Staat]
Art. 1 — Wettelijke Verklaringen
ART. 1 — WETTELIJKE VERKLARINGEN EX ART. 1:80a EN 1:80b BW
Beide partijen verklaren bij deze aangifte:
(a) meerderjarig te zijn (18 jaar of ouder) op grond van Art. 1:80a lid 1 BW: [Verklaring Meerderjarig]
(b) geen lopend huwelijk of geregistreerd partnerschap met een ander te hebben: [Verklaring Geen Lopend]
(c) geen verboden bloed- of aanverwantschap te hebben in de zin van Art. 1:80b lid 4 BW: [Verklaring Geen Verwantschap]
(d) wilsbekwaam te zijn; bij bewind of curatele ex Art. 1:431-449 BW is voorafgaande toestemming van de Kantonrechter vereist: [Verklaring Wilsbekwaam]
Art. 2 — Goederenregime
ART. 2 — KEUZE GOEDERENREGIME
Gekozen regime: [Goederenregime]
Indien afwijkend van het wettelijk regime: notariele partnerschapsvoorwaarden ex artikel 1:114 BW opgemaakt door [Notaris Voorwaarden], in te schrijven in het centraal huwelijksgoederenregister bij de Rechtbank op grond van artikel 1:116 BW.
Art. 3 — Naamskeuze
ART. 3 — NAAMSKEUZE EX ART. 1:9 BW
Partner 1 ([Partner1 Naam]): [Naamskeuze Partner1]
Partner 2 ([Partner2 Naam]): [Naamskeuze Partner2]
Art. 4 — Getuigen
ART. 4 — GETUIGEN BIJ REGISTRATIE
Op grond van artikel 1:67 BW van overeenkomstige toepassing zijn twee tot vier meerderjarige getuigen vereist.
Getuige 1: [Getuige1 Naam]
Getuige 2: [Getuige2 Naam]
Getuige 3: [Getuige3 Naam]
Getuige 4: [Getuige4 Naam]
Art. 5 — Vervolgprocedure
ART. 5 — VERVOLGPROCEDURE
Na ontvangst van deze aangifte toetst de ambtenaar van de burgerlijke stand de stukken op grond van Art. 1:43 BW van overeenkomstige toepassing.
Indien geen huwelijksbeletselen worden vastgesteld kan de registratie plaatsvinden vanaf 14 dagen na deze aangifte tot uiterlijk een jaar erna.
Op grond van Art. 1:80b BW heeft het geregistreerd partnerschap vrijwel dezelfde rechtsgevolgen als het burgerlijk huwelijk: beperkte gemeenschap van goederen ex Art. 1:94 BW (sinds 2018), wettelijk erfrecht ex Art. 4:10 BW, automatische pensioenpartner status ex Art. 21 Pensioenwet 2006, fiscaal partnerschap ex Art. 1.2 Wet IB 2001 en onderhoudsplicht ex Art. 1:80d BW.
ONDERTEKENING AANGIFTE
Plaats: [Plaats Ondertekening]
Datum: [Datum Ondertekening]
Partner 1: [Partner1 Naam]
Handtekening: _________________________
Partner 2: [Partner2 Naam]
Handtekening: _________________________
Ambtenaar van de burgerlijke stand:
Naam en handtekening: _________________________
Partner 1
________________
Signature
Partner 2
________________
Signature
Wat is Geregistreerd Partnerschap?
Het geregistreerd partnerschap in Nederland is een formele samenlevingsvorm tussen twee meerderjarige personen die bij de burgerlijke stand van de gemeente wordt aangegaan en geregistreerd. De juridische grondslag ligt in artikel 1:80a tot en met 1:80g van het Burgerlijk Wetboek (BW), ingevoegd door de Wet geregistreerd partnerschap van 5 juli 1997 (in werking getreden op 1 januari 1998). Het geregistreerd partnerschap geeft op grond van Art. 1:80b BW vrijwel dezelfde rechtsgevolgen als het burgerlijk huwelijk, met enkele beperkte uitzonderingen.
In Nederland kiezen jaarlijks circa 9.000 stellen voor het geregistreerd partnerschap als alternatief voor het burgerlijk huwelijk. De redenen lopen uiteen: principiele bezwaren tegen de historische religieuze associatie van het huwelijk, eenvoudiger beeindiging via een notariele beeindigingsovereenkomst zonder gerechtelijke procedure (Art. 1:80c BW, mits geen minderjarige kinderen), de mogelijkheid om dezelfde wettelijke gevolgen te krijgen zonder huwelijksceremonie, en een sneller en kostenbeperkter aangifteproces bij de burgerlijke stand.
De registratie van het partnerschap vindt plaats bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar een van beide partners woonachtig is, na een verplichte aangifte (ondertrouw) van tenminste twee weken voorafgaand aan de registratie (Art. 1:43 BW van overeenkomstige toepassing). De ambtenaar stelt vast of beide partners aan de wettelijke vereisten voldoen: meerderjarigheid (18 jaar of ouder), wilsbekwaamheid, geen lopend huwelijk of geregistreerd partnerschap met een ander, en geen verboden bloed- of aanverwantschap ex artikel 1:80b lid 4 BW. Buitenlandse partners moeten een M46-verklaring uit hun land van herkomst overleggen.
De vermogensrechtelijke gevolgen van het geregistreerd partnerschap zijn geregeld in artikel 1:80b BW in samenhang met de regels voor het huwelijksvermogensrecht. Sinds 1 januari 2018 geldt op grond van Art. 1:94 BW de beperkte gemeenschap van goederen: alleen tijdens de partnerschap verkregen goederen vallen in de gemeenschap, terwijl voorhuwelijks vermogen, erfenissen en schenkingen privevermogen blijven. Partners kunnen hiervan afwijken door notariele partnerschapsvoorwaarden ex artikel 1:114-1:119 BW op te maken voorafgaand aan of tijdens het partnerschap.
Het geregistreerd partnerschap verschilt op vier essentiele punten van het burgerlijk huwelijk. Ten eerste de procedure: beeindiging kan in onderlinge overeenstemming via een notariele beeindigingsovereenkomst zonder gerechtelijke procedure mits er geen minderjarige kinderen zijn (Art. 1:80c BW), terwijl voor echtscheiding altijd een uitspraak van de Rechtbank vereist is. Ten tweede afstamming: bij geregistreerd partnerschap ontstaat automatisch juridische ouderschap voor het mannelijke partnerschap van de moeder (Art. 1:199 BW), bij geregistreerde partnerschap van twee vrouwen geldt het ex lege ouderschap voor de duo-moeder onder voorwaarden (Art. 1:198 BW). Ten derde de naamskeuze: bij partnerschap kan via Art. 1:9 BW een naamskeuze worden gemaakt vergelijkbaar met het huwelijk. Ten vierde de pensioenpartnerschap: voor partnerpensioen ex Art. 21 Pensioenwet 2006 worden geregistreerde partners gelijkgesteld aan echtgenoten zonder verdere aanmelding bij het pensioenfonds.
Het geregistreerd partnerschap eindigt op grond van Art. 1:80c BW door overlijden, omzetting in een huwelijk via een omzettingsakte bij de burgerlijke stand, beeindiging in onderlinge overeenstemming bij notariele akte met inschrijving in de registers van de burgerlijke stand, of door ontbinding door de Rechtbank op verzoek van een of beide partners bij duurzame ontwrichting (vergelijkbaar met echtscheiding ex Art. 1:151 BW).
Wanneer heeft u Geregistreerd Partnerschap nodig?
De partnerschapsregistratie in Nederland wordt gekozen door stellen die de wettelijke gevolgen van het huwelijk wensen zonder de huwelijksceremonie of de bijbehorende symboliek. Onderstaande situaties verklaren wanneer de aangifte van een geregistreerd partnerschap aangewezen is.
Gekozen formele bescherming zonder huwelijk: stellen die principieel of pragmatisch geen huwelijk willen aangaan maar wel de wettelijke gevolgen wensen (beperkte gemeenschap van goederen ex Art. 1:94 BW, automatisch erfrecht ex Art. 4:10 BW, partnerpensioen ex Art. 21 Pensioenwet 2006, fiscaal partnerschap ex Art. 1.2 Wet IB 2001 en onderhoudsplicht na beeindiging ex Art. 1:80d BW). Het geregistreerd partnerschap biedt deze bescherming via een eenvoudiger procedure bij de burgerlijke stand.
Stellen die eenvoudiger beeindigingsroute waarderen: het partnerschap kan op grond van Art. 1:80c BW in onderlinge overeenstemming worden beeindigd via een notariele beeindigingsovereenkomst zonder gerechtelijke procedure, mits er geen minderjarige kinderen zijn. Voor echtscheiding is altijd een uitspraak van de Rechtbank vereist met advocaten en circa zes tot twaalf maanden doorlooptijd. Bij het partnerschap kan beeindiging binnen enkele weken via een notarisafspraak van 600 tot 1.500 euro.
Gelijkslachtige paren voor wettelijke bescherming: hoewel sinds 2001 in Nederland het huwelijk openstaat voor stellen van hetzelfde geslacht (Wet openstelling huwelijk), kiezen sommige gelijkslachtige paren juist voor het geregistreerd partnerschap als alternatieve formele vorm. Voor erkenning van duo-moederschap ex artikel 1:198 BW gelden specifieke voorwaarden waarop een notaris of jurist kan adviseren.
Fiscale planning bij ondernemerschap: zelfstandige ondernemers kunnen via het geregistreerd partnerschap optimale toegang krijgen tot gezamenlijke aangifte inkomstenbelasting, toegang tot hypotheekrenteaftrek over het gezamenlijke woningvermogen, en optimale verdeling van box 3-vermogen via Art. 1.2 Wet IB 2001. Voor de hoge partnervrijstelling in de erfbelasting (in 2026 circa 800.000 euro op grond van Art. 32 Successiewet 1956) worden geregistreerd partners gelijkgesteld aan echtgenoten zonder aanvullende notariele samenlevingsovereenkomst.
Buitenlandse partners voor verblijfsrecht: het geregistreerd partnerschap met een Nederlandse staatsburger of een EU-onderdaan geeft de buitenlandse partner toegang tot een verblijfsvergunning op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en de richtlijn 2004/38/EG voor vrij verkeer. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) erkent het geregistreerd partnerschap voor de partnerverblijfsvergunning op gelijke voet met het huwelijk.
Omzetting naar huwelijk later mogelijk: stellen die later van mening veranderen en alsnog een huwelijk wensen kunnen het partnerschap omzetten in een huwelijk via een omzettingsakte bij de burgerlijke stand (Art. 1:80g BW), zonder dat het partnerschap eerst hoeft te worden beeindigd. De omzetting kost bij de meeste gemeenten 90 tot 250 euro en kan op afspraak binnen enkele weken plaatsvinden.
Pensioenpartnerverklaring zonder extra documenten: voor erkenning als partner door pensioenfondsen zoals ABP, PFZW, BPFBouw, Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT) en bedrijfstakpensioenfondsen worden geregistreerd partners gelijkgesteld aan echtgenoten zonder aanvullende notariele samenlevingsovereenkomst. Bij overlijden van een van de partners ontvangt de langstlevende automatisch partnerpensioen, mits aan de geldigheidsvoorwaarden van het pensioenreglement is voldaan.
Stellen met gezamenlijk kind en gedeeld gezag: bij geboorte van een kind tijdens het geregistreerd partnerschap ontstaat automatisch juridische ouderschap voor de mannelijke partner van de moeder (Art. 1:199 BW); voor de duo-moeder bij een geregistreerd partnerschap van twee vrouwen gelden specifieke regels van duo-moederschap ex artikel 1:198 BW. Gezamenlijk ouderlijk gezag ex Art. 1:251 BW ontstaat eveneens automatisch.
Wat moet er in uw Geregistreerd Partnerschap staan?
De aangifte en registratie van een geregistreerd partnerschap naar Nederlands recht moet de volgende essentiele elementen bevatten om door de ambtenaar van de burgerlijke stand te worden aanvaard en om de gewenste rechtsgevolgen op grond van het Burgerlijk Wetboek te realiseren.
Identificatie van beide partners: volledige voornamen en achternaam, geboortedatum en geboorteplaats, nationaliteit en Burgerservicenummer (BSN), woonadres conform de Basisregistratie Personen (BRP) bij de gemeente, en gegevens van een geldig identiteitsbewijs (paspoort, ID-kaart of Nederlands rijbewijs). Voor buitenlandse partners zijn aanvullende stukken vereist: een gelegaliseerde geboorteakte met apostille of legalisatieketen, een ongehuwdverklaring (M46-verklaring) van maximaal zes maanden oud uit het land van herkomst, en een verblijfsdocument (W-document of EU-verklaring).
Verklaring geen huwelijksbeletselen: beide partners verklaren ouder dan achttien jaar te zijn (Art. 1:80a lid 1 BW), niet eerder gehuwd of geregistreerd partner met een ander, niet in een verboden bloed- of aanverwantschapsgraad ex artikel 1:80b lid 4 BW (geen huwelijk tussen bloedverwanten in rechte lijn of broers en zussen), en wilsbekwaam te zijn. Indien een van de partners onder bewind of curatele staat ex artikel 1:431-449 BW is voorafgaande toestemming van de Kantonrechter vereist.
Keuze van het goederenregime: standaard geldt sinds 1 januari 2018 op grond van Art. 1:94 BW de beperkte gemeenschap van goederen. Partners kunnen hiervan afwijken door voorafgaand aan of tijdens de registratie notariele partnerschapsvoorwaarden ex artikel 1:114-1:119 BW op te maken bij een Nederlandse notaris. Mogelijke keuzes zijn: uitsluiting van iedere gemeenschap (koude uitsluiting), uitsluiting met periodiek verrekenbeding van overgespaard inkomen, of finaal verrekenbeding bij beeindiging. De partnerschapsvoorwaarden moeten worden ingeschreven in het centraal huwelijksgoederenregister bij de Rechtbank.
Naamskeuze: op grond van artikel 1:9 BW kunnen partners een naamskeuze maken voor het gebruik tijdens en na het partnerschap: behoud van eigen naam, naam van de andere partner met of zonder eigen naam, of combinatie van beide namen. De keuze wordt vastgelegd in de partnerschapsakte bij de burgerlijke stand en is later wijzigbaar via een notarisakte.
Getuigen: bij de registratie zijn op grond van Art. 1:67 BW twee tot vier meerderjarige getuigen vereist. Getuigen moeten meerderjarig zijn (18 jaar of ouder) en in staat zijn de plechtigheid te volgen. Zij dragen geen verdere wettelijke verplichting na de plechtigheid maar bevestigen de identiteit en wilsovereenstemming van de partners op de partnerschapsakte.
Plaats en datum van registratie: het partnerschap wordt geregistreerd op een door de partners gekozen datum en plaats binnen de gemeente (in het stadhuis, een externe trouwlocatie van de gemeente, of bij sommige gemeenten een externe locatie van eigen keuze tegen meerprijs). De minimale aangiftetermijn is twee weken voorafgaand aan de registratie (Art. 1:43 BW van overeenkomstige toepassing).
Aanvullende verklaringen voor buitenlandse partners: voor partners zonder Nederlandse nationaliteit gelden aanvullende eisen op grond van de Wet voorkoming schijnhuwelijken: een eigen verklaring over de bestendigheid van de relatie (Verklaring 28), een verklaring van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) bij asielzoekersstatus, en een onderzoek door de ambtenaar of de Vreemdelingenpolitie naar mogelijke schijnregistratie.
Kosten en leges: de kosten van het geregistreerd partnerschap varieren per gemeente. De aangifte (ondertrouw) is in de meeste gemeenten gratis bij eenvoudige registratie op een doordeweekse ochtend; voor registratie op zaterdag, op een externe locatie of met ceremonieel programma rekenen gemeenten 250 tot 1.500 euro. Notariele partnerschapsvoorwaarden kosten 400 tot 1.000 euro inclusief btw.
Aanvullende documenten en regelingen: forms-legal.com biedt naast het aangifteformulier ook templates voor partnerschapsvoorwaarden, samenlevingsovereenkomst voor situaties zonder formele registratie, het ouderschapsplan bij gezamenlijke kinderen ex artikel 1:252a BW, en het testament voor optimale erfrechtelijke planning. Verwante documenten in onze bibliotheek zijn de Samenlevingsovereenkomst, het Huwelijkse Voorwaarden, het Echtscheidingsconvenant en het Ouderschapsplan voor partners met minderjarige kinderen.
Inschrijving en rechtsgevolgen: na ondertekening van de partnerschapsakte door beide partners, getuigen en ambtenaar van de burgerlijke stand wordt het partnerschap rechtsgeldig op de datum van registratie. De gemeente verwerkt de registratie in de Basisregistratie Personen (BRP) en doet melding aan de Belastingdienst voor fiscaal partnerschap, aan het Kadaster voor eventuele vastgoedeigendom en aan pensioenfondsen via de geboortedatum-koppeling.
Hoe vult u uw Geregistreerd Partnerschap in?
Het invullen van het aangifteformulier en eventueel de partnerschapsvoorwaarden voor een Nederlandse partnerschapsregistratie verloopt via de volgende stappen, in samenwerking met de gemeente waar de registratie zal plaatsvinden en eventueel een Nederlandse notaris voor de notariele partnerschapsvoorwaarden.
Stap 1 — Keuze van de gemeente en datum. Bepaal in welke gemeente de registratie zal plaatsvinden (gemeente van een van beide partners op grond van het BRP-adres), en kies een gewenste datum minimaal twee weken na de aangifte (ondertrouw) op grond van Art. 1:43 BW van overeenkomstige toepassing. Veel gemeenten bieden een online afspraaksysteem voor zowel aangifte als registratie.
Stap 2 — Identificatiegegevens beide partners. Volledige voornamen en achternaam, geboortedatum (formaat DD-MM-JJJJ), geboorteplaats en geboorteland, nationaliteit en Burgerservicenummer (BSN). Vermeld een geldig identiteitsbewijs met type (paspoort, ID-kaart of Nederlands rijbewijs), nummer en geldigheidsdatum. Voor buitenlandse partners aanvullend: een gelegaliseerde geboorteakte met apostille of via legalisatieketen, en een ongehuwdverklaring (M46) van maximaal zes maanden oud.
Stap 3 — Verklaring huidige burgerlijke staat. Beide partners verklaren de huidige burgerlijke staat: ongehuwd nooit gehuwd of partner geweest, gescheiden of beeindigd partnerschap (datum en plaats van uitspraak vermelden), of weduwe of weduwnaar (overlijdensdatum vorige partner). Voor gescheiden of weduwe of weduwnaar status moet een gewaarmerkt afschrift van de echtscheidingsakte of overlijdensakte worden bijgevoegd.
Stap 4 — Bevestiging geen huwelijksbeletselen. Beide partners verklaren ouder dan achttien jaar (Art. 1:80a lid 1 BW), niet in een verboden bloed- of aanverwantschapsgraad ex artikel 1:80b lid 4 BW (geen partnerschap tussen ouder en kind, tussen broers of zussen, of tussen oom en nicht of tante en neef), en wilsbekwaam zijn. Indien een van de partners onder bewind of curatele staat is voorafgaande toestemming van de Kantonrechter vereist.
Stap 5 — Keuze van het goederenregime. Maak de keuze tussen de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen ex artikel 1:94 BW (standaard sinds 2018) of een afwijkend regime via notariele partnerschapsvoorwaarden ex artikel 1:114 BW. Mogelijke alternatieven zijn: koude uitsluiting (geen enkele gemeenschap), uitsluiting met periodiek verrekenbeding van overgespaard inkomen, of finaal verrekenbeding bij beeindiging. De partnerschapsvoorwaarden moeten voor of tijdens het partnerschap notarieel worden opgemaakt en in het centraal huwelijksgoederenregister bij de Rechtbank worden ingeschreven.
Stap 6 — Naamskeuze. Op grond van artikel 1:9 BW kunnen partners kiezen voor: behoud van eigen naam, naam van de andere partner alleen, naam van de andere partner gevolgd door eigen naam, of eigen naam gevolgd door naam van de andere partner. Vermeld de keuze van beide partners op het aangifteformulier.
Stap 7 — Aanwijzing getuigen. Vermeld twee tot vier meerderjarige getuigen die bij de registratie aanwezig zullen zijn. Per getuige opnemen: volledige naam, geboortedatum, woonadres en relatie tot een van de partners (ouder, broer, zus, vriend). De getuigen moeten zich bij de registratie ook kunnen legitimeren met een geldig identiteitsbewijs.
Stap 8 — Keuze van plaats en tijd registratie. Vermeld de gewenste locatie binnen de gemeente: stadhuis, externe trouwlocatie van de gemeente, of bij sommige gemeenten een eigen locatie tegen meerprijs (rederij, kasteel, museum). Vermeld ook de gewenste datum en tijd. Voor zaterdagregistratie of avondregistratie rekenen gemeenten een toeslag van 250 tot 1.000 euro boven het basistarief.
Stap 9 — Indiening aangifte (ondertrouw). De aangifte wordt persoonlijk gedaan bij de balie van de burgerlijke stand van de gekozen gemeente, met beide partners aanwezig en alle vereiste documenten in origineel. De ambtenaar toetst de stukken en geeft de termijn van veertien dagen op voordat de registratie kan plaatsvinden.
Stap 10 — Registratie en ondertekening. Op de afgesproken datum verschijnen beide partners met de twee tot vier getuigen op de gekozen locatie. De ambtenaar leest de partnerschapsakte voor, stelt de partners de wettelijke vraag of zij elkaar als geregistreerd partner aannemen, en laat beide partners en alle getuigen de partnerschapsakte ondertekenen. Vanaf dat moment zijn de partners rechtsgeldig geregistreerd partners. Een gewaarmerkt afschrift van de partnerschapsakte ontvangt het paar binnen enkele dagen per post.
Wettelijke vereisten voor Geregistreerd Partnerschap
Het geregistreerd partnerschap in Nederland is onderworpen aan specifieke juridische vereisten en heeft uitgebreide rechtsgevolgen op grond van het Burgerlijk Wetboek, de Wet rechten burgerlijke stand (Wrbs), de Wet IB 2001, de Successiewet 1956 en de Pensioenwet 2006.
Materieelrechtelijke vereisten (Art. 1:80a en 1:80b BW). Voor de geldige registratie van een partnerschap moeten beide partijen voldoen aan: meerderjarigheid (achttien jaar of ouder, Art. 1:80a lid 1 BW), wilsbekwaamheid, geen lopend huwelijk of geregistreerd partnerschap met een ander, en geen verboden bloed- of aanverwantschap ex artikel 1:80b lid 4 BW. Schending leidt tot nietigheid van het partnerschap op grond van Art. 1:69 BW van overeenkomstige toepassing.
Procedurele vereisten (Art. 1:43 e.v. BW). De partners moeten persoonlijk aangifte doen (ondertrouw) bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van een van de woongemeenten. De minimale termijn tussen aangifte en registratie bedraagt twee weken; de maximale termijn bedraagt een jaar. Tussen aangifte en registratie kan de ambtenaar onderzoek doen naar de wilsvrijheid en eventuele schijnregistratie ex Wet voorkoming schijnhuwelijken.
Vermogensrechtelijke gevolgen (Art. 1:80b en 1:94 BW). Sinds 1 januari 2018 geldt op grond van Art. 1:94 BW de beperkte gemeenschap van goederen: alleen tijdens het partnerschap verkregen vermogen valt in de gemeenschap, terwijl voorhuwelijks vermogen, erfenissen en schenkingen privevermogen blijven. Partners kunnen hiervan afwijken door notariele partnerschapsvoorwaarden ex artikel 1:114-1:119 BW. De partnerschapsvoorwaarden moeten worden ingeschreven in het centraal huwelijksgoederenregister bij de Rechtbank op grond van artikel 1:116 BW.
Onderhoudsplicht (Art. 1:80d en 1:81 BW). Tussen geregistreerde partners bestaat tijdens het partnerschap een wederzijdse onderhoudsplicht ex artikel 1:81 BW (verplichting om elkaar het nodige te verschaffen). Na beeindiging van het partnerschap kan de Rechtbank op grond van Art. 1:80d BW (verwijzend naar Art. 1:157 BW) op verzoek van een van de partners een uitkering tot levensonderhoud (partneralimentatie) toekennen voor maximaal vijf jaar bij partnerschappen na 1 januari 2020, en maximaal twaalf jaar voor partnerschappen daarvoor.
Erfrechtelijke gevolgen (Art. 4:10 BW). Geregistreerde partners erven op grond van Art. 4:10 BW automatisch van elkaar als wettelijke erfgenaam: bij overlijden zonder testament erft de langstlevende partner samen met eventuele kinderen voor gelijke delen, met overgang van het hele vermogen naar de langstlevende ter beschikking en vorderingsrecht voor kinderen tot meerderjarigheid (wettelijke verdeling ex Art. 4:13 BW). Voor de hoge partnervrijstelling in de erfbelasting (in 2026 circa 800.000 euro op grond van Art. 32 Successiewet 1956) worden geregistreerde partners gelijkgesteld aan echtgenoten.
Fiscaal partnerschap (Art. 1.2 Wet IB 2001). Geregistreerde partners zijn automatisch fiscaal partner voor de inkomstenbelasting zonder aanvullende voorwaarden. Dit geeft toegang tot gezamenlijke aangifte, hypotheekrenteaftrek over gezamenlijk woningvermogen, en optimale verdeling van box 3-vermogen. Voor de erfbelasting ex Successiewet en de schenkbelasting gelden dezelfde voordelen als voor gehuwde partners.
Partnerpensioen (Art. 21 Pensioenwet 2006). Voor erkenning als partner door pensioenfondsen zoals ABP, PFZW, BPFBouw, Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT) en bedrijfstakpensioenfondsen worden geregistreerde partners automatisch gelijkgesteld aan echtgenoten, zonder aanvullende aanmelding van de partner of notariele samenlevingsovereenkomst.
Afstammingsrechtelijke gevolgen (Art. 1:198 en 1:199 BW). Bij een tijdens het partnerschap geboren kind ontstaat automatisch juridische ouderschap voor de mannelijke partner van de moeder ex artikel 1:199 BW. Voor twee vrouwelijke geregistreerd partners geldt het ex lege ouderschap voor de duo-moeder onder voorwaarden ex artikel 1:198 BW (anonieme zaaddonor, geen rechten voor zaaddonor). Gezamenlijk ouderlijk gezag ex Art. 1:251 BW ontstaat eveneens automatisch.
Beeindiging (Art. 1:80c BW). Het partnerschap kan worden beeindigd door: overlijden, omzetting in een huwelijk via een omzettingsakte bij de burgerlijke stand ex Art. 1:80g BW, beeindiging in onderlinge overeenstemming bij notariele akte met inschrijving in de registers van de burgerlijke stand (alleen mogelijk indien er geen minderjarige kinderen zijn), of door ontbinding door de Rechtbank op verzoek van een of beide partners bij duurzame ontwrichting (vergelijkbaar met echtscheiding ex Art. 1:151 BW). Voor partners met minderjarige kinderen is altijd een rechterlijke uitspraak vereist met ouderschapsplan ex artikel 1:252a BW.
Inschrijving en publicatie. De ambtenaar van de burgerlijke stand verwerkt de registratie in de gemeentelijke registers en doet melding aan de Basisregistratie Personen (BRP), de Belastingdienst, het Kadaster bij vastgoedeigendom, en op grond van de wettelijke koppeling aan pensioenfondsen via de Stichting Pensioenregister.
Veelgemaakte fouten bij uw Geregistreerd Partnerschap
Bij de aangifte en registratie van een Nederlands geregistreerd partnerschap worden door particulieren regelmatig fouten gemaakt die tot vertraging, weigering of nadelige rechtsgevolgen leiden.
Fout 1 — Onvolledige documenten bij buitenlandse partners. Buitenlandse partners moeten een gelegaliseerde geboorteakte met apostille of via legalisatieketen overleggen, plus een ongehuwdverklaring (M46) van maximaal zes maanden oud uit het land van herkomst. Veel partners onderschatten de doorlooptijd voor legalisatie via consulaten en ministerie van Buitenlandse Zaken (vaak vier tot acht weken). Goede praktijk is documenten minimaal drie maanden voor de aangifte aanvragen.
Fout 2 — Geen notariele partnerschapsvoorwaarden bij ongelijke vermogensposities. Sinds 1 januari 2018 geldt automatisch de beperkte gemeenschap van goederen ex Art. 1:94 BW. Partners met grote vermogensverschillen of een eigen onderneming moeten via notariele partnerschapsvoorwaarden ex artikel 1:114 BW kiezen voor uitsluiting van iedere gemeenschap (koude uitsluiting) of een verrekenbeding. Zonder partnerschapsvoorwaarden ontstaan bij beeindiging vermijdbare verdelingen van bedrijfsvermogen, schulden of waardestijgingen.
Fout 3 — Geen testament naast geregistreerd partnerschap. Hoewel geregistreerde partners op grond van Art. 4:10 BW automatisch wettelijk erfgenaam zijn met de wettelijke verdeling ex Art. 4:13 BW (alle vermogen naar de langstlevende partner met vorderingsrecht voor kinderen tot meerderjarigheid), wensen veel partners aanvullende regelingen: legaten aan kleinkinderen, uitsluitingsclausule voor schoondochter of -zoon (anti-Telders bepaling), of regelingen voor bedrijfsopvolging. Een aanvullend notarieel testament regelt dit voor 300 tot 600 euro.
Fout 4 — Vergeten gevolgen bij ouder kind uit eerdere relatie. Voor partners met kinderen uit een eerdere relatie ontstaat door de wettelijke verdeling ex Art. 4:13 BW een vorderingsrecht van die kinderen op het vermogen van de overleden ouder, opeisbaar bij overlijden van de stiefouder of bij beeindiging van de samenleving. Bij grote vermogens of bedrijfsvermogen is voorafgaande planning via testament en partnerschapsvoorwaarden essentieel.
Fout 5 — Onjuiste naamskeuze of geen naamskeuze. Op grond van artikel 1:9 BW kunnen partners kiezen voor behoud eigen naam, naam van de andere partner, of een combinatie. Wijziging na de registratie kan alleen via notarisakte en aanpassing in de BRP voor circa 200 tot 400 euro. Tip: bij beeindiging van het partnerschap kunnen partners de naam van de ex-partner blijven gebruiken (Art. 1:9 lid 2 BW) tot een eventueel nieuw huwelijk of partnerschap.
Fout 6 — Late aanmelding bij pensioenfonds bij omzetting. Voor partners met partnerschapspensioen bij een pensioenfonds (anders dan automatisch via wettelijke koppeling) moeten bij wijziging van burgerlijke staat (bijvoorbeeld omzetting naar huwelijk) de gegevens bij het pensioenfonds binnen de aanmeldingstermijn worden geactualiseerd. Late aanmelding kan tot verlies van partnerpensioen leiden.
Fout 7 — Geen omzetting naar huwelijk als gewenst voor buitenland. Voor partners die later in het buitenland willen wonen of werken (vooral buiten de Europese Unie) kan het verstandig zijn om het geregistreerd partnerschap om te zetten in een huwelijk via omzettingsakte ex artikel 1:80g BW. Het huwelijk wordt internationaal beter erkend dan het geregistreerd partnerschap, dat in veel landen niet bekend is of niet juridisch wordt erkend.
Fout 8 — Vergeten ouderschapsplan bij minderjarige kinderen. Bij beeindiging van een partnerschap met minderjarige kinderen is altijd een rechterlijke uitspraak vereist met ouderschapsplan ex artikel 1:252a BW met afspraken over zorgverdeling, alimentatie en informatie- en consultatieplicht. De notariele route ex Art. 1:80c BW is in dat geval niet beschikbaar; de partners moeten de Rechtbank inschakelen via advocaten.
Fout 9 — Onbekendheid met fiscale gevolgen. Veel partners denken dat het geregistreerd partnerschap fiscaal voordeliger of nadeliger is dan het huwelijk. In werkelijkheid zijn de fiscale gevolgen vrijwel identiek op grond van Art. 1.2 Wet IB 2001 voor inkomstenbelasting en Art. 32 Successiewet voor erf- en schenkbelasting. Vraag een belastingadviseur of de Belastingdienst om voorbeeldberekening.
Fout 10 — Onvoldoende getuigen of ongeldige getuigen. Op grond van Art. 1:67 BW zijn twee tot vier meerderjarige getuigen vereist. Getuigen moeten meerderjarig zijn (18 jaar of ouder) en zich bij de plechtigheid kunnen legitimeren met een geldig identiteitsbewijs. Minderjarige neven of nichtjes als getuigen worden door de ambtenaar geweigerd; eventueel kan een gemeente eigen getuigen leveren voor circa 50 tot 100 euro per getuige.
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Geregistreerd Partnerschap (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/personal/family/partnerschapsregistratie
"Geregistreerd Partnerschap (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/personal/family/partnerschapsregistratie.
@misc{formslegal-partnerschapsregistratie,
author = {{Forms Legal}},
title = {Geregistreerd Partnerschap (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/personal/family/partnerschapsregistratie}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
Het geregistreerd partnerschap en het burgerlijk huwelijk in Nederland zijn op grond van Art. 1:80b BW vrijwel gelijk in rechtsgevolgen: beide kennen de beperkte gemeenschap van goederen ex Art. 1:94 BW (sinds 2018), wettelijk erfrecht ex Art. 4:10 BW, automatisch partnerpensioen ex Art. 21 Pensioenwet 2006, en fiscaal partnerschap ex Art. 1.2 Wet IB 2001. De verschillen liggen op vier punten. Ten eerste de procedure bij beeindiging: een geregistreerd partnerschap kan op grond van Art. 1:80c BW in onderlinge overeenstemming worden beeindigd via een notariele beeindigingsovereenkomst met inschrijving in de registers van de burgerlijke stand, zonder gerechtelijke procedure, mits er geen minderjarige kinderen zijn. Voor een echtscheiding is altijd een uitspraak van de Rechtbank vereist met advocaten en circa zes tot twaalf maanden doorlooptijd. Ten tweede de ceremonie: voor het huwelijk geldt de wettelijke vraag ex artikel 1:67 BW (jawoord); voor het partnerschap is een eenvoudiger verklaring voldoende. Ten derde de naamgeving: het huwelijk wordt internationaal universeel erkend, het partnerschap niet in alle landen. Ten vierde de afstamming: de regels voor automatisch juridisch ouderschap ex artikel 1:199 BW (mannelijke partner van de moeder) en ex artikel 1:198 BW (duo-moeder bij twee vrouwelijke partners) zijn vergelijkbaar maar niet exact identiek aan die voor het huwelijk.
Het proces van aangifte tot registratie van een Nederlands geregistreerd partnerschap duurt minimaal twee weken en maximaal een jaar. De wettelijke termijn van veertien dagen tussen aangifte (ondertrouw) en registratie volgt uit Art. 1:43 BW van overeenkomstige toepassing en geeft de ambtenaar van de burgerlijke stand tijd om de stukken te toetsen en eventuele bezwaren of huwelijksbeletselen te onderzoeken. In praktijk hangt de doorlooptijd ook af van de beschikbaarheid van een datum en locatie bij de gewenste gemeente: in grote steden zoals Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht zijn populaire data en tijden (zaterdagochtend, externe locaties) vaak zes tot twaalf maanden vooruit volgeboekt. Voor buitenlandse partners geldt aanvullend een doorlooptijd voor het verkrijgen van gelegaliseerde documenten (geboorteakte met apostille, M46-ongehuwdverklaring) uit het land van herkomst, wat vaak vier tot acht weken extra kost. Maximale termijn tussen aangifte en registratie is een jaar op grond van Art. 1:46 BW van overeenkomstige toepassing; bij overschrijding van die termijn vervalt de aangifte en moet opnieuw aangifte worden gedaan. Voor partners die snel willen kan een eenvoudige registratie op een doordeweekse ochtend in het stadhuis vaak binnen drie tot vier weken na aangifte plaatsvinden, voor kosten van gemiddeld 0 tot 300 euro afhankelijk van de gemeente.
De kosten van een Nederlands geregistreerd partnerschap varieren per gemeente en hangen af van de gekozen datum, tijd, locatie en aanvullende diensten. Een basis-registratie op een doordeweekse ochtend in het stadhuis is in veel gemeenten gratis of voor een symbolisch bedrag van 0 tot 200 euro. Een registratie op zaterdag of in de avond, op een externe trouwlocatie van de gemeente of met aanvullende ceremoniele diensten (zoals een persoonlijk welkomstwoord, muziek, foto) varieert van 250 tot 1.500 euro afhankelijk van de gemeente en de gekozen opties. In Amsterdam bedraagt de basisprijs op zaterdag circa 750 euro, in kleinere gemeenten 300 tot 500 euro. Voor partners met buitenlandse achtergrond gelden aanvullende leges voor documentbeoordeling van circa 80 tot 200 euro. De getuigen leveren de partners zelf (geen kosten); indien de partners geen getuigen hebben kan de gemeente getuigen leveren voor circa 50 tot 100 euro per getuige. Notariele partnerschapsvoorwaarden ex artikel 1:114 BW kosten 400 tot 1.000 euro inclusief btw. Een aanvullend notarieel testament voor erfrechtplanning kost 300 tot 600 euro. Een internationaal afschrift van de partnerschapsakte (meertalig op grond van de Conventie van Wenen 1976) kost circa 25 tot 50 euro per stuk.
Een Nederlands geregistreerd partnerschap kan op grond van Art. 1:80g BW worden omgezet in een huwelijk via een omzettingsakte bij de burgerlijke stand, zonder dat het partnerschap eerst hoeft te worden beeindigd. De omzetting is een eenvoudige procedure: beide partners verschijnen op afspraak bij de ambtenaar van de burgerlijke stand met geldige identiteitsbewijzen, ondertekenen de omzettingsakte, en het partnerschap wordt vanaf de datum van ondertekening voortgezet als huwelijk. Er hoeven geen getuigen aanwezig te zijn en geen aangiftetermijn geldt. De kosten bedragen 90 tot 250 euro afhankelijk van de gemeente. Het gevolg is dat alle rechten en plichten van het partnerschap (inclusief de partnerschapsvoorwaarden en het opgebouwde gemeenschappelijke vermogen) zonder onderbreking worden voortgezet binnen het huwelijk. De omgekeerde route — omzetting van huwelijk in geregistreerd partnerschap — is sinds 1 maart 2009 niet meer mogelijk op grond van de Wet van 2008. Een echtscheiding gevolgd door registratie als nieuwe geregistreerd partnerschap is wel mogelijk maar vereist eerst de volledige echtscheidingsprocedure via de Rechtbank met advocaat. Omzetting van huwelijk naar partnerschap wordt overigens ook fiscaal en pensioenrechtelijk niet aanbevolen, omdat de wettelijke gevolgen vrijwel identiek zijn.
Het Nederlands geregistreerd partnerschap heeft uitgebreide fiscale gevolgen die vrijwel identiek zijn aan die van het huwelijk. Op grond van Art. 1.2 Wet IB 2001 zijn geregistreerd partners automatisch fiscaal partner voor de inkomstenbelasting zonder aanvullende voorwaarden zoals een notariele samenlevingsovereenkomst of pensioenpartnerregistratie. Dit geeft toegang tot: gezamenlijke aangifte, optimale verdeling van inkomensbestanddelen tussen beide partners (bijvoorbeeld pensioenpremie-aftrek bij de hoogstbelaste partner), hypotheekrenteaftrek over het gezamenlijke woningvermogen, optimale verdeling van box 3-vermogen tussen beide partners voor benutting van de jaarlijkse heffingvrije voet, en gezamenlijke aftrek van uitgaven voor levensonderhoud kinderen. Voor de erfbelasting op grond van Art. 32 Successiewet 1956 geldt de hoge partnervrijstelling van circa 800.000 euro (2026) — gelijk aan die voor gehuwde partners. Voor schenkingen tijdens leven geldt een hogere jaarlijkse vrijstelling van circa 7.000 euro (2026) en de eenmalige vrije schenking van circa 30.000 euro voor wonings- of studievoor doeleinden. Voor de overdrachtsbelasting bij vastgoed kunnen partners op grond van artikel 15 lid 1 onder b Wet op belastingen van rechtsverkeer onbelast vastgoed aan elkaar overdragen bij beeindiging van het partnerschap of bij verdeling. Een belastingadviseur of de Belastingdienst kan voorbeeldberekeningen voor uw specifieke situatie maken.
Bij een Nederlands geregistreerd partnerschap worden de partners automatisch erkend als partner voor het partnerpensioen door pensioenfondsen op grond van Art. 21 Pensioenwet 2006, zonder aanvullende aanmelding bij het pensioenfonds of notariele samenlevingsovereenkomst. Dit geldt voor pensioenfondsen zoals ABP (ambtenaren), PFZW (zorg en welzijn), BPFBouw (bouw), Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT), Pensioenfonds Detailhandel en bedrijfstakpensioenfondsen, alsmede voor bedrijfspensioenregelingen onder het reglement van de werkgever. Bij overlijden van een van de partners ontvangt de langstlevende automatisch partnerpensioen op grond van het pensioenreglement, mits aan de geldigheidsvoorwaarden is voldaan (vaak: minimumduur dienstverband, geen wachttijdregeling). Bij beeindiging van het partnerschap door ontbinding ex Art. 1:80c BW of door notariele beeindigingsovereenkomst krijgt elke partner op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps) recht op de helft van het tijdens het partnerschap opgebouwde ouderdomspensioen van de andere partner. Partners kunnen hiervan afwijken door in een notariele scheidingsovereenkomst een afwijkende verdeling overeen te komen (Art. 11 Wvps). Voor pensioenpartnerverklaringen bij overlijden buiten de wettelijke koppeling is melding via het Stichting Pensioenregister (mijnpensioenoverzicht.nl) raadzaam.
Een Nederlands geregistreerd partnerschap kan worden beeindigd via twee routes, afhankelijk van of er minderjarige kinderen zijn. Indien er geen minderjarige kinderen zijn, kunnen partners op grond van Art. 1:80c lid 1 sub c BW in onderlinge overeenstemming het partnerschap beeindigen via een notariele beeindigingsovereenkomst zonder gerechtelijke procedure. De partners ondertekenen bij een Nederlandse notaris een beeindigingsovereenkomst met afspraken over verdeling van het gemeenschappelijke vermogen, eventuele partneralimentatie, woonregeling en pensioenrechten. De notaris zorgt voor inschrijving in de registers van de burgerlijke stand binnen drie maanden na ondertekening. Het partnerschap eindigt op het moment van inschrijving. Doorlooptijd: circa drie tot zes weken; kosten: 800 tot 2.500 euro afhankelijk van complexiteit. Indien er minderjarige kinderen zijn, is altijd een rechterlijke uitspraak vereist met ouderschapsplan ex artikel 1:252a BW met afspraken over zorgverdeling, alimentatie, gezag, en informatie- en consultatieplicht. De partners moeten via advocaten een gezamenlijk of eenzijdig verzoekschrift indienen bij de Rechtbank, sector familierecht, met doorlooptijd van circa zes tot twaalf maanden en kosten van 2.000 tot 7.500 euro per partner afhankelijk van advocaatkeuze en complexiteit. Daarnaast kan het partnerschap automatisch eindigen door overlijden van een van de partners of door omzetting in een huwelijk via een omzettingsakte ex artikel 1:80g BW.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Samenlevingsovereenkomst
Notariele of onderhandse overeenkomst tussen ongehuwde of niet-geregistreerde partners die gezamenlijk een huishouden voeren, op grond van Art. 6:217 BW (contractsvrijheid) en Art. 1:86 BW (samenwoning).
Huwelijkse Voorwaarden
Notariele akte waarin echtgenoten afwijken van de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen op grond van BW 1:114 t/m 1:119 en de Wet op het notarisambt (Wna).
Echtscheidingsconvenant (Nederland)
Echtscheidingsconvenant ex artikel 1:150 BW met afspraken over partneralimentatie (BW 1:157), pensioenverevening (Wet VPS), verdeling huwelijksgemeenschap (BW 1:100) en echtelijke woning. Klaar voor indiening bij de Rechtbank.
Testament (Nederland)
Notarieel Testament ex artikel 4:42 BW met aanwijzing erfgenamen, legaten, executeur (artikel 4:142 BW), voogd (artikel 1:292 BW) en eventuele tweetrapsmaking. Voor registratie bij Centraal Testamentenregister CTR via Notaris.
Ouderschapsplan
Wettelijk verplicht plan bij echtscheiding, beeindiging geregistreerd partnerschap of beeindiging samenleving met minderjarige kinderen op grond van BW 1:252a en de Wet bevordering voortgezet ouderschap 2009.