Ouderschapsplan
BW Art. 1:252a; Wet bevordering voortgezet ouderschap 2009; BW Art. 1:247, 1:377a-b
OUDERSCHAPSPLAN
ex artikel 1:252a BW; Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding 2009; artikel 815 Rv (verplichte bijlage bij echtscheidingsverzoek)
Type beeindiging: [Type Beeindiging]
Datum beeindiging: [Datum Beeindiging]
Ouders
OUDERS
Ouder 1:
Naam: [Ouder1 Naam]
Geboortedatum: [Ouder1 Geboortedatum]
Adres: [Ouder1 Adres]
BSN: [Ouder1 B S N]
Beroep en inkomen: [Ouder1 Beroep]
Ouder 2:
Naam: [Ouder2 Naam]
Geboortedatum: [Ouder2 Geboortedatum]
Adres: [Ouder2 Adres]
BSN: [Ouder2 B S N]
Beroep en inkomen: [Ouder2 Beroep]
Minderjarige Kinderen
MINDERJARIGE KINDEREN
[Kinderen]
Art. 1 — Gezagsregeling
ART. 1 — GEZAGSREGELING
Gezag: [Gezags Regeling]
Op grond van artikel 1:251a BW is gezamenlijk gezag uitgangspunt na echtscheiding tenzij de Rechtbank anders beslist.
Art. 2 — Zorgverdeling
ART. 2 — ZORGVERDELING EN OMGANGSREGELING
Zorgmodel: [Zorgmodel]
Concrete schema:
[Zorgverdeling Detail]
Art. 3 — Vakantieregeling en Bijzondere Dagen
ART. 3 — VAKANTIEREGELING EN BIJZONDERE DAGEN
Schoolvakanties:
[Vakantieregeling]
Verjaardagen en bijzondere dagen:
[Bijzondere Dagen]
Art. 4 — Kinderalimentatie
ART. 4 — KINDERALIMENTATIE
Berekening volgens Tremanormen op basis van NIBUD-behoefte en draagkracht beide ouders.
Vastgestelde behoefte: [Behoefte Kinderen]
Te betalen alimentatie: [Alimentatie Bedrag]
Indexering ex Art. 1:402a BW: [Indexering]
Art. 5 — Verdeling Bijzondere Kosten
ART. 5 — VERDELING BIJZONDERE KOSTEN
Verdelingsmethode: [Verdeling Bijzonder]
Opsomming en afrekeningsmethode:
[Bijzondere Kosten Opsomming]
Art. 6 — Kindgebonden Budget en Kortingen
ART. 6 — KINDGEBONDEN BUDGET EN KORTINGEN
[Kindgebonden Budget]
Art. 7 — Informatie- en Consultatieplicht
ART. 7 — INFORMATIE- EN CONSULTATIEPLICHT (Art. 1:377b BW)
[Informatie Afspraken]
Art. 8 — Geschiloplossing en Evaluatie
ART. 8 — GESCHILOPLOSSING EN EVALUATIE
Geschilprocedure: [Geschil Procedure]
Evaluatiefrequentie: [Evaluatie]
Bij geschil dat niet wordt opgelost via mediation kan iedere ouder zich wenden tot de Rechtbank (sector familierecht) ex artikel 1:253a BW. Voor kinderen vanaf 12 jaar geldt hoorrecht ex artikel 1:377g BW.
ONDERTEKENING
Plaats: [Plaats Ondertekening]
Datum: [Datum Ondertekening]
Ouder 1: [Ouder1 Naam]
Handtekening: _________________________
Ouder 2: [Ouder2 Naam]
Handtekening: _________________________
Dit ouderschapsplan wordt als bijlage bij het echtscheidingsverzoek (Art. 815 Rv) of beeindigingsverzoek geregistreerd partnerschap ingediend bij de Rechtbank van het arrondissement van de woonplaats van Ouder 1 of Ouder 2. Voor zaken met internationaal element (een ouder verhuist naar het buitenland) is overleg met een gespecialiseerd familierecht-advocaat noodzakelijk; van toepassing zijn de Verordening Brussel II-bis (2201/2003) en het Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980.
Ouder 1
________________
Signature
Ouder 2
________________
Signature
Wat is Ouderschapsplan?
Het ouderschapsplan in Nederland is een wettelijk verplicht document dat ouders moeten opstellen bij echtscheiding, beeindiging van een geregistreerd partnerschap of beeindiging van een samenleving wanneer zij gezamenlijk minderjarige kinderen hebben en gezamenlijk gezag uitoefenen op grond van artikel 1:247 BW. De juridische grondslag ligt in artikel 1:252a BW (ingevoegd door de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding) die per 1 maart 2009 in werking trad.
De wetgever heeft het ouderschapsplan ingevoerd om bij scheiding of beeindiging van de relatie de belangen van de kinderen voorop te stellen en het verlies van een ouder zo veel mogelijk te beperken. De Rechtbank verklaart een echtscheidingsverzoek of een verzoek tot beeindiging van geregistreerd partnerschap niet-ontvankelijk indien er minderjarige kinderen zijn en er geen ouderschapsplan is opgesteld (Art. 815 Rv). Voor samenwoners die het gezamenlijk gezag uitoefenen bestaat sinds 2009 dezelfde plicht tot ouderschapsplan bij beeindiging van de samenleving.
Het ouderschapsplan regelt drie hoofdthema's voor de minderjarige kinderen na de scheiding of beeindiging: de zorgverdeling (waar wonen de kinderen wanneer, hoe is de omgangsregeling), de financiele kant (kinderalimentatie, kindgebonden budget, kosten van de kinderen, premie zorgverzekering, schoolkosten), en de informatie- en consultatieplicht op grond van artikel 1:377b BW (hoe blijven beide ouders geinformeerd over school, gezondheid en belangrijke beslissingen).
In de praktijk wordt het ouderschapsplan vaak samen met het echtscheidingsconvenant opgesteld door de partijen zelf onder begeleiding van een familierechtelijke advocaat of een mediator die is aangesloten bij de Vereniging van Familierecht Advocaten Scheidingsmediators (vFAS) of de Mediatorsfederatie Nederland (MfN). Bij gezamenlijk verzoek tot echtscheiding wordt het ouderschapsplan tegelijk met het verzoek ingediend bij de Rechtbank. Bij eenzijdig verzoek moet de verzoekende ouder aantonen dat de wederpartij is uitgenodigd om mee te werken aan een ouderschapsplan; bij weigering kan de Rechtbank op grond van artikel 1:253a BW een ouderschapsplan opleggen.
De Wet bevordering voortgezet ouderschap 2009 introduceerde drie kernprincipes die de basis vormen voor het ouderschapsplan. Allereerst de gelijkwaardigheid van beide ouders na scheiding: beide ouders behouden in beginsel het ouderlijk gezag en de verantwoordelijkheid voor de opvoeding. Ten tweede de bevordering van het voortgezet ouderschap: de wet stimuleert dat beide ouders na scheiding actief betrokken blijven bij het leven van het kind. Ten derde de zorgvuldige scheiding: voor de Rechtbank moet duidelijk zijn dat de gevolgen voor de kinderen zijn doordacht en overeengekomen.
Het ouderschapsplan kan tijdens de looptijd worden gewijzigd in onderling overleg tussen de ouders, met inschrijving bij de Rechtbank indien substantieel gewijzigd. Bij geschil over de uitvoering of wijziging kan iedere ouder zich wenden tot de Rechtbank (sector familierecht) ex artikel 1:253a BW; bij voorkeur eerst via mediation door een vFAS- of MfN-mediator. Voor situaties met een internationale dimensie (een ouder verhuist naar het buitenland) geldt aanvullend de Verordening Brussel II-bis (Verordening 2201/2003) en de Wet uitvoering Verdrag inzake internationale kinderontvoering 1990 (Haags Kinderontvoeringsverdrag). Verwante documenten zijn het Echtscheidingsconvenant en de Samenlevingsovereenkomst.
Wanneer heeft u Ouderschapsplan nodig?
Het ouderschapsplan in Nederland is wettelijk verplicht in een aantal duidelijk omschreven situaties waarin ouders met gezamenlijk gezag over minderjarige kinderen hun relatie beeindigen.
Echtscheidingsverzoek bij Rechtbank: gehuwden die een echtscheidingsverzoek indienen bij de Rechtbank (sector familierecht) en die gezamenlijk minderjarige kinderen hebben, zijn op grond van artikel 815 Rv verplicht een ouderschapsplan bij te voegen. Zonder ouderschapsplan verklaart de Rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk. Per 1 maart 2009 geldt deze plicht voor alle echtscheidingsverzoeken; eerder was het ouderschapsplan slechts wenselijk maar niet verplicht.
Beeindiging geregistreerd partnerschap: geregistreerde partners met minderjarige kinderen die hun partnerschap willen beeindigen via de Rechtbank (Art. 1:80c BW) moeten eveneens een ouderschapsplan opstellen op grond van Art. 815 Rv. Voor beeindiging buitengerechtelijk via een notaris (mogelijk indien geen minderjarige kinderen) komt deze plicht niet aan de orde.
Beeindiging samenleving met gezamenlijk gezag: ongehuwde samenwoners die het gezamenlijk gezag uitoefenen over hun gezamenlijke kinderen (op grond van Art. 1:252 BW na inschrijving in het gezagsregister bij de Rechtbank) zijn bij beeindiging van de samenleving eveneens verplicht een ouderschapsplan op te stellen. Zonder gezamenlijk gezag geldt deze plicht niet, maar wel een morele en pedagogische plicht tot regeling van de omgang.
Wijziging na eerdere echtscheiding: ouders die na hun echtscheiding een eerder ouderschapsplan wensen te wijzigen vanwege gewijzigde omstandigheden (verhuizing van een ouder, opgroeien van het kind met andere wensen, nieuwe relatie, baanverlies of nieuwe baan) kunnen in onderling overleg een aangepast ouderschapsplan opstellen. Bij substantiele wijzigingen is aanmelding bij de Rechtbank aan te raden voor rechtsgeldigheid.
Beeindiging samenwoning zonder huwelijk: voor ouders die nooit getrouwd zijn en geen geregistreerd partnerschap hebben gesloten, maar wel gezamenlijk gezag uitoefenen na erkenning van het kind, geldt bij beeindiging van de samenleving de plicht tot ouderschapsplan. Veel ouders denken ten onrechte dat zonder huwelijk geen ouderschapsplan nodig is; dit is onjuist sinds de Wet bevordering voortgezet ouderschap 2009.
Geschil over gezag of omgang: bij conflicten tussen ouders over gezag of omgang met de kinderen kan iedere ouder zich wenden tot de Rechtbank ex artikel 1:253a BW. De Rechtbank kan een ouderschapsplan opleggen indien de ouders er onderling niet uitkomen, eventueel na inschakeling van een gezinsvoogd via Bureau Jeugdzorg of een vFAS-mediator voor onderhandelingsbegeleiding.
Internationale dimensie (kind met dubbele nationaliteit): bij scheiding waarbij een ouder naar het buitenland wenst te verhuizen met de kinderen, of bij gemengde huwelijken, moet het ouderschapsplan voldoen aan het Internationale privaatrecht. De Verordening Brussel II-bis (Verordening 2201/2003) regelt welke rechter bevoegd is en welk recht van toepassing is. Verhuizing van een ouder met de kinderen naar het buitenland vereist toestemming van de andere ouder of een rechterlijk vervangende toestemming, anders is sprake van internationale kinderontvoering ex het Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980.
Na het 18e jaar van het kind: voor meerderjarige kinderen die nog studeren of onderhoudsbehoeftig zijn geldt de verlengde kinderalimentatieplicht ex artikel 1:392 BW tot 21 jaar. De afspraken hierover kunnen in het ouderschapsplan worden opgenomen of in een aparte alimentatieovereenkomst worden vastgelegd.
Wat moet er in uw Ouderschapsplan staan?
Het ouderschapsplan naar Nederlands recht moet de volgende essentiele elementen bevatten om aan de wettelijke vereisten van artikel 1:252a BW te voldoen en bruikbaar te zijn voor indiening bij de Rechtbank in het kader van het echtscheidingsverzoek of beeindigingsverzoek.
Identificatie van beide ouders: volledige voornamen, achternaam, geboortedatum, geboorteplaats, Burgerservicenummer (BSN), woonadres conform de Basisregistratie Personen (BRP), en huidige burgerlijke staat (gehuwd, gescheiden, geregistreerd partner, samenwonend, alleenstaand na beeindiging). Vermeld de datum van het huwelijk of de aanvang van de samenleving, en de datum van het echtscheidingsverzoek of beeindiging.
Identificatie van de minderjarige kinderen: voor ieder gezamenlijk kind: volledige voornamen, achternaam, geboortedatum, geboorteplaats, BSN, en huidige woonadres (in welk gezin het kind hoofdverblijf heeft of zal hebben).
Gezag en hoofdverblijf: vermelding wie het ouderlijk gezag uitoefent (gezamenlijk of een van de ouders eenzijdig op grond van Art. 1:251a BW), en bij welke ouder het kind hoofdverblijf heeft (BRP-adres voor inschrijving). Sinds de Wet bevordering voortgezet ouderschap 2009 is het uitgangspunt voortzetting van gezamenlijk gezag tenzij dit niet in het belang van het kind is.
Zorgverdeling: gedetailleerde regeling van de tijd die de kinderen bij iedere ouder doorbrengen. Mogelijke modellen: traditioneel (kind woont bij een ouder met weekendomgang en vakantieregeling bij de ander), co-ouderschap (kind woont in gelijke mate bij beide ouders, vaak in week op-week af of in 5-2-2-5 regeling), of een tussenvariant met meerdere doordeweekse contactmomenten. Vermeld concrete data, ophaaltijden en breng-en-haalafspraken.
Vakantieregeling: verdeling van schoolvakanties (zomer, herfst, kerst, krokus, mei) en bijzondere dagen (verjaardagen kinderen, verjaardagen ouders, Sinterklaas, Kerst, Pasen, Koningsdag). Gangbaar is wisseling per jaar of een vaste regeling (oneven jaren bij ouder A, even jaren bij ouder B).
Kinderalimentatie: berekening van de kinderalimentatie volgens de Tremanormen (rekenformule van de Trema, vereniging van familierechters). Vermeld het bruto-inkomen van beide ouders volgens jaaropgaven van de Belastingdienst, de behoeften van het kind volgens NIBUD-normen, en de draagkracht van beide ouders. Bedrag in euros per kind per maand, met indexering jaarlijks per 1 januari (Wettelijke indexering Art. 1:402a BW).
Verdeling kosten van de kinderen: naast de basis-kinderalimentatie de verdeling van bijzondere kosten zoals: schoolgeld, schoolreizen, schoolboeken, kleding, fiets, hobby's, sport, muzieklessen, bril, beugel, premie zorgverzekering (basispakket en aanvullend), eigen risico, en kinderopvang. Vermeld de verdelingssleutel (naar rato van inkomen, 50/50) en de wijze van afrekening.
Kindgebonden budget en heffingskortingen: wie ontvangt het kindgebonden budget van de Belastingdienst (gaat naar de ouder bij wie het kind hoofdverblijf heeft op grond van Art. 1.4 Wet op de kinderopvang en kindgebonden budget), wie ontvangt de kinderbijslag van de SVB (gaat naar de ouder bij wie het kind woont), en wie geniet de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) op grond van de Wet IB 2001.
Informatie- en consultatieplicht (Art. 1:377b BW): regeling over hoe beide ouders worden geinformeerd over de schoolse vorderingen (rapporten, oudergesprekken), de gezondheid (artsbezoeken, vaccinaties, ziekenhuisopnamen), de sociale ontwikkeling, en belangrijke beslissingen (schoolkeuze, religieuze opvoeding, medische behandelingen). Vaak afgesproken: school stuurt beide ouders kopie van rapporten en uitnodigingen; huisarts informeert beide ouders bij ernstige zaken; ouder met hoofdverblijf overlegt vooraf met andere ouder bij belangrijke beslissingen.
Geschiloplossing: hoe ouders bij geschillen over de uitvoering of wijziging van het plan tot een oplossing komen. Standaardpraktijk: eerst mediation via een vFAS- of MfN-mediator, daarna eventueel de Rechtbank ex artikel 1:253a BW. forms-legal.com biedt het Nederlandse modelformat dat als basis dient voor mediation en juridisch advies bij een familierecht-advocaat of mediator niet vervangt. Verwante documenten zijn het Echtscheidingsconvenant voor financiele afwikkeling tussen ex-partners, de Samenlevingsovereenkomst voor ongehuwde samenwoners en de Huwelijkse voorwaarden voor de huwelijksperiode.
Hoe vult u uw Ouderschapsplan in?
Het invullen van een ouderschapsplan in Nederland verloopt via de volgende stappen, bij voorkeur onder begeleiding van een familierecht-advocaat of een mediator van de Vereniging van Familierecht Advocaten Scheidingsmediators (vFAS) of de Mediatorsfederatie Nederland (MfN).
Stap 1 — Identificatiegegevens van beide ouders invoeren. Volledige voornamen, achternaam, geboortedatum (formaat DD-MM-JJJJ), geboorteplaats, woonadres met postcode en gemeente, BSN (9-cijferig nummer), en huidige burgerlijke staat (gehuwd, gescheiden, geregistreerd partner, samenwonend, alleenstaand na beeindiging). Vermeld datum van huwelijk of aanvang samenleving en datum van het echtscheidingsverzoek of beeindiging.
Stap 2 — Identificatiegegevens van de minderjarige kinderen invoeren. Voor ieder kind: volledige voornamen, achternaam, geboortedatum, geboorteplaats, BSN (9-cijferig). Vermeld het toekomstige BRP-adres (bij welke ouder ingeschreven).
Stap 3 — Gezagsregeling formuleren. Standaard is gezamenlijk gezag voortgezet na scheiding op grond van artikel 1:251a BW. Eenzijdig gezag is uitzondering en moet door de Rechtbank worden opgelegd op grond van bijzondere omstandigheden (bedreigde ontwikkeling van het kind, ernstige conflicten). Vermeld waar het hoofdverblijf is voor BRP-inschrijving.
Stap 4 — Zorgverdeling vastleggen. Beschrijf concreet welke dagen van de week de kinderen bij iedere ouder zijn. Voorbeelden: traditioneel (kind woont door de week bij ouder A, weekenden om de week bij ouder B), co-ouderschap week op-week af, 5-2-2-5 (zondag-donderdag bij A, vrijdag-zaterdag bij B, zondag-maandag bij B, dinsdag-zaterdag bij A), of een hybride model. Vermeld ophaaltijden en breng-en-haalafspraken.
Stap 5 — Vakantieregeling formuleren. Verdeling schoolvakanties (zomer, herfst, kerst, krokus, mei) en bijzondere dagen (verjaardagen kinderen en ouders, Sinterklaas, Kerst, Pasen, Koningsdag). Praktisch: oneven jaren ouder A heeft eerste twee weken zomer, even jaren ouder B; Sinterklaas wisselen; Kerst eerste dag bij A, tweede dag bij B en wisselen volgend jaar.
Stap 6 — Kinderalimentatie berekenen volgens Tremanormen. Verzamel jaaropgaven van de Belastingdienst van beide ouders. Bepaal de behoefte van de kinderen volgens NIBUD-normen (gebaseerd op netto-inkomen, leeftijd kinderen en aantal kinderen). Bepaal de draagkracht van beide ouders volgens de Trema-tabellen. Het verschil bepaalt de kinderalimentatie. Bedrag in euros per kind per maand, met indexering jaarlijks per 1 januari op grond van artikel 1:402a BW (in 2026 circa 4 procent).
Stap 7 — Verdeling bijzondere kosten regelen. Naast basis-kinderalimentatie: schoolgeld, schoolreizen, schoolboeken, kleding, fiets, hobby's, sport, muzieklessen, bril, beugel, premie zorgverzekering basispakket, aanvullende verzekering, eigen risico, kinderopvang. Bepaal verdelingssleutel (naar rato van netto-inkomen, of 50/50) en wijze van afrekening (maandelijks via Tikkie, kwartaal-afrekening).
Stap 8 — Kindgebonden budget en kortingen regelen. Vermeld wie het kindgebonden budget van de Belastingdienst ontvangt (de ouder bij wie het kind hoofdverblijf heeft), wie de kinderbijslag van de SVB ontvangt (de ouder bij wie het kind woont), en wie de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) geniet (de ouder bij wie het kind hoofdverblijf heeft, mits arbeidsinkomen).
Stap 9 — Informatie- en consultatieplicht ex Art. 1:377b BW. Beschrijf hoe beide ouders geinformeerd worden over: school (oudergesprekken, rapporten, schoolkeuze), gezondheid (huisarts, tandarts, ziekenhuisbezoeken, vaccinaties), sociale ontwikkeling (hobby's, sport, vriendenkring), belangrijke beslissingen (medische ingrepen, schoolwisseling, religieuze opvoeding, verhuizing). Praktische afspraken: school stuurt beide ouders kopie van rapporten; ouder met hoofdverblijf overlegt vooraf met andere ouder bij belangrijke beslissingen.
Stap 10 — Geschiloplossing en wijzigingsclausule opnemen. Bepaal hoe bij geschillen over uitvoering of wijziging wordt gehandeld: eerst mediation via vFAS- of MfN-mediator, daarna eventueel Rechtbank ex artikel 1:253a BW. Vermeld evaluatiefrequentie (jaarlijks of bij grote veranderingen) en wijzigingsmechanisme. Onderteken het plan door beide ouders met datum (DD-MM-JJJJ), en dien het in bij de Rechtbank als bijlage bij het echtscheidingsverzoek.
Wettelijke vereisten voor Ouderschapsplan
Het ouderschapsplan in Nederland is onderworpen aan een aantal juridische vereisten op grond van het Burgerlijk Wetboek (BW Boek 1), het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en de Wet bevordering voortgezet ouderschap 2009.
Verplichting tot opstellen (Art. 1:252a BW en Art. 815 Rv). Voor gehuwden die scheiden, geregistreerd partners die het partnerschap beeindigen via de Rechtbank, en samenwoners met gezamenlijk gezag die hun samenleving beeindigen, is opstellen van een ouderschapsplan wettelijk verplicht zolang er minderjarige kinderen zijn. De Rechtbank verklaart een verzoekschrift niet-ontvankelijk indien geen ouderschapsplan is bijgevoegd. De plicht geldt sinds 1 maart 2009 (Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding).
Minimumelementen (Art. 1:252a lid 2 BW). Het ouderschapsplan moet ten minste afspraken bevatten over: (a) de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of de regeling van het recht op en de verplichting tot omgang, (b) de wijze waarop de ouders elkaar informeren en consulteren over gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van de minderjarige kinderen, en (c) de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen.
Vormvereiste. Voor het ouderschapsplan geldt geen wettelijk vormvereiste van een notariele akte. Een onderhands stuk ondertekend door beide ouders volstaat, mits het de minimumelementen bevat. In de praktijk wordt het ouderschapsplan vaak samen met het echtscheidingsconvenant opgesteld door een familierecht-advocaat of vFAS-mediator en als bijlage bij het echtscheidingsverzoek gevoegd.
Gezagsregeling (Art. 1:251 en 1:251a BW). Na scheiding behouden beide ouders in beginsel het gezamenlijk gezag dat zij tijdens het huwelijk hadden. Voor eenzijdig gezag moet de Rechtbank uitdrukkelijk anders beslissen op grond van bijzondere omstandigheden (bedreigde ontwikkeling van het kind, structurele conflicten waarbij de communicatie volledig is uitgesloten). De Hoge Raad heeft in vaste rechtspraak benadrukt dat gezamenlijk gezag het uitgangspunt is.
Kinderalimentatie (Art. 1:392 en 1:404 BW). Beide ouders zijn verplicht om naar draagkracht bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen tot 18 jaar, en in de kosten van levensonderhoud en studie tot 21 jaar voor jongmeerderjarigen die studeren of niet zelfvoorzienend zijn (Art. 1:395a BW). De berekening volgt de Tremanormen (rekensystematiek van de Trema, vereniging van familierechters) op basis van behoefte (NIBUD-normen) en draagkracht.
Indexering kinderalimentatie (Art. 1:402a BW). Kinderalimentatie wordt jaarlijks per 1 januari geindexeerd volgens een door het ministerie van Justitie bekendgemaakt percentage gebaseerd op de loonindexering (in 2026 circa 4 procent). De indexering verloopt automatisch en kan in het ouderschapsplan worden uitgesloten met expliciete clausule (zelden gedaan).
Informatie- en consultatieplicht (Art. 1:377b BW). De ouder die het gezag niet uitoefent heeft recht op informatie over de gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind. De ouder die het gezag wel uitoefent moet de andere ouder informeren en consulteren over belangrijke beslissingen. Bij niet-nakoming kan de Rechtbank een sanctie opleggen.
Mediation als voortraject (Art. 815 lid 6 Rv). De Rechtbank kan bij een echtscheidingsverzoek waarbij geen ouderschapsplan is opgesteld de partijen verwijzen naar een mediator alvorens het verzoek te behandelen. Mediation door een vFAS- of MfN-mediator is vaak goedkoper en sneller dan een procedure bij de Rechtbank.
Wijziging ouderschapsplan (Art. 1:253a BW). Iedere ouder kan een wijziging vragen bij de Rechtbank wegens gewijzigde omstandigheden (verhuizing, nieuwe baan, nieuwe partner, schoolwisseling kind, gezondheidsproblemen, conflicten). De Rechtbank toetst aan het belang van het kind en kan een nieuw ouderschapsplan opleggen of de afspraken wijzigen.
Internationale dimensie. Bij scheiding waarbij een ouder met de kinderen naar het buitenland wenst te verhuizen geldt de Verordening Brussel II-bis (Verordening 2201/2003) voor bevoegdheid en erkenning, en het Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980 voor terugkeer bij ongeoorloofde verhuizing zonder toestemming van de andere ouder. Voor zaken met internationaal element is overleg met een gespecialiseerd familierecht-advocaat noodzakelijk.
Veelgemaakte fouten bij uw Ouderschapsplan
Bij het opstellen van een ouderschapsplan in Nederland worden door ouders regelmatig fouten gemaakt die bij latere conflicten tot kostbare procedures bij de Rechtbank en tot belasting van de kinderen leiden.
Fout 1 — Te vage zorgverdeling. Een ouderschapsplan met de tekst de kinderen verblijven afwisselend bij beide ouders zonder concrete dagen, tijden of ophaalafspraken leidt tot voortdurende discussie en miscommunicatie. Goede praktijk is concrete schema's per week: bijvoorbeeld bij ouder A zondag 18:00 tot donderdag 8:30; bij ouder B donderdag 8:30 tot zondag 18:00; met benoemde ophaalpunten (school, sportclub, woning).
Fout 2 — Vergeten van vakantieregeling. Ouders die alleen de wekelijkse zorgverdeling regelen maar de schoolvakanties open laten, krijgen jaarlijks discussies over wie wanneer wat doet. Vermeld voor iedere vakantie (zomer, herfst, kerst, krokus, mei) de verdeling, eventueel wisselend per jaar. Verjaardagen kinderen en ouders en bijzondere dagen (Sinterklaas, Kerst, Pasen) afzonderlijk regelen.
Fout 3 — Kinderalimentatie buiten Tremanormen om. Sommige ouders spreken een vast maandbedrag af zonder berekening volgens de Tremanormen. Bij latere verandering van inkomen (baanverlies, promotie, ondernemerschap) ontstaan dan conflicten over herziening. Bereken altijd volgens de Tremanormen op basis van bruto-inkomen volgens jaaropgaven Belastingdienst en behoefte volgens NIBUD-normen; voor herziening bij grote inkomensverandering vraag de Rechtbank.
Fout 4 — Indexering uitsluiten zonder begrip van gevolgen. Sommige ouders denken dat het uitsluiten van de wettelijke indexering ex Art. 1:402a BW gunstig is. In werkelijkheid betekent dit dat de kinderalimentatie elk jaar in koopkracht daalt door inflatie (in 2026 circa 4 procent). Standaard is jaarlijkse indexering volgens het door het ministerie van Justitie bekendgemaakte percentage; uitsluiting alleen bij specifieke fiscale reden.
Fout 5 — Verdeling bijzondere kosten niet geregeld. Naast de basis-kinderalimentatie zijn er substantiele bijzondere kosten: schoolreizen, schoolboeken, sport, muzieklessen, bril, beugel, premie zorgverzekering, eigen risico, kinderopvang. Zonder afspraken over verdeling en afrekening hiervan ontstaan maandelijkse Tikkie-conflicten. Standaardpraktijk is verdeling naar rato van inkomen of 50/50, met digitale afrekening via Splitwise of WhatsApp-groep.
Fout 6 — Onduidelijke informatie- en consultatieregeling. Een algemene formulering wij houden elkaar op de hoogte van belangrijke zaken is onvoldoende concreet. Vermeld specifiek: school stuurt beide ouders kopie van rapporten en uitnodigingen voor oudergesprekken; ouder met hoofdverblijf overlegt vooraf met andere ouder bij beslissingen over schoolwisseling, medische ingrepen of religieuze opvoeding; gezamenlijk e-mailadres voor schoolzaken.
Fout 7 — Vergeten internationale dimensie bij verhuizing. Wanneer een ouder na scheiding overweegt naar het buitenland te verhuizen met de kinderen is toestemming van de andere ouder of een rechterlijke vervangende toestemming ex Art. 1:253a BW vereist. Zonder toestemming is sprake van internationale kinderontvoering ex het Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980, met terugkeerplicht op verzoek van de andere ouder. Neem in het ouderschapsplan een clausule op over substantiele verhuizing (meer dan 50 km).
Fout 8 — Geen evaluatiemechanisme. Een ouderschapsplan opgesteld bij echtscheiding sluit jaren later vaak niet meer aan bij de actuele situatie: kinderen worden ouder en hebben andere wensen, ouders krijgen nieuwe partners of nieuwe banen, schoolwisseling, gezondheidsproblemen. Goede praktijk is jaarlijkse evaluatie van het plan, met aanpassing in onderling overleg en eventueel hulp van een vFAS-mediator.
Fout 9 — Geen mediation-clausule voor geschillen. Zonder afspraak dat eerst mediation wordt geprobeerd voordat een procedure bij de Rechtbank wordt gestart, escaleren conflicten snel naar dure rechtszaken. Standaardclausule: bij geschil over uitvoering of wijziging starten ouders eerst een mediationtraject van minimaal twee sessies bij een vFAS- of MfN-mediator alvorens de Rechtbank te benaderen.
Fout 10 — Vergeten van afspraken voor jongmeerderjarigen. Voor jongmeerderjarigen (18 tot 21 jaar) die nog studeren of niet zelfvoorzienend zijn geldt verlengde kinderalimentatieplicht ex Art. 1:395a BW. Een ouderschapsplan dat alleen tot 18 jaar regelt mist de regeling voor de studieperiode. Neem expliciete clausule op: kinderalimentatie loopt door tot 21 jaar mits kind studeert volgens DUO-criteria of niet in eigen onderhoud kan voorzien.
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Ouderschapsplan (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/personal/family/ouderschapsplan
"Ouderschapsplan (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/personal/family/ouderschapsplan.
@misc{formslegal-ouderschapsplan,
author = {{Forms Legal}},
title = {Ouderschapsplan (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/personal/family/ouderschapsplan}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
Ja, een ouderschapsplan in Nederland is wettelijk verplicht voor gehuwden die scheiden, geregistreerd partners die het partnerschap beeindigen via de Rechtbank, en samenwoners met gezamenlijk gezag die hun samenleving beeindigen, zolang er minderjarige kinderen zijn. De plicht is vastgelegd in artikel 1:252a BW dat per 1 maart 2009 in werking trad als onderdeel van de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding. Procedureel staat de plicht in artikel 815 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv): de Rechtbank verklaart een verzoekschrift tot echtscheiding of beeindiging geregistreerd partnerschap niet-ontvankelijk indien geen ouderschapsplan is bijgevoegd. Voor samenwoners met gezamenlijk gezag op grond van artikel 1:252 BW geldt eveneens de plicht bij beeindiging van de samenleving. Voor samenwoners die geen gezamenlijk gezag hebben aangevraagd bij de Rechtbank bestaat geen wettelijke plicht maar wel een pedagogische verantwoordelijkheid. Het ouderschapsplan moet op grond van artikel 1:252a lid 2 BW ten minste afspraken bevatten over: zorgverdeling en omgangsregeling, informatie- en consultatieplicht tussen ouders, en kosten van verzorging en opvoeding. Zonder ouderschapsplan kan de Rechtbank de partijen verwijzen naar een vFAS- of MfN-mediator alvorens het echtscheidingsverzoek inhoudelijk te behandelen.
Op grond van artikel 1:252a lid 2 BW moet een Nederlands ouderschapsplan ten minste afspraken bevatten over drie hoofdthema's. Ten eerste de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of de omgangsregeling: hoe vaak en wanneer de kinderen bij iedere ouder verblijven, met concrete dagen, tijden, ophaalafspraken en wisselingsmomenten. Modellen varieren van traditioneel (kind woont bij een ouder met weekendomgang bij de ander) tot co-ouderschap (week op-week af of 5-2-2-5). Ten tweede de informatie- en consultatieplicht ex artikel 1:377b BW: hoe ouders elkaar informeren over gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind, waaronder schoolresultaten, oudergesprekken, gezondheidskwesties, medische ingrepen, religieuze opvoeding en schoolkeuze. Ten derde de kosten van verzorging en opvoeding: kinderalimentatie berekend volgens de Tremanormen op basis van behoefte volgens NIBUD-normen en draagkracht volgens jaaropgaven Belastingdienst, met indexering jaarlijks per 1 januari ex artikel 1:402a BW; verdeling van bijzondere kosten (schoolgeld, sport, muzieklessen, bril, beugel, premie zorgverzekering, kinderopvang); en regeling van kindgebonden budget van de Belastingdienst, kinderbijslag van de SVB en inkomensafhankelijke combinatiekorting. Daarnaast wordt in de praktijk vaak opgenomen: vakantieregeling, geschiloplossing via mediation, evaluatiemechanisme en clausule voor substantiele verhuizing.
Kinderalimentatie in Nederland wordt berekend volgens de Tremanormen, de rekensystematiek opgesteld door de Trema (Vereniging van Familierechters), die vrijwel uniform door alle Rechtbanken wordt toegepast. De berekening verloopt in vijf stappen. Stap 1: bepaling van de behoefte van de kinderen volgens de NIBUD-normen, gebaseerd op het netto gezinsinkomen ten tijde van het huwelijk of samenleving, leeftijd kinderen en aantal kinderen. Voor twee kinderen van 8 en 12 jaar bij gezinsinkomen 4.500 euro netto per maand bedraagt de behoefte circa 1.150 euro per maand. Stap 2: bepaling van de draagkracht van beide ouders op basis van bruto-inkomen volgens jaaropgaven van de Belastingdienst, met aftrek van vaste lasten (woonkosten, premie zorgverzekering, levensonderhoud volgens NIBUD-normen). Stap 3: verdeling van de behoefte over beide ouders naar rato van hun draagkracht, met de eigen consumptie van het kind bij iedere ouder als vermindering. Stap 4: aftrek van het kindgebonden budget van de Belastingdienst en de kinderbijslag van de SVB (die naar de ouder met hoofdverblijf gaan). Stap 5: vaststelling van de te betalen kinderalimentatie door de ouder waar het kind niet hoofdverblijf heeft aan de andere ouder, met indexering jaarlijks per 1 januari op grond van artikel 1:402a BW (in 2026 circa 4 procent). Voor exacte berekening biedt de website van de Raad voor Rechtsbijstand een Tremanormen-calculator; bij twijfel een familierecht-advocaat raadplegen.
Co-ouderschap en een omgangsregeling in Nederland zijn twee verschillende modellen van zorgverdeling na scheiding. Co-ouderschap betekent dat beide ouders ongeveer gelijke zorgtijd hebben met de kinderen, vaak in een week op-week af regeling, een 5-2-2-5 regeling, of een ander schema waarbij de kinderen in vergelijkbare mate bij beide ouders verblijven. Voor co-ouderschap is doorgaans nodig dat beide ouders dicht bij elkaar wonen (binnen 15 minuten reisafstand), goed communiceren over de opvoeding, en de financiele middelen hebben om beide woningen volledig in te richten als kindwoning. Voor de Belastingdienst kan bij co-ouderschap de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) bij beide ouders worden aangevraagd indien aan de voorwaarde van minimaal drie hele dagen per week wordt voldaan. Een omgangsregeling (klassiek model) betekent dat de kinderen hun hoofdverblijf hebben bij een ouder (vaak de moeder, maar steeds vaker de vader) en omgang hebben met de andere ouder op specifieke momenten, bijvoorbeeld weekenden om de week (vrijdagmiddag tot zondagavond) plus een doordeweekse middag, plus de helft van de schoolvakanties. Bij omgangsregeling ontvangt de ouder met hoofdverblijf het kindgebonden budget en de kinderbijslag; de andere ouder betaalt kinderalimentatie volgens de Tremanormen. De keuze hangt af van praktische omstandigheden (afstand, werktijden), wensen van de kinderen (vanaf 12 jaar wordt hun mening zwaar gewogen op grond van Art. 1:377g BW), en het belang van het kind.
Ja, een ouderschapsplan in Nederland kan worden gewijzigd op grond van gewijzigde omstandigheden, in onderling overleg tussen de ouders of door tussenkomst van de Rechtbank ex artikel 1:253a BW. Wijziging in onderling overleg is de meest gangbare route: de ouders stellen samen een nieuw ouderschapsplan of een addendum op, ondertekenen beide en bewaren het document. Bij substantiele wijzigingen (verhuizing van een ouder, schoolwisseling, ander zorgverdelingsmodel) is aanmelding bij de Rechtbank aan te raden voor rechtsgeldigheid en uitvoerbaarheid. Wijziging via de Rechtbank is nodig wanneer de ouders er onderling niet uitkomen. Iedere ouder kan op grond van artikel 1:253a BW een verzoek indienen bij de Rechtbank (sector familierecht) tot wijziging van de zorgverdeling, de kinderalimentatie of het gezag. De Rechtbank toetst aan het belang van het kind en kan een nieuw ouderschapsplan opleggen. Mediation als voortraject is aanbevolen en kan kosten besparen: een traject bij een vFAS- of MfN-mediator kost gemiddeld 1.500 tot 4.000 euro, een procedure bij de Rechtbank al snel 5.000 tot 15.000 euro per ouder met inschakeling van een familierecht-advocaat. Gangbare aanleidingen voor wijziging zijn: groot inkomensverschil door baanverlies of promotie, verhuizing van een ouder waardoor zorgverdeling niet meer praktisch is, opgroeien van het kind met andere wensen, nieuwe partner van een ouder, gezondheidsproblemen, en conflicten over de uitvoering van het bestaande plan.
Wanneer ouders in Nederland het niet eens worden over het ouderschapsplan, biedt het juridisch systeem verschillende routes. Eerste route is mediation door een professional aangesloten bij de vFAS (Vereniging Familierecht Advocaten Scheidingsmediators) of de MfN (Mediatorsfederatie Nederland). Een mediator begeleidt de ouders in 4 tot 8 sessies tot een gedragen ouderschapsplan. Kosten 1.500 tot 4.000 euro voor het hele traject, gelijk gedeeld of naar rato van inkomen. Tweede route is begeleiding door eigen advocaten van beide ouders. Hogere kosten (3.000 tot 8.000 euro per ouder) maar nuttig bij gespannen verhoudingen. Derde route is via de Rechtbank ex artikel 1:253a BW: een ouder dient een verzoek in, de andere geeft schriftelijk verweer, de Rechtbank kan een raadsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming gelasten en spreekt een beschikking uit. De Rechtbank toetst altijd aan het belang van het kind ex artikel 3 IVRK. Voor kinderen vanaf 12 jaar geldt op grond van artikel 1:377g BW een hoorrecht; hun mening wordt zwaar gewogen. Bij ernstige conflicten kan de Rechtbank een gezinsvoogd via de Gecertificeerde Instelling jeugdzorg (BJZ) inschakelen. Voor zaken met internationaal element gelden aanvullend de Verordening Brussel II-bis (2201/2003) en het Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980.
Kinderalimentatie in Nederland geldt onverkort tot het 18e jaar van het kind op grond van artikel 1:392 BW en artikel 1:404 BW, met een verlengde verplichting tot het 21e jaar voor jongmeerderjarigen die studeren of niet in eigen onderhoud kunnen voorzien op grond van artikel 1:395a BW. Tot 18 jaar betaalt de niet-thuiswonende ouder de kinderalimentatie aan de ouder bij wie het kind hoofdverblijf heeft. Vanaf 18 jaar tot 21 jaar betaalt de ouder de kinderalimentatie rechtstreeks aan het kind zelf (de jongmeerderjarige), tenzij anders overeengekomen of door de Rechtbank bepaald. Voor de verlengde alimentatie tot 21 jaar moet het kind aan een van twee criteria voldoen: (a) studerend volgens de criteria van DUO (HBO, universiteit, MBO niveau 3 of 4) of (b) niet in staat in eigen onderhoud te voorzien door bijvoorbeeld een handicap of arbeidsongeschiktheid. Vanaf 21 jaar vervalt in beginsel de wettelijke onderhoudsplicht; eventuele voortzetting is contractsvrij. Sommige ouders maken afspraken voor financiele steun tijdens promotie of master, vaak in de vorm van een schenkingsovereenkomst of een eenmalige bijdrage. Voor de berekening tijdens de jongmeerderjarige fase wordt gekeken naar de behoefte volgens NIBUD-studentnormen (kosten studie, kamer, levensonderhoud) minus eigen inkomsten van het kind (bijbaan, studiefinanciering DUO, kindgebonden budget niet meer) en de draagkracht van beide ouders. Indexering jaarlijks per 1 januari op grond van artikel 1:402a BW blijft van toepassing.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Echtscheidingsconvenant (Nederland)
Echtscheidingsconvenant ex artikel 1:150 BW met afspraken over partneralimentatie (BW 1:157), pensioenverevening (Wet VPS), verdeling huwelijksgemeenschap (BW 1:100) en echtelijke woning. Klaar voor indiening bij de Rechtbank.
Samenlevingsovereenkomst
Notariele of onderhandse overeenkomst tussen ongehuwde of niet-geregistreerde partners die gezamenlijk een huishouden voeren, op grond van Art. 6:217 BW (contractsvrijheid) en Art. 1:86 BW (samenwoning).
Huwelijkse Voorwaarden
Notariele akte waarin echtgenoten afwijken van de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen op grond van BW 1:114 t/m 1:119 en de Wet op het notarisambt (Wna).
Testament (Nederland)
Notarieel Testament ex artikel 4:42 BW met aanwijzing erfgenamen, legaten, executeur (artikel 4:142 BW), voogd (artikel 1:292 BW) en eventuele tweetrapsmaking. Voor registratie bij Centraal Testamentenregister CTR via Notaris.