Vrijwillige Schuldregeling Nederland
VRIJWILLIGE SCHULDREGELING
Minnelijk akkoord conform Wgs 2012, BW 6:29 en BW 7:900 (vaststellingsovereenkomst)
Schuldenaar
SCHULDENAAR:
Naam: [Schuldenaar Naam]
BSN: [Schuldenaar Bsn]
Adres: [Schuldenaar Adres]
Schuldenpositie en aanbod
ARTIKEL 1 - SCHULDEN EN AANBOD
1.1 Totale schuldsom: EUR [Totale Schuldsom] bij [Aantal Schuldeisers] schuldeisers.
1.2 Schuldeisers: [Schuldeisers Lijst]
1.3 Maandelijks netto-inkomen: EUR [Maand Nettoloon].
1.4 Maandelijkse vrije ruimte (NIBUD-norm): EUR [Vrije Ruimte].
1.5 Totaal aanbod aan schuldeisers over [Looptijd Maanden] maanden: EUR [Aanbod Totaal].
ARTIKEL 2 - BETALINGSREGELING EN FINALE KWIJTING
2.1 Startdatum regeling: [Start Datum Regeling].
2.2 De schuldenaar draagt maandelijks EUR [Vrije Ruimte] over aan [Schuldhulpverlener Naam], die de verdeling pro-rata over de schuldeisers verzorgt.
2.3 Na [Looptijd Maanden] maanden betaling verlenen alle schuldeisers finale kwijting voor het resterende schuldssaldo (BW 6:160 kwijtschelding).
2.4 Bij niet-nakoming door schuldenaar herleven de oorspronkelijke vorderingen conform BW 7:900 lid 2.
ONDERTEKENING
Datum: [Datum Ondertekening]
Schuldenaar: __________________________ Schuldhulpverlener: __________________________
[Schuldenaar Naam] [Schuldhulpverlener Naam]
Schuldenaar
________________
Signature
Schuldhulpverlener
________________
Signature
Wat is Vrijwillige Schuldregeling Nederland?
De Vrijwillige Schuldregeling Nederland is een minnelijk akkoord tussen een schuldenaar en zijn of haar schuldeisers waarbij de schuldeisers vrijwillig instemmen met gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de schulden, in ruil voor een afgesproken betalingsregeling over een vaste periode, conform Burgerlijk Wetboek art. 6:29 (gedeeltelijke nakoming) en art. 6:160 (kwijtschelding). De vrijwillige schuldregeling is het eerste traject dat een schuldenaar in Nederland doorloopt voordat de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) in beeld komt.
De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) 2012 artikel 3 verplicht gemeenten om schuldhulpverlening aan te bieden aan inwoners met problematische schulden. Gemeenten hebben hiervoor schuldhulpverleners in dienst of contracteren dit uit aan gecertificeerde instellingen die lid zijn van de NVVK (Branchevereniging voor schuldhulpverlening en Sociaal Bankieren). De schuldhulpverlener begeleidt het minnelijke traject: het opstellen van een schuldenoverzicht, het berekenen van de vrije ruimte (NIBUD-norm), het doen van een aanbod aan alle schuldeisers en het onderhandelen tot een akkoord.
Een vrijwillige schuldregeling verschilt van een afbetalingsregeling (BW 6:44 jo. BW 6:82): bij een afbetalingsregeling betaalt de schuldenaar de volledige schuld plus rente in termijnen terug, terwijl bij een vrijwillige schuldregeling de schuldeisers akkoord gaan met een gedeeltelijke kwijtschelding van de schuld. Het resterende deel (doorgaans 3 jaar lang de volledige vrije ruimte, gelijk aan circa 8% tot 15% van de totale schuld afhankelijk van de schuldhoogte en het inkomen) wordt als volledige kwijting (finale kwijting) aangemerkt.
De vrijwillige schuldregeling geldt in Nederland als 'minnelijk traject': als alle schuldeisers instemmen, wordt het akkoord juridisch bindend via een vaststellingsovereenkomst (BW 7:900) tussen de schuldenaar, de schuldhulpverlener en de schuldeisers. Als een of meer schuldeisers weigeren, mislukt het minnelijk traject en kan de schuldenaar een verzoek indienen bij de Rechtbank voor WSNP-toelating (Faillissementswet art. 284) of een dwangakkoord (Fw art. 287a) eisen.
De vrijwillige schuldregeling biedt schuldeisers het voordeel van een bepaald percentage van hun vordering te ontvangen, terwijl bij de WSNP de uitkeringspercentage doorgaans lager is (boedelkosten bewindvoerder worden eerst in mindering gebracht). Voor schuldenaren biedt de vrijwillige schuldregeling snelheid (minnelijk traject duurt doorgaans 3-6 maanden) en vermijding van de formele WSNP-procedure met zijn verplichtingen en bewindvoerder.
De vrijwillige schuldregeling verschilt ook van het dwangakkoord buiten faillissement (WHOA, Fw art. 370): de WHOA is bedoeld voor grotere ondernemingen en kan met een meerderheid van schuldeisers worden overeengekomen; de vrijwillige schuldregeling voor particulieren vereist instemming van alle schuldeisers.
Wanneer heeft u Vrijwillige Schuldregeling Nederland nodig?
Een Vrijwillige Schuldregeling Nederland is wenselijk in de volgende situaties.
Bij problematische schulden van particulieren. Personen met meerdere schuldeisers, oplopende rente en incassokosten die niet meer in staat zijn alle schulden volledig te voldoen, maar nog wel inkomen hebben, zijn de primaire doelgroep. De schuldhulpverlener berekent de vrije ruimte (NIBUD-norm) en stelt op basis daarvan een aanbod samen. Het minnelijk traject is verplicht vóór een WSNP-aanvraag (Fw art. 284 lid 3).
Bij eenmalige schuldenpiek door ziekte of werkloosheid. Personen die door tijdelijke omstandigheden (ontslag, arbeidsongeschiktheid, echtscheiding) in financiële problemen zijn geraakt maar op termijn weer inkomen verwachten, kunnen via een vrijwillige schuldregeling de schulden saneren en een nieuwe financiële start maken zonder jarenlange juridische procedure.
Bij zakelijke schulden van voormalige eenmanszaken. Zzp-ers en eenmanszaak-ondernemers die hun onderneming hebben gestaakt en resterende zakelijke schulden hebben, kunnen via de gemeentelijke schuldhulpverlening een vrijwillige schuldregeling aanvragen die ook de zakelijke schulden omvat. De gemeente behandelt privé- en zakelijke schulden van de voormalige ondernemer gezamenlijk.
Bij weigering door enkele schuldeisers. Als de meeste schuldeisers instemmen maar één of twee schuldeisers weigeren, kan de schuldenaar via de Rechtbank een dwangakkoord (Fw art. 287a) eisen. Het vrijwillige schuldregelingdocument is de basis voor het verzoekschrift dwangakkoord.
Als alternatief voor de WSNP. Voor schuldenaren die de verplichtingen van de WSNP (sollicitatieplicht, informatieplicht, bewindvoerder) te belastend vinden, is een succesvolle vrijwillige schuldregeling de snellere en minder invasieve route: er is geen bewindvoerder, geen rechterlijke toetsing en geen Recofa-richtlijnen.
Bij schulden aan de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft beleid voor minnelijke akkoorden met schuldenaren: het zogenoemde Saneringsbeleid Belastingdienst (gepubliceerd in het Handboek Invordering). De Belastingdienst stemt doorgaans in als het aanbod redelijk is, de schuldenaar geen mogelijkheid tot verdere betaling heeft en er geen sprake is van opzettelijk niet betalen (AWR art. 67). Het vrijwillige akkoord met de Belastingdienst wordt schriftelijk bevestigd via een Akkoord op afbetaling.
Wat moet er in uw Vrijwillige Schuldregeling Nederland staan?
De Vrijwillige Schuldregeling Nederland bevat de volgende essentiële elementen.
Volledige schuldeiserlijst en schuldoverzicht. Namen en adressen van alle schuldeisers, hoogte van elke schuld (hoofdsom, rente, incassokosten), preferentie van de schuld (preferent zoals Belastingdienst en UWV gaan voor concurrente schuldeisers), en totaal schuldsom. Een BKR-overzicht (bkr.nl) is de standaardbasis; aangevuld met schulden bij Belastingdienst (Mijn Belastingdienst), UWV, SVB, gemeenten en informele schulden.
Inkomsten- en vermogensoverzicht. Netto maandinkomen, vaste lasten, vrije ruimte berekend via NIBUD-norm, en vermogenspositie (woning, voertuig, banktegoeden, pensioen). De vrije ruimte is het maximaal beschikbare bedrag voor schuldenafbetaling.
Aanbieding aan schuldeisers. Het concrete aanbod: een vast maandelijks bedrag gedurende 36 maanden (of minder), gelijkelijk verdeeld over alle schuldeisers naar rato van de schuldgrootte (pro-rata verdeling). Aanbieding bevat ook de finale kwijtingsverklaring: na de afgesproken betalingen worden alle resterende schulden kwijtgescholden.
Instemming alle schuldeisers. Alle schuldeisers moeten schriftelijk instemmen (BW 6:29 vereist akkoord van schuldeiser voor gedeeltelijke nakoming als finale kwijting). Één weigeraar is voldoende om het minnelijk traject te laten mislukken. Op forms-legal.com zijn aanvullende documenten beschikbaar zoals de Afbetalingsregeling en het Schuldsanering Plan (WSNP) voor het geval de vrijwillige schuldregeling mislukt.
Vaststellingsovereenkomst (BW 7:900). Na instemming van alle schuldeisers wordt de regeling vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst: de schuldenaar verbindt zich tot de afgesproken betalingen; de schuldeisers verbinden zich tot acceptatie van de deelbetaling als volledige kwijting van de schuld. Niet-nakoming door de schuldenaar leidt tot herleving van de oorspronkelijke schuld (BW 7:900 lid 2).
Bewindvoerder of schuldhulpverlener als beheerder. In veel gevallen beheert de schuldhulpverlener (NVVK-lid of gemeentelijk medewerker) de betalingen: de schuldenaar maakt de vrije ruimte maandelijks over aan de schuldhulpverlener, die de verdeling over schuldeisers verzorgt. Dit is een waarborg voor alle schuldeisers dat de betalingen daadwerkelijk plaatsvinden.
Duur en einddatum. Standaard looptijd van de schuldregeling is 36 maanden; daarna finale kwijting. Kortere looptijd (18-24 maanden) is soms mogelijk als de schuldenaar een eenmalige koopsom kan inbrengen (bijv. via een lening van een familielid — dan geldt de familie-uitkoopregeling van het NVVK-model).
Hoe vult u uw Vrijwillige Schuldregeling Nederland in?
Het opstellen van een Vrijwillige Schuldregeling Nederland verloopt via de schuldhulpverlening. Onderstaande stappen beschrijven het proces.
Stap 1 - Aanmelding gemeentelijke schuldhulpverlening. Meld u aan bij de gemeente van uw woonplaats voor schuldhulpverlening (Wgs 2012 art. 3). De gemeente is verplicht binnen vier weken een intakegesprek te plannen. Kies eventueel ook een NVVK-gecertificeerde schuldhulpverlener (pvzn.nl of nvvk.eu voor een overzicht).
Stap 2 - Schuldenoverzicht opstellen. Verzamel alle aanmaningen, dagvaardingen, vonnissen en schulden. Vraag een actueel BKR-overzicht op via bkr.nl (gratis per jaar). Controleer schulden bij de Belastingdienst via Mijn Belastingdienst (DigiD). Maak een lijst met per schuldeiser: naam, adres, referentienummer, type schuld, hoofdsom, rente, incassokosten.
Stap 3 - Vrije ruimte berekenen. Bereken de maandelijks beschikbare ruimte voor schuldenafbetaling: netto maandinkomen minus alle noodzakelijke vaste lasten (huur/hypotheek, energie, Zvw-premie, kosten levensonderhoud conform NIBUD-budget). De schuldhulpverlener verricht deze berekening op basis van de NIBUD-Budgetwijzer.
Stap 4 - Aanbod opstellen. De schuldhulpverlener stelt het aanbod op: pro-rata verdeling van de vrije ruimte over drie jaar over alle schuldeisers. Preferente schuldeisers (Belastingdienst, UWV) ontvangen een hoger aandeel conform de wettelijke preferentievolgorde. Het aanbodpercentage (bijv. 15% van de totale schuld) is afhankelijk van de vrije ruimte en de totale schuldsom.
Stap 5 - Aanbod versturen aan alle schuldeisers. De schuldhulpverlener verstuurt het aanbod aangetekend aan alle schuldeisers. Schuldeisers hebben doorgaans 6-8 weken om te reageren. Bij geen reactie: schuldeiser wordt geacht te hebben ingestemd (stil akkoord conform NVVK-model). Bij expliciete weigering: het minnelijk traject mislukt voor die schuldeiser.
Stap 6 - Vaststellingsovereenkomst tekenen. Bij instemming van alle schuldeisers stellen schuldenaar, schuldhulpverlener en schuldeisers een vaststellingsovereenkomst op (BW 7:900). Beide partijen tekenen. De schuldenaar maakt maandelijks de vrije ruimte over aan het derdengeldrekening van de schuldhulpverlener.
Stap 7 - Betalingen uitvoeren gedurende 36 maanden. Maak elke maand stipt de afgesproken bijdrage over. Na 36 maanden verstrekt de schuldhulpverlener aan elk schuldeiser een finale kwijtingsverklaring. De resterende schuld wordt juridisch kwijtgescholden (BW 6:160).
Stap 8 - WSNP als vangnet bij mislukking. Als het minnelijk traject mislukt, kan de schuldhulpverlener een verzoekschrift indienen bij de Rechtbank voor WSNP-toelating (Fw art. 284) of een dwangakkoord eisen (Fw art. 287a). Bewaar alle correspondentie uit het minnelijk traject als bewijs voor de Rechtbank.
Wettelijke vereisten voor Vrijwillige Schuldregeling Nederland
De Vrijwillige Schuldregeling Nederland is gebonden aan de volgende wettelijke vereisten.
Gemeentelijke schuldhulpverleningsplicht (Wgs 2012). De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening verplicht gemeenten om schuldhulpverlening aan te bieden aan inwoners die te goeder trouw in financiële problemen zijn geraakt. De gemeente heeft een inspanningsverplichting (Wgs art. 3); de kwaliteitseisen voor schuldhulpverleners zijn vastgelegd in de NEN-norm 8048 (Kwaliteitsborging schuldhulpverlening).
Instemming alle schuldeisers voor gedeeltelijke kwijtschelding (BW 6:29; BW 6:160). Gedeeltelijke nakoming geldt slechts als volledige kwijting als de schuldeiser daarmee uitdrukkelijk instemt (BW 6:29). Kwijtschelding is een overeenkomst waarbij de schuldeiser zijn vordering geheel of gedeeltelijk prijsgeeft (BW 6:160). Zonder instemming van alle schuldeisers heeft de betaling van een deel van de schuld geen kwijtschelding als gevolg.
Vaststellingsovereenkomst (BW 7:900). De vrijwillige schuldregeling wordt juridisch vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Bij niet-nakoming door de schuldenaar herleven de oorspronkelijke schulden (BW 7:900 lid 2). De schuldeisers kunnen dan hun volledige vordering opeisen en hebben het recht om de betalingen die al zijn gedaan te verrekenen.
Belastingdienst-saneringsbeleid. De Belastingdienst heeft specifiek beleid voor minnelijke akkoorden met schuldenaren: zie het Handboek Invordering, paragraaf 'Kwijtschelding en saneringsverzoeken'. De Belastingdienst stemt in als: het aanbod minimaal 80% van het percentage van concurrente schuldeisers bedraagt (om de preferentiepositie te behouden), de schuldenaar te goeder trouw is en er geen belastingfraude heeft plaatsgevonden (AWR art. 67).
NVVK-gedragscode. Schuldhulpverleners die lid zijn van de NVVK volgen de NVVK-gedragscode en het NVVK-model voor schuldbemiddeling. Dit model schrijft voor hoe het aanbod wordt berekend, hoe de verdeling plaatsvindt, welke documenten worden vereist en hoe schuldeisers worden geïnformeerd. Afwijkingen van het NVVK-model verhogen het risico op weigering door professionele schuldeisers (banken, incassobureaus).
AVG en gegevensverwerking (AVG art. 6; UAVG 2018). De schuldhulpverlener verwerkt persoonsgegevens van de schuldenaar en schuldeisers. Een verwerkersovereenkomst met de gemeentelijke schuldhulpverlener conform AVG art. 28 is vereist. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) houdt toezicht op naleving.
Veelgemaakte fouten bij uw Vrijwillige Schuldregeling Nederland
Bij de Vrijwillige Schuldregeling Nederland worden de volgende fouten regelmatig gemaakt.
Fout 1 - Schulden verzwijgen. Elke schuld die niet in het schuldenoverzicht staat, valt buiten het akkoord. Schuldeisers die niet zijn betrokken, kunnen hun vordering volledig blijven eisen na het akkoord. Vermeld alle schulden, ook informele schulden aan familie en vrienden, en schulden bij kleine incassobureaus.
Fout 2 - Nieuwe schulden tijdens het traject. Het aangaan van nieuwe schulden tijdens het minnelijk traject ondermijnt de geloofwaardigheid van het aanbod en geeft schuldeisers een reden om te weigeren. Vermijd nieuwe aankopen op krediet, nieuwe telefooncontracten of leningen tijdens het schuldhulpverleningstraject.
Fout 3 - Niet aanmelden bij gemeente maar zelfstandig onderhandelen. Zelfstandig onderhandelen met schuldeisers zonder begeleiding van een erkende schuldhulpverlener leidt vaak tot onvolledige akkoorden of schuldeisers die later terugkomen op hun instemming. De NVVK-norm biedt een gestandaardiseerd akkoordmodel dat door professionele schuldeisers (banken, creditcardmaatschappijen, incassobureaus) wordt geaccepteerd.
Fout 4 - Te laag aanbod doen. Een aanbod dat significant lager is dan het NVVK-model voorschrijft (doorgaans drie jaar lang alle vrije ruimte) geeft schuldeisers redelijke grond voor weigering. De schuldhulpverlener berekent het maximale aanbod op basis van de NIBUD-norm; dit percentage moet voor alle schuldeisers worden aangeboden.
Fout 5 - Betalingen staken tijdens de regeling. Als de schuldenaar tijdens de 36-maanden betalingsregeling één of meer maanden niet betaalt, is dit een tekortkoming in de vaststellingsovereenkomst (BW 7:900) en kunnen alle schuldeisers hun volledige oorspronkelijke vordering terugvorderen. Bij tijdelijke financiële tegenslagen: onmiddellijk de schuldhulpverlener informeren voor een tijdelijke uitstelregeling.
Fout 6 - Geen finale kwijtingsverklaring vragen. Na afloop van de betalingsregeling moeten alle schuldeisers een schriftelijke finale kwijtingsverklaring afgeven. Zonder dit document kunnen schuldeisers later beweren dat de schuld niet volledig is voldaan. Vraag via de schuldhulpverlener een kwijtingsverklaring van elk schuldeiser als de laatste betaling is gedaan.
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Vrijwillige Schuldregeling Nederland (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/personal/family/vrijwillige-schuldregeling
"Vrijwillige Schuldregeling Nederland (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/personal/family/vrijwillige-schuldregeling.
@misc{formslegal-vrijwillige-schuldregeling,
author = {{Forms Legal}},
title = {Vrijwillige Schuldregeling Nederland (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/personal/family/vrijwillige-schuldregeling}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
De vrijwillige schuldregeling (ook wel: minnelijk traject of minnelijk akkoord) is een buitengerechtelijke regeling waarbij de schuldenaar met alle schuldeisers vrijwillig overeenkomt dat een gedeeltelijke betaling als volledige kwijting geldt (BW 6:29 en BW 6:160). Alle schuldeisers moeten instemmen; één weigering is voldoende om het minnelijk traject te laten mislukken. De looptijd is doorgaans 36 maanden (NVVK-model). De WSNP (Faillissementswet art. 284-362) is een wettelijke insolventieprocedure die alleen door de Rechtbank kan worden opgestart en waarbij de instemming van schuldeisers niet vereist is: als de Rechtbank de schuldenaar toelaat, zijn alle schuldeisers gebonden aan de saneringsregeling. De WSNP heeft een bewindvoerder, een Rechter-commissaris, formele verplichtingen (sollicitatieplicht, informatieplicht) en duurt ook doorgaans 36 maanden. Voordelen minnelijk traject ten opzichte van WSNP: sneller (3-6 maanden vs. 36 maanden wachttijd + procedure), minder invasief (geen bewindvoerder, geen rechterlijke bemoeienis), lagere kosten (geen griffiegeld, geen bewindvoerderssalaris), meer privacy. Nadeel: vereist instemming alle schuldeisers. De vrijwillige schuldregeling is altijd de eerste stap; de WSNP is het vangnet als het minnelijk traject mislukt.
Het aanbod in een vrijwillige schuldregeling is gelijk aan de gehele vrije ruimte van de schuldenaar gedurende 36 maanden, verdeeld over alle schuldeisers naar rato van de schuldgrootte (pro-rata verdeling), conform het NVVK-model voor schuldbemiddeling. De vrije ruimte is het netto-inkomen minus het bestaansminimum (NIBUD-Budgetwijzer-norm 2026: afhankelijk van huishoudsituatie, doorgaans 95% van het sociaal minimum). Concreet voorbeeld: schuldenaar heeft netto-inkomen EUR 2.000 per maand, NIBUD-norm EUR 1.700 per maand, vrije ruimte EUR 300 per maand. Over 36 maanden is het totaal aanbod EUR 10.800 (300 x 36). Als de totale schuld EUR 50.000 bedraagt, ontvangen schuldeisers 21,6% van hun vordering. Schuldeisers die weigeren, kijken op tegen het perspectief van de WSNP, waarbij het uitkeringspercentage na aftrek van bewindvoerderskosten doorgaans lager uitvalt dan bij de minnelijke regeling. Professionele schuldeisers (banken, incassobureaus) kennen dit argument en stemmen in veel gevallen in als het aanbod conform het NVVK-model is opgesteld. De Belastingdienst stemt in als de schuldenaar te goeder trouw is en het aanbod redelijk is conform het Saneringsbeleid Belastingdienst.
Ja, schuldeisers hebben in beginsel het recht om een minnelijk aanbod te weigeren, ook als het aanbod redelijk is. Echter, als de weigering onredelijk is, kan de schuldenaar via de Rechtbank een dwangakkoord eisen (Faillissementswet art. 287a). De Rechtbank beoordeelt of de schuldeiser in redelijkheid niet tot weigering had kunnen komen, in aanmerking genomen het belang van de schuldenaar en de overige schuldeisers die wel instemmen. Criteria voor onredelijkheid: de schuldeiser verkrijgt bij het minnelijk akkoord meer dan bij de WSNP (na aftrek bewindvoerderskosten); de schuldeiser heeft een eigen procesbelang dat los staat van de vordering (bijv. principiële weigering door incassobureau op basis van beleid); alle andere schuldeisers hebben ingestemd. Grote schuldeisers die regelmatig worden aangemerkt als onredelijk weigerachtig: Belastingdienst bij formele weigering op grond van beleid terwijl de schuldenaar te goeder trouw is, creditcardmaatschappijen op basis van standaard beleid, kleine incassobureaus. De dwangakkoordprocedure (Fw art. 287a) duurt doorgaans 2-4 maanden. Toewijzing door de Rechtbank betekent dat de schuldeiser het minnelijk akkoord moet accepteren alsof hij vrijwillig had ingestemd.
Als de schuldenaar tijdens de looptijd van de vrijwillige schuldregeling (doorgaans 36 maanden) de afgesproken maandelijkse bijdrage niet kan betalen, is dit een tekortkoming in de vaststellingsovereenkomst (BW 7:900). De gevolgen zijn ernstig: (1) Schuldeisers kunnen de vaststellingsovereenkomst ontbinden en hun volledige oorspronkelijke vordering terugvorderen (BW 7:900 lid 2 jo. BW 6:267 ontbinding); (2) Incassomaatregelen kunnen worden hervat: loonbeslag, bankbeslag, dagvaarding; (3) Het minnelijk traject is definitief mislukt, wat de weg vrijmaakt voor de WSNP. Bij tijdelijke financiële problemen (ziekte, tijdelijk inkomensverlies): informeer onmiddellijk de schuldhulpverlener. Schuldhulpverleners kunnen in overleg met schuldeisers een tijdelijke betalingspauze of een lager tijdelijk bedrag afspreken. Schuldeisers die lid zijn van de NVVK of samenwerken met een NVVK-schuldhulpverlener zijn doorgaans bereid tot overleg bij tijdelijke tegenslag. Zorg ook dat de vaststellingsovereenkomst een calamiteitenclausule bevat: bij onvoorziene inkomensval wegens ziekte of werkloosheid kan de regeling tijdelijk worden opgeschort zonder dat dit als wanprestatie geldt.
Ja, een vrijwillige schuldregeling heeft gevolgen voor de BKR-registratie (Bureau Krediet Registratie te Tiel). Schulden bij banken en kredietverstrekkers die zijn opgenomen in het minnelijk akkoord, worden geregistreerd in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) van het BKR als 'schuldsanering' of 'minnelijk akkoord' met een A (Achterstands)- of H (Herstructurering)-codering. De registratie blijft zichtbaar in het CKI gedurende vijf jaar na afloop van de regeling. Tijdens en na de vrijwillige schuldregeling is het doorgaans niet mogelijk om nieuwe kredieten, een hypotheek of een telefoonabonnement op rekening te krijgen vanwege de BKR-registratie. Na afloop van de vijfjaarstermijn worden de vermeldingen automatisch verwijderd uit het CKI. Schuldenaren kunnen hun BKR-registratie inzien en controleren op fouten via bkr.nl (gratis jaarlijks rapport). Onjuiste registraties kunnen worden gecorrigeerd via de BKR-klachtenprocedure. De BKR-registratie beschermt ook toekomstige crediteuren: zij weten dat de schuldenaar eerder een schuldregeling heeft gehad en kunnen hiermee rekening houden bij kredietbeslissingen conform de Wft-zorgplicht voor consumentenkrediet (Wft art. 4:34).
Ja, in principe kan een schuldenaar zelfstandig onderhandelen met schuldeisers over een minnelijk akkoord, zonder tussenkomst van een gemeentelijke schuldhulpverlener of NVVK-gecertificeerde instelling. Er is geen wettelijke verplichting om een erkende schuldhulpverlener in te schakelen voor een vrijwillige minnelijke regeling (de NVVK-begeleiding is alleen verplicht als bewijs voor de WSNP-aanvraag op grond van Fw art. 284 lid 3). Echter, zelfstandig onderhandelen heeft aanzienlijke nadelen: (1) Professionele schuldeisers (banken, creditcardmaatschappijen, incassobureaus) werken doorgaans alleen mee aan akkoorden via erkende schuldhulpverleners conform hun interne schuldregelingsbeleid; (2) Het NVVK-model biedt een gestandaardiseerd akkoordformat dat door vrijwel alle grote schuldeisers wordt geaccepteerd; (3) De schuldhulpverlener verzorgt de administratie, de betalingsverwerking en de communicatie met schuldeisers; (4) Als het minnelijk traject later de basis wordt voor een WSNP-aanvraag, eist de Rechtbank bewijs van een professioneel begeleid traject (Fw art. 284 lid 3). Voor schulden bij informele schuldeisers (familie, vrienden) kan een zelfstandige minnelijke regeling via een directe overeenkomst volstaan. Voor schulden bij professionele kredietverstrekkers is inschakeling van een NVVK-schuldhulpverlener sterk aan te bevelen.
Een vrijwillige schuldsanering waarbij schuldeisers een deel van hun vordering kwijtschelden, kan belastinggevolgen hebben voor de schuldenaar. Fiscale regel: kwijtschelding van schulden door professionele schuldeisers (banken, zakelijke schuldeisers) vormt in principe geen belastbaar inkomen voor de schuldenaar als de kwijtschelding het gevolg is van betalingsonmacht (BW 6:160) en het een sanering betreft van een in het zakelijk verkeer gesloten schuld. De Belastingdienst accepteert de kwijtschelding dan als een zakelijk verlies voor de schuldeiser zonder dat de schuldenaar belasting verschuldigd is over het kwijtgescholden bedrag. Echter, als een zakelijke schuld (bijv. aandeelhouderslening of DGA-vordering) door de BV wordt kwijtgescholden aan de schuldenaar, kan dit worden aangemerkt als een belastbare uitdeling (box 2 of box 1 afhankelijk van de situatie). Raadpleeg altijd een belastingadviseur om te beoordelen of de kwijtschelding in uw specifieke situatie belastingvrij is. Voor schulden bij de Belastingdienst zelf: kwijtschelding door de Belastingdienst leidt uiteraard niet tot belastingheffing. De schuldhulpverlener kan ook over fiscale gevolgen adviseren of een belastingadviseur inschakelen als onderdeel van de schuldhulpverlening.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Schuldsanering Plan (WSNP) Nederland
Saneringsplan voor toelating tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) conform Faillissementswet art. 284, voor overbelaste schuldenaars in Nederland.
Afbetalingsregeling Nederland
Vaststellingsovereenkomst voor gespreide voldoening van een bestaande schuld in maandelijkse termijnen conform BW 6:29 jo. BW 6:127 jo. BW 7:900.
Schuldbekentenis Nederland
Eenzijdige verklaring waarin een schuldenaar het bestaan en de hoogte van een schuld erkent, met afspraken over terugbetaling, rente en verzuim conform BW 6:1 en 6:127.