Payroll Arbeidsovereenkomst Nederland
PAYROLL ARBEIDSOVEREENKOMST
Conform Burgerlijk Wetboek Boek 7 art. 7:692 en 7:692a, Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) 2020, Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) 1998 en Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTZA) 2024.
Partijen
DE ONDERGETEKENDEN:
1. [Payrollbedrijf Naam], gevestigd te [Payrollbedrijf Adres], KvK-nummer [Payrollbedrijf Kv K], WTZA-toelatingsnummer [Wtza Nummer Payroll], rechtsgeldig vertegenwoordigd door [Payroll Vertegenwoordiger], hierna te noemen: 'Payrollwerkgever' (juridisch werkgever);
EN
2. [Werknemer Naam], geboren op [Werknemer Geboortedatum], wonende te [Werknemer Adres], BSN [Werknemer B S N], hierna te noemen: 'Werknemer';
VERKLAREN TE ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT:
Artikel 1 - Aard overeenkomst en opdrachtgever
ARTIKEL 1 - AARD VAN DE OVEREENKOMST EN OPDRACHTGEVER
1.1 Werknemer treedt op [Aanvangsdatum Payroll] in dienst bij Payrollwerkgever in het kader van een payrollovereenkomst conform BW art. 7:692.
1.2 Werknemer wordt EXCLUSIEF ter beschikking gesteld aan [Opdrachtgever Naam], KvK-nummer [Opdrachtgever Kv K], gevestigd te [Opdrachtgever Adres] (hierna: 'Opdrachtgever'), om aldaar arbeid te verrichten onder leiding en toezicht van Opdrachtgever.
1.3 Partijen verklaren expliciet dat Payrollwerkgever GEEN allocatiefunctie op de arbeidsmarkt heeft vervuld: Werknemer is door Opdrachtgever zelf geworven en geselecteerd; Payrollwerkgever neemt uitsluitend de juridische werkgeversrol over (BW art. 7:692 lid 1 sub c).
1.4 Duur van de overeenkomst: [Duur Contract]; bij bepaalde tijd einddatum: [Einddatum].
Artikel 2 - Functie en werkzaamheden
ARTIKEL 2 - FUNCTIE EN WERKZAAMHEDEN
2.1 Werknemer verricht de functie van [Functietitel], ingedeeld in [Functiegroep C A O].
2.2 Op de arbeidsvoorwaarden is van toepassing: [Opdrachtgever C A O] (CAO Opdrachtgever, ter bepaling van de gelijke beloning conform WAB 2020 en BW art. 7:692a).
2.3 Het normale aantal werkuren per week bedraagt [Uren Per Week Payroll] uur conform Arbeidstijdenwet (ATW).
Artikel 3 - Gelijke beloning
ARTIKEL 3 - LOON, GELIJKE BELONING EN ARBEIDSVOORWAARDEN (BW art. 7:692a, WAB 2020)
3.1 Werknemer heeft vanaf de eerste werkdag recht op gelijke arbeidsvoorwaarden als werknemers in vergelijkbare functies rechtstreeks in dienst van Opdrachtgever (BW art. 7:692a).
3.2 Bruto maandsalaris: EUR [Bruto Maandsalaris Payroll] op basis van [Uren Per Week Payroll] uur per week, vastgesteld conform de inlenersbeloning.
3.3 Vakantietoeslag [Vakantietoeslag Payroll]% van het brutoloon (BW art. 7:617), jaarlijks in mei uitbetaald.
3.4 Vakantiedagen: [Vakantiedagen Payroll] per kalenderjaar bij fulltime dienstverband (BW art. 7:634).
3.5 Secundaire arbeidsvoorwaarden: [Secundair].
3.6 Opdrachtgever verstrekt schriftelijk en juist informatie over inlenersbeloning aan Payrollwerkgever op grond van Waadi art. 8a.
Artikel 4 - Adequate pensioenregeling
ARTIKEL 4 - ADEQUATE PENSIOENREGELING (BW art. 7:692a, WAB 2020)
4.1 Werknemer heeft vanaf de eerste werkdag recht op een adequate pensioenregeling: [Pensioen Type].
4.2 Specificatie regeling: [Pensioen Details].
4.3 Transitie naar defined-contribution conform Wet toekomst pensioenen (WTP) 2023, uiterlijk 2028 te realiseren.
Artikel 5 - Ziekte, arbo en opzegging
ARTIKEL 5 - DOORBETALING BIJ ZIEKTE, ARBO EN OPZEGGING
5.1 Bij arbeidsongeschiktheid door ziekte: loondoorbetaling minimaal 70% gedurende maximaal 2 jaar (104 weken) conform BW art. 7:629; eerste jaar minimaal wettelijk minimumloon.
5.2 Re-integratieverplichtingen onder Wet verbetering poortwachter; ziekteaangifte UWV na 42 weken; WIA-beoordeling na 104 weken.
5.3 Opdrachtgever is materieel werkgever onder Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) en verantwoordelijk voor RI&E, persoonlijke beschermingsmiddelen, werkinstructies en veilige werkplek. Bedrijfsongeval meldingsplichtig bij Nederlandse Arbeidsinspectie.
5.4 Opzegtermijn conform BW art. 7:672: werkgever 1-4 maanden afhankelijk van dienstjaren, werknemer standaard 1 maand. NB: Geen uitzendbeding van BW art. 7:691 lid 2; beeindiging volgt gewone regels van BW art. 7:669 e.v.
5.5 Bij werkgevers-initiatief beeindiging is transitievergoeding verschuldigd conform BW art. 7:673: 1/3 maandsalaris per dienstjaar, gemaximeerd op 98.000 EUR (2026).
Artikel 6 - Toepasselijk recht en geschillen
ARTIKEL 6 - TOEPASSELIJK RECHT EN GESCHILLENBESLECHTING
6.1 Op deze overeenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.
6.2 Geschillen worden voorgelegd aan de bevoegde kantonrechter van de Rechtbank in het arrondissement waar Werknemer woonachtig is (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 100).
Ondertekening
ONDERTEKENING
Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend te [Ondertekening Plaats] op [Ondertekening Datum].
Payrollwerkgever: __________________________ Werknemer: __________________________
[Payroll Vertegenwoordiger] [Werknemer Naam]
Payrollwerkgever
________________
Signature
Werknemer
________________
Signature
Wat is Payroll Arbeidsovereenkomst Nederland?
De Payroll Arbeidsovereenkomst Nederland is een bijzondere arbeidsovereenkomst tussen een payrollwerkgever en een werknemer, waarbij de werknemer exclusief ter beschikking wordt gesteld aan een opdrachtgever (de inlener). De wettelijke grondslag staat in Burgerlijk Wetboek Boek 7 art. 7:692, dat per 1 januari 2020 onder de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) een eigen rechtspositie kreeg, los van de uitzendovereenkomst van BW art. 7:690.
Het onderscheidende kenmerk van payroll is dat de payrollwerkgever geen allocatiefunctie heeft op de arbeidsmarkt: het payrollbedrijf bemiddelt niet tussen vraag en aanbod, maar neemt de werknemer over die door de opdrachtgever zelf is geworven en geselecteerd. Het payrollbedrijf verzorgt de juridische werkgeversrol, loonbetaling, loonheffing (Wet op de loonbelasting 1964), premies werknemersverzekeringen (Wfsv), vakantietoeslag, pensioen en personeelsadministratie. De opdrachtgever oefent dagelijkse leiding en toezicht uit. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) registreren payrollarbeid voor sociale zekerheid.
Vanaf de eerste werkdag heeft de payrollwerknemer recht op gelijke arbeidsvoorwaarden als werknemers in vergelijkbare functies die rechtstreeks in dienst zijn van de opdrachtgever. Dit principe van gelijke beloning omvat: bruto basisloon volgens functiegroep opdrachtgever-CAO, vakantietoeslag minimaal 8% (BW art. 7:617), ploegendiensttoeslag, onregelmatigheidstoeslag, overwerktoeslag, eindejaarsuitkering of dertiende maand, resultaatafhankelijke beloning, kostenvergoedingen, scholingsbudget en thuiswerkvergoeding. Daarnaast moet de payrollwerknemer een adequate pensioenregeling krijgen die ten minste gelijkwaardig is aan de pensioenregeling van vergelijkbare werknemers bij de opdrachtgever; bij ontbreken van een opdrachtgever-pensioen geldt de adequate pensioenregeling van de Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP) of een vergelijkbare voorziening conform de wettelijke minimumeisen.
De Payroll Arbeidsovereenkomst Nederland onderscheidt zich expliciet van de uitzendovereenkomst van BW art. 7:690. Het belangrijkste verschil is de afwezigheid van het uitzendbeding van BW art. 7:691 lid 2: de payrollovereenkomst kent geen automatische beeindiging bij stop opdracht. Beeindiging volgt de normale regels van BW art. 7:669 e.v. met opzegtermijn (BW art. 7:672), transitievergoeding (BW art. 7:673) en eventueel UWV-vergunning of kantonrechter-ontbinding. Het fase-systeem A/B/C van de CAO Uitzendkrachten geldt niet voor payroll; in plaats daarvan gelden de algemene regels van BW art. 7:667-7:668a (ketenregeling: drie opeenvolgende contracten binnen drie jaar, sinds wijziging WWZ 2025 verlengd naar vijf jaar voor reguliere werknemers).
De Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) van 1998 is van toepassing voor zover sprake is van terbeschikkingstelling. Sinds 1 januari 2025 geldt aanvullend de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTZA) 2024 voor payrollbedrijven: toelating bij de Nederlandse Arbeidsinspectie, waarborgsom 100.000 EUR, NEN 4400-certificering en VOG voor bestuurders. Opdrachtgevers mogen alleen samenwerken met toegelaten payrollbedrijven; bij overtreding boete tot 100.000 EUR per overtreding voor beide partijen.
De Hoge Raad oordeelde in arrest Care 4 Care (HR 4 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2356) over de afbakening tussen uitzendwerk en payroll: doorslaggevend is of het bedrijf een allocatiefunctie op de arbeidsmarkt vervult. Sinds de WAB 2020 is deze criterium gecodificeerd in BW art. 7:692 lid 1 sub c. Bij twijfel of een overeenkomst kwalificeert als uitzend dan wel payroll kan de kantonrechter de feitelijke verhoudingen onderzoeken; bij herkwalificatie naar payroll ontstaat recht op nabetaling gelijke beloning tot vijf jaar terug. Geschillen worden voorgelegd aan de kantonrechter van de Rechtbank in het arrondissement woonplaats werknemer op grond van Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 100. Hoger beroep loopt bij het Gerechtshof; cassatie bij de Hoge Raad der Nederlanden te Den Haag. Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU) en de Nederlandse Arbeidsinspectie controleren naleving.
Wanneer heeft u Payroll Arbeidsovereenkomst Nederland nodig?
De Payroll Arbeidsovereenkomst Nederland is in specifieke situaties de geschikte oplossing wanneer een opdrachtgever wel werknemers wil inzetten maar de juridische werkgeverslast wil uitbesteden.
Kleinere ondernemingen zonder volwaardige HR-afdeling. Voor MKB-bedrijven (1-50 werknemers) zonder eigen personeelsadministratie biedt payroll een uitbesteding van loonadministratie, loonheffing, pensioenafdracht, ziekteverzuim-administratie en juridische werkgeverstaken. Het payrollbedrijf neemt deze last over tegen een opslag op het bruto loon (vaak 25-35% inclusief werkgeverslasten en marge). De opdrachtgever kan zich concentreren op operationele zaken.
Verlaging administratieve last bij groei of seizoenswerk. Snelgroeiende ondernemingen of bedrijven met seizoenspieken kiezen voor payroll om snel personeel toe te voegen zonder eigen HR-systemen op te schalen. Het payrollbedrijf verzorgt aanname-administratie, BSN-verificatie, identiteitscontrole onder Wet identificatieplicht (Wid), loonstrook (BW art. 7:626) en jaaropgaven (Wet IB 2001). Bij krimp eindigt de payrollovereenkomst conform de gewone ontslagregels van BW art. 7:669 e.v.
Proeffase voor mogelijke vaste overname door opdrachtgever. Vele opdrachtgevers gebruiken payroll om kandidaten praktisch te beoordelen voordat een directe arbeidsovereenkomst wordt aangeboden. Voordeel van payroll boven uitzendwerk is dat de werknemer vanaf dag een gelijke arbeidsvoorwaarden geniet, hetgeen aantrekkelijker is voor goed personeel. Bij overname zonder belemmeringsbeding (Waadi art. 9) kan een redelijke overnamevergoeding worden afgesproken.
Projectmatige inzet van gespecialiseerd personeel zonder allocatiefunctie. In de ICT, techniek en zakelijke dienstverlening worden ervaren vakkrachten geworven door de opdrachtgever zelf maar voor administratieve doelen ondergebracht bij een payrollbedrijf. Belangrijk: zodra het payrollbedrijf wel actief gaat werven en bemiddelen, kwalificeert de overeenkomst als uitzend en gelden de regels van BW art. 7:690 en CAO Uitzendkrachten.
Grensoverschrijdende inzet van EU-werknemers. Wanneer een opdrachtgever EU-werknemers inhuurt voor werkzaamheden in Nederland, biedt payroll een vereenvoudigde administratieve route. Het payrollbedrijf vraagt de A1-verklaring sociale zekerheid aan bij de SVB op grond van Verordening (EG) 883/2004, regelt eventuele 30%-regeling (Wet IB 2001 art. 31a) voor kennismigranten en verzorgt belastingafdrachten in Nederland. Bij detachering vanuit andere EU-landen geldt Richtlijn 96/71/EG en de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (WagwEU).
Omzetting van zzp-relaties bij schijnzelfstandigheid. Sinds 1 januari 2025 wordt de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) actief gehandhaafd door de Belastingdienst. Bij twijfel over zelfstandigheid van zzp'ers kunnen opdrachtgevers de relatie omzetten naar payroll om risico op herkwalificatie als loondienst en naheffing loonheffing (tot vijf jaar terug onder AWR) te beperken. Belangrijk: de payroll-route moet substantieel verschillen van schijnzelfstandigheid; de Belastingdienst kijkt naar feitelijke verhoudingen.
Opvang van overgangssituaties bij reorganisatie. Tijdens een collectief ontslag onder de Wet melding collectief ontslag (WMCO) of bij overgang van onderneming (BW art. 7:662 e.v.) kan een payrollconstructie als overbruggingsoplossing dienen. De ondernemingsraad heeft adviesrecht op grond van WOR art. 25 over inschakeling van payrollconstructies boven een bepaald percentage van het werknemersbestand. Bij langdurige inzet moet aandacht worden besteed aan het beginsel van goed werkgeverschap (BW art. 7:611) en redelijkheidsnormen uit jurisprudentie.
Wat moet er in uw Payroll Arbeidsovereenkomst Nederland staan?
De Payroll Arbeidsovereenkomst Nederland bevat verplichte elementen die voortvloeien uit BW art. 7:692, de WAB 2020 en de algemene regels van BW art. 7:610 e.v.
Partijgegevens payrollwerkgever en werknemer. Volledige naam, KvK-nummer (8 cijfers), vestigingsadres en loonheffingennummer van het payrollbedrijf; WTZA-toelatingsnummer sinds 1 januari 2025 verplicht. Voor de werknemer: voor- en achternaam, adres in Basisregistratie Personen (BRP), BSN (Burgerservicenummer 9 cijfers), geboortedatum en e-mailadres. Identificatie verifieren met geldig identiteitsbewijs onder Wet identificatieplicht (Wid); kopie vijf jaar bewaren conform Wet op de loonbelasting 1964 art. 28.
Opdrachtgevergegevens en exclusiviteit. Naam, KvK-nummer en vestigingsadres van de opdrachtgever bij wie de werknemer feitelijk werkzaamheden verricht; verklaring dat de werknemer exclusief ter beschikking wordt gesteld aan deze opdrachtgever. De exclusiviteitseis is doorslaggevend om de overeenkomst als payroll te kwalificeren onder BW art. 7:692 lid 1 sub b; zonder exclusiviteit geldt vermoedelijk uitzendwerk onder BW art. 7:690.
Geen allocatiefunctie payrollwerkgever. Expliciete verklaring dat het payrollbedrijf de werknemer niet zelf heeft geworven of geselecteerd, maar dat de opdrachtgever de werknemer heeft aangedragen. Dit beding is essentieel voor de kwalificatie als payroll op grond van BW art. 7:692 lid 1 sub c en de Hoge Raad-jurisprudentie Care 4 Care (HR 4 november 2016).
Gelijke arbeidsvoorwaarden conform WAB 2020. Vanaf dag een gelijke beloning als werknemers in vergelijkbare functies rechtstreeks in dienst van de opdrachtgever: basisloon volgens opdrachtgever-CAO; vakantietoeslag minimaal 8% (BW art. 7:617); vakantiedagen (minimaal vier maal wekelijkse uren BW art. 7:634); ploegendiensttoeslag, onregelmatigheidstoeslag, overwerktoeslag; eindejaarsuitkering of dertiende maand; bonus, provisie, resultaatafhankelijke beloning; kostenvergoedingen (reiskosten 0,23 EUR/km belastingvrij in 2026 onder Wet IB 2001 art. 31a, thuiswerkvergoeding 2,40 EUR/dag, telefoonvergoeding).
Adequate pensioenregeling. Verplichte adequate pensioenregeling vanaf de eerste dag, hetzij identieke regeling als opdrachtgever (verplichte aansluiting bij bedrijfstakpensioenfonds onder Wet Bpf 2000 indien van toepassing), hetzij StiPP-pensioen (basisregeling 8% werkgeverspremie of plusregeling), hetzij eigen pensioenregeling die voldoet aan adequacy-eisen: minimaal vergelijkbare pensioenopbouw als de standaard bij opdrachtgever-werknemers, met transitie onder Wet toekomst pensioenen (WTP) 2023 richting defined-contribution.
Duur, opzegtermijn en transitievergoeding. Aanvangsdatum (formaat DD-MM-JJJJ); duur (bepaalde tijd of onbepaalde tijd); proeftijd schriftelijk conform BW art. 7:652 (max 1 maand bij bepaalde tijd 6m-2jr, max 2 maanden bij onbepaalde tijd); opzegtermijn conform BW art. 7:672 (werkgever 1-4 maanden afhankelijk van dienstjaren, werknemer standaard 1 maand); transitievergoeding bij werkgevers-initiatief beeindiging conform BW art. 7:673 (1/3 maandsalaris per dienstjaar, max 98.000 EUR in 2026).
Functie, werkzaamheden en standplaats. Concrete functie zoals overeengekomen met opdrachtgever (bijvoorbeeld accountmanager, productontwikkelaar, projectleider); functiegroep en salarisschaal volgens opdrachtgever-CAO; locatie van werkzaamheden bij opdrachtgever; werkdagen en werktijden onder Arbeidstijdenwet (ATW); eventueel thuiswerkregeling onder Wet flexibel werken.
Doorbetaling bij ziekte en arbo. Loondoorbetaling bij ziekte minimaal 70% gedurende maximaal twee jaar (104 weken) conform BW art. 7:629; eerste jaar minimaal wettelijk minimumloon. Re-integratie onder Wet verbetering poortwachter. Opdrachtgever is materieel werkgever onder Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) en draagt verantwoordelijkheid voor veilige werkplek, RI&E en persoonlijke beschermingsmiddelen. Bedrijfsongeval meldingsplichtig bij Nederlandse Arbeidsinspectie.
CAO-toepassing. Bij payroll geldt de inlener-CAO voor wat betreft arbeidsvoorwaarden (inlenersbeloning); de payrollwerkgever-CAO geldt niet meer voor primaire arbeidsvoorwaarden sinds WAB 2020. Bij twijfel over CAO-toepassing raadpleeg cao.minszw.nl voor algemeenverbindendverklaring. Voor gebruikers van de gratis sjabloon op forms-legal.com adviseren wij ook de gerelateerde modellen uitzendovereenkomst, arbeidsovereenkomst onbepaalde tijd en arbeidsovereenkomst bepaalde tijd voor een compleet flexibel personeelsdossier.
Geschillenbeslechting en toepasselijk recht. Nederlands recht; kantonrechter van de Rechtbank in arrondissement woonplaats werknemer (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 100); hoger beroep Gerechtshof; cassatie Hoge Raad der Nederlanden. CAO-geschillen aan de Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU) of de relevante CAO-commissie. Ondertekening: handgeschreven of geavanceerde elektronische handtekening conform eIDAS Verordening 910/2014; twee exemplaren.
Hoe vult u uw Payroll Arbeidsovereenkomst Nederland in?
Een Payroll Arbeidsovereenkomst Nederland correct opstellen vereist zorgvuldige doorloop van onderstaande stappen tussen payrollbedrijf en werknemer met afstemming met de opdrachtgever.
Stap 1 - Identiteit payrollbedrijf, werknemer en opdrachtgever vaststellen. Vermeld de volledige statutaire naam, KvK-nummer, vestigingsadres en loonheffingennummer van het payrollbedrijf (BV of NV). Voeg het WTZA-toelatingsnummer toe (verplicht sinds 1 januari 2025). Voor de werknemer: voornaam, achternaam, adres in BRP, BSN (9 cijfers), geboortedatum (DD-MM-JJJJ). Identiteitsbewijs verifieren (paspoort, EU-identiteitskaart, rijbewijs EU/EER, verblijfsvergunning derdelanders) en kopie bewaren vijf jaar conform Wid en Wet LB 1964 art. 28. Voor de opdrachtgever: naam, KvK-nummer en vestigingsadres.
Stap 2 - Allocatiefunctie expliciet uitsluiten. Neem in de overeenkomst expliciet op dat het payrollbedrijf geen allocatiefunctie heeft vervuld: de werknemer is niet door het payrollbedrijf geworven of geselecteerd maar door de opdrachtgever zelf. Voorbeeldformulering: 'Partijen verklaren dat Payrollwerkgever geen allocatiefunctie op de arbeidsmarkt heeft vervuld. Werknemer is door Opdrachtgever zelf geworven en geselecteerd; Payrollwerkgever neemt uitsluitend de juridische werkgeversrol over conform BW art. 7:692.'
Stap 3 - Functie en inschaling volgens opdrachtgever-CAO. Beschrijf de functie concreet zoals deze bij de opdrachtgever bestaat (bijvoorbeeld accountmanager, frontend developer, magazijnchef). Verifieer de relevante CAO van de opdrachtgever via cao.minszw.nl en bepaal de functiegroep en salarisschaal. Vermeld het bruto basisloon op basis van deze inschaling. De werknemer heeft vanaf dag een recht op gelijke beloning als vergelijkbare werknemers rechtstreeks in dienst van de opdrachtgever.
Stap 4 - Volledige inlenersbeloning specificeren. Inventariseer en specificeer alle componenten: bruto basisloon volgens functiegroep; vakantietoeslag minimaal 8% (BW art. 7:617); vakantiedagen wettelijk minimum vier maal wekelijkse uren (BW art. 7:634); ploegendiensttoeslag, onregelmatigheidstoeslag, weekendtoeslag; overwerktoeslag (vaak 125-150%); eindejaarsuitkering of dertiende maand; bonus of provisie volgens regeling opdrachtgever; reiskostenvergoeding (belastingvrij 0,23 EUR/km in 2026); thuiswerkvergoeding (2,40 EUR/dag); telefoonvergoeding; scholingsbudget.
Stap 5 - Adequate pensioenregeling vaststellen. Bepaal welke pensioenregeling van toepassing is: indien de opdrachtgever onder een verplicht bedrijfstakpensioenfonds valt (BpfBouw, PME, PMT, PFZW), gelijke regeling toepassen; indien geen Bpf-verplichting bij opdrachtgever: StiPP-basisregeling 8% werkgeverspremie of StiPP-plusregeling (na 78 weken) of eigen adequate pensioenregeling die ten minste vergelijkbaar is met opdrachtgever-werknemers. Houd rekening met Wet toekomst pensioenen (WTP) 2023 transitie naar defined-contribution.
Stap 6 - Duur, proeftijd en opzegtermijn vastleggen. Bepaal of de payrollovereenkomst voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd is. Bij bepaalde tijd: vermeld einddatum of project-omschrijving; bij verlenging let op ketenregeling BW art. 7:668a (max drie contracten in drie jaar, sinds wijziging WWZ 2025 vijf jaar voor reguliere werknemers). Proeftijd schriftelijk conform BW art. 7:652: max 1 maand bij bepaalde tijd 6m-2jr, max 2 maanden bij onbepaalde tijd. Opzegtermijn conform BW art. 7:672 voor werkgever en werknemer.
Stap 7 - Arbeidstijd, standplaats en thuiswerken regelen. Vermeld het aantal uren per week (fulltime 36-40 uur of parttime); werkdagen en werktijden conform Arbeidstijdenwet (ATW); standplaats bij opdrachtgever inclusief adres; bij hybride werken regeling onder Wet flexibel werken en thuiswerkvergoeding (2,40 EUR/dag belastingvrij in 2026).
Stap 8 - Doorbetaling bij ziekte en re-integratie. Verwijs naar BW art. 7:629: minimaal 70% loondoorbetaling gedurende maximaal twee jaar (104 weken); eerste jaar minimaal wettelijk minimumloon. CAO opdrachtgever kan verhogen tot 100% in eerste ziektejaar. Re-integratieverplichtingen onder Wet verbetering poortwachter: Plan van Aanpak na zes weken, jaarlijkse evaluatie, ziekteaangifte UWV na 42 weken. Na 104 weken WIA-beoordeling door UWV. Opzegverbod tijdens ziekte (BW art. 7:670 lid 1) eerste twee jaar.
Stap 9 - Arbo-verantwoordelijkheid opdrachtgever vastleggen. Vermeld dat de opdrachtgever materieel werkgever is onder Arbowet en verantwoordelijk voor RI&E (risico-inventarisatie en -evaluatie), persoonlijke beschermingsmiddelen, werkinstructies en veilige werkplek. Bedrijfsongeval meldingsplichtig bij Nederlandse Arbeidsinspectie. Documenteer schriftelijk dat de werknemer instructies en PBM heeft ontvangen.
Stap 10 - Ondertekening, archivering en aanmelding. Twee exemplaren ondertekenen (een per partij). Datum en plaats van ondertekening. Geldig zijn natte handtekening of geavanceerde elektronische handtekening conform eIDAS Verordening 910/2014. Schriftelijke verstrekking van wezenlijke arbeidsvoorwaarden binnen een maand na aanvang werkzaamheden (BW art. 7:655, Richtlijn EU 2019/1152). Aanmelding werknemer bij UWV (werknemersverzekeringen WW, WIA, ZW) en Belastingdienst (loonheffing); bewaring overeenkomst minimaal vijf jaar na uitdiensttreding (Wet LB 1964 art. 28); zeven jaar bij ondernemers (AWR art. 52).
Wettelijke vereisten voor Payroll Arbeidsovereenkomst Nederland
De Payroll Arbeidsovereenkomst Nederland is onderworpen aan specifieke wettelijke verplichtingen die voortvloeien uit BW art. 7:692, de WAB 2020 en aanverwante regelgeving.
Burgerlijk Wetboek Boek 7 art. 7:692. Definieert de payrollovereenkomst en bepaalt de drie kwalificatie-eisen: (a) arbeidsovereenkomst tussen payrollwerkgever en werknemer; (b) exclusieve terbeschikkingstelling aan een derde (de opdrachtgever); (c) afwezigheid van allocatiefunctie bij het payrollbedrijf (de werknemer is niet door het payrollbedrijf geworven of geselecteerd). Bij twijfel beoordeelt de kantonrechter de feitelijke verhoudingen conform de Hoge Raad-jurisprudentie Care 4 Care (HR 4 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2356).
Gelijke arbeidsvoorwaarden vanaf dag een (WAB 2020). De payrollwerknemer heeft recht op dezelfde beloning, toeslagen, eindejaarsuitkering, vakantietoeslag, vakantiedagen, kostenvergoedingen en arbeidsvoorwaarden als werknemers in vergelijkbare functies rechtstreeks in dienst van de opdrachtgever. Dit principe vloeit voort uit BW art. 7:692a en wordt gecontroleerd door de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU). Bij overtreding nabetaling tot vijf jaar terug en boete tot 100.000 EUR per onderneming.
Adequate pensioenregeling (WAB 2020). De payrollwerkgever moet een adequate pensioenregeling bieden, hetzij identiek aan de regeling bij opdrachtgever (bij verplicht bedrijfstakpensioenfonds onder Wet Bpf 2000), hetzij de Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP) basisregeling 8% werkgeverspremie, hetzij eigen regeling die voldoet aan adequacy-eisen: minimaal vergelijkbare opbouw als bij opdrachtgever-werknemers. Wet toekomst pensioenen (WTP) 2023 leidt tot transitie naar defined-contribution.
Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTZA) 2024. Sinds 1 januari 2025 in werking. Payrollbedrijven moeten toelating aanvragen bij de Nederlandse Arbeidsinspectie op grond van vier eisen: waarborgsom 100.000 EUR, NEN 4400-certificering door geaccrediteerde certificeerder, VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) voor bestuurders en aandeelhouders, demonstrabel goed bestuur. Openbaar register Arbeidsinspectie; opdrachtgevers mogen alleen samenwerken met toegelaten payrollbedrijven. Boete tot 100.000 EUR per overtreding, oplopend bij recidive.
Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) 1998. Voor zover sprake is van terbeschikkingstelling van arbeidskrachten van toepassing. Art. 8 verbiedt onderbetaling. Art. 8a verplicht opdrachtgever tot schriftelijke informatieverstrekking aan payrollbedrijf over inlenersbeloning. Art. 9 verbiedt belemmeringsbedingen die overname door opdrachtgever tegengaan zonder rechtvaardiging. Art. 14 verplicht KvK-registratie met SBI-code voor payrollactiviteiten.
Loonheffing en sociale zekerheid. Payrollbedrijf is inhoudingsplichtig voor loonbelasting onder Wet op de loonbelasting 1964 art. 28; draagt premies werknemersverzekeringen af onder Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv: WW, WIA, ZW, ZVW); verstrekt loonstrook (BW art. 7:626) en jaaropgave (Wet IB 2001). Hoge WW-premie 7,74% (2026) bij flex-contracten; lage WW-premie 2,74% bij schriftelijk vast contract. Bij grensoverschrijdende inzet: A1-verklaring SVB onder Verordening (EG) 883/2004.
Doorbetaling bij ziekte (BW art. 7:629). Payrollbedrijf draagt loondoorbetaling bij ziekte minimaal 70% gedurende maximaal twee jaar (104 weken); eerste jaar minimaal WML. CAO opdrachtgever kan verhogen. Re-integratieverplichtingen onder Wet verbetering poortwachter. Na 104 weken WIA-beoordeling UWV. Opzegverbod tijdens ziekte gedurende eerste twee jaar conform BW art. 7:670 lid 1.
Ketenregeling en transitievergoeding. BW art. 7:668a: maximaal drie opeenvolgende contracten binnen drie jaar (sinds wijziging WWZ 2025 vijf jaar voor reguliere werknemers); na ketenoverschrijding automatisch arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Transitievergoeding bij werkgevers-initiatief beeindiging conform BW art. 7:673: 1/3 maandsalaris per dienstjaar; gemaximeerd 98.000 EUR (2026) of jaarsalaris als hoger.
Arbeidsomstandigheden (Arbowet). Opdrachtgever is materieel werkgever en draagt verantwoordelijkheid voor veilige werkplek, RI&E (risico-inventarisatie en -evaluatie), persoonlijke beschermingsmiddelen, werkinstructies en toezicht. Payrollbedrijf moet zorgen dat werknemer voor aanvang geinstrueerd wordt over werkplek-specifieke risico's. Bedrijfsongeval meldingsplichtig Nederlandse Arbeidsinspectie. Boete tot 13.500 EUR per overtreding.
Privacy en gegevensbescherming (AVG / GDPR). Payrollbedrijf is verwerkingsverantwoordelijke voor personeelsdossier; verwerkingsgrondslag uitvoering arbeidsovereenkomst (AVG art. 6 lid 1 sub b). Bewaartermijn loon- en identiteitsgegevens vijf jaar na uitdiensttreding (Wet LB 1964 art. 28). De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) handhaaft AVG; boete tot 20 miljoen EUR of 4% wereldwijde omzet.
Geschillenbeslechting. Kantonrechter van de Rechtbank in arrondissement woonplaats werknemer (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 100). Hoger beroep Gerechtshof; cassatie Hoge Raad der Nederlanden te Den Haag.
Veelgemaakte fouten bij uw Payroll Arbeidsovereenkomst Nederland
De volgende fouten bij Payroll Arbeidsovereenkomsten Nederland leiden tot procedures bij de kantonrechter, boetes van de Nederlandse Arbeidsinspectie, SNCU-sancties of herkwalificatie naar uitzendwerk.
Fout 1 - Allocatiefunctie payrollbedrijf niet expliciet uitsluiten. Wanneer in de overeenkomst niet duidelijk is vastgelegd dat het payrollbedrijf geen allocatiefunctie heeft vervuld, en het payrollbedrijf wel actief vacatures plaatst, kandidaten werft of selecties uitvoert, kwalificeert de overeenkomst als uitzendwerk onder BW art. 7:690. Gevolg: toepassing CAO Uitzendkrachten, fase-systeem A/B/C en uitzendbeding. Bij herkwalificatie kunnen werknemers gelijke beloning vorderen op grond van inlenersbeloning Waadi art. 8a; gevolgen ook voor pensioenpremie StiPP en SNCU-boetes.
Fout 2 - Geen gelijke arbeidsvoorwaarden vanaf dag een toepassen. Sinds WAB 2020 heeft de payrollwerknemer vanaf de eerste werkdag recht op gelijke beloning, toeslagen, vakantietoeslag, vakantiedagen, eindejaarsuitkering en kostenvergoedingen als vergelijkbare werknemers rechtstreeks in dienst van de opdrachtgever. Het toepassen van een payroll-CAO of uitzend-CAO in plaats van de opdrachtgever-CAO leidt tot nabetaling tot vijf jaar terug en boete tot 100.000 EUR per onderneming. Opdrachtgever moet schriftelijk inlenersbeloning verstrekken op grond van Waadi art. 8a.
Fout 3 - Geen adequate pensioenregeling bieden. Een payrollwerknemer heeft recht op een adequate pensioenregeling vanaf dag een. Het ontbreken van pensioen of het bieden van een ondergeschikte regeling (bijvoorbeeld alleen StiPP-basis terwijl opdrachtgever-werknemers veel betere pensioenrechten hebben) leidt tot nabetaling pensioenpremie tot vijf jaar terug onder Wet Bpf 2000 en de adequacy-toets van WAB 2020. Bij Wet toekomst pensioenen (WTP) 2023 transitie naar defined-contribution: aanpassing pensioencontract tijdig regelen.
Fout 4 - Uitzendbeding (BW art. 7:691 lid 2) opnemen in payrollovereenkomst. Het uitzendbeding hoort thuis bij uitzendwerk onder BW art. 7:690, NIET bij payroll. Een payrollovereenkomst met uitzendbeding is nietig op dit punt; de overeenkomst eindigt niet automatisch bij stop opdracht maar volgt de gewone ontslagregels van BW art. 7:669 e.v. met opzegtermijn (BW art. 7:672) en transitievergoeding (BW art. 7:673). De payrollwerkgever blijft loon doorbetalen tot rechtsgeldige beeindiging.
Fout 5 - WTZA-toelating ontbreken sinds 1 januari 2025. Payrollbedrijven moeten toelating hebben van de Nederlandse Arbeidsinspectie; opdrachtgevers mogen alleen samenwerken met toegelaten payrollbedrijven. Inhuren zonder WTZA-toelating leidt tot boete tot 100.000 EUR per overtreding voor zowel payrollbedrijf als opdrachtgever, oplopend bij recidive tot 200.000 EUR. Verifieer toelating altijd in het openbare register van de Nederlandse Arbeidsinspectie.
Fout 6 - Verkeerde proeftijd opnemen. Bij payroll gelden de gewone regels van BW art. 7:652: maximaal 2 maanden bij onbepaalde tijd, maximaal 1 maand bij contract 6 maanden tot 2 jaar, geen proeftijd bij contract korter dan 6 maanden onder WAB 2020. Een proeftijd langer dan wettelijk toegestaan is nietig; bij beeindiging tijdens nietige proeftijd geldt onregelmatige opzegging met schadevergoeding (BW art. 7:677) of vernietiging door kantonrechter (BW art. 7:681).
Fout 7 - Belemmeringsbeding overname door opdrachtgever. Een beding dat de werknemer verbiedt direct in dienst te treden bij de opdrachtgever zonder dat een redelijke vergoeding wordt overeengekomen is nietig op grond van Waadi art. 9. Een overnamevergoeding van maximaal 25-30% van het bruto jaarsalaris bij overname binnen 12 maanden is doorgaans rechtsgeldig. Hoge boetes (100% van het jaarsalaris) of absolute verboden worden door de kantonrechter geheel of gedeeltelijk vernietigd.
Fout 8 - Onvoldoende veiligheidsinstructies en arbo-naleving. Opdrachtgever is materieel werkgever onder Arbowet en moet zorgen voor RI&E, PBM, werkinstructies en veilige werkplek. Payrollbedrijf moet voorafgaand aan aanvang werknemer instrueren over werkplek-specifieke risico's. Bij arbeidsongeval ontstaat civielrechtelijke aansprakelijkheid op grond van BW art. 7:658 (zorgplicht werkgever) en bestuurlijke boete Nederlandse Arbeidsinspectie tot 13.500 EUR per overtreding. Documenteer instructies schriftelijk in personeelsdossier.
Bronnen en Citaten
Wettelijke citaten linken naar officiële overheidsbronnen.
- eIDASEU official
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Payroll Arbeidsovereenkomst Nederland (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/employment/contracts/arbeidsovereenkomst-payroll
"Payroll Arbeidsovereenkomst Nederland (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/employment/contracts/arbeidsovereenkomst-payroll.
@misc{formslegal-arbeidsovereenkomst-payroll,
author = {{Forms Legal}},
title = {Payroll Arbeidsovereenkomst Nederland (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/employment/contracts/arbeidsovereenkomst-payroll}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
Het belangrijkste onderscheid tussen payroll (BW art. 7:692) en uitzendwerk (BW art. 7:690) is de allocatiefunctie. Een uitzendbureau bemiddelt actief op de arbeidsmarkt: het werft, selecteert en koppelt kandidaten aan opdrachtgevers. Een payrollbedrijf heeft deze allocatiefunctie niet: de opdrachtgever heeft de werknemer zelf geworven en geselecteerd; het payrollbedrijf neemt uitsluitend de juridische werkgeversrol over (loonadministratie, loonheffing, pensioenafdracht, ziekteverzuim-administratie). Gevolgen voor de werknemer: bij payroll vanaf dag een recht op gelijke beloning als werknemers rechtstreeks in dienst van de opdrachtgever (WAB 2020) en adequate pensioenregeling, zonder fase-systeem A/B/C en zonder uitzendbeding (BW art. 7:691 lid 2). Beeindiging volgt de gewone regels van BW art. 7:669 e.v. met opzegtermijn en transitievergoeding. Bij uitzendwerk geldt CAO Uitzendkrachten (ABU of NBBU), fase A/B/C en in fase A het uitzendbeding (automatische beeindiging bij stop opdracht). De Hoge Raad oordeelde in Care 4 Care (HR 4 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2356) dat doorslaggevend is of het bedrijf een allocatiefunctie vervult.
Sinds de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) 2020 heeft de payrollwerknemer vanaf de eerste werkdag recht op gelijke arbeidsvoorwaarden als werknemers in vergelijkbare functies rechtstreeks in dienst van de opdrachtgever. Dit principe is vastgelegd in BW art. 7:692a en omvat alle componenten van de inlenersbeloning: bruto basisloon volgens functiegroep opdrachtgever-CAO; vakantietoeslag minimaal 8% (BW art. 7:617); vakantiedagen wettelijk minimum vier maal wekelijkse uren (BW art. 7:634, gebruikelijk 25-30 dagen CAO); ploegendiensttoeslag, onregelmatigheidstoeslag, weekendtoeslag; overwerktoeslag (vaak 125-150%); eindejaarsuitkering of dertiende maand; bonus, provisie, resultaatafhankelijke beloning; kostenvergoedingen (reiskosten belastingvrij 0,23 EUR/km in 2026 onder Wet IB 2001 art. 31a, thuiswerkvergoeding 2,40 EUR/dag, telefoonvergoeding); scholingsbudget. Opdrachtgever moet schriftelijk en juist informatie verstrekken op grond van Waadi art. 8a. Bij onderbetaling kan de payrollwerknemer nabetaling vorderen tot vijf jaar terug; Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU) kan controle uitvoeren en boete tot 100.000 EUR opleggen.
Een payrollwerknemer heeft vanaf de eerste werkdag recht op een adequate pensioenregeling op grond van BW art. 7:692a en WAB 2020. Drie routes zijn mogelijk. Eerste route: indien de opdrachtgever onder een verplicht bedrijfstakpensioenfonds valt (BpfBouw voor de bouw, PME voor metaalelektro, PMT voor metaal en techniek, PFZW voor zorg en welzijn), moet de payrollwerknemer aansluiten bij hetzelfde Bpf onder Wet Bpf 2000. Tweede route: indien geen Bpf-verplichting bij de opdrachtgever bestaat, kan de Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP) basisregeling (8% werkgeverspremie) of plusregeling (na 78 gewerkte weken, hogere premie) worden toegepast. Derde route: eigen pensioenregeling van het payrollbedrijf die voldoet aan adequacy-eisen, te weten een opbouwpercentage en werkgeversbijdrage die ten minste gelijkwaardig zijn aan de standaard bij opdrachtgever-werknemers. De Wet toekomst pensioenen (WTP) 2023 transitie van defined benefit naar defined contribution moet uiterlijk 2028 zijn voltooid. Bij ontbreken adequate pensioenregeling kan de werknemer nabetaling pensioenpremie vorderen tot vijf jaar terug.
Ja, de ketenregeling van BW art. 7:668a is volledig van toepassing op payrollovereenkomsten, anders dan bij uitzendwerk waar het fase-systeem A/B/C van de CAO Uitzendkrachten geldt. Hoofdregel: na drie opeenvolgende contracten voor bepaalde tijd of na een totale duur van drie jaar (inclusief tussenpozen korter dan zes maanden) ontstaat van rechtswege een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Sinds 1 juli 2025 onder de wijziging WWZ is de tussenpoos verlengd naar vijf jaar voor reguliere werknemers; voor seizoensarbeid blijft de zes-maanden-tussenpoos van toepassing onder bepaalde CAO-bepalingen. Bij overgang van payrollbedrijf naar een ander payrollbedrijf binnen dezelfde groep (BW art. 7:668a lid 2) tellen de tijdvakken samen; bij overgang van payroll naar directe indiensttreding bij de opdrachtgever (overname) telt het arbeidsverleden bij het payrollbedrijf mee voor de ketenregeling en voor de berekening van de transitievergoeding van BW art. 7:673. Bij overschrijding van de keten ontstaat automatisch onbepaalde tijd onder dezelfde arbeidsvoorwaarden; de werkgever kan zich niet beroepen op ontbreken van schriftelijke vastlegging.
De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTZA) 2024 is in werking getreden per 1 januari 2025 en geldt voor zowel uitzendbureaus als payrollbedrijven. Toelating wordt verleend door de Nederlandse Arbeidsinspectie op basis van vier hoofdeisen: een waarborgsom van 100.000 EUR ter dekking van eventuele loon- en premieaanspraken; NEN 4400-certificering door een geaccrediteerde certificeerder, hetgeen onafhankelijke toetsing inhoudt van financiele en administratieve gezondheid; een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) voor bestuurders en aandeelhouders met substantieel belang; demonstrabel goed bestuur en goede bedrijfsvoering. De Nederlandse Arbeidsinspectie publiceert een openbaar register van toegelaten bedrijven. Opdrachtgevers mogen alleen samenwerken met toegelaten payrollbedrijven; bij inhuur van een niet-toegelaten payrollbedrijf is de opdrachtgever zelf strafbaar. Boete tot 100.000 EUR per overtreding voor zowel payrollbedrijf als opdrachtgever, oplopend bij recidive tot 200.000 EUR per overtreding. De WTZA is een reactie op misstanden in de flex-branche zoals arbeidsuitbuiting en omzeiling van CAO-bepalingen. Verifieer toelating altijd in het openbare register voordat een payrollovereenkomst wordt gesloten.
Onder de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) geldt de opdrachtgever als materieel werkgever voor de payrollwerknemer. De opdrachtgever is daarmee primair verantwoordelijk voor een veilige werkplek, het opstellen en bijhouden van de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E), het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM), het geven van werkinstructies en het toezicht op naleving van veiligheidsvoorschriften. Het payrollbedrijf als juridisch werkgever heeft een aanvullende plicht om voor aanvang van de werkzaamheden te zorgen dat de werknemer geinstrueerd wordt over werkplek-specifieke risico's en de relevante onderdelen van de RI&E heeft ontvangen. Bij een bedrijfsongeval geldt meldingsplicht aan de Nederlandse Arbeidsinspectie via het meldingsformulier; bij ernstig of dodelijk ongeval onmiddellijke melding. Civielrechtelijke aansprakelijkheid van de opdrachtgever kan worden gevestigd op grond van BW art. 7:658 (zorgplicht werkgever) waarbij de opdrachtgever als materieel werkgever wordt aangemerkt. Bestuurlijke boete Nederlandse Arbeidsinspectie kan oplopen tot 13.500 EUR per overtreding met verdubbeling bij recidive. Documenteer altijd schriftelijk dat de werknemer veiligheidsinstructies heeft ontvangen en de juiste PBM heeft gekregen.
Wanneer een overeenkomst nominaal als payroll is opgesteld maar feitelijk voldoet aan de kenmerken van uitzendwerk (BW art. 7:690), kan de kantonrechter herkwalificeren tot uitzendovereenkomst. Het beslissende criterium volgens BW art. 7:692 lid 1 sub c en de Hoge Raad-jurisprudentie Care 4 Care (HR 4 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2356) is of het bedrijf een allocatiefunctie op de arbeidsmarkt vervult. Wanneer het payrollbedrijf actief vacatures plaatst, kandidaten werft en selecteert, of voor meerdere opdrachtgevers personeel beschikbaar stelt, kwalificeert de overeenkomst als uitzendwerk. Gevolgen van herkwalificatie: van toepassing wordt de CAO Uitzendkrachten ABU of NBBU met het fase-systeem A/B/C; toepassing van het uitzendbeding van BW art. 7:691 lid 2 in fase A (automatische beeindiging bij stop opdracht); ander pensioenregime (StiPP basisregeling 8%); recht op inlenersbeloning conform Waadi art. 8a. De werknemer kan gelijke beloning eisen tot vijf jaar terug; bij ongunstiger uitkomst kan de werknemer afzien van herkwalificatie. SNCU controle kan boete tot 100.000 EUR per onderneming opleggen. Voorkom herkwalificatie door expliciete verklaring in overeenkomst dat opdrachtgever de werknemer zelf heeft geworven.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Uitzendovereenkomst Nederland
Driehoeksverhouding uitzendkracht, uitzendbureau en inlener conform BW art. 7:690 e.v., Waadi en WTZA 2024. Bevat fase-indeling A/B/C, uitzendbeding, inlenersbeloning en CAO-bepalingen.
Arbeidsovereenkomst voor Onbepaalde Tijd Nederland
Vaste arbeidsovereenkomst zonder einddatum tussen werkgever en werknemer conform Burgerlijk Wetboek Boek 7 art. 7:610 e.v. Bevat functie, loon, werktijden, proeftijd, vakantie, opzegging en CAO-bepalingen.
Arbeidsovereenkomst voor Bepaalde Tijd Nederland
Tijdelijke arbeidsovereenkomst met einddatum tussen werkgever en werknemer conform Burgerlijk Wetboek Boek 7 art. 7:667 en de ketenregeling van BW art. 7:668a. Bevat aanvangsdatum, einde van rechtswege, aanzegplicht, proeftijd, opzegging en transitievergoeding.