Uitzendovereenkomst Nederland
UITZENDOVEREENKOMST
Conform Burgerlijk Wetboek Boek 7 art. 7:690 en 7:691, Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) 1998, Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTZA) 2024 en CAO voor Uitzendkrachten (ABU/NBBU).
Partijen
DE ONDERGETEKENDEN:
1. [Uitzendbureau Naam], gevestigd te [Uitzendbureau Adres], KvK-nummer [Uitzendbureau Kv K], WTZA-toelatingsnummer [Wtza Nummer], rechtsgeldig vertegenwoordigd door [Uitzendbureau Vertegenwoordiger], hierna te noemen: 'Uitzendbureau' (juridisch werkgever);
EN
2. [Uitzendkracht Naam], geboren op [Uitzendkracht Geboortedatum], wonende te [Uitzendkracht Adres], BSN [Uitzendkracht B S N], hierna te noemen: 'Uitzendkracht';
VERKLAREN TE ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT:
Artikel 1 - Aard overeenkomst en inlener
ARTIKEL 1 - AARD VAN DE OVEREENKOMST EN INLENER
1.1 Uitzendkracht treedt op [Aanvangsdatum] in dienst bij Uitzendbureau in het kader van een uitzendovereenkomst conform BW art. 7:690.
1.2 Uitzendkracht wordt ter beschikking gesteld aan [Inlener Naam], KvK-nummer [Inlener Kv K], gevestigd te [Inlener Adres] (hierna: 'Inlener'), om aldaar arbeid te verrichten onder leiding en toezicht van Inlener.
1.3 Verwachte duur van de opdracht: [Verwachte Duur].
Artikel 2 - Fase en uitzendbeding
ARTIKEL 2 - FASE-INDELING EN UITZENDBEDING (CAO ABU/NBBU en BW art. 7:691)
2.1 Op deze overeenkomst is van toepassing: [Fase].
2.2 Indien Fase A: De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege zonder opzegging zodra de terbeschikkingstelling bij Inlener om welke reden dan ook eindigt, conform het uitzendbeding van BW art. 7:691 lid 2.
2.3 Indien Fase B of C: Het uitzendbeding geldt niet meer. Beeindiging geschiedt conform BW art. 7:669 e.v. en BW art. 7:672 (opzegtermijn). Bij werkgevers-initiatief beeindiging is transitievergoeding verschuldigd conform BW art. 7:673.
Artikel 3 - Functie en werkzaamheden
ARTIKEL 3 - FUNCTIE EN WERKZAAMHEDEN
3.1 Uitzendkracht verricht de functie van [Functie], ingedeeld in functiegroep [Functiegroep] conform de CAO voor Uitzendkrachten (ABU/NBBU).
3.2 Het normale aantal werkuren per week bedraagt [Uren Per Week] uur conform Arbeidstijdenwet (ATW).
3.3 Uitzendkracht volgt de werkinstructies van Inlener en houdt zich aan de bij Inlener geldende huisregels, gedragscode en veiligheidsvoorschriften.
Artikel 4 - Loon en inlenersbeloning
ARTIKEL 4 - LOON, INLENERSBELONING EN TOESLAGEN
4.1 Het bruto uurloon bedraagt EUR [Bruto Uurloon], vastgesteld conform de inlenersbeloning (Waadi art. 8a en Wet aanpassing inlenersbeloning 30 juni 2023): gelijke beloning als werknemer in vergelijkbare functie rechtstreeks in dienst van Inlener.
4.2 Vakantietoeslag bedraagt [Vakantietoeslag]% van het brutoloon (BW art. 7:617).
4.3 Toeslagen conform inlener-CAO: [Toeslagen].
4.4 Reiskostenvergoeding bedraagt EUR [Reiskostenvergoeding] per kilometer (belastingvrij maximum 0,23 EUR/km in 2026 onder Wet IB 2001 art. 31a).
4.5 Loon wordt per loonperiode achteraf uitbetaald op een door Uitzendkracht opgegeven IBAN-rekening; loonstrook conform BW art. 7:626.
Artikel 5 - Pensioen StiPP
ARTIKEL 5 - PENSIOEN STIPP EN SOCIALE ZEKERHEID
5.1 Uitzendkracht neemt verplicht deel aan de pensioenregeling van Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP): basisregeling vanaf 8 gewerkte weken; plusregeling vanaf 78 gewerkte weken.
5.2 Werkgeverspremie en eventuele werknemersbijdrage conform CAO Uitzendkrachten en transitie onder Wet toekomst pensioenen (WTP) 2023.
5.3 Uitzendbureau meldt Uitzendkracht aan bij UWV voor werknemersverzekeringen (WW, WIA, ZW) en bij Belastingdienst voor loonheffing onder Wet op de loonbelasting 1964 art. 28.
Artikel 6 - Ziekte en arbo
ARTIKEL 6 - DOORBETALING BIJ ZIEKTE EN ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN
6.1 In Fase A met uitzendbeding: loondoorbetaling alleen tijdens lopende opdracht; bij stop opdracht eindigt overeenkomst en stroomt Uitzendkracht in de Ziektewet (ZW) bij UWV (uitkering 70% maximumdagloon, maximaal 104 weken).
6.2 In Fase B en C: loondoorbetaling minimaal 70% gedurende maximaal twee jaar (104 weken) conform BW art. 7:629; eerste jaar minimaal wettelijk minimumloon.
6.3 Inlener is materieel werkgever onder Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) en draagt verantwoordelijkheid voor RI&E, persoonlijke beschermingsmiddelen en veilige werkplek. Bedrijfsongeval meldingsplichtig bij Nederlandse Arbeidsinspectie.
Artikel 7 - Geheimhouding en overname
ARTIKEL 7 - GEHEIMHOUDING, INTELLECTUEEL EIGENDOM EN OVERNAME
7.1 Uitzendkracht is gehouden tot strikte geheimhouding van bedrijfsgevoelige informatie van Uitzendbureau en Inlener, ook na einde dienstverband, op grond van BW art. 7:611.
7.2 Werken die Uitzendkracht in het kader van het dienstverband vervaardigt vallen onder Uitzendbureau of Inlener als auteursrechthebbende conform Auteurswet art. 7.
7.3 Bij rechtstreekse indiensttreding van Uitzendkracht bij Inlener binnen 12 maanden na einde opdracht geldt een overnamevergoeding van maximaal 25% van het bruto jaarsalaris, conform Waadi art. 9 (verbod op belemmeringsbedingen).
Artikel 8 - Toepasselijk recht en geschillen
ARTIKEL 8 - TOEPASSELIJK RECHT EN GESCHILLENBESLECHTING
8.1 Op deze overeenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.
8.2 De CAO voor Uitzendkrachten (ABU of NBBU) is van toepassing en algemeen verbindend verklaard door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).
8.3 Geschillen worden voorgelegd aan de bevoegde kantonrechter van de Rechtbank in het arrondissement waar Uitzendkracht woonachtig is (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 100); CAO-geschillen aan Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU).
Ondertekening
ONDERTEKENING
Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend te [Ondertekening Plaats] op [Ondertekening Datum].
Uitzendbureau: __________________________ Uitzendkracht: __________________________
[Uitzendbureau Vertegenwoordiger] [Uitzendkracht Naam]
Uitzendbureau
________________
Signature
Uitzendkracht
________________
Signature
Wat is Uitzendovereenkomst Nederland?
De Uitzendovereenkomst Nederland is een bijzondere arbeidsovereenkomst tussen een uitzendkracht en een uitzendbureau (de werkgever), waarbij de uitzendkracht in opdracht van het uitzendbureau arbeid verricht bij een derde, de inlener. De wettelijke grondslag staat in Burgerlijk Wetboek Boek 7 art. 7:690 e.v. en in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) van 1998. Sinds 1 januari 2025 geldt aanvullend de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTZA) 2024, waaraan uitzendbureaus moeten voldoen om uitzendkrachten ter beschikking te mogen stellen.
De driehoeksverhouding kent drie partijen met onderscheiden rollen. Het uitzendbureau is juridisch werkgever en draagt loonbetaling, loonheffing, premies werknemersverzekeringen, vakantietoeslag en pensioen af aan StiPP (Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten). De uitzendkracht verricht de feitelijke werkzaamheden. De inlener is de onderneming waar de arbeid wordt verricht en oefent dagelijkse leiding en toezicht uit, maar staat niet in een arbeidsrechtelijke verhouding met de uitzendkracht. Voor de toepassing van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) geldt de inlener als materieel werkgever en is daarmee primair verantwoordelijk voor een veilige werkplek en de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).
De CAO voor Uitzendkrachten van de ABU (Algemene Bond Uitzendondernemingen) of de NBBU (Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen) is op de meeste uitzendovereenkomsten algemeen verbindend verklaard door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). De CAO regelt het fase-systeem dat de rechtspositie van de uitzendkracht bepaalt naar gelang de cumulatieve duur van het dienstverband. Fase A betreft de eerste 52 gewerkte weken; het uitzendbeding van BW art. 7:691 lid 2 maakt het mogelijk dat het dienstverband automatisch eindigt zodra de opdracht bij de inlener wordt beeindigd. Fase B begint na 52 weken en duurt maximaal vier jaar of zes contracten; het uitzendbeding geldt niet meer en het dienstverband eindigt door tijdsverloop of opzegging. Fase C ontstaat na fase B en geldt als arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
De Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) 2020 verplicht uitzendbureaus tot inlenersbeloning: de uitzendkracht heeft recht op hetzelfde loon, dezelfde toeslagen, ploegendiensttoeslag, eindejaarsuitkering en kostenvergoedingen als een werknemer in een vergelijkbare functie rechtstreeks in dienst van de inlener. Afwijking is sinds 30 juni 2023 onder de Wet aanpassing inlenersbeloning verder beperkt. De inlener moet schriftelijk en juist informatie verstrekken aan het uitzendbureau over loongebouw, CAO en toeslagen onder de Waadi art. 8a.
De Uitzendovereenkomst Nederland onderscheidt zich duidelijk van de payrollovereenkomst van BW art. 7:692, waarbij de payrollwerkgever geen allocatiefunctie heeft en de werknemer exclusief aan een opdrachtgever ter beschikking stelt. Payrollwerknemers hebben recht op gelijke arbeidsvoorwaarden als directe werknemers van de inlener vanaf de eerste dag. Verder verschilt de uitzendovereenkomst van de detacheringsovereenkomst (vaak via een eigen vennootschap voor langere periodes) en van de overeenkomst van opdracht voor zzp'ers (BW art. 7:400). Bij schijnzelfstandigheid kan de Belastingdienst onder Wet DBA herkwalificeren met naheffing loonheffing en premies werknemersverzekeringen tot vijf jaar terug.
De Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) registreert uitzendarbeid voor sociale zekerheid. De Nederlandse Arbeidsinspectie houdt toezicht op naleving van Waadi en WTZA. Schending van de WTZA-toelatingsplicht door een uitzendbureau leidt sinds 1 januari 2026 tot een boete tot 100.000 EUR per overtreding voor zowel uitzendbureau als inlener. De Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU) controleert CAO-naleving en kan boetes opleggen tot 100.000 EUR per onderneming. Bij geschillen over CAO-toepassing, inlenersbeloning of fase-indeling is de kantonrechter van de Rechtbank bevoegd op grond van Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 93 sub c, zonder verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat. Hoger beroep loopt bij het Gerechtshof, cassatie bij de Hoge Raad der Nederlanden te Den Haag.
Wanneer heeft u Uitzendovereenkomst Nederland nodig?
De Uitzendovereenkomst Nederland is in vele situaties de geschikte arbeidsvorm voor flexibele inzet van personeel.
Flexibele opvang van piekbelasting in productie of detailhandel. Wanneer een onderneming kortdurend extra personeel nodig heeft, bijvoorbeeld in de oogstperiode van de tuinbouw, tijdens de feestdagen in de retail of bij grootschalige distributiecampagnes, biedt de uitzendovereenkomst snelle inzet zonder dat de inlener werkgeverslasten draagt. Het uitzendbureau verzorgt werving, selectie, contractering en payrolling; de inlener verlaagt risico op overcapaciteit. Het uitzendbeding van BW art. 7:691 lid 2 stelt dat in fase A het dienstverband eindigt zodra de opdracht bij de inlener stopt, hetgeen de werkgever maximale flexibiliteit biedt voor seizoenswerk.
Vervanging bij ziekte of zwangerschapsverlof. Wanneer een vaste medewerker langdurig uitvalt door ziekte (BW art. 7:629), zwangerschapsverlof (Wet Arbeid en Zorg art. 3:1, 16 weken) of ouderschapsverlof, biedt een uitzendkracht continuiteit zonder dat de inlener een nieuwe vaste werknemer hoeft aan te nemen. Aangezien het uitzendbureau juridisch werkgever blijft, draagt het de loondoorbetaling bij eventuele ziekte van de uitzendkracht zelf (BW art. 7:629 jo CAO Uitzendkrachten); de inlener betaalt alleen voor daadwerkelijk gewerkte uren tegen het overeengekomen tarief.
Proeffase voor mogelijke vaste indiensttreding. Vele werkgevers gebruiken uitzendwerk om kandidaten praktisch te beoordelen voordat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt aangeboden. De inlener moet bij overname rekening houden met een overnamevergoeding aan het uitzendbureau (vaak 25-30% van het bruto jaarsalaris bij overname binnen 12 maanden) en met de eerdere uitzendduur die meetelt voor de ketenregeling van BW art. 7:668a. Bij overname binnen fase A telt het arbeidsverleden mee voor de driejaarstermijn van opeenvolgende contracten.
Projectmatige inzet van gespecialiseerd personeel. In de bouw, ICT en techniek worden ervaren vakkrachten via een uitzendbureau ingehuurd voor afgebakende projecten met duidelijke einddatum. De Cao Bouw, Cao Metaal en Techniek of de CAO voor Uitzendkrachten regelen functiematrix, salarisschaal en toeslagen. Voor de inlener biedt deze constructie een snelle inzet van schaars talent zonder lange wervingstrajecten; voor de uitzendkracht biedt het ervaring bij meerdere opdrachtgevers en in fase A volledige werkmaatschappij-keuze.
Start-up of scale-up zonder vast personeelsbestand. Jonge ondernemingen die nog onzekerheid hebben over groeitempo, kiezen vaak voor uitzendwerk om risico op vaste loonkosten en transitievergoedingsverplichtingen te beperken. Het uitzendbureau draagt de hele administratieve last van loonheffing (Wet op de loonbelasting 1964), premies werknemersverzekeringen (Wfsv) en pensioenafdracht aan StiPP. De startup-werkgever betaalt alleen het uurtarief inclusief opslag voor werkgeverslasten en marge uitzendbureau.
Grensoverschrijdende of EU-uitzendarbeid onder Richtlijn 2008/104/EG. Wanneer een uitzendbureau gevestigd in een ander EU-land arbeidskrachten ter beschikking stelt in Nederland, geldt het beginsel van gelijke behandeling: de uitzendkracht heeft recht op de Nederlandse arbeidsvoorwaarden waaronder minimumloon (WML 2026: 1.946,40 EUR per maand), arbeidstijd onder Arbeidstijdenwet (ATW), vakantie en veiligheid. A1-verklaring sociale zekerheid moet vooraf worden aangevraagd bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) op grond van Verordening (EG) 883/2004.
Functieoverbrugging tijdens reorganisatie of herstructurering. Bij collectief ontslag onder de Wet melding collectief ontslag (WMCO) of bij overgang van onderneming (BW art. 7:662 e.v.) gebruiken werkgevers vaak uitzendkrachten om functies te vervullen tot de definitieve organisatiestructuur is vastgesteld. De ondernemingsraad heeft adviesrecht op grond van WOR art. 25 over inschakeling van uitzendkrachten boven een bepaald percentage. De Stichting van de Arbeid heeft hierover richtlijnen uitgevaardigd.
Wat moet er in uw Uitzendovereenkomst Nederland staan?
De Uitzendovereenkomst Nederland bevat verplichte elementen die voortvloeien uit BW art. 7:690 e.v., de CAO voor Uitzendkrachten (ABU of NBBU) en de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi).
Partijgegevens uitzendbureau en uitzendkracht. Volledige naam, KvK-nummer (8 cijfers), vestigingsadres en loonheffingennummer van het uitzendbureau; WTZA-toelatingsnummer sinds 1 januari 2025 verplicht onder de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten. Voor de uitzendkracht: voor- en achternaam, adres, BSN (Burgerservicenummer 9 cijfers), geboortedatum en e-mailadres. Identificatie verifieren met geldig identiteitsbewijs op grond van Wet identificatieplicht (Wid); kopie vijf jaar bewaren conform Wet op de loonbelasting 1964 art. 28.
Inlenersgegevens en allocatiefunctie. Naam, KvK-nummer en vestigingsadres van de inlener; contactpersoon binnen de inlener (vaak HR of operationeel manager); locatie van de werkzaamheden. De Waadi art. 8a verplicht de inlener om schriftelijk en juist informatie te verstrekken aan het uitzendbureau over de geldende inlenersbeloning, CAO, functiegroep en alle toeslagen.
Fase-indeling A, B of C onder CAO Uitzendkrachten. Bevestiging van fase op basis van cumulatief gewerkte weken. Fase A: eerste 52 gewerkte weken, met uitzendbeding van BW art. 7:691 lid 2 (automatische beeindiging bij opdracht-stop). Fase B: na 52 weken, maximaal 4 jaar of 6 contracten, met opzegtermijn en transitievergoeding (BW art. 7:673). Fase C: onbepaalde tijd na fase B. De fase bepaalt ontslagbescherming, pensioenpremie en doorbetaling bij ziekte.
Functieomschrijving en inschaling. Concrete functie volgens functiematrix CAO Uitzendkrachten (bijvoorbeeld algemeen medewerker, productiemedewerker, administratief medewerker, technisch specialist); functiegroep 1 tot 9 met overeenkomstige uurloonschaal; aansluiting bij de inlenersfunctie. Voor projecten waar geen inlenersfunctie bestaat geldt de ABU/NBBU-CAO als terugvaloptie.
Loon, inlenersbeloning en toeslagen. Bruto uurloon conform inlenersbeloning (gelijke beloning als rechtstreeks in dienst van de inlener) sinds Wet aanpassing inlenersbeloning 30 juni 2023; minimaal WML (Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 1968), per 1 januari 2026 bedraagt het minimumuurloon 14,02 EUR. Vakantietoeslag minimaal 8% (BW art. 7:617); ploegendiensttoeslag, onregelmatigheidstoeslag, overwerktoeslag conform inlener-CAO; reiskostenvergoeding (belastingvrij 0,23 EUR per km in 2026 onder Wet IB 2001 art. 31a); kostenvergoedingen voor gereedschap en arbeidsmiddelen.
Arbeidstijd en plaats van werkzaamheden. Aantal uren per week (varieert per opdracht); werkdagen en -tijden conform Arbeidstijdenwet (ATW); locatie van werkzaamheden bij inlener inclusief adres. Bij wisselende standplaatsen vermelding van afspraken over reisuren en kilometervergoeding.
Uitzendbeding en duur opdracht. In fase A: expliciete vermelding van het uitzendbeding op grond van BW art. 7:691 lid 2; de overeenkomst eindigt automatisch zodra de opdracht bij de inlener stopt, zonder opzegging en zonder loondoorbetaling buiten gewerkte uren. In fase B/C: opzegtermijn en grond voor beeindiging conform BW art. 7:669 e.v.
Pensioenregeling StiPP. Verplichte deelname aan Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP) vanaf 8 gewerkte weken in de basisregeling, vanaf 78 gewerkte weken in de plusregeling. Werkgeverspremie 8% (basis) of variabel (plus); werknemersbijdrage geregeld in CAO Uitzendkrachten. De Wet toekomst pensioenen (WTP) 2023 leidt tot transitie naar defined-contribution.
Doorbetaling bij ziekte en arbeidsongeschiktheid. In fase A met uitzendbeding: doorbetaling alleen tijdens lopende opdracht (BW art. 7:629 jo CAO Uitzendkrachten); na opdracht-stop instroom in Ziektewet (ZW) bij UWV. In fase B/C: standaard 70% loondoorbetaling gedurende twee jaar (104 weken). Bij arbeidsongeval inschakeling Nederlandse Arbeidsinspectie en aangifte UWV. Voor gebruikers van de gratis sjabloon op forms-legal.com raden wij ook de gerelateerde modellen arbeidsovereenkomst bepaalde tijd, arbeidsovereenkomst onbepaalde tijd en overeenkomst van opdracht aan voor uitgebreid HR-dossier.
Geheimhouding, intellectueel eigendom en concurrentie. Geheimhoudingsbeding op grond van BW art. 7:611 (goed werknemerschap) ten gunste van uitzendbureau en inlener; intellectueel eigendom op werken in dienstverband op grond van Auteurswet art. 7. Non-concurrentiebeding (BW art. 7:653) sinds wijziging WWZ 2025 alleen geldig met motivering zwaarwegend bedrijfsbelang; relatiebeding ten aanzien van inlener-relaties beperkt door redelijkheidstoets.
Geschillen en toepasselijk recht. Nederlands recht; geschillen bij de kantonrechter van de Rechtbank in het arrondissement waar de uitzendkracht woont (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 100). Geschillen over CAO Uitzendkrachten kunnen worden voorgelegd aan de Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU). Ondertekening: handgeschreven of geavanceerde elektronische handtekening conform eIDAS Verordening 910/2014; twee exemplaren.
Hoe vult u uw Uitzendovereenkomst Nederland in?
Een Uitzendovereenkomst Nederland correct opstellen vereist zorgvuldige doorloop van onderstaande stappen tussen uitzendbureau en uitzendkracht.
Stap 1 - Identiteit uitzendbureau, uitzendkracht en inlener vaststellen. Vermeld de volledige statutaire naam, KvK-nummer, vestigingsadres en loonheffingennummer van het uitzendbureau (BV of NV). Voeg het WTZA-toelatingsnummer toe (verplicht sinds 1 januari 2025) of het Waadi-registratienummer. Voor de uitzendkracht: voornaam, achternaam, adres in Basisregistratie Personen (BRP), BSN (Burgerservicenummer 9 cijfers), geboortedatum (formaat DD-MM-JJJJ). Identiteitsbewijs verifieren (paspoort, EU-identiteitskaart, rijbewijs voor EU/EER, verblijfsvergunning voor derdelanders) en kopie bewaren vijf jaar conform Wid en Wet op de loonbelasting 1964 art. 28.
Stap 2 - Inlenergegevens en opdracht vastleggen. Naam, KvK-nummer en vestigingsadres van de inlener; contactpersoon en functie (HR-manager, operationeel directeur); locatie van werkzaamheden (kantoor, fabriek, project-locatie); aanvangsdatum opdracht (DD-MM-JJJJ); verwachte einddatum of duur opdracht. De inlener moet schriftelijk informatie over loongebouw, CAO en toeslagen verstrekken op grond van Waadi art. 8a.
Stap 3 - Fase A, B of C bepalen. Tel cumulatief het aantal gewerkte weken in dienst van hetzelfde uitzendbureau of een opvolgende werkgever in dezelfde groep. Fase A: 0 tot 52 weken. Fase B: 52 tot 208 weken (max 4 jaar of 6 contracten). Fase C: onbepaalde tijd na voltooiing fase B. Verklaar de fase expliciet in de overeenkomst zodat de rechtspositie ondubbelzinnig is. Bij overgang van fase A naar B vervalt het uitzendbeding van BW art. 7:691 lid 2 en gelden de standaardregels voor opzegging en transitievergoeding (BW art. 7:672 en 7:673).
Stap 4 - Functie en inschaling onder CAO Uitzendkrachten. Beschrijf de functie concreet (bijvoorbeeld productiemedewerker assemblage, magazijnmedewerker, administratief medewerker, software developer). Verwijs naar de relevante functiegroep van CAO Uitzendkrachten (1 tot 9) of naar de overeenkomstige functiematrix van de inlener-CAO. Vermeld de salarisschaal en periodiek. Bij twijfel: contacteer de ABU of NBBU voor functie-indeling.
Stap 5 - Inlenersbeloning en uurloon vaststellen. Bepaal het bruto uurloon op basis van de inlenersbeloning: gelijke beloning als een werknemer in vergelijkbare functie rechtstreeks in dienst van de inlener (Wet aanpassing inlenersbeloning 30 juni 2023). Minimum: WML 2026 minimumuurloon 14,02 EUR. Voeg toe: vakantietoeslag 8% (BW art. 7:617), ploegendiensttoeslag, onregelmatigheidstoeslag, overwerktoeslag, eindejaarsuitkering volgens inlener-CAO, reiskostenvergoeding belastingvrij 0,23 EUR per km (Wet IB 2001 art. 31a).
Stap 6 - Arbeidstijd, werkdagen en standplaats. Bepaal het normaal aantal uren per week voor deze opdracht (bijvoorbeeld 32 uur, 36 uur, 40 uur). Beschrijf de werkdagen en werktijden (maandag-vrijdag 08:00-16:30 met half uur pauze) of het ploegenrooster. Vermeld de standplaats. Bij wisselende locaties: afspraken over reisvergoeding en reisuren onder CAO Uitzendkrachten.
Stap 7 - Uitzendbeding opnemen in fase A. Bij fase A: neem expliciet het uitzendbeding op met formulering: 'De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege zonder opzegging zodra de terbeschikkingstelling bij de inlener om welke reden dan ook eindigt, conform BW art. 7:691 lid 2.' Zonder schriftelijk uitzendbeding is de overeenkomst een standaard arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd. In fase B/C: vermeld opzegtermijn van BW art. 7:672 en eventueel afwijkende CAO-regeling.
Stap 8 - Pensioen StiPP en sociale zekerheid. Bevestig de verplichte aansluiting bij Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP). Basisregeling vanaf 8 gewerkte weken, plusregeling vanaf 78 gewerkte weken. Werkgeverspremie 8% (basis) en variabel (plus). Aanmelding bij UWV voor werknemersverzekeringen (WW, WIA, ZW); maandelijkse loonaangifte bij Belastingdienst voor loonheffing (Wet LB 1964 art. 28).
Stap 9 - Doorbetaling bij ziekte, ongeval en verlof. Vermeld voorwaarden voor loondoorbetaling bij ziekte: in fase A met uitzendbeding alleen tijdens lopende opdracht (na opdracht-stop instroom in Ziektewet bij UWV); in fase B/C minimaal 70% loondoorbetaling gedurende twee jaar (104 weken, BW art. 7:629). Verwijs naar zwangerschapsverlof (Wet Arbeid en Zorg art. 3:1, 16 weken), kortdurend en langdurend zorgverlof. Bij arbeidsongeval melding bij Nederlandse Arbeidsinspectie.
Stap 10 - Ondertekening, archivering en verstrekking. Twee exemplaren ondertekenen (een per partij). Datum en plaats van ondertekening. Geldig zijn natte handtekening of geavanceerde elektronische handtekening conform eIDAS Verordening 910/2014. De wezenlijke arbeidsvoorwaarden moeten binnen een maand na aanvang schriftelijk worden verstrekt op grond van BW art. 7:655. Bewaring uitzendovereenkomst en personeelsdossier minimaal vijf jaar na uitdiensttreding (Wet LB 1964 art. 28); zeven jaar bij ondernemers conform AWR art. 52.
Wettelijke vereisten voor Uitzendovereenkomst Nederland
De Uitzendovereenkomst Nederland is onderworpen aan een specifiek wettelijk kader dat ziet op de driehoeksverhouding, allocatiefunctie en arbeidsbescherming van de uitzendkracht.
Burgerlijk Wetboek Boek 7 art. 7:690 en 7:691. De wettelijke definitie van de uitzendovereenkomst en het uitzendbeding. Art. 7:690 definieert uitzendwerk als een arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer door zijn werkgever ter beschikking wordt gesteld van een derde om arbeid te verrichten onder leiding en toezicht van die derde. Art. 7:691 lid 2 maakt het mogelijk dat in de eerste 26 weken het dienstverband zonder opzegging eindigt zodra de terbeschikkingstelling eindigt; dit uitzendbeding vereist schriftelijke vastlegging.
Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) 1998. Reguleert allocatie van arbeidskrachten. Art. 8 verbiedt onderbetaling (gelijk loon voor gelijke arbeid). Art. 8a verplicht inlener tot schriftelijke informatieverstrekking aan uitzendbureau over inlenersbeloning. Art. 9 verbiedt belemmeringsbedingen die overname door inlener tegengaan zonder rechtvaardiging. Art. 14 verplicht registratie bij de KvK met SBI-code voor uitzendactiviteiten.
Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTZA) 2024. Sinds 1 januari 2025 in werking; uitzendbureaus moeten toelating aanvragen bij de Nederlandse Arbeidsinspectie. Eisen: VOG (Verklaring Omtrent Gedrag), waarborgsom 100.000 EUR, NEN 4400-certificering, demonstrabel goed bestuur. Bij inlenen zonder WTZA-toelating: boete tot 100.000 EUR per overtreding voor zowel uitzendbureau als inlener, oplopend bij recidive. De Nederlandse Arbeidsinspectie publiceert een openbaar register.
CAO voor Uitzendkrachten (ABU of NBBU). De CAO is algemeen verbindend verklaard door de Minister van SZW; daarmee rechtstreeks van toepassing op alle uitzendkrachten en uitzendbureaus in Nederland. Regelt: fase-indeling A/B/C, inlenersbeloning, vakantietoeslag, scholingsbudget, pensioen StiPP, geschillenregeling. Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU) controleert; boete tot 100.000 EUR per onderneming bij overtreding.
Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) 2020 en Wet aanpassing inlenersbeloning 30 juni 2023. Versterken positie uitzendkracht door verplichte inlenersbeloning: gelijke beloning, toeslagen, ploegendiensttoeslag, eindejaarsuitkering en kostenvergoedingen als werknemer rechtstreeks in dienst van inlener. Hoge WW-premie 7,74% (2026) voor flex-contracten versus lage WW-premie 2,74% voor vaste contracten.
Loonheffing en sociale zekerheid. Uitzendbureau is inhoudingsplichtig voor loonbelasting onder Wet op de loonbelasting 1964 art. 28; draagt premies werknemersverzekeringen af onder Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv); verstrekt loonstrook (BW art. 7:626) en jaaropgave (Wet IB 2001). Bij grensoverschrijdende uitzendarbeid: A1-verklaring sociale zekerheid van de SVB op grond van Verordening (EG) 883/2004.
Arbeidsomstandigheden (Arbowet). Inlener is materieel werkgever voor de Arbowet en draagt verantwoordelijkheid voor veilige werkplek, instructies, persoonlijke beschermingsmiddelen en RI&E (risico-inventarisatie en -evaluatie). Uitzendbureau moet zorgen dat uitzendkracht geinstrueerd is over werkplek-specifieke risico's. Bedrijfsongeval meldingsplichtig bij Nederlandse Arbeidsinspectie. Boete tot 13.500 EUR per overtreding.
Pensioen StiPP en Wet toekomst pensioenen (WTP) 2023. Verplichte deelname Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten vanaf 8 gewerkte weken (basisregeling) of 78 gewerkte weken (plusregeling). De WTP 2023 leidt tot transitie van defined benefit naar defined contribution, te realiseren uiterlijk 2028.
Ketenregeling en transitievergoeding. In fase B/C geldt de ketenregeling van BW art. 7:668a: maximaal drie opeenvolgende contracten binnen drie jaar of bij wijziging WWZ 2025 binnen vijf jaar (afhankelijk van CAO). Transitievergoeding bij werkgevers-initiatief beeindiging conform BW art. 7:673: 1/3 maandsalaris per dienstjaar, gemaximeerd 98.000 EUR (2026). In fase A met uitzendbeding geen transitievergoeding bij automatische beeindiging door opdracht-stop.
Privacy en gegevensbescherming (AVG / GDPR). Uitzendbureau is verwerkingsverantwoordelijke voor personeelsdossier uitzendkracht; verwerkingsgrondslag uitvoering arbeidsovereenkomst (AVG art. 6 lid 1 sub b). Bewaartermijn loon- en identiteitsgegevens vijf jaar na uitdiensttreding (Wet LB 1964 art. 28). De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) handhaaft AVG; boete tot 20 miljoen EUR of 4% wereldwijde omzet.
Geschillenbeslechting. Kantonrechter van de Rechtbank in arrondissement woonplaats uitzendkracht (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 100). Hoger beroep bij Gerechtshof; cassatie bij Hoge Raad der Nederlanden te Den Haag. CAO-geschillen kunnen worden voorgelegd aan de SNCU.
Veelgemaakte fouten bij uw Uitzendovereenkomst Nederland
De volgende fouten bij Uitzendovereenkomsten Nederland leiden tot procedures bij de kantonrechter, boetes van de Nederlandse Arbeidsinspectie, SNCU-sancties of CAO-vorderingen door FNV/CNV-vakbonden.
Fout 1 - Uitzendbeding niet schriftelijk vastleggen. Een mondeling uitzendbeding of een uitzendbeding alleen in algemene voorwaarden zonder ondertekening is nietig op grond van BW art. 7:691 lid 2. Zonder geldig schriftelijk uitzendbeding geldt de overeenkomst als reguliere arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd, met volledige opzegtermijn en transitievergoeding bij beeindiging. Bij geschil over geldigheid kan de kantonrechter vorderen dat het uitzendbureau loon doorbetaalt tot rechtsgeldige opzegging.
Fout 2 - Onjuiste fase-indeling A/B/C. Fout cumulatief weken tellen leidt tot benadeling uitzendkracht (te vroege fase B/C onthouden) of tot onterechte beeindiging zonder transitievergoeding. Houd rekening met opvolgende werkgevers binnen dezelfde groep (BW art. 7:668a lid 2): tijdvakken tellen samen. Bij overgang fase A naar B vervalt uitzendbeding en gelden standaardregels van BW art. 7:669 e.v. SNCU-controles vorderen achteraf gederfd loon en boete.
Fout 3 - Inlenersbeloning niet correct toepassen. Sinds Wet aanpassing inlenersbeloning 30 juni 2023 moet de uitzendkracht gelijke beloning ontvangen als een werknemer rechtstreeks in dienst van de inlener: basisloon, vakantietoeslag, ploegendienst, eindejaarsuitkering, kostenvergoedingen. Bij onderbetaling kan de uitzendkracht aanspraak maken op nabetaling tot vijf jaar terug; SNCU kan boete tot 100.000 EUR per onderneming opleggen. Inlener moet schriftelijk informatie over loongebouw verstrekken op grond van Waadi art. 8a.
Fout 4 - WTZA-toelating ontbreken sinds 1 januari 2025. Uitzendbureaus moeten toelating hebben van de Nederlandse Arbeidsinspectie; inleners mogen alleen samenwerken met toegelaten uitzendbureaus. Inlenen zonder WTZA-toelating leidt tot boete tot 100.000 EUR per overtreding voor zowel uitzendbureau als inlener. Verifieer toelating altijd in het openbare register van de Arbeidsinspectie voordat een overeenkomst wordt gesloten.
Fout 5 - StiPP-pensioenpremie niet afdragen vanaf juiste moment. Verplichte aansluiting bij Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten vanaf 8 gewerkte weken (basisregeling) of 78 weken (plusregeling). Verzuim leidt tot naheffing pensioenpremie tot vijf jaar terug plus boete onder Wet Bpf 2000. Bij Wet toekomst pensioenen (WTP) 2023 transitie: tijdige aanpassing pensioencontract richting defined-contribution noodzakelijk.
Fout 6 - Belemmeringsbeding overname door inlener. Een beding dat de uitzendkracht verbiedt direct in dienst te treden bij de inlener zonder dat een redelijke vergoeding wordt overeengekomen, is nietig op grond van Waadi art. 9. Een overnamevergoeding van maximaal 25-30% van het bruto jaarsalaris bij overname binnen 12 maanden is doorgaans rechtsgeldig. Hoge boetes (zoals 100% van het bruto jaarsalaris) of absolute verboden worden door de kantonrechter geheel of gedeeltelijk vernietigd.
Fout 7 - Onvoldoende veiligheidsinstructies voor inlener-locatie. Inlener is materieel werkgever onder Arbowet en moet zorgen voor RI&E, persoonlijke beschermingsmiddelen, werkinstructies en veilige werkplek. Uitzendbureau moet zorgen dat uitzendkracht voor aanvang geinstrueerd wordt over werkplek-specifieke risico's. Bij arbeidsongeval ontstaat civielrechtelijke aansprakelijkheid op grond van BW art. 7:658; bestuurlijke boete van de Nederlandse Arbeidsinspectie tot 13.500 EUR per overtreding. Documenteer instructies schriftelijk.
Fout 8 - Verkeerde toepassing CAO ABU versus NBBU of inlener-CAO. Bepaal nauwkeurig welke CAO van toepassing is: CAO Uitzendkrachten ABU (Algemene Bond Uitzendondernemingen) bij ABU-aangesloten bureaus, CAO NBBU (Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen) bij NBBU-aangesloten bureaus; in beide gevallen geldt inlenersbeloning op grond van inlener-CAO. Bij twijfel over algemeenverbindendverklaring (AVV): raadpleeg cao.minszw.nl. Foutieve CAO-toepassing leidt tot loonvorderingen en SNCU-boetes.
Bronnen en Citaten
Wettelijke citaten linken naar officiële overheidsbronnen.
- eIDASEU official
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Uitzendovereenkomst Nederland (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/employment/contracts/uitzendovereenkomst
"Uitzendovereenkomst Nederland (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/employment/contracts/uitzendovereenkomst.
@misc{formslegal-uitzendovereenkomst,
author = {{Forms Legal}},
title = {Uitzendovereenkomst Nederland (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/employment/contracts/uitzendovereenkomst}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
Een uitzendovereenkomst (BW art. 7:690) is een arbeidsovereenkomst waarbij de uitzendkracht in dienst is bij het uitzendbureau en wordt uitgezonden naar een derde (de inlener) met allocatiefunctie: het uitzendbureau bemiddelt tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Het uitzendbeding van BW art. 7:691 lid 2 maakt automatische beeindiging mogelijk in fase A. Een payrollovereenkomst (BW art. 7:692) lijkt op uitzendwerk, maar zonder allocatiefunctie: de payrollwerkgever stelt de werknemer exclusief ter beschikking aan een opdrachtgever die zelf de werknemer heeft geworven. Payrollwerknemers hebben sinds WAB 2020 recht op gelijke arbeidsvoorwaarden als directe werknemers van de inlener vanaf de eerste dag, inclusief pensioen. Detachering is een breder begrip dat vaak verwijst naar langdurige terbeschikkingstelling van gespecialiseerd personeel door eigen vennootschappen, dikwijls in ICT en techniek; juridisch valt detachering onder BW art. 7:690 wanneer er sprake is van allocatie, anders onder reguliere arbeidsovereenkomst. Voor inleners geldt sinds 1 januari 2025 de WTZA-toelatingsplicht voor alle drie de vormen.
Het fase-systeem in de CAO voor Uitzendkrachten (ABU en NBBU) bepaalt de rechtspositie van de uitzendkracht naar gelang cumulatief gewerkte weken. Fase A duurt de eerste 52 gewerkte weken in dienst van hetzelfde uitzendbureau of een opvolgende werkgever in dezelfde groep; in fase A geldt het uitzendbeding van BW art. 7:691 lid 2, waardoor de overeenkomst automatisch eindigt zodra de opdracht bij de inlener stopt zonder opzegging of transitievergoeding. Fase B begint na fase A en duurt maximaal 4 jaar of 6 contracten; het uitzendbeding vervalt, opzegtermijnen van BW art. 7:672 gelden en bij werkgevers-initiatief beeindiging is transitievergoeding verschuldigd (BW art. 7:673: 1/3 maandsalaris per dienstjaar). Fase C ontstaat na voltooiing van fase B en geldt als arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met volledige ontslagbescherming. Tijdens onderbreking tussen opdrachten telt de tijd tussen 0 en 26 weken niet mee voor doorlopende fase; bij onderbreking langer dan 26 weken vervalt de fase-opbouw. SNCU controleert juiste fase-toepassing en kan bij overtreding boetes opleggen tot 100.000 EUR per onderneming.
Inlenersbeloning is het beginsel dat de uitzendkracht recht heeft op gelijke beloning als een werknemer in een vergelijkbare functie rechtstreeks in dienst van de inlener. Sinds 30 juni 2023 onder de Wet aanpassing inlenersbeloning is de inlenersbeloning verder uitgebreid. Daaronder vallen: bruto basisloon volgens functiegroep inlener-CAO; vakantietoeslag minimaal 8% (BW art. 7:617); ploegendiensttoeslag, onregelmatigheidstoeslag, weekendtoeslag conform inlener-CAO; overwerktoeslag; eindejaarsuitkering of dertiende maand; resultaatafhankelijke beloning (bonus, provisie); kostenvergoedingen voor reiskosten, gereedschap, werkkleding; thuiswerkvergoeding. De inlener moet op grond van Waadi art. 8a schriftelijk en juist informatie verstrekken aan het uitzendbureau over het volledige loongebouw en alle toeslagen. Bij onderbetaling kan de uitzendkracht nabetaling vorderen tot vijf jaar terug; SNCU kan controles uitvoeren en boetes opleggen tot 100.000 EUR per onderneming. Voor pensioen geldt de StiPP-regeling van CAO Uitzendkrachten en niet automatisch het pensioenfonds van de inlener.
De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTZA) 2024 is in werking getreden per 1 januari 2025. Uitzendbureaus moeten toelating aanvragen bij de Nederlandse Arbeidsinspectie op grond van vier hoofdeisen: een waarborgsom van 100.000 EUR, NEN 4400-certificering door een geaccrediteerde certificeerder, een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) voor bestuurders en aandeelhouders, en demonstrabel goed bestuur en goede bedrijfsvoering. De Nederlandse Arbeidsinspectie publiceert een openbaar register van toegelaten uitzendbureaus. Inleners mogen sinds de inwerkingtreding alleen samenwerken met toegelaten uitzendbureaus; bij inhuur van een niet-toegelaten uitzendbureau is de inlener zelf strafbaar. Boete tot 100.000 EUR per overtreding voor zowel uitzendbureau als inlener, oplopend bij recidive tot 200.000 EUR. De WTZA is een reactie op misstanden in de uitzendbranche zoals arbeidsuitbuiting, ondoorzichtige constructies en omzeiling van CAO-bepalingen. Verifieer toelating altijd in het register van de Arbeidsinspectie voordat een uitzendovereenkomst wordt gesloten of een inhuuropdracht wordt verstrekt.
Onder de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) geldt de inlener als materieel werkgever voor de uitzendkracht. De inlener is daarmee primair verantwoordelijk voor een veilige werkplek, het opstellen en bijhouden van de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E), het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM), het geven van werkinstructies en het toezicht op naleving van veiligheidsvoorschriften. Het uitzendbureau moet zorgen dat de uitzendkracht voor aanvang van de opdracht geinstrueerd wordt over werkplek-specifieke risico's en de relevante onderdelen van de RI&E heeft ontvangen. Bij een bedrijfsongeval geldt meldingsplicht aan de Nederlandse Arbeidsinspectie via het meldingsformulier; bij ernstig of dodelijk ongeval onmiddellijke melding. Civielrechtelijke aansprakelijkheid van de inlener kan worden gevestigd op grond van BW art. 7:658 (zorgplicht werkgever), waarbij de inlener als materieel werkgever wordt aangemerkt. Bestuurlijke boete van de Nederlandse Arbeidsinspectie kan oplopen tot 13.500 EUR per overtreding, met verdubbeling bij recidive. Documenteer altijd schriftelijk dat de uitzendkracht instructies heeft ontvangen en de juiste PBM heeft gekregen.
Ja, een uitzendkracht mag direct in dienst treden bij de inlener; een belemmeringsbeding dat dit verbiedt is nietig op grond van Waadi art. 9. Het uitzendbureau mag wel een redelijke overnamevergoeding bedingen voor de geleverde werving-, selectie- en bemiddelingsinspanning. In de praktijk geldt vaak een overnamevergoeding van 25 tot 30 procent van het bruto jaarsalaris bij overname binnen 12 maanden; bij latere overname (na 12 maanden) vervalt de vergoedingsplicht in de regel. Een overnamevergoeding van 100% van het jaarsalaris of een absoluut overnameverbod wordt door de kantonrechter doorgaans geheel of gedeeltelijk vernietigd wegens onredelijkheid. Bij overname binnen fase A telt het arbeidsverleden mee voor de ketenregeling van BW art. 7:668a; bij drie opeenvolgende contracten of overschrijding van de driejaarstermijn (sinds wijziging WWZ 2025 verlengd naar vijf jaar voor reguliere werknemers) ontstaat automatisch een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Voor de transitievergoeding (BW art. 7:673) telt het arbeidsverleden bij het uitzendbureau eveneens mee na de overname.
Bij ziekte van een uitzendkracht zijn de regels afhankelijk van de fase en het bestaan van een uitzendbeding. In fase A met uitzendbeding van BW art. 7:691 lid 2: het uitzendbureau betaalt loon door tot het moment dat de inlener de opdracht beeindigt (vaak zodra ziekte gemeld wordt); daarna eindigt de uitzendovereenkomst automatisch en stroomt de uitzendkracht in de Ziektewet (ZW) bij het UWV met een uitkering van 70% van het maximumdagloon gedurende maximaal 104 weken. In fase B en C (en in fase A zonder uitzendbeding) geldt de gewone loondoorbetaling bij ziekte van BW art. 7:629: minimaal 70% van het loon gedurende maximaal twee jaar (104 weken), in het eerste jaar minimaal het wettelijk minimumloon. De CAO voor Uitzendkrachten kan aanvullen tot 90% of 100% in het eerste ziektejaar. Het uitzendbureau heeft re-integratieverplichtingen onder de Wet verbetering poortwachter: binnen zes weken Plan van Aanpak, jaarlijkse evaluatie, na 42 weken ziekteaangifte UWV. Na 104 weken beoordeelt UWV recht op WIA-uitkering (IVA bij volledige arbeidsongeschiktheid, WGA bij gedeeltelijke).
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Arbeidsovereenkomst voor Bepaalde Tijd Nederland
Tijdelijke arbeidsovereenkomst met einddatum tussen werkgever en werknemer conform Burgerlijk Wetboek Boek 7 art. 7:667 en de ketenregeling van BW art. 7:668a. Bevat aanvangsdatum, einde van rechtswege, aanzegplicht, proeftijd, opzegging en transitievergoeding.
Arbeidsovereenkomst voor Onbepaalde Tijd Nederland
Vaste arbeidsovereenkomst zonder einddatum tussen werkgever en werknemer conform Burgerlijk Wetboek Boek 7 art. 7:610 e.v. Bevat functie, loon, werktijden, proeftijd, vakantie, opzegging en CAO-bepalingen.
Overeenkomst van Opdracht (ZZP)
Overeenkomst van opdracht tussen opdrachtgever en zelfstandig zonder personeel (ZZP) conform Burgerlijk Wetboek 7:400 tot 7:413, met expliciete uitsluiting van loondienst conform Wet DBA 2016. Regelt opdracht, tarief, looptijd, aansprakelijkheid, intellectueel eigendom en geheimhouding.