CAO-aanvulling Werknemer
ADDENDUM BIJ ARBEIDSOVEREENKOMST
CAO-AANVULLING WERKNEMER
(Conform Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst 1927 en BW 7:613)
De ondergetekenden:
Werkgever:
[Werkgever Naam]
[Werkgever Adres]
KVK-nummer: [Werkgever K V K]
Vertegenwoordigd door: [Werkgever Vertegenwoordiger]
Werknemer:
[Werknemer Naam]
[Werknemer Adres]
Functie: [Werknemer Functie]
sluiten het volgende addendum bij de bestaande arbeidsovereenkomst, ingaande [Ingangsdatum]:
Artikel 1 - Toepasselijke CAO
1.1 Op de arbeidsovereenkomst is van toepassing de [Cao Naam].
1.2 Werknemer is ingedeeld in [Cao Schaal].
1.3 Dit addendum bevat uitsluitend bepalingen die ten gunste van de werknemer afwijken van de CAO, conform Wet op de CAO 1927 art. 12. Bepalingen die ongunstiger zijn dan de CAO, zijn nietig van rechtswege.
Artikel 2 - Aanvullend loon
2.1 Het bruto maandloon van werknemer bedraagt EUR [Brutomaaandloon] per maand, inclusief eventuele persoonlijke toeslag.
2.2 Persoonlijke toeslag boven de CAO-schaalgrens: EUR [Persoonlijke Toeslag].
2.3 Loonopgave vindt maandelijks plaats conform BW 7:626 en de Wet op de loonbelasting 1964 art. 28.
Artikel 3 - Extra vakantiedagen
3.1 Werknemer ontvangt [Extra Vakantiedagen] extra vakantiedagen per jaar bovenop het CAO-minimum.
3.2 Wettelijke vakantiedagen conform BW 7:634 vervallen na twee jaar (BW 7:642). Bovenwettelijke vakantiedagen vervallen na zes maanden conform BW 7:640a, tenzij partijen een langere vervaltermijn overeenkomen.
Artikel 4 - Aanvullende pensioenregeling
4.1 Werkgever draagt bij aan de aanvullende pensioenregeling via: [Pensioenfonds].
4.2 Premiesplit: [Pensioenpremie] van het pensioengevend loon, conform Pensioenwet 2006 art. 21.
4.3 De werkgever verstrekt werknemer een Startbrief conform art. 21 Pensioenwet 2006 bij aanvang deelname.
Artikel 5 - Overige aanvullende voorwaarden
[Overige Voorwaarden]
Artikel 6 - Wijziging en rangorde
6.1 Wijziging van dit addendum vereist schriftelijke instemming van beide partijen conform BW 7:613. Eenzijdige wijziging door werkgever is uitsluitend toegestaan bij zwaarwegend belang dat het belang van werknemer naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid overstijgt (BW 7:613).
6.2 Bij strijdigheid tussen dit addendum, de arbeidsovereenkomst en de CAO, prevaleert de voor de werknemer gunstigste bepaling conform Wet op de CAO 1927 art. 12.
6.3 Op dit addendum is Nederlands recht van toepassing. Geschillen worden voorgelegd aan de Kantonrechter van de bevoegde Rechtbank conform Rv art. 93 sub c.
Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt te [Onderteken Plaats] op [Onderteken Datum].
________________________
[Werkgever Vertegenwoordiger]
Namens [Werkgever Naam]
________________________
[Werknemer Naam]
Werknemer
Werkgever
________________
Signature
Werknemer
________________
Signature
Wat is CAO-aanvulling Werknemer?
Een CAO-aanvulling Werknemer is een schriftelijk addendum bij de individuele arbeidsovereenkomst in Nederland, waarmee werkgever en werknemer overeenkomen dat bepaalde arbeidsvoorwaarden gunstiger zijn dan de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) of aanvullende afspraken bevatten die de CAO niet regelt. De Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst 1927 (Wet CAO) bepaalt in art. 1 dat een CAO een schriftelijke overeenkomst is tussen werkgeversvereniging(en) en vakbond(en) over arbeidsvoorwaarden. Individuele arbeidsovereenkomsten mogen ingevolge art. 12 Wet CAO uitsluitend in het voordeel van de werknemer afwijken van de CAO.
In de Nederlandse arbeidspraktijk bestaat een zogenaamd normatief stelsel: de CAO geldt automatisch voor alle werknemers in de betreffende sector zodra de werkgever lid is van de werkgeversvereniging of de CAO door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid algemeen verbindend is verklaard (avv) op grond van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten (WAVV 1937). De individuele werknemer en werkgever zijn dan gebonden aan de minimum-voorwaarden van de CAO, maar mogen gunstigere afspraken maken.
De CAO-aanvulling legt vast welke specifieke verbeteringen van toepassing zijn voor de individuele werknemer. Gedacht kan worden aan een hoger brutoloon dan de CAO-schaal, extra vakantiedagen bovenop het wettelijk minimum van 20 dagen (BW 7:634) en het CAO-minimum, een aanvullende pensioenregeling via Stichting Pensioenfonds of een verzekeraar, een studiekostenregeling, thuiswerkvergoeding conform belastingvrije RVO-normen, of een winstdelingsregeling. Zonder schriftelijke vastlegging kunnen over dit soort individuele aanvullingen jaren later geschillen ontstaan voor de Kantonrechter.
Het Burgerlijk Wetboek 7:613 bepaalt dat een wijzigingsbeding in de arbeidsovereenkomst schriftelijk overeengekomen moet zijn om geldig te zijn. Een CAO-aanvulling die later worden gewijzigd, moet op grond van BW 7:613 worden ondertekend door werknemer; eenzijdige wijziging is uitsluitend mogelijk indien werkgever een zodanig zwaarwegend belang heeft dat het belang van de werknemer daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken. Zonder schriftelijk beding mogen individuele afspraken die in het voordeel van de werknemer zijn niet eenzijdig worden teruggedraaid.
Ook voor werkgevers is de CAO-aanvulling waardevol. Bovenwettelijke voorwaarden dienen als werving- en retentiemiddel, maar moeten schriftelijk zijn vastgelegd om aanspraken te voorkomen bij personeel dat de mondelinge toezegging later opeist. Rechtbank sector Kanton (Kantonrechter) interpreteert onduidelijke arbeidsrechtelijke toezeggingen regelmatig in het voordeel van de werknemer op grond van BW 6:248 (redelijkheid en billijkheid), zeker als de werkgever een informatieachterstand heeft gecreëerd. Schriftelijke vastlegging in de CAO-aanvulling beschermt beide partijen.
Wanneer heeft u CAO-aanvulling Werknemer nodig?
Een CAO-aanvulling Werknemer is aangewezen in meerdere praktijksituaties. Bij indiensttreding in een sector met een toepasselijke CAO, zoals de Metalektro-CAO, CAO Retail, of CAO Zorg, wil de werkgever dikwijls bovenwettelijke arbeidsvoorwaarden bieden om talent aan te trekken. De aanvulling legt dit schriftelijk vast als onderdeel van de onboarding, zodat over de hoogte van het extra loon, de extra vakantiedagen of de studiekostenvergoeding nooit twijfel bestaat.
Tijdens het dienstverband kunnen omstandigheden veranderen waardoor werkgever extra voorwaarden wil toekennen. Voorbeelden zijn promotie waarbij loon boven de CAO-schaal wordt vastgesteld, toekenning van een bedrijfsauto met bijtellingafspraken conform Wet op de loonbelasting 1964 art. 13bis, of een individuele thuiswerkovereenkomst conform het model aanbevolen door de Sociaal-Economische Raad (SER). De CAO-aanvulling documenteert dergelijke mutaties schriftelijk conform BW 7:655 (informatieplicht werkgever over arbeidsvoorwaarden).
Bij reorganisatie of overdracht van onderneming op grond van Overgang van Onderneming (BW 7:662 e.v.) gaan alle individuele arbeidsrechtelijke rechten mee over op de verkrijger. Mondelinge bovenwettelijke toezeggingen zijn moeilijk aantoonbaar; schriftelijke CAO-aanvullingen bewijzen de voorwaarden waartoe de verkrijger juridisch gebonden is.
Tevens is een CAO-aanvulling noodzakelijk wanneer partijen afwijken van bepaalde CAO-regelingen die dat individueel toelaten. Sommige cao's bevatten zogeheten optionele of dispensabele bepalingen, waarbij individueel kan worden afgeweken. Vastlegging in een addendum voorkomt verwarring over welke CAO-variant van toepassing is op de individuele medewerker.
Wat moet er in uw CAO-aanvulling Werknemer staan?
Een degelijke CAO-aanvulling Werknemer bevat een aantal onmisbare onderdelen. Het identificatieartikel verwijst naar de toepasselijke CAO bij naam, met versienummer of looptijdperiode, en naar de individuele arbeidsovereenkomst van de werknemer, met datum en referentienummer. Zonder deze koppeling is onduidelijk welke regeling de aanvulling aanvult of aanpast.
Het loongedeelte specificeert het bruto maandloon of bruto uurloon inclusief eventuele toeslagen, en geeft aan in welke CAO-schaal en periodiek de werknemer zit conform de salarisschalen van de toepasselijke CAO. Aanvullend loon boven de schaalgrens wordt expliciet vermeld, evenals jaarlijkse indexatie- of herzieningsafspraken. De Belastingdienst (BD) controleert loonopgaven op grond van de Wet op de loonbelasting 1964 art. 28, dus helderheid over looncomponenten is fiscaal verplicht.
Vakantiedagen en verlofregelingen vormen een kritisch onderdeel. Het wettelijk minimum conform BW 7:634 is 20 vakantiedagen per jaar bij fulltime dienstverband. De CAO legt doorgaans hogere minima vast, en de aanvulling kan dit verder verhogen. Bovenwettelijke vakantiedagen vervallen conform BW 7:640a na zes maanden, terwijl wettelijke vakantiedagen conform BW 7:642 vervallen na twee jaar. De aanvulling moet duidelijk onderscheid maken.
Studiekostenregelingen verdienen aparte aandacht. Op forms-legal.com kunt u naast de CAO-aanvulling ook een apart Studiekostenbeding downloaden voor gedetailleerde terugbetalingsafspraken. Een studiekostenclausule in de aanvulling verwijst dan naar dat separate beding of vat de kernafspraken samen: welke opleiding, hoogte vergoeding, terugbetalingstermijn na vrijwillig vertrek conform BW 7:611 (goed werknemerschap).
Pensioenregelingen die bovenop de verplichte deelname aan een bedrijfstakpensioenfonds gaan, worden in de aanvulling vermeld met naam pensioenfonds of verzekeraar, premiepercentages werkgever en werknemer conform Pensioenwet 2006 art. 21, en de bijdrage aan een eventuele aanvullende netto- of beschikbare premieregeling. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op pensioenuitvoerders.
De functieomschrijving en -indeling conform de CAO-functieraster, inclusief eventuele persoonlijke functioneringstoeslag, moeten in de aanvulling worden opgenomen. Bij reorganisatie of functiewijziging is dit de referentietekst. Eventuele aandelen, opties of andere equity-componenten vallen buiten de standaard-CAO en worden in een afzonderlijk artikel geregeld.
Onder de slotbepalingen valt de rangorde van documenten: welk document prevaleert bij strijdigheid tussen de CAO, de individuele arbeidsovereenkomst en de aanvulling. Conform Wet CAO 1927 art. 12 prevaleert altijd de voor de werknemer gunstigste bepaling. Tot slot: datum, handtekeningen werkgever (rechtsgeldig vertegenwoordiger met KVK-bevoegdheid) en werknemer.
Hoe vult u uw CAO-aanvulling Werknemer in?
Stap 1: Vul de datum van de aanvulling in als DD-MM-JJJJ en zorg dat de aanvulling aansluit op de datum van de arbeidsovereenkomst of de ingangsdatum van de nieuwe voorwaarden.
Stap 2: Voer de volledige statutaire naam van de werkgever in zoals ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (KVK), met het 8-cijferig KVK-nummer. Raadpleeg het Handelsregister op kvk.nl voor de juiste naamsstelling.
Stap 3: Vul de naam van de toepasselijke CAO in, inclusief de looptijdperiode (bijv. 'CAO Metaal en Techniek 2025-2026'). De toepasselijke CAO kunt u vinden via de website van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of via cao.szw.nl.
Stap 4: Specificeer het bruto maandloon of bruto uurloon inclusief eventuele toeslagen. Gebruik het Euro-formaat met punt als duizendtalscheider en komma als decimaalteken, bijv. € 3.500,00 per maand.
Stap 5: Geef het aantal extra vakantiedagen op boven de CAO-norm. Vermeld expliciet hoeveel wettelijk zijn (per BW 7:634) en hoeveel bovenwettelijk.
Stap 6: Bij studie- of scholingsafspraken: vermeld de naam van de opleiding, het maximaal te vergoeden bedrag, en de terugbetalingsperiode na vrijwillig vertrek in maanden.
Stap 7: Vul pensioengegevens in indien van toepassing: naam pensioenfonds of verzekeraar, premiesplit werkgever/werknemer in percentages van het pensioengevend loon.
Stap 8: Controleer of alle velden een concreet bedrag, percentage of tijdsperiode bevatten. Vage omschrijvingen leiden tot geschillen bij de Kantonrechter.
Stap 9: Laat beide partijen ondertekenen op de aangegeven plaatsen. Bewaar een originele ondertekende kopie in het personeelsdossier conform BW 7:655 (informatieplicht werkgever).
Wettelijke vereisten voor CAO-aanvulling Werknemer
De Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst 1927 vereist niet dat een CAO-aanvulling notarieel wordt verleden, maar stelt wel dat elk beding dat afwijkt van een avv-verklaarde CAO schriftelijk moet zijn vastgelegd om geldig te zijn. Mondelinge afspraken over bovenwettelijke voorwaarden zijn in beginsel bindend op grond van BW 6:217, maar moeilijk bewijsbaar; schriftelijke vastlegging is dan ook het minimumvereiste in de praktijk.
BW 7:655 verplicht de werkgever om de werknemer schriftelijk te informeren over de arbeidsvoorwaarden, waaronder de CAO waaronder hij valt, het loon, de arbeidsduur en vakantieaanspraken. Een CAO-aanvulling als onderdeel van het aanstellingspakket voldoet aan deze informatieplicht. Niet voldoen aan BW 7:655 kan leiden tot aansprakelijkheid voor schade die de werknemer lijdt door gemis aan informatie.
Wijzigingen van de CAO-aanvulling na ondertekening vereisen op grond van BW 7:613 schriftelijk overeenstemming van beide partijen, tenzij een geldig wijzigingsbeding is opgenomen dat eenzijdige wijziging bij zwaarwegend belang toestaat. Zonder zo'n beding kan de werkgever de bovenwettelijke voorwaarden niet eenzijdig verlagen.
Bij algemeen verbindend verklaring (avv) door de Minister van SZW op grond van WAVV 1937 zijn alle werkgevers in de sector — ook niet-georganiseerde werkgevers — gebonden aan de CAO-minimumaspecten. Individuele aanvullingen ten gunste van de werknemer blijven altijd toegestaan.
Fiscaal geldt dat bovenwettelijke looncomponenten worden verwerkt in de loonaangifte bij de Belastingdienst conform Wet op de loonbelasting 1964 art. 28. Bijdragen aan erkende pensioenfondsen zijn fiscaal aftrekbaar voor werkgever en werknemer binnen de grenzen van de Pensioenwet 2006.
Veelgemaakte fouten bij uw CAO-aanvulling Werknemer
Een veelgemaakte fout is het niet vermelden van de exacte naam en versie van de toepasselijke CAO. Als de CAO jaarlijks wijzigt en de aanvulling verwijst alleen naar 'de toepasselijke CAO', is bij een cao-wisseling onduidelijk welke editie prevaleert. Vermeld altijd de naam, sector en looptijdperiode.
Een andere fout betreft vakantiedagen waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen wettelijke en bovenwettelijke dagen. Wettelijke vakantiedagen (BW 7:634, minimaal 20 bij FTE) vervallen later dan bovenwettelijke (BW 7:640a zes maanden versus BW 7:642 twee jaar). Zonder dit onderscheid kan de werknemer eisen dat ook bovenwettelijke dagen twee jaar geldig blijven.
Het ontbreken van een rangordebepaling is eveneens een risicofactor. Werkgevers voegen soms drie documenten samen — de CAO, de arbeidsovereenkomst en de aanvulling — zonder te bepalen welk document bij strijdigheid prevaleert. Conform Wet CAO 1927 art. 12 prevaleert de voor de werknemer gunstigste bepaling, maar bij twijfel over wat 'gunstiger' is, beslist de Kantonrechter. Leg de rangorde vast.
Pensioenafspraken worden regelmatig onvolledig vastgelegd: werkgevers noemen alleen de naam van het pensioenfonds maar niet het premiepercentage of de pensioengrondslag. Dit levert bij uitdiensttreding discussie op over de opgebouwde rechten. Verwijs naar de concrete pensioenregeling en vermeld premiesplit.
Tot slot: het vergeten van de BW 7:613-clausule bij bedingen die later gewijzigd kunnen worden. Zonder expliciete wijzigingsbepaling mag de werkgever de bovenwettelijke voordelen niet eenzijdig terugdraaien, ook niet bij gewijzigde bedrijfseconomische omstandigheden. Voeg een wijzigingsbeding op maat toe.
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). CAO-aanvulling Werknemer (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/employment/contracts/cao-aanvulling-werknemer
"CAO-aanvulling Werknemer (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/employment/contracts/cao-aanvulling-werknemer.
@misc{formslegal-cao-aanvulling-werknemer,
author = {{Forms Legal}},
title = {CAO-aanvulling Werknemer (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/employment/contracts/cao-aanvulling-werknemer}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
Nee. Op grond van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst 1927 art. 12 mag een individuele arbeidsovereenkomst — inclusief een aanvulling daarop — uitsluitend ten gunste van de werknemer afwijken van de CAO. Bepalingen die de werknemer minder rechten geven dan de CAO toekennt, zijn nietig van rechtswege. De CAO-aanvulling kan dus alleen meer bieden dan de CAO: hogere lonen, extra verlof, betere pensioenregelingen of aanvullende vergoedingen. Werkgevers die bovenwettelijke afspraken later willen terugdraaien, stuiten op BW 7:613 dat eenzijdige wijziging in het nadeel van de werknemer slechts toestaat bij een zwaarwegend belang dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid het belang van de werknemer overstijgt.
Dat hangt af van de formulering van de aanvulling. Als de aanvulling verwijst naar 'de toepasselijke CAO' zonder verdere specificatie, volgt zij automatisch de nieuwe CAO. Als de aanvulling verwijst naar een specifieke versie van de CAO (bijv. 'CAO Metaal en Techniek 2024-2025'), werkt zij als aanvulling op die versie totdat partijen de aanvulling updaten. Bij de meeste sectorale cao's worden bovenwettelijke aanvullingen stilzwijgend gecontinueerd tenzij partijen een vervalbeding overeenkomen. Verstandig is altijd te bepalen of de aanvulling meebeweegt of een standaand heeft. De Kantonrechter oordeelt bij geschil over de uitleg op grond van BW 6:248 (redelijkheid en billijkheid) en de Haviltex-maatstaf (HR 13 maart 1981).
Bij een individuele CAO-aanvulling voor één werknemer is instemming van de Ondernemingsraad (OR) op grond van Wet op de ondernemingsraden (WOR) 1971 art. 27 in beginsel niet vereist, omdat OR-instemming geldt voor regelingen die voor een groep werknemers gelden. Gaat het om een aanvullingsregeling die voor alle of een groep werknemers wordt ingevoerd — bijv. een bedrijfsbrede thuiswerkvergoeding of een winstdelingssysteem — dan valt dat onder WOR art. 27 lid 1 sub a (beloningssysteem) of sub b (functiewaarderingssysteem) en is instemming verplicht. Niet-nakoming maakt het besluit nietig op grond van WOR art. 27 lid 5. Controleer bij twijfel of de aanvulling individueel of collectief van aard is.
Bij overgang van onderneming in de zin van BW 7:662 e.v. — waarbij een economische eenheid met behoud van identiteit wordt overgedragen — gaan alle rechten en plichten van de arbeidsovereenkomst van rechtswege over op de verkrijger. De schriftelijke CAO-aanvulling is onderdeel van die rechten en de verkrijger is er dus aan gebonden, zelfs als de verkrijger onder een andere CAO valt. BW 7:663 bepaalt dat de werknemer na overgang al zijn rechten behoudt. De Hoge Raad der Nederlanden heeft in meerdere arresten bevestigd dat individuele bovenwettelijke afspraken meegaan bij overgang. Een verkrijger die de aanvulling wil wijzigen, heeft daarvoor instemming van de werknemer nodig conform BW 7:613.
De Pensioenwet 2006 art. 21 verplicht de werkgever de werknemer te informeren over de pensioenregeling uiterlijk op de dag van indiensttreding. De CAO-aanvulling kan deze informatieplicht gedeeltelijk vervullen door te verwijzen naar de pensioenregeling en de premiesplit. Let wel: de Pensioenwet vereist een aparte, gedetailleerde Startbrief van de pensioenuitvoerder conform art. 21 Pw, die de werknemer informeert over de precieze pensioenafspraken, dekkingen en kosten. De CAO-aanvulling vervangt de Startbrief niet. Aanvullende pensioentoezeggingen boven het verplichte bedrijfstakpensioenfonds worden vastgelegd in de aanvulling en in een aparte pensioenovereenkomst conform art. 1 Pw (definitie pensioenovereenkomst). De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op de informatievoorziening over pensioenproducten.
Alleen indien de CAO-aanvulling een geldig wijzigingsbeding conform BW 7:613 bevat, kan de werkgever bij zwaarwegend belang eenzijdig wijzigen. Financiële problemen kunnen een zwaarwegend belang opleveren, maar de Kantonrechter toetst dit streng: de werkgever moet aantonen dat zijn belang zodanig zwaarwegend is dat het belang van de werknemer daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken. De Hoge Raad (HR 11 juli 2008, JAR 2008/208) heeft dit criterium aangescherpt. Zonder wijzigingsbeding mag de werkgever de bovenwettelijke voorwaarden überhaupt niet eenzijdig verlagen; hij is dan aangewezen op instemming van de werknemer of ontbinding bij de Kantonrechter conform BW 7:671b. Bestaande rechten van de werknemer gaan ook bij insolventie van de werkgever niet verloren omdat het UWV de loonvordering overneemt conform Faillissementswet art. 61.
Geschillen over individuele arbeidsovereenkomsten, inclusief CAO-aanvullingen, worden in Nederland behandeld door de Kantonrechter (sector Kanton van Rechtbank) ongeacht de hoogte van de vordering. Dit volgt uit BW 7:679 en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) art. 93 sub c. De Kantonrechter past de Wet op de CAO 1927, de BW-regels voor arbeidsovereenkomsten (BW 7:610-691) en de beginselen van redelijkheid en billijkheid (BW 6:248) toe. Bij cao-geschillen die collectief van aard zijn — bijv. interpretatie van een avv-verklaarde CAO door meerdere werkgevers — kunnen vakbonden en werkgeversverenigingen via art. 3 Wet CAO een aparte cao-nakomingsactie instellen bij de civiele rechter. Hoger beroep tegen Kantonrechter-uitspraken gaat naar het Gerechtshof.
Een individuele CAO-aanvulling voor één werknemer hoeft niet te worden aangemeld bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of een andere instantie. De aanmeldings- en registratieplicht geldt uitsluitend voor collectieve arbeidsovereenkomsten zelf, die ingevolge de Wet op de CAO 1927 art. 4 bij het Ministerie van SZW ter registratie moeten worden aangemeld om in aanmerking te komen voor avv. De werkgever is wel verplicht om de werknemer op grond van BW 7:655 schriftelijk te informeren over de naam van de CAO waaronder de werknemer valt. De Belastingdienst verwerkt de looncomponenten via de reguliere aangifte loonheffingen conform Wet op de loonbelasting 1964 art. 28. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) houdt toezicht op persoonsgegevens in het personeelsdossier conform de AVG / UAVG 2018.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Arbeidsovereenkomst voor Onbepaalde Tijd Nederland
Vaste arbeidsovereenkomst zonder einddatum tussen werkgever en werknemer conform Burgerlijk Wetboek Boek 7 art. 7:610 e.v. Bevat functie, loon, werktijden, proeftijd, vakantie, opzegging en CAO-bepalingen.
Arbeidsovereenkomst voor Bepaalde Tijd Nederland
Tijdelijke arbeidsovereenkomst met einddatum tussen werkgever en werknemer conform Burgerlijk Wetboek Boek 7 art. 7:667 en de ketenregeling van BW art. 7:668a. Bevat aanvangsdatum, einde van rechtswege, aanzegplicht, proeftijd, opzegging en transitievergoeding.
Non-concurrentiebeding Nederland
Schriftelijk beding waarmee een werkgever een werknemer verbiedt om gedurende een vastgestelde periode na einde dienstverband concurrerende activiteiten te ontplooien. Geregeld in Burgerlijk Wetboek Boek 7 art. 7:653, met motivering zwaarwegend bedrijfsbelang.
Geheimhoudingsovereenkomst Werknemer Nederland
Schriftelijke geheimhoudingsovereenkomst (NDA) tussen werkgever en werknemer voor bescherming van bedrijfsgevoelige informatie, broncode, klantgegevens en bedrijfsgeheimen. Geregeld in BW art. 7:611, Wet bescherming bedrijfsgeheimen 2018 en BW art. 6:162.