Loonheffing Aangifte Nederland
Werkblad periodieke aangifte loonheffingen conform Wet LB 1964 art. 28 en Wfsv art. 57
Gegevens werkgever
1. GEGEVENS WERKGEVER (INHOUDINGSPLICHTIGE)
Werkgeversnaam: [Werkgever Naam]
Loonheffingennummer: [Loonheffingennummer]
KVK-nummer: [Kvk Nummer]
Vestigingsadres: [Vestigingsadres]
IBAN: [Iban Werkgever]
Aangiftetijdvak
2. AANGIFTETIJDVAK
Frequentie: [Aangifte Frequentie]
Tijdvak: [Tijdvak Begin] t/m [Tijdvak Einde]
Loon- en heffingsoverzicht
3. LOON- EN HEFFINGSOVERZICHT
Aantal werknemers: [Aantal Werknemers]
Totaal brutoloon (fiscaal loon): EUR [Totaal Bruto Loon]
Ingehouden loonheffing (LB + premies volksverzekeringen): EUR [Totaal Ingehoude Loonheffing]
WW-premie werkgever (WAB 2020 laag 2,64% / hoog 7,64%): EUR [Totaal Ww Premie]
Zvw-bijdrage werkgever (6,51% Wet Zvw art. 41): EUR [Totaal Zvw Bijdrage]
WKR eindheffing 80% over overschrijding vrije ruimte: EUR [Wkr Eindheffing]
TOTAAL TE BETALEN LOONHEFFINGEN: EUR [Totaal Te Betalen]
Betaling op rekening Belastingdienst NL86 INGB 0002 4455 88 onder vermelding betalingskenmerk; uiterlijk één maand na afloop tijdvak.
Ondertekening
4. ONDERTEKENING EN INDIENING
Datum indiening: [Indien Datum]
Salarisadministrateur: [Salarisadministrateur]
Handtekening: __________________________
Elektronische indiening via Mijn Belastingdienst Zakelijk (eHerkenning niveau 3) of via SBR-koppeling salarissoftware. Jaaropgaaf verstrekken aan werknemers voor 1 februari (Wet LB 1964 art. 28 lid 2). Bewaartermijn loonadministratie: zeven jaar (AWR art. 52).
Werkgever / salarisadministrateur
________________
Signature
Wat is Loonheffing Aangifte Nederland?
De Loonheffing Aangifte in Nederland is de periodieke opgave waarmee een werkgever de op het loon ingehouden loonbelasting en premies aan de Belastingdienst afdraagt, op grond van Wet op de loonbelasting 1964 art. 28. De aangifte omvat de loonbelasting en premie volksverzekeringen, de premies werknemersverzekeringen onder de Wet financiering sociale verzekeringen art. 57 en de werkgeversheffing Zorgverzekeringswet, met sinds de Wet arbeidsmarkt in balans een gedifferentieerde WW-premie naar contractvorm; de gegevens lopen via de loonaangifteketen van Belastingdienst en UWV.
De wettelijke grondslag voor de aangifte loonheffingen bestaat uit: Wet LB 1964 (loonbelasting en premieheffing volksverzekeringen), Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv art. 57 premies werknemersverzekeringen), Wet Zorgverzekeringswet (Zvw art. 41 werkgeversheffing), Wet arbeidsmarkt in balans (WAB 2020) voor differentiatie WW-premie, Besluit loonbegrippen en belasting per loonperiode 2026. De Belastingdienst en het UWV werken samen in de verwerking van loonaangifte via de loonaangifteketen.
Aangifte-tijdvakken. De aangifte loonheffingen verloopt per aangiftetijdvak (4-wekelijks of maandelijks) elektronisch via Mijn Belastingdienst Zakelijk of via een salarissoftware-koppeling (Exact, AFAS, Nmbrs, Visma). Per tijdvak geeft de werkgever het loon en de loonheffingen per werknemer op via de Loonaangifte (LA). De gegevens gaan via de Belastingdienst door naar het UWV voor de polisadministratie (Wfsv art. 68-78). UWV gebruikt de polisadministratie voor uitkeringsberekening (WW, WIA, ZW).
Werkkostenregeling (WKR, Wet LB 1964 art. 31a). Werkgevers mogen een vrije ruimte van 1,92% van de fiscale loonsom (tot 400.000 euro) en 1,18% boven 400.000 euro per jaar besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers (reiskostenvergoeding, kerstpakket, personeelsfestiviteiten). Over het bedrag boven de vrije ruimte betaalt de werkgever een eindheffing van 80% (art. 31a lid 2). De WKR-berekening verloopt per jaar (afrekening Q4 aangifte).
De loonheffing aangifte verschilt van de btw-aangifte (Wet OB 1968) en de vennootschapsbelasting-aangifte (Wet Vpb 1969). Loonheffingen worden ingehouden op het loon van de werknemer en op diens naam bij de Belastingdienst verantwoord; de werknemer verrekent de ingehouden loonheffing in zijn aangifte inkomstenbelasting (Wet IB 2001 art. 9.1). De werkgever draagt ook de werkgeverspremies WW (Wfsv), WIA en Zvw af als werkgeverslast die niet op het nettoloon van de werknemer wordt ingehouden maar direct door de werkgever wordt betaald.
Wanneer heeft u Loonheffing Aangifte Nederland nodig?
De Loonheffing Aangifte Nederland is in de volgende situaties verplicht voor werkgevers bij de Belastingdienst.
Werkgever met arbeidsovereenkomst. Iedere werkgever die een of meer werknemers in dienst heeft op basis van een arbeidsovereenkomst (BW 7:610 juncto Wet LB 1964 art. 4) is verplicht periodiek aangifte loonheffingen te doen. Dit geldt voor BV's, NV's, VOF's, eenmanszaken, stichtingen, verenigingen, overheidsinstanties en particuliere werkgevers (bijv. huishoudelijk personeel via Regeling dienstverlening aan huis).
Nieuw personeelslid in dienst. Bij indiensttreding van een werknemer meldt de werkgever de werknemer aan bij de Belastingdienst via de eerste loonperiode-aangifte. De werknemer verstrekt een ingevuld loonheffingennummer (BSN-opgave, loonheffingskorting keuze), en de werkgever verwerkt dit in de loonadministratie. De aanmelding verloopt automatisch via de loonaangifte; aparte aanmelding bij het UWV is niet nodig voor de polisadministratie.
Periodieke aangifte loonheffingen (maandelijks of 4-wekelijks). Werkgevers met maandloon doen maandelijks aangifte; werkgevers met 4-weekloon doen elke vier weken aangifte (13 keer per jaar). De aangifte verloopt verplicht elektronisch via Mijn Belastingdienst Zakelijk (eHerkenning niveau 3) of via een erkend salarissoftwarepakket met SBR-koppeling (Standard Business Reporting). Uiterste indientermijn: één maand na afloop van het tijdvak.
Werkgever met uitzendkrachten of payrollwerknemers. Bij gebruik van uitzendkrachten (BW 7:690) of payrollwerknemers (BW 7:692, WAB 2020) is de uitzendorganisatie of het payrollbedrijf de inhoudingsplichtige voor loonheffingen. De opdrachtgever-werkgever is niet de inhoudingsplichtige maar kan wel aansprakelijk worden gesteld bij fraude door de uitzender conform Wet aanpak schijnconstructies (WAS 2015).
Directeur-grootaandeelhouder (DGA) gebruikelijk loon. Een DGA van een BV is verplicht zichzelf een gebruikelijk loon uit te keren dat minimaal gelijk is aan het wettelijk gebruikelijk loon van 56.000 euro (2026) conform Wet LB 1964 art. 12a. Over dit gebruikelijk loon worden loonheffingen ingehouden en aangifte gedaan. Te laag gebruikelijk loon leidt tot correctie en naheffing door de Belastingdienst.
Eindaangifte bij uitdiensttreding werknemer. Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst wordt de werknemer uitgeschreven in de polisadministratie van het UWV via de eerstvolgende loonperiode-aangifte. De werkgever verstrekt een jaaropgaaf aan de werknemer conform Wet LB 1964 art. 28 lid 2 voor verrekening in de aangifte inkomstenbelasting.
Werkkostenregeling afrekening vierde kwartaal. De afrekening van de WKR (overschrijding vrije ruimte) vindt plaats in de aangifte over het laatste tijdvak van het boekjaar (doorgaans december of periode 13). De eindheffing over de overschrijding van de vrije ruimte (80%, Wet LB 1964 art. 31a lid 2) wordt als extra verschuldigd bedrag aangegeven. Een correcte bijhouding van WKR-bestedingen gedurende het jaar voorkomt verrassingen bij de jaarafrekening.
Wat moet er in uw Loonheffing Aangifte Nederland staan?
De Loonheffing Aangifte Nederland bevat de volgende kernonderdelen die noodzakelijk zijn voor de correcte aangifte bij de Belastingdienst en polisadministratie bij het UWV.
Werkgeversidentificatie. Loonheffingennummer (door Belastingdienst toegekend fiscaal nummer, formaat LH + 9 cijfers + L + 2 cijfers), RSIN, KVK-nummer, bedrijfsnaam, vestigingsadres, IBAN voor terugbetaling. Per sector/risicogroep kan de werkgever meerdere loonheffingennummers hebben. Het loonheffingennummer verschilt van het BTW-nummer.
Persoonsgegevens werknemer en sofinummer. BSN (burgerservicenummer) van de werknemer, volledige naam, geboortedatum, adres, dienstbetrekkingscode (regulier, uitzend, DGA, e.d.), inkomstenverhouding. Elke wijziging in dienstverband (voltijd naar deeltijd, functiewijziging, uitdiensttreding) moet worden doorgegeven in de aangifte van het betreffende tijdvak.
Loonbestanddelen en grondslagen. Brutoloon (fiscaal loon), loon in natura (privégebruik auto bijtelling Wet LB 1964 art. 13bis, aandelenopties, winstdeling), reiskostenvergoeding (belastingvrij 0,23 euro/km zakelijk 2026 conform Besluit loonbegrippen), onkostenvergoedingen (belastbaar vs. WKR-vrije ruimte), VUT/prepensioen, transitievergoeding (BW 7:673).
Inhouding loonbelasting en premies. Loonbelasting (schijventarief conform Wet IB 2001 art. 2.10, ingehouden via groen/witte loonbelastingtabellen), premie AOW (17,90% 2026 over loon tot maximumpremiegrens), premie ANW (0,10% 2026), premie Wlz (9,65% 2026 over loon tot maximumpremiegrens), WW-premie laag (2,64% 2026 voor vaste contracten) en hoog (7,64% 2026 voor flexcontracten conform WAB 2020), WIA-premie (gedifferentieerd per werkgever op basis van sectorindeling), Zvw-bijdrage werkgeversheffing (6,51% 2026 over loon tot Zvw-maximumpremiegrens).
Werkkostenregeling (WKR) boekhouding. De WKR-vrije ruimte bedraagt 1,92% over de eerste 400.000 euro fiscale loonsom en 1,18% daarboven (Wet LB 1964 art. 31a). Werkgevers moeten gedurende het jaar bijhouden welke vergoedingen en verstrekkingen ten laste van de WKR worden gebracht. Over het bedrag boven de vrije ruimte in het jaar betaalt de werkgever 80% eindheffing (art. 31a lid 2). Gebruikelijke verstrekkingen in de WKR: kerstpakketten, personeelsfeest, bedrijfsfitness, opleiding (vrijgesteld), reiskostenvergoeding boven belastingvrije grens.
forms-legal.com biedt de Loonheffing Aangifte als werkblad ter voorbereiding op de elektronische aangifte via Mijn Belastingdienst Zakelijk of salarissoftware. Zie ook de verwante documenten: nl-arbeidsovereenkomst-onbepaalde-tijd voor de juridische basis van het dienstverband, nl-salarisstrook voor de maandelijkse loonopgave aan de werknemer, en nl-btw-aangifte voor de omzetbelastingaangifte.
Jaaropgaaf verplicht (Wet LB 1964 art. 28 lid 2). De werkgever is verplicht vóór 1 februari van het volgende jaar een jaaropgaaf te verstrekken aan iedere werknemer die in het voorgaande belastingjaar loon heeft ontvangen. De jaaropgaaf vermeldt: jaarloon, ingehouden loonheffing, bijdrage Zvw, reiskostenvergoeding, loonheffingennummer. De jaaropgaaf dient als vooraf ingevuld gegeven in de aangifte inkomstenbelasting (VIA) van de werknemer.
Hoe vult u uw Loonheffing Aangifte Nederland in?
Het invullen van de Loonheffing Aangifte Nederland verloopt in de volgende stappen voor de werkgever of de salarisadministrateur.
Stap 1 — Loonadministratie bijwerken. Verwerk alle loonmutaties van het tijdvak (maand of 4 weken): nieuwe medewerkers, loonsverhogingen, uitdiensttredingen, ziekmeldingen (loondoorbetalingsplicht BW 7:629), verlof, overuren, bonus, reiskostenvergoeding. Gebruik erkende salarissoftware (AFAS, Exact, Nmbrs, Visma, Loket.nl, Loon.nl) die automatisch de loonheffingsberekening verzorgt op basis van de geldende tabellen.
Stap 2 — Loonheffingen berekenen per werknemer. Pas de groen of witte loonbelastingtabel toe (groene tabel voor AOW-gerechtigden boven AOW-leeftijd). Bereken de te inhouden loonheffing (loonbelasting + premie volksverzekeringen) via de periodetabel van de Belastingdienst (bijgewerkt per 1 januari 2026). Bereken de werkgeverspremies: WW-laag (2,64%) voor arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd, WW-hoog (7,64%) voor flexcontracten conform WAB 2020. Bereken de Zvw-bijdrage werkgever (6,51% over loon tot maximumgrens 2026).
Stap 3 — WKR-bestedingen bijhouden. Controleer welke vergoedingen en verstrekkingen ten laste van de WKR worden gebracht. Vergelijk het lopende WKR-saldo met de jaarlijkse vrije ruimte (1,92% over eerste 400.000 euro loonsom). Bij naderend overschrijding van de vrije ruimte: overweeg alternatieve fiscale routes (gerichte vrijstellingen voor opleiding, OV-kaart, thuiswerkvergoeding 2,35 euro/dag 2026).
Stap 4 — Aangifte samenstellen via salarissoftware of Mijn Belastingdienst Zakelijk. De salarissoftware genereert automatisch de elektronische loonaangifte (LA) in het formaat van de Belastingdienst (SBR/XBRL). Controleer de totaalcijfers: totaal loon, totaal ingehouden loonheffing, totaal werkgeverspremies. Controleer of alle werknemers correct zijn opgenomen.
Stap 5 — Aangifte indienen. Dien de loonaangifte in via Mijn Belastingdienst Zakelijk (eHerkenning niveau 3) of via de SBR-koppeling van uw salarissoftware. De uiterste indientermijn is één maand na afloop van het tijdvak (bijv. 31 januari voor december-aangifte). Na indiening ontvangt u een ontvangstbevestiging; bewaar dit als bewijs van tijdige indiening.
Stap 6 — Loonheffingen betalen. Betaal de totale loonheffingen (ingehouden loonheffing werknemer + werkgeverspremies + eventuele eindheffing WKR) binnen één maand na afloop van het tijdvak op rekening Belastingdienst (NL86 INGB 0002 4455 88) onder vermelding van het betalingskenmerk.
Stap 7 — Jaaropgaaf verstrekken. Voor 1 februari volgend jaar verstrekt de werkgever een jaaropgaaf aan iedere werknemer (Wet LB 1964 art. 28 lid 2). De jaaropgaaf bevat het jaarloon, de ingehouden loonheffing, de Zvw-bijdrage en het loonheffingennummer. De Belastingdienst neemt de jaaropgaafgegevens op in de vooraf ingevulde aangifte (VIA) van de werknemer.
Wettelijke vereisten voor Loonheffing Aangifte Nederland
De Loonheffing Aangifte Nederland is gebonden aan wettelijke verplichtingen van de Wet LB 1964, de Wfsv en de Wet Zvw.
Inhoudingsplicht en aangifte (Wet LB 1964 art. 28; Wfsv art. 57). Iedere werkgever die loon betaalt aan werknemers is inhoudingsplichtig en verplicht periodiek aangifte te doen. De aangifte verloopt per tijdvak (maand of 4 weken) en moet binnen één maand na afloop van het tijdvak worden ingediend en betaald. Elektronische indiening is verplicht via Mijn Belastingdienst Zakelijk (eHerkenning niveau 3 voor rechtspersonen) of via erkende salarissoftware met SBR-koppeling.
WAB 2020 en differentiatie WW-premie. De Wet arbeidsmarkt in balans (WAB 2020) introduceerde een gedifferentieerde WW-premie: laag tarief (2,64% in 2026) voor arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd met vaste uren, hoog tarief (7,64% in 2026) voor flexcontracten (tijdelijk, oproepcontract, nulurencontract). Herziening van laag naar hoog tarief verplicht bij: werknemer met laag tarief die meer dan 30% overuren werkt in een jaar, contract eindigt binnen één jaar na ingangsdatum.
Gebruikelijk loon DGA (Wet LB 1964 art. 12a). De DGA van een BV is verplicht zichzelf een gebruikelijk loon uit te keren van minimaal 56.000 euro (2026) of, indien hoger, het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking. De Belastingdienst controleert het gebruikelijk loon bij belastingcontroles van BV's; een te laag loon leidt tot correctie en naheffing loonheffingen over het verschil.
Polisverplichting UWV (Wfsv art. 68-78). Via de loonaangifte meldt de werkgever elke werknemer aan bij de polisadministratie van het UWV. Het UWV gebruikt deze gegevens voor de berekening van uitkeringen (WW, WIA, ZW). Fouten in de polisadministratie (bijv. onjuiste dienstbetrekkingscode, te laag loon) kunnen leiden tot lagere uitkeringen voor werknemers bij ziekte of ontslag.
Bijdrage Zvw werkgever (Wet Zvw art. 41). Werkgevers betalen naast de ingehouden eigen bijdrage Zvw werknemer ook een werkgeversheffing Zvw (6,51% in 2026 over loon tot het Zvw-maximumloon van 71.628 euro in 2026). De werkgeversheffing Zvw is een werkgeverslast die niet op het nettoloon van de werknemer wordt ingehouden.
Bewaartermijn (AWR art. 52). Alle loonadministratie (loonstroken, jaaropgaven, tijdregistratie, arbeidsovereenkomsten, ziekteverzuimregistratie, WKR-administratie) dient zeven jaar bewaard te worden. Loonadministratie is een kernonderdeel van de fiscale administratieplicht; de Belastingdienst kan deze bij boekenonderzoek opvragen.
Aansprakelijkheid inlener bij uitzendconstructie (Wet aanpak schijnconstructies WAS 2015; art. 34 Invorderingswet 1990). Bij gebruik van uitzendkrachten of aannemers is de inlener of opdrachtgever medeaansprakelijk voor niet-afgedragen loonheffingen door de uitzendorganisatie, tenzij de werkgever gebruik maakt van een NEN 4400-1 gecertificeerd uitzendbedrijf of betaling via een G-rekening. Controleer of uw uitzendbureau een geldig SNA-certificaat (Stichting Normering Arbeid) heeft.
Veelgemaakte fouten bij uw Loonheffing Aangifte Nederland
Bij de Loonheffing Aangifte Nederland worden regelmatig de volgende fouten gemaakt door werkgevers en salarisadministrateurs.
Fout 1 — WAB-premie onjuist gehanteerd. Na de WAB 2020 moeten werkgevers het lage WW-tarief (2,64%) alleen toepassen bij arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd met vaste uren. Voor oproepkrachten, nulurencontracten en tijdelijke contracten geldt het hoge tarief (7,64%). Werkgevers die het lage tarief toepassen op flexcontracten worden gecorrigeerd bij boekenonderzoek en moeten het verschil naheffen.
Fout 2 — DGA gebruikelijk loon te laag. BV-bestuurders stellen hun gebruikelijk loon te laag vast om loonheffingen te besparen. De Belastingdienst controleert het gebruikelijk loon bij aanslagregelings-onderzoeken van BV's en corrigeert het loon naar het wettelijk minimum van 56.000 euro (2026) of naar de meest vergelijkbare marktdienstbetrekking. Naheffing loonheffingen plus vergrijpboete tot 100% bij opzet.
Fout 3 — WKR-vrije ruimte overschreden zonder eindheffing. Werkgevers die de WKR-vrije ruimte overschrijden zonder de eindheffing van 80% aan te geven in de Q4-aangifte, worden gecorrigeerd bij boekenonderzoek. Veelgemaakte overschrijdingen: te hoge reiskostenvergoeding (boven 0,23 euro/km 2026), kerstpakketten boven de vrije ruimte, representatieve verstrekkingen aan meerdere werknemers. Bijhoud van WKR-bestedingen gedurende het jaar is essentieel.
Fout 4 — Reiskostenvergoeding verkeerd verwerkt. De belastingvrije reiskostenvergoeding bedraagt maximaal 0,23 euro per kilometer voor zakelijk en woon-werkverkeer (Besluit loonbegrippen 2026). Vergoedingen boven 0,23 euro/km zijn belast als loon. Bij gebruik van een leaseauto is de reiskostenvergoeding NIET belastingvrij; de leaseauto is al een voordeel in natura. Veel werkgevers combineren lease-auto en reiskostenvergoeding, wat leidt tot dubbele belasting.
Fout 5 — Ziekmelding niet tijdig doorgegeven aan UWV. Bij ziekte van een werknemer moet de werkgever de ziekte binnen 4 dagen melden aan het UWV via het werkgeversportaal (uitzonderingen bij eigenrisicodrager ZW). Verzuim van de Poortwachter-verplichtingen (Wet verbetering poortwachter 2002: plan van aanpak, re-integratiedossier) leidt tot verlenging van de loondoorbetalingsplicht (BW 7:629) met maximaal 52 weken extra.
Fout 6 — Loonheffingen te laat betaald. Loonheffingen moeten worden betaald binnen één maand na afloop van het tijdvak. Te late betaling leidt tot belastingrente (AWR art. 30h) en verzuimboete (AWR art. 67c). Bij herhaalde te late betaling verhoogt de Belastingdienst de boetes. Stel automatische betalingsopdrachten in via uw bank op de dag van indiening van de loonaangifte.
Fout 7 — Jaaropgaaf niet of te laat verstrekt. Werkgevers die de jaaropgaaf niet voor 1 februari verstrekken, schenden hun verplichting uit Wet LB 1964 art. 28 lid 2. Werknemers kunnen klachten indienen bij de Belastingdienst; de werkgever riskeert een bestuurlijke boete. Stel automatische jaaropgaaf-verzending in via uw salarissoftware zodra de decemberaangifte is verwerkt.
Fout 8 — Bijtelling leaseauto onjuist berekend. De bijtelling voor privégebruik van een leaseauto bedraagt 16% van de cataloguswaarde voor volledig elektrische auto's (EV) en 22% voor overige auto's (Wet LB 1964 art. 13bis). Bij geen of geringe privékilometers (minder dan 500 per jaar) mag de werknemer een rittenregistratie bijhouden en is bijtelling niet van toepassing. Onjuiste bijtelling leidt tot naheffing loonheffingen over meerdere jaren.
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Loonheffing Aangifte Nederland (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/government/tax-forms/loonheffing-aangifte
"Loonheffing Aangifte Nederland (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/government/tax-forms/loonheffing-aangifte.
@misc{formslegal-loonheffing-aangifte,
author = {{Forms Legal}},
title = {Loonheffing Aangifte Nederland (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/government/tax-forms/loonheffing-aangifte}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
Werkgevers in Nederland doen periodiek aangifte loonheffingen bij de Belastingdienst conform Wet LB 1964 art. 28. Er zijn twee aangiftefrequenties: maandelijks (voor werkgevers die maandelijks loon betalen, uiterste indiendatum aan het einde van de volgende maand) en 4-wekelijks (voor werkgevers die 4-wekelijks loon betalen, 13 tijdvakken per jaar). De Belastingdienst stelt bij het toekennen van het loonheffingennummer de frequentie vast. De aangifte verloopt verplicht elektronisch via Mijn Belastingdienst Zakelijk (eHerkenning niveau 3 vereist voor rechtspersonen) of via erkende salarissoftware met SBR-koppeling. Per tijdvak moet de aangifte zijn ingediend en de loonheffingen betaald binnen één maand na afloop van het tijdvak. Bij de aangifte over het laatste tijdvak (december of periode 13) vindt ook de afrekening van de WKR (werkkostenregeling) plaats waarbij de eindheffing over de overschrijding van de vrije ruimte wordt aangegeven. Te late indiening of betaling leidt tot verzuimboete (AWR art. 67c) en belastingrente.
De werkkostenregeling (WKR, Wet LB 1964 art. 31a) is het systeem waarbinnen werkgevers onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers kunnen geven. De WKR-vrije ruimte bedraagt voor 2026: 1,92% van de totale fiscale loonsom tot 400.000 euro, en 1,18% van het meerdere boven 400.000 euro. Werkgevers mogen binnen deze vrije ruimte onbelast vergoeden of verstrekken: reiskostenvergoeding boven de belastingvrije grens, kerstpakketten, personeelsfeestjes, bedrijfsabonnementen, geschenken, sportfaciliteiten. Bepaalde kosten zijn gerichte vrijstellingen en vallen NIET ten laste van de vrije ruimte: opleidingskosten (volledig vrijgesteld), OV-kaart (mits zakelijk gebruik), thuiswerkvergoeding (2,35 euro/dag 2026), arbovoorzieningen op de werkplek. Overschrijdt de werkgever de vrije ruimte, dan betaalt de werkgever een eindheffing van 80% over het meerdere (art. 31a lid 2). Bijhoud van WKR-bestedingen gedurende het jaar via de WKR-administratie voorkomt verrassingen bij de Q4-afrekening. Raadpleeg een salarisadministrateur voor het opzetten van een correcte WKR-administratie.
Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) van een BV is verplicht zichzelf een gebruikelijk loon uit te keren van minimaal 56.000 euro in 2026 conform Wet LB 1964 art. 12a, of het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking als dat hoger is. Het gebruikelijk loon kan lager zijn dan 56.000 euro als de DGA kan aantonen dat het gebruikelijk loon voor zijn functie in de markt lager is; het minimumgebruikelijk loon mag echter nooit lager dan 5.000 euro zijn bij startende ondernemingen met geringe omzet (eerste drie jaar). De Belastingdienst controleert het gebruikelijk loon bij aanslagregelings-onderzoeken en boekenonderzoeken. Bij een te laag gebruikelijk loon corrigeert de Belastingdienst het loon naar het wettelijke minimum en heft loonheffingen na over het verschil, vaak over meerdere jaren. Vergrijpboete tot 100% bij opzet (AWR art. 67f). Een DGA kan ook kiezen voor een hoger loon dan het wettelijk minimum om meer pensioen op te bouwen (bij een BV-pensioen) of om meer arbeidskorting te genieten. Overleg met een belastingadviseur de optimale hoogte van het DGA-salaris in relatie tot dividenduitkeringen (Box 2).
De Wet arbeidsmarkt in balans (WAB 2020) introduceerde een gedifferentieerde WW-premie die werkgevers stimuleert om vaste contracten aan te bieden. Voor 2026 gelden de volgende tarieven conform Besluit Wfsv: WW-premie laag (2,64%) voor arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd waarbij het aantal uren schriftelijk is overeengekomen en de aard van het werk niet oproepcontract-gerelateerd is. WW-premie hoog (7,64%) voor alle andere arbeidsovereenkomsten: tijdelijke contracten, nulurencontracten, oproepcontracten, payrollcontracten en schriftelijk niet vastgelegde arbeidsrelaties. Herziening van laag naar hoog tarief verplicht als: een werknemer met laag tarief in een kalenderjaar meer dan 30% extra uren werkt ten opzichte van het contractuele aantal uren (overurentoets); het dienstverband eindigt binnen 12 maanden na aanvang (voor-wat-hoort-wat). De werkgever past het hoge tarief met terugwerkende kracht toe bij herziening en draagt het verschil na in de eerstvolgende loonaangifte. Via de polisadministratie van het UWV controleert de Belastingdienst of de juiste tarieven zijn gehanteerd.
Het niet of te laat afdragen van loonheffingen heeft ernstige fiscale en civielrechtelijke gevolgen voor de werkgever in Nederland. De Belastingdienst legt een naheffingsaanslag op (AWR art. 20) voor de niet-afgedragen loonheffingen plus belastingrente (AWR art. 30h) over de periode van te late betaling. Daarvoor wordt een verzuimboete berekend van 3% van het te laat betaalde bedrag (minimum 50 euro, maximum 5.514 euro in 2026) conform AWR art. 67c. Bij herhaald verzuim verhogen de Belastingdienst de boetes progressief. Bij opzet of grove schuld kan de Belastingdienst een vergrijpboete opleggen tot 100% van het verschuldigde bedrag (AWR art. 67f). Strafrechtelijke vervolging via het Openbaar Ministerie (OM) is mogelijk bij bewezen belastingfraude (AWR art. 69). Bestuurders van een BV of NV kunnen persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de niet-afgedragen loonheffingen via bestuurdersaansprakelijkheid conform art. 36 Invorderingswet 1990 als de bestuurder wist of redelijkerwijs wist dat de loonheffingen niet zouden worden afgedragen. Niet-nakoming van de loonaangifte-verplichting leidt ook tot ambtshalve schatting door de Belastingdienst die doorgaans hoger uitvalt dan de werkelijke schuld.
De berekening van loonheffingen voor een werknemer verloopt via de loonbelastingtabellen van de Belastingdienst (bijgewerkt per 1 januari 2026 en gepubliceerd op belastingdienst.nl). Stap 1 — Bepaal het belastbaar loon: brutoloon inclusief loon in natura (bijtelling leaseauto, aandelenopties) minus aftrekbare pensioenpremie werknemer en eigen bijdrage Zvw. Stap 2 — Pas de loonbelastingtabel toe: witte tabel (standaard) of groene tabel (AOW-gerechtigden boven AOW-leeftijd 2026). Per loontijdvak (maand, week, dag) geldt een aparte tabel. Stap 3 — Bereken de loonheffingskorting (arbeidskorting, algemene heffingskorting) die van toepassing is op deze werknemer; werknemer geeft aan of loonheffingskorting moet worden toegepast (bij meerdere dienstbetrekkingen: slechts bij één werkgever). Stap 4 — Bereken de Zvw-bijdrage werkgever (6,51% in 2026 over loon tot Zvw-maximumloon 71.628 euro). Stap 5 — Bereken de WW-premie (laag 2,64% of hoog 7,64% afhankelijk van contracttype). Het salarissoftwarepakket (AFAS, Exact, Nmbrs) doet alle berekeningen automatisch op basis van de personeelsgegevens en de actuele belastingtabellen. Controleer altijd de output van de salarissoftware op correctheid van de tabellen en de loonheffingskortingen.
Bij ziekte van een werknemer heeft de werkgever omvangrijke verplichtingen conform de Wet verbetering poortwachter 2002 en BW 7:629. Loondoorbetaling: de werkgever betaalt gedurende twee jaar minimaal 70% van het laatste loon (eerste jaar minimaal het wettelijk minimumloon, BW 7:629 lid 10) bij ziekte. In de eerste twee jaar is de werknemer beschermd tegen ontslag wegens ziekte (opzegverbod, BW 7:670 lid 1 onderdeel b). Re-integratieverplichtingen: de werkgever stelt uiterlijk in week 8 een probleemanalyse op (met bedrijfsarts, conform Arbowet), maakt uiterlijk in week 6 een plan van aanpak samen met de werknemer, houdt een re-integratiedossier bij, en meldt de werknemer na 42 weken aan bij het UWV (UWV-ziekmelding). Na twee jaar bepaalt het UWV of de werknemer recht heeft op een WIA-uitkering (WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen). Bij onvoldoende re-integratie-inspanning door de werkgever legt het UWV een loondoorbetalingssanctie op (verlenging met maximaal 52 weken extra, art. 25 lid 9 WIA). De loonheffingen over het doorbetaalde loon worden normaal aangegeven in de loonaangifte; UWV-ziekengeld wordt opgegeven als overdracht (andere inkomensverhouding).
De bijtelling voor privégebruik van een door de werkgever ter beschikking gestelde leaseauto is een loonbestanddeel dat als belast loon wordt aangemerkt conform Wet LB 1964 art. 13bis. De bijtellingspercentages in 2026 zijn: 16% van de cataloguswaarde voor volledig elektrische auto's (nulemissie); 22% van de cataloguswaarde voor auto's met fossiele brandstof, hybride of waterstof. De bijtelling wordt per maand berekend (1/12 van de jaarlijkse bijtelling) en opgeteld bij het reguliere brutoloon van de werknemer vóór de loonheffingsberekening. Geen bijtelling als: de werknemer kan aantonen maximaal 500 privékilometers per jaar te rijden (rittenregistratie of verklaring geen privégebruik); in dat geval moet de werkgever de verklaring bewaren in de salarisadministratie (AWR art. 52). Een verbeterde leaseauto-verklaring (beëdigde verklaring bij de Belastingdienst op verzoek) biedt extra zekerheid. Bij bijtelling: de werkgever berekent en houdt de loonheffing over de bijtelling in en geeft dit aan in de periodeloonaangifte via het veld loon in natura/bijtelling auto. Bij incorrect toegepaste bijtelling heft de Belastingdienst de misgelopen loonheffingen na over maximaal vijf jaren.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Arbeidsovereenkomst voor Onbepaalde Tijd Nederland
Vaste arbeidsovereenkomst zonder einddatum tussen werkgever en werknemer conform Burgerlijk Wetboek Boek 7 art. 7:610 e.v. Bevat functie, loon, werktijden, proeftijd, vakantie, opzegging en CAO-bepalingen.
Loonstrook (Salarisstrook) Specificatie
Officiele loonstrook (salarisstrook) van werkgever aan werknemer conform BW 7:626 met brutoloon, loonheffing (Wet op de loonbelasting 1964), premies sociale verzekeringen, pensioen, en nettoloon.
BTW-aangifte (Omzetbelasting) Nederland
Werkblad voor de periodieke btw-aangifte bij de Belastingdienst conform Wet OB 1968 art. 14. Voor ondernemers met BTW-nummer NL en eenmanszaken, BV's, VOF's en zzp-ers.