Erfbelasting Aangifte — Overheidsformulier (Nederland)
Successiewet 1956 art. 45 (aangifte); art. 32-33 (vrijstellingen); art. 24-25 (tarieven); AWR art. 47-49 (informatieplicht)
BEGELEIDEND SCHRIJVEN BIJ AANGIFTE ERFBELASTING
ex artikel 45 Successiewet 1956 jo. artikel 47 Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR)
Aan: Belastingdienst / Erfbelasting
Postbus 90302
1006 BH Amsterdam
Referentienummer Belastingdienst: [Referentienummer]
Erflater
I. ERFLATER
[Erflater Naam]
BSN: [Erflater B S N]
Geboortedatum: [Erflater Geboortedatum]
Datum van overlijden: [Erflater Overlijdensdatum]
Laatste woonplaats: [Erflater Laatste Woonplaats]
Testament aanwezig: [Testament Aanwezig]
Bewaarnotaris: [Testament Notaris]
Indiener
II. INDIENER
Naam: [Indiener Naam]
BSN: [Indiener B S N]
Relatie tot erflater: [Indiener Relatie]
Hoedanigheid: [Indiener Hoedanigheid]
Woonadres: [Indiener Adres]
Beoogde datum indiening: [Aangifte_indien Datum]
Nalatenschap
III. SAMENVATTING NALATENSCHAP
Bruto bezittingen: [Bruto Bezittingen]
Schulden en uitvaartkosten: [Total Schulden]
Zuiver saldo: [Zuiver Saldo Overheid]
Aantal verkrijgers: [Aanta Verkrijgers]
Bijzondere fiscale omstandigheden: [Bijzondere Omstandigheden Overheid]
Verzoek uitstel van betaling (art. 25 IW 1990): [Verzoek Uitstel Betaling]
Bijlagen
IV. BIJGEVOEGDE DOCUMENTEN (art. 47 AWR)
Akte van Overlijden: [Bijlage Overlijdensakte]
Testamentair uittreksel CTR: [Bijlage Testament Uittreksel]
WOZ-beschikking onroerend goed: [Bijlage W O Z Beschikking]
Rekeningafschriften per overlijdensdatum: [Bijlage Rekeningafschriften]
Taxatierapport niet-courante bezittingen: [Bijlage Taxatierapport]
BOR-documentatie (art. 35b SW 1956): [Bijlage B O R]
Boedelvolmacht: [Bijlage Boedelvolmacht]
Huwelijksakte / partnerschapsakte: [Bijlage Huwelijksakte]
Overige bijlagen: [Bijlage Overige]
Alle verstrekte informatie is naar beste weten juist en volledig. Ondergetekende is zich bewust van de informatieverplichtingen krachtens artikel 47 t/m 49 AWR en de gevolgen van onjuiste aangifte (art. 67a-67e AWR).
ONDERTEKENING
Plaats: [Ondertekening Plaats]
Datum: [Ondertekening Datum]
Naam indiener: [Indiener Naam]
Handtekening: _________________________
Indiener
________________
Signature
Wat is Erfbelasting Aangifte — Overheidsformulier (Nederland)?
Het erfbelasting aangifte overheidsformulier is het officiële document waarmee erfgenamen en legatarissen in Nederland de nalatenschap opgeven aan de Belastingdienst, conform artikel 45 Successiewet 1956. In Nederland dient elke persoon die krachtens erfrecht of schenking bij overlijden vermogen verkrijgt dat de geldende vrijstelling overstijgt, aangifte te doen bij de Belastingdienst, eenheid Erfbelasting. Het formulier — beschikbaar via belastingdienst.nl/erfbelasting — geldt als grondslag voor de aanslag erfbelasting. De officiële formulieren worden door de Belastingdienst automatisch verzonden naar bekende erfgenamen wanneer een overlijden is geregistreerd bij de gemeente, maar in de praktijk dienen erfgenamen zelf proactief aangifte te doen om termijnoverschrijding te vermijden. Dit begeleidende formulier van forms-legal.com helpt u de vereiste bijlagen te verzamelen, de aangifte gestructureerd in te vullen en een helder begeleidend schrijven op te stellen voor de Belastingdienst. De aangifte vormt de fiscale verantwoording van de nalatenschap en bepaalt, samen met de vrijstellingen van artikel 32 en 33 Successiewet 1956 en de tarieven van artikel 24 en 25 Successiewet 1956, het te betalen bedrag aan erfbelasting. Incorrecte of incomplete aangifte kan leiden tot naheffingen, boetes op grond van artikel 67a Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en renteberekening ex artikel 30f AWR. Het tijdig en correct indienen van de aangifte is daarmee niet slechts een fiscale plicht, maar ook een direct belang van de erfgenamen zelf.
Wanneer heeft u Erfbelasting Aangifte — Overheidsformulier (Nederland) nodig?
Dit overheidsformulier erfbelasting is vereist wanneer een in Nederland woonachtige erflater overlijdt en een of meer verkrijgers een bedrag ontvangen dat de individuele vrijstelling uit artikel 32 Successiewet 1956 overstijgt. De vrijstellingen voor 2026 bedragen: € 804.698 voor de echtgenoot of geregistreerd partner (artikel 32 lid 1 sub 4a SW 1956); € 25.490 voor kinderen en kleinkinderen (artikel 32 lid 1 sub 4b SW 1956); € 76.453 voor ernstig zieke of gehandicapte kinderen (artikel 32 lid 1 sub 4c SW 1956); € 57.177 voor ouders (artikel 32 lid 1 sub 4d SW 1956); en € 2.658 voor alle overige verkrijgers (artikel 32 lid 1 sub 4e SW 1956). De aangifte dient ook te worden ingediend wanneer een Nederlandse erflater buiten Nederland woont maar binnen tien jaar vóór overlijden Nederland heeft verlaten — de fictieve binnenlandse belastingplicht van artikel 3 Successiewet 1956 is dan van toepassing. Wanneer de nalatenschap een onderneming omvat, dient de Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) van artikel 35b Successiewet 1956 te worden aangevraagd via de aangifte. Aangifte is ook noodzakelijk bij legaten aan goede doelen (0% tarief ex artikel 33 sub 4 SW 1956) voor de vrijstelling te effectueren. De Belastingdienst kan ook een aangifteplicht opleggen bij nalatenschappen die de vrijstelling niet overschrijden, wanneer goederen zijn betrokken waarvoor een bijzonder waarderingsregime geldt.
Wat moet er in uw Erfbelasting Aangifte — Overheidsformulier (Nederland) staan?
Een volledige erfbelasting aangifte omvat een aantal onmisbare onderdelen die samen de fiscale positie van de nalatenschap bepalen. Ten eerste de persoonsgegevens van erflater en alle verkrijgers, inclusief BSN-nummers — vereist krachtens artikel 47 AWR. Ten tweede een volledige inventarisatie van bezittingen met waardering: onroerende zaken worden gewaardeerd op de WOZ-waarde van 1 januari van het overlijdensjaar (artikel 21 SW 1956); effecten op beurskoers overlijdensdatum; overige bezittingen op waarde in het economisch verkeer. Ten derde een specificatie van schulden en kosten, waaronder de hypotheekschuld, uitvaartkosten (art. 20 lid 3 SW 1956) en eventuele legaten. Ten vierde de vermelding van het huwelijksvermogensregime, bepalend voor het aandeel van de erflater in gemeenschappelijke goederen. Ten vijfde, indien van toepassing, de BOR-claim (art. 35b SW 1956) met onderbouwing van voortzettingsverplichting. Bij forms-legal.com vindt u een compleet begeleidend schrijven waarmee u de Belastingdienst alle relevante informatie gestructureerd aanlevert. De Belastingdienst kan aanvullende informatie opvragen krachtens artikel 47 AWR; het is aan te raden alle documenten vijf jaar te bewaren (art. 52 AWR bewaartermijn). Notarissen zijn verplicht overlijdensakten en testamenten te melden via het Centraal Testamentenregister (CTR) en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB), hetgeen de Belastingdienst informeert bij het vaststellen van de aangifte. De aangifte moet ondertekend worden door een erfgenaam, de executeur of de notaris als gemachtigde.
Hoe vult u uw Erfbelasting Aangifte — Overheidsformulier (Nederland) in?
Begin met het verzamelen van de basisgegevens: de akte van overlijden, een recent uittreksel uit de Basisregistratie Personen (BRP) van de erflater, en het testamentair uittreksel van het Centraal Testamentenregister (CTR). Stel vervolgens een boedelbeschrijving op conform artikel 671 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), waarin alle bezittingen en schulden per overlijdensdatum worden geïnventariseerd. Voer per verkrijger de verkrijgingsbedragen in na aftrek van legaten en schulden. Controleer welke vrijstelling van toepassing is (art. 32 SW 1956) en bereken de belaste verkrijging. Pas de juiste tariefschaal toe: Schaal I voor partner en kinderen (10% of 20%), Schaal IA voor zieke/gehandicapte kinderen (18% of 36%), Schaal II voor overige verkrijgers (30% of 40%), met de progressiegrens bij € 152.368 (2026). Vul het officiële formulier in via de portaal Mijn Belastingdienst (belastingdienst.nl) of stuur het papieren formulier op naar de Belastingdienst, eenheid Erfbelasting, Postbus 90302, 1006 BH Amsterdam. Voeg bij: kopie akte van overlijden, testamentair uittreksel CTR, WOZ-beschikking onroerend goed, rekeningafschriften, eventueel taxatierapport niet-courante zaken, en (bij BOR) aandeelhoudersregister plus bewijs van voortzetting. Indien uitstel van aangifte gewenst is, dient een onderbouwd verzoek te worden ingediend vóór het verstrijken van de achtmaandentermijn (art. 45 lid 3 SW 1956).
Wettelijke vereisten voor Erfbelasting Aangifte — Overheidsformulier (Nederland)
De wettelijke basis voor de aangifte erfbelasting ligt in artikel 45 Successiewet 1956, dat iedere verkrijger verplicht aangifte te doen wanneer de verkrijging de vrijstelling overstijgt. De aangiftetermijn bedraagt acht maanden na overlijden (art. 45 lid 1 SW 1956); bij overlijden van een Nederlander buiten Nederland gelden uitgebreide termijnen op verzoek. Het niet tijdig indienen leidt tot een verzuimboete van maximaal € 5.514 (art. 67a AWR, normbedrag 2026) of ambtshalve aanslag met boete op grond van artikel 11 lid 2 AWR. De Belastingdienst heeft de bevoegdheid de nalatenschap te herwaarderen krachtens artikel 20 SW 1956 en kan een derdenonderzoek instellen (art. 53 AWR) bij banken, notarissen en het Kadaster om de juistheid van de aangifte te verifiëren. Bezwaar tegen de aanslag is mogelijk binnen zes weken na dagtekening (art. 22j AWR jo. art. 26 AWR) bij de Belastingdienst. Beroep staat open bij de Rechtbank, gevolgd door hoger beroep bij het Gerechtshof en cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft in BNB 2023/147 geoordeeld dat de WOZ-waarde peildatum 1 januari ook bij tussenjaarse overlijdens bepalend is voor onroerend goed in de nalatenschap.
Veelgemaakte fouten bij uw Erfbelasting Aangifte — Overheidsformulier (Nederland)
Een veelgemaakte fout bij de erfbelasting aangifte is het gebruik van de verkeerde WOZ-waarde: de peildatum is altijd 1 januari van het overlijdensjaar (art. 21 SW 1956), niet de actuele marktwaarde op overlijdensdatum. Een tweede fout is het niet volledig opgeven van buitenlandse bezittingen: ook vermogen in het buitenland valt onder de nalatenschap van een in Nederland woonachtig erflater (art. 1 SW 1956). Ten derde worden uitvaartkosten soms ten onrechte niet afgetrokken: deze zijn aftrekbaar tot het gebruikelijk geachte bedrag (art. 20 lid 3 SW 1956). Een vierde fout is het vergeten van de aangifteplicht voor legatarissen: ook legatarissen die een bedrag boven de vrijstelling ontvangen dienen zelfstandig aangifte te doen. Ten vijfde leidt het ontbreken van het juiste huwelijksvermogensregime tot foutieve berekening van het aandeel van de erflater. Ten zesde wordt de BOR (art. 35b SW 1956) soms niet tijdig aangevraagd — dit moet expliciet in de aangifte worden gevraagd, de Belastingdienst kent de regeling niet automatisch toe. Ten slotte: het inschakelen van een belastingadviseur of notaris is bij grotere nalatenschappen (> € 500.000) sterk aan te raden om heffing over overbedelingsrente, tweetrapstestamenten en box 3-implicaties correct te verwerken.
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Erfbelasting Aangifte — Overheidsformulier (Nederland) (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/government/tax-forms/erfbelasting-aangifte-overheid
"Erfbelasting Aangifte — Overheidsformulier (Nederland) (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/government/tax-forms/erfbelasting-aangifte-overheid.
@misc{formslegal-erfbelasting-aangifte-overheid,
author = {{Forms Legal}},
title = {Erfbelasting Aangifte — Overheidsformulier (Nederland) (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/government/tax-forms/erfbelasting-aangifte-overheid}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
De aangifte erfbelasting dient uiterlijk acht maanden na de overlijdensdatum te worden ingediend bij de Belastingdienst, eenheid Erfbelasting, conform artikel 45 lid 1 Successiewet 1956. Bij een overlijden op 10 februari 2026 is de uiterste aangiftedatum dus 10 oktober 2026. Overschrijding leidt tot een verzuimboete op grond van artikel 67a Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Wanneer meer tijd nodig is, kunt u vóór het verstrijken van de termijn schriftelijk uitstel aanvragen bij de Belastingdienst (art. 45 lid 3 SW 1956). De Belastingdienst verleent in de praktijk doorgaans twee tot vier maanden extra uitstel bij een deugdelijk gemotiveerd verzoek. Wacht niet te lang: als de Belastingdienst een ambtshalve aanslag oplegt wegens het uitblijven van aangifte, vervalt de mogelijkheid tot uitstel volledig en volgt een boete tot maximaal 100% van de verschuldigde belasting (art. 67e AWR bij opzet of grove schuld).
De vrijstellingen voor erfbelasting in 2026 zijn vastgesteld bij artikel 32 Successiewet 1956 en jaarlijks geïndexeerd. Voor de echtgenoot of geregistreerd partner bedraagt de vrijstelling € 804.698 (art. 32 lid 1 sub 4a SW 1956). Kinderen en kleinkinderen hebben recht op een vrijstelling van € 25.490 per persoon (art. 32 lid 1 sub 4b SW 1956). Ernstig zieke of gehandicapte kinderen die van de erflater afhankelijk waren, hebben een verhoogde vrijstelling van € 76.453 (art. 32 lid 1 sub 4c SW 1956). Ouders van de erflater mogen € 57.177 belastingvrij ontvangen (art. 32 lid 1 sub 4d SW 1956). Alle overige erfgenamen en legatarissen — broers, zussen, neven, vrienden — hebben slechts recht op een vrijstelling van € 2.658 (art. 32 lid 1 sub 4e SW 1956). Stichtingen en verenigingen met een ANBI-status zijn volledig vrijgesteld van erfbelasting op grond van artikel 33 sub 4 Successiewet 1956. De vrijstellingen worden elk jaar in oktober bekendgemaakt voor het volgend belastingjaar via Staatscourant-publicatie.
De erfbelasting kent drie tariefgroepen op grond van artikel 24 Successiewet 1956. Tariefgroep I is van toepassing op de partner, kinderen en kleinkinderen: over de belaste verkrijging tot € 152.368 bedraagt het tarief 10%; over het meerdere geldt 20%. Tariefgroep IA geldt voor ernstig zieke of gehandicapte kinderen: 18% over de eerste € 152.368 en 36% over het meerdere. Tariefgroep II is van toepassing op alle overige verkrijgers — ouders, broers, zussen, neven, vrienden en derden — met tarieven van 30% over de eerste € 152.368 en 40% over het meerdere. De grens van € 152.368 is de progressiegrens die jaarlijks wordt geïndexeerd. De tarieven zijn progressief per verkrijger: elke verkrijger wordt afzonderlijk belast over zijn eigen netto-verkrijging na aftrek van zijn vrijstelling. De belasting is geen boedelbelasting maar een verkrijgersbelasting, wat betekent dat de hoogte afhangt van de relatie en het bedrag per ontvanger en niet van de totale omvang van de nalatenschap.
De Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) van artikel 35b Successiewet 1956 biedt erfgenamen die een onderneming of aanmerkelijk belang (minimaal 5% aandelen) erven een aanzienlijke fiscale faciliteit. Voor 2026 geldt: het ondernemingsvermogen tot € 1.277.000 is volledig vrijgesteld (100%); het meerdere is voor 83% vrijgesteld. De BOR is echter niet automatisch — u moet de regeling expliciet aanvragen in de aangifte erfbelasting. Voorwaarden zijn onder meer dat de erflater gedurende minimaal één jaar de onderneming dreef of de aandelen hield (bezitseis art. 35d SW 1956), en dat de verkrijger de onderneming gedurende vijf jaar voortzet (voortzettingseis art. 35e SW 1956). Wordt de onderneming binnen vijf jaar gestaakt of de aandelen verkocht, dan wordt de verleende faciliteit teruggenomen via een conserverende aanslag. De Belastingdienst kan een taxatierapport van de ondernemingswaarde en een aandeelhoudersregister opvragen. Bij grotere ondernemingen is het inschakelen van een gespecialiseerde belastingadviseur sterk aan te raden.
De waarde van onroerende zaken in de nalatenschap wordt bepaald op de WOZ-waarde van 1 januari van het overlijdensjaar, conform artikel 21 lid 5 Successiewet 1956. Dit geldt ook als de woning gedurende het jaar, na de WOZ-peildatum, in waarde is gestegen of gedaald. De WOZ-beschikking wordt jaarlijks in het voorjaar verzonden door de gemeente; voor een overlijden in 2026 gebruikt u de WOZ-beschikking met peildatum 1 januari 2026 (ontvangen begin 2026). Wanneer de eigenwoningschuld (hypotheek) nog open staat, is het netto-aandeel in de woning het verschil tussen de WOZ-waarde en de openstaande hypotheekschuld. Bij gemeenschap van goederen bedraagt het erfdeel in de woning de helft van de WOZ-waarde minus de helft van de hypotheekschuld. Bij geschil over de WOZ-waarde kunt u bezwaar indienen bij de gemeente op grond van de Wet WOZ en dit bezwaar meenemen in het bezwaar tegen de aanslag erfbelasting (art. 26 AWR). De Hoge Raad bevestigde in BNB 2023/147 de WOZ-peildatum-methode.
Ja, u kunt bezwaar maken tegen de aanslag erfbelasting door binnen zes weken na de dagtekening op de aanslag een bezwaarschrift in te dienen bij de Belastingdienst, conform artikel 22j Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) juncto artikel 26 AWR. Het bezwaarschrift dient te worden ondertekend, een motivering te bevatten en het aanslagnummer te vermelden. Stuur het bezwaarschrift aangetekend aan: Belastingdienst, Postbus 90302, 1006 BH Amsterdam, onder vermelding van 'Bezwaar erfbelasting'. De Belastingdienst beslist doorgaans binnen zes weken na ontvangst (art. 7:10 Awb), maar kan deze termijn met vier weken verlengen. Indien het bezwaar ongegrond wordt verklaard, staat beroep open bij de Rechtbank binnen zes weken (art. 8:1 Awb). Hogere beroepsmogelijkheden zijn het Gerechtshof en in cassatie de Hoge Raad. Veelvoorkomende gronden voor bezwaar zijn: onjuiste WOZ-waardebepaling, niet toegekende BOR-vrijstelling, foutief huwelijksvermogensregime of het ontbreken van een aftrekbare schuld. Pro-forma bezwaar is toegestaan om de termijn veilig te stellen, gevolgd door motivering binnen de daarvoor gestelde termijn.
Het niet of te laat indienen van de aangifte erfbelasting heeft concrete fiscale en juridische gevolgen. Bij te late aangifte legt de Belastingdienst een verzuimboete op grond van artikel 67a AWR op van maximaal € 5.514 (normbedrag 2026). Bij opzet of grove schuld kan een vergrijpboete worden opgelegd van maximaal 100% van de verschuldigde belasting op grond van artikel 67e AWR. Bovendien berekent de Belastingdienst belastingrente op grond van artikel 30f AWR over het te betalen bedrag, gerekend vanaf acht maanden na overlijden. De Belastingdienst is bevoegd een ambtshalve aanslag op te leggen als u geen aangifte doet, waarbij de belasting wordt geschat op basis van beschikbare gegevens van het Kadaster, banken en notarissen (art. 11 lid 2 AWR). Bezwaar maken tegen een ambtshalve aanslag is lastiger omdat de bewijslast dan bij u als belastingplichtige ligt. Een notaris of belastingadviseur kan bij complexe nalatenschappen helpen de aangifte tijdig en correct in te dienen, waarmee boetes en naheffingen worden voorkomen.
Bij meerdere erfgenamen dient elke individuele erfgenaam die een bedrag boven zijn vrijstelling verkrijgt, zelfstandig aangifte erfbelasting te doen bij de Belastingdienst conform artikel 45 Successiewet 1956. De erfbelasting is een verkrijgersbelasting, geen boedelbelasting: iedere verkrijger wordt afzonderlijk belast voor zijn eigen deel. In de praktijk wordt de aangifte echter vaak door één persoon gedaan namens alle erfgenamen via een gezamenlijke aangifte, mits alle erfgenamen daarvoor een machtiging verlenen (boedelvolmacht, art. 3:60 BW). De testamentaire executeur (art. 4:142 BW) of de vereffenaar (art. 4:203 BW) kan de aangifte namens de boedel indienen wanneer hij daartoe bevoegd is. Een notaris die als gevolmachtigde optreedt of de executele uitvoert, kan eveneens de aangifte namens de erfgenamen indienen. Bij minderjarige erfgenamen dient de wettelijk vertegenwoordiger (ouder of voogd, art. 1:253i BW) de aangifte in te dienen. Erfgenamen die de nalatenschap verwerpen (art. 4:191 BW) zijn niet belastingplichtig en behoeven geen aangifte te doen.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Erfbelasting Aangifte (Nederland)
Voorbereiding en ondersteuning voor de aangifte erfbelasting bij de Belastingdienst ex artikel 45 Successiewet 1956, in te dienen binnen acht maanden na overlijden.
Verklaring van Erfrecht (Nederland)
Notariële Verklaring van Erfrecht ex artikel 4:188 tot 4:193 BW jo. Wet op het notarisambt (Wna) waarin de Notaris vaststelt wie de erfgenamen zijn, of zij hebben aanvaard of verworpen, en wie als executeur of beneficiair aanvaarder bevoegd is over de nalatenschap te beschikken.
Boedelbeschrijving (Nederland)
Notariële of onderhandse Boedelbeschrijving ex artikel 4:183 tot 4:199 BW jo. artikel 4:146 BW met volledige inventarisatie van vermogensbestanddelen, schulden, waardering en eindsaldo, opgesteld door de executeur of de erfgenamen voor vereffening en verdeling van de nalatenschap.
Verdeling van de Nalatenschap (Nederland)
Akte van verdeling van de nalatenschap ex artikel 3:182 BW met boedelbeschrijving (artikel 4:202 BW), waardering, toedeling aan erfgenamen en finale kwijting.
Bezwaarschrift Belastingdienst Nederland
Bezwaarschrift tegen een aanslag of beschikking van de Belastingdienst conform AWR art. 26 en Awb art. 7:1. In te dienen binnen zes weken na dagtekening.
Beneficiaire Aanvaarding Nalatenschap (Nederland)
Verklaring van beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving ex artikel 4:190 lid 2 BW, af te leggen voor de griffier van de bevoegde Rechtbank.