Erfbelasting Aangifte (Nederland)
Successiewet 1956 art. 45 (aangifte); art. 24-28 (tarieven); art. 35b (BOR); AWR art. 26 (bezwaar)
AANGIFTE ERFBELASTING
ex artikel 45 Successiewet 1956 jo. artikel 6 Successiewet 1956
Belastingdienst / Erfbelasting
Postbus 90302 / 1006 BH Amsterdam
Gegevens Erflater
I. ERFLATER
[Erflater Naam]
BSN: [Erflater B S N]
Geboortedatum: [Erflater Geboorte]
Datum van overlijden: [Erflater Overlijden]
Laatste woonplaats: [Erflater Woonplaats]
Burgerlijke staat: [Burgerlijke Staat]
Huwelijksvermogensregime: [Huwelijksvermogen]
Aangever
II. AANGEVER
Naam: [Aangever Naam]
BSN: [Aangever B S N]
Relatie tot erflater: [Aangever Relatie]
Hoedanigheid: [Aangever Hoedanigheid]
Woonadres: [Aangever Adres]
Datum indiening: [Aangifte Datum]
Nalatenschap
III. OMVANG NALATENSCHAP
Bezittingen:
Onroerende zaken (WOZ art. 21 SW): [Onroerend Goed]
Banktegoeden: [Banktegoeden]
Effecten en beleggingen: [Effecten Beleggingen]
Ondernemingsvermogen (evt. BOR): [Ondernemingsvermogen]
Overige bezittingen: [Overig Bezit]
Totaal bezittingen: [Totaal Bezittingen]
Schulden en kosten:
Hypothecaire schuld(en): [Hypotheek Schulden]
Overige schulden: [Overige Schulden]
Uitvaartkosten (art. 20 lid 3 SW): [Uitvaart Kosten]
Totaal passiva: [Totaal Passiva]
Zuiver saldo nalatenschap: [Zuiver Saldo]
Verkrijgers
IV. VERKRIJGERS EN VRIJSTELLINGEN
Verkrijger 1:
Naam en relatie: [Verkrijger1 Naam]
Verkrijgingsbedrag: [Verkrijger1 Verkrijging]
Vrijstelling (art. 32 SW): [Verkrijger1 Vrijstelling]
Verkrijger 2:
Naam en relatie: [Verkrijger2 Naam]
Verkrijgingsbedrag: [Verkrijger2 Verkrijging]
Overige verkrijgers: [Overige Verkrijgers]
Aanbevelingen rangstelsel van toepassing: [Aanb Rangstelsel]
Belastingberekening
V. BELASTINGBEREKENING EN BIJZONDERE REGELINGEN
Verkrijger 1 — belaste verkrijging: [Tarief1 A]
Verkrijger 1 — toepasselijk tarief: [Tarief1 B]
BOR art. 35b SW 1956 van toepassing: [Bor Toepassing]
Schuldenverrekening art. 20 SW toegepast: [Schulden Verrekening]
Totaal verschuldigde erfbelasting: [Totaal Erfbelasting]
Uitstel van betaling aangevraagd: [Uitstel Betaling Aangevraagd]
Bezwaar voorzien: [Bezwaar Voorzien]
Bijzondere omstandigheden: [Opmerkingen]
Alle in deze aangifte vermelde gegevens zijn naar mijn beste weten juist en volledig (art. 47 AWR — informatieverplichting).
ONDERTEKENING
Plaats: [Ondertekening Plaats]
Datum: [Ondertekening Datum]
Naam aangever: [Aangever Naam]
Handtekening: _________________________
Aangever
________________
Signature
Wat is Erfbelasting Aangifte (Nederland)?
De Erfbelasting Aangifte in Nederland is de formele opgave die erfgenamen moeten indienen bij de Belastingdienst na het overlijden van een persoon, op grond van artikel 45 Successiewet 1956. Via de aangifte worden de belaste verkrijgingen van alle erfgenamen en legatarissen vastgesteld, zodat de Belastingdienst de te betalen erfbelasting kan berekenen op basis van de waarde van de nalatenschap, de verwantschap van de erfgenaam met de overledene, en de toepasselijke vrijstellingen en tarieven.
De Successiewet 1956 is de primaire wet die erfbelasting (voorheen: successierecht) en schenkbelasting in Nederland regelt. Artikel 45 Successiewet 1956 bepaalt dat de aangifte erfbelasting moet worden ingediend binnen acht maanden na de datum van overlijden. Bij overschrijding van deze termijn zijn rente en belastingboetes verschuldigd conform de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). De Belastingdienst kan op verzoek uitstel verlenen; dit verzoek moet schriftelijk worden ingediend vóór het verstrijken van de achtmaandentermijn.
De Belastingdienst berekent de erfbelasting op basis van de netto waarde van de nalatenschap: de waarde van alle bezittingen van de overledene op het moment van overlijden, verminderd met de schulden van de nalatenschap (inclusief hypotheekschulden bij het Kadaster, belastingschulden bij de Belastingdienst, en overige schulden). De Notaris die de Verklaring van Erfrecht opmaakt krachtens artikel 4:188 BW, en de vereffenaar die de Boedelbeschrijving opstelt krachtens artikel 4:146 BW, leveren de benodigde financiële informatie voor de aangifte.
De tarieven en vrijstellingen van de erfbelasting zijn geregeld in de artikelen 24-28 Successiewet 1956. Voor 2026 gelden de volgende vrijstellingen: echtgenoot of geregistreerd partner € 804.698; kinderen en kleinkinderen € 25.490; ouders € 60.408; overige verkrijgers € 2.690. Tarieven: schaal I (echtgenoot, kinderen) 10% over de eerste € 152.368 en 20% daarboven; schaal IA (kleinkinderen via plaatsvervulling) 18% respectievelijk 36%; schaal II (overige verkrijgers) 30% respectievelijk 40%. Voor bedrijfsvermogen geldt de bedrijfsopvolgingsregeling krachtens artikel 35b Successiewet 1956, die in bepaalde gevallen tot 100% vrijstelling kan leiden bij voortzetting van de onderneming gedurende vijf jaar.
De aangifte erfbelasting wordt ingediend via het online portal van de Belastingdienst (mijn.belastingdienst.nl) met DigiD, of schriftelijk op het formulier Aangifte Erfbelasting dat bij de Belastingdienst of via de website belastingdienst.nl kan worden opgevraagd. Voor complexe nalatenschappen met onroerend goed bij het Kadaster, aandelen in een BV, of buitenlands vermogen is begeleiding door een belastingadviseur of Notaris van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie KNB sterk aanbevolen.
Samengevat: via forms-legal.com kunt u uw erfbelasting-aangifte voorbereiden, de benodigde informatie verzamelen, en een gestructureerd overzicht maken voor de definitieve indiening bij de Belastingdienst. Professionele begeleiding bij de daadwerkelijke indiening is bij grotere nalatenschappen aanbevolen.
Wanneer heeft u Erfbelasting Aangifte (Nederland) nodig?
De aangifte erfbelasting is in Nederland nodig telkens wanneer iemand overlijdt en er erfgenamen of legatarissen zijn die krachtens de Successiewet 1956 belastingplichtig kunnen zijn.
Bij overlijden van een persoon met vermogen. Iedere nalatenschap waarvan de netto waarde de vrijstelling van de erfgenaam overstijgt, is onderworpen aan erfbelasting krachtens de Successiewet 1956. Voor een kind dat € 100.000 erft: de vrijstelling bedraagt € 25.490 (peil 2026); de belastbare verkrijging is € 74.510; de erfbelasting is 10% × € 74.510 = € 7.451. Zonder aangifte legt de Belastingdienst ambtshalve een aanslag op met een boete.
Bij overlijden van een partner of echtgenoot. De echtgenoot of geregistreerd partner heeft een vrijstelling van € 804.698 (peil 2026). Bij een nalatenschap onder deze drempel is geen erfbelasting verschuldigd, maar aangifte moet toch worden gedaan als de Belastingdienst hierom verzoekt of als er legatarissen zijn. Bij een nalatenschap boven de vrijstelling is aangifte altijd verplicht krachtens artikel 45 Successiewet 1956.
Bij het overlijden van een ondernemer. Wanneer de overledene een onderneming had — een eenmanszaak, een aandeel in een VOF, of aandelen in een BV — geldt de bedrijfsopvolgingsregeling krachtens artikel 35b Successiewet 1956. Erfgenamen die de onderneming voortzetten gedurende vijf jaar, komen in aanmerking voor een vrijstelling van maximaal 100% van de ondernemingswaarde. De aangifte erfbelasting moet dit beroep op de bedrijfsopvolgingsregeling expliciet vermelden; de Belastingdienst controleert de voortzettingseis.
Bij onroerend goed in de nalatenschap. Wanneer de overledene onroerend goed nalaat dat bij het Kadaster staat ingeschreven, moet de waarde van dit onroerend goed worden opgegeven in de aangifte erfbelasting. De waarde wordt vastgesteld op basis van de WOZ-waarde (Wet WOZ) of een taxatierapport door een gecertificeerd taxateur. Hypotheekschulden en achterstallige VvE-bijdragen krachtens artikel 5:112 BW worden in mindering gebracht op de waarde.
Bij internationale nalatenschappen. Wanneer de overledene in Nederland woonde maar vermogen had in het buitenland, of wanneer de overledene in het buitenland woonde maar Nederlands vermogen had, zijn de regels van de Successiewet 1956 en belastingverdragen van toepassing. De Belastingdienst heft erfbelasting over het wereldvermogen van in Nederland woonachtige overledenen. Bij dubbele belastingheffing bieden belastingverdragen tegemoetkoming.
Bij schenking van de overledene in de 180 dagen vóór overlijden. Schenkingen die de overledene heeft gedaan in de 180 dagen vóór overlijden worden krachtens artikel 12 Successiewet 1956 bij de nalatenschap geteld voor de berekening van de erfbelasting. Deze schenkingen moeten in de aangifte worden vermeld, ook als schenkbelasting al is betaald.
Bij legaten aan derden. Wanneer de overledene in een Testament legaten heeft gemaakt aan vrienden, kennissen, of organisaties die niet van de nalatenschap erven, zijn de legatarissen ook erfbelastingplichtig krachtens de Successiewet 1956. De legatarissen dienen zelf aangifte te doen of kunnen hiervoor een gemachtigde aanwijzen via een Boedelvolmacht.
Wat moet er in uw Erfbelasting Aangifte (Nederland) staan?
Een correcte en volledige erfbelasting-aangifte bij de Belastingdienst in Nederland bevat de volgende essentiële elementen op grond van de Successiewet 1956 en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).
Identificatiegegevens van de overledene. Naam, BSN, geboortedatum, datum en gemeente van overlijden, laatste woonadres, en burgerlijke staat (gehuwd, geregistreerd partner, ongehuwd). De woonplaats van de overledene op het moment van overlijden bepaalt of de nalatenschap onder de Nederlandse Successiewet 1956 valt.
Identificatiegegevens van alle erfgenamen en legatarissen. Per erfgenaam: naam, BSN, adres, verwantschap tot de overledene, en de waarde van zijn verkrijging. Bij meerdere erfgenamen vult doorgaans één van hen de aangifte in namens alle erfgenamen. Een belastingadviseur of Notaris kan de aangifte indienen namens alle erfgenamen via een volmacht.
Waarde van de bezittingen. Volledige inventarisatie van alle bezittingen van de overledene op de overlijdensdatum: bankrekeningen en spaartegoeden (dagkoers op overlijdensdatum), effectenportefeuille (beurskoers op overlijdensdatum), onroerend goed (WOZ-waarde of taxatierapport), aandelen in een BV krachtens artikel 2:194 BW (intrinsieke waarde of DCF-berekening), levensverzekering (uitkering aan erfgenamen), auto en overige roerende zaken, en vorderingen op derden.
Waarde van de schulden. Per schuld: naam schuldeiser, aard van de schuld (hypotheek, creditcard, belastingschuld), en het uitstaande saldo op de overlijdensdatum. Aftrekbare schulden krachtens de Successiewet 1956: hypotheekschuld bij bank (geregistreerd bij Kadaster), belastingschulden bij de Belastingdienst, alimentatieverplichtingen, begrafeniskosten tot een redelijk bedrag, kosten van de Verklaring van Erfrecht bij de Notaris krachtens artikel 4:188 BW. Niet aftrekbaar: schulden van de erfgenamen zelf.
Toepasselijke vrijstellingen. Per erfgenaam: de van toepassing zijnde vrijstelling op basis van verwantschap. Vrijstellingen 2026: echtgenoot € 804.698; kinderen € 25.490; kleinkinderen € 25.490; ouders € 60.408; overige verkrijgers € 2.690. Via forms-legal.com kunt u de belastbare verkrijging per erfgenaam berekenen op basis van de waarde van het erfdeel minus de vrijstelling.
Beroep op bijzondere regelingen. Bij ondernemingsvermogen: beroep op de bedrijfsopvolgingsregeling krachtens artikel 35b Successiewet 1956. Bij ANBI-organisaties: vrijstelling van erfbelasting krachtens artikel 32 Successiewet 1956. Bij buitenlands vermogen: toepassing van belastingverdragen. Bij schenkingen in de 180 dagen vóór overlijden krachtens artikel 12 Successiewet 1956: opgave van de schenkingen met datum en bedrag.
Schenkingen in het verleden. Schenkingen die de overledene heeft gedaan, vermeld in de aangifte schenkbelasting bij de Belastingdienst. Bij gebruik van de jaarlijkse vrijstelling: controle of de vrijstelling correct is toegepast. Bij tweetrapstestament krachtens artikel 4:136 BW: vermelding van de tweetrapsmaking en de betrokken erfgenamen.
Ondertekening en indiening. De aangifte wordt ondertekend door de erfgenaam of zijn gemachtigde (belastingadviseur, Notaris) en ingediend via mijn.belastingdienst.nl met DigiD, of schriftelijk naar de Belastingdienst/Erfbelasting. Indien meerdere erfgenamen: één erfgenaam dient in namens allen, met akkoordverklaring van de overige erfgenamen bijgevoegd.
Hoe vult u uw Erfbelasting Aangifte (Nederland) in?
Het voorbereiden en indienen van de erfbelasting-aangifte bij de Belastingdienst in Nederland vereist een gestructureerde aanpak. Volg deze stappen voor een correcte aangifte.
Stap 1 — Stel de aangifte-deadline vast. De aangifte erfbelasting moet worden ingediend binnen acht maanden na de overlijdensdatum krachtens artikel 45 Successiewet 1956. Noteer de deadline direct na het overlijden en bewaar deze in uw agenda. Bij dreigend verstrijken van de termijn: vraag tijdig uitstel aan bij de Belastingdienst via de website belastingdienst.nl of telefonisch via de Belastingtelefoon 0800-0543.
Stap 2 — Inventariseer alle bezittingen. Stel per bezitting de waarde vast op de overlijdensdatum: bankrekeningen (saldo via bankafschrift op overlijdensdatum), effecten (beurskoers op overlijdensdatum via de handelsplatformen), onroerend goed (WOZ-waarde of taxatie), aandelen in een BV (intrinsieke waarde via de accountant), levensverzekering (uitkering via de verzekeraar), auto (ANWB-koerslijst of taxatie), en overige bezittingen. Leg alle waarden vast met bewijsstukken.
Stap 3 — Inventariseer alle schulden. Stel per schuld het openstaande saldo vast op de overlijdensdatum: hypotheekschuld (aflossingsoverzicht van de bank), belastingschuld (openstaande aanslagen bij de Belastingdienst via de Belastingtelefoon 0800-0543), persoonlijke leningen, alimentatieverplichtingen krachtens artikel 1:392 BW, en begrafeniskosten. Bewaar alle bewijsstukken.
Stap 4 — Bereken het netto nalatenschapsvermogen. Trek de totale schulden af van de totale bezittingen. Dit netto vermogen is de grondslag voor de berekening van de erfbelasting. Deel het netto vermogen toe aan de erfgenamen conform hun erfdelen (conform het Testament of het wettelijk versterferfrecht van Boek 4 BW).
Stap 5 — Bereken de belastbare verkrijging per erfgenaam. Trek de toepasselijke vrijstelling af van de verkrijging per erfgenaam. Voor een kind met een erfdeel van € 50.000: vrijstelling € 25.490 (peil 2026); belastbare verkrijging € 24.510; erfbelasting 10% = € 2.451. Via het online belastingcalculator op mijn.belastingdienst.nl kunt u de berekening automatisch laten uitvoeren.
Stap 6 — Controleer op bijzondere regelingen. Bedrijfsvermogen: is de bedrijfsopvolgingsregeling krachtens artikel 35b Successiewet 1956 van toepassing? ANBI: is een deel van de nalatenschap nagelaten aan een ANBI-organisatie die is vrijgesteld krachtens artikel 32 Successiewet 1956? Schenkingen in de 180 dagen vóór overlijden krachtens artikel 12 Successiewet 1956: moeten worden opgeteld bij de nalatenschap.
Stap 7 — Dien de aangifte in. Via mijn.belastingdienst.nl met DigiD: kies «Aangifte erfbelasting» en volg de stappen online. Bij grote of complexe nalatenschappen of bij gebruik van bijzondere regelingen: schakel een belastingadviseur of Notaris van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie KNB in voor de indiening. De belastingadviseur kan de aangifte indienen via de BelastingPortaal Intermediairs.
Stap 8 — Bewaar bewijsstukken. Bewaar alle bewijsstukken van de aangifte minimaal zeven jaar na het overlijden krachtens artikel 52 AWR: bankafschriften, taxatierapporten, WOZ-beschikkingen, schuldenverklaringen, en de ingediende aangifte. De Belastingdienst kan controleren bij de naasten van de overledene en bij instanties als het Kadaster en banken.
Stap 9 — Betaal de erfbelasting na de aanslag. Na indiening van de aangifte legt de Belastingdienst een aanslag op. De erfbelasting moet worden betaald binnen de op de aanslag vermelde betalingstermijn (doorgaans zes weken na dagtekening). Bij betaalproblemen: vraag een betalingsregeling aan bij de Belastingdienst via de Belastingtelefoon. Bij bezwaar tegen de aanslag: dien een bezwaarschrift in krachtens artikel 26 AWR binnen zes weken na de aanslag.
Wettelijke vereisten voor Erfbelasting Aangifte (Nederland)
De erfbelasting-aangifte in Nederland is onderworpen aan de regels van de Successiewet 1956 en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Naleving van de deadlines en de formele vereisten is essentieel om boetes en rente te vermijden.
Aangifteplicht binnen acht maanden. Artikel 45 Successiewet 1956 verplicht de aangifte erfbelasting te doen binnen acht maanden na de overlijdensdatum. Bij niet-tijdige indiening legt de Belastingdienst een verzuimboete op van maximaal € 5.514 (peil 2026) en berekent belastingrente krachtens artikel 30f AWR. Bij overschrijding van de termijn kan de Belastingdienst ook ambtshalve een aanslag opleggen op basis van een schatting, die later kan worden gecorrigeerd door bezwaar te maken krachtens artikel 26 AWR.
Wie is aangifteplichtig. Krachtens artikel 45 lid 2 Successiewet 1956 is de aangifte verplicht voor: (1) de erfgenaam die meer erft dan zijn vrijstelling; (2) de legataris die meer ontvangt dan zijn vrijstelling; (3) de executeur die de nalatenschap beheert. Bij meerdere erfgenamen: één erfgenaam dient aan als gemachtigde van de anderen; de overigen tekenen mee voor akkoord. Bij nalatenschap van iemand die in de 180 dagen vóór overlijden heeft geschonken: de begiftigde doet mee aan de erfbelasting-aangifte.
Waardering van bezittingen. Bezittingen worden gewaardeerd op de verkoopwaarde op de datum van overlijden krachtens artikel 21 Successiewet 1956. Voor onroerend goed: WOZ-waarde (artikel 21 lid 5 Successiewet 1956), die door gemeenten jaarlijks wordt vastgesteld op basis van de Wet WOZ. Bij betwisting van de WOZ-waarde: bezwaar mogelijk bij de gemeente krachtens artikel 29 Wet WOZ. Voor niet-beursgenoteerde aandelen in een BV: intrinsieke waarde of DCF (discounted cash flow) berekening door de accountant.
Bijzondere regelingen — Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Artikel 35b Successiewet 1956 biedt een vrijstelling voor bedrijfsvermogen dat door de erfgenaam wordt voortgezet gedurende minimaal vijf jaar. Voorwaarden: het ondernemingsvermogen moet kwalificerend zijn (actieve onderneming of aanmerkelijk belang in een BV krachtens artikel 4.6 Wet IB 2001); de erfgenaam moet de onderneming daadwerkelijk voortzetten; bij vererving van aandelen in een BV: de aandeelhouder moet een aanmerkelijk belang hebben. De BOR kan leiden tot een vrijstelling van 83% tot 100% van de ondernemingswaarde.
Beschikking vroegtijdig overlijden. Wanneer de overledene binnen twee jaar na de nalatenschap van een ander persoon overlijdt (en erfbelasting heeft betaald over die eerste nalatenschap), geldt een verrekening van de eerder betaalde erfbelasting krachtens artikel 30 Successiewet 1956. Dit voorkomt dubbele belastingheffing bij snel opeenvolgende sterfgevallen.
Rentevergoeding en boetes. Bij te late indiening: belastingrente krachtens artikel 30f AWR over het belastingbedrag vanaf de negende maand na overlijden. Verzuimboete bij niet-aangifte: maximaal € 5.514 (peil 2026). Vergrijpboete bij opzettelijke onjuiste aangifte: 25%-100% van de te betalen belasting krachtens artikel 67d AWR. Vrijwillige verbetering (inkeer) vóór een controle door de Belastingdienst: boetes worden gematigd krachtens artikel 67n AWR.
Veelgemaakte fouten bij uw Erfbelasting Aangifte (Nederland)
Bij de aangifte erfbelasting in Nederland worden regelmatig fouten gemaakt die leiden tot naheffingen, boetes, of verlies van vrijstellingen. Hieronder de meest voorkomende valkuilen.
Aangifte te laat indienen. Erfgenamen die de achtmaandentermijn van artikel 45 Successiewet 1956 overschrijden, betalen belastingrente en een verzuimboete. Bij grote nalatenschappen kunnen de rente-kosten aanzienlijk oplopen. Oplossing: noteer de aangifte-deadline direct na het overlijden; bij tijdgebrek vraag tijdig uitstel aan bij de Belastingdienst vóór het verstrijken van de termijn.
Onjuiste WOZ-waarde gebruiken voor onroerend goed. Veel erfgenamen gebruiken de WOZ-waarde van het voorgaande jaar in plaats van de WOZ-waarde voor het peiljaar van overlijden. De Belastingdienst hanteert de WOZ-waarde die van toepassing is op het belastingjaar van overlijden, niet het jaar daarvoor. Bij betwisting van de WOZ-waarde: maak bezwaar bij de gemeente krachtens artikel 29 Wet WOZ.
Schenkingen in de 180 dagen niet melden. Schenkingen die de overledene heeft gedaan in de 180 dagen vóór overlijden worden krachtens artikel 12 Successiewet 1956 bij de nalatenschap opgeteld. Erfgenamen die deze schenkingen niet melden, riskeren een naheffingsaanslag met boete wanneer de Belastingdienst de schenkingen ontdekt via de aangifte schenkbelasting.
Bedrijfsopvolgingsregeling niet tijdig claimen. De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) krachtens artikel 35b Successiewet 1956 moet expliciet worden opgegeven in de aangifte. Erfgenamen die dit nalaten, verliezen de vrijstelling definitief — de Belastingdienst honoreert de BOR niet ambtshalve. Schakel een belastingadviseur in bij ondernemingsvermogen in de nalatenschap.
Vrijstelling echtgenoot fout berekenen. De vrijstelling voor de echtgenoot of geregistreerd partner (€ 804.698, peil 2026) geldt voor de totale verkrijging, inclusief eventuele uitkeringen uit levensverzekeringspolissen die bij overlijden worden uitbetaald. Polisuitkeringen die rechtstreeks naar de begunstigde gaan, zijn in principe niet belast (afhankelijk van de polisstructuur); bij twijfel: raadpleeg een belastingadviseur.
Niet-aftrekbare schulden opvoeren. Niet alle schulden zijn aftrekbaar bij de berekening van de netto nalatenschap. Schulden van de erfgenamen zelf — hun eigen hypotheek of creditcard — zijn niet aftrekbaar. Alleen schulden die deel uitmaken van de nalatenschap van de overledene zijn aftrekbaar krachtens de Successiewet 1956. Een onjuiste aftrek leidt tot een naheffingsaanslag met rente.
Geen bezwaar bij onjuiste aanslag. Wanneer de Belastingdienst een aanslag oplegt die naar het oordeel van de erfgenaam onjuist is — verkeerde WOZ-waarde, vrijstelling niet toegepast, onjuiste tariefschaal — moet binnen zes weken na dagtekening van de aanslag bezwaar worden gemaakt krachtens artikel 26 AWR. Na de bezwaartermijn is de aanslag onherroepelijk. Gebruik het model Bezwaarschrift Belastingdienst van forms-legal.com als startpunt voor uw bezwaar.
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Erfbelasting Aangifte (Nederland) (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/estate-planning/estate/erfbelasting-aangifte
"Erfbelasting Aangifte (Nederland) (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/estate-planning/estate/erfbelasting-aangifte.
@misc{formslegal-erfbelasting-aangifte,
author = {{Forms Legal}},
title = {Erfbelasting Aangifte (Nederland) (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/estate-planning/estate/erfbelasting-aangifte}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
De aangifte erfbelasting moet worden ingediend bij de Belastingdienst binnen acht maanden na de overlijdensdatum krachtens artikel 45 Successiewet 1956. Sterfdatum 01-03-2026 = aangifte-deadline 01-11-2026. Bij dreigend verstrijken van de termijn kunt u uitstel aanvragen bij de Belastingdienst via de website belastingdienst.nl of via de Belastingtelefoon 0800-0543. Uitstel wordt doorgaans verleend voor één tot drie maanden bij aannemelijke redenen (complexe nalatenschap, buitenlands vermogen, lopende gerechtelijke procedure). Bij niet-tijdige indiening legt de Belastingdienst een verzuimboete op van maximaal € 5.514 (peil 2026) en berekent belastingrente krachtens artikel 30f AWR. De rente loopt vanaf de negende maand na overlijden. Dien altijd tijdig aangifte in of vraag uitstel aan — ook als u de waarden nog niet precies kent, want u kunt later een verbeterde aangifte indienen.
De vrijstellingen voor erfbelasting in Nederland worden jaarlijks geïndexeerd. Voor 2026 gelden de volgende bedragen krachtens de Successiewet 1956: echtgenoot of geregistreerd partner € 804.698; kinderen en kleinkinderen elk € 25.490; ouders € 60.408; overige verkrijgers (vrienden, kennissen, neven, nichten) € 2.690. Specifiek voor kinderen met een handicap die niet in staat zijn een eigen inkomen te verwerven: verhoogde vrijstelling van € 76.453 (peil 2026). De vrijstelling geldt per erfgenaam en per verkrijging; bij meerdere nalatenschappen die de erfgenaam van dezelfde persoon ontvangt binnen korte tijd, worden vrijstellingen gecombineerd. Overstijgt de verkrijging de vrijstelling, dan is erfbelasting verschuldigd over het meerdere: schaal I (echtgenoot, kinderen) 10% over de eerste € 152.368 en 20% daarboven; schaal IA (kleinkinderen via plaatsvervulling) 18% respectievelijk 36%; schaal II (overige verkrijgers) 30% respectievelijk 40%.
In principe niet — als de verkrijging van elke erfgenaam de toepasselijke vrijstelling niet overstijgt, is geen erfbelasting verschuldigd en wordt de Belastingdienst niet automatisch geïnformeerd. Echter: de Belastingdienst kan alsnog een aangifte erfbelasting verzoeken als zij aanleiding heeft te vermoeden dat er sprake is van een belastbare nalatenschap (op basis van het inkomen of het vermogen van de overledene in de Wet IB 2001-aangiften). Bij een verzoek van de Belastingdienst moet aangifte worden gedaan krachtens artikel 45 lid 3 Successiewet 1956. Praktisch advies: bij twijfel of de nalatenschap boven de vrijstelling uitkomt — inventariseer altijd volledig en bewaar de bewijsstukken. Als de Belastingdienst later ontdekt dat de nalatenschap belastbaar was, legt zij een naheffingsaanslag op met boete en rente. Vrijwillige aangifte vóór een controle vermijdt de hoogste boetes.
Ja. De Belastingdienst biedt bij erfbelasting standaard uitstel van betaling aan voor onroerend goed en bedrijfsvermogen dat niet direct liquide is, mits hierom tijdig wordt verzocht. Voor de bedrijfsopvolgingsregeling krachtens artikel 35b Successiewet 1956 geldt een wettelijk recht op tien jaar gespreide betaling bij voortgezet ondernemerschap, mits de erfgenaam de onderneming gedurende vijf jaar voortzet. Voor het aandeel van de erfbelasting dat betrekking heeft op het woonhuis van de overledene, kan de erfgenaam die het huis erft en bewoont, uitstel van betaling aanvragen tot het huis is verkocht krachtens artikel 25 Invorderingswet 1990. Bij tijdelijke liquiditeitsproblemen: vraag een betalingsregeling aan via de Belastingtelefoon 0800-0543. De Belastingdienst berekent invorderingsrente over het uitgestelde bedrag krachtens artikel 28 Invorderingswet 1990.
De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) krachtens artikel 35b Successiewet 1956 biedt een aanzienlijke vrijstelling voor bedrijfsvermogen dat door de erfgenaam wordt voortgezet. Voorwaarden: (1) het gaat om kwalificerend ondernemingsvermogen: een actieve onderneming (eenmanszaak, VOF, BV met aanmerkelijk belang krachtens artikel 4.6 Wet IB 2001); (2) de erfgenaam zet de onderneming minimaal vijf jaar voort na de verkrijging; (3) de verkrijging betreft de actieve onderneming, niet het beleggingsvermogen van de BV. Vrijstelling: 100% voor het eerste € 1.325.254 aan ondernemingswaarde; 83% voor het meerdere (peil 2026). Voorbeeld: ondernemingswaarde € 2.000.000; vrijstelling € 1.325.254 + 83% × € 674.746 = € 1.325.254 + € 560.039 = vrijgesteld € 1.885.293; belastbaar restant € 114.707 × tariefschaal. Bij vererving aan een kind: tarief 10%-20% (schaal I). De BOR moet expliciet worden geclaimd in de aangifte erfbelasting; de Belastingdienst honoreert het niet ambtshalve. Schakel altijd een belastingadviseur in.
Krachtens artikel 21 lid 5 Successiewet 1956 wordt de waarde van onroerend goed voor erfbelasting bepaald op basis van de WOZ-waarde (Wet waardering onroerende zaken) die geldt voor het belastingjaar van het overlijden. De gemeente stelt de WOZ-waarde jaarlijks vast op basis van de verkoopprijzen van vergelijkbare woningen. De WOZ-beschikking wordt begin januari door de gemeente verstuurd. Bij overlijden in 2026: WOZ-waarde 2026 (peildatum 01-01-2025) is maatgevend. Uitzondering: bij erfgenamen die de woning erven en zelf bewonen, geldt in bepaalde gevallen een lagere waarde van 80% van de WOZ-waarde krachtens artikel 21 lid 8 Successiewet 1956 (de zogenaamde bewonersvrijstelling). Bij betwisting van de WOZ-waarde: maak bezwaar bij de gemeente krachtens artikel 29 Wet WOZ binnen zes weken na de WOZ-beschikking; een succesvolle bezwaar verlaagt de erfbelastinggrondslag. Een gecertificeerd taxateur (NVM, VastgoedPRO) kan een taxatierapport opstellen als onderbouwing bij het bezwaar.
Wanneer de Belastingdienst een aanslag erfbelasting oplegt waarmee u het niet eens bent — te hoge WOZ-waarde, vrijstelling niet correct toegepast, onjuist tarief, schenkingen ten onrechte bijgeteld — kunt u bezwaar maken krachtens artikel 26 AWR (Algemene wet inzake rijksbelastingen). De bezwaartermijn is zes weken na dagtekening van de aanslag. Bij overschrijding van de bezwaartermijn is de aanslag onherroepelijk. Hoe bezwaar te maken: stel een bezwaarschrift op met vermelding van het aanslagnummer, de gronden voor bezwaar (motivering), en eventuele bewijsstukken. Stuur het bezwaarschrift aangetekend naar de Belastingdienst/Erfbelasting. Gebruik het model Bezwaarschrift Belastingdienst op forms-legal.com als startpunt. De Belastingdienst beslist op het bezwaar doorgaans binnen zes maanden. Bij afwijzing van het bezwaar: beroep instellen bij de belastingkamer van de Rechtbank (gratis voor erfbelasting onder € 1.800) of de Hoge Raad der Nederlanden in cassatie. Bij geschillen over grote bedragen: schakel een belastingadviseur of advocaat in bij de Nederlandse Orde van Advocaten NOvA.
Dat hangt af van de structuur van de levensverzekering. Een levensverzekering waarbij de begunstigde rechtstreeks ontvangt — dus niet via de nalatenschap — is in principe belastbaar voor erfbelasting als de premies door de overledene zijn betaald krachtens artikel 13 Successiewet 1956. De begunstigde betaalt erfbelasting over de uitkering minus zijn vrijstelling. Uitzondering: levensverzekering op twee levens waarbij de uitkering vervalt aan de langstlevende echtgenoot — de uitkering valt onder de vrijstelling van de echtgenoot (€ 804.698, peil 2026). Complexe polisstructuren — eigendomsrecht bij de partner, premies betaald door de werknemer via werkgever — kunnen leiden tot vrijstelling of lagere belasting. Levensverzekering via werkgever (groepsverzekering of nabestaandenpensioen via het ABP of een bedrijfstakpensioenfonds): in de meeste gevallen vrijgesteld van erfbelasting. Raadpleeg altijd de verzekeraar en een belastingadviseur voor de exacte fiscale behandeling van uw specifieke polis.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Verklaring van Erfrecht (Nederland)
Notariële Verklaring van Erfrecht ex artikel 4:188 tot 4:193 BW jo. Wet op het notarisambt (Wna) waarin de Notaris vaststelt wie de erfgenamen zijn, of zij hebben aanvaard of verworpen, en wie als executeur of beneficiair aanvaarder bevoegd is over de nalatenschap te beschikken.
Boedelbeschrijving (Nederland)
Notariële of onderhandse Boedelbeschrijving ex artikel 4:183 tot 4:199 BW jo. artikel 4:146 BW met volledige inventarisatie van vermogensbestanddelen, schulden, waardering en eindsaldo, opgesteld door de executeur of de erfgenamen voor vereffening en verdeling van de nalatenschap.
Verdeling van de Nalatenschap (Nederland)
Akte van verdeling van de nalatenschap ex artikel 3:182 BW met boedelbeschrijving (artikel 4:202 BW), waardering, toedeling aan erfgenamen en finale kwijting.
Aanvaarding Nalatenschap (Nederland)
Schriftelijke verklaring van zuivere of beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap ex artikel 4:190 BW jo. artikel 4:191 BW, af te leggen voor de griffier van de Rechtbank van de laatste woonplaats van de overledene.
Beneficiaire Aanvaarding Nalatenschap (Nederland)
Verklaring van beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving ex artikel 4:190 lid 2 BW, af te leggen voor de griffier van de bevoegde Rechtbank.
Bezwaarschrift Belastingdienst Nederland
Bezwaarschrift tegen een aanslag of beschikking van de Belastingdienst conform AWR art. 26 en Awb art. 7:1. In te dienen binnen zes weken na dagtekening.