Overbruggingskrediet Overeenkomst Nederland
OVERBRUGGINGSKREDIET OVEREENKOMST
Overeenkomst van overbruggingskrediet conform BW 7:129-7:134 (verbruikleen), Wft art. 4:34 (verantwoorde kredietverlening) en Kadasterwet 1994 art. 24 voor tijdelijke woningfinanciering in Nederland
Partijen
DE ONDERGETEKENDEN:
1. LENER
Naam: [Lener Naam]
BSN: [Lener Bsn]
Adres: [Lener Adres]
E-mail: [Lener Email]
IBAN: [Lener Iban]
Toestemming echtgenoot vereist: [Echtgenoot Toestemming]
2. GELDVERSTREKKER
Naam: [Geldverstrekker Naam]
Wft-nummer: [Geldverstrekker Wft Nummer]
Adres: [Geldverstrekker Adres]
Notaris: [Notaris Naam]
verklaren de volgende overbruggingskrediet overeenkomst te sluiten conform BW 7:129-7:134 en de Wet financieel toezicht (Wft).
Woninggegevens
ARTIKEL 1 - WONINGGEGEVENS
1.1 Te verkopen woning
Adres: [Te Verkopen Adres]
Geschatte marktwaarde: EUR [Geschatte Markt Waarde]
Resterende hypotheekschuld: EUR [Rest Hypotheek]
1.2 Nieuwe woning
Adres: [Nieuwe Woning Adres]
Koopsom: EUR [Koopsom]
Verwachte passeringsdatum: [Passerings Datum]
Kredietvoorwaarden
ARTIKEL 2 - KREDIETVOORWAARDEN
2.1 Hoofdsom overbruggingskrediet: EUR [Hoofdsom].
2.2 Jaarlijkse rente: [Rente Percentage]% per jaar, te berekenen over het uitstaande saldo.
2.3 Maximale looptijd: [Looptijd] maanden.
2.4 Uiterste aflossingsdatum: [Eind Datum].
2.5 Aflossing: het volledige uitstaande saldo inclusief rente dient uiterlijk op de uiterste aflossingsdatum te zijn voldaan, of eerder bij notariële overdracht van de te verkopen woning.
2.6 Vervroegde aflossing: lener heeft te allen tijde het recht tot vervroegde (gedeeltelijke) aflossing zonder boete conform Wft art. 4:34a.
ARTIKEL 3 - ZEKERHEIDSRECHT
3.1 Zekerheidstype: [Zekerheids Type].
3.2 Bij pandrecht op de overwaarde (BW 3:237): lener verleent hierbij pandrecht op zijn vorderingsrecht op de netto-verkoopopbrengst van de te verkopen woning.
3.3 Bij hypotheekrecht op de nieuwe woning (BW 3:260): notaris [Notaris Naam] verzorgt inschrijving in het Kadaster conform Kadasterwet 1994 art. 24.
3.4 Verantwoorde kredietverlening: de geldverstrekker heeft getoetst conform Wft art. 4:34 en het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo) dat het krediet verantwoord is, met inachtneming van de Gedragscode Hypothecaire Financieringen (GHF).
Ondertekening
ONDERTEKENING
Plaats: [Plaats Ondertekening]
Datum: [Datum Ondertekening]
Lener: __________________________ Geldverstrekker: __________________________
[Lener Naam] [Geldverstrekker Naam]
Lener
________________
Signature
Geldverstrekker
________________
Signature
Wat is Overbruggingskrediet Overeenkomst Nederland?
De Overbruggingskrediet Overeenkomst in Nederland regelt een tijdelijke lening die de periode overbrugt tussen de aankoop van een nieuwe woning en de verkoop van de oude woning, gebaseerd op de verbruikleenregeling van Burgerlijk Wetboek art. 7:129 en de regels voor verantwoorde kredietverlening van de Wet op het financieel toezicht art. 4:34. Het krediet wordt afgelost uit de overwaarde van de te verkopen woning en wordt door een AFM-vergunninghoudende geldverstrekker verstrekt onder de gedrags- en informatieverplichtingen van de Wft.
De wettelijke grondslag van het overbruggingskrediet is meervoudig. Primair kwalificeert het als verbruikleen (BW 7:129): de geldverstrekker stelt een geldsom ter beschikking voor gebruik, de geldnemer betaalt rente en lost af. Bij verstrekking door een Wft-vergunninghouder (bank, hypotheekverstrekker met AFM-vergunning conform Wft art. 2:60) gelden aanvullend de Wft-gedragsregels voor kredietverlening: de verantwoorde kredietverlening conform Wft art. 4:34, de informatieverplichting conform Wft art. 4:20, en de suitabilitytoets. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op de gedragsnormen; De Nederlandsche Bank (DNB) houdt prudentieel toezicht op de solvabiliteit van geldverstrekkers.
Het overbruggingskrediet is een zogenaamde aflossingsvrije lening met een ballon-aflossing aan het einde: gedurende de looptijd betaalt de lener uitsluitend de rentelasten (geen aflossing van de hoofdsom), zodat de maandlast beheersbaar is. De hoofdsom wordt in zijn geheel afgelost zodra de te verkopen woning is geleverd en de verkoopopbrengst is ontvangen (meestal via de derdenrekening van de notaris, Wna art. 25). Bij overlevering van de bestaande woning aan de koper gaat de netto verkoopopbrengst rechtstreeks naar de aflossing van het overbruggingskrediet.
Het overbruggingskrediet verschilt van de gewone hypotheeklening (BW 3:260) doordat het korter is (6-24 maanden vs. 30 jaar), aflossingsvrij is gedurende de looptijd, en tijdelijk de overwaarde van de te verkopen woning als zekerheid gebruikt (pandrecht of hypotheekrecht). De Gedragscode Hypothecaire Financieringen (GHF) en de Tijdelijke regeling hypothecair krediet (Regeling van de Minister van Financiën, Stcrt. 2016, nr. 50340) stellen aanvullende normen aan de maximale hoogte van het overbruggingskrediet: doorgaans maximaal de verwachte overwaarde minus de kosten koper (circa 3%-6% van de koopsom).
De Hoge Raad der Nederlanden (HR 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:590) heeft de zorgplicht van hypotheekverstrekkers bij overbruggingskredieten bevestigd: de geldverstrekker moet de cliënt waarschuwen voor de risico's bij gedwongen verkoop van de te verkopen woning (te lage verkoopopbrengst leidt tot restschuld), met name in een dalende vastgoedmarkt. Nationale Hypotheek Garantie (NHG, uitgevoerd door Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen) dekt overbruggingskredieten niet, ook als de onderliggende hypotheek NHG heeft.
Wanneer heeft u Overbruggingskrediet Overeenkomst Nederland nodig?
Het Overbruggingskrediet Nederland is noodzakelijk bij gelijktijdige aan- en verkoop van een woning waarbij de verkoopopbrengst van de bestaande woning niet beschikbaar is op het moment van passering van de nieuwe woning.
Doorstroming naar grotere woning bij eigen vermogen in bestaande woning. Een gezin met een koopwoning en substantiële overwaarde (marktwaarde minus resterende hypotheek) koopt een grotere woning. De verkoopopbrengst is pas beschikbaar bij de passering van de koopakte van de bestaande woning, maar de nieuwe woning wordt eerder geleverd. Het overbruggingskrediet overbrugt dit temporele gat, doorgaans 1-6 maanden.
Verkoop langer dan verwacht door marktomstandigheden. In een afkoelende woningmarkt is de bestaande woning moeilijker te verkopen; de periode tussen aankoop van de nieuwe woning en levering van de bestaande woning wordt langer (6-18 maanden). Een overbruggingskrediet voorkomt dat de huizenbezitter zijn nieuwe woning moet teruggeven aan de verkoper wegens onvoldoende financiering.
DGA met opbrengst in de BV. Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) heeft zijn overwaarde 'opgesloten' in een persoonlijke houdster-BV via een DGA-lening. Een overbruggingskrediet van de bank overbrugt de periode terwijl de BV de eerdere schuld aflost via de verkoopopbrengst.
Verbouwing vóór intrek. Een koper die de nieuwe woning eerst grondig wil verbouwen vóór intrek, but de bestaande woning al heeft verkocht, behoeft een overbruggingskrediet om de dubbele woonlasten (huurwoning plus hypotheek) te dragen gedurende de verbouwingsperiode (3-9 maanden).
Erfenisfinanciering bij verblijf in nalatenschap. Erfgenamen die een woning uit een nalatenschap (BW Boek 4 erfrecht) overnemen van de boedel, maar de financiering pas later rond krijgen via het Kadaster, gebruiken een overbruggingskrediet om de andere erfgenamen uit te kopen en de woning vast te houden tot de definitieve financiering.
Nieuwbouw met variabele opleveringsdatum. Bij aankoop van een nieuwbouwwoning is de opleveringsdatum afhankelijk van bouwvoortgang en kan verschuiven. Als de bestaande woning al is verkocht maar de nieuwe woning nog niet is opgeleverd, is tijdelijke financiering via een overbruggingskrediet (en tijdelijke huurwoning) nodig.
Zakelijke vastgoedinvestering. Een vastgoedondernemer die een nieuw pand koopt vóór de verkoop van een bestaand pand (beide in zakelijk gebruik) behoeft een overbruggingskrediet op het zakelijk object. De overeenkomst verwijst naar de zakelijke inkomsten als terugbetalingsbron, aangevuld met het pandrecht op het te verkopen pand.
Wat moet er in uw Overbruggingskrediet Overeenkomst Nederland staan?
Het Overbruggingskrediet Overeenkomst Nederland dient onderstaande essentiële elementen te bevatten voor een rechtsgeldige en Wft-conforme overeenkomst.
Identificatie partijen en Wft-vergunning. Volledige naam en contactgegevens van de lener (BSN, woonadres, geboortedatum), de geldverstrekker (naam, Wft-vergunningnummer raadpleegbaar via afm.nl, KVK-nummer), en de notaris die de passering verzorgt (naam, vestigingsplaats conform Wna art. 2). Bij gehuwde lener: vermelding echtgenoot voor toestemming conform BW 1:88 (hypothecaire bezwaring echtelijke woning).
Hoofdsom en doel. Het geleende bedrag (in EUR) ter overbrugging van de verwachte netto overwaarde van de te verkopen woning: marktwaarde te verkopen woning (doorgaans op basis van taxatie of WOZ-waarde) minus de resterende hypotheek op de te verkopen woning, minus kosten koper en makelaarskosten (circa 3%-5%). Het doel van de lening is de financiering van de aankoop van de nieuwe woning gedurende de overbruggingsperiode (BW 7:129 doel vermelden voor fiscale aftrekbaarheid).
Looptijd en einddatum. De beoogde looptijd (doorgaans 6-24 maanden) en de uiterste einddatum van het overbruggingskrediet, gelijk aan de verwachte leveringsdatum van de te verkopen woning. Clausules over automatische verlenging (doorgaans met 3 maanden bij bewijs van actieve verkoop) en de maximale totale looptijd (doorgaans 24 maanden conform bankbeleid en GHF).
Rentestructuur en maandlast. Rentepercentage per jaar (variabel of vast, doorgaans hoger dan de reguliere hypotheekrente: 0,5%-1,5% bovenop het basistarief), rente uitsluitend over het daadwerkelijk opgenomen bedrag (doorgaans volledig opgenomen bij passering nieuwe woning), maandelijkse rentebetaling (geen aflossing gedurende de looptijd), en de rente-aftrekbaarheid in box 1 (Wet IB 2001 art. 3.119a overgangsrecht voor korte looptijden zonder annuïteitseis). De website forms-legal.com biedt aanvullende modellen voor de Hypotheeklening Particulier bij familiehypotheken en de Hypotheekakte bij formele notariele hypotheekvestiging.
Zekerheidstelling. De geldverstrekker vestigt zekerheid op: (1) de te verkopen woning via een pandrecht op de overwaarde (verpanding van de vorderingsrechten op de notaris bij doorlevering) of een tweede hypotheekrecht (BW 3:260) achter de bestaande bancaire hypotheek; (2) en/of de nieuw aan te kopen woning via een eerste of tweede hypotheekrecht. De notaris houdt de netto verkoopopbrengst in depot op de derdenrekening (Wna art. 25) tot aflossing van het overbruggingskrediet.
Melding bij Belastingdienst en fiscale aspecten. Het overbruggingskrediet kwalificeert als eigenwoningschuld indien het wordt gebruikt voor de aankoop van een eigen woning (Wet IB 2001 art. 3.111). Rente is aftrekbaar in box 1 gedurende de periode dat de te verkopen woning nog is bestemd als eigen woning. Bij overgang naar box 3 (woning staat te koop maar lener woont er niet meer) is rente NIET meer aftrekbaar. Meldingsplicht bij Belastingdienst via Opgaaf lening eigen woning (Wet IB 2001 art. 3.119a lid 1) ook voor overbruggingskredieten.
Procedure bij niet-tijdige verkoop. Clausules over wat er gebeurt als de te verkopen woning na het verstrijken van de leasetermijn niet is verkocht: verlenging (met bewijs van actieve verkoop), hogere rente bij verlengde periode, omzetting naar normale hypotheek, of executie van de zekerheid. Bij Nationale Hypotheek Garantie (NHG) op de bestaande hypotheek: NHG dekt niet de restschuld op het overbruggingskrediet.
Beëindiging en notariaat. Automatische beëindiging bij passering van de koopakte van de te verkopen woning; aflossing via de derdenrekening van de notaris (Wna art. 25). Kosten van het overbruggingskrediet: afsluitprovisie (doorgaans 0%-1% van de hoofdsom), notariskosten voor eventuele hypotheekvestiging (EUR 800-1.500 voor een tweede hypotheekrecht), royementskosten bij beëindiging (EUR 250-500).
Hoe vult u uw Overbruggingskrediet Overeenkomst Nederland in?
Het invullen van de Overbruggingskrediet Overeenkomst Nederland verloopt in onderstaande stappen.
Stap 1 - Partijen en Wft-vergunning controleren. Vul de volledige naam van de lener in (voor- en achternaam), BSN (9 cijfers), geboortedatum, woonadres en e-mailadres. Vul de naam van de geldverstrekker in (bank of hypotheekverstrekker) met Wft-vergunningnummer; controleer via het AFM-register (afm.nl) of de verstrekker een geldige vergunning heeft voor hypothecair krediet (Wft art. 2:60). Voeg de naam van de notaris toe.
Stap 2 - Overwaarde berekenen. Bepaal de verwachte netto overwaarde van de te verkopen woning: geschatte marktwaarde (op basis van taxatie of recente WOZ-waarde) minus de resterende hypotheek op de te verkopen woning minus makelaarskosten (circa 1%-2% van de verkoopprijs) minus kosten koper nieuwe woning (circa 3%-6% van de koopsom). Dit is de maximale hoofdsom van het overbruggingskrediet. Banken verstrekken doorgaans 80%-90% van de verwachte overwaarde (buffer voor waardedaling).
Stap 3 - Hoofdsom en doel specificeren. Vul de hoofdsom in (in EUR, gebruik punt voor duizendtallen en komma voor decimalen). Vermeld het doel: aankoop van de woning op adres [nieuw adres] als tijdelijke financiering totdat de woning op adres [oud adres] is geleverd aan de koper. Datum van passering nieuwe woning (aankoopakte): DD-MM-JJJJ.
Stap 4 - Looptijd en einddatum. Vermeld de verwachte einddatum (doorgaans gelijk aan de verwachte leveringsdatum van de te verkopen woning, maximaal 24 maanden na aanvang). Vermeld de verlenging-optie: de geldverstrekker kan de looptijd verlengen met periodes van 3 maanden bij bewijs van actieve verkoop (geen bezichtigingen gehad is geen bewijs van actieve verkoop).
Stap 5 - Rentepercentage invullen. Het rentepercentage is doorgaans hoger dan de reguliere hypotheekrente: bij de meeste banken in 2026 circa 5%-7% per jaar voor overbruggingskredieten. Rente wordt maandelijks achteraf betaald (in arrears) op de overeengekomen datum. Vul het rentepercentage per jaar in (bijv. 5,90) en de datum van de eerste rentebetaling.
Stap 6 - Zekerheidstelling regelen. Bespreek met de geldverstrekker en de notaris welk zekerheidsrecht wordt gevestigd: (a) pandrecht op de verkoopopbrengst van de te verkopen woning (verpanding van de vordering op de notaris bij de koopakte, BW 3:239); of (b) tweede hypotheekrecht op de te verkopen woning (BW 3:260, notarieel verplicht, inschrijven bij Kadaster). Optie (a) is goedkoper (geen notariskosten) maar zwakker; optie (b) is sterker maar vereist de medewerking van de eerste hypotheekverstrekker op de te verkopen woning.
Stap 7 - Fiscale melding. Het overbruggingskrediet dient binnen 30 dagen na verstrekking te worden gemeld bij de Belastingdienst via Opgaaf lening eigen woning (Wet IB 2001 art. 3.119a), indien de lener de rente in box 1 wil aftrekken. De rente is aftrekbaar zolang de te verkopen woning nog kwalificeert als eigen woning (hoofdverblijf of te koop staande woning voor max 3 jaar conform Wet IB 2001 art. 3.111 lid 2).
Stap 8 - Toestemming echtgenoot (BW 1:88). Als de te verkopen woning de echtelijke woning is: de echtgenoot of geregistreerd partner van de lener moet de overeenkomst medeondertekenen (BW 1:88 lid 1 onderdeel a). De notaris controleert dit bij passering van de hypotheekakte.
Stap 9 - Ondertekening. Beide partijen ondertekenen de overeenkomst op datum DD-MM-JJJJ. De geldverstrekker maakt de hoofdsom over via de derdenrekening van de notaris op de dag van passering van de koopakte nieuwe woning. Bij beëindiging (passering koopakte te verkopen woning): de notaris voldoet de overbruggingslening direct uit de verkoopopbrengst op zijn derdenrekening (Wna art. 25) en betaalt het saldo aan de lener.
Wettelijke vereisten voor Overbruggingskrediet Overeenkomst Nederland
Het Overbruggingskrediet Nederland is gebonden aan Wft, BW en fiscale vereisten.
Wft-gedragsregels voor hypothecair krediet (Wft art. 4:34). Een geldverstrekker die een overbruggingskrediet verstrekt voor de aankoop van een eigen woning, valt onder de Wft-definitie van hypothecair krediet indien het krediet is gedekt door een hypotheekrecht op een woning (Wft art. 1:1). De Wft verplicht tot een verantwoordelijkheidstoets (Wft art. 4:34): de geldverstrekker beoordeelt de kredietwaardigheid van de lener op basis van inkomen, schuldenpositie (BKR-raadpleging), en de verwachte opbrengst van de te verkopen woning. De Gedragscode Hypothecaire Financieringen (GHF, sector-zelfreguleringsregeling van de Nederlandse Vereniging van Banken NVB) stelt aanvullende normen: maximale overbrugging van 80%-90% van de overwaarde, maximale looptijd van 24 maanden, en bewijs van actieve verkoop.
Verbruikleen en eigenwoningschuld (BW 7:129 jo. Wet IB 2001 art. 3.119a). Het overbruggingskrediet kwalificeert als verbruikleen (BW 7:129): de geldverstrekker stelt een geldbedrag ter beschikking voor bepaalde tijd, de geldnemer betaalt rente en lost de hoofdsom terug. Voor eigenwoningschuld (aftrekbare rente in box 1) moet het krediet zijn bedoeld voor de eigen woning als hoofdverblijf (Wet IB 2001 art. 3.111) en moet het worden gemeld bij de Belastingdienst via Opgaaf lening eigen woning (art. 3.119a lid 1). De annuïteitseis voor renteaftrek (Wet IB 2001 art. 3.119a: verplicht annuiteiten- of lineair schema binnen 360 maanden) geldt NIET voor overbruggingskredieten met een korte looptijd (maximaal 24 maanden) mits de lening daarna volledig wordt afgelost uit de verkoopopbrengst.
Zekerheidsstelling (BW 3:260 hypotheek; BW 3:239 pandrecht). De geldverstrekker kan meerdere zekerheidsvormen hanteren: (a) Hypotheekrecht op de te verkopen woning (tweede hypotheek achter de bestaande bancaire hypotheek): vereist een notariele hypotheekakte (Wna art. 2) en inschrijving bij het Kadaster (BW 3:89 jo. Kadasterwet 1994 art. 24); de notaris vraagt toestemming van de eerste hypotheekverstrekker voor het vestigen van een tweede recht; (b) Pandrecht op de verkoopopbrengst (stille cessie van de vordering op de notaris bij levering van de te verkopen woning, BW 3:94 jo. BW 3:237 pandrecht vordering op naam): eenvoudiger, geen notariskosten, maar zwakkere positie bij faillissement lener.
Nationale Hypotheek Garantie (NHG). NHG dekt geen overbruggingskredieten. Zelfs als de bestaande hypotheek NHG heeft, is de overbruggingslening niet gedekt. Bij gedwongen verkoop van de te verkopen woning (prijsdaling, lener kan niet meer betalen) en een restschuld op het overbruggingskrediet is er geen NHG-kwijtschelding beschikbaar. De lener draagt het volledige restschuldrisico op het overbruggingskrediet.
Rente-aftrekbaarheid tijdens leegstand en verkoop (Wet IB 2001 art. 3.111 lid 2). Als de lener de te verkopen woning verlaat (zijn hoofdverblijf verlegt naar de nieuwe woning), blijft de rente op de overbruggingslening aftrekbaar in box 1 gedurende maximaal 3 jaar na vertrek (de 2-jaarstermijn bij een te koop staande woning, verlengd tot 3 jaar in de overgangsperiode corona-regelgeving, anno 2026 terug naar de reguliere 3-jaar termijn, Besluit Staatssecretaris van Financiën). Na deze termijn: rente overbrugging valt in box 3 (niet aftrekbaar).
Wwft-cliëntonderzoek (Wwft 2018). De geldverstrekker voert een cliëntonderzoek uit: identiteitsverificatie, BSN-controle, BRP-adrescontrole, screening op PEP-status en sanctielijsten, en beoordeling van de herkomst van het eigen vermogen voor de aankoop van de nieuwe woning. Ongebruikelijke transacties worden gemeld bij FIU-Nederland (Wwft art. 16).
DNB-toezicht en kapitaalvereisten (Wft art. 3:57, CRR EU 575/2013). Banken en hypotheekverstrekkers die overbruggingskredieten verstrekken, moeten voldoende kapitaal aanhouden conform de CRR-verordening: overbruggingskredieten zijn doorgaans risicogewogen als hypothecaire vorderingen (risicogewicht 35% bij LTV-ratio < 80%). DNB controleert de kapitaaltoereikendheid via het SREP-proces.
Veelgemaakte fouten bij uw Overbruggingskrediet Overeenkomst Nederland
Bij het Overbruggingskrediet Nederland worden onderstaande fouten regelmatig gemaakt.
Fout 1 - Overwaarde te optimistisch berekend. Leners die de overwaarde berekenen op basis van de vraagprijs in plaats van de verwachte verkoopprijs, onderschatten de risico's. In een dalende markt kan de uiteindelijke verkoopprijs 5%-15% onder de initiële vraagprijs liggen; als de verwachte overwaarde was ingebracht als zekerheid, blijft een restschuld over op het overbruggingskrediet. Gebruik een onafhankelijke taxatie (door een gecertificeerde NVM-taxateur) als basis voor de overbrugging, niet de eigen schatting.
Fout 2 - Fiscale melding vergeten. Het overbruggingskrediet moet binnen 30 dagen na verstrekking worden gemeld bij de Belastingdienst via Opgaaf lening eigen woning (Wet IB 2001 art. 3.119a) om renteaftrek in box 1 te behouden. Verzuim leidt tot algeheel verlies van de renteaftrek over de gehele looptijd van het overbruggingskrediet. Bij een hoofdsom van EUR 200.000 en een rentepercentage van 6% per jaar over 12 maanden bedraagt het verlies circa EUR 2.400 netto-aftrek.
Fout 3 - Geen rekening gehouden met dubbele maandlasten. Tijdens de overbruggingsperiode betaalt de lener: de maandlast van de nieuwe hypotheek, de maandlast van de bestaande hypotheek (indien niet vrij van schuld), de rente op het overbruggingskrediet, en eventuele huurlasten (bij tijdelijk verblijf elders). Het totaal kan 150%-200% van de normale maandlast zijn. Controleer of uw inkomen deze dubbele last kan dragen gedurende de voorziene overbruggingsperiode.
Fout 4 - Te koop staan te lang (marktrisico). Als de te verkopen woning niet binnen de overeengekomen periode wordt verkocht, wordt het overbruggingskrediet verlengd (doorgaans 3 maanden per keer) met hogere rentekosten en administratiekosten. Na de maximale looptijd (doorgaans 24 maanden) eist de bank directe aflossing, wat kan leiden tot gedwongen verkoop of executie van het zekerheidsrecht. Stel een maximaal acceptabele verkoopprijs (bodemprijs) vast vóór aanvang van het overbruggingskrediet en accepteer een bodemprijsbieding tijdig.
Fout 5 - NHG-missverständnis. Leners die ervan uitgaan dat hun NHG-hypotheek ook het overbruggingskrediet dekt, worden teleurgesteld bij een restschuld. NHG dekt uitsluitend de hoofdhypotheek bij gedwongen verkoop; het overbruggingskrediet is een aparte lening zonder NHG-dekking. Informeer uw hypotheekadviseur of NHG ook de woning na doorstroming dekt (bij de nieuwe hypotheek, tot het NHG-grensbedrag van EUR 435.000 in 2026).
Fout 6 - Echtgenoot-toestemming vergeten. Bij hypothecaire bezwaring van de echtelijke woning (als zekerheid voor het overbruggingskrediet) is medeondertekening van de echtgenoot of geregistreerd partner verplicht (BW 1:88 lid 1 onderdeel a). Zonder die medeondertekening kan de echtgenoot de transactie binnen drie jaar vernietigen (BW 1:89), waardoor de zekerheidsvestiging ongedaan wordt gemaakt. De notaris controleert dit bij passering maar verslikt zich soms bij informele overbruggingsconstructies buiten de notaris om.
Bronnen en Citaten
Wettelijke citaten linken naar officiële overheidsbronnen.
- CRREU official
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Overbruggingskrediet Overeenkomst Nederland (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/financial/agreements/hypotheek-overbrugging
"Overbruggingskrediet Overeenkomst Nederland (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/financial/agreements/hypotheek-overbrugging.
@misc{formslegal-hypotheek-overbrugging,
author = {{Forms Legal}},
title = {Overbruggingskrediet Overeenkomst Nederland (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/financial/agreements/hypotheek-overbrugging}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
De maximale looptijd van een overbruggingskrediet bedraagt bij de meeste Nederlandse banken en hypotheekverstrekkers 24 maanden (2 jaar). De Gedragscode Hypothecaire Financieringen (GHF) schrijft geen harde wettelijke maximale looptijd voor, maar de AFM en DNB verwachten dat geldverstrekkers de looptijd beperken tot de periode die redelijkerwijs nodig is voor de verkoop van de te verkopen woning. In de praktijk starten de meeste overbruggingskredieten op 6-12 maanden, met een verlengingsoptie van 3 maanden per keer bij bewijs van actieve verkoop (aantoonbare bezichtigingen, makelaarsopdracht, verlaagde vraagprijs). Verlengingen worden doorgaans verstrekt als de lener aantoont dat hij actief bezig is de woning te verkopen (NVM-makelaar heeft opdracht, woning staat op Funda, biedingen zijn ontvangen). Bij overschrijding van de maximale looptijd (24 maanden) wordt de bank oncomfortabel: de lening wordt dan omgezet naar een gewone (aflossings-)lening of er wordt executie ingezet. De rente bij verlengde overbrugging is doorgaans hoger dan bij de oorspronkelijke aanvang (opslagrisico van 0,25%-0,50% per verlenging). Bij het bepalen van de initiële looptijd: schat realistisch hoe lang de verkoop van uw huidige woning gaat duren op basis van de gemiddelde verkooptijd in uw gemeente (NVM kwartaalcijfers bieden deze data per regio).
De rente op een overbruggingskrediet is aftrekbaar in box 1 (eigenwoningschuld, Wet IB 2001 art. 3.119a) mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: (1) Het overbruggingskrediet is bedoeld voor de aankoop of verbetering van de nieuwe eigen woning (hoofdverblijf, Wet IB 2001 art. 3.111). (2) De te verkopen woning is een voormalige eigen woning die nog te koop staat; de rente op de bestaande hypotheek op de te verkopen woning is maximaal 3 jaar na vertrek van de lener aftrekbaar (art. 3.111 lid 2). (3) Het overbruggingskrediet is gemeld bij de Belastingdienst via Opgaaf lening eigen woning binnen 30 dagen na verstrekking (art. 3.119a). Belangrijk: de annuïteitseis (verplicht annuiteiten- of lineair schema binnen 360 maanden) geldt NIET voor overbruggingskredieten, omdat zij kortlopend zijn en in hun geheel worden afgelost bij verkoop. De Belastingdienst heeft dit bevestigd in de Toelichting Opgaaf lening eigen woning (gepubliceerd op belastingdienst.nl). Als de te verkopen woning langer dan 3 jaar na vertrek te koop staat (of als de lener inmiddels de woning heeft teruggetrokken van de markt), valt de rente niet meer in box 1 maar in box 3 (niet aftrekbaar). Let ook op: bij herfinanciering van het overbruggingskrediet naar een reguliere hypotheek moet opnieuw worden gemeld.
De totale kosten van een overbruggingskrediet in Nederland bestaan uit meerdere componenten. (1) Rente: de voornaamste kostenpost; doorgaans 0,5%-1,5% bovenop de reguliere hypotheekrente van de betreffende bank (in 2026 effectief circa 5%-7% per jaar). Bij een overbrugging van EUR 150.000 over 12 maanden bedragen de rentekosten circa EUR 7.500-10.500. (2) Afsluitprovisie: eenmalige vergoeding bij het verstrekken van het krediet, doorgaans 0%-1% van de hoofdsom; bij veel banken in 2026 geen afsluitprovisie meer bij gelijktijdige hypotheek-afsluiting voor de nieuwe woning. (3) Taxatiekosten: de bank eist doorgaans een taxatie van de te verkopen woning door een geregistreerde NVM-taxateur om de marktwaarde en daarmee de overwaarde te bevestigen; kosten circa EUR 350-650. (4) Notariskosten bij hypotheekvestiging: als de bank een tweede hypotheekrecht op de te verkopen woning eist (in plaats van een pandrecht), zijn notariskosten verschuldigd (EUR 800-1.500 voor hypotheekakte, EUR 250-500 voor royement bij beëindiging). (5) Verlengingskosten: bij verlenging van de looptijd rekent de bank doorgaans administratiekosten (EUR 100-250 per verlenging) en een hogere rente. Vergelijk de totale kosten van het overbruggingskrediet bij meerdere banken; ook uw eigen bank (waar u de hypotheek voor de nieuwe woning afsluit) biedt doorgaans een gunstig tarief voor het overbruggingskrediet.
Als de verkoopprijs van de te verkopen woning lager uitvalt dan verwacht (prijsdalingen door marktomstandigheden, noodzakelijke verbeteringen, of gebrek aan geïnteresseerde kopers), dan kan de netto verkoopopbrengst onvoldoende zijn om het overbruggingskrediet volledig af te lossen. Dit resulteert in een restschuld op het overbruggingskrediet. De gevolgen: (1) De notaris voldoet uit de verkoopopbrengst de bestaande hypotheek en het overbruggingskrediet voor zover mogelijk; het resterende deel is een ongedekte vordering van de bank. (2) De bank activeert de inning van de restschuld via een incassoprocedure (BW 6:82 ingebrekestelling, vervolgens dagvaarding en executoriaal beslag). (3) Nationale Hypotheek Garantie (NHG) dekt de restschuld op het overbruggingskrediet NIET; er is geen kwijtschelding. (4) De restschuld kan worden meegefinancierd in de nieuwe hypotheek als de leencapaciteit dat toestaat (conform GHF-normen). Preventieve maatregelen: (a) Stel het overbruggingskrediet vast op 80%-85% van de verwachte overwaarde (veiligheidsbuffer); (b) Accepteer een bieding sneller bij tekenen van marktvertraging; (c) Bespreek met de bank de mogelijkheden voor tijdelijke renteverlaging of uitstel van betaling als de verkoopperiode lang uitvalt.
Ja, een overbruggingskrediet kan ook worden verstrekt door een familielid (ouder, broer, vriend) in plaats van een bank. Een familielening voor overbrugging valt buiten de Wft-vergunningplicht (Wft art. 2:60) mits de geldverstrekker niet beroepsmatig krediet verleent. Voordelen van een familielening: flexibelere renteafspraken, geen afsluitprovisie, snellere administratie, en hogere overeengekomen looptijd (onbeperkt, maar fiscaal moet de lening binnen redelijke termijn worden afgelost). Fiscale aandachtspunten: (1) De rente moet marktconform zijn voor renteaftrek in box 1; raadpleeg de actuele bancaire overbruggingsrente voor een vergelijkbare looptijd en zekerheid; (2) Melding bij Belastingdienst via Opgaaf lening eigen woning is verplicht binnen 30 dagen na verstrekking (Wet IB 2001 art. 3.119a); (3) Een te lage rente leidt tot herkwalificatie als fictieve schenking (Successiewet 1956 art. 1). Zekerheid bij familielening: een tweede hypotheekrecht op de te verkopen woning (notarieel verplicht conform BW 3:260) of een schriftelijke afspraak over verpanding van de verkoopopbrengst. De website forms-legal.com biedt het model voor de Hypotheeklening Particulier voor een uitgebreidere familiehypotheekconstructie. Een notarieel testament met specifieke instructies voor de erfgenamen is aanbevolen als de geldverstrekker (ouder) overlijdt vóór aflossing van de lening.
De aflossing van het overbruggingskrediet bij verkoop van de te verkopen woning verloopt via de notaris conform een gestandaardiseerde procedure. Stap 1: de koopovereenkomst wordt gesloten en de financieringsvoorbehoud is vervallen (kopers hebben financiering rond). Stap 2: de notaris plant de passeringsdatum (leveringsdatum). Stap 3: de bank van de lener (geldverstrekker van het overbruggingskrediet) ontvangt van de notaris een aanvraag voor een royementsverklaring voor het hypotheekrecht op de te verkopen woning; de bank geeft op welk bedrag er op de leveringsdatum verschuldigd is (hoofdsom plus opgelopen rente). Stap 4: op de passeringsdatum stort de kopers-notaris de koopsom op de derdenrekening van de verkopende notaris (Wna art. 25 kwaliteitsrekening). Stap 5: de verkopende notaris verdeelt de opbrengst: eerst de kosten en belastingen, dan de bestaande eerste hypotheek, dan het overbruggingskrediet, dan eventuele andere zekerheden, en het saldo aan de verkoper (lener). Stap 6: de notaris informeert de bank (verstrekker overbruggingskrediet) van de aflossing; de bank geeft een royementsakte af. Stap 7: de notaris schrijft het royement in bij het Kadaster (Kadasterwet 1994 art. 24). Stap 8: de lener ontvangt binnen 2-5 werkdagen het nettosaldo op zijn IBAN. Bewaar alle afrekeningen voor de belastingaangifte.
Een overbruggingskrediet brengt specifieke risico's mee die wezenlijk anders zijn dan een reguliere hypotheek. (1) Marktrisico woning: als de woningmarkt in de overbruggingsperiode daalt, is de uiteindelijke verkoopprijs lager dan de verwachte overwaarde. Bij een verwachte overwaarde van EUR 100.000 en een overbrugging van EUR 80.000, maar een uiteindelijke opbrengst van slechts EUR 60.000, resteert een schuld van EUR 20.000 die direct opeisbaar is. (2) Liquiditeitsrisico: dubbele woonlasten gedurende de overbruggingsperiode (nieuwe hypotheek plus rente overbrugging plus eventueel rente bestaande hypotheek) kunnen de maandelijkse kasstroom zwaar belasten. Als inkomen tegenvalt (ziekte, verlies baan), kunnen deze dubbele lasten onbetaalbaar worden. (3) Opzeggingsrisico door bank: als de bank de leencapaciteit opnieuw beoordeelt en de lener niet meer voldoet aan de normen (inkomensdaling, schuldenwijziging), kan de bank het overbruggingskrediet opeisen. (4) Rente-aftrekbaarheidsrisico: als de te verkopen woning na 3 jaar nog niet is verkocht, vervalt de rente-aftrekbaarheid voor het overbruggingsdeel, wat de fiscale last verhoogt. (5) Gefaalde verkoop door persoonlijke omstandigheden: scheiding, overlijden, arbeidsongeschiktheid tijdens de overbruggingsperiode compliceren de woning-afwikkeling en kunnen leiden tot gedwongen verkoop via de rechter. Bespreek alle risico's met uw hypotheekadviseur vóór het afsluiten van het overbruggingskrediet.
Een overbruggingskrediet zelf kan NIET worden afgedekt met Nationale Hypotheek Garantie (NHG). NHG wordt uitsluitend verstrekt door Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) voor reguliere hypotheken die voldoen aan de NHG-voorwaarden: het hypotheekbedrag moet onder de NHG-kostengrens vallen (EUR 435.000 in 2026, EUR 461.000 bij energiebesparende voorzieningen), en de hypotheek moet worden verstrekt door een geregistreerde NHG-geldverstrekker. De combinatie die WEL mogelijk is: uw nieuwe hypotheek voor de aankoop van de nieuwe woning kan NHG hebben als de hypotheeksom onder de NHG-kostengrens valt, terwijl u tegelijkertijd een overbruggingskrediet heeft voor de overwaarde van de te verkopen woning. De NHG op de nieuwe hypotheek staat los van het overbruggingskrediet; het overbruggingskrediet heeft geen NHG-dekking. Dit betekent: als de te verkopen woning in waarde daalt en er een restschuld resteert op het overbruggingskrediet na verkoop, is er GEEN NHG-kwijtschelding voor die restschuld. U kunt ook na aflossing van het overbruggingskrediet alsnog NHG aanvragen op de reguliere hypotheek van de nieuwe woning als u voldoet aan alle NHG-vereisten (kostengrens, inkomen, WEW-acceptatiecriteria). Informeer uw hypotheekadviseur over de combinatiemogelijkheden.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Hypotheeklening Particulier Nederland
Schriftelijke onderhandse hypotheekleningovereenkomst tussen particuliere uitlener en lener voor financiering eigen woning conform BW 3:260 en Wft art. 4:34.
Hypotheekakte
Notariele hypotheekakte voor Nederland conform Burgerlijk Wetboek artt. 3:260 tot 3:275, Kadasterwet 1989 en Wet financieel toezicht (Wft).
Koopovereenkomst Onroerend Goed
Schriftelijke koopovereenkomst onroerend goed voor Nederland conform Burgerlijk Wetboek Boek 7, artt. 7:2 (schriftelijkheidsvereiste), 7:17 (conformiteit) en de Kadasterwet 1989.
Geldleningsovereenkomst Nederland
Schriftelijke overeenkomst van verbruikleen tussen uitlener en lener met hoofdsom, rente, aflossing en zekerheid conform BW Boek 7 titel 2C art. 129-134.