Borgstellingsovereenkomst Nederland
BORGSTELLINGSOVEREENKOMST
Borgtocht conform Burgerlijk Wetboek Boek 7 titel 14 artikelen 850 tot en met 870
Partijen
DE ONDERGETEKENDEN:
1. SCHULDEISER
Naam: [Schuldeiser Naam]
Adres: [Schuldeiser Adres]
KVK/BSN: [Schuldeiser Kvk]
2. HOOFDSCHULDENAAR
Naam: [Hoofdschuldenaar Naam]
Adres: [Hoofdschuldenaar Adres]
KVK/BSN: [Hoofdschuldenaar Kvk]
3. BORG (borgsteller)
Naam: [Borg Naam]
Type: [Borg Type]
Adres: [Borg Adres]
BSN/KVK: [Borg Bsn Kvk]
Gehuwd/geregistreerd partner: [Borg Gehuwd]
Naam echtgenoot/partner: [Naam Echtgenoot]
verklaren het navolgende te zijn overeengekomen:
Geborgde hoofdverbintenis
ARTIKEL 1 - HOOFDVERBINTENIS
1.1 De borgtocht wordt verstrekt voor de navolgende hoofdverbintenis (BW 7:850 lid 1):
[Hoofdverbintenis Omschrijving]
1.2 De borg verbindt zich tot nakoming van de verplichting van de hoofdschuldenaar tot een maximumbedrag van EUR [Maximum Bedrag] (zegge: [Maximum Bedrag Tekst]), inclusief rente en kosten (BW 7:858 voor particuliere borg).
Duur
ARTIKEL 2 - DUUR EN OPZEGGING
2.1 Duur van de borgtocht: [Duur Borgstelling].
2.2 Einddatum: [Einddatum Borgstelling].
2.3 Bij borgtocht voor onbepaalde tijd voor toekomstige schulden heeft de borg het recht de borgtocht op te zeggen na ommekomst van vijf jaar (BW 7:861 lid 1).
Type borgtocht en aansprakelijkheid
ARTIKEL 3 - TYPE BORGTOCHT
3.1 Type: [Type Borgtocht].
3.2 Bij particuliere borg geldt het voorrecht van uitwinning (BW 7:855): de schuldeiser moet eerst de hoofdschuldenaar uitwinnen voordat de borg wordt aangesproken. Dit voorrecht geldt NIET bij hoofdelijke borgtocht.
3.3 Bij hoofdelijke borgtocht (BW 6:6 lid 2) is de borg gelijk met de hoofdschuldenaar aansprakelijk en kan de schuldeiser direct bij de borg vorderen zonder eerst de hoofdschuldenaar uit te winnen.
3.4 De borg heeft regresrecht op de hoofdschuldenaar na betaling (BW 7:866) en treedt van rechtswege in de rechten van de schuldeiser (subrogatie BW 6:150).
Informatieplicht schuldeiser
ARTIKEL 4 - INFORMATIE EN VOORLICHTING
4.1 Bij particuliere borg verklaart de schuldeiser de borg te hebben voorgelicht over de financiele positie van de hoofdschuldenaar en de risico's van de borgstelling (BW 7:858; HR 1 juni 1990, NJ 1991, 759 Van Lanschot/Bink).
4.2 De borg verklaart deze informatie te hebben ontvangen en de risico's te begrijpen: [Informatieplicht Erkenning].
4.3 De schuldeiser zal de borg onverwijld informeren bij verzuim van de hoofdschuldenaar, conform BW 7:855 lid 2.
Toestemming echtgenoot
ARTIKEL 5 - TOESTEMMING ECHTGENOOT (BW 1:88)
5.1 Indien de borg gehuwd is of in geregistreerd partnerschap leeft, is medeondertekening van de echtgenoot of partner vereist (BW 1:88 lid 1 onderdeel c).
5.2 Zonder deze toestemming kan de echtgenoot de borgtocht vernietigen binnen drie jaar na bekendwording (BW 1:89; HR 18 oktober 2002, NJ 2002, 612).
5.3 Uitzondering: indien de borg ten behoeve van de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf is gesteld (BW 1:88 lid 5), is geen toestemming vereist. Dit geldt bijvoorbeeld voor de bestuurder-aandeelhouder die garant staat voor de schuld van zijn eigen onderneming (HR 14 april 2000, NJ 2000, 689).
Geschillen en ondertekening
ARTIKEL 6 - TOEPASSELIJK RECHT EN BEVOEGDE RECHTER
6.1 Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing, met name BW Boek 7 titel 14 (borgtocht) en BW Boek 6 (verbintenissenrecht).
6.2 Geschillen worden voorgelegd aan [Bevoegde Rechter]; voor particuliere borg de woonplaats van de borg (BW 6:236).
ARTIKEL 7 - SLOTBEPALINGEN
7.1 Wijzigingen alleen geldig indien schriftelijk overeengekomen door alle partijen.
7.2 Mocht een bepaling nietig of vernietigbaar zijn, dan blijven de overige bepalingen onverminderd van kracht.
ONDERTEKENING
Plaats: [Plaats Ondertekening]
Datum: [Datum Ondertekening]
Schuldeiser: __________________________ Hoofdschuldenaar: __________________________
[Schuldeiser Naam] [Hoofdschuldenaar Naam]
Borg: __________________________
[Borg Naam]
Toestemming echtgenoot/partner (BW 1:88): __________________________
[Naam Echtgenoot]
Bij particuliere borg: handgeschreven vermelding van het maximumbedrag is verplicht onder de handtekening (BW 7:859).
Schuldeiser
________________
Signature
Hoofdschuldenaar
________________
Signature
Borg
________________
Signature
Echtgenoot/partner borg (BW 1:88)
________________
Signature
Wat is Borgstellingsovereenkomst Nederland?
De Borgstellingsovereenkomst in Nederland is de overeenkomst waarbij een borg zich tegenover een schuldeiser verbindt om de verplichting van een hoofdschuldenaar na te komen als die in gebreke blijft, dwingend geregeld in Burgerlijk Wetboek art. 7:850 tot 7:870. Voor de particuliere borg gelden bijzondere beschermingsregels: een maximumbedrag en schriftelijke vorm op grond van BW art. 7:858, en de toestemming van de echtgenoot of geregistreerd partner op grond van BW art. 1:88, bij gebreke waarvan de borgtocht vernietigbaar is.
De wettelijke grondslag in Nederland bestaat uit BW 7:850 (definitie borgtocht), BW 7:851 (subsidiariteitsprincipe voor particuliere borg), BW 7:855 (voorrecht van uitwinning), BW 7:857-861 (bijzondere bescherming particuliere borg), BW 7:858 (vormvereiste en maximumbedrag particuliere borg), BW 7:866 (regresrecht borg) en BW 6:150 (subrogatie). Voor gehuwde of geregistreerde particuliere borgen geldt aanvullend BW 1:88 (toestemmingsvereiste echtgenoot) en BW 1:89 (vernietigingsrecht).
De Borgstellingsovereenkomst verschilt van de Garantieovereenkomst (BW 6:51 abstracte zekerheid), die niet accessoir is en losstaat van de hoofdverbintenis, en van de Hoofdelijke aansprakelijkheid (BW 6:6 lid 2), waarbij de hoofdschuldenaren onderling gelijkwaardig zijn. Bij een borgtocht is er duidelijk een primaire schuldenaar (de hoofdschuldenaar) en een secundaire schuldenaar (de borg) met regresrecht na betaling.
De Nederlandse wet maakt een fundamenteel onderscheid tussen particuliere borgtocht (door een natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van beroep of bedrijf, BW 7:857) en zakelijke borgtocht (door een ondernemer of rechtspersoon). Particuliere borgen genieten bijzondere bescherming: schriftelijke vorm en vermelding van een maximumbedrag in cijfers en letters (BW 7:858; sanctie nietigheid); informatieplicht van de schuldeiser over financiele positie hoofdschuldenaar en risico's (HR 1 juni 1990, NJ 1991, 759 Van Lanschot/Bink); voorrecht van uitwinning hoofdschuldenaar eerst (BW 7:855); recht op opzegging na vijf jaar bij borg voor onbepaalde tijd (BW 7:861); toestemming echtgenoot of geregistreerd partner (BW 1:88).
Typische toepassingen zijn: ouder die garant staat voor de hypotheek van een kind bij aankoop eigen woning; directeur-grootaandeelhouder die als borg fungeert voor de bankschuld van zijn eigen BV (uitzondering BW 1:88 lid 5 normale uitoefening beroep of bedrijf); aandeelhouder die voor leverancierskrediet borg staat; familielid dat zich borg stelt voor huur of zorgkosten; bestuurder die persoonlijke aansprakelijkheid aanvaardt voor stichting of vereniging zonder vermogen.
De juridische gevolgen na betaling door de borg zijn tweeledig. Ten eerste verkrijgt de borg een regresrecht op de hoofdschuldenaar conform BW 7:866 voor wat hij heeft betaald. Ten tweede treedt de borg van rechtswege in alle rechten en zekerheden van de schuldeiser door subrogatie (BW 6:150 onderdeel b), inclusief eventuele pandrechten, hypotheken of bijbehorende borgstellingen. Bij meerdere borgen die hetzelfde bedrag hebben gegarandeerd, geldt onderlinge bijdrageplicht naar evenredigheid (BW 7:869).
De afdwingbaarheid van een borgstelling vereist een geldige hoofdverbintenis (accessoire karakter); is de hoofdverbintenis nietig of vernietigd, dan vervalt ook de borgstelling. Bij wanbetaling van de hoofdschuldenaar kan de schuldeiser de borg aanspreken na ingebrekestelling (BW 6:82); bij particuliere borg moet eerst de hoofdschuldenaar zijn uitgewonnen (BW 7:855). Procedureel volgt dagvaarding bij de Rechtbank Kanton (vorderingen tot 25.000 EUR, Rv art. 93) of civiele kamer (hogere bedragen, Rv art. 111-112).
Wanneer heeft u Borgstellingsovereenkomst Nederland nodig?
De Borgstellingsovereenkomst Nederland is in vele financiele transacties en juridische relaties wenselijk of door de schuldeiser geeist als extra zekerheid. Onderstaande situaties vragen om een schriftelijke borgstelling.
Familie-borg voor hypotheek of geldlening. Ouders die garant staan voor de hypotheek van hun kind bij aankoop van een eerste eigen woning. De hypotheekverstrekker (bank) eist een borgstelling om het kredietrisico te beperken, vooral bij beperkte eigen middelen of inkomen van het kind. De borgstelling moet voldoen aan BW 7:858 (schriftelijk, maximumbedrag) en BW 1:88 (medeondertekening echtgenoot van de borg). Banken zoals ABN AMRO, ING, Rabobank en Volksbank gebruiken eigen standaardakten.
Borgstelling DGA voor schuld eigen BV. Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) staat persoonlijk borg voor een banklening, leverancierskrediet of huurverplichting van zijn eigen Besloten Vennootschap of Naamloze Vennootschap. De bank wil zo de aansprakelijkheid niet beperken tot het BV-vermogen. Voor DGA-borg geldt de uitzondering van BW 1:88 lid 5 (normale uitoefening beroep of bedrijf), waardoor geen toestemming echtgenoot vereist is volgens HR 14 april 2000 NJ 2000, 689.
Leverancierskrediet en handelsfinanciering. Een leverancier die langere betaaltermijnen verstrekt aan een afnemer kan een borgstelling vragen van een directeur, een moedermaatschappij of een derde. De borgstelling beperkt het debiteurenrisico, vooral bij grote orders of bij afnemers met beperkte kredietwaardigheid blijkens BKR of een door Atradius of Coface afgegeven kredietverzekering.
Huurborgstelling. Verhuurders van bedrijfsruimte of woonruimte vragen vaak een borg van een derde (ouder, aandeelhouder, moedermaatschappij) naast of in plaats van een waarborgsom. Bij bedrijfsruimte conform BW 7:290-310 (winkelruimte) of BW 7:230a (overige bedrijfsruimte) is dit gangbaar. De huurder is de hoofdschuldenaar; de borg garandeert betaling van huur, schade en bijkomende kosten.
Borgstelling voor financieringsovereenkomst MKB. Bij krediet aan kleine en middelgrote ondernemingen (MKB) eisen banken meestal persoonlijke borgstelling van de eigenaar of bestuurders, eventueel aangevuld met BMKB-borgstelling van de Nederlandse overheid via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De BMKB (Borgstelling MKB-kredieten) ondersteunt door tot 70% van het tekort aan zekerheden te dekken.
Borgstelling bij oprichting BV of NV. Bij oprichting van een Besloten Vennootschap onder Flex-BV-regime (BW 2:175) of Naamloze Vennootschap (BW 2:64) zonder substantieel startkapitaal kan de oprichter persoonlijk borg staan voor eerste verplichtingen. Dit voorkomt aanloopproblemen bij de eerste leveranciers, verhuurders of dienstverleners.
Borg bij studielening of opleidingsschuld. Ouders die voor een kind borg staan voor een private studielening of opleidingsschuld die niet door DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) wordt gefinancierd. Conventionele banken eisen vaak ouderborg voor leningen aan studenten zonder eigen inkomen.
Borgstelling bij erfopvolging onderneming. Bij overname van een familieonderneming kunnen de oude eigenaars borg staan voor de financiering van de overnemer; dit voorkomt onmiddellijke uittreding van het werkkapitaal en geeft de bank vertrouwen in continuiteit.
Borgstelling voor verzekeringspremies. Bij beroepsaansprakelijkheidsverzekeringen, ziektekostenverzekeringen voor ondernemers of grote schadeverzekeringen kunnen verzekeraars een persoonlijke borg vragen van de bestuurder of aandeelhouder als aanvullende zekerheid.
Borgstelling voor proceskosten. Bij dagvaarding van een eiser zonder voldoende verhaal in Nederland (cautio iudicatum solvi) kan de gedaagde een borgstelling voor proceskosten eisen conform Rv art. 224. Dit geldt vooral bij internationale procedures waarbij de eiser woonachtig is buiten de EU.
Wat moet er in uw Borgstellingsovereenkomst Nederland staan?
De Borgstellingsovereenkomst Nederland bevat de volgende essentiele elementen die conform BW 7:850-870 en de bijzondere bescherming van particuliere borgen (BW 7:857-861) moeten worden vastgelegd voor rechtsgeldigheid en afdwingbaarheid.
Identificatie van alle drie partijen. Schuldeiser, hoofdschuldenaar en borg met volledige naam, adres, BSN voor natuurlijke personen (9 cijfers) of KVK-nummer voor rechtspersonen (8 cijfers). Bij rechtspersonen verifieren van tekeningsbevoegdheid via het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KVK). Bij gehuwde of geregistreerd partner borg ook NAW-gegevens van de echtgenoot voor BW 1:88 medeondertekening.
Nauwkeurige omschrijving hoofdverbintenis. De geborgde schuld moet voldoende identificeerbaar zijn: type onderliggende overeenkomst (geldlening, huur, leverancierskrediet), datum, partijen, hoofdsom, doel en eventueel vervalafspraken. Een algemene borg voor alle toekomstige schulden van de hoofdschuldenaar (krediet- of houderschapsborg) is mogelijk maar vereist nauwkeurige omschrijving en bij particuliere borg verplicht een maximumbedrag.
Maximumbedrag in cijfers en in letters (verplicht bij particuliere borg, BW 7:858). Het bedrag waartoe de borg zich maximaal verbindt, inclusief eventuele rente en kosten, moet in cijfers (EUR 100.000,00) en voluit in letters (honderdduizend euro) worden vermeld. Zonder maximumbedrag is een particuliere borgtocht nietig op grond van BW 7:858. Voor zakelijke borgtocht is geen maximumbedrag verplicht maar wel sterk aan te raden voor rechtszekerheid.
Duur van de borgtocht. Bepaalde tijd (specifieke einddatum, bijvoorbeeld duur van de hoofdverbintenis), gehele looptijd van de hoofdverbintenis (volgt automatisch het bestaan van de hoofdschuld) of tot algehele voldoening van de schuld. Bij borg voor onbepaalde tijd of voor toekomstige schulden geldt voor particuliere borg het recht op opzegging na vijf jaar (BW 7:861 lid 1).
Type borgtocht en aansprakelijkheid. Particuliere borgtocht met voorrecht van uitwinning (BW 7:855 lid 1: schuldeiser moet eerst de hoofdschuldenaar uitwinnen voordat hij de borg aanspreekt); hoofdelijke borgtocht (BW 6:6 lid 2: borg en hoofdschuldenaar gelijk aansprakelijk, schuldeiser kiest wie hij eerst aanspreekt); of borgtocht op eerste verzoek (direct opvorderbaar na enkele schriftelijke aanvraag). De keuze heeft grote gevolgen voor de positie van de borg.
Informatieplicht schuldeiser bij particuliere borg. Conform BW 7:858 en de Van Lanschot/Bink-jurisprudentie (HR 1 juni 1990, NJ 1991, 759) moet de schuldeiser de particuliere borg voorlichten over de financiele positie van de hoofdschuldenaar en de risico's verbonden aan de borgstelling. Schending van deze informatieplicht kan leiden tot vernietiging van de borgstelling wegens dwaling (BW 6:228) of tot vermindering van de aansprakelijkheid. De website forms-legal.com biedt verwante modellen voor de Geldleningsovereenkomst (te borgen lening), de Schuldbekentenis (erkenning bestaande schuld) en de Afbetalingsregeling (gespreide betaling).
Toestemming echtgenoot of geregistreerd partner (BW 1:88). Bij gehuwde of geregistreerde particuliere borg is medeondertekening van de echtgenoot of partner verplicht op grond van BW 1:88 lid 1 onderdeel c. Zonder toestemming kan de echtgenoot de borgtocht vernietigen binnen drie jaar na bekendwording (BW 1:89; HR 18 oktober 2002, NJ 2002, 612). Uitzondering: borg ten behoeve van normale uitoefening beroep of bedrijf (BW 1:88 lid 5), bijvoorbeeld bestuurder-aandeelhouder die borg staat voor zijn eigen onderneming (HR 14 april 2000, NJ 2000, 689 Esmilo).
Regresrecht en subrogatie. Vermelding van het regresrecht van de borg op de hoofdschuldenaar na betaling (BW 7:866) en de wettelijke subrogatie in de rechten van de schuldeiser (BW 6:150 onderdeel b). Bij betaling treedt de borg van rechtswege in alle pandrechten, hypotheken en bijbehorende zekerheden van de schuldeiser, inclusief eventuele medeborgstellingen (BW 7:869 onderlinge bijdrageplicht naar evenredigheid).
Forumkeuze en toepasselijk recht. Bevoegde rechtbank (Rechtbank Kanton voor vorderingen tot 25.000 EUR conform Rv art. 93, of civiele kamer voor hogere bedragen) en toepasselijk recht (Nederlands recht). Voor particuliere borg geldt steeds de woonplaats van de borg als bevoegde rechtbank conform BW 6:236 onderdeel n.
Ondertekening met handgeschreven vermelding maximumbedrag (BW 7:859). Bij particuliere borg is naast de gewone handtekening een handgeschreven vermelding van het maximumbedrag onder de handtekening van de borg verplicht (BW 7:859). Dit vereiste benadrukt het besef van de borg over de omvang van zijn verplichting en is essentieel voor de rechtsgeldigheid van de borgtocht.
Hoe vult u uw Borgstellingsovereenkomst Nederland in?
Het correct invullen van de Borgstellingsovereenkomst Nederland verloopt in onderstaande stappen om voldoening aan BW 7:850-870, bescherming particuliere borgen en BW 1:88 toestemming te waarborgen.
Stap 1 - Identificatiegegevens schuldeiser invullen. Vul de volledige naam (bijvoorbeeld Rabobank Nederland N.V. of een particuliere uitlener), het adres en KVK-nummer (voor rechtspersonen) of BSN (voor natuurlijke personen) van de schuldeiser. Bij banken kan de naam van de specifieke vestiging worden vermeld als correspondentieadres.
Stap 2 - Hoofdschuldenaar specificeren. Vul de volledige naam, het adres en KVK-nummer of BSN van de hoofdschuldenaar (degene wiens schuld wordt geborgd). Bij een BV is verificatie van tekeningsbevoegdheid via kvk.nl/handelsregister cruciaal. De hoofdschuldenaar ondertekent ook de overeenkomst ter bevestiging van de situatie.
Stap 3 - Borg en type borg vastleggen. Vul de volledige naam, het adres en BSN of KVK-nummer van de borg. Selecteer het type borg: particuliere borg (natuurlijke persoon zonder beroepsmatig karakter, met bijzondere bescherming BW 7:857-861), zakelijke borg (eenmanszaak of zzp-er), bestuurder/aandeelhouder eigen BV (uitzondering BW 1:88 lid 5 normale uitoefening beroep of bedrijf), of rechtspersoon. Het type bepaalt de toepasselijke beschermingsregels en de geldigheid van de overeenkomst.
Stap 4 - BW 1:88 toestemming echtgenoot checken. Geef aan of de borg gehuwd is of in geregistreerd partnerschap leeft. Zo ja: vul de naam van de echtgenoot of partner in voor medeondertekening conform BW 1:88 lid 1 onderdeel c. Zonder deze toestemming kan de echtgenoot de borgtocht vernietigen binnen drie jaar na bekendwording (BW 1:89). Uitzondering: bij DGA-borg voor eigen BV in normale bedrijfsuitoefening (HR 14 april 2000, NJ 2000, 689) geen toestemming vereist.
Stap 5 - Hoofdverbintenis nauwkeurig omschrijven. Vermeld concreet de geborgde schuld: type overeenkomst (geldleningsovereenkomst, huurcontract, leverancierskrediet), datum, partijen, hoofdsom in euro en doel. Bijvoorbeeld geldleningsovereenkomst d.d. 15-03-2026 tussen Rabobank en De Vries Bouw BV ter hoogte van 100.000 EUR voor financiering nieuwbouw bedrijfspand. Verwijzing naar een specifieke onderliggende overeenkomst is essentieel voor de accessoire band.
Stap 6 - Maximumbedrag in cijfers en in letters invullen. Vermeld het maximumbedrag in cijfers (formaat 100.000,00 met punt voor duizendtallen en komma voor decimalen) en voluit in letters (honderdduizend euro). Voor particuliere borg is dit op straffe van nietigheid verplicht conform BW 7:858. Geef aan of dit inclusief of exclusief rente en kosten is.
Stap 7 - Duur en eventuele einddatum. Kies bepaalde tijd (vul de einddatum in DD-MM-JJJJ), gehele looptijd hoofdverbintenis of tot algehele voldoening. Bij onbepaalde tijd of toekomstige schulden heeft de particuliere borg recht op opzegging na vijf jaar (BW 7:861 lid 1). Bij hypotheekborgstelling vaak gekozen voor duur tot algehele aflossing.
Stap 8 - Type borgtocht en informatie-erkenning. Selecteer particuliere borg met voorrecht van uitwinning (BW 7:855: schuldeiser moet eerst hoofdschuldenaar uitwinnen), hoofdelijke borg (gelijk aansprakelijk met hoofdschuldenaar, BW 6:6 lid 2), of borg op eerste verzoek (direct opvorderbaar). Bij particuliere borg verklaart de borg de voorlichting over financiele positie hoofdschuldenaar en risico's te hebben ontvangen (BW 7:858; Van Lanschot/Bink-arrest).
Stap 9 - Forumkeuze en ondertekening. Vermeld de bevoegde rechtbank (voor particuliere borg woonplaats borg conform BW 6:236). Vul plaats en datum van ondertekening in. Alle vier partijen ondertekenen: schuldeiser, hoofdschuldenaar, borg en echtgenoot/partner borg (BW 1:88). Voor particuliere borg is daarnaast een handgeschreven vermelding van het maximumbedrag onder de handtekening verplicht (BW 7:859). Bewaar het document samen met de onderliggende hoofdverbintenis.
Wettelijke vereisten voor Borgstellingsovereenkomst Nederland
De Borgstellingsovereenkomst Nederland is gebonden aan strikte wettelijke vereisten uit BW Boek 7 titel 14 (borgtocht), BW Boek 1 (familierecht), de Wet op het financieel toezicht (Wft) en de jurisprudentie van de Hoge Raad over informatie- en zorgplichten.
Vormvereisten particuliere borg (BW 7:858 lid 1). De borgtocht door een natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van beroep of bedrijf is alleen geldig indien zij schriftelijk is aangegaan en het maximumbedrag waartoe de borg zich verbindt nauwkeurig is omschreven. Een mondelinge particuliere borgtocht is nietig op grond van BW 7:858 lid 1. Een schriftelijke particuliere borgtocht zonder maximumbedrag of met onbepaald bedrag is eveneens nietig. Zakelijke borgtocht door ondernemingen is vormvrij maar schriftelijke vastlegging is altijd aan te raden.
Handgeschreven vermelding (BW 7:859). Voor particuliere borg is naast de gewone handtekening een handgeschreven vermelding van het maximumbedrag onder de handtekening verplicht. Dit vereiste benadrukt het besef van de borg en is essentieel voor de rechtsgeldigheid. In de jurisprudentie wordt het ontbreken van de handgeschreven vermelding streng beoordeeld; in de zaak HR 22 september 1995 NJ 1996, 521 werd een particuliere borgtocht zonder handgeschreven vermelding vernietigd.
Informatieplicht schuldeiser (BW 7:858 en jurisprudentie). De schuldeiser is verplicht de particuliere borg voorlichting te geven over de financiele positie van de hoofdschuldenaar en de risico's verbonden aan de borgstelling. Deze plicht is uitgewerkt in de Van Lanschot/Bink-jurisprudentie (HR 1 juni 1990, NJ 1991, 759) en bevestigd in onder meer HR 4 november 1994 NJ 1995, 313 (Stoffels). Schending van de informatieplicht kan leiden tot vernietiging van de borgstelling wegens dwaling (BW 6:228), vermindering van de aansprakelijkheid of vergoeding van schade door de borg.
Voorrecht van uitwinning (BW 7:855). De particuliere borg heeft het voorrecht van uitwinning: de schuldeiser moet eerst alle redelijke pogingen ondernemen om verhaal te halen op de hoofdschuldenaar voordat hij de borg aanspreekt. Bij hoofdelijke borgtocht (BW 6:6 lid 2) vervalt dit voorrecht. Het voorrecht geldt eveneens niet voor zakelijke borg of borg op eerste verzoek (abstracte garantie).
Toestemming echtgenoot (BW 1:88). Bij gehuwde of geregistreerd partnerschap-borg is medeondertekening van de echtgenoot of partner verplicht op grond van BW 1:88 lid 1 onderdeel c voor handelingen anders dan in de normale uitoefening van het beroep of bedrijf van de andere echtgenoot. Zonder deze toestemming kan de echtgenoot de borgtocht vernietigen binnen drie jaar na bekendwording (BW 1:89 lid 1 onderdeel a). De uitzondering van BW 1:88 lid 5 geldt voor borg ten behoeve van normale uitoefening beroep of bedrijf, bijvoorbeeld bestuurder-aandeelhouder die borg staat voor zijn eigen onderneming (HR 14 april 2000 NJ 2000, 689 Esmilo).
Accessoir karakter (BW 7:851). De borgtocht is accessoir aan de hoofdverbintenis: de borg kan dezelfde verweermiddelen inroepen als de hoofdschuldenaar (BW 7:852), de borg is niet verschuldigd meer dan de hoofdschuldenaar (BW 7:853), en bij nietigheid of vernietiging van de hoofdverbintenis vervalt ook de borgtocht (BW 7:851 lid 2). Een lening die nietig is wegens woekerrente (BW 3:40) of misbruik van omstandigheden leidt automatisch tot ongeldigheid van de daarvoor gestelde borg.
Opzeggingsrecht borg voor onbepaalde tijd (BW 7:861). De particuliere borg voor toekomstige schulden of voor onbepaalde tijd heeft het recht de borgtocht op te zeggen na ommekomst van vijf jaar conform BW 7:861 lid 1. Opzegging via aangetekende brief; daarna eindigt de borg ten aanzien van nadien ontstane schulden, maar blijft de aansprakelijkheid voor reeds ontstane verplichtingen.
Regresrecht en subrogatie (BW 7:866; BW 6:150). Na betaling door de borg ontstaat een regresrecht op de hoofdschuldenaar conform BW 7:866 voor het betaalde bedrag inclusief rente en kosten. Bovendien treedt de borg van rechtswege in alle rechten en zekerheden van de schuldeiser door subrogatie (BW 6:150 onderdeel b), inclusief eventuele pandrechten (BW 3:227), hypotheken (BW 3:260) en medeborgstellingen. Bij meerdere borgen geldt onderlinge bijdrageplicht naar evenredigheid (BW 7:869).
Fiscale aspecten. Een particuliere borgstelling vormt geen direct belastbaar feit, maar bij uitwinning kan de borg het betaalde bedrag fiscaal aftrekken als negatieve loon of negatieve resultaat uit overige werkzaamheden (Wet IB 2001) afhankelijk van de aard. Voor de DGA-borg gelden specifieke regels onder de bedrijfsfusieregeling en de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap (vanaf 1 januari 2025) bij doorgevoerd regres.
Veelgemaakte fouten bij uw Borgstellingsovereenkomst Nederland
De volgende fouten worden bij de Borgstellingsovereenkomst Nederland regelmatig gemaakt en leiden tot nietigheid, vernietigbaarheid, persoonlijke aansprakelijkheid of verlies van regresrecht.
Fout 1 - Particuliere borg zonder maximumbedrag. Een particuliere borg zonder vermelding van een nauwkeurig maximumbedrag is nietig op grond van BW 7:858 lid 1. Een onbepaalde borg (alle schulden, huidige en toekomstige, zonder bovengrens) wordt door de rechter niet erkend. Vermeld altijd het maximumbedrag in cijfers (formaat 100.000,00) en voluit in letters (honderdduizend euro), inclusief of exclusief rente en kosten.
Fout 2 - Vergeten handgeschreven vermelding maximumbedrag. Voor particuliere borg is naast de getypte tekst een handgeschreven vermelding van het maximumbedrag onder de handtekening verplicht conform BW 7:859. Het ontbreken hiervan leidt tot vernietiging van de borgtocht (HR 22 september 1995 NJ 1996, 521). Schrijf naast de handtekening: borg voor maximaal honderdduizend euro.
Fout 3 - Ontbreken toestemming echtgenoot (BW 1:88). Bij gehuwde of geregistreerde particuliere borg leidt het ontbreken van medeondertekening door de echtgenoot of partner tot vernietigbaarheid van de borgtocht binnen drie jaar na bekendwording (BW 1:89). De echtgenoot kan de borg dus aanvechten en de zekerheid laten wegvallen. Vraag bij elke particuliere borg medeondertekening van de partner, behalve bij DGA-borg voor eigen BV in normale bedrijfsuitoefening (HR 14 april 2000 NJ 2000, 689 Esmilo, uitzondering BW 1:88 lid 5).
Fout 4 - Geen voorlichting over financiele positie hoofdschuldenaar. De schuldeiser heeft op grond van BW 7:858 en de Van Lanschot/Bink-jurisprudentie (HR 1 juni 1990 NJ 1991, 759) een informatieplicht jegens de particuliere borg over de financiele positie van de hoofdschuldenaar en de risico's. Schending leidt tot vernietiging wegens dwaling (BW 6:228) of vermindering aansprakelijkheid. Banken gebruiken standaardformulieren met financiele kerncijfers en risicoanalyse om aan deze plicht te voldoen.
Fout 5 - Verkeerd type borgtocht kiezen. Een hoofdelijke borgtocht (BW 6:6 lid 2) ontneemt de borg het voorrecht van uitwinning en stelt hem gelijk aan de hoofdschuldenaar. De schuldeiser kan dan direct bij de borg vorderen zonder eerst de hoofdschuldenaar uit te winnen. Voor de borg is een gewone particuliere borg met voorrecht van uitwinning (BW 7:855) altijd gunstiger. Lees zorgvuldig welk type wordt voorgesteld.
Fout 6 - Borg na nietigheid hoofdverbintenis. De borgtocht is accessoir aan de hoofdverbintenis (BW 7:851 lid 2): bij nietigheid of vernietiging van de geborgde lening vervalt ook de borg. Een borg voor een lening met woekerrente (BW 3:40) of bij misbruik van omstandigheden vervalt automatisch zodra de lening wordt vernietigd. Toets vooraf de geldigheid van de hoofdverbintenis.
Fout 7 - Geen opzegging na vijf jaar bij onbepaalde tijd. Voor particuliere borg voor toekomstige schulden of voor onbepaalde tijd geldt het recht op opzegging na ommekomst van vijf jaar (BW 7:861 lid 1). Veel borgen weten dit recht niet en blijven jarenlang aansprakelijk voor nieuwe schulden van de hoofdschuldenaar. Zeg tijdig schriftelijk op via aangetekende brief.
Fout 8 - Geen registratie regresrecht. Na betaling door de borg ontstaat een regresrecht op de hoofdschuldenaar conform BW 7:866 en wettelijke subrogatie in de rechten van de schuldeiser (BW 6:150). Veel borgen vergeten echter dit recht actief te effectueren door schuldoverdracht te documenteren bij de schuldeiser en, bij eventuele hypotheek- of pandrecht, de aktes te laten overschrijven op naam van de borg in de openbare registers (Kadaster).
Fout 9 - Onvoldoende identificatie van partijen. Een borgstelling met onvolledige NAW-gegevens, ontbrekend BSN of KVK-nummer, of zonder vermelding van het BV-statutair adres uit het Handelsregister van de KVK, maakt latere incasso of regres lastig. De gerechtsdeurwaarder heeft volledige identificatiegegevens nodig voor controle in de Basisregistratie Personen en het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Fout 10 - Geen rekening met DGA-aansprakelijkheid en Wet excessief lenen. Een DGA die persoonlijk borg staat voor zijn BV en na uitwinning regresrecht heeft op zijn BV (BW 7:866), creeert een vordering die fiscaal moet worden verwerkt. Sinds 1 januari 2025 geldt de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap: vorderingen van de DGA op zijn BV (na regres door borguitwinning) boven 500.000 EUR worden belast in box 2 als fictieve onttrekking tegen 24,5%-31% (Wet IB 2001 art. 4.13). Houd hier rekening mee bij grote DGA-borgstellingen voor de BV.
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Borgstellingsovereenkomst Nederland (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/financial/agreements/borgstellingsovereenkomst
"Borgstellingsovereenkomst Nederland (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/financial/agreements/borgstellingsovereenkomst.
@misc{formslegal-borgstellingsovereenkomst,
author = {{Forms Legal}},
title = {Borgstellingsovereenkomst Nederland (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/financial/agreements/borgstellingsovereenkomst}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
Het belangrijkste verschil zit in het voorrecht van uitwinning en de mate van bescherming. Bij particuliere borgtocht conform Burgerlijk Wetboek artikel 7:855 heeft de borg het voorrecht van uitwinning: de schuldeiser moet eerst alle redelijke pogingen ondernemen om verhaal te halen op de hoofdschuldenaar voordat hij de borg kan aanspreken. De borg fungeert als secundaire schuldenaar; pas wanneer blijkt dat de hoofdschuldenaar niet kan betalen wordt de borg aangesproken. De particuliere borg geniet bovendien bijzondere bescherming volgens BW 7:857-861: schriftelijke vorm met maximumbedrag in cijfers en letters (BW 7:858), informatieplicht schuldeiser (HR 1 juni 1990 NJ 1991, 759 Van Lanschot/Bink), toestemming echtgenoot (BW 1:88), opzegrecht na vijf jaar bij onbepaalde tijd (BW 7:861). Bij hoofdelijke borgtocht conform BW 6:6 lid 2 vervalt het voorrecht van uitwinning: de borg en hoofdschuldenaar zijn gelijk aansprakelijk, en de schuldeiser kan kiezen wie hij eerst aanspreekt (vaak de borg omdat die solventer is). Hoofdelijke borgtocht is voor de schuldeiser veel gunstiger maar voor de borg veel ongunstiger. Banken vragen vaak hoofdelijke borg van DGAs voor BV-schulden, omdat het uitwinnen van de BV omslachtig is. Lees zorgvuldig welk type borgtocht wordt voorgesteld en onderhandel waar mogelijk over particuliere borg met voorrecht van uitwinning. Bij twijfel raadpleeg een advocaat of notaris (Koninklijke Notariele Beroepsorganisatie KNB).
Voor gehuwde of geregistreerd-partnerschap-borgen is medeondertekening van de echtgenoot of partner verplicht op grond van Burgerlijk Wetboek artikel 1:88 lid 1 onderdeel c. Dit geldt voor borgstellingen anders dan in de normale uitoefening van het beroep of bedrijf van de andere echtgenoot. Zonder deze toestemming kan de echtgenoot de borgtocht vernietigen binnen drie jaar na bekendwording (BW 1:89 lid 1 onderdeel a), met als gevolg dat de borg vervalt en de schuldeiser zijn zekerheid verliest. Dit is bevestigd in onder meer HR 18 oktober 2002 NJ 2002, 612. De Hoge Raad legt de eis strikt uit: schriftelijke toestemming met handtekening van de echtgenoot is essentieel. Mondelinge toestemming of stilzwijgende instemming is onvoldoende. Een belangrijke uitzondering geldt op grond van BW 1:88 lid 5: borg ten behoeve van normale uitoefening beroep of bedrijf van de andere echtgenoot. Volgens HR 14 april 2000 NJ 2000, 689 (Esmilo-arrest) geldt deze uitzondering voor de bestuurder-aandeelhouder die borg staat voor de bankschuld van zijn eigen Besloten Vennootschap, mits de BV daadwerkelijk een onderneming uitoefent en de borgstelling een normale en gebruikelijke handeling betreft. Voor familieborgstellingen (ouder borgt voor kind), garantieborg voor leverancierskrediet of huurborg geldt de uitzondering doorgaans NIET, en is medeondertekening echtgenoot dus verplicht. Vraag bij twijfel advies aan een advocaat of notaris.
Voor particuliere borgtocht is vermelding van een nauwkeurig maximumbedrag verplicht op grond van Burgerlijk Wetboek artikel 7:858 lid 1, op straffe van nietigheid van de gehele borgstelling. Het maximumbedrag moet in cijfers (formaat 100.000,00) en voluit in letters (honderdduizend euro) worden vermeld, met aanduiding of dit inclusief of exclusief rente en kosten is. In de praktijk wordt vaak gekozen voor maximumbedrag inclusief rente en kosten om duidelijkheid te bieden. Het maximumbedrag mag niet hoger zijn dan de hoofdverbintenis (accessoir karakter, BW 7:853) maar mag wel lager: een particuliere borg voor een banklening van 500.000 EUR kan zich beperken tot maximum 100.000 EUR aansprakelijkheid. Het maximumbedrag fungeert als plafond ongeacht of de hoofdverbintenis hoger uitvalt door rente, boete of buitengerechtelijke incassokosten. Naast de getypte vermelding is ook een handgeschreven vermelding van het maximumbedrag onder de handtekening verplicht conform BW 7:859: bijvoorbeeld borg voor maximaal honderdduizend euro. Het ontbreken van deze handgeschreven vermelding kan leiden tot vernietiging (HR 22 september 1995 NJ 1996, 521). Voor zakelijke borgtocht door rechtspersonen of ondernemingen is geen maximumbedrag wettelijk verplicht, maar wel sterk aan te raden voor rechtszekerheid en risicobeheersing. Bij borg voor onbepaalde tijd of toekomstige schulden vergroot het ontbreken van een maximumbedrag het risico voor de borg aanzienlijk.
De mogelijkheid om een borgstelling te beeindigen hangt af van de duur en het type. Voor borgtocht voor bepaalde tijd geldt dat zij van rechtswege eindigt op de afgesproken einddatum of bij volledige aflossing van de hoofdverbintenis (accessoir karakter, BW 7:851). Voor borgtocht voor onbepaalde tijd of toekomstige schulden heeft de particuliere borg een wettelijk opzeggingsrecht conform BW 7:861 lid 1: na ommekomst van vijf jaar kan de borg de borgtocht schriftelijk opzeggen, bij voorkeur via aangetekende brief met handtekeningbevestiging. Na opzegging eindigt de borgtocht ten aanzien van nadien ontstane schulden, maar blijft aansprakelijkheid voor reeds bestaande verplichtingen in stand. Een vroegere opzegging kan worden afgesproken in de overeenkomst (bijvoorbeeld jaarlijkse opzegmogelijkheid met opzegtermijn drie maanden). Bij wezenlijke wijziging van de hoofdverbintenis zonder toestemming (substantiele rentestijging, verlenging looptijd of verhoging hoofdsom) kan de borg een beroep doen op vermindering of vernietiging wegens dwaling (BW 6:228). Bij vrijgave van zekerheden ten nadele van de borg (bank laat hypotheekrecht vervallen) kan de borg eveneens worden bevrijd (BW 7:864). Bij bedrog of misbruik van omstandigheden bij het aangaan kan de borg vernietigen binnen drie jaar na ontdekking (BW 3:52). Vraag advies aan een advocaat van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA).
Bij faillissement van de hoofdschuldenaar conform de Faillissementswet (Fw) art. 1 wordt de borg direct aansprakelijk gesteld door de schuldeiser, waarbij het voorrecht van uitwinning (BW 7:855 voor particuliere borg) feitelijk vervalt omdat verdere uitwinning van de failliete hoofdschuldenaar geen verhaal meer biedt. De schuldeiser meldt zijn vordering aan bij de curator (Fw art. 110) als concurrente vordering en spreekt tegelijk de borg aan voor het volledige openstaande bedrag binnen het maximumbedrag. De borg moet betalen ondanks het faillissement; de hoofdverbintenis blijft formeel bestaan ondanks de insolventie. Na betaling door de borg ontstaat een regresrecht op de gefailleerde hoofdschuldenaar conform BW 7:866 en wettelijke subrogatie in de rechten van de schuldeiser (BW 6:150 onderdeel b). De borg kan deze regresvordering aanmelden bij de curator als vervangende concurrente vordering; uitkering uit de boedel volgt naar evenredigheid (Fw art. 153). In de praktijk levert dit doorgaans slechts beperkte vergoeding op. Bij surseance van betaling (Fw art. 214), WSNP (Fw art. 284) of WHOA (Fw art. 370) geldt vergelijkbaar: de borgtocht wordt niet aangetast door de insolventieprocedure. Beoordeel daarom vooraf de kredietwaardigheid van de hoofdschuldenaar via Graydon, Dun and Bradstreet of de jaarrekening bij de Kamer van Koophandel (KVK).
Na betaling aan de schuldeiser ontstaat voor de borg een regresrecht op de hoofdschuldenaar conform BW 7:866 voor het betaalde bedrag inclusief rente en redelijke kosten. Tevens treedt de borg van rechtswege in alle rechten en zekerheden van de schuldeiser via wettelijke subrogatie (BW 6:150 onderdeel b). Eventuele pandrechten (BW 3:227), hypotheekrechten (BW 3:260), bijbehorende borgstellingen of andere zekerheden gaan van rechtswege over op de borg. Bij meerdere borgen voor dezelfde hoofdverbintenis geldt onderlinge bijdrageplicht naar evenredigheid (BW 7:869); de borg die betaalde kan van de overige medeborgen hun aandeel terugvorderen. Voor effectief regres moet de borg de overdracht van rechten documenteren bij de schuldeiser, bij hypotheek of pand op aandelen overschrijving van de akten op zijn naam laten verzorgen door een notaris met inschrijving in het Kadaster of Handelsregister. Het regresrecht verjaart na vijf jaar vanaf de betaling (BW 3:307 lid 1); stuiting via aangetekende aanmaning of dagvaarding (BW 3:317-318). Bij faillissement van de hoofdschuldenaar wordt de regresvordering aangemeld als concurrente vordering bij de curator (Fw art. 153). Voor DGA-borg die regresrecht uitoefent op zijn BV geldt sinds 1 januari 2025 de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap: vorderingen boven 500.000 EUR worden belast in box 2 als fictieve onttrekking tegen 24,5%-31% (Wet IB 2001 art. 4.13).
De fiscale behandeling van een DGA-borgstelling voor schulden van de eigen Besloten Vennootschap is afhankelijk van de relatie en de uitkomst van het regresrecht. Wanneer de DGA als borg wordt aangesproken en betaalt, ontstaat een regresvordering op de BV conform BW 7:866. Indien de BV deze vordering niet kan terugbetalen (insolventie of beperkte vermogenspositie), kan de DGA het verlies aftrekken in zijn aangifte inkomstenbelasting. Voor de DGA die aanmerkelijk belang heeft (5% of meer aandelen) en wiens borgstelling kwalificeert als terbeschikkingstelling van vermogen aan de BV (TBS-regeling), geldt aftrek in box 1 als negatief resultaat uit overige werkzaamheden conform Wet IB 2001 art. 3.92 lid 1 onderdeel a. Voor de DGA wiens borgstelling NIET kwalificeert als TBS, kan een verlies onder voorwaarden via box 2 als negatief aanmerkelijk belang worden afgetrokken. De Belastingdienst toetst strikt aan de zakelijkheid: marktconforme borgstellingsprovisie (1-3% per jaar over het borgbedrag), schriftelijke vastlegging, daadwerkelijke uitkering van de provisie. Borgstelling zonder provisie wordt regelmatig herkwalificeerd als verkapte kapitaalstorting. Sinds 1 januari 2025 geldt aanvullend de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap: regresvorderingen op de BV boven 500.000 EUR worden belast in box 2 als fictieve onttrekking tegen 24,5%-31% (Wet IB 2001 art. 4.13). Raadpleeg een fiscalist NOB-lid voor specifieke situaties.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Geldleningsovereenkomst Nederland
Schriftelijke overeenkomst van verbruikleen tussen uitlener en lener met hoofdsom, rente, aflossing en zekerheid conform BW Boek 7 titel 2C art. 129-134.
Schuldbekentenis Nederland
Eenzijdige verklaring waarin een schuldenaar het bestaan en de hoogte van een schuld erkent, met afspraken over terugbetaling, rente en verzuim conform BW 6:1 en 6:127.
Afbetalingsregeling Nederland
Vaststellingsovereenkomst voor gespreide voldoening van een bestaande schuld in maandelijkse termijnen conform BW 6:29 jo. BW 6:127 jo. BW 7:900.