Pensioenregeling Informatie
INFORMATIE PENSIOENREGELING WERKNEMER
(Conform Pensioenwet 2006 art. 21 en Wet toekomst pensioenen 2023)
Werkgever:
[Werkgever Naam]
KVK: [Werkgever K V K]
Werknemer:
[Werknemer Naam]
BSN: [Werknemer B S N]
Deelname per: [Ingangsdatum Deelname]
1. Pensioenuitvoerder en reglement
Pensioenuitvoerder: [Pensioenfonds]
Toepasselijk reglement: [Pensioenreglement]
Type regeling: [Type Regeling]
Pensioenleeftijd: [Pensioenleeftijd] jaar (conform AOW-leeftijd Sociale Verzekeringsbank)
2. Premie en pensioengrondslag
Franchise: EUR [Franchise] per jaar (Belastingdienst, Wet IB 2001 art. 3.127)
Pensioengevend loon = Bruto jaarloon minus franchise.
Premie werkgever: [Premie Split Werkgever]% van pensioengevend loon
Premie werknemer: [Premie Split Werknemer]% van pensioengevend loon (ingehouden op loon)
3. Nabestaandendekking
Type partnerpensioen: [Partnerpensioen]
Hoogte: [Partnerpensioen Percentage]% van ouderdomspensioen voor de partner
Gehuwden en geregistreerd partners (BW 1:80a) zijn automatisch aangemeld. Samenwonenden dienen de partner actief aan te melden bij [Pensioenfonds].
4. Informatierechten deelnemer
De werknemer ontvangt jaarlijks een Uniform Pensioenoverzicht (UPO) conform Pensioenwet 2006 art. 38. De opgebouwde aanspraken zijn te raadplegen via mijnpensioenoverzicht.nl.
Bij uitdiensttreding heeft de werknemer recht op informatie over waardeoverdracht conform Pensioenwet 2006 art. 70. Het verzoek moet worden ingediend binnen zes maanden na indiensttreding bij een nieuwe werkgever.
Klachten over de pensioenadministratie kunnen worden ingediend bij de Ombudsman Pensioenen of bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
Opgemaakt te [Onderteken Plaats] op [Onderteken Datum].
________________________
[Werkgever Vertegenwoordiger]
Namens [Werkgever Naam]
________________________
[Werknemer Naam]
Werknemer — voor ontvangst en kennisname
Werkgever
________________
Signature
Werknemer
________________
Signature
Wat is Pensioenregeling Informatie?
De Pensioenregeling Informatie in Nederland is het document waarmee een werkgever een werknemer bij aanvang van de deelname informeert over de pensioenregeling, het pensioensoort, de premieverdeling en de pensioenleeftijd, op grond van de informatieplicht van Pensioenwet 2006 art. 21. De pensioenuitvoerder, zoals het bedrijfstakpensioenfonds ABP of PFZW of een verzekeraar, verstrekt de wettelijke startbrief; sinds de Wet toekomst pensioenen 2023 verschuiven de meeste regelingen naar een premieovereenkomst met een persoonlijk pensioenvermogen.
De Pensioenwet 2006 art. 21 verplicht de werkgever om de werknemer uiterlijk op de eerste dag van deelname te informeren via een Startbrief. De pensioenuitvoerder — een bedrijfstakpensioenfonds (BPF) zoals ABP, PFZW of het Pensioenfonds Metaal en Techniek, of een verzekeraar — verstrekt deze Startbrief. Het werkgever-specifieke informatiedocument op dit formulier vormt een aanvulling op de Startbrief en beschrijft de concrete arbeidsvoorwaardenafspraken over pensioen tussen werkgever en werknemer.
Nederland kent drie pensioenpijlers: de eerste pijler is de Algemene Ouderdomswet (AOW), die uitkeringen van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) regelt en recht geeft op een basisinkomen vanaf de AOW-leeftijd (momenteel 67 jaar en stijgend met de levensverwachting conform art. 7a AOW). De tweede pijler is het werkgeverspensioen via een bedrijfstakpensioenfonds of een verzekeraar. De derde pijler is de individuele pensioenspaarrekening, waaronder banksparen conform de Wet IB 2001 art. 3.125-3.127 en lijfrenten conform art. 3.124.
Het werkgeverspensioen in de tweede pijler kan bestaan uit een ouderdomspensioen, een nabestaandenpensioen (partnerpensioen conform BW 1:80a voor geregistreerd partners en gehuwden, en risico-afdekking voor ongehuwde samenwoners), een wezenpensioen en arbeidsongeschiktheidspensioen. Sinds de Wet toekomst pensioenen 2023 geldt het nabestaandenpensioen alleen nog als risicodekking (overlijden vóór pensioendatum) bij de meeste regelingen. Het informatiedocument verduidelijkt welke componenten van toepassing zijn.
Wanneer heeft u Pensioenregeling Informatie nodig?
Een Pensioenregeling Informatie-document is vereist bij elke indiensttreding waarbij de werknemer voor het eerst deelneemt aan een pensioenregeling. De werkgever is op grond van Pensioenwet 2006 art. 21 verplicht om informatie te verstrekken. Zonder informatie loopt de werkgever het risico aansprakelijk te zijn voor schade die de werknemer lijdt doordat hij niet wist dat hij pensioenaanspraken had of welke keuzes hij had.
Tijdens het dienstverband is een bijgewerkt informatiedocument nodig wanneer de pensioenregeling wijzigt — bijv. door overgang van een uitkeringsovereenkomst naar een premieovereenkomst conform de Wet toekomst pensioenen 2023, of door wijziging van het deelnemerspercentage of de pensioenleeftijd. De werkgever moet de werknemer tijdig informeren bij wezenlijke wijzigingen conform art. 28 Pensioenwet 2006.
Bij scheiding of beëindiging van het geregistreerd partnerschap heeft de gewezen partner recht op pensioenverevening conform de Wet pensioenverevening bij scheiding 1994 (Wps). Het informatiedocument is dan de basis voor de berekening van het te verevenen deel. De werknemer moet begrijpen welk deel van het pensioen voor verevening in aanmerking komt.
Bij ontslag of vrijwillig vertrek heeft de vertrekkende werknemer recht op informatie over de waarde van zijn opgebouwde pensioenaanspraken en de mogelijkheden tot waardeoverdracht conform Pensioenwet 2006 art. 70-84. Een actueel informatiedocument vergemakkelijkt dit overdrachtstraject.
Wat moet er in uw Pensioenregeling Informatie staan?
Het informatiedocument over de pensioenregeling bevat allereerst de identificatiegegevens: naam van de werkgever conform KVK-inschrijving, naam van de werknemer, de ingangsdatum van deelname en het soort arbeidsovereenkomst (bepaalde of onbepaalde tijd).
De pensioenuitvoerder wordt beschreven met naam, KVK-nummer en contactgegevens. Bedrijfstakpensioenfondsen zoals ABP (overheid/onderwijs), PFZW (zorg), PMT (metalektro) en BPF Bouw zijn verplicht gesteld voor werkgevers in de betreffende sector op grond van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet BPF 2000). De werknemer moet weten bij welk fonds aanspraken worden opgebouwd.
Het type pensioenregeling bepaalt het risicoprofiel: bij een beschikbare premieregeling (DC) draagt de werknemer het beleggingsrisico; bij een CDC-regeling (Collective Defined Contribution) is het risico gedeeld. Sinds de Wet toekomst pensioenen 2023 zijn flexibele premieovereenkomsten de norm, waarbij de toekomstige uitkering afhankelijk is van beleggingsresultaten en sterftetafels van het Actuarieel Genootschap (AG).
De premiesplit werkgever/werknemer wordt vermeld als percentage van het pensioengevend loon (bruto jaarloon minus franchise). De franchise is het bedrag ter hoogte van de AOW-uitkering dat buiten de pensioenopbouw valt. De Belastingdienst stelt jaarlijks de maximale fiscaal aftrekbare premie vast via de Wet IB 2001 art. 3.127. Op forms-legal.com kunt u naast dit informatiedocument ook een CAO-aanvulling Werknemer downloaden voor de contractuele vastlegging van de pensioenafspraken.
Nabestaandenpensioen en wezenpensioen worden beschreven: percentage van het ouderdomspensioen voor de partner, leeftijdsgrens voor wezenpensioen (doorgaans 21 of 25 jaar als studerend kind), en of dit een opgebouwd recht of een risicodekking betreft. Arbeidsongeschiktheidspensioen (WIA-aanvulling) vult de uitkering van het UWV aan tot een bepaald percentage van het laatste salaris.
De pensioenleeftijd is de contractuele pensioendatum. Flexibilisering is mogelijk door eerder of later pensioen op grond van Pensioenwet 2006 art. 63-69 (flexibel pensioen). Vroegpensioen voor 67 jaar leidt tot lagere uitkering; uitstel leidt tot hogere.
Onder de informatieverplichtingen vallen ook: het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) dat jaarlijks door de pensioenuitvoerder wordt verstrekt conform art. 38 Pensioenwet, de mijnpensioenoverzicht.nl-account, en de mogelijkheden tot extra pensioensparen of vrijwillige aanvullende verzekering.
Hoe vult u uw Pensioenregeling Informatie in?
Stap 1: Vul de naam van de werkgever in zoals ingeschreven bij de KVK, met KVK-nummer. Werkgevers die zijn aangesloten bij een verplicht bedrijfstakpensioenfonds kunnen de naam van het fonds opzoeken via de website van het fonds of via pensioenregister.nl.
Stap 2: Voer de naam van de werknemer en BSN in. Het BSN is nodig voor de administratie van de Belastingdienst en voor de pensioenuitvoerder.
Stap 3: Geef de ingangsdatum van deelname op als DD-MM-JJJJ. Dit is de eerste werkdag van de werknemer of de datum waarop de wachttijd is verstreken (sommige regelingen hebben een wachttijd van maximaal 2 maanden).
Stap 4: Selecteer het type pensioenregeling. Raadpleeg het pensioenreglement van de uitvoerder voor het juiste type. Sinds de Wet toekomst pensioenen 2023 zijn de meeste nieuwe regelingen een beschikbare premieregeling (DC).
Stap 5: Vul de premiesplit in als percentage van het pensioengevend loon. Voorbeeld: werkgever 8%, werknemer 4%. De totale premie is dan 12% van het pensioengevend loon.
Stap 6: Geef de franchise op in EUR. De Belastingdienst publiceert jaarlijks de maximale franchise (in 2025 ca. € 17.500). Onder de franchise worden geen pensioenaanspraken opgebouwd.
Stap 7: Vul de pensioenleeftijd in (standaard 67 jaar conform AOW-leeftijd 2025-2027). Flexibiliseringsopties kunnen worden vermeld in de opmerkingen.
Stap 8: Beschrijf de nabestaandendekking: risicodekking of opgebouwd recht, percentage van ouderdomspensioen voor partner, leeftijdsgrens kinderen.
Stap 9: Voeg de naam van de pensioenuitvoerder toe met contactgegevens, zodat de werknemer direct contact kan opnemen voor vragen over de opbouw.
Wettelijke vereisten voor Pensioenregeling Informatie
De Pensioenwet 2006 art. 21 verplicht de pensioenuitvoerder een Startbrief te verstrekken aan de werknemer uiterlijk op de eerste dag van deelname. De werkgever is verantwoordelijk voor het doorgeven van de juiste gegevens aan de uitvoerder. Niet-nakoming van de informatieplicht kan leiden tot aansprakelijkheid conform art. 21 lid 4 Pensioenwet.
De Wet toekomst pensioenen 2023 heeft per 1 januari 2023 de transitieperiode geopend. Alle pensioenregelingen moeten uiterlijk per 1 januari 2028 zijn omgezet naar het nieuwe stelsel (beschikbare premieovereenkomst of solidaire premieovereenkomst). Werkgevers en uitvoerders moeten werknemers tijdig informeren over de transitie.
Fiscale grenzen: de Belastingdienst stelt jaarlijks de maximale opbouw vast op grond van Wet IB 2001 art. 3.127. In 2025 is de maximale pensioenopbouw 1,875% van het pensioengevend loon per dienstjaar bij een middelloonregeling. Premies boven de fiscale grenzen zijn niet aftrekbaar voor loonheffing.
Bij bedrijfstakpensioenfondsen geldt de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet BPF 2000). Werkgevers in aangewezen sectoren zijn verplicht deel te nemen; niet-deelname leidt tot premie-aanspraken met terugwerkende kracht en boetes van de DNB (De Nederlandsche Bank), die toezicht houdt op de financiële soliditeit van pensioenfondsen. De AFM houdt toezicht op de informatievoorziening aan deelnemers.
Bij pensioenverevening na scheiding geldt de Wet pensioenverevening bij scheiding 1994. De gewezen partner heeft recht op 50% van het tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap opgebouwde ouderdomspensioen, tenzij anders overeengekomen in huwelijkse voorwaarden of echtscheidingsconvenant.
Veelgemaakte fouten bij uw Pensioenregeling Informatie
Een veelgemaakte fout is het niet informeren van de werknemer bij aanvang van deelname. Werkgevers vergeten soms dat de pensioenuitvoerder de Startbrief verstuurt, maar dat de werkgever zelf verantwoordelijk is voor het verstrekken van aanvullende informatie over de arbeidsvoorwaardenplek van het pensioen. Bij niet-naleving van art. 21 Pensioenwet kan de werknemer de werkgever aansprakelijk stellen.
Het niet melden van wijzigingen in de pensioenregeling is eveneens een veelvoorkomende fout. De Wet toekomst pensioenen 2023-transitie leidt tot fundamentele wijzigingen. Werkgevers die verzuimen de werknemer te informeren over de overgang van een DB- naar DC-regeling, lopen aansprakelijkheidsrisico als de werknemer door de informatieleemte nadeel lijdt.
Een andere fout betreft de franchise: werkgevers vermelden soms onjuiste franchisebedragen, waardoor de werknemer denkt meer pensioen op te bouwen dan feitelijk het geval is. De Belastingdienst publiceert jaarlijks actuele franchisebedragen; gebruik altijd het meest recente bedrag.
Het ontbreken van informatie over nabestaandenpensioen is gevaarlijk. Werknemers die samenwonen maar niet gehuwd zijn, hebben vaak geen automatisch recht op nabestaandenpensioen tenzij zij dit melden bij de pensioenuitvoerder. Niet melden kan bij overlijden leiden tot verlies van nabestaandenuitkering.
Tot slot: het niet opnemen van informatie over waardeoverdracht bij vertrek. Werknemers die de pensioenopbouw bij een nieuwe werkgever willen voortzetten, hebben recht op waardeoverdracht conform Pensioenwet 2006 art. 70. Zonder tijdige informatie kunnen zij dit recht mislopen.
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Pensioenregeling Informatie (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/employment/hr-forms/pensioenregeling-informatie
"Pensioenregeling Informatie (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/employment/hr-forms/pensioenregeling-informatie.
@misc{formslegal-pensioenregeling-informatie,
author = {{Forms Legal}},
title = {Pensioenregeling Informatie (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/employment/hr-forms/pensioenregeling-informatie}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
De Startbrief is het formele informatiedocument dat de pensioenuitvoerder (bedrijfstakpensioenfonds of verzekeraar) verplicht verstrekt conform Pensioenwet 2006 art. 21. De Startbrief beschrijft de volledige pensioenregeling vanuit het perspectief van de uitvoerder, inclusief het pensioenreglement. Het Pensioenregeling Informatie-document op dit formulier is een werkgeversspecifiek document dat de arbeidsrechtelijke afspraken vastlegt — de premiesplit, het pensioengevend loon, de franchise, en de relatie tot de CAO-voorwaarden. Samen vormen zij de volledige informatievoorziening die de Pensioenwet vereist. De werkgever is verantwoordelijk voor zowel het verstrekken van zijn eigen informatiedocument als voor het doorgeven van gegevens aan de pensioenuitvoerder zodat deze tijdig de Startbrief kan sturen. Niet-naleving door de werkgever kan leiden tot aansprakelijkheid voor pensioenschade conform art. 21 lid 4 Pensioenwet 2006.
De Wet toekomst pensioenen (Wtp) 2023 heeft het Nederlandse pensioenstelsel fundamenteel gewijzigd. Alle pensioenregelingen moeten uiterlijk per 1 januari 2028 zijn omgezet naar een van de twee toegestane regelingen: de flexibele premieovereenkomst (vergelijkbaar met het bestaande DC-systeem) of de solidaire premieovereenkomst (waarbij beleggingsrendementen collectief worden verdeeld). Uitkeringsovereenkomsten (DB, Defined Benefit) zijn voor nieuwe opbouw verboden. Voor bestaande opgebouwde rechten geldt een invaarbeleid waarbij fondsen onder voorwaarden de opgebouwde aanspraken kunnen omrekenen naar het nieuwe systeem. De werknemer ontvangt een persoonlijk pensioenpotje dat afhankelijk is van het beleggingsrendement. De uitvoerder en werkgever zijn verplicht de werknemer actief te informeren over de gevolgen van de transitie voor zijn of haar opgebouwde rechten. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op de communicatie over de Wtp-transitie.
Ja. De Pensioenwet 2006 kent uitgebreide informatierechten voor deelnemers. Art. 21 geeft recht op een Startbrief bij aanvang van deelname. Art. 38 verplicht de uitvoerder jaarlijks een Uniform Pensioenoverzicht (UPO) te sturen met de opgebouwde aanspraken en een projectie van de verwachte uitkering op pensioendatum. Via mijnpensioenoverzicht.nl kan elke deelnemer het totale pensioenperspectief inclusief AOW-uitkering van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) inzien. Bij uitdiensttreding heeft de vertrekkende werknemer recht op een overzicht van de opgebouwde aanspraken en informatie over waardeoverdracht conform Pensioenwet 2006 art. 70. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) handhaaft de informatierechten en kan sancties opleggen aan pensioenuitvoerders die de verplichtingen niet nakomen. Bij klachten over informatievoorziening kan de werknemer ook een klacht indienen bij de Ombudsman Pensioenen.
De franchise is het deel van het bruto jaarloon waarover geen pensioen wordt opgebouwd, omdat de AOW-uitkering van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) al een basisinkomen op dat niveau vervangt. Het pensioengevend loon is het bruto jaarloon minus de franchise. De franchise bedraagt in 2025 circa € 17.545 (het Belastingdienstbedrag is jaarlijks geïndexeerd conform Wet IB 2001 art. 3.127). Stel: bruto jaarloon € 45.000, franchise € 17.545 → pensioengevend loon € 27.455. De premie wordt berekend over € 27.455. Een hogere franchise betekent minder pensioenopbouw; een lagere franchise meer opbouw. Bij deeltijddienstverband wordt de franchise naar rato verminderd of blijft de volledige franchise gelden, afhankelijk van het pensioenreglement. Raadpleeg het pensioenreglement of mijnpensioenoverzicht.nl voor de exacte berekening van uw pensioengevend loon en de te verwachten uitkering.
Bij beëindiging van het dienstverband worden de opgebouwde pensioenaanspraken slapend gehouden bij de pensioenuitvoerder. De deelnemer is dan 'gewezen deelnemer'. Bij een premieovereenkomst (DC) blijft het opgebouwde vermogen belegd tot aan de pensioendatum. De werknemer heeft het recht om de opgebouwde aanspraken over te dragen aan de pensioenuitvoerder van de nieuwe werkgever via waardeoverdracht conform Pensioenwet 2006 art. 70 e.v. Dit verzoek moet worden ingediend binnen zes maanden na indiensttreding bij de nieuwe werkgever. Beide pensioenuitvoerders zijn verplicht aan de overdracht mee te werken, tenzij de ontvangende regeling significante dekkingstekorten heeft. Kleine opgebouwde aanspraken (onder de afkoopgrens van de Pensioenwet, ca. € 592,51 in 2025 per jaar) kunnen door de uitvoerder worden afgekocht conform art. 66-70 Pensioenwet. De werknemer ontvangt dan een eenmalige uitkering.
Niet altijd automatisch. Gehuwden en geregistreerd partners zijn in de meeste pensioenregelingen automatisch aangemeld als begunstigde voor nabestaandenpensioen. Samenwonenden — zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap — moeten de partner doorgaans actief aanmelden bij de pensioenuitvoerder. Vergeten aanmelding kan na overlijden leiden tot het verlies van de nabestaandenuitkering. Controleer het pensioenreglement op de definitie van 'partner'. Veel regelingen vereisen bij samenwonen een notarieel samenlevingscontract of bewijs van gezamenlijke inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP). Sinds de Wet toekomst pensioenen 2023 is het nabestaandenpensioen voor nieuwe regelingen uitsluitend een risicodekking (vervalt bij uitdiensttreding). Bestaande opgebouwde rechten zijn omgezet conform het invaarbeleid. Controleer bij indiensttreding altijd de precieze partner- en wezenanspraken in het pensioenreglement van de uitvoerder.
Ja, maar vroegpensioen vóór de AOW-leeftijd leidt tot een lagere pensioenuitkering en er zijn AOW-beperkingen. De AOW van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) start pas op de wettelijke AOW-leeftijd, momenteel 67 jaar (2025-2027). Vroegpensioen vanuit de tweede pijler is in beginsel mogelijk vanaf 63 jaar (10 jaar vóór AOW-datum conform art. 18a Wet op de loonbelasting 1964). De hoogte van de uitkering wordt actuarieel herrekend: eerder starten betekent een lagere levenslange uitkering. Sommige CAO's kennen bijzondere VUT- of prepensionarregelingen die vroegpensioen mogelijk maken. Via het Pensioenwet 2006 art. 63-65 systeem van flexibel pensioen kan men kiezen voor deeltijdpensioen — een deel werken, een deel pensioen opnemen. Overleg met de pensioenuitvoerder (bijv. ABP, PFZW, PMT) en een belastingadviseur over de financiële gevolgen voordat een keuze wordt gemaakt.
Een bedrijfstakpensioenfonds (BPF) is een collectief, niet-commercieel fonds voor een hele sector, verplicht gesteld door de Minister van SZW op grond van de Wet BPF 2000. Voorbeelden zijn ABP (overheid/onderwijs, ca. 3 miljoen deelnemers), PFZW (zorg, ca. 2,7 miljoen deelnemers) en PMT (metalektro). Bedrijven in de aangewezen sector zijn verplicht deel te nemen; onttrekking vereist dispensatie van het fonds. De DNB (De Nederlandsche Bank) houdt toezicht op de financiële gezondheid van pensioenfondsen via de Pensioenwet 2006 en het Financieel Toetsingskader (FTK). Een verzekeraar (bijv. Nationale-Nederlanden, ASR, Aegon) biedt pensioenproducten aan op commerciële basis, met garanties en individuele premieafspraken. Werkgevers in sectoren zonder verplicht BPF kunnen vrij een verzekeraar kiezen. Verzekeraars staan onder toezicht van de AFM (gedragstoezicht) en DNB (prudentieel toezicht) op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft) 2007.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Arbeidsovereenkomst voor Onbepaalde Tijd Nederland
Vaste arbeidsovereenkomst zonder einddatum tussen werkgever en werknemer conform Burgerlijk Wetboek Boek 7 art. 7:610 e.v. Bevat functie, loon, werktijden, proeftijd, vakantie, opzegging en CAO-bepalingen.
Arbeidsovereenkomst voor Bepaalde Tijd Nederland
Tijdelijke arbeidsovereenkomst met einddatum tussen werkgever en werknemer conform Burgerlijk Wetboek Boek 7 art. 7:667 en de ketenregeling van BW art. 7:668a. Bevat aanvangsdatum, einde van rechtswege, aanzegplicht, proeftijd, opzegging en transitievergoeding.
CAO-aanvulling Werknemer
Schriftelijke aanvulling op de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) met arbeidsvoorwaarden die bovenwettelijk zijn of afwijken van de CAO, conform Wet op de CAO 1927 en BW 7:613.
Vaststellingsovereenkomst Ontslag (VSO)
Vaststellingsovereenkomst (VSO) tussen werkgever en werknemer voor beeindiging arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden conform BW 7:900 en BW 7:670b, met neutrale grond, transitievergoeding, eindafrekening en finale kwijting. Behoudt WW-aanspraak bij UWV.