Schenkbelasting Aangifte Nederland
AANGIFTE SCHENKBELASTING NEDERLAND
Op grond van Successiewet 1956 art. 45 en Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) art. 8
AAN: De Belastingdienst
Aangifte schenkbelasting — belastingjaar van de schenking
Gegevens begiftigde
1. GEGEVENS BEGIFTIGDE (AANGIFTEPLICHTIGE)
Naam: [Begiftigde Naam]
BSN: [Begiftigde B S N]
Geboortedatum: [Begiftigde Geboortedatum]
Adres: [Begiftigde Adres]
E-mail: [Begiftigde Email]
Gegevens schenker
2. GEGEVENS SCHENKER
Naam schenker: [Schenker Naam]
BSN / KVK / RSIN: [Schenker B S N]
Adres schenker: [Schenker Adres]
Relatie tot schenker: [Relatie Tot Schenker]
Omschrijving schenking
3. OMSCHRIJVING EN WAARDE VAN DE SCHENKING
Soort schenking: [Soort Schenking]
Omschrijving: [Omschrijving Schenking]
Datum van de schenking: [Datum Schenking]
Brutobedrag van de schenking: EUR [Waarde Brutoschenking]
Vrijstelling en belastingberekening
4. VRIJSTELLING EN BEREKENING SCHENKBELASTING (Successiewet 1956 art. 24 en 33)
Toepasselijke vrijstelling: [Soort Vrijstelling]
Bedrag vrijstelling: EUR [Bedrag Vrijstelling]
Belaste verkrijging (bruto minus vrijstelling): EUR [Belate Verkrijging]
Verschuldigde schenkbelasting: EUR [Verschuldigde Schenkbelasting]
5. VERKLARING (AWR art. 8 lid 4)
Ondergetekende verklaart dat bovenstaande aangifte naar waarheid en volledig is ingevuld. De schenking en de opgegeven waarde zijn correct. Alle relevante bewijsstukken zijn als bijlage toegevoegd.
Ondertekening
6. ONDERTEKENING
Plaats: [Plaats Ondertekening]
Datum: [Datum Ondertekening]
Naam begiftigde: [Begiftigde Naam]
Handtekening: __________________________
Bij elektronische indiening via Mijn Belastingdienst geldt de DigiD-bevestiging als rechtsgeldige ondertekening conform Awb art. 6:5.
BIJLAGEN: bankafschriften, eventuele notariële akte, waardebepaling effecten of onroerend goed, BOR-documentatie.
Begiftigde (aangifteplichtige)
________________
Signature
Wat is Schenkbelasting Aangifte Nederland?
De Schenkbelasting Aangifte in Nederland is de opgave waarmee een begiftigde een belaste schenking aan de Belastingdienst aangeeft, op grond van de aangifteplicht van Successiewet 1956 art. 45. Aangifte is verplicht wanneer de schenking de jaarlijkse vrijstelling overschrijdt; het tarief loopt onder Successiewet art. 24 op van tien tot veertig procent afhankelijk van de verwantschap en de omvang, en de schenker is op grond van Successiewet art. 47 hoofdelijk aansprakelijk als de begiftigde geen aangifte doet.
De Successiewet 1956 vormt de primaire wettelijke grondslag voor schenkbelasting in Nederland. Art. 1 definieert het belastbaar feit; art. 5 bepaalt de heffingsgrondslag als de waarde in het economisch verkeer minus toepasselijke vrijstellingen; art. 24 geeft de tarieven (10% tot 40% afhankelijk van verkrijger en omvang); art. 32 en 33 regelen de vrijstellingen; art. 45 schrijft voor wanneer aangifte moet worden gedaan. De aangifte moet worden ingediend door de begiftigde (art. 45 lid 1), maar de schenker is hoofdelijk aansprakelijk voor de schenkbelasting indien de begiftigde niet aangeeft (art. 47 Successiewet 1956).
Schenkbelasting verschilt van erfbelasting: erfbelasting (Successiewet 1956 art. 1 lid 1 onderdeel 1) wordt geheven over verkrijging door overlijden, terwijl schenkbelasting over verkrijging door schenking gaat. Beide belastingen zijn vervat in de Successiewet 1956 en worden geheven door de Belastingdienst. Een schenking is conform BW art. 7:175 een overeenkomst om niet waarbij de ene partij ten koste van zijn eigen vermogen de andere partij verrijkt; de aanvaarding door de begiftigde is vereist (BW art. 7:177).
De aangifte onderscheidt zich van de schenkingsovereenkomst zelf: de schenkingsovereenkomst is een privaatrechtelijk document dat de rechtsverhouding tussen schenker en begiftigde regelt, terwijl de schenkbelasting aangifte een publiekrechtelijk document is dat de fiscale verplichtingen jegens de Belastingdienst vaststelt. Voor schenkingen van onroerend goed is een notariële akte verplicht (BW art. 7:175 lid 2); voor andere schenkingen boven de jaarlijkse vrijstelling is aangifte schenkbelasting verplicht bij de Belastingdienst.
De aangifteplicht geldt ongeacht of de begiftigde ook daadwerkelijk schenkbelasting verschuldigd is na aftrek van vrijstellingen. Zolang de schenking de jaarlijkse vrijstelling overschrijdt, moet aangifte worden gedaan. De Belastingdienst legt vervolgens een aanslag op als daadwerkelijk belasting verschuldigd is, conform de tarieven van Successiewet 1956 art. 24. Bij schenkingen tot de jaarlijkse vrijstelling hoeft geen aangifte te worden gedaan.
In 2026 gelden de volgende vrijstellingen voor schenkingen: de jaarlijkse vrijstelling voor kinderen bedraagt € 6.035 (conform Successiewet 1956 art. 33 lid 1 onderdeel 5); de eenmalig verhoogde vrijstelling voor kinderen van 18 tot 40 jaar voor het eigen huis bedraagt € 31.813 (art. 33 lid 1 onderdeel 5a, de jubelton is afgeschaft per 2024); de vrije jaarlijkse vrijstelling voor andere begiftigden bedraagt € 2.658 (art. 33 lid 1 onderdeel 7); de vrijstelling voor ANBI's is volledig. Schenkingen van ouders aan kinderen die een onderneming of aandelen overnemen vallen mogelijk onder de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) van Successiewet 1956 art. 35b, met een vrijstelling tot 100% van de ondernemingswaarde.
De Belastingdienst controleert schenkbelasting aangiften op basis van meldingen in het kadaster (bij onroerend goed), bankonderzoeken, en vergelijking met successieaangiften. Onjuiste of niet-gedane aangifte kan leiden tot vergrijpboetes (AWR art. 67d) en navordering (AWR art. 16). Het model op forms-legal.com helpt bij een correcte en volledige aangifte schenkbelasting.
Wanneer heeft u Schenkbelasting Aangifte Nederland nodig?
De Schenkbelasting Aangifte Nederland moet worden ingediend in de volgende situaties.
Schenking boven de jaarlijkse vrijstelling van ouders aan kinderen. Wanneer ouders in een kalenderjaar meer dan € 6.035 schenken aan een kind, is aangifte schenkbelasting verplicht voor het meerdere boven de vrijstelling. Bij meerdere schenkingen in een jaar worden alle schenkingen van dezelfde schenker aan dezelfde begiftigde in dat jaar opgeteld. De aangifte moet worden ingediend door het kind (begiftigde) bij de Belastingdienst binnen twee maanden na het kalenderjaar van de schenking (Successiewet 1956 art. 45).
Schenking van geld, effecten of onderneming boven de vrije jaarlijkse vrijstelling. Bij schenkingen van een ouder of andere derde aan een begiftigde die de vrijstelling van € 2.658 overschrijden, is aangifte verplicht. Schenkingen kunnen betreffen: contant geld, bankoverboekingen, effecten (aandelen, obligaties), kwijtschelding van schulden (BW art. 6:160), afzien van rente op een lening, en overdracht van vermogensbestanddelen beneden marktwaarde. Elk van deze vormen telt mee voor de heffingsgrondslag van Successiewet 1956 art. 5.
Gebruik van de eenmalig verhoogde vrijstelling voor studiekosten. Voor kinderen van 18 tot 40 jaar kan eenmalig een verhoogde vrijstelling van € 60.298 worden benut voor een dure studie (Successiewet 1956 art. 33 lid 1 onderdeel 5b). Bij gebruik van deze verhoogde vrijstelling moet aangifte worden gedaan en het vrije bestedingsdoel (dure studie) worden aangetoond. Na afschaffing van de jubelton per 1 januari 2024 is deze studievrijstelling de voornaamste eenmalige verhoging.
Bedrijfsopvolgingsvrijstelling bij schenking van onderneming of aandelenbelang. Bij schenking van een IB-onderneming of aanmerkelijk belang in een BV of NV, kan de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) van Successiewet 1956 art. 35b worden toegepast. De BOR vrijstelling bedraagt 100% van de going-concernwaarde tot € 1.325.253 en 83% van het meerdere (2026). Aangifte is verplicht; de BOR-toepassing moet uitdrukkelijk worden verzocht. De Belastingdienst beoordeelt of aan de voorwaarden (ondernemingsvermogen, actieve onderneming, bezitseis schenker vijf jaar) is voldaan.
Schenking van onroerend goed of overdracht beneden marktwaarde. Bij schenking van vastgoed of bij een verkoop beneden de marktwaarde aan familieleden (waarbij het verschil als schenking geldt conform BW art. 7:175), is aangifte schenkbelasting verplicht als de geschonken waarde de vrijstelling overschrijdt. De overdrachtsbelasting (Wet belastingen van rechtsverkeer art. 2; 2% voor woonhuizen) en de schenkbelasting kunnen gelijktijdig worden geheven. Voor de schenking van onroerend goed aan kinderen geldt het kind-tarief van art. 24 Successiewet 1956.
Kwijtschelding van onderlinge leningen tussen familieleden. Wanneer ouders een lening aan hun kind kwijtschelden, is het kwijtgescholden bedrag een schenking voor de Successiewet 1956. Als de kwijtschelding de jaarlijkse vrijstelling overschrijdt, moet aangifte worden gedaan. Hetzelfde geldt bij rentevrijstelling: als ouders geen rente berekenen op een lening aan het kind, is de marktconforme rente een jaarlijkse schenking.
Schenking door in het buitenland wonende schenker met Nederlandse ontvanger. Als de schenker in het buitenland woont maar de begiftigde in Nederland, gelden bijzondere regels. Als de schenker een Nederlander is die minder dan tien jaar geleden in Nederland woonde, wordt hij voor Successiewet 1956 nog als inwoner aangemerkt (fictief ingezeteneschap art. 3 Successiewet 1956). Aangifte moet ook dan door de begiftigde worden gedaan bij de Belastingdienst.
Wat moet er in uw Schenkbelasting Aangifte Nederland staan?
De Schenkbelasting Aangifte Nederland bevat de volgende verplichte onderdelen voor een correcte en ontvankelijke aangifte bij de Belastingdienst.
Gegevens van de begiftigde. Naam, adres, BSN (burgerservicenummer), geboortedatum, en contactgegevens van degene die de schenking heeft ontvangen. De begiftigde is de aangifteplichtige conform Successiewet 1956 art. 45. Bij een minderjarig kind worden de gegevens van de wettelijk vertegenwoordiger (ouder of voogd) eveneens vermeld. Het BSN is verplicht voor de koppeling met het Belastingdienst-systeem.
Gegevens van de schenker. Naam, adres, BSN (of RSIN voor rechtspersonen), en relatie tot de begiftigde (ouder, grootouder, partner, overige). De relatie is bepalend voor het toepasselijke tarief (Successiewet 1956 art. 24: tariefgroep 1 voor kinderen en partners, tariefgroep 1a voor kleinkinderen, tariefgroep 2 voor overige verkrijgers) en de geldende vrijstelling (Successiewet 1956 art. 33).
Omschrijving en waarde van de schenking. Beschrijving van de geschonken vermogensbestanddelen: contant geld, overboekingen (met rekeningnummer en datum), effecten (ISIN, aantal, koers), onroerend goed (kadastrale aanduiding, WOZ-waarde), kwijtschelding van schuld (bedrag en omschrijving lening), of andere vermogensbestanddelen. De waarde wordt conform Successiewet 1956 art. 21 vastgesteld op de waarde in het economisch verkeer op het moment van de schenking.
Datum van de schenking. De exacte datum waarop de schenking is gedaan (bij contant: overhandigingsdatum; bij bankoverschrijving: valutadatum; bij onroerend goed: datum notariële akte conform BW art. 7:2). De datum bepaalt in welk belastingjaar de aangifte moet worden ingediend en welke vrijstellingen van toepassing zijn.
Toepassing van vrijstelling. Vermelding van de toepasselijke vrijstelling conform Successiewet 1956 art. 33: jaarlijkse vrijstelling voor kinderen (€ 6.035), jaarlijkse vrijstelling overig (€ 2.658), eenmalige verhoogde vrijstelling studiekosten (€ 60.298 voor kinderen 18-40), of bedrijfsopvolgingsregeling (BOR art. 35b). De vrijstelling wordt in mindering gebracht op de heffingsgrondslag. forms-legal.com biedt een compleet model voor de schenkbelasting aangifte; voor de definitieve indiening bij de Belastingdienst wordt verwezen naar de belastingaangifte inkomstenbelasting en de schenkingsovereenkomst als onderliggende documenten.
Berekeningsvak voor verschuldigde schenkbelasting. Berekening conform art. 24 Successiewet 1956: waarde schenking minus vrijstelling = belaste verkrijging; belaste verkrijging vermenigvuldigd met het toepasselijke tarief (tariefgroep 1 kind/partner: 10% tot € 138.641, 20% daarboven; tariefgroep 1a kleinkind: 18% tot € 138.641, 36% daarboven; tariefgroep 2 overig: 30% tot € 138.641, 40% daarboven). De berekening is ook van belang voor de bezwaarprocedure indien de Belastingdienst een afwijkende aanslag oplegt.
Verklaring en ondertekening door begiftigde. Schriftelijke verklaring dat de opgave naar waarheid is ingevuld conform AWR art. 8 lid 4 (plicht tot juiste aangifte). Eigenhandige handtekening van de begiftigde of diens wettelijke vertegenwoordiger. Bij elektronische aangifte via Mijn Belastingdienst: DigiD-bevestiging als rechtsgeldige ondertekening.
Bijlagen. Notariële akte bij schenking van onroerend goed (BW art. 7:2); bankafschriften als bewijs van overboekingen; waardebepaling bij schenking van effecten of onderneming; BOR-verzoek bij bedrijfsopvolgingsregeling; aanvullende documentatie bij verhoogde vrijstellingen. Bewaar alle bijlagen minimaal zeven jaar conform AWR art. 52 (bewaarplicht).
Hoe vult u uw Schenkbelasting Aangifte Nederland in?
Het correct invullen van de Schenkbelasting Aangifte Nederland verloopt in de volgende stappen.
Stap 1 - Controleer of aangifte verplicht is. Bepaal eerst of de ontvangen schenking de toepasselijke vrijstelling overschrijdt. Tel alle schenkingen van dezelfde schenker in het kalenderjaar op. Als het totaal boven de vrijstelling uitkomt (€ 6.035 voor kinderen van ouders; € 2.658 voor overige begiftigden in 2026), is aangifte verplicht. Raadpleeg de jaarlijkse vrijstellingstabellen op de website van de Belastingdienst.
Stap 2 - Verzamel alle benodigde documenten. Verzamel: bankafschriften of kwitanties van de schenking, de schenkingsovereenkomst (indien opgesteld), eventuele notariële akte bij onroerend goed, waardeopgave bij effecten of aanmerkelijk belang, en de persoonsgegevens (BSN) van zowel schenker als begiftigde.
Stap 3 - Vul de gegevens van begiftigde en schenker in. Vermeld de volledige naam, het BSN, geboortedatum, adres, postcode en woonplaats van de begiftigde (degene die aangifte doet). Vermeld vervolgens de volledige naam, BSN of RSIN, en het adres van de schenker. Vermeld de relatie (ouder, grootouder, overig).
Stap 4 - Beschrijf de schenking. Geef een nauwkeurige omschrijving van de geschonken vermogensbestanddelen. Vermeld bij geldschenkingen het overgeboeide bedrag, de datum van overboeking (valutadatum bankafschrift), en het rekeningnummer van schenker en begiftigde. Bij schenking van effecten: ISIN-code, aantal stukken, koers op schenkingsdatum. Bij onroerend goed: kadastrale aanduiding (gemeente, sectie, perceelnummer), datum notariële akte, en WOZ-waarde.
Stap 5 - Vermeld de vrijstelling en bereken de belaste verkrijging. Vermeld de toepasselijke vrijstelling en trek deze af van de waarde van de schenking. De rest is de belaste verkrijging. Bij meerdere schenkingen in het jaar van dezelfde schenker: tel al eerder gebruikte vrijstelling in het lopende jaar mee.
Stap 6 - Bereken de verschuldigde schenkbelasting. Pas het juiste tarief toe uit Successiewet 1956 art. 24 op de belaste verkrijging. Tariefgroep 1 (kinderen, partners): 10% over de eerste € 138.641, 20% over het meerdere. Tariefgroep 1a (kleinkinderen): 18% over de eerste € 138.641, 36% over het meerdere. Tariefgroep 2 (overig): 30% over de eerste € 138.641, 40% over het meerdere.
Stap 7 - Voeg eventuele bijzondere vrijstellingen toe. Als gebruik wordt gemaakt van de eenmalig verhoogde vrijstelling studiekosten (€ 60.298) of de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR art. 35b Successiewet 1956), vermeld dit expliciet. Voeg de vereiste bewijsstukken bij (studiekosten-facturen voor studieschenking; jaarrekening en BOR-berekening bij onderneming).
Stap 8 - Onderteken en dien in. De aangifte kan elektronisch via Mijn Belastingdienst worden ingediend met DigiD (particulieren). Papieren aangifte kan per post naar de Belastingdienst. Bewaar de verzendbevestiging. De aangifte moet worden ingediend vóór 1 maart van het jaar volgend op het jaar van de schenking (conform Successiewet 1956 art. 45; voor schenkingen in 2025: uiterlijk 1 maart 2026).
Wettelijke vereisten voor Schenkbelasting Aangifte Nederland
De Schenkbelasting Aangifte Nederland is gebonden aan de volgende wettelijke vereisten.
Aangiftetermijn (Successiewet 1956 art. 45 juncto AWR art. 9). De aangifte schenkbelasting moet worden ingediend binnen twee maanden na het kalenderjaar van de schenking; in de praktijk is de uiterste datum 1 maart van het volgende jaar (voor schenkingen in 2025: uiterlijk 1 maart 2026). De Belastingdienst kan op verzoek uitstel verlenen. Te late aangifte leidt tot een verzuimboete (AWR art. 67a), en bij opzet of grove schuld tot een vergrijpboete (AWR art. 67d). Naheffing is mogelijk tot vijf jaar na het belastbaar feit conform AWR art. 16.
Belastingplicht en vrijstellingen (Successiewet 1956 art. 1, 5, 33). Belastingplichtige is de begiftigde (ontvanger van de schenking). Vrijgesteld zijn schenkingen tot de jaarlijkse drempel: € 6.035 voor kinderen van ouders (2026), € 2.658 voor anderen. Eenmalige verhoogde vrijstelling voor studiekosten van kinderen 18-40 jaar: € 60.298 (art. 33 lid 1 onderdeel 5b). ANBI-schenkingen zijn volledig vrijgesteld (art. 33 lid 1 onderdeel 3). Schenkingen aan een SBBI (sociaal belang behartigende instelling) zijn vrijgesteld tot € 2.000.
Tarieven (Successiewet 1956 art. 24). Tariefgroep 1 (kinderen, pleegkinderen, partners): 10% over € 0-138.641, 20% over meerdere. Tariefgroep 1a (kleinkinderen en overige nakomelingen): 18% over € 0-138.641, 36% over meerdere. Tariefgroep 2 (overigen inclusief broers, zussen, neven, nichten, vrienden): 30% over € 0-138.641, 40% over meerdere. Tarieven worden jaarlijks geïndexeerd door de Belastingdienst.
Bedrijfsopvolgingsregeling (Successiewet 1956 art. 35b). Bij schenking van een onderneming of aanmerkelijk belang zijn bijzondere regels van toepassing. De schenker moet de onderneming of het aanmerkelijk belang minimaal vijf jaar in bezit hebben gehad. De BOR-vrijstelling is 100% over de going-concernwaarde tot € 1.325.253 en 83% van het meerdere. Het verzoek om BOR moet worden gedaan bij de aangifte; de Belastingdienst beoordeelt de kwalificerende ondernemingsactiviteiten.
Juistheid en volledigheid van aangifte (AWR art. 8). De begiftigde is verplicht een juiste en volledige aangifte te doen. De Belastingdienst heeft bevoegdheid tot navraag (AWR art. 47) en navordering (AWR art. 16). Onjuiste aangifte, door opzet of grove schuld, kan leiden tot vergrijpboetes tot 100% van de verschuldigde belasting. Bij vrijwillige verbetering (inkeer, AWR art. 65) vóór aankondiging van controle kan de boete worden voorkomen.
Betaling en aanslag (AWR art. 9; Successiewet 1956 art. 45 lid 2). Na ontvangst van de aangifte legt de Belastingdienst een aanslag op. Betaling geschiedt binnen de betalingstermijn vermeld op de aanslag. Bij bezwaar tegen de aanslag: zes weken bezwaartermijn conform AWR art. 22j. Bij beroep: rechtbank sector belastingrecht, griffierecht € 51 (particulieren). Zie ook het bezwaarschrift Belastingdienst als aanvullend document.
Veelgemaakte fouten bij uw Schenkbelasting Aangifte Nederland
Bij de Schenkbelasting Aangifte Nederland worden de volgende fouten regelmatig gemaakt.
Fout 1 - Aangifte niet doen omdat belasting toch nihil is. Zelfs als na aftrek van vrijstellingen geen belasting verschuldigd is, moet aangifte worden gedaan als de schenking de jaarlijkse vrijstelling overschrijdt. Het niet doen van aangifte is een overtreding van Successiewet 1956 art. 45 en kan leiden tot een verzuimboete (AWR art. 67a). De Belastingdienst kan bij een nalevingscontrole vragen waarom geen aangifte is ingediend.
Fout 2 - Verkeerde relatie opgeven waardoor onjuist tarief wordt gehanteerd. Het tarief van Successiewet 1956 art. 24 hangt af van de relatie tussen schenker en begiftigde. Een kind dat aangifte doet als overige verwant (tariefgroep 2) in plaats van als kind van de schenker (tariefgroep 1) betaalt onnodig meer belasting. Controleer de familierelatie nauwkeurig en vermeld deze correct.
Fout 3 - Vrijstelling te hoog of dubbel toepassen. De jaarlijkse vrijstelling van € 6.035 (kinderen) of € 2.658 (overig) is een jaardrempel per combinatie schenker-begiftigde. Als er meerdere schenkingen zijn in hetzelfde kalenderjaar van dezelfde schenker, mag de vrijstelling maar éénmaal worden toegepast. Begiftigden die meerdere schenkingen ontvangen van dezelfde ouder in één jaar, optellen en slechts één keer de vrijstelling aftrekken.
Fout 4 - Niet alle schenkingen in het jaar optellen. Alle schenkingen van dezelfde schenker aan dezelfde begiftigde in één kalenderjaar worden opgeteld voor de heffingsgrondslag van Successiewet 1956 art. 5. Vergeten schenkingen (kleine contante giften, betaalde rekeningen, geld dat weggegeven werd als verjaarscadeau boven de vrijstelling) kunnen leiden tot naheffing.
Fout 5 - Waarde onjuist bepalen bij schenkingen in natura. Bij schenking van effecten, onroerend goed, of bedrijfsaandelen geldt de waarde in het economisch verkeer op de schenkingsdatum (Successiewet 1956 art. 21). Begiftigden die de WOZ-waarde gebruiken voor onroerend goed in plaats van de vrije verkoopwaarde, of die de nominale aandelenwaarde gebruiken in plaats van de economische waarde, riskeren naheffing en vergrijpboetes.
Fout 6 - Eenmalige verhoogde vrijstelling niet tijdig aanvragen. De eenmalig verhoogde vrijstelling voor studiekosten (€ 60.298 voor kinderen 18-40 jaar) moet bij de aangifte worden aangevraagd. Het verzoek is te laat als de aangifte al is ingediend zonder dit verzoek. Bij verzuim kan navordering volgen.
Fout 7 - Vergeten bijlagen toe te voegen. De Belastingdienst verlangt bij de aangifte bewijsstukken, met name bij gebruik van de BOR of verhoogde vrijstellingen. Ontbrekende bijlagen vertragen de afhandeling en kunnen leiden tot informatieve beschikking (AWR art. 47) of aanslagopleg zonder BOR-vrijstelling.
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Schenkbelasting Aangifte Nederland (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/financial/forms/schenkbelasting-aangifte
"Schenkbelasting Aangifte Nederland (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/financial/forms/schenkbelasting-aangifte.
@misc{formslegal-schenkbelasting-aangifte,
author = {{Forms Legal}},
title = {Schenkbelasting Aangifte Nederland (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/financial/forms/schenkbelasting-aangifte}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
Schenkbelasting aangifte is verplicht conform Successiewet 1956 art. 45 wanneer u in een kalenderjaar een schenking heeft ontvangen die de geldende vrijstelling overschrijdt. In 2026 bedraagt de jaarlijkse vrijstelling voor kinderen die een schenking van hun ouders ontvangen € 6.035; voor alle overige begiftigden (broers, zussen, vrienden, zakelijke relaties) € 2.658. Als de totale schenkingen van dezelfde schenker in één kalenderjaar boven deze drempel uitkomen, bent u verplicht aangifte te doen bij de Belastingdienst, ook als u na aftrek van de vrijstelling geen belasting verschuldigd bent. De aangifte moet worden ingediend vóór 1 maart van het jaar volgend op het jaar van de schenking. Bij meerdere schenkingen van dezelfde schenker in één jaar telt u alle bedragen bij elkaar op en past u de vrijstelling slechts één keer toe. Schenkingen van onroerend goed boven de vrijstelling vereisen aangifte naast de notariële akte (BW art. 7:2). De begiftigde is de aangifteplichtige; de schenker is hoofdelijk aansprakelijk bij non-aangifte (Successiewet 1956 art. 47).
De tarieven voor schenkbelasting in Nederland worden bepaald door Successiewet 1956 art. 24 en zijn afhankelijk van de relatie tussen schenker en begiftigde én van de hoogte van de belaste verkrijging (na aftrek van vrijstellingen). Er zijn drie tariefgroepen. Tariefgroep 1 geldt voor kinderen, pleegkinderen, en partners van de schenker: 10% over de eerste € 138.641 van de belaste verkrijging, 20% over het meerdere. Tariefgroep 1a geldt voor kleinkinderen en overige afstammelingen (achterkleinkinderen): 18% over de eerste € 138.641, 36% over het meerdere. Tariefgroep 2 geldt voor alle overige verkrijgers, waaronder broers, zussen, neven, nichten, vrienden en zakelijke relaties: 30% over de eerste € 138.641, 40% over het meerdere. De tariefgrenzen worden jaarlijks geïndexeerd door de Belastingdienst. Voorbeeld: een kind dat een schenking van € 50.000 van zijn ouder ontvangt (boven de vrijstelling van € 6.035), betaalt 10% over € 43.965 = € 4.396,50 schenkbelasting. Een vriend die dezelfde schenking ontvangt, betaalt 30% over € 47.342 = € 14.202,60. Het is dus fiscaal aanzienlijk gunstiger om te schenken aan kinderen dan aan derden.
De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) van Successiewet 1956 art. 35b biedt een aanzienlijke vrijstelling bij schenking van een onderneming of aanmerkelijk belang (≥5% in een BV of NV). De BOR-vrijstelling bedraagt in 2026 100% van de going-concernwaarde van de onderneming tot € 1.325.253, en 83% van het meerdere boven die grens. Dit betekent dat bij een onderneming met een waarde van € 2.000.000, de eerste € 1.325.253 volledig is vrijgesteld en over 83% van de resterende € 674.747 geen schenkbelasting wordt geheven. De BOR geldt alleen als de schenker de onderneming of het aanmerkelijk belang minimaal vijf jaar heeft gehouden (bezitseis voor aandelen). De begiftigde (kind, opvolger) moet de onderneming minimaal vijf jaar voortzetten; anders wordt de vrijstelling ingetrokken. Het verzoek om toepassing van de BOR moet worden gedaan bij de aangifte schenkbelasting. De Belastingdienst beoordeelt of aan alle voorwaarden is voldaan, inclusief de eis dat het overgedragen vermogen kwalificeert als ondernemingsvermogen (Successiewet 1956 art. 35c). Houd er rekening mee dat aandelenpakketten in beleggingsvennootschappen in principe niet kwalificeren voor BOR, tenzij de vennootschap een actieve onderneming drijft conform de Wet IB 2001.
De schenkbelasting aangifte kan op twee manieren worden ingediend bij de Belastingdienst. Via Mijn Belastingdienst online: log in met DigiD (particulieren) of eHerkenning (zakelijk) op belastingdienst.nl, kies het onderdeel Aangifte schenkbelasting en volg de stappen. U kunt de aangifte invullen en digitaal indienen; de DigiD-bevestiging geldt als rechtsgeldige ondertekening conform Awb art. 6:5. Na indiening ontvangt u een ontvangstbevestiging via Mijn Berichten in Mijn Belastingdienst. Via papieren aangifte: u kunt het aangifteformulier schenkbelasting downloaden van de website van de Belastingdienst, invullen, ondertekenen en per post sturen naar Belastingdienst, Postbus 2865, 6401 DJ Heerlen. Gebruik bij voorkeur aangetekende post voor bewijs van tijdige indiening. Bijlagen (bankafschriften, notariële akten, waardebepaling effecten, BOR-documentatie) voegt u toe als bijlage. De uiterste indieningsdatum is 1 maart van het jaar volgend op het schenkingsjaar. De Belastingdienst verstuurt de aanslag doorgaans binnen drie maanden na ontvangst van de aangifte. Bij bezwaar tegen de aanslag heeft u zes weken de tijd conform AWR art. 22j. Raadpleeg ook het model schenkingsovereenkomst en het bezwaarschrift Belastingdienst als aanvullende documenten op forms-legal.com.
De zogenoemde jubelton — de hoge eenmalige vrijstelling van € 106.671 voor schenking van geld voor een eigen woning — is per 1 januari 2024 volledig afgeschaft. Dit betekent dat schenkingen van geld voor een eigen woning vanaf 1 januari 2024 niet meer zijn vrijgesteld op basis van de eigen-woningleiding. Voor 2024 en 2025 gelden alleen de reguliere jaarlijkse vrijstellingen (€ 6.035 voor kinderen van ouders) en de eenmalig verhoogde vrijstelling voor studiekosten (€ 60.298 voor kinderen van 18 tot 40 jaar voor een dure studie, Successiewet 1956 art. 33 lid 1 onderdeel 5b). Als u uw kind wel wil helpen bij de aankoop van een eigen woning, zijn er andere methoden: een leningsconstructie (geen schenking, dus geen schenkbelasting), periodiek schenken tot de jaarlijkse vrijstelling, of een BOR-constructie bij een onderneming. Wel is er nog de mogelijkheid om uw kind een aandeel in de woning te geven via de overdrachtsbelasting-vrijstelling (Wet belastingen van rechtsverkeer art. 15 lid 1 onderdeel e voor samenwoners). Raadpleeg een belastingadviseur of notaris voor een fiscaal optimale structuur.
Als u vergeten bent tijdig aangifte schenkbelasting te doen, zijn er meerdere opties. Bij vrijwillige inkeer (AWR art. 65): als u zelf meldt dat u verzuimd heeft aangifte te doen, vóórdat de Belastingdienst een controle of navraag aankondigt, kan de vergrijpboete worden verminderd of zelfs worden kwijtgescholden. U dient alsnog aangifte te doen en de verschuldigde belasting te betalen, vermeerderd met belastingrente (AWR art. 30f). Bij verzuimboete: als de Belastingdienst zelf ontdekt dat u geen aangifte heeft gedaan, legt de Belastingdienst een verzuimboete op van maximaal € 5.514 (AWR art. 67a, 2026). Bij opzet of grove schuld kan een vergrijpboete tot 100% van de verschuldigde belasting worden opgelegd (AWR art. 67d). Navordering is mogelijk tot vijf jaar na afloop van het belastingjaar (AWR art. 16). Boetes kunnen worden bestreden via een bezwaarschrift Belastingdienst binnen zes weken na de boetebeschikking. Raadpleeg een belastingadviseur (belastingadviseur lid van het NOB of RB) of een advocaat gespecialiseerd in belastingrecht bij grotere bedragen.
Nee, kleine schenkingen onder de jaarlijkse vrijstelling zijn vrijgesteld van schenkbelasting en hoeven niet te worden aangegeven. De jaarlijkse vrijstelling bedraagt in 2026 € 6.035 voor schenkingen van ouders aan kinderen (Successiewet 1956 art. 33 lid 1 onderdeel 5) en € 2.658 voor schenkingen van alle andere personen aan de begiftigde (art. 33 lid 1 onderdeel 7). Gaat u in een jaar een schenking van bijvoorbeeld € 100 ontvangen van een ouder, dan valt dit volledig binnen de vrijstelling en bent u geen schenkbelasting verschuldigd en hoeft u geen aangifte te doen. Als de totale schenkingen van dezelfde ouder in één jaar echter meer dan € 6.035 bedragen, moet u over het meerdere schenkbelasting betalen en aangifte doen. Let op: kleine giften in natura (kleren, voedsel, een computer voor de studie) tellen ook mee als ze de vrijstelling overschrijden. Zakgeld, kosten van levensonderhoud en scholingskosten die ouders betalen voor jonge kinderen vallen niet onder de schenkingsregels (BW art. 7:186 geeft de definitie van schenking: bevroming van de schenker; gebruikelijke kosten van levensonderhoud zijn uitgesloten van schenkbelasting).
Bij schenkingen vanuit het buitenland gelden bijzondere regels onder de Successiewet 1956. Als de schenker in Nederland woont ten tijde van de schenking, is schenkbelasting altijd verschuldigd ongeacht de woonplaats van de begiftigde, conform Successiewet 1956 art. 1 lid 1. Als de schenker in het buitenland woont maar een Nederlander is die minder dan tien jaar geleden Nederland heeft verlaten, geldt het fictieve ingezetenebeginsel van art. 3 Successiewet 1956: hij wordt nog steeds als inwoner aangemerkt en de schenking is belastbaar in Nederland. Als de schenker al meer dan tien jaar in het buitenland woont, is de Nederlandse schenkbelasting in beginsel niet van toepassing; dan gelden de regels van het woonland van de schenker. Let op: als de schenker onroerend goed in Nederland schenkt, is de schenking altijd in Nederland belastbaar ongeacht de woonplaats van de schenker (situs-beginsel). Bij internationale schenkingen is belastingadvies van een internationaal gespecialiseerde belastingadviseur (lid van het NOB) aan te raden om dubbele belasting te voorkomen. Het model schenkbelasting aangifte van forms-legal.com bevat een rubriek voor internationale schenkingen.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Schenkingsovereenkomst (Nederland)
Schenkingsovereenkomst ex artikel 7:175 BW met schenker, begiftigde, omschrijving van het geschenk, en eventuele schenking op papier (artikel 7:177 BW) voor estate planning.
Schenking Eigen Woning (Nederland)
Notariële schenkingsovereenkomst ex artikel 7:175 BW met fiscale verklaring eigen woning krachtens artikel 33 Successiewet 1956 (jubelton-regeling, eenmalig hoog vrijgesteld bedrag voor aankoop, verbetering of aflossing eigen woning).
Periodieke Schenkingsovereenkomst (Nederland)
Onderhandse of notariële periodieke schenkingsovereenkomst ex artikel 6.38 Wet IB 2001 jo. artikel 33 Successiewet 1956 voor structurele schenkingen aan een ANBI of vereniging gedurende minimaal vijf jaar, met volledige aftrek inkomstenbelasting zonder drempel.
Aangifte Inkomstenbelasting (IB-aangifte) Nederland
Werkblad voor de jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting bij de Belastingdienst conform Wet IB 2001 art. 2.3. Boxenstelsel 1 (werk en woning), 2 (aanmerkelijk belang) en 3 (sparen en beleggen).
Bezwaarschrift Belastingdienst Nederland
Bezwaarschrift tegen een aanslag of beschikking van de Belastingdienst conform AWR art. 26 en Awb art. 7:1. In te dienen binnen zes weken na dagtekening.