Skip to main content

Schenkbelasting Aangifte Nederland

Schenkbelasting Aangifte Nederland

AANGIFTE SCHENKBELASTING NEDERLAND

Op grond van Successiewet 1956 art. 45 en Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) art. 8

AAN: De Belastingdienst

Aangifte schenkbelasting — belastingjaar van de schenking

Gegevens begiftigde

1. GEGEVENS BEGIFTIGDE (AANGIFTEPLICHTIGE)

Naam: [Begiftigde Naam]

BSN: [Begiftigde B S N]

Geboortedatum: [Begiftigde Geboortedatum]

Adres: [Begiftigde Adres]

E-mail: [Begiftigde Email]

Gegevens schenker

2. GEGEVENS SCHENKER

Naam schenker: [Schenker Naam]

BSN / KVK / RSIN: [Schenker B S N]

Adres schenker: [Schenker Adres]

Relatie tot schenker: [Relatie Tot Schenker]

Omschrijving schenking

3. OMSCHRIJVING EN WAARDE VAN DE SCHENKING

Soort schenking: [Soort Schenking]

Omschrijving: [Omschrijving Schenking]

Datum van de schenking: [Datum Schenking]

Brutobedrag van de schenking: EUR [Waarde Brutoschenking]

Vrijstelling en belastingberekening

4. VRIJSTELLING EN BEREKENING SCHENKBELASTING (Successiewet 1956 art. 24 en 33)

Toepasselijke vrijstelling: [Soort Vrijstelling]

Bedrag vrijstelling: EUR [Bedrag Vrijstelling]

Belaste verkrijging (bruto minus vrijstelling): EUR [Belate Verkrijging]

Verschuldigde schenkbelasting: EUR [Verschuldigde Schenkbelasting]

5. VERKLARING (AWR art. 8 lid 4)

Ondergetekende verklaart dat bovenstaande aangifte naar waarheid en volledig is ingevuld. De schenking en de opgegeven waarde zijn correct. Alle relevante bewijsstukken zijn als bijlage toegevoegd.

Ondertekening

6. ONDERTEKENING

Plaats: [Plaats Ondertekening]

Datum: [Datum Ondertekening]

Naam begiftigde: [Begiftigde Naam]

Handtekening: __________________________

Bij elektronische indiening via Mijn Belastingdienst geldt de DigiD-bevestiging als rechtsgeldige ondertekening conform Awb art. 6:5.

BIJLAGEN: bankafschriften, eventuele notariële akte, waardebepaling effecten of onroerend goed, BOR-documentatie.

Begiftigde (aangifteplichtige)

________________

Signature

Wat is Schenkbelasting Aangifte Nederland?

De Schenkbelasting Aangifte in Nederland is de opgave waarmee een begiftigde een belaste schenking aan de Belastingdienst aangeeft, op grond van de aangifteplicht van Successiewet 1956 art. 45. Aangifte is verplicht wanneer de schenking de jaarlijkse vrijstelling overschrijdt; het tarief loopt onder Successiewet art. 24 op van tien tot veertig procent afhankelijk van de verwantschap en de omvang, en de schenker is op grond van Successiewet art. 47 hoofdelijk aansprakelijk als de begiftigde geen aangifte doet.

De Successiewet 1956 vormt de primaire wettelijke grondslag voor schenkbelasting in Nederland. Art. 1 definieert het belastbaar feit; art. 5 bepaalt de heffingsgrondslag als de waarde in het economisch verkeer minus toepasselijke vrijstellingen; art. 24 geeft de tarieven (10% tot 40% afhankelijk van verkrijger en omvang); art. 32 en 33 regelen de vrijstellingen; art. 45 schrijft voor wanneer aangifte moet worden gedaan. De aangifte moet worden ingediend door de begiftigde (art. 45 lid 1), maar de schenker is hoofdelijk aansprakelijk voor de schenkbelasting indien de begiftigde niet aangeeft (art. 47 Successiewet 1956).

Schenkbelasting verschilt van erfbelasting: erfbelasting (Successiewet 1956 art. 1 lid 1 onderdeel 1) wordt geheven over verkrijging door overlijden, terwijl schenkbelasting over verkrijging door schenking gaat. Beide belastingen zijn vervat in de Successiewet 1956 en worden geheven door de Belastingdienst. Een schenking is conform BW art. 7:175 een overeenkomst om niet waarbij de ene partij ten koste van zijn eigen vermogen de andere partij verrijkt; de aanvaarding door de begiftigde is vereist (BW art. 7:177).

De aangifte onderscheidt zich van de schenkingsovereenkomst zelf: de schenkingsovereenkomst is een privaatrechtelijk document dat de rechtsverhouding tussen schenker en begiftigde regelt, terwijl de schenkbelasting aangifte een publiekrechtelijk document is dat de fiscale verplichtingen jegens de Belastingdienst vaststelt. Voor schenkingen van onroerend goed is een notariële akte verplicht (BW art. 7:175 lid 2); voor andere schenkingen boven de jaarlijkse vrijstelling is aangifte schenkbelasting verplicht bij de Belastingdienst.

De aangifteplicht geldt ongeacht of de begiftigde ook daadwerkelijk schenkbelasting verschuldigd is na aftrek van vrijstellingen. Zolang de schenking de jaarlijkse vrijstelling overschrijdt, moet aangifte worden gedaan. De Belastingdienst legt vervolgens een aanslag op als daadwerkelijk belasting verschuldigd is, conform de tarieven van Successiewet 1956 art. 24. Bij schenkingen tot de jaarlijkse vrijstelling hoeft geen aangifte te worden gedaan.

In 2026 gelden de volgende vrijstellingen voor schenkingen: de jaarlijkse vrijstelling voor kinderen bedraagt € 6.035 (conform Successiewet 1956 art. 33 lid 1 onderdeel 5); de eenmalig verhoogde vrijstelling voor kinderen van 18 tot 40 jaar voor het eigen huis bedraagt € 31.813 (art. 33 lid 1 onderdeel 5a, de jubelton is afgeschaft per 2024); de vrije jaarlijkse vrijstelling voor andere begiftigden bedraagt € 2.658 (art. 33 lid 1 onderdeel 7); de vrijstelling voor ANBI's is volledig. Schenkingen van ouders aan kinderen die een onderneming of aandelen overnemen vallen mogelijk onder de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) van Successiewet 1956 art. 35b, met een vrijstelling tot 100% van de ondernemingswaarde.

De Belastingdienst controleert schenkbelasting aangiften op basis van meldingen in het kadaster (bij onroerend goed), bankonderzoeken, en vergelijking met successieaangiften. Onjuiste of niet-gedane aangifte kan leiden tot vergrijpboetes (AWR art. 67d) en navordering (AWR art. 16). Het model op forms-legal.com helpt bij een correcte en volledige aangifte schenkbelasting.

Wanneer heeft u Schenkbelasting Aangifte Nederland nodig?

De Schenkbelasting Aangifte Nederland moet worden ingediend in de volgende situaties.

Schenking boven de jaarlijkse vrijstelling van ouders aan kinderen. Wanneer ouders in een kalenderjaar meer dan € 6.035 schenken aan een kind, is aangifte schenkbelasting verplicht voor het meerdere boven de vrijstelling. Bij meerdere schenkingen in een jaar worden alle schenkingen van dezelfde schenker aan dezelfde begiftigde in dat jaar opgeteld. De aangifte moet worden ingediend door het kind (begiftigde) bij de Belastingdienst binnen twee maanden na het kalenderjaar van de schenking (Successiewet 1956 art. 45).

Schenking van geld, effecten of onderneming boven de vrije jaarlijkse vrijstelling. Bij schenkingen van een ouder of andere derde aan een begiftigde die de vrijstelling van € 2.658 overschrijden, is aangifte verplicht. Schenkingen kunnen betreffen: contant geld, bankoverboekingen, effecten (aandelen, obligaties), kwijtschelding van schulden (BW art. 6:160), afzien van rente op een lening, en overdracht van vermogensbestanddelen beneden marktwaarde. Elk van deze vormen telt mee voor de heffingsgrondslag van Successiewet 1956 art. 5.

Gebruik van de eenmalig verhoogde vrijstelling voor studiekosten. Voor kinderen van 18 tot 40 jaar kan eenmalig een verhoogde vrijstelling van € 60.298 worden benut voor een dure studie (Successiewet 1956 art. 33 lid 1 onderdeel 5b). Bij gebruik van deze verhoogde vrijstelling moet aangifte worden gedaan en het vrije bestedingsdoel (dure studie) worden aangetoond. Na afschaffing van de jubelton per 1 januari 2024 is deze studievrijstelling de voornaamste eenmalige verhoging.

Bedrijfsopvolgingsvrijstelling bij schenking van onderneming of aandelenbelang. Bij schenking van een IB-onderneming of aanmerkelijk belang in een BV of NV, kan de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) van Successiewet 1956 art. 35b worden toegepast. De BOR vrijstelling bedraagt 100% van de going-concernwaarde tot € 1.325.253 en 83% van het meerdere (2026). Aangifte is verplicht; de BOR-toepassing moet uitdrukkelijk worden verzocht. De Belastingdienst beoordeelt of aan de voorwaarden (ondernemingsvermogen, actieve onderneming, bezitseis schenker vijf jaar) is voldaan.

Schenking van onroerend goed of overdracht beneden marktwaarde. Bij schenking van vastgoed of bij een verkoop beneden de marktwaarde aan familieleden (waarbij het verschil als schenking geldt conform BW art. 7:175), is aangifte schenkbelasting verplicht als de geschonken waarde de vrijstelling overschrijdt. De overdrachtsbelasting (Wet belastingen van rechtsverkeer art. 2; 2% voor woonhuizen) en de schenkbelasting kunnen gelijktijdig worden geheven. Voor de schenking van onroerend goed aan kinderen geldt het kind-tarief van art. 24 Successiewet 1956.

Kwijtschelding van onderlinge leningen tussen familieleden. Wanneer ouders een lening aan hun kind kwijtschelden, is het kwijtgescholden bedrag een schenking voor de Successiewet 1956. Als de kwijtschelding de jaarlijkse vrijstelling overschrijdt, moet aangifte worden gedaan. Hetzelfde geldt bij rentevrijstelling: als ouders geen rente berekenen op een lening aan het kind, is de marktconforme rente een jaarlijkse schenking.

Schenking door in het buitenland wonende schenker met Nederlandse ontvanger. Als de schenker in het buitenland woont maar de begiftigde in Nederland, gelden bijzondere regels. Als de schenker een Nederlander is die minder dan tien jaar geleden in Nederland woonde, wordt hij voor Successiewet 1956 nog als inwoner aangemerkt (fictief ingezeteneschap art. 3 Successiewet 1956). Aangifte moet ook dan door de begiftigde worden gedaan bij de Belastingdienst.

Wat moet er in uw Schenkbelasting Aangifte Nederland staan?

De Schenkbelasting Aangifte Nederland bevat de volgende verplichte onderdelen voor een correcte en ontvankelijke aangifte bij de Belastingdienst.

Gegevens van de begiftigde. Naam, adres, BSN (burgerservicenummer), geboortedatum, en contactgegevens van degene die de schenking heeft ontvangen. De begiftigde is de aangifteplichtige conform Successiewet 1956 art. 45. Bij een minderjarig kind worden de gegevens van de wettelijk vertegenwoordiger (ouder of voogd) eveneens vermeld. Het BSN is verplicht voor de koppeling met het Belastingdienst-systeem.

Gegevens van de schenker. Naam, adres, BSN (of RSIN voor rechtspersonen), en relatie tot de begiftigde (ouder, grootouder, partner, overige). De relatie is bepalend voor het toepasselijke tarief (Successiewet 1956 art. 24: tariefgroep 1 voor kinderen en partners, tariefgroep 1a voor kleinkinderen, tariefgroep 2 voor overige verkrijgers) en de geldende vrijstelling (Successiewet 1956 art. 33).

Omschrijving en waarde van de schenking. Beschrijving van de geschonken vermogensbestanddelen: contant geld, overboekingen (met rekeningnummer en datum), effecten (ISIN, aantal, koers), onroerend goed (kadastrale aanduiding, WOZ-waarde), kwijtschelding van schuld (bedrag en omschrijving lening), of andere vermogensbestanddelen. De waarde wordt conform Successiewet 1956 art. 21 vastgesteld op de waarde in het economisch verkeer op het moment van de schenking.

Datum van de schenking. De exacte datum waarop de schenking is gedaan (bij contant: overhandigingsdatum; bij bankoverschrijving: valutadatum; bij onroerend goed: datum notariële akte conform BW art. 7:2). De datum bepaalt in welk belastingjaar de aangifte moet worden ingediend en welke vrijstellingen van toepassing zijn.

Toepassing van vrijstelling. Vermelding van de toepasselijke vrijstelling conform Successiewet 1956 art. 33: jaarlijkse vrijstelling voor kinderen (€ 6.035), jaarlijkse vrijstelling overig (€ 2.658), eenmalige verhoogde vrijstelling studiekosten (€ 60.298 voor kinderen 18-40), of bedrijfsopvolgingsregeling (BOR art. 35b). De vrijstelling wordt in mindering gebracht op de heffingsgrondslag. forms-legal.com biedt een compleet model voor de schenkbelasting aangifte; voor de definitieve indiening bij de Belastingdienst wordt verwezen naar de belastingaangifte inkomstenbelasting en de schenkingsovereenkomst als onderliggende documenten.

Berekeningsvak voor verschuldigde schenkbelasting. Berekening conform art. 24 Successiewet 1956: waarde schenking minus vrijstelling = belaste verkrijging; belaste verkrijging vermenigvuldigd met het toepasselijke tarief (tariefgroep 1 kind/partner: 10% tot € 138.641, 20% daarboven; tariefgroep 1a kleinkind: 18% tot € 138.641, 36% daarboven; tariefgroep 2 overig: 30% tot € 138.641, 40% daarboven). De berekening is ook van belang voor de bezwaarprocedure indien de Belastingdienst een afwijkende aanslag oplegt.

Verklaring en ondertekening door begiftigde. Schriftelijke verklaring dat de opgave naar waarheid is ingevuld conform AWR art. 8 lid 4 (plicht tot juiste aangifte). Eigenhandige handtekening van de begiftigde of diens wettelijke vertegenwoordiger. Bij elektronische aangifte via Mijn Belastingdienst: DigiD-bevestiging als rechtsgeldige ondertekening.

Bijlagen. Notariële akte bij schenking van onroerend goed (BW art. 7:2); bankafschriften als bewijs van overboekingen; waardebepaling bij schenking van effecten of onderneming; BOR-verzoek bij bedrijfsopvolgingsregeling; aanvullende documentatie bij verhoogde vrijstellingen. Bewaar alle bijlagen minimaal zeven jaar conform AWR art. 52 (bewaarplicht).

Hoe vult u uw Schenkbelasting Aangifte Nederland in?

Het correct invullen van de Schenkbelasting Aangifte Nederland verloopt in de volgende stappen.

Stap 1 - Controleer of aangifte verplicht is. Bepaal eerst of de ontvangen schenking de toepasselijke vrijstelling overschrijdt. Tel alle schenkingen van dezelfde schenker in het kalenderjaar op. Als het totaal boven de vrijstelling uitkomt (€ 6.035 voor kinderen van ouders; € 2.658 voor overige begiftigden in 2026), is aangifte verplicht. Raadpleeg de jaarlijkse vrijstellingstabellen op de website van de Belastingdienst.

Stap 2 - Verzamel alle benodigde documenten. Verzamel: bankafschriften of kwitanties van de schenking, de schenkingsovereenkomst (indien opgesteld), eventuele notariële akte bij onroerend goed, waardeopgave bij effecten of aanmerkelijk belang, en de persoonsgegevens (BSN) van zowel schenker als begiftigde.

Stap 3 - Vul de gegevens van begiftigde en schenker in. Vermeld de volledige naam, het BSN, geboortedatum, adres, postcode en woonplaats van de begiftigde (degene die aangifte doet). Vermeld vervolgens de volledige naam, BSN of RSIN, en het adres van de schenker. Vermeld de relatie (ouder, grootouder, overig).

Stap 4 - Beschrijf de schenking. Geef een nauwkeurige omschrijving van de geschonken vermogensbestanddelen. Vermeld bij geldschenkingen het overgeboeide bedrag, de datum van overboeking (valutadatum bankafschrift), en het rekeningnummer van schenker en begiftigde. Bij schenking van effecten: ISIN-code, aantal stukken, koers op schenkingsdatum. Bij onroerend goed: kadastrale aanduiding (gemeente, sectie, perceelnummer), datum notariële akte, en WOZ-waarde.

Stap 5 - Vermeld de vrijstelling en bereken de belaste verkrijging. Vermeld de toepasselijke vrijstelling en trek deze af van de waarde van de schenking. De rest is de belaste verkrijging. Bij meerdere schenkingen in het jaar van dezelfde schenker: tel al eerder gebruikte vrijstelling in het lopende jaar mee.

Stap 6 - Bereken de verschuldigde schenkbelasting. Pas het juiste tarief toe uit Successiewet 1956 art. 24 op de belaste verkrijging. Tariefgroep 1 (kinderen, partners): 10% over de eerste € 138.641, 20% over het meerdere. Tariefgroep 1a (kleinkinderen): 18% over de eerste € 138.641, 36% over het meerdere. Tariefgroep 2 (overig): 30% over de eerste € 138.641, 40% over het meerdere.

Stap 7 - Voeg eventuele bijzondere vrijstellingen toe. Als gebruik wordt gemaakt van de eenmalig verhoogde vrijstelling studiekosten (€ 60.298) of de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR art. 35b Successiewet 1956), vermeld dit expliciet. Voeg de vereiste bewijsstukken bij (studiekosten-facturen voor studieschenking; jaarrekening en BOR-berekening bij onderneming).

Stap 8 - Onderteken en dien in. De aangifte kan elektronisch via Mijn Belastingdienst worden ingediend met DigiD (particulieren). Papieren aangifte kan per post naar de Belastingdienst. Bewaar de verzendbevestiging. De aangifte moet worden ingediend vóór 1 maart van het jaar volgend op het jaar van de schenking (conform Successiewet 1956 art. 45; voor schenkingen in 2025: uiterlijk 1 maart 2026).

Veelgemaakte fouten bij uw Schenkbelasting Aangifte Nederland

Bij de Schenkbelasting Aangifte Nederland worden de volgende fouten regelmatig gemaakt.

Fout 1 - Aangifte niet doen omdat belasting toch nihil is. Zelfs als na aftrek van vrijstellingen geen belasting verschuldigd is, moet aangifte worden gedaan als de schenking de jaarlijkse vrijstelling overschrijdt. Het niet doen van aangifte is een overtreding van Successiewet 1956 art. 45 en kan leiden tot een verzuimboete (AWR art. 67a). De Belastingdienst kan bij een nalevingscontrole vragen waarom geen aangifte is ingediend.

Fout 2 - Verkeerde relatie opgeven waardoor onjuist tarief wordt gehanteerd. Het tarief van Successiewet 1956 art. 24 hangt af van de relatie tussen schenker en begiftigde. Een kind dat aangifte doet als overige verwant (tariefgroep 2) in plaats van als kind van de schenker (tariefgroep 1) betaalt onnodig meer belasting. Controleer de familierelatie nauwkeurig en vermeld deze correct.

Fout 3 - Vrijstelling te hoog of dubbel toepassen. De jaarlijkse vrijstelling van € 6.035 (kinderen) of € 2.658 (overig) is een jaardrempel per combinatie schenker-begiftigde. Als er meerdere schenkingen zijn in hetzelfde kalenderjaar van dezelfde schenker, mag de vrijstelling maar éénmaal worden toegepast. Begiftigden die meerdere schenkingen ontvangen van dezelfde ouder in één jaar, optellen en slechts één keer de vrijstelling aftrekken.

Fout 4 - Niet alle schenkingen in het jaar optellen. Alle schenkingen van dezelfde schenker aan dezelfde begiftigde in één kalenderjaar worden opgeteld voor de heffingsgrondslag van Successiewet 1956 art. 5. Vergeten schenkingen (kleine contante giften, betaalde rekeningen, geld dat weggegeven werd als verjaarscadeau boven de vrijstelling) kunnen leiden tot naheffing.

Fout 5 - Waarde onjuist bepalen bij schenkingen in natura. Bij schenking van effecten, onroerend goed, of bedrijfsaandelen geldt de waarde in het economisch verkeer op de schenkingsdatum (Successiewet 1956 art. 21). Begiftigden die de WOZ-waarde gebruiken voor onroerend goed in plaats van de vrije verkoopwaarde, of die de nominale aandelenwaarde gebruiken in plaats van de economische waarde, riskeren naheffing en vergrijpboetes.

Fout 6 - Eenmalige verhoogde vrijstelling niet tijdig aanvragen. De eenmalig verhoogde vrijstelling voor studiekosten (€ 60.298 voor kinderen 18-40 jaar) moet bij de aangifte worden aangevraagd. Het verzoek is te laat als de aangifte al is ingediend zonder dit verzoek. Bij verzuim kan navordering volgen.

Fout 7 - Vergeten bijlagen toe te voegen. De Belastingdienst verlangt bij de aangifte bewijsstukken, met name bij gebruik van de BOR of verhoogde vrijstellingen. Ontbrekende bijlagen vertragen de afhandeling en kunnen leiden tot informatieve beschikking (AWR art. 47) of aanslagopleg zonder BOR-vrijstelling.

Citeer deze pagina

Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:

APA

Forms Legal. (2026). Schenkbelasting Aangifte Nederland (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/financial/forms/schenkbelasting-aangifte

MLA

"Schenkbelasting Aangifte Nederland (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/financial/forms/schenkbelasting-aangifte.

BibTeX
@misc{formslegal-schenkbelasting-aangifte,
  author       = {{Forms Legal}},
  title        = {Schenkbelasting Aangifte Nederland (Nederland)},
  year         = {2026},
  howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/financial/forms/schenkbelasting-aangifte}},
  note         = {Free legal document template}
}

Veelgestelde vragen

Sjabloon met wetsverwijzingen — Sjabloon laatst gewijzigd in juni 2026

Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer

Een fout gevonden? Laat het ons weten