Skip to main content

Box 3 Vermogensopgave Nederland

Box 3 Vermogensopgave Nederland

BOX 3 VERMOGENSOPGAVE NEDERLAND

Werkblad voor opgave bezittingen en schulden per 1 januari conform Wet IB 2001 art. 5.1-5.5 en Overbruggingswet Box 3

Persoonsgegevens

1. PERSOONSGEGEVENS

Naam: [Belastingplichtige Name]

BSN: [Bsn]

Belastingjaar (peildatum 1 januari): [Belastingjaar]

Fiscale partner: [Fiscaal Partner]

Naam fiscale partner: [Fiscaal Partner Name]

Categorie 1 — Banktegoeden

2. CATEGORIE 1 — BANKTEGOEDEN PER 1 JANUARI (Overbruggingswet Box 3, forfait ~1,44%)

Bank 1: [Bank Rekening1 Naam] — EUR [Bank Rekening1 Saldo]

Bank 2: [Bank Rekening2 Naam] — EUR [Bank Rekening2 Saldo]

Totaal banktegoeden: EUR [Totaal Banktegoeden]

Categorie 2 — Overige bezittingen

3. CATEGORIE 2 — OVERIGE BEZITTINGEN PER 1 JANUARI (forfait ~6,04%)

Beleggingsportefeuille: EUR [Beleggingen]

Crypto-assets: EUR [Crypto Assets]

Onroerend goed buiten eigen woning (WOZ-waarde): EUR [Vastgoed Box3]

Vorderingen op derden: EUR [Vorderingen]

Contant geld boven EUR 652: EUR [Contant Geld]

Totaal overige bezittingen: EUR [Totaal Overige Bezittingen]

Schulden

4. SCHULDEN BOVEN DREMPEL EUR 3.400 PER PERSOON (forfait ~2,47%)

Totaal aftrekbare schulden: EUR [Schulden Bedrag]

Drempelwaarde per belastingplichtige: EUR 3.400 (Wet IB 2001 art. 5.3 lid 3).

Hypotheekschuld op eigen woning telt NIET mee in Box 3 (valt in Box 1 eigenwoningschuld).

Berekening rendementsgrondslag

5. BEREKENING RENDEMENTSGRONDSLAG EN VERSCHULDIGDE BELASTING

Heffingsvrij vermogen: EUR [Heffingsvrij Vermogen] (Wet IB 2001 art. 5.5)

Rendementsgrondslag = (Banktegoeden + Overige bezittingen) - Schulden - Heffingsvrij vermogen.

Forfaitair rendement per categorie x aandeel = totaal berekend voordeel.

Verschuldigde Box 3-belasting = Totaal berekend voordeel x 36% (Wet IB 2001 art. 2.13).

Fiscale partners kunnen grondslag en heffingsvrij vermogen optimaal verdelen (art. 2.17 Wet IB 2001).

Ondertekening

6. ONDERTEKENING

Plaats: [Indien Plaats]

Datum: [Indien Datum]

Handtekening: __________________________

Indiening via Mijn Belastingdienst (mijn.belastingdienst.nl) met DigiD. Bewaartermijn bescheiden: zeven jaar (AWR art. 52). Bij werkelijk rendement lager dan forfait: bezwaar binnen zes weken na dagtekening aanslag (AWR art. 22j).

Belastingplichtige

________________

Signature

Wat is Box 3 Vermogensopgave Nederland?

De Box 3 Vermogensopgave in Nederland is het overzicht van bezittingen en schulden per 1 januari dat de basis vormt voor de heffing over inkomen uit sparen en beleggen in de aangifte inkomstenbelasting, op grond van Wet IB 2001 art. 5.1 tot 5.5. Sinds het Kerstarrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1963) hanteert de Belastingdienst onder de Overbruggingswet Box 3 per vermogenscategorie afzonderlijke forfaitaire rendementen, vooruitlopend op een stelsel op basis van werkelijk rendement.

De rechtsgrondslag en recente jurisprudentie. Op 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad der Nederlanden (Kerst-arrest, BNB 2022/27, Eerste Kamer belastingzaken) dat het forfaitaire rendement in Box 3 in strijd was met art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (eigendomsrecht) voor belastingplichtigen die werkelijk een lager rendement behaalden dan het wettelijke forfait. Op basis van de Wet rechtsherstel Box 3 (2022) en de Overbruggingswet Box 3 (2023-2026) hanteert de Belastingdienst nu voor elk belastingjaar 2023-2026 aparte forfaitaire rendementen per categorie bezitting, waarmee werkelijk rendement beter wordt benaderd dan het oude systeem.

Drie categorieën bezittingen onder de Overbruggingswet Box 3. Banktegoeden en spaartegoeden: lager forfaitair rendement, voor 2026 circa 1,44% gebaseerd op de gemiddelde spaarrente. Overige bezittingen (beleggingen, aandelen, obligaties, vastgoed buiten eigen woning, vorderingen, rechten op periodieke uitkeringen): hoger forfaitair rendement, voor 2026 circa 6,04% gebaseerd op gemiddeld rendement kapitaalmarkt. Schulden: aftrekbaar forfaitair rendement circa 2,47% voor 2026 (3% drempelwaarde per belastingplichtige).

Heffingsvrij vermogen (Wet IB 2001 art. 5.5). Elke belastingplichtige heeft recht op een heffingsvrij vermogen van 57.684 euro (2026). Fiscale partners mogen het heffingsvrij vermogen onderling verdelen om de belastingdruk te optimaliseren (art. 2.17 Wet IB 2001). De rendementsgrondslag waarover Box 3-belasting wordt berekend is (totale bezittingen minus schulden) minus heffingsvrij vermogen. Bij negatief saldo is geen Box 3-belasting verschuldigd.

Verplichte peildatum 1 januari. De vermogensopgave betreft uitsluitend de situatie per 1 januari van het belastingjaar. Gedurende het jaar gemaakte winsten of verliezen op beleggingen zijn irrelevant voor de grondslag; uitzondering vormen belastingjaren waarbij de Belastingdienst herstel biedt op basis van werkelijk rendement bij massaal bezwaar. Toekomstige wetgeving voor werkelijk rendement (Box 3 op werkelijk rendement) is voorzien voor na 2027.

De Box 3 Vermogensopgave biedt een gestructureerd overzicht van alle Box 3-bestanddelen: banktegoeden (per IBAN), beleggingen (portefeuillewaarde per broker), onroerend goed buiten de eigen woning (WOZ-waarde conform Wet WOZ), vorderingen, contant geld boven 652 euro (2026), schulden boven drempelwaarde. Het werkblad biedt de Belastingdienst de benodigde onderbouwing voor de aangifte en vormt onderdeel van de fiscale administratie die conform AWR art. 52 zeven jaar bewaard moet worden.

Wanneer heeft u Box 3 Vermogensopgave Nederland nodig?

De Box 3 Vermogensopgave Nederland is in de volgende situaties noodzakelijk voor de correcte indiening van de aangifte inkomstenbelasting bij de Belastingdienst.

Vermogen boven het heffingsvrij vermogen van 57.684 euro. Iedere belastingplichtige met bezittingen op 1 januari boven het heffingsvrij vermogen (57.684 euro per persoon in 2026, conform Wet IB 2001 art. 5.5) is verplicht Box 3 in te vullen. Fiscale partners mogen hun saldo en heffingsvrij vermogen onderling verdelen. Bij twee fiscale partners is de gecombineerde vrijstelling 115.368 euro.

Bezit van beleggingsrekeningen, effectenportefeuilles. Particulieren met beleggingen bij een bank, broker of fondsbeheerder (zoals ABN AMRO, ING, Rabobank, DeGiro, Saxo Bank, Interactive Brokers, NN Investment Partners) moeten de waarde per 1 januari in Box 3 aangeven. Jaaropgaven van de broker worden gebruikt als onderbouwing; de Belastingdienst ontvangt via CRS en automatische gegevensuitwisseling ook zelf informatie van financiële instellingen.

Eigendom van onroerend goed buiten de eigen woning. Verhuurde woningen, vakantiehuizen, garageboxen, percelen grond, commercieel vastgoed in privébezit worden belast in Box 3 op basis van de WOZ-waarde conform Wet WOZ art. 17-18. Uitzondering: de eigen woning (hoofdverblijf) valt in Box 1 via het eigenwoningforfait; een tweede woning valt altijd in Box 3.

Buitenlandse bankrekeningen en beleggingen. Buitenlandse bankrekeningen (Deutsche Bank, BNP Paribas, Belgische banken, Zwitserse banken) moeten worden opgegeven in Box 3. De Belastingdienst ontvangt via CRS (Common Reporting Standard OESO, circa 100 deelnemende landen) en FATCA (VS) automatisch gegevens over buitenlandse rekeningen. Niet-opgave leidt tot navordering met vergrijpboete tot 300% (AWR art. 67e).

Vorderingen op derden en familieleningen. Vorderingen op derden (geldleningen verstrekt als privéschuldeiser, koopovereenkomsten met uitgestelde betaling) zijn belast in Box 3 als overige bezittingen. Familieleningen waarbij u geld heeft uitgeleend aan kinderen of partner worden opgegeven als vordering; de ontvanger geeft de schuld op als aftrekpost in Box 3 (boven drempel 3.400 euro).

Schenking met schuldigerkenning. Bij schenking op papier (schuldig gebleven schenking) notarieel vastgelegd, waarbij de schenker een vordering op de begiftigde behoudt, telt de vordering mee in Box 3 van de schenker. Per 1 januari 2024 zijn beperkingen ingevoerd op periodieke schenkingen aan kinderen voor Box 3-planning.

Aanmerkelijke hoeveelheid contant geld. Contant geld boven 652 euro per belastingplichtige op 1 januari is in Box 3 belastbaar als overige bezitting. Cashbedragen in de kluis of at home moeten worden opgegeven; de Belastingdienst hanteert het schattingsbeginsel bij belastingcontroles waarbij hoge contante bedragen zijn aangetroffen.

Erfenis ontvangen of te ontvangen. Geërfd vermogen is belast in Box 3 na overgang. Bij onverdeelde nalatenschap geldt het aandeel in de boedelbeschrijving als Box 3-bezitting. Na verkrijging via de Verklaring van Erfrecht (notarieel, BW 4:188-193) wordt het vermogen overgeschreven op naam van de erfgenaam en opgenomen in de normale Box 3-aangifte.

Wat moet er in uw Box 3 Vermogensopgave Nederland staan?

De Box 3 Vermogensopgave Nederland bevat de volgende onderdelen conform Wet IB 2001 art. 5.1-5.5 en de Overbruggingswet Box 3.

Categorie 1 — Banktegoeden per 1 januari. Vermeld alle bankrekeningen met IBAN, banknaam en saldo per 1 januari van het belastingjaar. Gebruik bankafschriften of jaaropgaven van de bank als bewijs. Inclusief: betaalrekeningen, spaarrekeningen, depositorekeningen, jeugdspaarrekeningen. Buitenlandse bankrekeningen bij DNB-geregistreerde of buitenlandse banken moeten ook worden vermeld. Forfaitair rendement 2026 banktegoeden circa 1,44%.

Categorie 2 — Beleggingen en overige bezittingen per 1 januari. Beleggingsportefeuille (waarde per 1 januari op basis van jaaropgaaf broker of bankafschrift): aandelen, obligaties, ETF's, beleggingsfondsen, derivaten, crypto-assets (Bitcoin, Ethereum; markwaarde per 1 januari). Onroerend goed buiten eigen woning: WOZ-waarde conform Wet WOZ beschikking (peildatum 1 januari voorafgaand jaar). Vorderingen op derden: schuldbrieven, koopcontracten, familieleningen. Contant geld boven 652 euro. Forfaitair rendement 2026 overige bezittingen circa 6,04%.

Categorie 3 — Schulden aftrekbaar per 1 januari. Schulden boven drempelwaarde 3.400 euro per belastingplichtige zijn aftrekbaar van de rendementsgrondslag. Familieleningen ontvangen (van ouders of partners), persoonlijke leningen buiten eigen woning, studieschuld (DUO, maar niet aftrekbaar in Box 3 — uitzondering), consumptief krediet. Hypotheekschulden op de eigen woning tellen NIET mee in Box 3 (die vallen in Box 1 eigenwoningschuld). Forfaitair rendement aftrekbare schulden circa 2,47%.

Heffingsvrij vermogen en verdeling tussen fiscale partners. Heffingsvrij vermogen 2026: 57.684 euro per belastingplichtige. Fiscale partners kunnen het heffingsvrij vermogen en de rendementsgrondslag onderling in elke gewenste verhouding verdelen (art. 2.17 Wet IB 2001) om de totale belastingdruk te minimaliseren. Toewijzing van aftrekposten aan de partner met het hoogste tarief is fiscaal voordeligst.

Berekening Box 3-belasting. Stap 1: Totaal bezittingen (banktegoeden + overige bezittingen) minus totaal schulden boven drempel = rendementsgrondslag. Stap 2: Rendementsgrondslag minus heffingsvrij vermogen = belaste rendementsgrondslag. Stap 3: Per categorie forfaitair rendement toepassen op het aandeel per categorie in de rendementsgrondslag. Stap 4: Totaal berekend voordeel x Box 3-tarief 36% = verschuldigde Box 3-belasting.

forms-legal.com biedt de Box 3 Vermogensopgave als werkblad ter voorbereiding op de aangifte via Mijn Belastingdienst. Zie ook de verwante documenten: nl-aangifte-inkomstenbelasting-supplement voor het complete aangifte-overzicht, nl-belastingaangifte-inkomstenbelasting voor het algemene formulier, en nl-bezwaarschrift-belastingdienst voor bezwaar bij onjuiste aanslag.

CRS en internationale gegevensuitwisseling. De Belastingdienst ontvangt via CRS (Common Reporting Standard, OESO 2014, geïmplementeerd in Wet op internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen) automatisch gegevens van meer dan 100 deelnemende landen over bankrekeningen en beleggingen van Nederlandse ingezetenen in het buitenland. Niet-opgave van buitenlandse bezittingen leidt tot navordering met vergrijpboete tot 300% (AWR art. 67e bij bewezen opzet).

Bewaartermijn administratie. Conform AWR art. 52 dienen alle onderliggende bescheiden voor de Box 3-aangifte zeven jaar te worden bewaard: bankafschriften, jaaropgaven brokers, WOZ-beschikkingen, leningsovereenkomsten, schenkingsakte, notariële akten bij onroerend goed. Digitale bewaring is toegestaan mits reproduceerbaar en toegankelijk.

Hoe vult u uw Box 3 Vermogensopgave Nederland in?

Het invullen van de Box 3 Vermogensopgave Nederland verloopt in onderstaande stappen.

Stap 1 — Peildatum vastleggen. Verzamel alle vermogensgegevens per 1 januari van het belastingjaar. Dit is de enige relevante datum; saldowijzigingen na 1 januari zijn irrelevant voor de Box 3-grondslag van het huidige belastingjaar.

Stap 2 — Banktegoeden inventariseren. Haal voor elke bankrekening (Nederland en buitenland) het saldo op per 1 januari. Banken verstrekken jaaropgaven of u kunt het saldo opzoeken via internetbankieren of bankafschrift. Vermeld het IBAN-nummer en de naam van de bank. Vergeet buitenlandse rekeningen niet; deze worden ook gemeld bij de Belastingdienst via CRS.

Stap 3 — Beleggingsportefeuille opvragen. Vraag bij uw broker (ABN AMRO, ING, Rabobank, DeGiro, Saxo, Interactive Brokers) of beleggingsfonds de waarde van uw portefeuille per 1 januari op. Gebruik de jaaropgaaf die brokers in januari-februari versturen. Crypto-assets (Bitcoin, Ethereum, andere coins): gebruik de marktwaarde per 1 januari op gerenommeerde exchanges (Coinbase, Binance) of dataproviders als CoinMarketCap.

Stap 4 — Onroerend goed buiten eigen woning. Gebruik de WOZ-beschikking van de gemeente voor de waarde van verhuurde woningen, vakantiehuizen of garageboxen. WOZ-waarde heeft peildatum 1 januari van het voorgaande jaar (Wet WOZ art. 18 lid 2). Zie het aanslagbiljet gemeentelijke belastingen of WOZ-beschikking.

Stap 5 — Vorderingen en schulden inventariseren. Noteer vorderingen op derden (geldleningen verstrekt) op basis van de leningsovereenkomst (bedrag per 1 januari inclusief opgelopen rente). Noteer schulden boven drempelwaarde 3.400 euro per belastingplichtige. Hypotheekschulden op de eigen woning tellen niet mee; die worden verwerkt in Box 1.

Stap 6 — Contant geld. Noteer het bedrag aan contant geld boven 652 euro per 1 januari. Denk ook aan buitenlands contant geld in vreemde valuta (omrekenen naar EUR per koers 1 januari).

Stap 7 — Rendementsgrondslag berekenen. Tel banktegoeden en overige bezittingen op. Trek schulden boven drempel af. Trek het heffingsvrij vermogen van 57.684 euro per belastingplichtige af. Verdeel de grondslag optimaal met fiscale partner via art. 2.17 Wet IB 2001 om belasting te minimaliseren.

Stap 8 — Verwerken in Mijn Belastingdienst. Open uw aangifte via Mijn Belastingdienst (mijn.belastingdienst.nl) met DigiD. Navigeer naar het onderdeel Box 3. De VIA-gegevens van Nederlandse banken zijn deels vooraf ingevuld; controleer de bedragen en vul aan met beleggingen, onroerend goed, buitenlandse bezittingen en schulden. Dien de aangifte in voor 1 mei.

Stap 9 — Bezwaar bij afwijking werkelijk rendement. Indien uw werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement, kunt u bezwaar maken via AWR art. 22j binnen zes weken na dagtekening definitieve aanslag. De Belastingdienst behandelt massale bezwaren Box 3 via aanwijzingsprocedures conform de jurisprudentie van de Hoge Raad.

Veelgemaakte fouten bij uw Box 3 Vermogensopgave Nederland

Bij de Box 3 Vermogensopgave Nederland worden regelmatig de onderstaande fouten gemaakt die leiden tot naheffingen, boetes of onterechte aanslagen bij de Belastingdienst.

Fout 1 — Buitenlandse bankrekeningen en beleggingen niet opgeven. Veel belastingplichtigen menen dat buitenlandse bankrekeningen niet hoeven te worden opgegeven. Dit is onjuist. De Belastingdienst ontvangt via CRS (Common Reporting Standard, circa 100 landen) automatisch informatie van buitenlandse banken over saldi per 31 december. Niet-opgave leidt tot navordering met verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar (AWR art. 16 lid 4) en vergrijpboete tot 300% bij opzet (AWR art. 67e).

Fout 2 — Cryptocurrency niet opgeven. Bitcoin, Ethereum en andere crypto-assets zijn belastbaar in Box 3 als overige bezittingen per de marktwaarde op 1 januari. Belastingplichtigen vergeten crypto-portefeuilles bij exchanges (Coinbase, Binance, Bitvavo) of hardware wallets. De Belastingdienst heeft in 2024-2025 meerdere data-uitwisselingstrajecten met exchanges opgezet via de Richtlijn DAC8 (EU 2023/2226).

Fout 3 — Hypotheekschuld op verhuurde woning ten onrechte aftrekken als Box 3-schuld. Hypotheekschulden zijn alleen aftrekbaar in Box 1 (eigen woning). Een hypotheek op een verhuurde woning of tweede woning valt in Box 3 maar mag NIET als schuld worden afgetrokken (art. 5.3 lid 3 uitsluitingsregels). Alleen schulden zonder zakelijke zekerheid (Box 1 woning) zijn aftrekbaar.

Fout 4 — Waarde van onroerend goed onjuist bepalen. Verhuurde woningen en vakantiehuizen worden opgegeven tegen WOZ-waarde (Wet WOZ art. 17-18), peildatum 1 januari van het voorafgaande jaar. Belastingplichtigen gebruiken soms de transactiewaarde of taxatiewaarde. Gebruik altijd de WOZ-beschikking van de gemeente; bij te lage WOZ-waarde kan de Belastingdienst bij boekenonderzoek corrigeren.

Fout 5 — Geen gebruik maken van verdeling met fiscale partner. Fiscale partners kunnen de Box 3-grondslag en het heffingsvrij vermogen in elke verhouding verdelen (art. 2.17 Wet IB 2001). Belastingplichtigen laten dit standaard op 50/50 staan terwijl toewijzing aan de partner met het laagste Box 1-inkomen voordeel kan opleveren. Optimale verdeling verlaagt de gecombineerde belastingdruk.

Fout 6 — Vorderingen op kinderen niet opgeven bij schuldigerkenning. Schenkingen op papier (schuldig gebleven schenkingen) waarbij de ouder een vordering houdt op het kind zijn belast als Box 3-vordering bij de ouder. Het kind trekt de schuld af als Box 3-schuld boven drempel. Als de vordering niet wordt opgegeven leidt dit tot navordering bij de schenker.

Fout 7 — Contant geld vergeten. Contant geld boven 652 euro per belastingplichtige is belastbaar in Box 3. Buitenlands contant geld (euro's of vreemde valuta) telt ook mee. Bij belastingcontroles waarbij grote contante bedragen worden aangetroffen past de Belastingdienst het schattingsbeginsel toe en kan worden nageheven over meerdere jaren.

Fout 8 — Niet tijdig bezwaar bij te hoog forfaitair rendement. Na het Kerst-arrest en de Overbruggingswet is het recht om bezwaar te maken op basis van werkelijk rendement lager dan het forfait open. Bezwaar moet binnen zes weken na dagtekening van de definitieve aanslag (AWR art. 22j). Wie te laat bezwaar maakt, kan geen gebruik maken van massale bezwaarregelingen en moet individueel procederen bij de belastingkamer van de rechtbank.

Citeer deze pagina

Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:

APA

Forms Legal. (2026). Box 3 Vermogensopgave Nederland (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/financial/forms/box3-vermogensopgave

MLA

"Box 3 Vermogensopgave Nederland (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/financial/forms/box3-vermogensopgave.

BibTeX
@misc{formslegal-box3-vermogensopgave,
  author       = {{Forms Legal}},
  title        = {Box 3 Vermogensopgave Nederland (Nederland)},
  year         = {2026},
  howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/financial/forms/box3-vermogensopgave}},
  note         = {Free legal document template}
}

Veelgestelde vragen

Sjabloon met wetsverwijzingen — Sjabloon laatst gewijzigd in juni 2026

Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer

Een fout gevonden? Laat het ons weten