Dividendbelasting Opgaaf Nederland
DIVIDENDBELASTING OPGAAF NEDERLAND
Aangifte en afdracht dividendbelasting conform Wet dividendbelasting 1965 art. 7
Gegevens inhoudingsplichtige
1. GEGEVENS INHOUDINGSPLICHTIGE
Vennootschapsnaam: [Vennootschap Naam]
RSIN: [Rsin]
KVK-nummer: [Kvk Nummer]
Vestigingsadres: [Vestigingsadres]
Bestuurder: [Bestuurder Naam]
Dividendbesluit
2. DIVIDENDBESLUIT
Datum AvA-besluit: [Ava Besluit Datum]
Datum betaalbaarstelling: [Betaalbaarheids Datum]
Type dividend: [Dividend Type]
Berekening dividendbelasting
3. BEREKENING DIVIDENDBELASTING (Wet dividendbelasting 1965 art. 3, 5)
Bruto dividend: EUR [Bruto Dividend]
Vrijgesteld gestort kapitaal/agio: EUR [Vrijgestelde Kapitaal]
Belastbare grondslag: EUR [Belastbare Grondslag]
Ingehouden dividendbelasting 15%: EUR [Dividendbelasting Bedrag]
Nettodividend aan aandeelhouder(s): EUR [Netto Dividend]
Aandeelhouder
4. AANDEELHOUDER
Naam: [Aandeelhouder Naam]
Type aandeelhouder: [Aandeelhouder Type]
Dividendbelasting als voorheffing verrekenbaar in IB-aangifte Box 2 (DGA: Wet IB 2001 art. 9.2) of Vpb-aangifte (holding: Wet Vpb 1969 art. 25).
Aangifte en ondertekening
5. AANGIFTE EN ONDERTEKENING
Datum aangifte: [Aangiefte Datum]
Plaats: [Indien Plaats]
Handtekening bestuurder: __________________________
Aangifte indienen via Mijn Belastingdienst Zakelijk (mijn.belastingdienst.nl/zakelijk) met eHerkenning niveau 3. Betaling dividendbelasting op rekening Belastingdienst NL86 INGB 0002 4455 88 onder vermelding betalingskenmerk. Uiterste termijn aangifte en betaling: één maand na datum betaalbaarstelling (Wet dividendbelasting 1965 art. 7 lid 1). Bewaartermijn: zeven jaar (AWR art. 52).
Bestuurder inhoudingsplichtige
________________
Signature
Wat is Dividendbelasting Opgaaf Nederland?
De Dividendbelasting Opgaaf Nederland is het werkblad voor de aangifte en afdracht van dividendbelasting door een rechtspersoon (BV, NV, coöperatie) bij de Belastingdienst conform Wet dividendbelasting 1965 art. 7. Dividendbelasting is een bronbelasting die door de uitkerende rechtspersoon (inhoudingsplichtige) wordt ingehouden op het uitgekeerde dividend voordat dit aan de aandeelhouder wordt uitbetaald. Het tarief bedraagt 15% van het brutodividend conform art. 5 Wet dividendbelasting 1965. De ingehouden dividendbelasting wordt afgedragen aan de Belastingdienst.
Inhoudingsplicht en de wettelijke grondslag. De inhoudingsplicht voor dividendbelasting bestaat voor: besloten vennootschappen (BV, Flex-BV, BW 2:175-228), naamloze vennootschappen (NV, BW 2:64-101), coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen die een coöperatieve uitkering doen, open fondsen voor gemene rekening. De inhoudingsplicht ontstaat op het moment van betaalbaarstelling van het dividend via een dividendbesluit van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA, BW 2:218 voor BV, 2:105 voor NV).
Aangifte en afdrachttermijn. De dividendbelasting moet worden aangegeven en afgedragen binnen één maand na het tijdstip waarop de dividenduitkering betaalbaar is gesteld (Wet dividendbelasting 1965 art. 7 lid 1). De aangifte verloopt elektronisch via Mijn Belastingdienst Zakelijk met eHerkenning niveau 3. De Belastingdienst voorziet in een formulier Aangifte Dividendbelasting (formulier OB93 of via elektronische aangifte).
Verrekening van dividendbelasting als voorheffing. De ingehouden dividendbelasting van 15% is verrekenbaar bij de aandeelhouder-belastingplichtige. Voor binnenlandse particuliere aandeelhouders: verrekening als voorheffing in de aangifte inkomstenbelasting Box 2 (Wet IB 2001 art. 9.2). Voor binnenlandse vennootschapsbelastingplichtige aandeelhouders (BV holding): verrekening als voorheffing in de aangifte vennootschapsbelasting (Wet Vpb 1969 art. 25). In beide gevallen vermindert de ingehouden dividendbelasting de uiteindelijk te betalen inkomsten- of vennootschapsbelasting.
Vrijstelling en teruggaaf dividendbelasting bij deelnemingsvrijstelling. Bij een deelnemingsvrijstelling (Wet Vpb 1969 art. 13) is dividendbelasting niet verschuldigd als de houdstermaatschappij meer dan 5% van de aandelen bezit en de dividenden zijn vrijgesteld. De uitkerende BV past dan de inhoudingsvrijstelling toe (Wet dividendbelasting 1965 art. 4 lid 4 juncto art. 4a). Bij uitkering aan een buitenlandse aandeelhouder gelden de regels van het belastingverdrag voor eventuele vermindering van het 15%-tarief tot het verdragstarief (bijv. 5% of 0% voor grote deelnemingen).
Heffingsgrondslag. De grondslag voor dividendbelasting is het bedrag van de opbrengsten (brutodividend) conform art. 3 Wet dividendbelasting 1965. Tot de opbrengsten behoren: dividenduitkeringen (regulier dividend), bonusaandelen boven het gestort kapitaal (stockdividend), liquidatie-uitkeringen boven de verkrijgingsprijs van de aandelen (liquidatiedividend), inkoop van eigen aandelen voor zover betaling uitkomt boven het gemiddeld op de aandelen gestorte kapitaal. Teruggaaf van gestort kapitaal (zuivere kapitaalterugbetaling na notariële akte bij BV conform BW 2:207 en 2:208) is geen opbrengst en niet belast.
Wanneer heeft u Dividendbelasting Opgaaf Nederland nodig?
De Dividendbelasting Opgaaf Nederland is in de volgende situaties noodzakelijk voor BV's, NV's en coöperaties die dividend uitkeren.
Reguliere dividenduitkering door BV of NV. Elke BV of NV die via een AvA-besluit (BW 2:218 of 2:105) dividend uitkeert aan aandeelhouders is inhoudingsplichtig voor dividendbelasting. De directeur-grootaandeelhouder (DGA) die jaarlijks dividend ontvangt, en de passieve aandeelhouder die dividend ontvangt op beursgenoteerde aandelen (NV), zijn beiden ontvangers van dividend waarop 15% dividendbelasting wordt ingehouden.
Dividendbesluit door AvA bij BV. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA) besluit tot uitkering van dividend conform BW 2:216. Het dividendbesluit vermeldt het bedrag per aandeel, de datum van betaalbaarstelling, en de ex-dividenddatum. De datum van betaalbaarstelling markeert het moment waarop de inhoudingsplicht ingaat en de éénmaandstermijn voor aangifte begint (Wet dividendbelasting 1965 art. 7).
Interimdividend of superdividend. Een BV kan naast het reguliere einddividend ook een voorschot op het dividend (interimdividend) uitkeren conform BW 2:105 lid 4 en 2:216. Bij elke uitkering (einddividend, interimdividend, superdividend) is de inhoudingsplichtige verplicht dividendbelasting in te houden en afzonderlijk aangifte te doen.
Inkoop van eigen aandelen. Een BV die eigen aandelen inkoopt van aandeelhouders betaalt voor een gedeelte van de inkoopsom dividendbelasting indien de betaling uitkomt boven het gemiddeld op de aandelen gestorte kapitaal (aandeleninkoopbelasting conform art. 3 lid 1 sub b Wet dividendbelasting 1965). Dit vereist een notariële akte van aandelenoverdracht bij de notaris conform BW 2:196 en een apart aangifte-formulier dividendbelasting.
Liquidatieuitkering bij ontbinding BV of NV. Bij ontbinding en vereffening (BW 2:19 juncto 2:23a) van een BV of NV ontvangen aandeelhouders de resterende liquidatie-uitkering. Voor zover de liquidatie-uitkering uitkomt boven het gemiddeld gestorte kapitaal en de belaste reserves, is dividendbelasting verschuldigd over het meerdere (liquidatiedividend, art. 3 lid 1 sub a Wet dividendbelasting 1965). De vereffenaar (curator of directeur-vereffenaar) doet de eindaangifte dividendbelasting.
Coöperatieve uitkering door coöperatie. Coöperaties die een coöperatieve uitkering (winstdeling) betalen aan leden kunnen inhoudingsplichtig zijn voor dividendbelasting, afhankelijk van de structuur en het doel van de coöperatie (Wet dividendbelasting 1965 art. 1 lid 1 sub c). Coöperaties die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend aan leden leveren en operationele coöperaties zijn vaak vrijgesteld; holdingcoöperaties niet.
Uitkering aan buitenlandse aandeelhouder. Bij dividend aan een buitenlandse aandeelhouder (niet-ingezetene) geldt het standaardtarief van 15%, tenzij een belastingverdrag een lager tarief voorschrijft. De inhoudingsplichtige past het verdragstarief toe indien de aandeelhouder een ontvangstbevestiging van het belastingverdrag overlegt (formulier IB 94 voor particulieren, IB 95 voor rechtspersonen). Teruggaaf van te veel ingehouden dividendbelasting via de Belastingdienst/Haaglanden.
Stockdividend (bonusaandelen). Een uitkering van bonusaandelen die ten laste gaan van belaste reserves (geen zuiver aandelenkapitaal) is een opbrengst conform art. 3 lid 1 sub c Wet dividendbelasting 1965 en belast met dividendbelasting. De grondslag is de nominale waarde van de bonusaandelen.
Wat moet er in uw Dividendbelasting Opgaaf Nederland staan?
De Dividendbelasting Opgaaf Nederland bevat de volgende onderdelen die noodzakelijk zijn voor de aangifte en afdracht bij de Belastingdienst.
Identificatiegegevens inhoudingsplichtige. Naam BV/NV/coöperatie, KVK-nummer, BTW-nummer (OB-nummer, indien van toepassing), RSIN (Rechtspersonen en Samenwerkingsverbanden Informatienummer), vestigingsadres, naam bevoegde bestuurder (conform BW 2:9 juncto Handelsregisterwet 2007). De inhoudingsplichtige is de rechtspersoon die het dividend uitkeert en de dividendbelasting inhoudt.
Dividendbesluit en datum betaalbaarstelling. Datum en nummer van het AvA-besluit tot dividenduitkering (BW 2:218 voor BV, 2:105 voor NV), de datum van betaalbaarstelling, het bruto dividendbedrag per aandeel, het aantal aandelen, het totale brutodividend. De datum van betaalbaarstelling is het startpunt van de éénmaandstermijn voor aangifte (Wet dividendbelasting 1965 art. 7).
Berekening dividendbelasting. Brutodividend minus vrijgesteld deel (aandelenkapitaal, agiorekening mits voldaan aan art. 3 lid 2 Wet dividendbelasting 1965) = belastbare grondslag. Belastbare grondslag maal 15% dividendbelasting. Nettodividend aan aandeelhouder = brutodividend minus ingehouden dividendbelasting. Bij verdragstarief: ander percentage toepassen mits aandeelhouder de juiste verklaring heeft overlegd.
Vrijgesteld gestort kapitaal en agio. Uitkeringen tot het niveau van het gestorte kapitaal (inclusief agio op aandelen) zijn vrijgesteld van dividendbelasting conform art. 3 lid 2 Wet dividendbelasting 1965. Een BV met aandelenkapitaal van 18.000 euro en agioreserve 50.000 euro kan 68.000 euro uitkeren zonder dividendbelasting, mits dit via de juiste balansroute loopt. Kapitaalterugbetaling via notariële akte (BW 2:208 juncto Wna) is ook vrijgesteld maar vereist formele goedkeuring van aandeelhouders en crediteurbescherming.
Verdragsvrijstelling en teruggaaf voor buitenlandse aandeelhouders. Bij uitkering aan buitenlandse aandeelhouders (EU of derde landen) past de inhoudingsplichtige de verdragsvermindering toe als de aandeelhouder een geldig formulier IB 94 (particulier) of IB 95 (rechtspersoon) heeft overlegd. Bij grote deelnemingen (meer dan 5%) kunnen bijzondere EU-regels (Moeder-dochterrichtlijn 2011/96/EU, geïmplementeerd in Wet dividendbelasting 1965 art. 4) een volledige vrijstelling bieden.
Aangifte- en betaaltermijn. De aangifte dividendbelasting en de betaling aan de Belastingdienst moeten plaatsvinden binnen één maand na de datum van betaalbaarstelling van het dividend (Wet dividendbelasting 1965 art. 7 lid 1). De betaling verloopt via het rekeningnummer van de Belastingdienst (NL86 INGB 0002 4455 88) onder vermelding van het betalingskenmerk. Te late aangifte of te late betaling leidt tot verzuimboete en belastingrente (AWR art. 67c, 30h).
forms-legal.com biedt de Dividendbelasting Opgaaf als werkblad voor BV-bestuurders en belastingadviseurs. Zie ook de verwante documenten: nl-oprichtingsakte-bv voor de BV-structuur, nl-aandeelhoudersovereenkomst voor aandeelhoudersafspraken, en nl-aangifte-inkomstenbelasting-supplement voor de verrekening van dividendbelasting als voorheffing bij de DGA.
Bewaarplicht. Conform AWR art. 52 dienen het dividendbesluit (AvA-notulen), de aangifte dividendbelasting, de afdrachtstukken, en de correspondentie met aandeelhouders over dividend zeven jaar te worden bewaard. De notaris bewaart de akte bij aandelenoverdracht of kapitaalvermindering conform Wna art. 50 gedurende tien jaar.
Hoe vult u uw Dividendbelasting Opgaaf Nederland in?
Het invullen van de Dividendbelasting Opgaaf Nederland verloopt in de volgende stappen voor de bestuurder van de BV, NV of coöperatie.
Stap 1 — AvA-besluit tot dividenduitkering opstellen. Stel een dividendbesluit op via de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (BW 2:218 voor BV, 2:105 voor NV). Het besluit vermeldt: het bruto dividendbedrag per aandeel, de datum van betaalbaarstelling, de ex-dividenddatum, en of het gaat om een regulier dividend, interimdividend of stockdividend. Controleer dat de uitkering voldoet aan de uitkeringstest (BW 2:216 lid 2): de BV moet na uitkering in staat zijn haar opeisbare schulden te voldoen. Miskenning leidt tot aansprakelijkheid van bestuurders.
Stap 2 — Bereken het belastbare dividendbedrag. Trek het vrijgestelde aandelenkapitaal en agio af van het bruto dividendbedrag om de belastbare grondslag te bepalen. Belastbare grondslag = brutodividend minus vrijgesteld gestort kapitaal en agio (art. 3 lid 2 Wet dividendbelasting 1965). Ingehouden dividendbelasting = 15% x belastbare grondslag. Nettodividend aan aandeelhouder = brutodividend minus ingehouden dividendbelasting.
Stap 3 — Verdragstarief controleren bij buitenlandse aandeelhouder. Controleer voor iedere buitenlandse aandeelhouder of een belastingverdrag een lager tarief voorschrijft. Vraag een geldig formulier IB 94 (particulier) of IB 95 (rechtspersoon) op bij de aandeelhouder. Controleer de geldigheidsperiode van het formulier en bewaar het in de administratie. Pas het verdragstarief toe in de berekening.
Stap 4 — Dividend uitbetalen aan aandeelhouders. Betaal het nettodividend aan de aandeelhouders via IBAN-overboeking op de datum van betaalbaarstelling. Vermeld als betalingsomschrijving: dividend Q[kwartaal]/[jaar] [bedrijfsnaam], aandeelhouder [naam]. Geef een dividendnota af aan elke aandeelhouder met vermelding van bruto dividend, ingehouden dividendbelasting en netto dividend.
Stap 5 — Aangifte dividendbelasting indienen. Open Mijn Belastingdienst Zakelijk (mijn.belastingdienst.nl/zakelijk) en log in met eHerkenning niveau 3. Selecteer het formulier Aangifte Dividendbelasting. Vul in: RSIN, datum betaalbaarstelling, belastbare grondslag per aandeelhouder en tarief, totale ingehouden dividendbelasting. Controleer alle velden en dien de aangifte in.
Stap 6 — Dividendbelasting afdragen. Betaal de ingehouden dividendbelasting binnen één maand na datum betaalbaarstelling op rekening Belastingdienst (NL86 INGB 0002 4455 88) onder vermelding van het betalingskenmerk uit de aangifte. Bewaar de betaalbevestiging.
Stap 7 — Dividendnota verstrekken aan aandeelhouder. Stuur aan iedere aandeelhouder een dividendnota (dividendstrookje) met: naam en adres uitkerende vennootschap, BSN of RSIN aandeelhouder, datum betaalbaarstelling, bruto dividend per aandeel, ingehouden dividendbelasting, netto dividend. De aandeelhouder gebruikt deze nota voor de verrekening in de aangifte inkomstenbelasting (Box 2 voor DGA) of vennootschapsbelasting (holding).
Stap 8 — Administratie bijwerken en bewaren. Leg het dividendbesluit (AvA-notulen), de aangifte, de betaalbevestiging en de dividendnota's vast in de bedrijfsadministratie. Bewaartermijn zeven jaar (AWR art. 52). Verwerk de dividenduitkering in de jaarrekening van de BV als debet winstreserves en credit schulden aan aandeelhouders.
Wettelijke vereisten voor Dividendbelasting Opgaaf Nederland
De Dividendbelasting Opgaaf Nederland is gebonden aan wettelijke vereisten van de Wet dividendbelasting 1965 en het Burgerlijk Wetboek.
Inhoudingsplicht en tarief (Wet dividendbelasting 1965 art. 1, 5, 7). De inhoudingsplichtige BV, NV of coöperatie is verplicht 15% dividendbelasting in te houden op uitkeringen aan aandeelhouders. De inhouding vindt plaats op het moment van betaalbaarstelling. Aangifte en afdracht moeten plaatsvinden binnen één maand na betaalbaarstelling conform art. 7 lid 1. Te late aangifte of betaling leidt tot verzuimboete (AWR art. 67c) van 3% van de verschuldigde belasting (minimum 50 euro, maximum 5.514 euro in 2026) plus belastingrente (AWR art. 30h).
Uitkeringstest BV (BW 2:216 lid 2). Voordat de BV dividend uitkeert, moet het bestuur een uitkeringstest uitvoeren: de BV moet na uitkering nog in staat zijn haar opeisbare schulden te voldoen. Het bestuur stelt een formele verklaring op. Bij onjuiste uitkeringstest kunnen bestuurders persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor het uitkeerde bedrag (BW 2:216 lid 3) jegens crediteuren.
Notariaat bij kapitaalterugbetaling (BW 2:207-208; Wna art. 2). Een terugbetaling van aandelenkapitaal (kapitaalvermindering) vereist een AvA-besluit met twee derde meerderheid, een crediteurbeschermingstermijn van één maand (BW 2:208 lid 4), en een notariële akte van aanpassing statuten (Wna art. 2). Deze route is vrijgesteld van dividendbelasting maar heeft uitvoerige procedurele vereisten.
Moeder-dochterrichtlijn (EU Richtlijn 2011/96/EU; Wet dividendbelasting 1965 art. 4). Bij uitkering aan een EU-moedervennootschap met meer dan 5% belang geldt de inhoudingsvrijstelling op grond van de Moeder-dochterrichtlijn, mits de moedervennootschap niet is tussengevoegd voor belastingontwijking (anti-abuse), de moeder een actieve EU-vennootschap is en de deelneming ten minste één jaar wordt aangehouden. De inhoudingsplichtige past de vrijstelling toe zonder aangifte dividendbelasting.
Belastingverdragen en teruggaaf. Nederland heeft meer dan 100 belastingverdragen gesloten met bepalingen over dividendbelasting. Bij buitenlandse aandeelhouders geldt het verdragstarief (doorgaans 5%-15%) in plaats van het standaardtarief 15%. Te veel ingehouden dividendbelasting kan worden teruggevraagd bij Belastingdienst/Haaglanden (voor buitenlandse particuliere aandeelhouders) of via de aangifte vennootschapsbelasting (voor buitenlandse vennootschapsbelastingplichtige aandeelhouders).
Bezwaar en beroep (AWR art. 22j; Awb). Tegen een naheffingsaanslag dividendbelasting staat bezwaar open binnen zes weken na dagtekening bij de inspecteur Belastingdienst. Beroep bij belastingkamer rechtbank, hoger beroep bij Gerechtshof, cassatie bij Hoge Raad. Griffierecht 2026: 379 euro rechtspersonen, 51 euro particulieren.
Bewaartermijn (AWR art. 52). Dividendbesluiten (AvA-notulen), aangifte dividendbelasting, betaalbewijzen, dividendnota's en aandeelhoudersregisters dienen zeven jaar bewaard te worden. Het aandeelhoudersregister zelf dient conform BW 2:194 bewaard te worden zolang de vennootschap bestaat.
Veelgemaakte fouten bij uw Dividendbelasting Opgaaf Nederland
Bij de Dividendbelasting Opgaaf Nederland worden regelmatig de onderstaande fouten gemaakt die leiden tot naheffingen, boetes of aansprakelijkheid van bestuurders.
Fout 1 — Uitkeringstest niet uitgevoerd. Bestuurders van een BV die dividend uitkeren zonder een uitkeringstest (BW 2:216 lid 2) lopen het risico van persoonlijke aansprakelijkheid jegens crediteuren als de BV na uitkering haar schulden niet kan betalen. De uitkeringstest is een formele verantwoordelijkheid van het bestuur; de accountant of belastingadviseur kan helpen maar ontslaat het bestuur niet van aansprakelijkheid.
Fout 2 — Aangifte te laat ingediend. De aangifte dividendbelasting moet binnen één maand na betaalbaarstelling worden ingediend. Veel BV-bestuurders vergeten de datum van betaalbaarstelling te registreren en missen de termijn. Te late aangifte leidt tot verzuimboete (AWR art. 67c). Plan de aangifte direct na het AvA-dividendbesluit.
Fout 3 — Dividendbelasting te laag berekend door onjuiste grondslag. Bestuurders trekken ten onrechte het volledige aandelenkapitaal plus reserves af van het dividend, terwijl alleen het gestorte kapitaal en agio zijn vrijgesteld (art. 3 lid 2 Wet dividendbelasting 1965). Winstreserves zijn altijd belast als dividendgrondslag. Te weinig ingehouden dividendbelasting leidt tot naheffing bij de inhoudingsplichtige (BV/NV).
Fout 4 — Verdragstarief toegepast zonder geldige verklaring. Voor buitenlandse aandeelhouders mag het verdragstarief (lager dan 15%) alleen worden toegepast als de aandeelhouder een geldig formulier IB 94 of IB 95 heeft overlegd. Zonder geldig formulier moet de BV het standaardtarief van 15% inhouden. Te weinig ingehouden dividendbelasting wordt nageheven bij de inhoudingsplichtige, niet bij de buitenlandse aandeelhouder.
Fout 5 — Kapitaalterugbetaling behandeld als dividend of vice versa. Een zuivere kapitaalterugbetaling (terugbetaling aandelenkapitaal via notariële akte) is vrijgesteld van dividendbelasting. Dividenduitkering uit winstreserves is belast. Bestuurders verwarren beide routes soms, wat leidt tot foutieve belastingbehandeling bij de BV en de aandeelhouder. Raadpleeg een notaris (Wna art. 2) en belastingadviseur bij kapitaalvermindering.
Fout 6 — DGA vergeet dividendbelasting te verrekenen in IB-aangifte. De directeur-grootaandeelhouder die dividendbelasting heeft laten inhouden, dient deze als voorheffing te verrekenen in zijn aangifte inkomstenbelasting Box 2. Niet-verrekenen leidt tot dubbele heffing (dividendbelasting én Box 2 zonder verrekening). Gebruik de dividendnota van de BV als bewijs bij de IB-aangifte.
Fout 7 — Geen dividendnota verstrekt aan aandeelhouder. De uitkerende rechtspersoon is verplicht een dividendnota te verstrekken aan elke aandeelhouder conform Wet dividendbelasting 1965. Zonder dividendnota kan de aandeelhouder de ingehouden dividendbelasting niet verrekenen in zijn aangifte. Bij controle door de Belastingdienst wordt het ontbreken van dividendnota's gezien als een administratieve tekortkoming.
Fout 8 — Vergeten aangifte bij interimdividend. Bij uitkering van een interimdividend (tussentijds dividend vóór het boekjaar is afgesloten) is de inhoudingsplichtige verplicht ook voor het interimdividend afzonderlijk aangifte te doen. BV-bestuurders die meerdere uitkeringen per jaar doen, vergeten soms een of meerdere aangifte-momenten.
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Dividendbelasting Opgaaf Nederland (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/financial/forms/dividendbelasting-opgaaf
"Dividendbelasting Opgaaf Nederland (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/financial/forms/dividendbelasting-opgaaf.
@misc{formslegal-dividendbelasting-opgaaf,
author = {{Forms Legal}},
title = {Dividendbelasting Opgaaf Nederland (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/financial/forms/dividendbelasting-opgaaf}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
Dividendbelasting is een bronbelasting van 15% die een Nederlandse BV, NV of coöperatie inhoudt op dividenduitkeringen aan aandeelhouders, conform Wet dividendbelasting 1965 art. 5. De inhoudingsplicht rust op de uitkerende rechtspersoon (inhoudingsplichtige), niet op de aandeelhouder. Wanneer een BV dividend uitkeert, houdt de BV 15% dividendbelasting in en betaalt het resterende (netto) dividend aan de aandeelhouder. De ingehouden dividendbelasting wordt afgedragen aan de Belastingdienst via de aangifte dividendbelasting binnen één maand na de datum van betaalbaarstelling (Wet dividendbelasting 1965 art. 7). De dividendbelasting is een voorheffing voor de aandeelhouder: de ontvangen aandeelhouder verrekent de ingehouden dividendbelasting in zijn aangifte inkomstenbelasting (Box 2, Wet IB 2001 art. 9.2) of vennootschapsbelasting (Wet Vpb 1969 art. 25), zodat er geen dubbele heffing is. Bij een DGA met 30.000 euro brutodividend houdt de BV 4.500 euro dividendbelasting in; de DGA ontvangt 25.500 euro netto en verrekent 4.500 euro dividendbelasting in de IB-aangifte Box 2.
De berekening van dividendbelasting verloopt in drie stappen conform Wet dividendbelasting 1965 art. 3. Stap 1 — Bepaal het brutodividend: het bedrag dat de AvA heeft besloten uit te keren per aandeel maal het aantal aandelen. Stap 2 — Bepaal de belastbare grondslag: trek het vrijgestelde deel af, namelijk het gestorte aandelenkapitaal en agio dat via de kapitaalrekening wordt uitbetaald (art. 3 lid 2). Winstreserves zijn altijd belast. Stap 3 — Bereken de dividendbelasting: 15% van de belastbare grondslag. Voorbeeld: BV keert 100.000 euro bruto dividend uit; gestort kapitaal vrijgesteld 0 euro; belastbare grondslag 100.000 euro; dividendbelasting 15.000 euro; nettodividend aan aandeelhouder 85.000 euro. De aandeelhouder-DGA verrekent 15.000 euro als voorheffing in Box 2 IB-aangifte. Bij buitenlandse aandeelhouder met verdragstarief 5% (bij meer dan 25% deelneming): 5.000 euro dividendbelasting bij 100.000 euro brutodividend, mits geldig formulier IB 95 aanwezig.
Ja, in specifieke situaties is dividend of kapitaaluitkering vrijgesteld van dividendbelasting. Ten eerste: terugbetaling van aandelenkapitaal via kapitaalvermindering (BW 2:207-208) is vrijgesteld, mits via een notariële akte van statutenwijziging (Wna art. 2) en na een crediteurbeschermingstermijn van één maand. Ten tweede: de Moeder-dochterrichtlijn (EU Richtlijn 2011/96/EU) vrijstelt uitkeringen aan EU-moedervennootschappen met meer dan 5% belang, mits aan de anti-abusevoorwaarden is voldaan (Wet dividendbelasting 1965 art. 4). Ten derde: de deelnemingsvrijstelling (Wet Vpb 1969 art. 13 juncto Wet dividendbelasting 1965 art. 4 lid 4) kan de inhoudingsverplichting wegnemen bij holdingstructuren binnen dezelfde groep. Ten vierde: bij dividend aan een DGA in een BV-holding die opbouwt voor pensioen kan de uitkering via de holdingstructuur fiscaal neutraal zijn (geen directe heffing dividendbelasting). Raadpleeg altijd een belastingadviseur bij twijfel over vrijstellingsregelingen; onjuiste toepassing leidt tot naheffing van dividendbelasting bij de inhoudingsplichtige BV.
De aangifte dividendbelasting en de afdracht moeten plaatsvinden binnen één maand na de datum waarop het dividend betaalbaar is gesteld, conform Wet dividendbelasting 1965 art. 7 lid 1. De datum van betaalbaarstelling staat vermeld in het dividendbesluit van de AvA (BW 2:218). Voorbeeld: dividendbesluit met betaalbaarstelling 15 mei 2026 → aangifte en betaling voor 15 juni 2026. De aangifte verloopt elektronisch via Mijn Belastingdienst Zakelijk (mijn.belastingdienst.nl/zakelijk) met eHerkenning niveau 3. Betaling verloopt via bankoverschrijving naar Belastingdienst-rekening NL86 INGB 0002 4455 88 onder vermelding van het betalingskenmerk uit de aangifte. Te late aangifte leidt tot een verzuimboete van 3% van de verschuldigde belasting (minimum 50 euro, maximum 5.514 euro in 2026) op grond van AWR art. 67c. Te late betaling leidt tot belastingrente (AWR art. 30h). Bij herhaald verzuim kan de Belastingdienst een vergrijpboete opleggen tot 100% van het verschuldigde bedrag.
Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) die via zijn BV dividend ontvangt, verrekent de ingehouden dividendbelasting (15%) als voorheffing in de aangifte inkomstenbelasting Box 2 conform Wet IB 2001 art. 9.2. De DGA ontvangt een dividendnota van zijn BV waarop staat: brutodividend, ingehouden dividendbelasting, nettodividend. In de IB-aangifte (P-biljet of M-biljet, sectie Box 2 aanmerkelijk belang) geeft de DGA het brutodividend op als Box 2-inkomen. De verschuldigde Box 2-belasting (24,5% tot 67.000 euro, 33% daarboven) wordt berekend over het brutodividend. De ingehouden dividendbelasting (15%) wordt in mindering gebracht op de verschuldigde Box 2-belasting; de DGA betaalt het saldo bij of ontvangt teruggave. Voorbeeld: brutodividend 50.000 euro; Box 2-belasting 24,5% = 12.250 euro; verrekening dividendbelasting 15% = 7.500 euro; bij te betalen saldo 4.750 euro. De dividendnota is het bewijs voor de verrekening; bewaar deze conform AWR art. 52 zeven jaar.
Het niet of te laat afdragen van dividendbelasting heeft ernstige fiscale en civielrechtelijke gevolgen. De Belastingdienst kan een naheffingsaanslag opleggen (AWR art. 20) voor de niet-afgedragen dividendbelasting plus belastingrente (AWR art. 30h) berekend over de periode van te late betaling. Daarnaast wordt een verzuimboete opgelegd (AWR art. 67c) van 3% van de verschuldigde belasting (minimum 50 euro, maximum 5.514 euro in 2026). Bij opzet of grove schuld loopt de boete op tot 100% van de verschuldigde belasting (vergrijpboete, AWR art. 67f). Bij bewezen fraude kan strafrechtelijke vervolging via het Openbaar Ministerie (OM) plaatsvinden op grond van AWR art. 69 met gevangenisstraf tot zes jaar of geldboete vijfde categorie. Bestuurders van een BV of NV kunnen bij bewust niet-afdragen persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de niet-afgedragen belasting via bestuurdersaansprakelijkheid (art. 36 Invorderingswet 1990). De aandeelhouder ontvangt NIET terug wat al is uitbetaald als nettodividend; de belastingschuld blijft bij de BV als inhoudingsplichtige.
Bij uitkering van dividend aan een buitenlandse aandeelhouder (niet-ingezetene) houdt de Nederlandse BV of NV in beginsel 15% dividendbelasting in conform het standaardtarief van Wet dividendbelasting 1965 art. 5. Indien een belastingverdrag tussen Nederland en het land van de aandeelhouder een lager tarief voorschrijft (bijv. 5% bij meer dan 25% deelneming of 10% bij gewone deelneming), past de inhoudingsplichtige dit lagere verdragstarief toe. Voorwaarde is dat de buitenlandse aandeelhouder een geldig formulier IB 94 (particulier) of IB 95 (rechtspersoon) heeft overlegd bij de Nederlandse BV of NV. Zonder geldig formulier wordt het standaardtarief 15% gehanteerd. De buitenlandse aandeelhouder kan te veel ingehouden dividendbelasting terugvragen bij Belastingdienst/Haaglanden via het formulier Teruggaaf dividendbelasting (conform Wet dividendbelasting 1965 art. 10 en de bilaterale verdragsbepalingen). Bij uitkering aan een EU-moedervennootschap met meer dan 5% belang geldt de volledige vrijstelling op basis van de Moeder-dochterrichtlijn (EU Richtlijn 2011/96/EU), geïmplementeerd in Wet dividendbelasting 1965 art. 4, mits voldaan aan anti-abusetoets.
De uitkeringstest voor een BV conform BW 2:216 lid 2 is een verplichte liquiditeitstoets die het bestuur moet uitvoeren voordat de AvA dividend kan uitkeren. Het bestuur moet beoordelen of de BV na de uitkering in staat zal zijn haar opeisbare schulden te voldoen gedurende minimaal één jaar na de uitkering (de prognosettest). Factoren die worden meegewogen: liquiditeitsprognoses, openstaande schulden en verplichtingen, toekomstige inkomsten en uitgaven, risico's. Het bestuur stelt een schriftelijke verklaring op (interne notitie of bestuursbesluit) dat de uitkeringstest positief is. Bij een negatief oordeel (de BV kan schulden niet betalen na uitkering) mag het bestuur geen goedkeuring geven aan de AvA voor de uitkering. Als het bestuur toch meewerkt aan een te hoge uitkering en de BV daarna haar schulden niet kan betalen, zijn de bestuurders die de uitkering goedkeurden, aansprakelijk jegens de BV voor het volledige uitkeerde bedrag dat niet kan worden teruggevorderd van de aandeelhouders (BW 2:216 lid 3). Aandeelhouders die wisten of redelijkerwijs konden weten dat de uitkering de BV schade zou berokkenen, moeten het ontvangen bedrag terugbetalen.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Akte van Oprichting BV Nederland
Notariele akte van oprichting van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BV) conform Burgerlijk Wetboek Boek 2 art. 2:175-2:228 en Flex-BV regeling 2012. Bevat statutaire naam, doel, aandelenkapitaal, bestuur, blokkeringsregeling en boekjaar.
Aandeelhoudersovereenkomst Nederland
Aandeelhoudersovereenkomst (shareholders agreement) tussen aandeelhouders van een BV conform Burgerlijk Wetboek art. 2:192 en BW art. 6:217. Regelt governance, gekwalificeerde besluiten, drag-along, tag-along, lock-up, vesting en exit-bepalingen.
IB Aangifte Supplement Box 1/2/3 Nederland
Werkblad voor de aangifte inkomstenbelasting met overzicht Box 1 (werk en woning), Box 2 (aanmerkelijk belang) en Box 3 (sparen en beleggen) conform Wet IB 2001 art. 2.3.