Fiscale Eenheid Verzoek Vennootschapsbelasting Nederland
VERZOEK FISCALE EENHEID VENNOOTSCHAPSBELASTING NEDERLAND
Verzoek conform Wet Vpb 1969 art. 15 en Besluit fiscale eenheid 2003
Moedermaatschappij
1. GEGEVENS MOEDERMAATSCHAPPIJ
Naam: [Moeder Naam]
RSIN: [Moeder Rsin]
KVK-nummer: [Moeder Kvk]
Vestigingsadres: [Moeder Adres]
Bestuurder: [Moeder Bestuurder]
Boekjaarindeling: [Moeder Boekjaar]
Dochtermaatschappij
2. GEGEVENS DOCHTERMAATSCHAPPIJ
Naam: [Dochter Naam]
RSIN: [Dochter Rsin]
KVK-nummer: [Dochter Kvk]
Aandelenbezit moeder in dochter: [Aandelenbelang] (vereist minimaal 95%, art. 15 lid 2 Wet Vpb 1969)
Datum verwerving aandelen: [Aandelen Verwervings Datum]
Bestuurder: [Dochter Bestuurder]
Verzoekdetails
3. VERZOEKDETAILS EN GEWENSTE INGANGSDATUM
Gewenste ingangsdatum fiscale eenheid: [Gewenste Ingangs Datum]
Aanvullende dochtermaatschappijen: [Aanvullende Vennootschappen]
Ondergetekenden verzoeken de Belastingdienst om vorming van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting conform Wet Vpb 1969 art. 15 en Besluit fiscale eenheid 2003.
Verklaard wordt dat is voldaan aan alle wettelijke vereisten: minimaal 95% aandelenbezit (juridisch en economisch), gelijke boekjaarindeling, beide in Nederland gevestigd en Vpb-plichtig, geen uitzonderingsgronden van toepassing.
Ondertekening
4. ONDERTEKENING
Datum indiening: [Indien Datum]
Plaats: [Indien Plaats]
Namens moedermaatschappij ([Moeder Naam]): __________________________
Naam: [Moeder Bestuurder]
Namens dochtermaatschappij ([Dochter Naam]): __________________________
Naam: [Dochter Bestuurder]
Indienen bij de bevoegde inspecteur Belastingdienst voor de moedermaatschappij via Mijn Belastingdienst Zakelijk (eHerkenning niveau 3) of per post. Bewaartermijn beschikking: conform AWR art. 52 zeven jaar plus voor het voortbestaan van de fiscale eenheid.
Bestuurder moedermaatschappij
________________
Signature
Bestuurder dochtermaatschappij
________________
Signature
Wat is Fiscale Eenheid Verzoek Vennootschapsbelasting Nederland?
De Fiscale Eenheid Verzoek Vennootschapsbelasting in Nederland is het verzoek aan de Belastingdienst om een moedermaatschappij en een of meer dochtermaatschappijen voor de vennootschapsbelasting als één belastingplichtige te behandelen, op grond van Wet Vpb 1969 art. 15. De fiscale eenheid maakt onderlinge verliesverrekening mogelijk, stelt intercompanytransacties buiten de heffing en laat de groep één gezamenlijke aangifte indienen; vereist is onder meer dat de moeder ten minste vijfennegentig procent van de aandelen in de dochter bezit.
Voordelen van de fiscale eenheid. Ten eerste de horizontale verliesverrekening: verlies van de ene deelnemende maatschappij kan direct worden verrekend met winst van een andere deelnemende maatschappij in hetzelfde jaar. Ten tweede consolidatie van onderlinge transacties: intercompanytransacties (leningen, verhuur, dienstverlening) tussen leden van de fiscale eenheid zijn niet belastbaar; er is geen Vpb verschuldigd over intercompanywinsten. Ten derde geen Vpb bij herstructurering: overdracht van activa en passiva tussen vennootschappen binnen de fiscale eenheid is niet belastbaar (geen vervreemdingsresultaten). Ten vierde één gecombineerde aangifte Vpb bij de Belastingdienst in plaats van afzonderlijke aangiftes per vennootschap.
Vereisten voor de fiscale eenheid (Wet Vpb 1969 art. 15 lid 1-5). De moedermaatschappij moet ten minste 95% van de aandelen in de dochtermaatschappij bezitten en meer dan 95% van de juridische en economische eigendom van het aandelenkapitaal houden. Beide maatschappijen moeten in Nederland gevestigd zijn en Vpb-plichtig zijn. De moeder- en dochtermaatschappij moeten dezelfde boekjaarindeling hebben (gelijke start- en einddatum boekjaar). Stichtingen, coöperaties en personenvennootschappen (VOF, maatschap) kunnen geen fiscale eenheid vormen. Niet-belastingplichtige instellingen (art. 3 Wet Vpb) zijn uitgesloten.
Het Besluit fiscale eenheid 2003 bevat nadere regels voor de vorming, wijziging en verbreking van de fiscale eenheid. Het verzoek wordt ingediend bij de Belastingdienst en wordt beschikt; de fiscale eenheid gaat in per de datum vermeld in het verzoek (met terugwerkende kracht tot het begin van het boekjaar mits het verzoek is ingediend vóór de aangifte-deadline van dat jaar). Verbreking van de fiscale eenheid heeft gevolgen via de desinvesteringsregels (Wet Vpb 1969 art. 15aj) die de ontvoegde vennootschappen kunnen confronteren met belaste stille reserves.
Nederlandse fiscale eenheid en EU-recht. Na het Groupe Steria-arrest van het Hof van Justitie EU (C-386/14) en het X-arrest (C-398/16, C-399/16) heeft Nederland de regels voor grensoverschrijdende fiscale eenheden aangepast. Onder bepaalde voorwaarden is een beperkte grensoverschrijdende verliesverrekening mogelijk via de ATAD2-richtlijn (EU Richtlijn 2017/952, geïmplementeerd per 1 januari 2020 in Wet Vpb 1969). Een volledige grensoverschrijdende fiscale eenheid bestaat echter niet in Nederland; daarvoor ontbreken de wettelijke kaders.
Wanneer heeft u Fiscale Eenheid Verzoek Vennootschapsbelasting Nederland nodig?
Het Fiscale Eenheid Verzoek Vennootschapsbelasting Nederland is in de volgende situaties gewenst voor moeder- en dochtermaatschappijen.
Holdingstructuur met meerdere werkmaatschappijen. Een moederholding die 100% van de aandelen houdt in meerdere werkmaatschappijen (bijv. een BV-holdingstructuur) formt doorgaans een fiscale eenheid om verliesverrekening, onbelaste intercompanytransacties en één gecombineerde Vpb-aangifte te realiseren. Bijv.: Janssen Holding BV bezit 100% aandelen in Janssen Bouw BV en Janssen Vastgoed BV; fiscale eenheid voor alle drie vennootschappen is voordelig.
Start van een nieuwe dochtermaatschappij met aanloopverliezen. Als een moedermaatschappij een nieuwe dochter-BV opricht die de eerste jaren verlies draait (aanloopkosten, investeringen), kan de dochter worden gevoegd in de fiscale eenheid van de moeder. Het verlies van de dochter wordt dan direct verrekend met de winst van de moeder in hetzelfde jaar (horizontale verliesverrekening). Zonder fiscale eenheid moeten verliezen worden verrekend in de toekomst (carry-forward, Wet Vpb 1969 art. 20).
Overname en herstructurering. Bij een overname van een bestaande BV (koopovereenkomst aandelen) kan de koper de overgenomen BV voegen in zijn bestaande fiscale eenheid na verwerving van minimaal 95% van de aandelen. Voordeel: intercompanytransacties (bijv. financiering van de overnameprijs via een lening van de moeder aan de dochter) zijn niet belast. Aandachtspunt: verliesverrekening van de ontvoegde dochter na verbreking is beperkt via de samenloopregels (Wet Vpb 1969 art. 15ag).
Onroerend goed management via aparte BV. Een BV-groep die onroerend goed beheert via een aparte vastgoed-BV kan de vastgoed-BV voegen in de fiscale eenheid. Huurinkomsten van de vastgoed-BV aan de exploitatie-BV zijn dan niet belast als intercompanytransactie. Zonder fiscale eenheid is er Vpb verschuldigd over de intercompanyhuur bij de vastgoed-BV.
Elke situatie waarbij intercompanywinsten worden gerealiseerd. Als twee BV's in dezelfde groep transacties doen waarbij één BV winst maakt op de andere BV (bijv. managementfees, royalty's, leningen), worden die intercompanywinsten binnen een fiscale eenheid geëlimineerd. Dit voorkomt dat belasting wordt betaald over geld dat intern circuleeert in de groep.
Werkmaatschappij met tijdelijk hogere winst dan gemiddeld. Als een werkmaatschappij een incidenteel hoge winst heeft (bijv. door verkoop van activa) en een andere groepsvennootschap heeft een verlies, kan binnen de fiscale eenheid de hoge winst direct worden gesaldeerd met het verlies. Buiten de fiscale eenheid is de hoge winst volledig belast (25,8% Vpb) en is het verlies pas later verrekenbaar.
Groepsfinancieringsstructuur (intercompany leningen). Een financieringsmaatschappij binnen een BV-groep die aan andere groepsmaatschappijen leent, realiseert rentebaten die buiten een fiscale eenheid belast zijn. Binnen de fiscale eenheid zijn intercompanyrente-ontvangsten geëlimineerd. Let op: de renteaftrekbeperkingen van Wet Vpb 1969 art. 15b (earningsstripping) blijven van toepassing bij excessieve externe financiering.
Wat moet er in uw Fiscale Eenheid Verzoek Vennootschapsbelasting Nederland staan?
Het Fiscale Eenheid Verzoek Vennootschapsbelasting Nederland bevat de volgende onderdelen die de Belastingdienst vereist voor de beschikking.
Gegevens moedermaatschappij. Volledige naam, RSIN, KVK-nummer, BTW-nummer (indien van toepassing), vestigingsadres, naam bevoegde bestuurder, boekjaarindeling (startdatum en einddatum). De moedermaatschappij voert het verzoek in en ontvangt de beschikking van de Belastingdienst. De moeder is vervolgens de verantwoordelijke partij voor de gecombineerde Vpb-aangifte.
Gegevens dochtermaatschappij(en). Voor iedere te voegen dochtermaatschappij: volledige naam, RSIN, KVK-nummer, vestigingsadres, boekjaarindeling, aandelenpakket gehouden door moeder (percentage, moet ≥ 95% zijn), datum van verwerving van de aandelen. Het minimale aandelenbezit van 95% geldt voor zowel juridische als economische eigendom conform art. 15 lid 2 Wet Vpb 1969.
Gewenste ingangsdatum fiscale eenheid. De ingangsdatum van de fiscale eenheid is het eerste moment waarop de moeder 95% van de aandelen bezit. Als het verzoek wordt ingediend vóór de aangifte-deadline, kan terugwerkende kracht worden verleend tot het begin van het boekjaar. Het verzoek moet worden ingediend vóór het einde van het eerste boekjaar waarvoor de fiscale eenheid gewenst is; te late indiening leidt tot een latere ingangsdatum.
Verklaring vereisten fiscale eenheid. Het verzoek bevat een verklaring dat alle vereisten voor de fiscale eenheid zijn vervuld: 95% aandelenbezit, zelfde boekjaarindeling, beide vennootschappen Vpb-plichtig en in Nederland gevestigd, geen uitzonderingen (bijv. geen beleggingsinstelling (art. 28 Wet Vpb), geen vennootschap met bijzonder Vpb-regime).
Overeenstemming moeder en dochter. Zowel de moedermaatschappij als de dochtermaatschappij moeten het verzoek ondertekenen. Beide bestuurders of bevoegde vertegenwoordigers ondertekenen. Het Besluit fiscale eenheid 2003 vereist de handtekening van alle betrokken maatschappijen.
Anticiperende Vpb-aangifte aanpassen. Bij een lopend boekjaar waarbij een fiscale eenheid mid-jaar wordt gevormd, moeten de afzonderlijke Vpb-aangiftes worden herzien en de gecombineerde Vpb-aangifte worden voorbereid. Financieel-administratief vergt dit aanpassing van de intercompanybalansen en eliminatie van intercompanytransacties.
forms-legal.com biedt het Fiscale Eenheid Verzoek als werkblad voor het aanvragen van de beschikking bij de Belastingdienst. Zie ook de verwante documenten: nl-oprichtingsakte-bv voor de rechtsgrondslag van de BV-structuur, nl-aandeelhoudersovereenkomst voor aandeelhoudersregelingen, en nl-vpb-aangifte voor de gecombineerde Vpb-aangifte na vorming van de fiscale eenheid.
Verbreking fiscale eenheid. Bij ontvoeging van een dochter (bijv. bij verkoop aandelen aan derde) verbreekt de fiscale eenheid per het moment van de vervreemding. Gevolgen: de ontvoegde dochter draagt stille reserves en goodwill mee die bij latere realisatie belast zijn bij de dochter (desinvesteringsregels art. 15aj Wet Vpb). Belastingadviseur inschakelen bij ontvoeging om belastinglatentie te berekenen.
Hoe vult u uw Fiscale Eenheid Verzoek Vennootschapsbelasting Nederland in?
Het indienen van het Fiscale Eenheid Verzoek Vennootschapsbelasting Nederland verloopt in de volgende stappen.
Stap 1 — Controleer of aan alle vereisten is voldaan. Verifieer dat de moedermaatschappij minimaal 95% van het aandelenkapitaal (juridisch en economisch) in de dochtermaatschappij houdt conform art. 15 lid 2 Wet Vpb 1969. Controleer of beide maatschappijen dezelfde boekjaarindeling hebben (zelfde startdatum en einddatum). Controleer of beide maatschappijen in Nederland gevestigd zijn en Vpb-plichtig zijn. Sluit uit dat uitzonderingsgronden van toepassing zijn (beleggingsinstelling art. 28 Wet Vpb, bijzonder Vpb-regime).
Stap 2 — Vul de gegevens van de moedermaatschappij in. Vermeld de volledige naam, RSIN, KVK-nummer, vestigingsadres en naam van de bevoegde bestuurder. Bevestig de boekjaarindeling (standaard: 1 januari t/m 31 december, of afwijkend boekjaar via statutaire regeling).
Stap 3 — Vul de gegevens van de dochtermaatschappij(en) in. Voor iedere te voegen dochtermaatschappij: naam, RSIN, KVK-nummer, vestigingsadres, percentage aandelenbezit van de moeder (moet ≥ 95% zijn), datum van verwerving. Bij meerdere dochtermaatschappijen: een aparte vermelding per dochter.
Stap 4 — Bepaal de gewenste ingangsdatum. De ingangsdatum van de fiscale eenheid kan maximaal worden teruggedateerd naar het begin van het boekjaar waarin het verzoek wordt ingediend. Voorbeeld: verzoek ingediend op 1 april 2026 voor boekjaar 2026 → ingangsdatum kan worden 1 januari 2026 (met terugwerkende kracht). Raadpleeg de Belastingdienst voor de exacte regels bij mid-jaar voegingen.
Stap 5 — Laat het verzoek ondertekenen door beide bestuurders. Zowel de bevoegde bestuurder van de moedermaatschappij als de bevoegde bestuurder van de dochtermaatschappij ondertekenen het verzoek (Besluit fiscale eenheid 2003 art. 1). Gebruik eventueel een volmacht (BW 3:60 juncto BW 2:240 statuten BV) indien één bestuurder voor beide vennootschappen tekent.
Stap 6 — Dien het verzoek in bij de Belastingdienst. Het verzoek fiscale eenheid Vpb wordt ingediend bij de inspecteur van de Belastingdienst die bevoegd is voor de moedermaatschappij via het Mijn Belastingdienst Zakelijk-portaal of per post. De Belastingdienst beslist binnen een redelijke termijn en geeft een beschikking af.
Stap 7 — Bereid de gecombineerde Vpb-aangifte voor. Na ontvangst van de beschikking stelt de belastingadviseur de gecombineerde Vpb-aangifte op, waarbij de resultaten van alle vennootschappen in de fiscale eenheid worden geconsolideerd en intercompanytransacties worden geëlimineerd. De Vpb-aangifte wordt ingediend op naam van de moedermaatschappij.
Stap 8 — Documenteer de fiscale eenheid in de administratie. Bewaar de beschikking fiscale eenheid, het verzoekschrift en alle latere wijzigingsbeschikkingen in de bedrijfsadministratie conform AWR art. 52. Bij verbreking van de fiscale eenheid is documentatie van de ingangsdatum en de verbreekdatum essentieel voor de berekening van desinvesteringsgevolgen.
Wettelijke vereisten voor Fiscale Eenheid Verzoek Vennootschapsbelasting Nederland
Het Fiscale Eenheid Verzoek Vennootschapsbelasting Nederland is gebonden aan wettelijke vereisten van Wet Vpb 1969 art. 15 en het Besluit fiscale eenheid 2003.
Vereisten art. 15 Wet Vpb 1969. Minimaal 95% aandelenbezit (juridisch en economisch) van moedermaatschappij in dochtermaatschappij. Beide maatschappijen in Nederland gevestigd (fictief ingezetene voor buitenlandse vennootschappen met feitelijke leiding in NL). Dezelfde boekjaarindeling (gelijke start- en einddatum). Beide Vpb-plichtig (geen vrijgestelde instelling, geen beleggingsinstelling art. 28 Wet Vpb). Geen vennootschap met bijzonder Vpb-regime (bijv. tonnageregeling scheepvaart, art. 3.22 Wet IB 2001 juncto Wet Vpb art. 8 lid 1).
Besluit fiscale eenheid 2003. Het Besluit fiscale eenheid 2003 (Besluit van 14 december 2002, Stb. 2002, 643) bevat de nadere regels voor het verzoek, de beschikking, de gecombineerde Vpb-aangifte, voegings- en ontvoeging-gevolgen, en de intercompanytransacties tijdens de fiscale eenheid. Het verzoek moet zijn ondertekend door alle deelnemende maatschappijen en worden ingediend bij de bevoegde inspecteur voor de moedermaatschappij.
Anti-hybride regels en ATAD2 (Wet Vpb 1969 art. 12aa; Richtlijn 2017/952). Hybride mismatches in fiscale eenheden met buitenlandse partijen vallen onder de ATAD2-wetgeving (geïmplementeerd per 1 januari 2020). Aftrekken die in het buitenland niet leiden tot heffing worden ontkend in Nederland (dubbele niet-heffing regels). Raadpleeg een belastingadviseur bij internationale structuren.
Desinvesteringsregels bij verbreking (Wet Vpb 1969 art. 15aj). Bij ontvoeging van een dochtermaatschappij (bijv. verkoop aandelen aan derde) worden bepaalde stille reserves en goodwill bij de dochter in aanmerking genomen als belast vermogen bij latere realisatie. De belastinglatentie dient te worden opgenomen in de koopprijs van de aandelen of via een indemnificatieclausule in de verkoopovereenkomst te worden geregeld.
Earningsstripping (Wet Vpb 1969 art. 15b). Rente-aftrek van externe financiering (bankleningen) boven de drempel van 1.000.000 euro of 20% van EBITDA is beperkt conform de earningsstripping-regels (ATAD1, geïmplementeerd per 1 januari 2019). De fiscale eenheid consolideert de EBITDA van alle deelnemende vennootschappen; rentelasten worden op geconsolideerd niveau beoordeeld. Fiscale eenheid kan de earningsstripping-drempel vergroten of verkleinen afhankelijk van de schuldpositie van de groep.
Bezwaar en beroep (AWR art. 26 juncto Awb). Tegen de beschikking fiscale eenheid (of weigering ervan) staat bezwaar open bij de inspecteur binnen zes weken na dagtekening, met beroep bij de belastingkamer van de rechtbank, hoger beroep bij het Gerechtshof, cassatie bij de Hoge Raad der Nederlanden. Griffierecht 2026: 379 euro rechtspersonen.
Veelgemaakte fouten bij uw Fiscale Eenheid Verzoek Vennootschapsbelasting Nederland
Bij het Fiscale Eenheid Verzoek Vennootschapsbelasting Nederland worden regelmatig de volgende fouten gemaakt die leiden tot weigering van het verzoek of onverwachte belastingconsequenties.
Fout 1 — Aandelenbezit net onder 95%. Het minimumvereiste van 95% aandelenbezit is hard; bij 94% of lager wordt de fiscale eenheid geweigerd. Converteerbare obligaties of opties die het economisch belang onder 95% brengen kunnen de fiscale eenheid verhinderen. Controleer de kapitaalstructuur van de dochtermaatschappij op preferente aandelen of converteerbare schuldinstrumenten.
Fout 2 — Verschillende boekjaarindeling. Moeder- en dochtermaatschappij moeten exact dezelfde boekjaarindeling hebben. Als de dochter een afwijkend boekjaar heeft (bijv. 1 april t/m 31 maart), moet dit worden gewijzigd via een statutenwijziging (notariële akte) voordat de fiscale eenheid kan worden aangevraagd. Boekjaarwijziging heeft procedurele vereisten (BW 2:11 statuten BV).
Fout 3 — Te laat verzoek ingediend. De terugwerkende kracht is beperkt tot het begin van het huidige boekjaar. Als het verzoek pas na de aangifte-deadline van dat boekjaar wordt ingediend, gaat de fiscale eenheid pas in per het volgende boekjaar. Belastingadviseurs vergeten soms de timing van de terugwerkende kracht te optimaliseren.
Fout 4 — Intercompanytransacties niet tijdig elimineren. Bij toetreding van een dochter tot een bestaande fiscale eenheid worden intercompanytransacties geëlimineerd, maar bestaande intercompanyleningen of vorderingen kunnen leiden tot verplichte herwaardering (voegingstijdstipwinst art. 15aj-15ak Wet Vpb). Niet-geanalyseerde intercompanyposities bij voeging leiden tot verrassende belastingconsequenties.
Fout 5 — Buitenlandse dochtermaatschappij proberen te voegen. De Nederlandse fiscale eenheid is beperkt tot in Nederland gevestigde (of fictief-ingezetene) vennootschappen. Een Belgische NV, een Duits GmbH of een Brits Ltd kan niet worden gevoegd, ook niet als de moeder een Nederlandse BV is. Grensoverschrijdende verliesverrekening is beperkt mogelijk via de ATAD2-route, maar dat is geen volledige fiscale eenheid.
Fout 6 — Vergeten de dochtermaatschappij apart te ondertekenen. Het verzoek moet worden ondertekend door zowel de moeder als de dochter. BV-bestuurders die één persoon zijn voor beide vennootschappen (DGA) ondertekenen soms maar één keer; het Besluit fiscale eenheid 2003 vereist een afzonderlijke handtekening namens iedere vennootschap.
Fout 7 — Vergeten desinvesteringsgevolgen te berekenen bij ontvoeging. Bij verkoop van de aandelen in de dochtermaatschappij aan een derde, verbreekt de fiscale eenheid. De desinvesteringsregels (art. 15aj Wet Vpb) kunnen resulteren in direct belaste stille reserves bij de ontvoegde dochter. Niet-berekende belastinglatentie leidt tot een te lage verkoopprijs of een verkoopprijs die niet de fiscale consequenties dekt.
Fout 8 — Geen rekening houden met earningsstripping na voeging. Na voeging van een sterk-gefinancierde dochtermaatschappij in de fiscale eenheid worden de externe rentelasten van de dochter meegenomen in de geconsolideerde EBITDA-berekening voor earningsstripping (Wet Vpb 1969 art. 15b). Als de geconsolideerde rentelasten de drempel van 20% EBITDA overschrijden, wordt een deel van de renteaftrek geweigerd. De fiscale eenheid kan in dit scenario een nadeel zijn ten opzichte van afzonderlijke belastingplicht.
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Fiscale Eenheid Verzoek Vennootschapsbelasting Nederland (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/financial/forms/fiscale-eenheid-verzoek
"Fiscale Eenheid Verzoek Vennootschapsbelasting Nederland (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/financial/forms/fiscale-eenheid-verzoek.
@misc{formslegal-fiscale-eenheid-verzoek,
author = {{Forms Legal}},
title = {Fiscale Eenheid Verzoek Vennootschapsbelasting Nederland (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/financial/forms/fiscale-eenheid-verzoek}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
Een fiscale eenheid vennootschapsbelasting (Vpb) conform Wet Vpb 1969 art. 15 is een samenwerkingsverband waarbij een moedermaatschappij en een of meer dochtermaatschappijen als één belastingplichtige worden aangemerkt voor de vennootschapsbelasting. Drie hoofdvoordelen. Ten eerste horizontale verliesverrekening: verlies van de ene vennootschap wordt in hetzelfde jaar gesaldeerd met winst van een andere vennootschap in de fiscale eenheid. Buiten de fiscale eenheid zijn verliezen pas in latere jaren te verrekenen via carry-forward. Ten tweede eliminatie van intercompanytransacties: winsten op transacties tussen groepsvennootschappen (verhuur, managementfees, rente, royalty's) zijn niet belast zolang de vennootschappen in de fiscale eenheid zijn gevoegd. Ten derde vereenvoudiging: één gecombineerde Vpb-aangifte in plaats van afzonderlijke aangiftes. Bijkomend voordeel: vrije overdraagbaarheid van activa en passiva tussen vennootschappen in de fiscale eenheid zonder directe Vpb-heffing. Nadelen: complexe desinvesteringsregels bij ontvoeging, besmettingsrisico bij schulden of verplichtingen van één vennootschap die de groep raken, en beperkingen bij buitenlandse groepsmaatschappijen.
Voor de vorming van een fiscale eenheid vennootschapsbelasting conform Wet Vpb 1969 art. 15 lid 1-5 gelden de volgende cumulatieve vereisten. Aandelenvereiste: de moedermaatschappij bezit minimaal 95% van het nominaal gestorte aandelenkapitaal in de dochtermaatschappij, en meer dan 95% van het stemrecht en winstrecht. Vestigingsvereiste: zowel moeder als dochter zijn in Nederland gevestigd (of fictief ingezetene voor buitenlandse vennootschappen met feitelijke leiding in Nederland). Boekjaarvereiste: moeder en dochter hebben dezelfde boekjaarindeling (zelfde startdatum en einddatum boekjaar). Belastingplichtvereiste: beide vennootschappen zijn belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (geen vrijgestelde instellingen). Geen uitzonderingsgrond van toepassing: geen beleggingsinstelling (art. 28 Wet Vpb), geen vennootschap met bijzonder Vpb-regime (tonnageregeling, fiscale beleggingsinstelling). Geen hybride mismatch (ATAD2 art. 12aa Wet Vpb): de structuur mag geen hybride mismatch opleveren bij buitenlandse aandeelhouder. Het verzoek moet zijn ondertekend door zowel de moeder als de dochter en worden ingediend bij de Belastingdienst.
Horizontale verliesverrekening is het mechanisme waarbij verliezen van één vennootschap in een fiscale eenheid worden verrekend met de winst van een andere vennootschap in dezelfde fiscale eenheid in hetzelfde belastingjaar. Dit is een van de grootste voordelen van de fiscale eenheid. Voorbeeld: Moeder Holding BV heeft in 2026 een belastbare winst van 500.000 euro. Dochter Start BV heeft in 2026 een verlies van 200.000 euro (aanloopverliezen). Zonder fiscale eenheid: Moeder Holding BV betaalt Vpb over 500.000 euro (19% over 200.000 euro = 38.000 euro + 25,8% over 300.000 euro = 77.400 euro = totaal 115.400 euro). Start BV heeft een verlies-carryforward voor toekomstige verrekening. Met fiscale eenheid: gecombineerde winst 500.000 - 200.000 = 300.000 euro. Vpb: 19% x 200.000 = 38.000 euro + 25,8% x 100.000 = 25.800 euro = totaal 63.800 euro. Besparing: 51.600 euro. Horizontale verliesverrekening werkt alleen voor verliezen ontstaan ná de voeging van de dochter in de fiscale eenheid; pre-voegingsverliezen zijn beperkt verrekenbaar via specifieke regels (art. 15ae Wet Vpb).
Nee, in beginsel is de Nederlandse fiscale eenheid Vpb beperkt tot in Nederland gevestigde vennootschappen conform Wet Vpb 1969 art. 15 lid 3. Een Belgische NV, Duits GmbH, Frans SAS of een Brits Ltd kan niet worden gevoegd in een Nederlandse fiscale eenheid, ook niet als de moedermaatschappij een Nederlandse BV is. Echter, na het X-arrest van het Hof van Justitie EU (HvJ EU 22 februari 2018, C-398/16, C-399/16) en de Wet spoedreparatie fiscale eenheid 2018 is een beperkte grensoverschrijdende aanpassing doorgevoerd. De ATAD2-richtlijn (EU Richtlijn 2017/952, geïmplementeerd per 1 januari 2020 in Wet Vpb) bevat anti-hybride regels die de fiscale eenheid beïnvloeden bij buitenlandse participanten. Alternatief voor grensoverschrijdende verliesverrekening: de fiscale consolidatie in het land van de moedermaatschappij (bijv. in Duitsland via de Organschaft voor het GmbH, in België via de consolidatieregeling). Voor internationale groepsstructuren is specialistisch advies van een belastingadviseur met internationale expertise (bijv. bij RVO of via een advocaten-belastingadviesmaatschap) onmisbaar.
Verbreking van de fiscale eenheid Vpb kan vrijwillig of verplicht plaatsvinden. Verplichte verbreking bij: aandelenbezit moeder daalt onder 95% (bijv. bij verkoop van een minderheidsbelang aan een derde), dochter wordt niet meer in Nederland gevestigd, faillissement (Faillissementswet art. 1) van moeder of dochter. Vrijwillige verbreking: moeder en dochter dienen een verzoek tot verbreking in bij de Belastingdienst. Gevolgen van verbreking via de desinvesteringsregels (Wet Vpb 1969 art. 15aj, 15ak): stille reserves in activa die tijdens de fiscale eenheid zijn overgedragen van moeder naar dochter of vice versa, worden bij verbreking belast bij de vennootschap die de activa nu bezit. De belastinglatentie voor stille reserves moet worden berekend en meegenomen in de koopprijs van de aandelen bij een overname. Pre-voegingsverliezen die nog niet zijn verrekend binnen de fiscale eenheid, worden bij verbreking teruggeplaatst bij de betreffende vennootschap en zijn alleen verrekenbaar met haar eigen toekomstige winst (art. 15ae). Raadpleeg altijd een belastingadviseur voor de berekening van fiscale gevolgen bij ontvoeging.
Ja, naast de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting (Wet Vpb 1969 art. 15) bestaat er een afzonderlijke fiscale eenheid voor de btw (omzetbelasting) conform Wet OB 1968 art. 7 lid 4. De fiscale eenheid btw stelt ondernemers in staat als één belastingplichtige voor de omzetbelasting te worden aangemerkt. Voordelen: één gecombineerde btw-aangifte, geen btw op intercompanyprestaties binnen de eenheid (zoals dienstverlening of verhuur tussen groepsvennootschappen), één BTW-nummer. Vereisten btw-eenheid: vennootschappen zijn financieel (aandelenbezit), organisatorisch (gemeenschappelijke leiding) en economisch (activiteiten gericht op gemeenschappelijk doel) verweven. De Belastingdienst beslist op het verzoek voor de btw-eenheid. De fiscale eenheid Vpb en de fiscale eenheid btw zijn onafhankelijk van elkaar: u kunt ze beide aanvragen of slechts één. De keuze hangt af van de structuur en activiteiten van uw groep. Raadpleeg een fiscalist voor de optimale combinatie.
De ingangsdatum van de fiscale eenheid Vpb wordt bepaald door het moment van verwerving van minimaal 95% van de aandelen. Terugwerkende kracht is mogelijk tot het begin van het boekjaar van de moedermaatschappij, mits het verzoek wordt ingediend vóór het einde van dat boekjaar en vóór de aangifte-deadline van de Belastingdienst. Voorbeeld: moeder verwerft 100% aandelen in dochter op 15 maart 2026. Verzoek ingediend op 1 mei 2026 (vóór einde boekjaar 31 december 2026). De ingangsdatum kan worden 1 januari 2026 (begin boekjaar), terugwerkende kracht van ruim 3,5 maanden. Als het verzoek pas op 15 februari 2027 wordt ingediend (na het boekjaar 2026), gaat de fiscale eenheid pas in op 15 maart 2026 (datum verwerving aandelen) of op 1 januari 2027 (begin volgend boekjaar), afhankelijk van de beschikking. Houd rekening met de verwervingsdatum bij overname-transacties: een overname in december met een fiscale eenheid per 1 januari van het volgend jaar verliest de horizontale verliesverrekening van het verwervingsjaar.
De vennootschapsbelasting in Nederland kent voor 2026 twee tarieven conform Wet Vpb 1969 art. 22. Over de eerste 200.000 euro belastbare winst geldt het lage tarief van 19%. Over het bedrag boven de 200.000 euro geldt het hoge tarief van 25,8%. Binnen een fiscale eenheid worden de winsten van alle deelnemende vennootschappen geconsolideerd tot één gecombineerde belastbare winst. De tariefschijf van 200.000 euro geldt voor de gehele fiscale eenheid, niet per afzonderlijke vennootschap. Dit kan een nadeel zijn bij een fiscale eenheid met twee winstgevende vennootschappen die elk afzonderlijk onder de 200.000 euro-schijf zouden blijven: samen overschrijden zij de laag-tariefschijf eerder. Voorbeeld: Moeder BV winstgevend 150.000 euro + Dochter BV winstgevend 100.000 euro = gecombineerde winst 250.000 euro. Vpb: 19% x 200.000 = 38.000 euro + 25,8% x 50.000 = 12.900 euro = totaal 50.900 euro. Zonder fiscale eenheid: Moeder BV 19% x 150.000 = 28.500 euro + Dochter BV 19% x 100.000 = 19.000 euro = totaal 47.500 euro. In dit geval is de fiscale eenheid iets duurder vanwege de tariefschijf-nadeel.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Akte van Oprichting BV Nederland
Notariele akte van oprichting van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BV) conform Burgerlijk Wetboek Boek 2 art. 2:175-2:228 en Flex-BV regeling 2012. Bevat statutaire naam, doel, aandelenkapitaal, bestuur, blokkeringsregeling en boekjaar.
Aandeelhoudersovereenkomst Nederland
Aandeelhoudersovereenkomst (shareholders agreement) tussen aandeelhouders van een BV conform Burgerlijk Wetboek art. 2:192 en BW art. 6:217. Regelt governance, gekwalificeerde besluiten, drag-along, tag-along, lock-up, vesting en exit-bepalingen.