Skip to main content

Surseance van Betaling Aanvraag Nederland

Surseance van Betaling Aanvraag Nederland

VERZOEKSCHRIFT SURSEANCE VAN BETALING

Conform Faillissementswet (Fw) art. 214

Aan: [Rechtbank]

Datum: [Datum Verzoek]

Schuldenaar

1. VERZOEKENDE PARTIJ (SCHULDENAAR)

Naam: [Schuldenaar Naam]

Rechtsvorm: [Rechtsvorm]

KVK-nummer: [Kvk Nummer]

Adres: [Schuldenaar Adres]

Bestuurder: [Bestuurder Naam]

Advocaat: [Advocaat Naam]

Gronden surseance

2. GRONDEN VOOR SURSEANCE VAN BETALING (Fw art. 214)

Verzoeker, [Schuldenaar Naam], verzoekt uw Rechtbank op grond van Faillissementswet art. 214 om verlening van surseance van betaling. Verzoeker verwacht in de nabije toekomst niet in staat te zijn de schulden te voldoen naarmate deze opeisbaar worden, maar is van mening dat de activa de schulden zullen overtreffen en dat een akkoord met schuldeisers tot de mogelijkheden behoort.

Oorzaak liquiditeitsproblemen: [Oorzaak Problemen]

Financieel overzicht

3. FINANCIEEL OVERZICHT

Totale activa: [Totaal Activa]

Totale schulden: [Totaal Schulden]

Aantal schuldeisers: [Aantal Schuldeisers]

Een volledige staat van baten en schulden inclusief naam, adres en bedrag per schuldeiser is als bijlage bij dit verzoekschrift gevoegd conform Faillissementswet art. 214 lid 2.

Akkoordvoorstel

4. BEOOGD AKKOORD EN HERSTELPLAN

Uitkeringspercentage schuldeisers: [Akkoord Percentage]

Herstelplan: [Herstelplan]

Verzoeker stelt voor dat de Rechtbank een of meer bewindvoerders aanstelt conform Faillissementswet art. 217 om toezicht te houden op het beheer en de vereffening van het vermogen tijdens de surseanceperiode. Een verificatievergadering conform Fw art. 228 zal worden gehouden teneinde schuldeisers de gelegenheid te geven hun vorderingen in te dienen en het akkoord te beoordelen.

5. VERZOEK

Verzoeker verzoekt de Rechtbank op grond van het vorenstaande:

6. Verzoeker provisionele surseance van betaling te verlenen conform Faillissementswet art. 215;

7. Een of meer bewindvoerders aan te stellen conform Fw art. 217;

8. Een datum voor de verificatievergadering te bepalen conform Fw art. 228.

Naam schuldenaar: [Schuldenaar Naam]

Bestuurder: [Bestuurder Naam]

Advocaat: [Advocaat Naam]

Datum verzoek: [Datum Verzoek]

Handtekening: __________________________

Bestuurder schuldenaar

________________

Signature

Advocaat

________________

Signature

Wat is Surseance van Betaling Aanvraag Nederland?

De Surseance van Betaling Aanvraag in Nederland is het verzoekschrift waarmee een onderneming de rechtbank vraagt om tijdelijk uitstel van betaling, zodat zij beschermd tegen schuldeisers haar bedrijf kan voortzetten en een sanering kan beproeven, op grond van de Faillissementswet art. 214. De rechtbank verleent doorgaans eerst voorlopige surseance en benoemt een bewindvoerder onder Faillissementswet art. 215 en 217; lukt de sanering niet, dan kan de surseance worden ingetrokken en omgezet in faillissement, met de WHOA als alternatieve route voor een onderhands akkoord.

De wettelijke grondslag van surseance van betaling is uitsluitend de Faillissementswet: art. 214 (gronden voor verlening surseance), art. 215 (onmiddellijke beschikking Rechtbank), art. 216 (provisionele surseance), art. 217 (aanstelling bewindvoerder), art. 218 (gevolgen surseance voor betalingsverplichtingen), art. 228 (verificatievergadering), art. 252 (intrekking surseance en omzetting in faillissement), art. 254 (homologatie van akkoord), en art. 370 (WHOA – Wet Homologatie Onderhands Akkoord 2021, als alternatief). Aanvullend gelden de procedurele regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) art. 278-291 voor verzoekschriftprocedures.

Surseance van betaling is een van de drie insolventieprocedures voor bedrijven in Nederland, naast faillissement (Fw art. 1-211) en WSNP (Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen, Fw art. 284-362 voor particulieren). Surseance onderscheidt zich van faillissement doordat de schuldenaar in surseance zijn bedrijf kan voortzetten onder toezicht van een bewindvoerder; bij faillissement verliest de schuldenaar het beheer over zijn vermogen aan de curator. Surseance onderscheidt zich van de WHOA (Fw art. 370) doordat surseance een rechtbankprocedure is met directe bescherming, terwijl WHOA een buitengerechtelijke herstructurering betreft die pas bij de Rechtbank wordt gehomologeerd.

De Rechtbank die bevoegd is voor de surseance-aanvraag is de Rechtbank van het arrondissement waar de schuldenaar zijn woonplaats of statutaire zetel heeft. Voor BV's in Amsterdam: Rechtbank Amsterdam; voor bedrijven in Rotterdam: Rechtbank Rotterdam; etc. Voor bedrijven met meerdere vestigingen: de Rechtbank van het hoofd-vestigingsarrest-adres conform KVK. De Rechtbank beslist doorgaans op de dag van indiening of de volgende dag op het verzoek tot verlening van provisionele surseance conform Fw art. 215.

Surseance van betaling is in de Nederlandse rechtspraktijk voor bedrijven een relatief zeldzame procedure geworden, deels omdat de WHOA (Fw art. 370, in werking 2021) een effectiever alternatief biedt voor herstructurering zonder formele surseance. Surseance wordt overwogen als: er acute dreiging is van executoriale beslagen door meerdere schuldeisers, de onderneming levensvatbaar is maar tijdelijk in liquiditeitsproblemen verkeert, een schuldeisersakkoord realistisch is binnen de surseancetermijn, en de schuldenaar medewerking van de bewindvoerder verwacht bij voortzetting van de onderneming.

Wanneer heeft u Surseance van Betaling Aanvraag Nederland nodig?

De Surseance van Betaling Aanvraag is nodig in specifieke situaties waarbij een bedrijf tijdelijk niet aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen maar waarbij een levensvatbaar herstelplan bestaat.

Acute liquiditeitscrisis bij een levensvatbaar bedrijf. Een bedrijf dat tijdelijk geen liquide middelen heeft om schuldeisers te betalen — door een grote debiteur die niet betaalt, een seizoensdip, of een onverwachte kostenpost — maar waarvan de bedrijfsactiviteiten op lange termijn winstgevend zijn, kan surseance aanvragen om time te kopen voor een herstructurering.

Dreiging van faillissementsaanvraag door schuldeiser. Als een schuldeiser dreigt faillissement aan te vragen bij de Rechtbank conform Fw art. 1, kan de schuldenaar dit voorkomen door zelf surseance aan te vragen. Surseance geeft de schuldenaar de regie over de procedure; bij faillissement aangevraagd door een schuldeiser verliest de schuldenaar de controle en wordt een curator aangesteld.

Voorbereiding van een schuldeisersakkoord. Surseance biedt een veilige periode om met schuldeisers te onderhandelen over een akkoord (schuldvermindering, betalingsregeling, debt-for-equity-conversie). Als meer dan de helft van de schuldeisers (in aantal) die tezamen tenminste de helft van de erkende vorderingen vertegenwoordigen, het akkoord accepteren, kan de Rechtbank het akkoord homologeren conform Fw art. 272-290, waarna het bindend is voor alle concurrente schuldeisers.

Bescherming tegen beslag en executie. Een schuldeiser die executoriaal beslag heeft gelegd op bedrijfsactiva (machines, voertuigen, banksaldo) kan de executie tijdelijk blokkeren door surseance. Na verlening van surseance zijn bestaande beslagen van concurrente schuldeisers geschorst conform Fw art. 218.

Alternatief voor WHOA bij geen contractuele herstructurering. Bij bedrijven waar de WHOA (Wet Homologatie Onderhands Akkoord, Fw art. 370) niet mogelijk is vanwege de vereiste stemdrempel of contractuele beperkingen, kan surseance een alternatief bieden voor de beschermingsperiode die nodig is voor herstructurering.

Wat moet er in uw Surseance van Betaling Aanvraag Nederland staan?

Een rechtsgeldig Surseance van Betaling Verzoekschrift voor de Rechtbank Nederland bevat de onderstaande onderdelen conform Faillissementswet art. 214 en Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 278.

Naam en gegevens verzoeker (schuldenaar). Het verzoekschrift vermeldt de volledige naam, het adres, het KVK-nummer en het BTW-nummer van de schuldenaar. Bij een BV of NV: naam rechtspersoon, statutaire zetel, en namen van de bestuurders. Bij een eenmanszaak of VOF: naam van de eigenaar of vennoten. Het verzoekschrift wordt ondertekend door een bestuurder of door een advocaat namens de schuldenaar.

Aanduiding van de Rechtbank. Het verzoekschrift is gericht aan de sector civiel van de Rechtbank in het arrondissement van de statutaire zetel of woonplaats van de schuldenaar. Bevoegde Rechtbanken in Nederland: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Noord-Holland (Alkmaar), Noord-Nederland (Groningen), Oost-Nederland (Arnhem), Midden-Nederland (Utrecht), Gelderland (Arnhem), Zeeland-West-Brabant (Breda), Noord-Brabant (Den Bosch), Limburg (Maastricht), Overijssel (Almelo).

Gronden voor surseance (Fw art. 214). Het verzoekschrift vermeldt de gronden: de schuldenaar verwacht in de toekomst niet in staat te zijn zijn schulden te voldoen naarmate die opeisbaar worden, maar verwacht wel dat de activa de schulden zullen overtreffen en dat een akkoord met schuldeisers tot de mogelijkheden behoort. Een te optimistische dan wel te pessimistische beschrijving van de financiële toestand is nadelig.

Overzicht van activa en passiva. Het verzoekschrift gaat vergezeld van een beknopte balans: activa (vlottende activa, vaste activa, debiteuren), passiva (schulden per schuldeiser, aard van de schuld, opeisbaarheid), en een kasstroomoverzicht voor de komende zes maanden. De Rechtbank beoordeelt op basis hiervan de levensvatbaarheid van de onderneming.

Schuldenoverzicht. Een gedetailleerde lijst van alle schuldeisers met naam, adres, bedrag van de vordering, aard van de vordering (handelscrediteur, belastingschuld, loonvordering), en eventuele zekerheidsrechten (hypotheek, pandrecht). Voor de verificatievergadering conform Fw art. 228 is een volledig en nauwkeurig overzicht essentieel.

Voorstel voor akkoord of herstelplan. Het verzoekschrift beschrijft in hoofdlijnen het beoogde akkoord of herstelplan: betalingsregeling, schuldvermindering (percentage), of herstructureringsmaatregelen (reorganisatie, verkoop van bedrijfsonderdelen). Hoe concreter het voorstel, hoe groter de kans dat de Rechtbank surseance verleent en schuldeisers het akkoord accepteren.

Voorstel voor bewindvoerder. Conform Fw art. 217 stelt de Rechtbank een of meer bewindvoerders aan die de schuldenaar bij het beheer en de vereffening van het vermogen assisteren en toezicht houden. De schuldenaar kan een voorkeur voor een bewindvoerder uitspreken, maar de Rechtbank beslist autonoom over de aanstelling. Bewindvoerders zijn doorgaans insolventiepraktijkspecialisten verbonden aan grote advocatenkantoren.

Advocaatvertegenwoordiging vereist. Conform Rv art. 279 is in surseanceprocedures vertegenwoordiging door een advocaat verplicht; een schuldenaar kan niet zonder advocaat een surseance-verzoekschrift indienen bij de Rechtbank. forms-legal.com biedt een basissjabloon maar adviseert dringend een insolventierechtspecialist in te schakelen. Zie ook het gerelateerde document verzoekschrift-rechtbank voor de procedurele vereisten van verzoekschriftprocedures en schuldbekentenis voor de formele vastlegging van schulden.

Hoe vult u uw Surseance van Betaling Aanvraag Nederland in?

Het opstellen en indienen van een Surseance van Betaling Aanvraag bij de Nederlandse Rechtbank is een juridisch complexe procedure die altijd een advocaat vereist. Hieronder de stappen.

Stap 1 - Schakel een insolventierechtadvocaat in. Vertegenwoordiging door een advocaat is verplicht conform Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 279. Zoek een advocaat gespecialiseerd in insolventierecht (faillissementen, surseance, WHOA). Specialisten zijn te vinden via de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) op advocatenorde.nl of via de INSOLAD (Insolventiepraktijk Nederland). De kosten variëren van €5.000 tot €25.000 afhankelijk van de omvang van de schulden en het aantal schuldeisers.

Stap 2 - Voer een levensvatbaarheidsanalyse uit. Beoordeel samen met de advocaat en eventueel een financieel adviseur of de onderneming levensvatbaar is: zijn de schulden tijdelijk of structureel? Is er een reëel akkoord mogelijk met schuldeisers? Wat zijn de kansen op herfinanciering of investeerders? Een surseance aanvragen voor een bedrijf zonder levensvatbaarheid leidt tot intrekking en omzetting in faillissement conform Fw art. 252.

Stap 3 - Stel het verzoekschrift op. De advocaat stelt het verzoekschrift op conform Fw art. 214 en Rv art. 278 met: gegevens schuldenaar, gronden voor surseance, staat van activa en passiva, schuldenoverzicht met alle schuldeisers, en hoofdlijnen van het beoogde akkoord. Voeg een beknopt herstelplan bij dat de Rechtbank overtuigt van de levensvatbaarheid.

Stap 4 - Dien het verzoekschrift in bij de bevoegde Rechtbank. Het verzoekschrift wordt per e-Court portaal of per post ingediend bij de civiele sector van de bevoegde Rechtbank (arrondissement van de statutaire zetel). De Rechtbank behandelt surseance-verzoeken met spoed; een zitting wordt doorgaans binnen 1-3 dagen na indiening gepland.

Stap 5 - Zitting en provisionele surseance. De Rechtbank verleent doorgaans dezelfde dag of de volgende dag een provisionele (voorlopige) surseance conform Fw art. 215, waarna alle individuele executiemaatregelen van concurrente schuldeisers worden geschorst. De Rechtbank stelt een bewindvoerder aan en bepaalt een datum voor de verificatievergadering.

Stap 6 - Verificatievergadering met schuldeisers. Conform Fw art. 228 vindt een verificatievergadering plaats waarbij schuldeisers hun vorderingen indienen. De bewindvoerder verifieert de vorderingen en stelt de definitieve schuldeiserslijst op. De schuldenaar presenteert het akkoord aan de schuldeisers. Instemming vereist conform Fw art. 268: meerderheid van de erkende schuldeisers die tezamen ten minste de helft van de erkende vorderingen vertegenwoordigen.

Stap 7 - Homologatie akkoord of intrekking surseance. Bij acceptatie van het akkoord door de schuldeisers: homologatie door de Rechtbank conform Fw art. 272 maakt het akkoord verbindend voor alle concurrente schuldeisers. Bij weigering van het akkoord: intrekking van de surseance en omzetting in faillissement conform Fw art. 252.

Veelgemaakte fouten bij uw Surseance van Betaling Aanvraag Nederland

Bij het aanvragen van surseance van betaling worden onderstaande fouten regelmatig gemaakt. Vermijd deze voor een succesvolle procedure.

Fout 1 - Te laat aanvragen van surseance. De meest kritieke fout is het te lang wachten met de aanvraag. Zodra schuldeisers dreigementen uiten over faillissementsaanvraag of executoriaal beslag, is het zaak snel te handelen. Surseance aanvragen nadat schuldeisers al faillissementsverzoeken hebben ingediend bij de Rechtbank is te laat; de Rechtbank zal dan prioriteit geven aan het faillissementsverzoek. Bij de eerste signalen van liquiditeitsproblemen een insolventierechtadvocaat raadplegen.

Fout 2 - Aanvragen terwijl het bedrijf structureel niet levensvatbaar is. Surseance is bedoeld voor bedrijven met tijdelijke betalingsproblemen maar structurele levensvatbaarheid. Als het bedrijf structureel verliesgevend is, zal de Rechtbank de surseance snel intrekken conform Fw art. 252 en omzetten in faillissement. Surseance aanvragen voor niet-levensvatbare bedrijven verlengt het lijden en verhoogt de kosten.

Fout 3 - Onvolledig schuldenaaroverzicht. Het schuldenoverzicht moet alle schuldeisers bevatten, inclusief fiscale schulden (Belastingdienst), loonaanspraken van werknemers, handelscrediteuren, leaseverplichtingen en bankschulden. Een onvolledig overzicht leidt tot problemen bij de verificatievergadering conform Fw art. 228 en kan de Rechtbank doen twijfelen aan de goede trouw van de schuldenaar.

Fout 4 - Geen concreet akkoordvoorstel hebben. De Rechtbank verwacht bij de surseance-aanvraag een indicatief akkoordvoorstel of een realistisch herstelplan. Een vage mededeling dat de schuldenaar hoopt een akkoord te treffen zonder concreet voorstel overtuigt de Rechtbank niet en kan leiden tot weigering van de surseance of snelle intrekking.

Fout 5 - Voortgaan met risicovolle transacties tijdens surseance. Tijdens surseance mag de schuldenaar geen rechtshandelingen van meer dan de gewone bedrijfsvoering verrichten zonder toestemming van de bewindvoerder conform Fw art. 228. Grote aankopen, het aangaan van nieuwe leningen, of het verkopen van belangrijke activa zonder toestemming van de bewindvoerder zijn ongeldig en kunnen leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder.

Fout 6 - Preferente schuldeisers mee opnemen in akkoordvoorstel. Belastingdienst, UWV (achterstallige premies), en werknemers met loonvorderingen zijn preferente schuldeisers conform de Invorderingswet 1990 en gaan voor concurrente schuldeisers. Een akkoord dat wordt aangeboden aan concurrente schuldeisers geldt niet automatisch voor preferente schuldeisers; separatisten (hypotheek- en pandhouders) vallen helemaal buiten het akkoord. Zorg dat het akkoordvoorstel rekening houdt met de rangorde van schuldeisers conform de Faillissementswet.

Citeer deze pagina

Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:

APA

Forms Legal. (2026). Surseance van Betaling Aanvraag Nederland (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/government/court-forms/surseance-aanvraag

MLA

"Surseance van Betaling Aanvraag Nederland (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/government/court-forms/surseance-aanvraag.

BibTeX
@misc{formslegal-surseance-aanvraag,
  author       = {{Forms Legal}},
  title        = {Surseance van Betaling Aanvraag Nederland (Nederland)},
  year         = {2026},
  howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/government/court-forms/surseance-aanvraag}},
  note         = {Free legal document template}
}

Veelgestelde vragen

Sjabloon met wetsverwijzingen — Sjabloon laatst gewijzigd in juni 2026

Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer

Een fout gevonden? Laat het ons weten