Kort Geding Verzoek (Spoedeisende Voorziening)
KORT GEDING VERZOEK
Conform Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 254 tot 260
Datum verzoek: [Verzoek Datum]
AAN: De [Rechtbank Type] van de Rechtbank [Rechtbank Locatie]
EISER
[Eiser Naam], wonende of gevestigd te [Eiser Adres], KVK-nummer [Eiser K V K], telefoon [Eiser Telefoon], hierna: 'eiser'.
Eiser is in deze zaak woonplaats hebbende ten kantore van zijn advocaat: [Advocaat Naam], kantoorhoudende bij [Advocaat Kantoor], gevestigd te [Advocaat Adres], die door eiser is aangewezen om hem in deze versnelde procedure te vertegenwoordigen conform Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 79.
GEDAAGDE
[Gedaagde Naam], wonende of gevestigd te [Gedaagde Adres], KVK-nummer [Gedaagde K V K], e-mail [Gedaagde Email], hierna: 'gedaagde'.
SPOEDEISEND BELANG (Rv art. 257)
1. Eiser heeft een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening, conform Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 257.
2. [Spoedeisend Belang]
3. Een bodemprocedure conform Rv art. 111 (gemiddelde duur 6-12 maanden eerste instantie) is te traag om de dreigende schade af te wenden. De Hoge Raad heeft in HR 22 januari 2010 (NJ 2010/63) bevestigd dat het spoedeisend belang in beginsel besloten ligt in de aard van de gevraagde voorziening.
FEITEN EN CHRONOLOGIE
4. [Feiten Chronologie]
JURIDISCHE GRONDSLAG
5. [Juridische Grondslag]
6. Type voorziening: [Voorziening Type].
PETITUM
Op grond van het vorenstaande verzoekt eiser de voorzieningenrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad conform Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 260:
7. [Petitum];
8. Op straffe van een dwangsom van EUR [Dwangsom Bedrag] per dag of per overtreding conform Rv art. 611a, met een maximum van EUR [Dwangsom Maximum] totaal;
9. Met veroordeling van gedaagde in de kosten van het geding conform Rv art. 237, waaronder begrepen de kosten van het verzoek, de griffierechten, de oproepingskosten en het salaris van de advocaat conform liquidatietarief;
10. Het vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad conform Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 260, zo nodig zonder zekerheidstelling.
BEWIJSMIDDELEN EN PRODUCTIES
Eiser beroept zich op de volgende bewijsmiddelen, aangehecht aan dit verzoek als producties:
Productie 1: Overeenkomst of contractuele basis tussen partijen;
Productie 2: E-mailcorrespondentie en ingebrekestellingen conform BW 6:82;
Productie 3: Bewijs van schade of dreigende schade (financiele stukken, expertise-rapporten);
Productie 4: Bewijs van spoedeisendheid (cijfers, data, voorbeelden);
Productie 5: Eventuele eerdere schikkingsvoorstellen of mediation-pogingen.
OPROEPING EN ZITTING
Eiser verzoekt de voorzieningenrechter een datum vast te stellen voor de mondelinge behandeling conform Rv art. 258, bij voorkeur binnen twee weken.
Oproeping gedaagde zal geschieden via gerechtsdeurwaarder [Deurwaarder Naam] conform Rv art. 259 lid 1, of in zeer spoedeisende zaken per telefoon of e-mail conform Rv art. 259 lid 2.
Gedaagde wordt erop gewezen dat hij het recht heeft een advocaat te raadplegen. Voor gefinancierde rechtsbijstand op basis van inkomen kan gedaagde zich wenden tot het Juridisch Loket (juridischloket.nl) of de Raad voor Rechtsbijstand (rvr.org).
Bij niet-verschijning op de zitting wordt verstek verleend conform Rv art. 139, met onmiddellijke toewijzing van het verzoek tenzij de voorzieningenrechter het verzoek kennelijk ongegrond acht.
ONDERTEKENING
Opgemaakt te [Rechtbank Locatie], op [Verzoek Datum].
Handtekening advocaat eiser: ________________________
[Advocaat Naam]
Advocaat van eiser
Advocaat eiser
________________
Signature
Wat is Kort Geding Verzoek (Spoedeisende Voorziening)?
De Kort Geding Verzoek in Nederland is het verzoek waarmee een partij de voorzieningenrechter vraagt een spoedeisende voorlopige voorziening te treffen, zoals een ontruiming, een verbod of een gebod tot nakoming, op grond van Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 254. De procedure vereist een spoedeisend belang en leidt binnen enkele weken tot een uitspraak die direct uitvoerbaar is; het vonnis is voorlopig van aard en bindt de bodemrechter niet, maar wordt in de praktijk vaak doorslaggevend voor de afwikkeling van het geschil.
De wettelijke grondslag ligt in Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 254 (definitie kort geding bij voorzieningenrechter), Rv art. 255 (bevoegdheid voorzieningenrechter, woonplaats gedaagde), Rv art. 256 (formaliteiten verzoek, vereenvoudigd ten opzichte van Rv art. 111), Rv art. 257 (spoedeisend belang als bevoegdheidsgrond), Rv art. 258 (datum behandeling vast te stellen door voorzieningenrechter), Rv art. 259 (oproeping gedaagde via deurwaarder of telefonisch), en Rv art. 260 (uitvoerbaarheid bij voorraad standaard verleend). De Hoge Raad der Nederlanden heeft in vaste jurisprudentie de eisen aan spoedeisend belang en voorlopig karakter uitgewerkt (HR 22 januari 2010, NJ 2010/63; HR 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:638).
Anders dan een gewone dagvaardingsprocedure (Rv art. 111) is het kort geding geen bodemprocedure maar een voorlopige voorziening: het vonnis bindt de partijen alleen voorlopig en de zaak kan na het kort geding alsnog ten gronde worden behandeld in een bodemprocedure. De voorzieningenrechter beslist niet over de definitieve rechten en plichten maar weegt slechts of een voorlopige voorziening gerechtvaardigd is op basis van een marginaal toets van de aanspraak en het spoedeisend belang. Bij gewichtige aanwijzingen voor de juistheid van de aanspraak en bij voldoende spoedeisend belang wijst de voorzieningenrechter de gevraagde voorziening toe.
De twee centrale criteria voor een kort geding zijn: voldoende spoedeisend belang conform Rv art. 257 (toetsmoment ligt op het tijdstip van de uitspraak; in beginsel ligt het spoedeisend belang besloten in de aard van de gevraagde voorziening) en een rechtens redelijk belang bij toewijzing. De Hoge Raad heeft in HR 17 juli 2000 (NJ 2000/694) geoordeeld dat de aanvankelijke spoedeisendheid niet vervalt indien de eisende partij voortvarend heeft gehandeld; vertraging door de eiser ondermijnt het spoedeisend belang. Voor permanent gewenste voorzieningen (definitieve ontbinding overeenkomst, definitieve schadevergoeding) is een bodemprocedure aangewezen, niet een kort geding.
Het kort geding wordt typisch gebruikt voor: ontruiming bij huurachterstand of overlast (BW 7:271 woonruimte, BW 7:294 bedrijfsruimte), spoedeisende beslagen op vermogensbestanddelen conform Rv art. 700 (conservatoir beslag) of executieverbod tegen onrechtmatige beslagen, sommatie tot nakoming overeenkomst bij dringend belang (BW 6:74), verbod op publicatie van onrechtmatige inhoud (BW 6:162 onrechtmatige daad, bijvoorbeeld in de pers), verbod op concurrentiebeding-overtreding (BW 7:653 voor werknemers, contractueel voor ZZP), spoedeisende kinderontvoering of contactregeling (BW 1:251, 1:253a), en spoedeisende auteursrechtelijke verboden conform Auteurswet 1912 art. 25c.
De procedure verloopt versneld: de eiser dient een verzoekschrift in bij de voorzieningenrechter via een KBvG-aangesloten deurwaarder of via de advocaat, met opgave van spoedeisendheid. De voorzieningenrechter stelt binnen enkele dagen een datum vast (Rv art. 258), die meestal binnen 1-4 weken ligt. De gedaagde wordt opgeroepen via deurwaarder of telefonisch (Rv art. 259) en heeft kort de tijd voor verweer (vaak 1-2 dagen voor de zitting). Op de zitting krijgen beide partijen de gelegenheid om mondeling te pleiten, met beperkte producties. De voorzieningenrechter beslist binnen 1-3 weken na zitting, met standaard uitvoerbaarverklaring bij voorraad conform Rv art. 260, zodat het vonnis terstond executeerbaar is ondanks hoger beroep.
Wanneer heeft u Kort Geding Verzoek (Spoedeisende Voorziening) nodig?
Het Kort Geding Verzoek Nederland is nodig in alle situaties met een spoedeisend belang waarin een bodemprocedure conform Rv art. 111 te traag is en onmiddellijke voorziening de schade kan voorkomen of beperken. Hieronder de meest voorkomende scenario's.
Ontruiming bij huurachterstand of overlast (BW 7:271 of 7:294). Bij ernstige huurachterstand (minimaal drie maanden huur), bij ernstige overlast voor omwonenden, bij illegale onderverhuur of bij gebruik in strijd met de huurovereenkomst kan de verhuurder via kort geding ontruiming vorderen. De voorzieningenrechter beoordeelt of voldoende spoedeisend belang aanwezig is (financiele schade voor verhuurder, veiligheid voor omwonenden) en of de huurder voldoende kans heeft gehad de tekortkoming te herstellen via ingebrekestelling conform BW 6:82. Behandeling binnen 2-4 weken; ontruiming-vonnis terstond executeerbaar via deurwaarder.
Conservatoir beslag op vermogen of bankrekening (Rv art. 700). Voorafgaand aan de bodemprocedure kan via kort geding-achtige procedure conservatoir beslag worden gelegd op vermogensbestanddelen van de tegenpartij: bankrekeningen, salaris, onroerend goed (via Kadasterregistratie), aandelen, polissen, of vorderingen. Het beslag biedt zekerheid voor de toekomstige executie van een bodemprocedure-vonnis. Verlof wordt verleend door de voorzieningenrechter binnen enkele dagen na verzoek; beslaglegging door deurwaarder binnen 14 dagen, gevolgd door dagvaarding bodemprocedure binnen 14 dagen conform Rv art. 700 lid 3.
Executieverbod tegen onrechtmatige beslagen. Wanneer een tegenpartij onterecht of disproportioneel beslag heeft gelegd, kan via kort geding executieverbod of opheffing van beslag worden gevorderd. De voorzieningenrechter beoordeelt of de aanspraak van de beslaglegger summier voldoende aannemelijk is en of belangenafweging in voordeel van de beslagene uitvalt. Bij toewijzing wordt het beslag binnen 24 uur opgeheven door de deurwaarder.
Verbod publicatie of voortzetting onrechtmatige inhoud (BW 6:162). Bij onrechtmatige publicaties (smaad, laster, privacy-inbreuk, schending bedrijfsgeheim) kan via kort geding een publicatieverbod of een rectificatie-eis worden ingediend. De voorzieningenrechter weegt het belang van publicatie (persvrijheid, vrijheid van meningsuiting conform EVRM art. 10) tegenover het belang van de betrokkene (eer en goede naam, privacy conform EVRM art. 8, AVG). Voor digitale platforms (Twitter, Facebook, YouTube): vraag tevens om hosting-orders ('order to take down') conform Digital Services Act (EU 2022/2065).
Verbod op concurrentiebeding-overtreding (BW 7:653). Bij vermoede schending van een concurrentiebeding door een ex-werknemer of een ex-ZZP-opdrachtnemer kan via kort geding een tijdelijk verbod en een dwangsom worden gevorderd. De voorzieningenrechter beoordeelt of het beding redelijk is conform BW 7:653 lid 3 (voor werknemers) of conform BW 3:40 (voor ZZP), of de werknemer/opdrachtnemer schending heeft begaan, en of voldoende spoedeisend belang aanwezig is. Verbod-vonnis met dwangsom (vaak 1.000-25.000 EUR per dag).
Spoedeisende sommatie tot nakoming (BW 6:74). Wanneer een tegenpartij dringend moet nakomen om irreparabele schade te voorkomen (leverancier moet onderdelen leveren voor productielijn, dienstverlener moet IT-systeem herstellen) kan via kort geding nakoming worden gevorderd. De voorzieningenrechter beoordeelt de aannemelijkheid van de overeenkomst, de tekortkoming, en het spoedeisend belang bij nakoming. Dwangsom wordt vaak gekoppeld voor effectieve handhaving.
Familierechtelijke spoedeisende voorzieningen (BW 1:251, 1:253a). Bij dringende familiekwesties zoals kinderontvoering, kinder-overplaatsing, contact-regeling, of voorlopige onderhoudsbijdrage kan via kort geding-achtige verzoekschriftprocedure een voorlopige voorziening worden gevraagd. De Familierechter beoordeelt het belang van het kind conform BW 1:247 lid 2 en het Verdrag inzake de rechten van het kind 1989. Procedure typisch binnen 1-2 weken.
Intellectueel eigendom en auteursrecht-handhaving (Auteurswet 1912 art. 25c; Rijksoctrooiwet 1995). Bij vermoede inbreuk op auteursrecht, octrooirecht, merkrecht (conform BVIE art. 2.20) of databankenrecht kan via kort geding een verbod op verdere inbreuk en een ex parte-beslag op inbreukmakende voorwerpen worden gevorderd. Voor IT-zaken: ex parte-bevel om data te bewaren ('data preservation order') conform Auteurswet art. 25b.
Aanbestedingsgeschillen en spoedeisende staatsteun-zaken. Bij onrechtmatige gunning van overheidsopdrachten conform Aanbestedingswet 2012 of bij ongeoorloofde staatssteun conform EU-recht kan via kort geding gunning-stop, herbeoordeling of voorlopige maatregelen worden gevorderd. De voorzieningenrechter werkt samen met de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en het Europees Comite van de Regio's. Procedure binnen 2-4 weken om schade aan inschrijvers te voorkomen.
Milieuschade en natuurbescherming (Wet natuurbescherming 2017). Bij dreigende of doorgaande milieuschade (illegale lozingen, ontbossing, vernietiging beschermde habitat) kan via kort geding stillegging van activiteiten worden gevorderd door belanghebbenden (omwonenden, natuurorganisaties). Procedure binnen 1-4 weken, eventueel met spoed-ingreep voorlopige maatregel conform Rv art. 254.
Wat moet er in uw Kort Geding Verzoek (Spoedeisende Voorziening) staan?
Een rechtsgeldig Kort Geding Verzoek Nederland bevat de onderstaande verplichte onderdelen conform Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 254 tot 260, met aanpassingen ten opzichte van de gewone dagvaarding van Rv art. 111. Niet-naleving leidt tot afwijzing van het verzoek of vertraging in de behandeling.
Volledige partijgegevens eiser en gedaagde. Het verzoek vermeldt van eiser: volledige naam (of statutaire naam met KVK-nummer Kamer van Koophandel), woonplaats of vestigingsadres uit BRP of KVK Handelsregister, telefoon en e-mail voor snelle communicatie met voorzieningenrechter en deurwaarder. Van gedaagde: volledige naam, BSN (indien natuurlijk persoon) of KVK-nummer (indien rechtspersoon), BRP-adres of vestigingsadres, telefoon en e-mail voor versnelde oproeping conform Rv art. 259 (telefonisch of per e-mail mogelijk in spoedeisende zaken).
Naam en adres advocaat. Voor het kort geding bij Rechtbank sector civiel is procesvertegenwoordiging door advocaat verplicht conform Rv art. 79; voor kort geding bij Rechtbank sector Kanton (specifieke categorieen zoals arbeid en huur) is procesvertegenwoordiging niet verplicht maar sterk aanbevolen wegens technische aard van de versnelde procedure. Vermeld naam advocaat, kantooradres, BAR-nummer Balie, telefoon en e-mail. Spoedeisende zaken vereisen advocaat met beschikbaarheid voor versnelde voorbereiding (zitting binnen 1-4 weken).
Omschrijving spoedeisend belang (Rv art. 257). Het verzoek moet expliciet en gedetailleerd het spoedeisend belang aantonen: welke schade dreigt zonder voorziening, waarom is een bodemprocedure (6-12 maanden) te traag, waarom kan de gevraagde voorziening niet wachten. Standaardformuleringen: 'irreparabele schade door voortzetting wanprestatie', 'financiele insolventie zonder onmiddellijke executie', 'reputatieschade bij voortzetting onrechtmatige publicatie', 'gevaar voor veiligheid omwonenden bij voortzetting overlast'. Voorbeelden uit jurisprudentie versterken het verzoek.
Omschrijving voorziening en petitum. Het verzoek formuleert de specifieke voorlopige voorziening die wordt gevraagd: ontruiming binnen 7 dagen na betekening, conservatoir beslag op specifieke bankrekening of pand, publicatieverbod met dwangsom, sommatie tot nakoming binnen 48 uur, opheffing onrechtmatig beslag. Het petitum is letterlijk de vordering die de voorzieningenrechter moet toewijzen, met dwangsom-koppeling voor handhaving (typisch 1.000-25.000 EUR per dag of per overtreding).
Gronden van de eis met juridische onderbouwing. Het verzoek vermeldt feiten en omstandigheden in chronologische volgorde, de juridische grondslag (BW 6:74 wanprestatie, BW 6:162 onrechtmatige daad, BW 7:271 huurontbinding, BW 7:653 concurrentiebeding), en de kans op succes in een bodemprocedure (summiere onderbouwing volstaat in kort geding; volledige onderbouwing pas in bodemprocedure). De voorzieningenrechter weegt aannemelijkheid plus spoedeisend belang.
Producties en bewijsmiddelen. Het verzoek noemt en omschrijft producties: contracten, e-mailcorrespondentie, ingebrekestellingen, financiele stukken, expertise-rapporten, beslagstukken. In kort geding gelden beperkte mogelijkheden voor bewijs: geen getuigenverhoor, geen uitgebreid deskundigenonderzoek, beperkte termijn voor productie-uitwisseling. Volledige producties bij aanvang verkort de procedure en versterkt het verzoek bij summiere toets door voorzieningenrechter.
Uitvoerbaarheid bij voorraad (Rv art. 260). Het verzoek vraagt expliciet om uitvoerbaarverklaring bij voorraad conform Rv art. 260, zo nodig zonder zekerheidstelling, zodat het vonnis terstond executeerbaar wordt na uitspraak. In kort geding wordt uitvoerbaarverklaring bij voorraad in beginsel standaard verleend (anders dan bij bodemprocedure waar belangenafweging geldt), gezien het spoedeisende karakter van de procedure. Sjablonen op forms-legal.com bevatten de juiste uitvoerbaarheid-formulering.
Dwangsom-koppeling voor handhaving (Rv art. 611a). Bij geboden of verboden (ontruiming, publicatieverbod, verbod concurrentiebeding-overtreding) vraagt eiser conform Rv art. 611a om een dwangsom (typisch 1.000-25.000 EUR per dag of per overtreding) voor effectieve handhaving. De voorzieningenrechter stelt de dwangsom vast op basis van de aard van de overtreding, de financiele draagkracht van de gedaagde, en het belang van naleving. Maximum-dwangsom kan worden gevraagd om disproportionaliteit te voorkomen.
Kantoor voorzieningenrechter en oproeping gedaagde. Het verzoek noemt het kantoor van de bevoegde voorzieningenrechter (Rechtbank-locatie conform Rv art. 255, woonplaats gedaagde) en de wijze van oproeping: standaard via gerechtsdeurwaarder (KBvG) zoals bij gewone dagvaarding, of in zeer spoedeisende zaken telefonisch of per e-mail conform Rv art. 259. De voorzieningenrechter stelt binnen enkele dagen na ontvangst van het verzoek een datum voor de zitting vast conform Rv art. 258.
Vermelding rechtsbijstand en verstek-gevolg. Conform Rv art. 256 in samenhang met Rv art. 111 lid 3 moet het verzoek vermelden dat gedaagde recht heeft op advocaat-raadpleging via Juridisch Loket (juridischloket.nl) of Raad voor Rechtsbijstand (rvr.org), en dat verstek wordt verleend bij niet-verschijning conform Rv art. 139. In kort geding is verstek-mogelijkheid voor gedaagde beperkt: na vonnis kan gedaagde direct executoriaal-beroep aantekenen of een hoger beroep instellen, of een nieuw kort geding aanspannen ter opheffing van de getroffen voorziening. Zie ook de gerelateerde modellen dagvaarding en bezwaarschrift op forms-legal.com voor alternatieve procedures.
Hoe vult u uw Kort Geding Verzoek (Spoedeisende Voorziening) in?
Het Kort Geding Verzoek Nederland wordt in onderstaande stappen opgesteld, ingediend en behandeld. Volg de stappen om de spoedeisendheid maximaal te waarborgen en de procedure binnen 1-4 weken af te ronden.
Stap 1 - Verifieer spoedeisend belang en alternatieven. Voor indiening kort geding: toets of werkelijk een spoedeisend belang conform Rv art. 257 aanwezig is. Een gewoon belang of een langlopend conflict zonder onmiddellijke schade kwalificeert niet voor kort geding. Onderzoek alternatieven: schikkingsgesprek via mediation door MfN-mediator (Mediatorsfederatie Nederland), klacht bij De Geschillencommissie, of branche-specifieke geschillencommissie. Bij echt spoedeisend belang (financiele schade door insolventie, reputatieschade, gevaar voor veiligheid): kort geding is aangewezen.
Stap 2 - Bepaal bevoegde voorzieningenrechter. De bevoegde voorzieningenrechter is conform Rv art. 255 lid 1 de voorzieningenrechter van de Rechtbank in het arrondissement waar gedaagde woont of is gevestigd. Voor zaken met vorderingen tot 25.000 EUR: voorzieningenrechter Kantonrechter conform Rv art. 254 lid 4. Voor andere zaken: voorzieningenrechter civiele rechter conform Rv art. 254 lid 1. Voor familierechtelijke spoedeisende voorzieningen: voorzieningenrechter familiekamer conform BW 1:251 of 1:253a. Voor bestuursrechtelijke spoed: Rechtbank sector bestuursrecht conform Algemene wet bestuursrecht (Awb) art. 8:81.
Stap 3 - Stel partijgegevens samen met zorgvuldigheid. Van eiser: volledige naam (of statutaire naam met KVK-nummer voor rechtspersoon), woonplaats of vestigingsadres uit BRP of KVK Handelsregister, telefoon en e-mail voor snelle communicatie. Van gedaagde: volledige naam, BSN of KVK-nummer, BRP- of vestigingsadres, telefoon en e-mail. Vermeld bij voorkeur ook alternatieve adressen (correspondentieadres, e-mail) voor versnelde oproeping conform Rv art. 259 (telefonisch of per e-mail mogelijk in zeer spoedeisende zaken).
Stap 4 - Formuleer petitum en voorziening expliciet. Schrijf de petitum-tekst nauwkeurig: 'Verzoekt de voorzieningenrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: 1. gedaagde te veroordelen tot [ontruiming/nakoming/publicatieverbod] binnen [termijn] na betekening van dit vonnis, 2. op straffe van een dwangsom van EUR [bedrag] per dag of per overtreding, met een maximum van EUR [bedrag], 3. met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.' Vermeld concrete bedragen en termijnen; vage formuleringen leiden tot vraag voorzieningenrechter naar verduidelijking met vertraging.
Stap 5 - Onderbouw spoedeisend belang gedetailleerd. Beschrijf gedetailleerd het spoedeisend belang: welke schade dreigt zonder onmiddellijke voorziening (financiele bedragen, reputatie, veiligheid), waarom is een bodemprocedure (6-12 maanden) te traag, voorbeelden uit jurisprudentie (HR 22 januari 2010, NJ 2010/63 over voldoende spoedeisendheid). Vermijd vage formuleringen als 'eiser wenst snelle uitspraak'; concretiseer met cijfers en data. Bij vertraging door eiser zelf: leg uit waarom de actie nu pas mogelijk is.
Stap 6 - Onderbouw juridische gronden summier maar overtuigend. In kort geding volstaat summiere onderbouwing van de juridische grondslag (anders dan in bodemprocedure waar volledige onderbouwing nodig is). Verwijs naar specifieke wetsartikelen: BW 6:74 (wanprestatie), BW 6:162 (onrechtmatige daad), BW 7:271 (huurontbinding), BW 7:653 (concurrentiebeding), Auteurswet 1912 art. 25 (auteursrecht). Voeg jurisprudentie-verwijzingen toe voor versterking. De voorzieningenrechter doet alleen marginaal-toets, niet volledige beoordeling.
Stap 7 - Vraag dwangsom met evenredig bedrag. Vraag conform Rv art. 611a om dwangsom-koppeling voor effectieve handhaving van gebod of verbod. Marktconforme bedragen 2026: voor publicatieverbod 5.000-25.000 EUR per dag, voor ontruiming 500-2.500 EUR per dag, voor concurrentiebeding-overtreding 2.500-25.000 EUR per dag of per overtreding, voor nakoming overeenkomst 1.000-10.000 EUR per dag. Stel ook een maximum-dwangsom voor om disproportionaliteit te voorkomen (typisch 100.000-500.000 EUR totaal).
Stap 8 - Voeg producties bij verzoek. Voeg alle relevante stukken bij als producties: contract, ingebrekestelling conform BW 6:82, e-mailcorrespondentie, financiele stukken (loonstroken, facturen, bankafschriften), expertise-rapporten, bewijs van overlast (foto's, geluidsopnamen met datum), aanvragen aan derden zoals huurcommissie, beslagstukken. In kort geding gelden beperkte mogelijkheden voor latere productie-indiening; volledig bij aanvang is essentieel.
Stap 9 - Dien verzoek in via deurwaarder of advocaat. De advocaat dient het verzoek in bij de voorzieningenrechter, samen met de producties en de griffierecht-betaling. De voorzieningenrechter stelt binnen enkele dagen een datum voor de zitting vast conform Rv art. 258, meestal binnen 1-4 weken. De gedaagde wordt opgeroepen via gerechtsdeurwaarder of in zeer spoedeisende zaken telefonisch of per e-mail conform Rv art. 259. Op zitting krijgen beide partijen 15-30 minuten voor mondeling pleidooi. Uitspraak binnen 1-3 weken na zitting met standaard uitvoerbaarverklaring bij voorraad conform Rv art. 260.
Wettelijke vereisten voor Kort Geding Verzoek (Spoedeisende Voorziening)
Het Kort Geding Verzoek Nederland moet voldoen aan wettelijke en procedurele vereisten conform Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 254 tot 260, met afwijkingen ten opzichte van de gewone dagvaardingsprocedure. Niet-naleving leidt tot afwijzing verzoek of vertraging in de behandeling.
Bevoegdheid voorzieningenrechter (Rv art. 254 en 255). Conform Rv art. 254 lid 1 is de voorzieningenrechter van de Rechtbank bevoegd om in spoedeisende zaken voorlopige voorzieningen te treffen. Voor vorderingen tot 25.000 EUR en specifieke categorieen (arbeid BW 7:610, huur BW 7:201, consumentenkoop BW 7:5): voorzieningenrechter Kantonrechter conform Rv art. 254 lid 4. De relatieve bevoegdheid wordt bepaald door de woonplaats of vestigingsadres van gedaagde conform Rv art. 255 lid 1. Voor familierechtelijke spoed-voorzieningen: voorzieningenrechter familiekamer conform BW 1:251 of 1:253a.
Spoedeisend belang als bevoegdheidsgrond (Rv art. 257). Het kort geding is alleen toegankelijk bij voldoende spoedeisend belang conform Rv art. 257. De Hoge Raad heeft in HR 22 januari 2010 (NJ 2010/63) geoordeeld dat het toetsmoment ligt op het tijdstip van de uitspraak: bij behandeling beoordeelt voorzieningenrechter of nog steeds spoedeisend belang aanwezig is. Voldoende spoedeisend belang ligt in beginsel besloten in de aard van de gevraagde voorziening (ontruiming, beslag, publicatieverbod). Vertraging door eiser na ontstaan grondslag ondermijnt het spoedeisend belang.
Vormvereisten verzoek (Rv art. 256 in samenhang met Rv art. 111). Het verzoek moet conform Rv art. 256 voldoen aan de vormvereisten van Rv art. 111 met enkele aanpassingen voor de spoedeisende procedure. Verplichte inhoud: dagtekening, naam en woonplaats eiser en gedaagde, naam en kantooradres advocaat, omschrijving voorziening (petitum), gronden van de eis met juridische grondslag, bewijsmiddelen, vermelding bevoegde rechter, en oproeping voor zitting. Ontbreken van wezenlijke elementen leidt tot afwijzing verzoek of vraag voorzieningenrechter naar herstel.
Oproeping gedaagde (Rv art. 259). De gedaagde wordt conform Rv art. 259 lid 1 standaard opgeroepen via gerechtsdeurwaarder (KBvG-aangesloten) zoals bij gewone dagvaarding. In zeer spoedeisende zaken kan de voorzieningenrechter conform Rv art. 259 lid 2 toestaan dat oproeping plaatsvindt per telefoon, per e-mail of per fax, met aanvullende deurwaarder-betekening voorafgaand of na de zitting. Termijn van oproeping wordt door voorzieningenrechter vastgesteld, doorgaans 24-72 uur voor zitting bij zeer spoedeisende zaken, 1-2 weken bij standaard kort geding.
Procesvertegenwoordiging (Rv art. 79). Voor kort geding bij Rechtbank sector civiel is procesvertegenwoordiging door advocaat verplicht conform Rv art. 79. Voor kort geding bij Rechtbank sector Kanton (specifieke categorieen) is procesvertegenwoordiging niet verplicht maar sterk aanbevolen wegens technische aard van de versnelde procedure en korte voorbereidingstijd. Tegenpartij heeft eveneens recht op advocaat-bijstand; bij grote financiele gevolgen wordt advocaat geadviseerd.
Griffierechten (Wet griffierechten burgerlijke zaken). Bij indiening verzoek bij voorzieningenrechter moet het griffierecht worden voldaan conform Wet griffierechten burgerlijke zaken 2010. Voor 2026: natuurlijke persoon-eiser bij Kantonrechter 87-247 EUR; bij civiele rechter 314-5.737 EUR afhankelijk van vorderingshoogte. Voor rechtspersoon-eiser hogere tarieven. Voor onvermogenden vermindering of vrijstelling via Raad voor Rechtsbijstand conform Wet op de rechtsbijstand 1993. Bij kort geding: zelfde griffierechten als bodemprocedure, geen verlaging wegens spoedeisendheid.
Uitvoerbaarheid bij voorraad (Rv art. 260). In kort geding wordt uitvoerbaarverklaring bij voorraad conform Rv art. 260 in beginsel standaard verleend, anders dan bij bodemprocedure waar belangenafweging conform Rv art. 233 geldt. De voorzieningenrechter kan voorwaarden stellen, zoals zekerheidstelling door eiser (bankgarantie voor terugbetaling bij gewonnen hoger beroep door gedaagde). Bij ontruiming-vonnis: terstond executeerbaar via deurwaarder met assistentie politie indien nodig.
Dwangsom (Rv art. 611a tot 611i). Bij geboden of verboden kan de voorzieningenrechter conform Rv art. 611a een dwangsom opleggen voor effectieve handhaving. De dwangsom wordt vastgesteld als bedrag per dag, per week, per overtreding of als totaalbedrag. Maximum-dwangsom voorkomt disproportionaliteit. Verbeurde dwangsommen worden via gerechtsdeurwaarder geexecuteerd op vermogensbestanddelen van de overtreder. De voorzieningenrechter kan op verzoek de dwangsom matigen of opheffen conform Rv art. 611d.
Hoger beroep en cassatie (Rv art. 339 en 402). Tegen kort-geding-vonnis kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof conform Rv art. 339 lid 2 (verkorte termijn ten opzichte van drie maanden bij bodemprocedure). Het gerechtshof beoordeelt het kort-geding-vonnis op basis van de stukken en eventueel een mondelinge behandeling. Cassatie bij de Hoge Raad binnen drie maanden conform Rv art. 402 is mogelijk maar zelden zinvol, gezien voorlopig karakter van het kort-geding-vonnis.
Verhouding tot bodemprocedure. Het kort-geding-vonnis bindt partijen alleen voorlopig en heeft geen gezag van gewijsde voor een bodemprocedure conform BW 6:23 lid 1. Een bodemprocedure kan na het kort geding worden gestart om de definitieve rechten en plichten vast te stellen. De voorzieningenrechter weegt in zijn vonnis vaak hoe het waarschijnlijk uitvalt in een bodemprocedure, maar het bodemproces is volledig vrij om anders te beslissen. Bij gewonnen kort geding maar verloren bodemprocedure: terugdraaiing voorziening, mogelijke schadevergoeding aan gedaagde.
Veelgemaakte fouten bij uw Kort Geding Verzoek (Spoedeisende Voorziening)
Bij het opstellen en behandelen van het Kort Geding Verzoek Nederland worden onderstaande fouten regelmatig gemaakt. Vermijd deze om afwijzing van het verzoek, kostbare vertraging en onnodig verlies van strategische positie te voorkomen.
Fout 1 - Onvoldoende onderbouwd spoedeisend belang. Een veelvoorkomende fout is een vage of standaard-omschrijving van het spoedeisend belang ('eiser wenst snelle uitspraak' of 'de zaak is dringend'). De voorzieningenrechter eist conform Rv art. 257 een gedetailleerde onderbouwing van het spoedeisend belang: welke concrete schade dreigt, waarom is een bodemprocedure (6-12 maanden) te traag, waarom kan de gevraagde voorziening niet wachten. Vermeld cijfers, data en jurisprudentie-verwijzingen (HR 22 januari 2010, NJ 2010/63).
Fout 2 - Vertraging door eiser ondermijnt spoedeisendheid. Een fout is het indienen van een kort geding maanden na de gebeurtenis die aanleiding gaf. De Hoge Raad heeft in HR 22 januari 2010 (NJ 2010/63) geoordeeld dat aanvankelijke spoedeisendheid vervalt bij onverklaarbare vertraging door eiser. Tijdige indiening (binnen weken na ontdekking) is essentieel. Bij vertraging: leg in het verzoek expliciet uit waarom de actie nu pas mogelijk is (nieuw bewijs, onderhandelingen, mediation-poging).
Fout 3 - Te ambitieus petitum dat raakt aan bodemproces. Een fout is het verzoeken om voorzieningen die de zaak in feite definitief beslissen (definitieve ontbinding overeenkomst, definitieve schadevergoeding, vernietiging contract). De voorzieningenrechter wijst dergelijke verzoeken af wegens het voorlopig karakter van kort geding. Verzoek alleen voorlopige voorzieningen die de bodemprocedure niet onomkeerbaar bepalen: ontruiming, beslag, publicatieverbod, sommatie tot nakoming, opheffing onrechtmatig beslag.
Fout 4 - Te lage of disproportioneel hoge dwangsom. Een fout is het verzoeken om een te lage dwangsom (1-100 EUR per dag) waarbij gedaagde niet wordt afgeschrikt, of een te hoge dwangsom (100.000+ EUR per dag) die wordt afgewezen wegens disproportionaliteit conform Rv art. 611d. Marktconforme bedragen 2026: publicatieverbod 5.000-25.000 EUR per dag, ontruiming 500-2.500 EUR per dag, concurrentiebeding-overtreding 2.500-25.000 EUR per dag. Vraag ook een maximum-dwangsom (100.000-500.000 EUR totaal).
Fout 5 - Verkeerde voorzieningenrechter aangesproken. Een fout is het indienen bij de civiele voorzieningenrechter voor een vordering onder 25.000 EUR (Kantonrechter-bevoegdheid conform Rv art. 254 lid 4) of bij de verkeerde Rechtbank-locatie (Rv art. 255 vereist woonplaats gedaagde). Bij onbevoegdheid wordt het verzoek verworpen of doorverwezen, met vertraging en kosten. Controleer altijd via rechtspraak.nl-bevoegdheidschecker.
Fout 6 - Ontbrekende of onvolledige producties. In kort geding gelden beperkte mogelijkheden voor latere productie-indiening; volledige producties bij aanvang zijn essentieel. Voeg conform Rv art. 256 in samenhang met Rv art. 111 lid 3 sub d alle relevante stukken bij: contract, ingebrekestelling, e-mailcorrespondentie, financiele stukken, expertise-rapporten, beslagstukken. Bij latere indiening kan voorzieningenrechter weigeren wegens schending hoor en wederhoor.
Fout 7 - Geen uitvoerbaarheid bij voorraad gevorderd. Een fout is het vergeten om uitvoerbaarverklaring bij voorraad conform Rv art. 260 te vorderen. Hoewel in kort geding uitvoerbaarverklaring in beginsel standaard wordt verleend, is expliciete vermelding in het petitum aanbevolen. Zonder uitvoerbaarverklaring kan gedaagde bij hoger beroep executie schorsen, met verlies van het beoogde spoedeisend effect.
Fout 8 - Tegenpartij niet behoorlijk opgeroepen. Een fout is het laten oproepen van gedaagde via verkeerde wijze of op verkeerd adres. Standaard oproeping via gerechtsdeurwaarder (KBvG); in zeer spoedeisende zaken telefonisch of per e-mail conform Rv art. 259 met aanvullende deurwaarder-betekening. Verifieer het BRP-adres of vestigingsadres altijd via gemeente of kvk.nl. Verkeerde oproeping leidt tot nietigheid en heropening procedure.
Fout 9 - Geen schikkingspoging voorafgaand aan kort geding. Een fout is het direct starten van een kort geding zonder voorafgaande schriftelijke sommatie aan gedaagde met redelijke termijn voor nakoming of remediering. De voorzieningenrechter weegt of eiser de gelegenheid heeft geboden voor minnelijke oplossing. Een schriftelijke ingebrekestelling conform BW 6:82 of een advocaat-sommatie met 7-14 dagen termijn versterkt het verzoek en voorkomt verwijt dat kort geding overhaast is ingezet.
Bronnen en Citaten
Wettelijke citaten linken naar officiële overheidsbronnen.
- Digital Services ActEU official
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Kort Geding Verzoek (Spoedeisende Voorziening) (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/government/court-forms/kort-geding-verzoek
"Kort Geding Verzoek (Spoedeisende Voorziening) (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/government/court-forms/kort-geding-verzoek.
@misc{formslegal-kort-geding-verzoek,
author = {{Forms Legal}},
title = {Kort Geding Verzoek (Spoedeisende Voorziening) (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/government/court-forms/kort-geding-verzoek}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
Het spoedeisend belang conform Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 257 is de centrale voorwaarde voor toegang tot kort geding bij de voorzieningenrechter. De Hoge Raad heeft in HR 22 januari 2010 (NJ 2010/63) geoordeeld dat het spoedeisend belang in beginsel besloten ligt in de aard van de gevraagde voorziening: bij verzoek om ontruiming, beslag, publicatieverbod of nakoming bestaat in principe spoedeisendheid omdat de schade onmiddellijk is en niet kan wachten op een bodemprocedure (6-12 maanden). Om het spoedeisend belang gedetailleerd te onderbouwen: vermeld welke concrete schade dreigt zonder voorziening (financiele bedragen, reputatieschade, gevaar voor veiligheid), beschrijf waarom een bodemprocedure te traag is (irreparabele schade ondertussen, insolventie tegenpartij, voortzetting onrechtmatige handeling), citeer voorbeelden uit jurisprudentie ter versterking. Vertraging door eiser na ontstaan grondslag ondermijnt het spoedeisend belang: het toetsmoment ligt op het tijdstip van de uitspraak, niet op het tijdstip van het ontstaan van het feitencomplex. Bij vertraging: leg in het verzoek expliciet uit waarom de actie nu pas mogelijk is. Voor permanent gewenste voorzieningen (definitieve ontbinding, definitieve schadevergoeding) is een bodemprocedure aangewezen, niet een kort geding. De voorzieningenrechter weegt aannemelijkheid van de aanspraak plus spoedeisend belang in marginaal toets, anders dan in bodemprocedure waar volledige beoordeling plaatsvindt.
De kort-geding-procedure verloopt aanzienlijk sneller dan een bodemprocedure conform Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 111 (6-12 maanden eerste instantie). Algemene richtlijnen voor 2026. Eerste stap: indiening verzoek bij voorzieningenrechter via advocaat met producties en griffierecht-betaling. Tweede stap: voorzieningenrechter stelt binnen enkele dagen (1-7 dagen) een datum voor de zitting vast conform Rv art. 258. Standaard zitting binnen 1-4 weken na indiening verzoek; bij zeer spoedeisende zaken (kinderontvoering, dreigende ontbinding insolventie tegenpartij) binnen 24-72 uur. Derde stap: oproeping gedaagde via gerechtsdeurwaarder of in zeer spoedeisende zaken telefonisch of per e-mail conform Rv art. 259. Termijn van oproeping doorgaans 1-2 weken voor zitting bij standaard kort geding, 24-72 uur bij zeer spoedeisende zaken. Vierde stap: mondelinge zitting met 15-30 minuten per partij voor pleidooi. Vijfde stap: uitspraak voorzieningenrechter binnen 1-3 weken na zitting, met standaard uitvoerbaarverklaring bij voorraad conform Rv art. 260. Totaal eerste instantie 1-6 weken vanaf indiening verzoek tot uitspraak. Hoger beroep bij gerechtshof binnen vier weken na vonnis conform Rv art. 339 lid 2 (verkort ten opzichte van drie maanden bij bodemprocedure), procedure 2-4 maanden, uitspraak vaak gemiddeld 4-8 maanden na hoger-beroep-aankondiging. Cassatie bij Hoge Raad binnen drie maanden conform Rv art. 402 mogelijk maar zelden zinvol gezien voorlopig karakter.
De dwangsom conform Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 611a is een wettelijk instrument voor effectieve handhaving van geboden of verboden uitgesproken door de voorzieningenrechter. De hoogte moet evenredig zijn aan de aard van de overtreding, de financiele draagkracht van de gedaagde, en het belang van naleving. Marktconforme bedragen voor 2026 zijn. Voor publicatieverbod bij smaad, laster, privacy-inbreuk of schending bedrijfsgeheim: 5.000-25.000 EUR per dag of per overtreding, met maximum 100.000-500.000 EUR totaal. Voor ontruiming bij huurachterstand of overlast: 500-2.500 EUR per dag dat de huurder geen gevolg geeft aan ontruimingsvonnis, met maximum 50.000-150.000 EUR totaal. Voor overtreding concurrentiebeding (BW 7:653 werknemer, contractueel ZZP): 2.500-25.000 EUR per dag of per overtreding, met maximum 100.000-500.000 EUR totaal. Voor sommatie tot nakoming overeenkomst (BW 6:74): 1.000-10.000 EUR per dag, met maximum 50.000-200.000 EUR totaal. Voor handhaving auteursrecht (Auteurswet 1912) of merkrecht (BVIE): 5.000-50.000 EUR per overtreding, met maximum 250.000-1.000.000 EUR totaal. De voorzieningenrechter stelt de dwangsom vast op basis van belangenafweging en kan op verzoek conform Rv art. 611d matigen of opheffen bij disproportionaliteit. Verbeurde dwangsommen worden via gerechtsdeurwaarder geexecuteerd op vermogensbestanddelen overtreder: bankrekening, salaris (loonbeslag conform Rv art. 475), roerende of onroerende goederen via Kadasterregistratie.
Het kort geding conform Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 254-260 en de verzoekschriftprocedure conform Rv art. 278-291 zijn beide versnelde procedures, maar verschillen in karakter, toepassingsgebied en uitkomst. Het kort geding is een contentieuze (tweepartijen) procedure waarbij een eiser via deurwaarder een gedaagde formeel oproept om voor de voorzieningenrechter te verschijnen, voor voorlopige voorzieningen bij spoedeisend belang. De uitkomst is een voorlopig vonnis dat de partijen alleen voorlopig bindt; een bodemprocedure kan later de definitieve rechten en plichten vaststellen. De verzoekschriftprocedure is een vereenvoudigde procedure voor specifieke categorieen geschillen waarvoor de wet expliciet de verzoekschriftvorm voorschrijft: familierechtelijke zaken (echtscheiding BW 1:150, ouderlijk gezag BW 1:251), arbeidsrechtelijke ontbinding (BW 7:671b), faillissement (Faillissementswet art. 1-6), erfrechtelijke zaken (BW 4:188 verklaring van erfrecht), bezwaarschriften en beroepschriften bestuursrecht (Awb art. 6:4 en 8:1), benoemingen (bewindvoerder BW 1:431, mentor BW 1:450). De verzoekschriftprocedure kent een verzoeker en eventuele belanghebbenden (geen gedaagde), zonder formele dagvaarding maar wel met oproeping van belanghebbenden door de rechtbank. De uitkomst is in beginsel een definitief vonnis, niet voorlopig. Voor spoedeisende familierechtelijke voorzieningen (kinderontvoering, dringende contactregeling) bestaat een verzoekschrift-kort-geding conform BW 1:253a met combinatie van beide procedurevormen: versnelde behandeling van verzoekschrift. Kies de juiste procedure op basis van het type vordering: contractueel of onrechtmatige daad spoedzaak naar kort geding; familie of bestuur naar verzoekschriftprocedure.
De kosten van een kort geding bestaan uit vier hoofdcomponenten: griffierechten, deurwaarderskosten, advocaatkosten en eventuele bijkomende kosten. Eerste component: griffierechten conform Wet griffierechten burgerlijke zaken 2010, identiek aan bodemprocedure (geen verlaging wegens spoedeisendheid). Voor Kantonrechter-voorzieningenrechter: natuurlijke persoon-eiser 87-247 EUR; rechtspersoon-eiser 132-514 EUR. Voor civiele voorzieningenrechter: natuurlijke persoon-eiser 314-5.737 EUR; rechtspersoon-eiser 689-12.755 EUR afhankelijk van vorderingshoogte. Tweede component: deurwaarderskosten voor oproeping gedaagde conform KBvG-tarief 2026 tussen 80 en 150 EUR per oproeping (hoger bij gedwongen toegang of internationale betekening). In zeer spoedeisende zaken kan oproeping per telefoon of e-mail conform Rv art. 259 zonder deurwaarderskosten. Derde component: advocaatkosten. Bij Kantonrechter-voorzieningenrechter niet verplicht maar aanbevolen (1.500-4.000 EUR voor eenvoudig kort geding); bij civiele voorzieningenrechter verplicht conform Rv art. 79 (3.000-10.000 EUR voor middelgroot kort geding, 10.000-30.000 EUR voor complex kort geding met internationale aspecten). Kort geding vereist intensieve voorbereiding in korte tijd (1-4 weken), waardoor advocaatkosten vaak hoger zijn dan bij bodemprocedure per zaak. Vierde component: bijkomende kosten zoals deskundigenrapporten (zelden in kort geding gezien snelheid), vertalingen (bij internationale aspecten), spoedheidstoeslag deurwaarder bij oproeping binnen 24 uur. Totaal indicatie 2026: eenvoudig kort geding (incasso, ontruiming) 3.000-7.000 EUR; middelgroot kort geding (publicatieverbod, concurrentiebeding) 7.000-20.000 EUR; complex kort geding (intellectueel eigendom, aanbesteding) 20.000-75.000 EUR. Bij gewonnen zaak vergoeding proceskosten conform Rv art. 237. Voor onvermogenden gefinancierde rechtsbijstand via Raad voor Rechtsbijstand.
Ja, tegen een kort-geding-vonnis kan binnen vier weken na betekening hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof conform Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 339 lid 2. Deze termijn is verkort ten opzichte van de standaardtermijn van drie maanden bij bodemprocedure-vonnissen, gezien het spoedeisende karakter van kort geding. Procedure hoger beroep. Eerste stap: hoger-beroep-akte indienen via advocaat bij gerechtshof binnen vier weken na betekening kort-geding-vonnis, met opgave van grieven (juridische bezwaren tegen vonnis voorzieningenrechter). Tweede stap: griffierecht voor hoger beroep voldoen (314-5.737 EUR natuurlijke persoon, 689-12.755 EUR rechtspersoon, identiek aan eerste instantie). Derde stap: schriftelijke memorie van grieven met onderbouwing binnen 6 weken na hoger-beroep-akte. Vierde stap: verweerschrift wederpartij binnen 6 weken na ontvangst memorie. Vijfde stap: eventueel mondelinge behandeling bij gerechtshof (1-3 uur per partij), niet altijd verplicht. Zesde stap: arrest gerechtshof binnen 2-6 maanden na hoger-beroep-akte. Totaal duur hoger beroep 2-6 maanden. Belangrijk: tijdens hoger beroep wordt de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het kort-geding-vonnis in beginsel niet geschorst conform Rv art. 351; het vonnis blijft executeerbaar. Schorsing kan worden gevraagd via afzonderlijk verzoek bij gerechtshof. Bij kort-geding-vonnis met dwangsom-koppeling: verbeurde dwangsommen tijdens hoger beroep blijven verschuldigd, terugvordering bij gewonnen hoger beroep. Cassatie bij Hoge Raad binnen drie maanden conform Rv art. 402 mogelijk maar zelden zinvol; Hoge Raad oordeelt alleen over rechtsvragen (geen feitenoordeel), en kort-geding-vonnis is per definitie voorlopig zodat cassatie weinig effect heeft.
Een kort-geding-vonnis is conform Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 254 een voorlopige voorziening die de partijen alleen voorlopig bindt; het heeft geen gezag van gewijsde voor een bodemprocedure conform BW 6:23 lid 1. Drie scenario's bestaan. Eerste scenario: bodemprocedure niet gestart, kort-geding-vonnis blijft voorlopig in stand. Praktisch komt dit vaak voor wanneer beide partijen tevreden zijn met de uitkomst of wanneer eiser geen aanleiding ziet voor definitieve afhandeling. De voorlopige voorziening (ontruiming, beslag, publicatieverbod) blijft eeuwig effectief tot herziening via nieuw kort geding. Tweede scenario: eiser start na kort geding een bodemprocedure ter definitieve vaststelling van rechten en plichten. De bodemprocedure verloopt onafhankelijk van het kort-geding-vonnis en kan tot een andere uitkomst leiden. Bij definitieve toewijzing in bodemprocedure wordt het kort-geding-vonnis bevestigd; bij definitieve afwijzing wordt het kort-geding-vonnis teruggedraaid met mogelijke schadevergoeding aan gedaagde voor leed door voorlopige voorziening. Derde scenario: gedaagde start na kort geding een bodemprocedure ter terugdraaiing van de voorlopige voorziening. Bij gewonnen bodemprocedure door gedaagde wordt kort-geding-vonnis teruggedraaid, met terugbetaling verbeurde dwangsommen en mogelijke schadevergoeding voor geleden schade door voorlopige voorziening conform BW 6:162 (onrechtmatige uitvoering vonnis). De Hoge Raad heeft in HR 16 maart 1973 (NJ 1973/348) en latere jurisprudentie de risicoaansprakelijkheid van de winnende kort-geding-partij ontwikkeld: bij latere verlies in bodemprocedure aansprakelijkheid voor schade door uitvoering van voorlopige voorziening. Voor strategische overwegingen: kort geding kan vooral worden ingezet voor spoedeisend ingrijpen en als drukmiddel voor schikking; voor definitieve rechtszekerheid is bodemprocedure aangewezen.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Dagvaarding (Burgerlijke Procedure)
Schriftelijke oproep aan gedaagde om voor de rechtbank te verschijnen conform Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) art. 111 en 112. Bevat eis, gronden van eis, bewijsmiddelen, rechtsbevoegdheid en oproeping voor rolzitting via deurwaarder.
Bezwaarschrift Belastingdienst Nederland
Bezwaarschrift tegen een aanslag of beschikking van de Belastingdienst conform AWR art. 26 en Awb art. 7:1. In te dienen binnen zes weken na dagtekening.