Retentierecht Verklaring Nederland
VERKLARING UITOEFENING RETENTIERECHT
Op grond van Burgerlijk Wetboek Boek 3 artikelen 290-295 (retentierecht)
Partijen
RETENTOR (uitoefenende partij)
Naam: [Retentor Naam]
Adres: [Retentor Adres]
KVK-nummer: [Retentor Kvk]
Hoedanigheid: [Retentor Hoedanigheid]
SCHULDENAAR
Naam: [Schuldenaar Naam]
Adres: [Schuldenaar Adres]
KVK/BSN: [Schuldenaar Kvk Bsn]
Verklaring van uitoefening retentierecht
VERKLARING
Ondergetekende [Retentor Naam], handelend in de hoedanigheid van [Retentor Hoedanigheid], oefent hierbij zijn retentierecht uit op grond van BW 3:290 op de navolgende zaak:
BESCHRIJVING VAN DE ZAAK
[Zaak Omschrijving]
Huidige locatie: [Locatie Zaak]
OPENSTAANDE VORDERING
Bedrag: EUR [Vordering Bedrag]
Grondslag: [Vordering Grondslag]
CONNEXITEITSVERBAND (BW 3:291)
[Connexiteits Verband]
Ondergetekende weigert de zaak af te geven totdat de openstaande vordering van EUR [Vordering Bedrag] inclusief rente (BW 6:119) en kosten volledig is voldaan.
Betaling dient te geschieden uiterlijk op: [Betalingstermijn]
Bij uitblijven van betaling behoudt ondergetekende het recht de zaak te verkopen conform BW 3:292 na rechterlijke machtiging of zoals wettelijk toegestaan.
Ondertekening
ONDERTEKENING
Plaats: [Plaats Ondertekening] Datum: [Datum Ondertekening]
[Retentor Naam]
Handtekening: ________________________
Bijlagen: facturen / opdracht / overeenkomst
Retentor
________________
Signature
Wat is Retentierecht Verklaring Nederland?
De Retentierecht Verklaring is een formeel document waarmee een schuldeiser in Nederland mededeelt dat hij zijn retentierecht uitoefent op zaken die zich in zijn macht bevinden, en de afgifte opschort totdat de schuldenaar zijn openstaande verplichtingen heeft voldaan, conform Burgerlijk Wetboek (BW) Boek 3 artikel 290 tot en met 295. Het retentierecht is een bijzonder zekerheidsrecht dat van rechtswege ontstaat als aan de wettelijke vereisten is voldaan; een aparte overeenkomst is niet nodig.
Het retentierecht geeft de retentor (de partij die het retentierecht uitoefent) het recht om de afgifte van de zaak op te schorten zolang de schuld onbetaald blijft. De Hoge Raad der Nederlanden heeft in meerdere arresten de vereisten en reikwijdte van het retentierecht uitgewerkt. Het retentierecht kan worden uitgeoefend op lichamelijke zaken (goederen, voertuigen, machines, documenten, kleding, kunstwerken) maar niet op vermogensrechten of digitale bestanden.
Het retentierecht vereist connexiteit: er moet een voldoende samenhang bestaan tussen de vordering van de retentor en de zaak waarop het recht wordt uitgeoefend (BW 3:290 lid 1 jo. 3:291). Bij een aannemer geldt een connexiteitsverband als de onbetaalde factuur betrekking heeft op de werkzaamheden aan het desbetreffende object. Bij een advocaat die een retentierecht uitoefent op documenten van zijn cliënt, bestaat het connexiteitsverband als de documenten zijn vergaard of opgesteld in het kader van de door de advocaat verrichte werkzaamheden.
Het retentierecht werkt ook tegenover derden-gerechtigden (BW 3:291 lid 2): zelfs als de zaak aan een derde toebehoort, kan de retentor zijn retentierecht handhaven tegenover die derde als de derde de zaak aan de schuldenaar heeft toevertrouwd. Dit maakt het retentierecht een krachtig zekerheidsrecht in de bouwpraktijk, de transportsector en de advocatuurlijke dienstverlening.
Bij uitwinning heeft de retentor recht op verhaal als een gesecureerde schuldeiser: bij executieverkoop van de zaak heeft de retentor een voorrangsrecht op de opbrengst boven concurrente schuldeisers (BW 3:292). Bij faillissement van de schuldenaar kan de retentor zijn retentierecht uitoefenen als separatist (Fw art. 60): hij kan de zaak buiten de curator om verkopen om zijn vordering te verhalen.
Wanneer heeft u Retentierecht Verklaring Nederland nodig?
Het retentierecht is nodig wanneer een schuldeiser goederen of documenten van een schuldenaar onder zich heeft en de schuldenaar zijn betalingsverplichting niet nakomt. De meest voorkomende situaties:
Een aannemer of bouwbedrijf heeft werkzaamheden verricht aan een gebouw, installatie of voertuig. De opdrachtgever betaalt de factuur niet. De aannemer kan zijn retentierecht uitoefenen op het gebouwde of gerepareerde object zolang dit zich nog in zijn bezit bevindt (BW 3:290 aannemer). Zodra de aannemer het object heeft afgeleverd, vervalt het retentierecht.
Een garage of autoschadebed verricht reparaties aan een voertuig. De eigenaar betaalt de rekening niet. De garage kan zijn retentierecht uitoefenen op het voertuig en weigert het terug te geven totdat de rekening is voldaan. De Hoge Raad heeft in het Garage-arrest (HR 14 november 1997, NJ 1998, 666) de grenzen van het garage-retentierecht nader bepaald.
Een transportondernemer vervoert goederen maar ontvangt geen betaling voor de vrachtkosten. Op grond van BW 8:489 (specifiek retentierecht voor zeevracht) of het algemene BW 3:290 kan de vervoerder zijn retentierecht uitoefenen op de lading totdat de vrachtkosten zijn voldaan.
Een advocaat of notaris heeft werkzaamheden verricht voor een cliënt en beschikt over dossiers, documenten en akten. Als de cliënt zijn honorarium niet betaalt, kan de advocaat een retentierecht uitoefenen op de dossiers en documenten (HR 20 december 2002, NJ 2003, 499 advocaat-retentierecht). De Hoge Raad heeft echter beperkingen gesteld: het retentierecht op advocatendossiers kan worden doorbroken als derdenbelangen door bewaring worden geschaad.
Een aardappelopslagbedrijf, koelhuis of warehouseoperator slaat goederen op voor een klant. De klant betaalt de opslagkosten niet. De opslaghouder kan zijn retentierecht uitoefenen op de opgeslagen goederen totdat de schuld is voldaan (BW 7:605 voor bewaarneming).
Een drukkerij of grafisch bureau dat opdrachten heeft uitgevoerd maar geen betaling ontvangt, kan een retentierecht uitoefenen op de gedrukte of ontworpen producten die nog in het bedrijf aanwezig zijn. Een stomerij, schoenmaker of kleermaker kan een retentierecht uitoefenen op kledingstukken die hij heeft gerepareerd, zolang deze in zijn bezit zijn. Een notariskantoor dat akten heeft opgesteld maar zijn honorarium niet heeft ontvangen, kan een retentierecht uitoefenen op de originele notariele akten en dossiers, met de beperkingen die het Wna en de KNB-gedragsregels stellen.
Wat moet er in uw Retentierecht Verklaring Nederland staan?
Een formele retentierecht-verklaring bevat de volgende kernelementen. Ten eerste de identiteitsgegevens van de retentor: de naam, het adres, het KVK-nummer (voor rechtspersonen) en de hoedanigheid van de partij die het retentierecht uitoefent (aannemer, vervoerder, garage, opslaghouder, advocaat).
Ten tweede de identiteitsgegevens van de schuldenaar: de naam, het adres, het KVK-nummer of BSN, en de rechtsverhouding op grond waarvan de schuld is ontstaan (opdracht, koopovereenkomst, aanneming van werk conform BW 7:750-769, vervoersovereenkomst).
Ten derde een nauwkeurige beschrijving van de zaak waarop het retentierecht wordt uitgeoefend: merk, type, serienummer (voor voertuigen en machines), of een gedetailleerde omschrijving van documenten en dossiers. Een nauwkeurige beschrijving voorkomt betwisting van de identiteit van de zaak.
Ten vierde de specificatie van de openstaande vordering: het bedrag, de grondslag (factuur, opdracht, overeenkomst), de vervaldatum en eventuele rente conform BW 6:119 (wettelijke handelsrente van 2026: 12% per jaar voor handelstransacties). Voeg de relevante facturen als bijlage toe.
Ten vijfde het connexiteitsverband: beschrijf de samenhang tussen de vordering en de zaak. Als aannemer: de vordering betreft werkzaamheden verricht aan de zaak. Als vervoerder: de vordering betreft vrachtkosten voor het vervoer van de zaak. Als advocaat: de vordering betreft honorarium voor werkzaamheden waarvoor de dossiers zijn aangelegd.
Op forms-legal.com vindt u een gratis invulbare retentierecht-verklaring die voldoet aan de vereisten van BW 3:290-295. Stuur de verklaring aangetekend en per e-mail aan de schuldenaar. Bewaar een bewijs van verzending en ontvangst. Raadpleeg een advocaat als de schuldenaar betwist dat aan de vereisten voor het retentierecht is voldaan of als hij de Rechtbank verzoekt het retentierecht op te heffen.
Bij retentierecht op grote partijen goederen of dure machines is het verstandig direct een kort geding te overwegen om de geldigheid van het retentierecht door de Voorzieningenrechter te laten bevestigen (Rv art. 254-260). Als de schuldenaar een derde is die beweert eigenaar te zijn van de zaak, moet de retentor kunnen bewijzen dat de schuldenaar bevoegd was de zaak in zijn macht te brengen (BW 3:291 lid 2). Bewaar de opdracht, het contract of de vrachtbrief waarmee de zaak werd toevertrouwd als bewijs van het connexiteitsverband.
Hoe vult u uw Retentierecht Verklaring Nederland in?
Begin met uw eigen gegevens als retentor: uw naam of de naam van uw onderneming, uw adres, en het KVK-nummer als u een rechtspersoon bent. Vermeld uw hoedanigheid (aannemer, garage, transporter, advocaat, opslaghouder) zodat de schuldenaar de grondslag van het retentierecht direct begrijpt.
Vermeld de gegevens van de schuldenaar: naam, adres en KVK-nummer of BSN. Verwijs naar de rechtsverhouding op grond waarvan de schuld is ontstaan: de opdracht, het contract, de factuur of de opdrachtbevestiging met het opdrachtnum¬mer en de datum.
Beschrijf de zaak waarop het retentierecht wordt uitgeoefend zo precies mogelijk. Voor voertuigen: merk, model, kenteken en chassisnummer. Voor machines en apparatuur: type, fabrikant en serienummer. Voor dossiers en documenten: dossiernummer, naam van de zaak, beschrijving van de inhoud.
Vermeld het bedrag van de openstaande vordering: het hoofdbedrag, de rente (BW 6:119 wettelijke handelsrente) en eventuele buitengerechtelijke incassokosten (BIK conform Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten 2012). Voeg de onbetaalde facturen als bijlage toe.
Beschrijf het connexiteitsverband: waarom heeft u recht op het retentierecht op deze zaak? "De onbetaalde factuur betreft werkzaamheden uitgevoerd aan het hierboven beschreven voertuig." "De onbetaalde facturen betreffen opslagkosten voor de hierboven beschreven goederen."
Vermeld de betalingstermijn: u verzoekt de schuldenaar de openstaande vordering te voldoen binnen een redelijke termijn (doorgaans 14 dagen). Als de schuldenaar niet betaalt binnen de gestelde termijn, behoudt u het recht de zaak te verkopen via executie (BW 3:292 jo. BW 3:248).
Handteken de verklaring en stuur haar aangetekend toe aan de schuldenaar. Noteer de datum van verzending. Als de schuldenaar de ontvangst betwist, heeft de aangetekende verzending als bewijs dienst.
Stuur de retentierecht-verklaring zowel per aangetekende post als per e-mail aan de schuldenaar. Als de schuldenaar een BV is, stuur ook een kopie naar de bestuurder persoonlijk. Noteer datum en tijdstip van verzending en bewaar de bezorgbevestiging van PostNL. Als de schuldenaar de ontvangst later betwist, is het track en trace-bewijs van de aangetekende zending uw sterkste bewijsmiddel. Schakel een gerechtsdeurwaarder in als u de verklaring wilt laten betekenen voor extra zekerheid over de ontvangst door de schuldenaar.
Wettelijke vereisten voor Retentierecht Verklaring Nederland
Het retentierecht is geregeld in BW Boek 3 art. 290 tot en met 295. Vereisten voor uitoefening van het retentierecht: (1) de retentor heeft de zaak in zijn macht; (2) de vordering van de retentor op de schuldenaar is opeisbaar; (3) er bestaat een connexiteitsverband tussen de vordering en de zaak (BW 3:291).
Het connexiteitsverband (BW 3:291) vereist dat de vordering is ontstaan voordat de zaak in de macht van de retentor is gekomen, of dat de vordering verband houdt met de zaak die in bewaring, bewerking of vervoer is genomen. Bij een aannemer is connexiteit aanwezig als de openstaande vordering betrekking heeft op werkzaamheden aan het object. Bij meerdere opeenvolgende overeenkomsten met dezelfde schuldenaar kan connexiteit ruimer worden uitgelegd (HR 24 april 1992, NJ 1992, 463).
Het retentierecht werkt ook jegens derden als (a) de schuldenaar bevoegd was de zaak in de macht van de retentor te brengen, of (b) de derde-rechthebbende de bevoegdheid daartoe heeft toegelaten of de schijn heeft gewekt (BW 3:291 lid 2). Bij faillissement van de schuldenaar kan de retentor zijn retentierecht inroepen als separatist (Fw art. 60): hij kan de zaak buiten de curator om verkopen als hij een recht heeft dat hem daartoe bevoegt.
De retentor mag de zaak niet zelf ter hand nemen of vervoeren als dit in strijd is met de bewaarplicht (BW 3:293). Als de schuldenaar een bedrag depositeert ter hoogte van de vordering bij de Rechtbank, kan hij de Rechtbank verzoeken het retentierecht op te heffen (BW 3:292 lid 3).
Bij de uitwinning van het retentierecht geldt BW 3:292: de retentor heeft een voorrangsrecht op de opbrengst boven andere schuldeisers, behalve hypotheekhouders en pandhouders die ouder zijn. De Rechtbank kan op verzoek van de schuldenaar of een derde het retentierecht opheffen op grond van onevenredigheid of strijd met redelijkheid en billijkheid (BW 6:248).
Voor de advocaat gelden aanvullende beroepsregels: de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) stelt beperkingen aan de uitoefening van het retentierecht als derdenbelangen worden geschaad (Gedragsregel 7.7). Een advocaat die zijn retentierecht uitoefent op dossiers die spoedeisende belangen van de cliënt raken, kan tuchtrechtelijk worden aangesproken.
Veelgemaakte fouten bij uw Retentierecht Verklaring Nederland
De meest gemaakte fout bij het retentierecht is het niet tijdig uitoefenen ervan: het retentierecht vervalt zodra de retentor de zaak vrijwillig teruggeeft aan de schuldenaar (BW 3:294). Als een aannemer het gerenoveerde pand overdraagt aan de opdrachtgever voordat de factuur is betaald, verliest hij zijn retentierecht. Het retentierecht moet worden uitgeoefend terwijl de zaak nog in de macht van de retentor is.
Een tweede fout is het ontbreken van connexiteit: de vordering moet verband houden met de zaak. Een garagehouder die een retentierecht uitoefent op een voertuig voor een vordering die geen betrekking heeft op dat voertuig (maar op een eerdere reparatie aan een ander voertuig van dezelfde eigenaar), heeft geen rechtsgeldig retentierecht. De Rechtbank kan dit retentierecht vernietigen.
Een derde fout is het niet schriftelijk mededelen van de uitoefening van het retentierecht. Hoewel de wet geen schriftelijkheid vereist, is een schriftelijke verklaring onmisbaar voor bewijs en voor de aanpassing van de derde die de zaak opeist. Mondeling meegedeelde retentierechten leiden tot geschillen over de vraag of, wanneer en hoe het recht is uitgeoefend.
Het incorrect berekenen van de vordering is een fout die het retentierecht kan ondermijnen. Als de retentor een hogere vordering claimt dan daadwerkelijk verschuldigd is, kan de schuldenaar betwisten dat het retentierecht in zijn geheel rechtsgeldig is. Voeg altijd gespecificeerde facturen als bijlage toe.
Het niet reageren op een opheffingsverzoek bij de Rechtbank is een processuele fout. Als de schuldenaar via de Rechtbank verzoekt het retentierecht op te heffen (BW 3:292), moet de retentor zijn verweer voeren. Reageert hij niet, dan heft de Rechtbank het retentierecht doorgaans op bij verstek.
Ten slotte: het beschadigen of vernielen van de zaak waarop het retentierecht wordt uitgeoefend. De retentor heeft een bewaarplicht (BW 3:293): hij is verplicht de zaak als een goed bewaarder te behandelen. Beschadiging van de zaak leidt tot aansprakelijkheid van de retentor voor de waardedaling, ook als hij een rechtsgeldig retentierecht heeft.
Een vergeten vereiste is het connexiteitsvereiste van BW 3:291: de vordering moet samenhangen met de zaak die wordt teruggehouden. Als u zaken terughoudt voor een vordering die geen verband houdt met de prestatie ter zake van die zaak, is het retentierecht niet geldig. Controleer ook of de zaak in uw bezit is als vuistpand of eigendom van de schuldenaar — het retentierecht werkt alleen als u de zaak rechtmatig heeft en dit rechtmatig bezit kunt aantonen tegenover derden en de curator (BW 3:292).
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Retentierecht Verklaring Nederland (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/business/letters/retentierecht-verklaring
"Retentierecht Verklaring Nederland (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/business/letters/retentierecht-verklaring.
@misc{formslegal-retentierecht-verklaring,
author = {{Forms Legal}},
title = {Retentierecht Verklaring Nederland (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/business/letters/retentierecht-verklaring}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
Het retentierecht (BW 3:290-295) is het recht om de afgifte van een zaak op te schorten totdat een opeisbare vordering is voldaan. Het retentierecht ontstaat van rechtswege als aan de wettelijke vereisten is voldaan; er hoeft geen overeenkomst aan ten grondslag te liggen. Het retentierecht geeft de retentor een defensieve positie: hij mag de zaak niet actief verkopen zonder rechterlijke tussenkomst of specifieke wettelijke bevoegdheid. Bij executie heeft de retentor echter een voorrangsrecht op de opbrengst (BW 3:292). Een pandrecht (BW 3:227-259) is een actief zekerheidsrecht dat bij overeenkomst of vestigingshandeling wordt gevestigd. De pandhouder heeft het recht de zaak te verkopen bij wanbetaling van de schuldenaar zonder rechterlijke tussenkomst. Het pandrecht heeft ook een hogere bescherming bij faillissement dan het retentierecht. Het retentierecht is een tijdelijk beschermingsmiddel; een pandrecht is de sterkere, permanente zekerheid.
Een retentierecht op papieren documenten en dossiers is rechtsgeldig conform BW 3:290. Een advocaat kan zijn retentierecht uitoefenen op papieren cliëntendossiers als de cliënt zijn honorarium niet betaalt. De Hoge Raad heeft in meerdere arresten de grenzen bepaald van het advocatuur-retentierecht (HR 20 december 2002, NJ 2003, 499). Op digitale bestanden en elektronische data kan echter geen retentierecht worden uitgeoefend: BW 3:290 spreekt van "zaken", en digitale data zijn geen lichamelijke zaken in de zin van de wet (BW 3:2). De advocaat kan zijn retentierecht uitoefenen op de USB-stick of harde schijf waarop de data staan, maar niet op de digitale data zelf. Als de cliënt een kopie van de digitale data opeist, staat het retentierecht dit niet in de weg voor de digitale kopie.
Het connexiteitsvereiste houdt in dat er een voldoende samenhang moet bestaan tussen de vordering van de retentor en de zaak waarop het retentierecht wordt uitgeoefend (BW 3:291 lid 1). Voor aannemers geldt: de vordering moet betrekking hebben op werkzaamheden aan of in verband met de zaak. Een aannemer kan geen retentierecht uitoefenen op een object voor een vordering die geen verband houdt met dat object. Voor transporte¬urs: de vordering moet betrekking hebben op de vrachtkosten van de zaak. Voor opslaghouders: de vordering moet betrekking hebben op de opslagkosten van de zaak. De Hoge Raad heeft het connexiteitsvereiste soepeler uitgelegd bij handelsbetrekkingen waarbij meerdere opdrachten zijn uitgevoerd: als de retentor een stelselmatige zakelijke relatie heeft met de schuldenaar, kan het retentierecht ook worden uitgeoefend voor vorderingen uit eerdere, reeds afgeronde opdrachten (HR 24 april 1992, NJ 1992, 463).
De schuldenaar kan het retentierecht op vier manieren opheffen. Ten eerste door betaling van de volledige vordering inclusief rente en kosten: na betaling vervalt het retentierecht van rechtswege en is de retentor verplicht de zaak terug te geven. Ten tweede door het storten van zekerheid (depot) bij de Rechtbank of een derde-bewaarder ter hoogte van de vordering: de Rechtbank kan dan op verzoek het retentierecht opheffen (BW 3:292 lid 3). Ten derde door het stellen van een alternatieve zekerheid (bankgarantie of hypotheekrecht) die de retentor voldoende zekerstelt. Ten vierde door een kort geding bij de Rechtbank te starten (Rv art. 254-260): als de schuldenaar kan aantonen dat het retentierecht niet rechtsgeldig is (geen connexiteit, vordering betwistbaar) of dat de uitoefening disproportioneel is, kan de Kantonrechter of de Voorzieningenrechter het retentierecht in kort geding opschorten of opheffen.
Bij faillissement van de schuldenaar heeft de retentor bijzondere rechten. Hij kan zijn retentierecht uitoefenen als separatist (Fw art. 60): hij kan de zaak buiten de curator om te gelde maken (verkopen) als hij een wettelijke bevoegdheid daartoe heeft. De retentor is niet verplicht zijn vordering bij de curator in te dienen als concurrente schuldeiser; hij kan zijn retentierecht zelfstandig uitoefenen. De opbrengst uit de verkoop dient ter voldoening van zijn vordering; een eventueel overschot gaat naar de boedel. De curator kan de zaak opeisen door de vordering van de retentor te betalen (Fw art. 60 lid 3). Indien de curator de zaak nodig heeft voor de boedel, kan hij de Rechtbank verzoeken het retentierecht op te heffen onder storting van zekerheid. De Hoge Raad heeft in meerdere arresten de rechten van de retentor bij faillissement bevestigd.
Nee. De retentor heeft een bewaarplicht: hij is verplicht de zaak als een goed bewaarder te behandelen en mag de zaak niet verhuren, gebruiken of op andere wijze exploiteren zonder toestemming van de schuldenaar (BW 3:293). Het gebruik van de zaak door de retentor is een tekortkoming in de bewaarplicht en kan leiden tot aansprakelijkheid voor waardedaling of schade. Als de zaak een bederfelijk karakter heeft (vers voedsel, bloemen), kan de retentor toestemming vragen aan de Rechtbank om de zaak te verkopen vóór de normale executieprocedure om waardeverlies te voorkomen. Bij opslag van verderfelijke goederen is het retentierecht een riskant instrument; een bankgarantie of alternatie zekerheid verdient de voorkeur.
Het retentierecht op onroerend goed is technisch complex en omstreden in de rechtspraktijk. Een aannemer die een gebouw bouwt of renoveert kan in beginsel een retentierecht uitoefenen op het gebouw zolang het object zich in zijn macht bevindt (BW 3:290). Echter, bij onroerend goed is de "macht" van de aannemer over het object moeilijker te bepalen dan bij roerende zaken. De Hoge Raad heeft in het Veldman/Figas-arrest (HR 3 december 2010, NJ 2011, 41) geoordeeld dat een aannemer een retentierecht kan uitoefenen op het onroerend goed door het feitelijke bezit te handhaven (toegang weigeren aan de eigenaar). Dit retentierecht op onroerend goed is niet inschrijfbaar in het Kadaster en werkt niet tegenover hypotheekhouders die hun recht vóór de aanvang van de werkzaamheden hebben gevestigd. Schakel een gespecialiseerd advocaat in bij een retentierecht op onroerend goed.
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
Schuldbekentenis Nederland
Eenzijdige verklaring waarin een schuldenaar het bestaan en de hoogte van een schuld erkent, met afspraken over terugbetaling, rente en verzuim conform BW 6:1 en 6:127.
Afbetalingsregeling Nederland
Vaststellingsovereenkomst voor gespreide voldoening van een bestaande schuld in maandelijkse termijnen conform BW 6:29 jo. BW 6:127 jo. BW 7:900.
Borgstellingsovereenkomst Nederland
Schriftelijke borgtocht waarbij een borg zich verbindt tot nakoming van de verplichting van een hoofdschuldenaar jegens een schuldeiser conform BW 7:850-870.
Geldleningsovereenkomst Nederland
Schriftelijke overeenkomst van verbruikleen tussen uitlener en lener met hoofdsom, rente, aflossing en zekerheid conform BW Boek 7 titel 2C art. 129-134.