Faillissementsaanvraag Formulier Nederland
VERZOEKSCHRIFT TOT FAILLIETVERKLARING
Op grond van Faillissementswet artikel 1-13 juncto Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 278 e.v.
Aan: [Bevoegde Rechtbank]
Insolventiekamer
Type aanvraag
TYPE AANVRAAG
Type faillissementsaanvraag: [Type Aanvraag]
Gegevens schuldenaar
GEGEVENS SCHULDENAAR
Naam: [Schuldenaar Naam]
Rechtsvorm: [Schuldenaar Rechtsvorm]
Adres: [Schuldenaar Adres]
KVK-nummer: [Schuldenaar Kvk]
BSN (indien van toepassing): [Schuldenaar Bsn]
Gegevens aanvragende schuldeiser
GEGEVENS AANVRAGENDE SCHULDEISER (Fw art. 6)
Naam schuldeiser: [Schuldeiser Naam]
Adres: [Schuldeiser Adres]
Bedrag vordering: EUR [Vordering Bedrag]
Steunvordering (pluraliteitsvereiste): [Steunvordering]
Gronden faillissement
GRONDEN VOOR HET FAILLISSEMENT (Fw art. 1)
Totaal openstaande schulden: EUR [Totaal Schuld Bedrag]
Datum opgehouden te betalen: [Datum Opgehouden]
Gronden: [Grondenfaillissement]
WHOA/surseance overwogen: [Alternatieven]
Petitum
PETITUM
Op grond van het voorgaande verzoekt ondergetekende de Rechtbank [Bevoegde Rechtbank] het faillissement van [Schuldenaar Naam] uit te spreken, een curator te benoemen en de kosten ten laste van de boedel te brengen.
Bijlagen: crediteurenlijst, balans/vermogensopstelling, jaarrekening, bewijsstukken vorderingen.
Ondertekening
ONDERTEKENING
Plaats: [Plaats Ondertekening] Datum: [Datum Ondertekening]
Advocaat: [Advocaat Naam]
Handtekening: ________________________
Verzoeker / Schuldenaar: ________________________
[Schuldenaar Naam]
Advocaat
________________
Signature
Schuldenaar / Verzoeker
________________
Signature
Wat is Faillissementsaanvraag Formulier Nederland?
Het Faillissementsaanvraag Formulier is een verzoekschrift waarmee een schuldenaar of schuldeiser bij de bevoegde Rechtbank in Nederland verzoekt het faillissement uit te spreken, conform Faillissementswet (Fw) artikel 1 tot en met 13. De Faillissementswet van 1893, voor het laatste ingrijpend gewijzigd door de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA, Stb. 2020, 414) die op 1 januari 2021 in werking trad, regelt de procedure en de rechtsgevolgen van het faillissement in Nederland.
Een faillissement in Nederland wordt uitgesproken door de Rechtbank (sector civiel, insolventiekamer) als de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij is opgehouden te betalen (Fw art. 1 lid 1). De Hoge Raad der Nederlanden heeft dit criterium nader uitgewerkt: meerdere schuldeisers moeten onbetaald zijn gebleven en de schuldenaar moet hebben opgehouden te betalen (HR 12 april 1985, NJ 1986, 808 Blanken/Backer). Eén onbetaalde schuld is doorgaans onvoldoende.
Er zijn twee routes voor de faillissementsaanvraag in Nederland. De eigen aangifte (Fw art. 4): de schuldenaar zelf dient een verzoekschrift in bij de Rechtbank van zijn woonplaats (voor een rechtspersoon: de Rechtbank van het arrondissement waar de statutaire zetel is gelegen). De aanvraag door een schuldeiser (Fw art. 6): een schuldeiser dient het verzoek in bij de Rechtbank van het arrondissement waar de schuldenaar woont of gevestigd is.
Bij het faillissement van een rechtspersoon zoals een BV of NV speelt het KVK-nummer (Kamer van Koophandel) een centrale rol voor identificatie. De insolventierechter van de Rechtbank behandelt het verzoek en kan, als aan de vereisten is voldaan, het faillissement uitspreken. Bij uitspraak van het faillissement wordt een curator benoemd door de Rechtbank, en treedt de schuldenaar buiten het beheer en de beschikking over zijn faillissementsboedel (Fw art. 23).
De Europese Insolventieverordening (Verordening EU 2015/848) regelt internationale faillissementen waarbij schuldenaren in meerdere EU-landen actief zijn. Het centrum van de voornaamste belangen (COMI) bepaalt welk land bevoegd is. Voor Nederlandse vennootschappen is de statutaire zetel en daadwerkelijke vestiging bepalend voor de COMI-vaststelling.
Wanneer heeft u Faillissementsaanvraag Formulier Nederland nodig?
Een faillissementsaanvraag is nodig wanneer een Nederlandse onderneming of particulier in een toestand is gekomen dat hij structureel niet meer kan voldoen aan zijn betalingsverplichtingen. De kern van het faillissementscriterium is meervoudig onvermogen om te betalen, niet slechts een tijdelijk liquiditeitsprobleem.
Een schuldeiser kan een faillissementsaanvraag indienen als zijn schuldenaar een opeisbare vordering onbetaald heeft gelaten en aannemelijk is dat er ook andere onbetaalde schuldeisers zijn. Een steunvordering van een tweede schuldeiser wordt in de praktijk vereist door de Rechtbank om te voldoen aan het criterium van pluraliteit van schuldeisers (Fw art. 6 lid 3).
De eigen aangifte door de schuldenaar zelf (Fw art. 4) is de meest voorkomende route bij BV's en eenmanszaken die hun bedrijfsactiviteiten staken. De bestuurder is verplicht aangifte te doen als de vennootschap haar betalingen heeft gestaakt en voortgang van de onderneming niet langer realistisch is. Uitstel van aangifte kan leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid (BW 2:9, BW 2:248 voor NV en BW 2:138 voor BV).
Bij faillissement van een vennootschap moet de bestuurder ook controleren of de Belastingdienst al een verzoek heeft ingediend voor loonbelasting- of BTW-schulden. De Belastingdienst heeft preferente status als schuldeiser in het faillissement (Invorderingswet 1990 art. 21).
Voordat een faillissementsaanvraag wordt ingediend, moet de schuldenaar de alternatieve insolventieprocedures overwegen: surseance van betaling (Fw art. 214-283), de WSNP (Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen, Fw art. 284-362) voor particulieren, en de WHOA-procedure (Fw art. 370-387) voor bedrijven die een onderhands akkoord met schuldeisers willen sluiten voordat het faillissement wordt uitgesproken.
Bij belastingschulden die de Belastingdienst niet wil herstructureren, is een faillissementsaanvraag door de schuldeiser een reeel scenario. De Belastingdienst heeft als preferente schuldeiser (Invorderingswet 1990 art. 21) een sterke verhaalspositie in het faillissement. UWV kan ook een faillissement aanvragen als de werkgever zijn premies werknemersverzekeringen niet betaalt. In zulke gevallen is tijdig overleg met een insolventierechtadvocaat essentieel om de eigen aangifte voor te bereiden voordat de schuldeiser dit doet.
Wat moet er in uw Faillissementsaanvraag Formulier Nederland staan?
Het faillissementsverzoekschrift moet voldoen aan de vereisten van Rv art. 278 e.v. (verzoekschriftprocedure). Verplichte onderdelen zijn de naam en het adres van de verzoeker (schuldeiser of schuldenaar), de naam en het adres van de schuldenaar (bij aanvraag door schuldeiser), het KVK-nummer van de schuldenaar als het een rechtspersoon betreft, en de onderbouwing van de toestand van opgehouden te betalen.
Bij een aanvraag door een schuldeiser moeten de volgende stukken worden bijgevoegd: bewijs van de opeisbare vordering (factuur, vonnis, schuldbekentenis), bewijs van een steunvordering van minimaal één andere schuldeiser, en bewijs dat de schuldenaar is aangeschreven maar niet heeft betaald. De Rechtbank beoordeelt of summierlijk aan de faillissementsgronden is voldaan (Fw art. 6 lid 3).
Bij een eigen aangifte moet de schuldenaar een actueel overzicht meesturen van alle schulden en schuldeisers (crediteurenlijst), de beschikbare activa (balans of vermogensopstelling) en de jaarrekening over het laatste boekjaar. De jaarrekening moet zijn gedeponeerd bij het KVK (BW 2:394).
Het verzoekschrift moet worden ondertekend door een advocaat. Bij eigen aangifte van faillissement door een rechtspersoon is vertegenwoordiging door een advocaat verplicht conform Rv art. 278 lid 3. Bij eigen aangifte door een natuurlijk persoon (DGA, eenmanszaak) is een advocaat doorgaans ook vereist.
Na het indienen van het verzoekschrift bepaalt de Rechtbank een zittingsdatum. De schuldenaar wordt opgeroepen en gehoord door de insolventierechter (Fw art. 8). Als het faillissement wordt uitgesproken, wordt de beschikking gepubliceerd in het Centraal Insolventieregister (CIR) en de Staatscourant (Fw art. 14).
Op forms-legal.com vindt u een gratis invulbaar faillissementsaanvraag-formulier dat voldoet aan de vereisten van Faillissementswet art. 1-13. Het formulier leidt u stap voor stap door de vereiste informatie voor zowel eigen aangifte als schuldeisersaanvraag. Raadpleeg altijd een advocaat gespecialiseerd in insolventierecht bij het indienen van een faillissementsaanvraag.
Een essentieel onderdeel van de eigen aangifte is de verklaring van de bestuurder over de oorzaken van het faillissement. Als de bestuurder de jaarrekening niet tijdig bij KVK heeft gedeponeerd (BW 2:394), wordt onbehoorlijk bestuur vermoed (BW 2:248 lid 2). Voeg een verklaring toe over eventuele lopende rechtszaken, pandrechten of hypotheekrechten op bedrijfsactiva, en informeer de curator zo volledig mogelijk om zijn taak efficiënt te kunnen uitvoeren. De Rechtbank benoemt de curator uit een lijst van erkende insolventieprofessionals.
Hoe vult u uw Faillissementsaanvraag Formulier Nederland in?
Begin met het selecteren van het type aanvraag: eigen aangifte door de schuldenaar zelf (Fw art. 4) of aanvraag door een schuldeiser (Fw art. 6). De procedure en vereiste bijlagen verschillen per type.
Vul de volledige identiteitsgegevens van de schuldenaar in: naam, adres, KVK-nummer (voor rechtspersonen), BSN (voor natuurlijke personen), en de Rechtbank van het bevoegde arrondissement. De bevoegde Rechtbank is de Rechtbank van de woonplaats van de schuldenaar of de Rechtbank van het arrondissement van de statutaire zetel van de rechtspersoon.
Beschrijf de toestand van opgehouden te betalen: geef een overzicht van de onbetaalde schulden, de namen van de schuldeisers, het bedrag per schuldeiser en de datum waarop de betalingen zijn gestaakt. Voeg een crediteurenlijst als bijlage toe.
Voeg bij eigen aangifte de meest recente balans of vermogensopstelling toe, inclusief een overzicht van activa en de verwachte opbrengst bij liquidatie. Vermeld ook de namen van bestuurders en de eventuele raad van commissarissen.
Bij schuldeisersaanvraag: vermeld uw eigen gegevens als schuldeiser, de hoogte en grond van uw vordering, en de steunvordering van een tweede schuldeiser. Voeg bewijsstukken toe: facturen, aanmaningen, een onbetaald gebleven vonnis.
Controleer of de WHOA-procedure (Fw art. 370) of surseance van betaling (Fw art. 214) een beter alternatief zijn dan faillissement. Bij surseance blijft de schuldenaar beheer houden onder toezicht van een bewindvoerder; bij WHOA kan een dwangakkoord worden opgelegd aan tegenstemmende schuldeisers.
Dien het verzoekschrift in bij de griffie van de bevoegde Rechtbank. Betaal het griffierecht (griffierecht bedraagt voor verzoekschriftprocedures in 2026 doorgaans € 309,00 voor rechtspersonen). Bewaar een kopie van het ingediende verzoekschrift en de ontvangstbevestiging van de griffie.
De bestuurder moet ook controleren of hij de betalingsonmacht tijdig heeft gemeld bij de Belastingdienst en het UWV (Invorderingswet 1990 art. 36 lid 2). Een tijdige melding van betalingsonmacht is een vereiste om persoonlijke aansprakelijkheid voor loonbelasting en BTW-schulden te vermijden. De melding moet binnen twee weken na het moment dat duidelijk werd dat de BTW of loonheffing niet kon worden betaald, worden gedaan bij de Belastingdienst. Als de bestuurder de melding heeft nagelaten, wordt hij vermoed aansprakelijk te zijn voor de belastingschulden.
Wettelijke vereisten voor Faillissementsaanvraag Formulier Nederland
Het verzoekschrift moet voldoen aan Rv art. 278-291 (verzoekschriftprocedure). Verplichte vermelding zijn: naam en adres verzoeker, naam en adres verweerder (bij schuldeisersaanvraag), het petitum (het verzoek aan de Rechtbank), de gronden, en een handtekening van de advocaat.
Bij eigen aangifte door een rechtspersoon is vertegenwoordiging door een advocaat verplicht. De advocaat moet zijn ingeschreven bij de Nederlandse Orde van Advocaten en ingeschreven zijn als procesadvocaat bij de bevoegde Rechtbank (Rv art. 278 lid 3).
De schuldenaar die als rechtspersoon aangifte doet, moet de jaarrekening bij KVK hebben gedeponeerd (BW 2:394). Achterstallige deponering kan leiden tot vermoeden van onbehoorlijk bestuur (BW 2:248 lid 2 voor BV; BW 2:138 voor NV), wat bestuurdersaansprakelijkheid in het faillissement met zich kan brengen.
De Belastingdienst moet doorgaans worden geïnformeerd over een ophanden zijnd faillissement, met name als de vennootschap openstaande loonbelasting- of BTW-schulden heeft. De Belastingdienst heeft preferente status als schuldeiser.
Bij het faillissement van een werkgever moeten de rechten van werknemers worden beschermd door het UWV: werknemers kunnen hun achterstallig loon, vakantiegeld en transitievergoeding bij het UWV claimen via de loongarantieregeling (BW 7:673 jo. WW art. 61-75).
Het Centraal Insolventieregister (CIR) publiceert alle faillissementen in Nederland. Na publicatie in de Staatscourant en het CIR is het faillissement tegenwerpelijk aan derden. Schuldeisers hebben een termijn om hun vordering in te dienen bij de curator (verificatievergadering conform Fw art. 108-137).
De Europese Insolventieverordening (EU 2015/848) regelt grensoverschrijdende insolventieprocedures. Als de schuldenaar een COMI in Nederland heeft maar activa in andere EU-landen, is de Nederlandse Rechtbank bevoegd voor de hoofdprocedure. Secundaire insolventieprocedures kunnen worden gestart in andere EU-landen voor aldaar gelegen activa. Melding in het Europese Insolvency Register is verplicht voor grensoverschrijdende gevallen. De curator is verplicht schuldeisers in andere EU-landen te informeren over de Nederlandse faillissementsprocedure.
Bij de faillissementsaanvraag door een schuldeiser moet de advocaat de bevoegde Rechtbank bepalen: de Rechtbank van het arrondissement waar de schuldenaar zijn woonplaats of statutaire zetel heeft (Rv art. 8). Als de schuldenaar meerdere vestigingen heeft, is de Rechtbank van de hoofdvestiging bevoegd. Bij twijfel over de bevoegde Rechtbank, controleer het KVK-uittreksel. De griffie van de Rechtbank informeert de aanvrager over de zittingsdatum en de eventuele borgsom die als zekerheid voor de kosten van de curator moet worden gestort.
Veelgemaakte fouten bij uw Faillissementsaanvraag Formulier Nederland
Een veel gemaakte fout is het niet meesturen van een steunvordering bij de schuldeisersaanvraag. De Rechtbank wijst het verzoek af als niet aannemelijk is dat er meerdere schuldeisers zijn met onbetaalde vorderingen. Één schuldeiser met één onbetaalde vordering is doorgaans onvoldoende om aan het pluraliteitscriterium te voldoen (Fw art. 6 lid 3).
Bij eigen aangifte vergeten bestuurders vaak de meest recente jaarrekening of balans bij te voegen. De Rechtbank heeft deze nodig om de omvang van de schulden en activa te beoordelen. Een onvolledig verzoekschrift wordt door de griffie teruggestuurd of leidt tot uitstel van de zittingsdatum.
Een derde fout is het niet raadplegen van de WHOA-procedure voordat het faillissementsverzoek wordt ingediend. Als de onderneming een levensvatbaar deel heeft dat gered kan worden, kan een WHOA-akkoord (Fw art. 370-387) een beter alternatief zijn. Het WHOA-akkoord maakt het mogelijk een dwangakkoord op te leggen aan dissidente schuldeisers. Faillissement is definitief; WHOA biedt de mogelijkheid de onderneming te herstructureren.
Bij de aangifte door de schuldenaar zelf vergeten bestuurders soms hun persoonlijke aansprakelijkheid te beoordelen. Als de jaarrekeningen niet tijdig zijn gedeponeerd bij het KVK, of als er sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur, kan de curator de bestuurder persoonlijk aansprakelijk stellen (BW 2:248).
Het niet informeren van werknemers tijdig over het nakende faillissement is een processuele fout die de werknemersrechten schaadt. Werknemers moeten in staat worden gesteld hun loongarantievordering bij het UWV tijdig in te dienen.
Ten slotte: een faillissementsaanvraag indienen zonder advocaat. Bij rechtspersonen is dit wettelijk verplicht (Rv art. 278 lid 3). Maar ook voor particulieren is bijstand van een advocaat sterk aan te raden, omdat de procedure technisch complex is en fouten in het verzoekschrift leiden tot afwijzing.
Een bijkomende fout is het niet actief meewerken aan het onderzoek van de curator. Bestuurders die de curator belemmeren bij zijn taak of documenten achterhouden, riskeren strafrechtelijke vervolging wegens faillissementsbedrog (Wetboek van Strafrecht art. 341-342). Het is verplicht de curator volledige informatie te verschaffen over alle activa, schulden, bankrekeningen en lopende contracten. Onvolledige informatieverstrekking kan leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder voor het faillissementstekort op grond van BW 2:248.
Citeer deze pagina
Verwijs naar dit gratis sjabloon in een artikel, lesplan of onderzoeksnotitie:
Forms Legal. (2026). Faillissementsaanvraag Formulier Nederland (Nederland) [Legal document template]. Forms Legal. https://forms-legal.com/nl/netherlands/business/corporate/faillissementsaanvraag-formulier
"Faillissementsaanvraag Formulier Nederland (Nederland)." Forms Legal, 2026, https://forms-legal.com/nl/netherlands/business/corporate/faillissementsaanvraag-formulier.
@misc{formslegal-faillissementsaanvraag-formulier,
author = {{Forms Legal}},
title = {Faillissementsaanvraag Formulier Nederland (Nederland)},
year = {2026},
howpublished = {\url{https://forms-legal.com/nl/netherlands/business/corporate/faillissementsaanvraag-formulier}},
note = {Free legal document template}
}Veelgestelde vragen
In Nederland kan een faillissement worden aangevraagd door de schuldenaar zelf (eigen aangifte, Fw art. 4), door één of meer schuldeisers (Fw art. 6), of door het Openbaar Ministerie in bijzondere gevallen (Fw art. 4 lid 2). De eigen aangifte is de meest voorkomende route bij BV's en eenmanszaken die hun bedrijfsactiviteiten staken. Een schuldeiser die aanvraag doet moet kunnen aantonen dat de schuldenaar in de toestand verkeert van opgehouden te betalen, en dat er naast zijn vordering ook andere schuldeisers zijn met onbetaalde vorderingen (pluraliteitscriterium). De Belastingdienst kan ook een faillissement aanvragen als de schuldenaar grote belastingschulden heeft en weigert te betalen. Het Openbaar Ministerie kan faillissement aanvragen als dit in het openbaar belang is, bijvoorbeeld bij frauduleuze ondernemingen (Fw art. 4 lid 2).
Faillissement (Fw art. 1-13) is een liquidatieprocedure: de activa van de schuldenaar worden door de curator verkocht en de opbrengst wordt verdeeld onder de schuldeisers. De schuldenaar verliest het beheer en de beschikking over zijn vermogen (Fw art. 23). Surseance van betaling (Fw art. 214-283) is een uitstelregeling: de schuldenaar kan onder toezicht van een bewindvoerder tijdelijk zijn betalingen opschorten om een akkoord met schuldeisers te bereiken. De schuldenaar behoudt het beheer, maar elke handeling van betekenis vereist toestemming van de bewindvoerder. De WHOA-procedure (Fw art. 370-387) is een herstructureringsprocedure waarbij de schuldenaar een onderhands akkoord kan aanbieden aan schuldeisers en dit akkoord door de Rechtbank kan laten homologeren. Een gehomologeerd WHOA-akkoord is bindend voor alle schuldeisers, ook degenen die hebben tegengestemd. De WHOA is een alternatief voor faillissement als de onderneming een levensvatbare kern heeft.
De procedure van verzoekschrift tot uitspraak van het faillissement duurt in Nederland doorgaans twee tot vier weken. Na indiening van het verzoekschrift bepaalt de Rechtbank een zittingsdatum, waarop de schuldenaar wordt gehoord. Als aan de faillissementsgronden is voldaan, spreekt de Rechtbank het faillissement uit en benoemt een curator. De duur van de faillissementsboedelafwikkeling verschilt sterk: eenvoudige faillissementen met weinig activa en schulden worden soms binnen zes maanden afgewikkeld; complexe faillissementen met grote ondernemingen, internationale activa en veel schuldeisers kunnen vijf tot tien jaar duren. Na afwikkeling van de boedel spreekt de Rechtbank de opheffing van het faillissement uit. Als er geen activa zijn om schulden te betalen, wordt het faillissement opgeheven wegens gebrek aan baten (Fw art. 16).
Bij het faillissement van een BV verliest de vennootschap het beheer en de beschikking over haar vermogen (Fw art. 23). De bestuurder is persoonlijk aansprakelijk als sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur in de drie jaar vóór het faillissement (BW 2:248). Onbehoorlijk bestuur wordt vermoed als de jaarrekeningen niet tijdig zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel (BW 2:248 lid 2). De curator kan de bestuurder persoonlijk aansprakelijk stellen voor het faillissementstekort. Daarnaast kan de Belastingdienst de bestuurder aansprakelijk stellen voor onbetaalde loonbelasting en BTW via de meldingsplicht betalingsonmacht (Invorderingswet 1990 art. 36). Als de bestuurder fraude heeft gepleegd, kan het Openbaar Ministerie strafrechtelijk vervolgen op grond van faillissementsbedrog (Sr art. 341-342).
Ja, een faillissement kan worden voorkomen door tijdig een minnelijke betalingsregeling te treffen met schuldeisers. Als een schuldeiser een faillissementsaanvraag heeft ingediend maar nog geen uitspraak is gedaan, kan de schuldenaar alsnog betalen of een betalingsregeling aanbieden. De Rechtbank houdt dan de behandeling van het verzoek aan (Fw art. 8). Bij een structureel gebrek aan betalingscapaciteit biedt de WHOA-procedure (Fw art. 370-387) de mogelijkheid om een dwangakkoord op te leggen aan schuldeisers. Voor particulieren biedt de WSNP (Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen, Fw art. 284-362) een traject van drie jaar waarna restschulden worden kwijtgescholden. Raadpleeg een advocaat of schuldhulpverlener tijdig om de beste optie te bepalen.
De curator wordt door de Rechtbank benoemd bij de uitspraak van het faillissement (Fw art. 14). De curator is verantwoordelijk voor het beheer en de liquidatie van de faillissementsboedel. Taken van de curator omvatten: het inventariseren van activa en schulden, het continueren of afwikkelen van lopende bedrijfsactiviteiten als dit de boedel ten goede komt, het ontslaan van werknemers (UWV neemt loongarantie over), het innen van openstaande vorderingen, het vernietigen van rechtsvrijstellingen die de boedel benadeelden (actio Pauliana, Fw art. 42-47), en het verdelen van de opbrengst over schuldeisers conform de wettelijke rangorde. De curator legt verantwoording af aan de rechter-commissaris (Fw art. 64-69). Schuldeisers kunnen hun vordering aanmelden bij de curator voor de verificatievergadering (Fw art. 108-137).
Bij de verdeling van de faillissementsboedel geldt een wettelijke rangorde van schuldeisers. Boedelschulden (kosten van de curator, nieuwe schulden na faillissementsverklaring) worden als eerste betaald. Daarna volgen de preferente schuldeisers: de Belastingdienst (Invorderingswet 1990 art. 21) en het UWV voor loonvorderingen van werknemers (BW 7:673 jo. WW art. 61) hebben preferente status. Na de preferente schuldeisers worden de concurrente schuldeisers betaald naar rato van hun vordering. In de meeste faillissementen ontvangen concurrente schuldeisers weinig of niets. Gesecureerde schuldeisers (met pandrecht of hypotheekrecht) zijn separatist: zij kunnen hun zekerheidsrecht uitoefenen buiten de rangorde (Fw art. 57). Nadat alle schulden zo goed mogelijk zijn voldaan, wordt het faillissement opgeheven en de resterende schulden kwijtgescholden (behalve bij misbruik of fraude).
Dit sjabloon wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies. Wetten verschillen per rechtsgebied en veranderen in de loop van de tijd. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor advies dat is afgestemd op uw situatie.Volledige disclaimer
Een fout gevonden? Laat het ons wetenRelated Documents
You may also find these documents useful:
WHOA Akkoord Voorstel Nederland
Voorstel voor een onderhands akkoord in het kader van de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA), ter herstructurering van schulden conform Faillissementswet art. 370-387.
Schuldbekentenis Nederland
Eenzijdige verklaring waarin een schuldenaar het bestaan en de hoogte van een schuld erkent, met afspraken over terugbetaling, rente en verzuim conform BW 6:1 en 6:127.
Verzoekschrift Rechtbank Nederland
Inleidend processtuk voor de verzoekschriftprocedure bij de rechtbank conform Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) art. 278-291. Voor familierechtelijke, arbeidsrechtelijke, faillissements- en bewindzaken.
Dagvaarding (Burgerlijke Procedure)
Schriftelijke oproep aan gedaagde om voor de rechtbank te verschijnen conform Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) art. 111 en 112. Bevat eis, gronden van eis, bewijsmiddelen, rechtsbevoegdheid en oproeping voor rolzitting via deurwaarder.